Tagarchief: zijderoute
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XLVII
– Over een houten Boeddha uit een site die alleen Stein nog zag –
We denken vaak dat we alles weten.
Dat we alles gezien hebben.
Dat we overal kunnen komen.
Dat de wereld klein is.
We stonden al op de maan!
Maar dan sta je in New Delhi voor een klein houten beeldje,
uit een plek aan de Zijderoute.
Een plaats die Stein als laatste gezien heeft.
Als laatste?
Ook in 1906/1908 waren er nog karavanen
die gebruik maakten van deze handelsroutes.
Stein maakte er nog foto’s van.
Foto van Aurél Stein, uit het digitale MTA archief (de Hongaarse Academie van Wetenschappen) met als omschrijving: Camel caravan, Xinjiang, 1904.
Detail van bovenstaande foto.
Maar hij is wel de laatste die de plaats documenteerde.
En dat maakt dit houten beeldje wel heel bijzonder.
India, New Delhi, National Museum, Buddha in Dhyana Mudra, Kichik-Hassar, 7th – 8th century CE, wood, 27 x 15,5 cm. Acc.No. H.B. III.001.
Om te achterhalen wat het voorwerp precies is, heb ik de online bronnen
bekeken:
In het Nederlands staat er in Serindia, deel 3, pagina 1173:
H. B. iii. 001.
Houten beeldje van Boeddha, gezeten in meditatie op een drielaagse troon. Grof gesneden, waarbij alleen de voorzijde en zijkanten zijn afgewerkt; de achterkant is vlak, bedoeld om met houten pennen aan een muur of ander oppervlak te worden bevestigd, waarvan er enkele nog aanwezig zijn. Een extra, tongvormig stuk hout — vermoedelijk oorspronkelijk oprijzend uit een nu verdwenen basis — is vastgezet in een overeenkomstige uitsparing aan de onderzijde van de rug. De Boeddha heeft langgerekte, doorboorde oren en een uṣṇīṣa (schedeluitstulping). De plooien van het gewaad zijn zeer conventioneel weergegeven door een reeks halfronde groeven. Het geheel was oorspronkelijk beschilderd met een dikke witte sliblaag, met resten van rode verf in de groeven en sporen van zwarte verf op het haar. Sterk gebarsten en aan het oppervlak versleten. Afmetingen: 28 × 16,5 × 10 cm. (Pl. CXXXVIII.)
Er staat een verwijzing naar een plaat. Die vind je in deel 3 van Serindia:
Onder plaat 128 staat: Stucco relief base of image (MI.xviii.001) and reliefs in stucco and wood from MING.01 and other sites. Het Boeddha-beeldje van dit bericht valt onder ‘the other sites’. Volgens mij is het de Boeddha rechtsboven.
In Stein’s foto in Serindia is het beeld nog ongerestaureerd, met een zichtbaar gat in de troon waar misschien een houten pen of steun heeft gezeten. In de huidige museumversie is die opening gedicht, wat de overgang markeert van veldvondst naar geconserveerd tentoonstellingsobject.
Dhyāna mudrā?
Stein registreerde in het veld uitsluitend wat hij feitelijk kon waarnemen,
zonder iconografische termen.
Zijn beschrijvingen moesten later onderzoek mogelijk maken.
Het museum neemt die volgende stap door de houding
als Dhyāna mudrā te interpreteren
— een duiding die past binnen de boeddhistische beeldtraditie,
maar die Stein zelf bewust niet maakte.
Kichik‑Hassār op de foto
In de digitale versie van Serindia die ik ter beschikking heb (vrij online te raadplegen) staat deze foto. Ik ben toen verder gaan zoeken en vond een digitaal archief met meer dan 6000 foto’s van Stein. Deze foto zat er tussen.
Stein, Aurél, Ruined shrines I-III, Kichik-hassar, seen from south, 1908. Je ziet de foto op een vel met instructies voor de opmaak en de drukker en links in de hoek het nummer 270. Dat is het ‘Figure’-nummer in Serindia.
Dezelfde opname maar nu geconcentreerd op de foto zelf. Er staat nog iemand op de foto links en er ligt een hond rustig te slapen, links onder tegen de heuvel.
Als je op de MTA-website gaat kijken dan zie je ook deze foto van een halfdoorzichting vel papier met getypte tekst met aanvullende opmaakopdrachten. Op de achtergrond zie je de foto doorschijnen.
Op de heuvel staat een figuur die duidelijk als schaalreferentie is opgenomen.
Wie het precies is, valt niet met zekerheid vast te stellen:
op Stein’s veldfoto’s verschijnen zowel hijzelf als assistenten
in vergelijkbare kleding, en bij deze opname ontbreekt
elke expliciete persoonsvermelding.
De foto maakt deel uit van het digitale archief van het
MTA Könyvtár és Információs Központ
(de Hongaarse Academie van Wetenschappen),
dat een deel van Stein’s originele glasnegatieven beheert.
Deze collectie kwam daar terecht via Stein’s Hongaarse afkomst
en de overdracht van delen van zijn persoonlijke
wetenschappelijke nalatenschap aan Hongaarse instellingen.
De bij deze opname bewaarde archiefvellen
bevatten geen identificatie van de afgebeelde persoon,
zodat alleen kan worden vastgesteld dat het om een schaalfiguur gaat,
niet om een gedocumenteerd portret van Stein zelf.
Waar ligt Kichik‑Hassār eigenlijk?
Kichik‑Hassār ligt in het huidige China,
in de Xinjiang Uyghur Autonomous Region.
Maar dat moderne kader vertelt maar een deel van het verhaal.
In de tijd waarin het houten Boeddhabeeldje werd gemaakt
— ruwweg 7e–8e eeuw — maakte dit gebied geen deel uit
van een Chinees kerngebied, maar van het boeddhistische koninkrijk Khotan,
een oasecultuur langs de zuidelijke rand van de Taklamakan-woestijn.
Het was een regio met sterke Indiase, Iraanse en Centraal‑Aziatische invloeden, waar Sanskriet, Prakrit en Khotanees werden gebruikt, en waar boeddhistische kunst zich in een eigen, herkenbare stijl ontwikkelde.
Dat betekent dat het beeldje geografisch in China is gevonden, maar cultureel en artistiek tot Khotan behoort. Die nuance is belangrijk: het bepaalt hoe we naar het object kijken, welke vergelijkingen zinvol zijn, en waarom de stijl zo anders is dan wat we uit de Chinese boeddhistische traditie kennen.
Een site die alleen dankzij Stein bestaat
Kichik‑Hassār is een van die kleine heiligdommen
die we uitsluitend kennen dankzij Stein.
Hij bezocht de plek kort tijdens zijn tweede expeditie (1906–1908),
maakte enkele foto’s, beschreef drie kleine schrijnen en een stūpa‑groep,
en nam een handvol objecten mee — waaronder het houten Boeddhabeeldje.
Daarna is niemand ooit teruggekeerd.
Geen Chinese archeologen, geen Westerse teams,
geen moderne surveys.
De exacte locatie is onzeker, de ruïnes zijn waarschijnlijk
opnieuw door het zand opgeslokt,
en de regio is tegenwoordig grotendeels ontoegankelijk
voor systematisch archeologisch onderzoek,
zowel door buitenlandse als door de meeste binnenlandse teams.
Je kunt er zelfs geen gewone vakantie boeken;
het gebied is voor bezoekers vrijwel volledig afgesloten
De zuidelijke rand van de Taklamakan
De zuidelijke rand van de Taklamakan‑woestijn vormde in de oudheid
een van de belangrijkste verkeersaders van de Zijderoute.
Het was de winterroute:
in de koude maanden trokken karavanen langs de oases van
Khotan, Keriya, Niya en Miran,
waar water, hout en beschutting te vinden waren.
In de zomer weken reizigers liever uit naar de noordelijke route,
langs Aksu, Kucha en Turfan,
omdat de zuidelijke rand dan extreem heet werd
en de afstand tussen de oases gevaarlijk groot kon zijn.
Die seizoensgebonden verschuiving is essentieel
om Kichik‑Hassār te begrijpen.
Het lag precies in die zuidelijke gordel van oases
die de winterroute mogelijk maakten.
Kleine heiligdommen zoals Kichik‑Hassār waren onderdeel van dit netwerk:
plekken waar reizigers konden bidden, waar monniken leefden,
en waar lokale gemeenschappen devotionele objecten produceerden
— zoals het eenvoudige houten Boeddhabeeldje dat Stein vond.
Made in China 1
Gisteren ging ik naar Amsterdam voor de tentoonstelling ‘Made in China’.
Ik was er vooral benieuwd naar omdat er een circa 4000 jaar oude, beschilderde voorraadpot uit de Majiayao‑cultuur te zien is (RV‑3041‑1).
Maar ik was natuurlijk ook nieuwsgierig naar hoe het museum
het cliché ‘Made in China’ zou benaderen.
Het was in het Wereldmuseum Amsterdam. Het voormalige Tropenmuseum.
Het zit in een prachtig gebouw,
dat op zichzelf is al een reden om er te gaan kijken.
‘Made in China’ is een tentoonstelling die op een toegankelijke en verrassende manier
het begrip ‘Made in China’ onderzoekt.
Een begrip dat woorden oproept als: spotgoedkoop, nagemaakt,
technologisch eenvoudig, van korte levensduur.
De tentoonstelling pelt dat vooroordeel laag voor laag af.
Het laat zien dat China lang geleden technologisch voorliep op het westen.
Zo werden er al boeken in China gedrukt lang voor de uitvinding
van de Europese boekdrukkunst rond 1440 door Gutenberg.
Wikipedia:
A copy of the Tang dynasty Diamond Sūtra was found among the Dunhuang manuscripts in 1900 by Daoist monk Wang Yuanlu and sold to Aurel Stein in 1907. It dates back to May 11, 868 CE and is broadly considered to be the oldest extant printed book, although other, earlier, printed materials on paper exist that predate this artifact.
Daarnaast toont de tentoonstelling hoe in China het vervaardigen van zijde
en de daarvan gemaakte stoffen leidde tot uitgebreide handel (de Zijderoute).
Ook de productie van porselein bereikte er een hoog niveau.
Al die producten werden met grote ogen bekeken door de Portugezen, Nederlanders,
Fransen en Engelsen.
Het leidde eerst tot het inkopen van deze producten in China voor de markt
in het westen.
Al snel bepaalde het westen welke motieven nodig waren op porselein,
welke afbeeldingen goed verkochten op lakkisten, hoe de patronen eruit moesten zien
van de zijden stoffen die in Europa werden verwerkt.
Nog een stap verder ging het westen deze producten zelf namaken.
Kraakporselein beïnvloedde ‘ons’ Delfts blauw enorm.
Dit waren handelspraktijken waar vrijwel alle landen tussen China
en Engeland, in Azië en Europa, bij betrokken waren.
Waarbij landen gebruikmaakten van elkaars van elkaars sterke en zwakke kanten.
Ideeën werden uitgewisseld en dat ging verder dan alleen producten.
Naast kennis over materialen en processen, werd kennis over gezondheid,
filosofie, religie, kunst, wiskunde met elkaar uitgewisseld.
Nadat pogingen om China te koloniseren mislukten en er veel politieke
en maatschappelijke onrust ontstond in de regio,
duurde het weer een tijd voor het westen erin slaagde
China opnieuw economisch te benutten.
China gebruikte toen het westen om zichzelf te ontwikkelen
en doet dat ten koste van de arbeidsomstandigheden van de eigen burgers.
Ook het milieu heeft het daardoor moeilijk.
Maar intussen past China op een moderne manier de praktijken toe
die het westen in het verleden gebruikte:
China krijgt vaste voet in nabijgelegen landen als Vietnam, Laos en Cambodja.
Daarna richt de Nieuwe Zijderoute zich ook op Afrika.
Wikipedia:
De term Nieuwe Zijderoute verwijst naar een ontwikkelingsstrategie van de Chinese overheid, gericht op verbinding en samenwerking tussen landen in Afrika-Eurazië. De formele Engelse benaming van het initiatief was aanvankelijk One Belt, One Road, Nederlands: Eén Gordel, Eén Weg), maar medio 2016 werd dit gewijzigd naar Belt and Road Initiative (Gordel- en Weginitiatief). Met deze naamswijziging werd benadrukt dat het initiatief zich niet beperkt tot een enkele transportroute maar een complex plan in verschillende landen.
Al deze aspecten komen in de tentoonstelling aan de orde,
ondersteund door prachtige voorwerpen.
Welke voorwerpen mij het meest aanspraken,
zie je in de foto’s in dit bericht en in het volgende.
Onnodig te zeggen dat de voorraadpot schitterend is.
Wereldmuseum Amsterdam, Made in China, Voorraadpot, Majiayao-cultuur, subtype Banshan of Machang (Gansu -Qinghai), circa 2500–2000 BCE, RV-3041-1.
Tempelhanger, China en Bali, 1850 – 1909, koper, katoen, spiegelglas, TM-H-956.
Veel munten.
Zijde gemaakt in China in 2024.
Theekist, Guangzhou, 1840 – 1873, hout, lak, goudverf, tin, thee, RV-1239-369.
Dame met parasol, bord, Jingdezhen, Guangzhou, 1736 – 1740, onderglazuurblauw porselein, opglazuur schildering, RV-3701-1.
Klapmuts, Jingdezhen, 1610 – 1630, onderglazuurblauw porselein, RV-3264-2.
Bierpul, Jingdezhen, 1630 – 1650, onderglazuurblauw porselein, RV-3680-1.
Wordt vervolgd…
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XXXI: twee Dunhuang‑bodhisattva’s
– over kleur, vorm en de rituele ruimte van de Zijderoute –
India, New Delhi, National Museum, Bodhisattva, Dunhuang, 7th – 10th century CE, painting on silk, 52 x 34,5 cm. Acc.No. Ch.xxxviii.002.
Bodhisattva, Dunhuang, 7th – 10th century CE, painting on silk, 47 x 29,5 cm. Acc.No. Ch.xlvi.0011.
Deze twee fragmentarische zijdeschilderingen uit Dunhuang (7e–10e eeuw)
tonen hoe kunstenaars langs de Zijderoute
kleur, vorm en decoratieve kaders
inzetten om heilige figuren tot leven te brengen.
Hoewel de schilderingen
uit verschillende ateliers of perioden kunnen stammen,
delen ze eenzelfde beeldtaal:
een sierlijke bodhisattva die een lotus omhoog houdt,
omgeven door een rijk patroon van textiel‑ en bloemmotieven.
Kleur als drager van spiritualiteit
De lotussen die beide bodhisattva’s vasthouden
vormen het kleuraccent van de compositie
en trekken de blik onmiddellijk naar het gebaar van aanbieden en ontwaken.
In het eerste fragment bestaat de lotus
uit groene, geometrische kelkbladeren met daarboven
een gele, halfbolvormige bloem zonder afzonderlijke blaadjes.
De compacte vorm en het heldere kleurcontrast
geven de lotus een bijna iconische helderheid.
In het tweede fragment is de lotus juist groot, paars en nog in knop.
De diepe paarstint van de lotus sluit aan
bij de warme oranje accenten in halo en gewaad:
beide kleuren delen een rode ondertoon,
waardoor ze elkaar optisch versterken
en de figuur een krachtige, bijna stralende aanwezigheid geven.
Samen laten de lotussen zien hoe Dunhuang‑schilders
kleur inzetten om verschillende registers van spiritualiteit op te roepen:
van helderheid en eenvoud tot intensiteit en diepte.
Vorm als kruispunt van tradities
De vormgeving van de bodhisattva’s laat zien
hoe Indiase en lokale tradities elkaar beïnvloedden.
In beide schilderingen volgt de lotusstengel een gebogen,
bijna dansende lijn.
Deze vorm gaat terug op Indiase boeddhistische kunst,
waar de lotus vaak met een sierlijke, S‑vormige steel werd weergegeven.
In Dunhuang wordt dit motief op verschillende manieren geïnterpreteerd:
in het eerste fragment lang en meanderend,
in het tweede slanker en compacter,
maar in beide gevallen blijft de Indiase oorsprong herkenbaar.
In het eerste fragment draagt de bodhisattva
een transparante bovenmantel,
zichtbaar als een rechte randlijn langs de rechterschouder
— een subtiele verwijzing naar de Indiase uttarīya,
die in Gupta‑kunst vaak slechts door een contour wordt aangeduid.
Op de linkerschouder ligt een geknoopte rode en groene doek,
een zwaardere, decoratieve schouderdoek die typisch is voor Dunhuang.
De lotus is compact en geometrisch, passend bij de sobere vormtaal.
In het tweede fragment ontbreekt de transparante sluier
en de knoopdoek, maar valt de figuur op
door de rijk uitgewerkte sieraden,
de oranje halo
en de grote paarse lotus in knop.
De kaders als rituele architectuur
De omlijstingen functioneren als een visuele architectuur
die de bodhisattva’s draagt en situeert.
In het eerste fragment hangt bovenaan een bloemfries
met afgeronde bloemkoppen in oranje en blauw.
Daaronder volgt een band met verticale oranje stroken
en omgekeerde driehoeken in groen en blauw.
De combinatie van ronde en rechte vormen
creëert een ritmische structuur die de figuur optilt
als onder een ceremoniële baldakijn.
In het tweede fragment wordt de bodhisattva bekroond
door een band met drie grote hexagonale figuren,
een motief dat sterk aan Centraal‑Aziatische textielpatronen doet denken.
De band daaronder
— door het museum aangeduid als floral motifs —
is een geometrisch‑florale structuur:
kleine, herhalende vormen die verwijzen naar bloembladeren,
maar in hun ritme en schakering aan geweven patronen herinneren.
De warme aardetinten creëren een vibrerend oppervlak
dat de figuur verankert in een textielachtige ruimte.
Een tweeluik van kleur en vorm
Samen tonen de twee schilderingen hoe Dunhuang‑kunstenaars
variëren binnen een gedeeld iconografisch vocabulaire.
De ene bodhisattva is sober en helder,
de andere rijk en expressief.
De lotussen, de bovenmantels en de kaders
vormen samen een visuele grammatica
waarin Indiase iconografie,
Centraal‑Aziatische textieltradities
en lokale esthetiek elkaar ontmoeten.
This fragmentary textile depicting a bodhisattva shows the artistic achievements of Dunhuang painting with well-proportioned figures and the use of a variety of colours. The calm and composed facial expression along with the upper garment show Indian influence.
The bejewelled bodhisattva is portrayed in a three-quarter view. This fragmentary banner has two borders on the upper end with a hexagonal pattern and floral motifs.
Afsluitend: Kleur en techniek
De kleuren in Dunhuang‑schilderingen
danken hun diepte aan een techniek
waarbij pigmenten in dunne, transparante lagen over elkaar worden gezet.
Heldere tinten zoals geel en groen worden direct aangebracht,
terwijl complexere kleuren
– zoals het paars van de lotus in het tweede fragment –
ontstaan door rood en blauw subtiel te laten samenvloeien.
Door deze gelaagdheid lijken de kleuren niet op het oppervlak te liggen,
maar van binnenuit te gloeien.
Het resultaat is een schildertraditie waarin kleur niet alleen vorm vult,
maar licht en spiritualiteit draagt,
en waarin zelfs kleine details een eigen, bijna tastbare aanwezigheid krijgen.
Wist je dat?
Er zijn gesprekken geweest – en ze lopen nog steeds – over wat die Indiase lotusstengel betekent binnen de gedeelde maar toch verschillende beeldwerelden van hindoeïsme en boeddhisme. Het is een klein vormdetail dat kunsthistorici gebruiken als venster op veel grotere thema’s: overdracht van stijl, gedeelde symboliek, religieuze migratie en lokale herinterpretatie.
De gedeelde Indiase oorsprong
De sierlijke, S‑vormige lotusstengel ontstaat in India in een context waarin hindoeïstische en boeddhistische beeldtaal parallel evolueren. Kunsthistorici wijzen op drie gedeelde kenmerken:
- De lotus als kosmisch symbool — in het hindoeïsme als zetel van goden en bron van schepping; in het boeddhisme als metafoor voor zuiverheid en ontwaken.
- De gebogen steel als teken van leven en beweging — een organische lijn die verwant is aan de tribhaṅga-houding en de gracieuze dynamiek van Indiase figuren.
- De combinatie van elegantie en spiritualiteit — de steel is nooit puur decoratief; hij draagt een idee van groei, ontvouwing en innerlijke energie.
In India is de steel dus meer dan een vorm: hij is een drager van een gedeeld religieus vocabulaire.
Wat er verandert wanneer het motief de Zijderoute opgaat
Wanneer deze beeldtaal via Gandhāra en Centraal‑Azië naar Dunhuang reist, verschuift de betekenis op subtiele manieren. Kunsthistorici bespreken vooral:
- De mate van symbolische lading — blijft de steel een kosmische verbinding, of wordt hij vooral een elegante lijn?
- De rol van lokale esthetiek — Dunhuang‑kunstenaars behouden de gebogen beweging, maar passen de lengte, ritme en decoratie aan hun eigen visuele grammatica aan.
- De vraag naar herkenbaarheid — is de Indiase oorsprong nog zichtbaar voor de lokale kijker, of wordt het motief volledig geabsorbeerd in een nieuwe stijl?
De consensus is dat Dunhuang‑kunstenaars de steel bewust overnemen, maar hem lokaal herinterpreteren.
Hindoeïsme en boeddhisme: gedeelde vormen, verschoven accenten
In discussies tussen specialisten komt steeds terug dat de lotus – en dus ook de steel – een gedeeld symbool is, maar met verschillende nadrukken:
- In het hindoeïsme verwijst de lotus vaak naar schepping, kosmische orde en goddelijke geboorte.
- In het boeddhisme ligt de nadruk op zuiverheid, verlichting en het vermogen om boven de wereld uit te stijgen.
De gebogen steel beweegt tussen die twee betekenislagen. Kunsthistorici vragen zich af:
- Is de Dunhuang‑steel nog kosmisch, of vooral esthetisch?
- Is de beweging van de steel een echo van Indiase spiritualiteit, of een visuele conventie die zijn religieuze lading heeft verloren?
- Hoeveel hindoeïstische beeldtaal blijft herkenbaar in een boeddhistische context?
Het antwoord is meestal: beide tradities blijven voelbaar,
maar de nadruk verschuift door tijd, afstand en lokale smaak.
The Great Game — macht, kaarten en de witte gebieden ertussen
– over waarom Groenland niet zo ver van Afghanistan ligt –
In de reeks blogposts over het National Museum in New Delhi
komen verschillende voorwerpen uit Dunhuang voorbij:
schilderingen, fragmenten, manuscripten.
Het is bijzonder dat ze hier liggen, duizenden kilometers van hun oorsprong.
Dat is geen toeval.
We kennen deze objecten omdat ze rond 1900 opnieuw ontdekt zijn
door westerse ontdekkingsreizigers en wetenschappers.
Hun werk was geen losse archeologische hobby,
maar onderdeel van een groter machtsspel.
The Great Game
Kijk naar de kaart hieronder:
twee grote gekleurde blokken domineren het beeld.
Beneden zie je het gele gebied van Brits-Indië.
Boven zie je het blauwe gebied van het Russische Rijk.
En daartussen ligt een enorme strook wit
— geen leegte, maar een zone die beide rijken probeerden te begrijpen,
te beïnvloeden en soms te beheersen.
Een globale indicatie van de twee machtsblokken die in Azië allerlei activiteiten ontplooiden om hun invloed uit te breiden. De grensen van het Britse en Rissische rijk veranderde steeds, invloedssferen omvatten ook ‘bevriende’ landen, gebieden, volken en stammen. De kleurindicaties zijn niet bedoeld om historisch-geografisch correct te zijn. Als basis gebruikte ik de kaart die beschikbaar is op Wiki Commons: Map of Asia showing the route of Sven Hedin’s first expedition.
In de negentiende en vroege twintigste eeuw werd dit witte gebied
het toneel van een geopolitiek machtsspel
dat later The Great Game werd genoemd.
Geen open oorlog, maar een strijd om invloed, informatie en controle.
Beide rijken hadden hun eigen ambities.
Het Britse Rijk wilde zijn macht in India beschermen
en zo nodig uitbreiden naar het noorden.
Het Russische Rijk wilde zijn invloed vanuit het noorden
naar het zuiden vergroten, richting warmere gebieden en nieuwe routes.
Op de kaart lijken het twee kleurvlakken die naar elkaar toe schuiven
— in werkelijkheid waren het twee grootmachten die elkaar tegelijk
vreesden, bestudeerden en probeerden voor te blijven.
Maar wat op de kaart lijkt op een paar grote kleurvlakken,
was in werkelijkheid een ingewikkeld landschap
van bergpassen, woestijnen, karavaanroutes en lokale machtsstructuren.
De witte zones waren geen niemandsland
— ze waren juist het hart van het spel.
Omdat legers daar moeilijk konden opereren,
werd de strijd uitgevochten met kaarten, expedities en kennis. Ontdekkingsreizigers, linguïsten en spionnen trokken door de witte gebieden,
vaak vermomd als pelgrims of kooplieden.
Ze verzamelden informatie die in Londen en St. Petersburg
net zo waardevol was als een fort of een garnizoen.
En precies in die context moet je de grote expedities
naar de Zijderoute zien.
De vondst van de verzegelde bibliotheekgrot in Dunhuang rond 1900
— aan de rand van het witte gebied — werd een nieuwe ronde in het spel.
Daarbij vertrok Stein vanuit het gele blok (Delhi),
Pelliot via het blauwe blok (Rusland), en anderen volgden.
Ze waren wetenschappers, maar hun werk werd gestuurd
door de logica van imperiale rivaliteit.
Het is verleidelijk om dit als geschiedenis af te doen,
maar de manier waarop machthebbers naar kaarten kijken
is nauwelijks veranderd.
Ook vandaag worden grenzen, invloedsferen en “strategische zones”
vaak gezien als kleurvlakken op een kaart
— terwijl de werkelijkheid ter plekke altijd complexer is.
Vraag het aan Nederlandse soldaten die in Kandahar stonden:
wat op de kaart een corridor lijkt, is in het veld
een wereld van lokale dynamiek, risico’s en onverwachte krachten.
Afsluiting:
De expedities die de grotten van Dunhuang openden voor het Westen,
maakten deel uit van dezelfde logica
die de gekleurde blokken op de kaart bepaalde.
Wat in de vitrines van New Delhi ligt, is dus niet alleen kunst
— het is ook een echo van The Great Game.
De echo van The Great Game klinkt dus nog steeds door.
Niet omdat de wereld hetzelfde is gebleven,
maar omdat de manier waarop macht naar kaarten kijkt
verrassend weinig verandert.
De witte gebieden tussen de gekleurde blokken
blijven de plekken waar de werkelijkheid zich niet laat vangen
door lijnen en kleuren — toen niet, en nu nog steeds niet.
Silk Roads: in Engeland en Ierland aangekomen
Met dit 22e bericht sluit ik mijn serie over de
Silk Roads-tentoonstelling in Londen (2024) af.
Mijn berichten toonden meer dan 250 foto’s, slechts een
deel van de tentoonstelling in het Britisch Museum.
De tentoonstelling toonde objecten uit een uitgestrekt
geografisch gebied: van Japan via China, het Midden-Oosten
en Centraal-Azië tot Noord-Afrika en West-Europa.
De tentoonstelling belichtte de intensieve interacties tussen
deze regio’s, waarin mensen elkaars smaak en esthetiek
voortdurend beïnvloeden.
Smaak in de letterlijke zin van eten, maar ook in mode,
religie, literatuur, wetenschap en esthetiek; wat we als kunst waarderen.
Het biedt een tegenwicht aan het simplistische cultuurbegrip
dat sommige extreem-rechtse politici hanteren
wanneer zij spreken over ‘onze Nederlandse cultuur’.
De tentoonstelling maakt zichtbaar hoe culturele uitwisseling
de normale manier is geweest voor mensen om met elkaar om te gaan.
En hoe extreem-rechtse politieke retoriek vaak berust op historische
onwetendheid en opzettelijke vereenvoudiging.
Geniet van de voorwerpen die ontstaan zijn
– en zullen blijven ontstaan –
wanneer mensen met aandacht naar elkaar kijken.
Londen, British Museum, Silk Roads, Gold clasps, Taplow, Buckinghamshire, England, late AD 500s – early 600s.
Aldhelm, manuscript with riddles (written about AD 637 – 709), this version of the book is made at Christ Church, Canterbury, Kent, England, late AD 900s – early 1000s.
The Lichfield Angel, Lichfield Cathedral, Staffordshire, England, about AD 800.
Zoals te lezen bij de uitgang van de tentoonstelling:
THE NETWORKS OF THE SILK ROADS FORGED CROSS-CULTURAL CONNECTIONS.
THE WAYS PEOPLE INTERACT HAVE CHANGED, BUT THESE CONNECTIONS REMAIN.
THEY WILL CONTINUE TO SHAPE THE PRESENT AND FUTURE.
Of in het Nederlands:
De netwerken van de Zijderoutes smeedden verbindingen
tussen mensen met verschillende achtergronden.
De manieren waarop mensen met elkaar omgaan zijn veranderd
— door bijvoorbeeld vliegtuigen en internet —
maar deze verbindingen tussen mensen blijven bestaan.
Ze zullen het heden en de toekomst blijven vormgeven.
Dat is geen keuze, maar een historisch patroon dat zich blijft herhalen.
Silk Roads: Expanding Horizons II
Na een soort van valse start de vorige keer, ik werd afgeleid
door een bewering over een voorwerp waar ik vragen bij had,
ga ik nu het bericht dan op de reguliere manier afronden
Niet dat er in dit deel van de tentoonstelling niet ook
vraagtekens te zetten zijn. Maar deze keer maakt men duidelijk
dat het niet om aannamens gaat maar je gedachten de vrije
loop laten.
Het ivoren voorwerp is prachtig. Er is echter geen enkel bewijs
dat het ivoor afkomstig is van een geschenk van Harun al-Rashid
(Kalief uit de dynastie van de Abbasiden).
Maar fantaseren dat Karel de Grote een olifant kreeg met
de naam Abu al-Abbas, en dat na het overlijden van de
olifant van een slagtand het betreffende voorwerp
is gemaakt is leuk en spannend.
Maar dat maakt het nog niet waar en het voorwerp ondersteund
op deze manier de boodschap van de tentoonstelling niet.
Dat is jammer.
Waar de tentoonstelling sterk begon (met Japan en Korea),
daar dreigt het nu veel zwakker te worden.
Maar genoeg gezegd. De voorwerpen blijven prachtig.
Londen, British Museum, Silk Roads, Gilded container, England or Northern France, AD 700. Helaas is de foto minder scherp.
Cylindrical ivory container, probably Aachen, Germany, early AD 800.
Een fascinerend voorwerp: Whale ivory decorated casket, prpbably Northumbria, England, found in Auzon, France, early AD 700, Adoration of the Magi.
Cloaked figures and animal-human hybrid.
Roman army attacks Jerusalem.
Silk Roads: arrival of Islam

Londen, British Museum, Silk Roads, Lustre (Metallic glaze) bowl with a priest, Egypt (probably Cairo), 1050 – 1100.



The book of strange arts and visual delights or Book of curiosities, Egypt, about 1190 – 1210 (copy of a work from 1020 – 1050)
Christian Cross, Monastery of San Millán de la Cogolla, La Rioja, Spain, late AD 900s, ivory.
Mohammad ibn al-Saffar, Astrolabe, Cordoba, Spain, 1026 – 1027.
Silk Roads: Connecting continents
De zijderoute(s)-tentoonstelling is in kleine secties ingedeeld.
Soms gaat het over een land, zoals het begin over Japan, en soms
gaat het over een idee. Zoals in dit bericht over continenten
die met elkaar verbindingen aangaan.
We zijn in het gebied rondom de Middellandszee aangekomen.
Londen, British Museum, Silk Roads, Golden necklace and earrings with sapphires, emeralds and pearls, gevonden in Asyut, Egypt, about AD 500 – 600.
Ivory diptych *tweeluik), probably Rome or Ravenna, Italy, AD 530.
Er was nog veel meer ivoor te zien, panelen van een mand. Markell casket panels, Rome, Itay, about AD 420 – 430, ivory.
Life of the Buddha in Greek (in latijn: The life of Barlaam and Joasaph), probably made in Cyprus, 1050 – 1150 (it’s a copy ofan older work from about 1000 – 1028).
Copilot:
Wie waren Barlaam en Joasaph?
Barlaam en Joasaph zijn legendarische christelijke heiligen, maar hun verhaal is eigenlijk een boeiende herschrijving van het leven van Boeddha, aangepast aan een christelijke context.Het Verhaal
Joasaph was een Indiase prins, zoon van koning Abenner, die fel tegen het christendom was.
Astrologen voorspelden dat Joasaph ooit christen zou worden, dus hield zijn vader hem afgezonderd van de wereld.
Toch ontmoette Joasaph de kluizenaar Barlaam, die hem onderwees in het christelijk geloof.
Joasaph bekeerde zich, doorstond beproevingen, en bracht uiteindelijk zelfs zijn vader tot bekering.
Beide mannen trokken zich later terug in de woestijn om als monniken te leven.Boeddhistische Oorsprong
De oorsprong van dit verhaal ligt bij het leven van Siddhartha Gautama, de Boeddha.
De naam Joasaph komt van het Arabisch Yūdhasaf, dat weer afgeleid is van het Sanskriet Bodhisattva.
Via vertalingen in het Perzisch en Arabisch bereikte het verhaal het christelijke Westen, waar het als een heiligenlegende werd doorgegeven.Invloed in de Middeleeuwen
In de middeleeuwen was het verhaal bijzonder populair in Europa.
Het werd opgenomen in de Legenda Aurea, een beroemd middeleeuws boek over heiligenlevens.
Het verhaal beïnvloedde zelfs westerse literatuur, zoals bepaalde scènes in Shakespeare’s werken.
Ik had mezelf nog nooit de vraag gesteld hoe het maken van
ivoren voorwerpen uit de slagtand van een olifant precies werkt.
Op de tentoonstelling was er een plaat over gemaakt:
Silk Roads: Imports and innovation
Londen, British Museum, Silk Roads, Wood from South or South-east Asia, found in Samarra, Iraq, AD 800s. De beinvloeding werkte meerdere kanten op. Hout (teak) uit Zuidoost Azie ging naar Irak omdaar verwerkt te worden in gebouwen. Zoals er ook eindproducten naar Zuidoost Azie gingen.
Bowl with palmette design, probably Basra, Iraq, AD 800 – 900.
Illustrated Ge’ez codex, King Kaleb and army crossing the Red Sea, Ethiopia, 1700 – 1750.
Koning Kaleb was koning van Aksum. Een land in de regio van wat we vandaag Ethiopië noemen.
Silk roads: kennisuitwisseling
Dit bericht had ook iets kunnen heten als: ‘de blinde vlek
van extreem rechts Nederland’.
Totaal onwetend op het vlak van pretaties van andere culturen
staren we bij voorkeur naar de eigen navel.
Er volgt een voor mij belangrijk deel van de tentoonstelling
‘Silk Roads’ van het British Museum. In dit bericht komen
kennisoverdracht door interactie met andere culturen en
volkeren aan de orde.
Londen, British Museum, Silk Roads, Al-Khwarizmi schreef de tekst. Dit is een kopie van zijn boek: Book of algebra. De tekst werd rond AD 820 geschreven. Wat we hier zien is een kopie uit 1342. Laat het even op je inwerken. Geboren in Oezbekistan, werkend in Baghdad, schreef een tekst rond 800 en werd 500 jaar later nog steeds interessant genoeg gevonden om die tekst to kopieren.
Ibn Bakhtishu, een Nestoriaans Christelijke dokter, schreef een tekst voor The Book of the Characteristics of Animals (het boek over de eigenschappen van dieren) dat ook bekend staat als Kitāb naʿt al-ḥayawān. Van een van de afbeeldingen in het boek wordt gedacht dat het Ibn Bakhtishu met een student voorstelt.
The Book of the Characteristics of Animals, Baghdad, 1224 – 1225.
Bij vaste bezoekers van mijn blog kan de vraag opkomen: hoe zou het volgende boek zich verhouden tot de Leidse Aratea?
Het boek is samengesteld door Abd Al-Rahman Al-Sufi. Het boek heet The Book of the Fixed Stars. De originele tekst dateerd uit AD 964, Deze versie is uit 1260 -1280, Maragheh, Iran. De pagina’s waar het boek open ligt toont twee maal de leeuw (denk ik). Een van de 48 ‘sterrenbeelden’ in het boek. Oordeel zelf…
Een wereldkaart vanuit het Moslimperspectief van rond 1100. Al-Idrisi, het origineel is van ongeveer 1100 – 1166. Deze versie is van 1533, uit Cairo, Egypt. Het perspectief is anders dan de kaarten die wij nu gewend zijn. Aan de bovenkant tref je het zuiden aan.
Daarom heb ik de kaart even omgedraaid. Dit is meer het beeld waaraan wij gewend geraakt zijn. Linksboven is duidelijk Europa te herkennen en in het centrum het Arabisch schiereiland (Saudie Arabië).
Nog even inzoemen en links zie je de Nijl de zee in stromen en ernaast, als centrum van de kaart, het Arabisch schiereiland met Mekka. Net als op Christelijke kaarten staat de belangrijkste plaats in het centrum. Bij de Christenen vaak Jeruzalem en bij de Islam natuurlijk Mekka.
Als meer mensen bereid zouden zijn van deze feiten kennis te nemen
dan zou er misschien meer waardering zijn voor zaken die op het
eerste gezicht vreemd lijken. Het zou je misschien wel eens nieuwsgierig
kunnen maken.
Silk Roads
De laatste keer dat ik over deze tentoonstelling in het
British Museum in Londen schreef was op 28/04. Een tijdje geleden.
Niet dat het niet meer interessant is, integendeel.
Maar het maken van zo’n bericht kost nu eenmaal veel tijd.
Soms is die tijd er even niet. Vandaag weer wel.
De tentoonstelling begon met vondsten in Japan en werkte zich zo
door de geschiedenis en door de landschappen van Azie en Europa.
Als ik de draad weer oppak zijn we nog in Azie.
Londen, British Museum, Silk Roads, Geomtric designs, Samarkand (Afrasiab), Uzbekistan, AD 800 – 1000. Niets ‘achterlijke’cultuur, maar een hoogstaande, monotheïstische cultuur, al op een moment in de geschiedenis dat ‘wij Nederlandsers’ nog helemaal niet bestonden.
Zal makes Rustam a paladin, Shiraz, Iran, 1330 – 1340.
Een prachtig schrift. Fragmnt of the story of Rustam and the demons, written in Sogdian, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, about 800s.
Sasanian King hunts lions, plate, possibly acquired in India or Afghanistan, AD 400 – 700, silver.
Textile made in Iran or Central Asia, found in the Church of St Leu in Paris, AD 600 – 900. Vergelijkbaar interessante stukken textiel uit de St Servaes van Maastricht was bijvoorbeeld te zien op de tentoonstelling Het jaar 1000 (Rijksmuseum van Oudheden, 2023-2024). Probeer het dier te identificeren.
Bras ewer, Iran, AD 800s. Let op! Is dat hetzelfde dier?
Mosaic fragment from the floor of the Qusayr Amra-desert castle in Jordan, AD 723 – 743.
Brass tray, Jordan or Iran, AD 600 – 800.
Centrale afbeelding van het dienblad: Dome of the Rock (?)
De tentoonstelling was een schatkamer.
Een schatkamer vol bewijs van de interactie en integratie van
culturen in Azie en Europa. Een tijd vollop in beweging,
gedreven door nieuwsgierigheid en handelszin.
Nieiuwsgierigheid naar religie, gewoontes, kunstvormen,
producten en smaken.
Heel inspirerend in een tijd waarin we ons steeds meer
op ons zelf terugtrekken en neer kijken op anderen.
Silk Roads: Islamic Interactions
Ik pak de draad weer op met mijn verslag van de tentoonstelling
Silk Roads eind vorige jaar/begin dit jaar in London.
Londen, British Museum, Silk Roads, Elephant riders in battle, Palace of Varakhsha, Bukhara region, Uzbekistan, about AD 730, wall painting.
Large Buddha, Bamiyan, Cave number 5, Afghanistan, AD 500s.
The game of Kings.
Excavated in Samarkand, Afrasiab, Uzbekistan, AD 700.
Kufic script on ceramic dish, Nishapur, Iran (Livelihood is distributed by God among the people), AD 900s.
Silk Roads: Tokharistan
Van ‘Tokharistan’ had ik nog nooit gehoord maar het is een
land, een van de vele landen aan de zijderoute.
Eerst nog een voorwerp uit Sogdië of Sogdania.
Niet verder vertellen: op het internet zijn veel mooiere
foto’s van dit voorwerp te zien dan die van mij,
die nu gelijk volgen:
Londen, British Museum, Silk Roads, Ossuary (bewaarplaats voor botten), Mulla Kurgan, Samarkand region, Uzbekistan, AD 600s – 700s.
De opstelling in het British Museum kwam bij mij over als een opstelling die tot doel had een verhaal over te brengen, een constatering (er is niet één zijderoute, er zijn er meerdere, over land en over zee) uit te leggen maar daarbij waren de voorwerpen ondergeschikt. Vandaar dat soms de voorwerpen heel dicht op elkaar stonden, er geen kaartjes zijn met de details van het voorwerp en de belichting erg dramatisch is. Volgens mij kan dat beter.
Bodhisattva, Tokharistan, Corridor 23, Ajina-Tepa, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s.
Sculpture of a buddhist, Corridor 28, Ajina-Tepa, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s.
Head of a Buddha, room 39, Ajina-Tepa, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s, clay.
Torso of a kneeling man, Kala-i Kafirnigan, Tajikistan, AD 600s – 700s.
Head of Mara, Vakhsh valley, Tajikistan, AD 600s – 700s.
Alles bij elkaar vond ik het een fantastische ervaring.
Silk Roads: Sogdiana
Twee grote voorwerpen uit hedendaags Oezbekistan.
In de tijd van de zijderoute Sogdia of Sogdiana (Sogdië in het Nederlands).
De voorwerpen zijn groot maar trokken veel aandacht
van de bezoekers. Ze waren een beetje weerbastig
om op de foto te gaan.
Londen, British Museum, Silk Roads, Sogdians of Samarkand.
Een grote muurschildering: Procession in honour of Sogdian ruler Varkhuman, Samarkand, Uzbekistan, about AD 660s.
Dan iets heel anders.
Panelen van een deur de verbrand is maar waar met enige moeite
de afbeeldingen op de deur te zien zijn.
Eerst details van enkele panelen en als afsluiter de complete set.
Charred wooden door panels, Kafir Kala near Samarkand, Uzbekistan, AD 500s.
Silk Roads: Kocho
De naam Kocho zei me niets.
Dus dat heb ik in ieder geval geleerd.
Kocho is een klein plaatsje in China en het was eens een koninkrijk
op de zijderoutes.
In mijn vorige bericht over de Silk Roads-tentoonstelling waren
ook al voorwerpen van deze plaats te zien.
Londen, British Museum, Silk Roads, Funerary banner of a high ranking Uyghur in horse-riding attire, Ruin Alpha, Kocho (Gaochang), China, AD 900 – 1000s, pigments gold and cotton – Detail.
Silk Roads: Dunhuang IV
Dit vond ik een fascinerend object: Londen, British Museum, Silk Roads, Sutra wrapper (bewaarmiddel voor sutra’s), Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 700s – 800s.
De volgelingen van Mani, een Christelijke voorganger, zijn niet de bekendste Christelijke groep. Two Manichaean electi (clerics= religieuzen), Ruin Alpha, Kocho (Gaochang), near Turpan, China, AD 800s – 900s.
Three Manichaean women or deities, Ruin K, Kocho (Gaochang), near Turpan, China, AD 800s – 900s.
Buddhist monks receiving instructions, Ming-oi, near Karashahr, China, AD 900s or earlier, wall painting.
Silk Roads: Dunhuang II
Londen, British Museum, Silk Roads. Fotograferen op een tentoonstelling valt niet mee. Zeker niet als de belichting heel dramatisch is. Op de tentoonstelling Silk Roads was dat het geval. Dat is best begrijpelijk. De voorwerpen (de een wat meer dan de ander) zijn erg kwetsbaar. Zoals dit boek. Concertina, Heart of the Perfection sutra (Prajnaparamita hrdaya sutra), sanskrit and chinese, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 900s.
Deze ‘ster uit het oosten’ is misschien wel grappig om te zien maar je mist op deze manier natuurlijk een deel van het beeld.
Onder glas liggen levert soms ook verstoringen van het beeld op.
Pothi leaves, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 800s.
Sketch of two envoys leading tribute animals, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 966s.
Painted banner, bodhisattva Vajrapani (The Thunderbolt Holder), Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 801 – 850, silk.
Bodhisattva with a glass bowl (slecht te zien als gevolg van de reflectie van een tekst in het glas voor de banier), Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 851 – 900.
Facet-cut glass bowl, probably Amlash, Iran, AD 500s – 600s. De dynastie van de Sasaniden was een dynastie in pre-Islam Iran.
Silk Roads: Dunhuang I
Londen, British Museum, Silk Roads, Embroidery with Buddha and bodhisattvas and disciples, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, about AD 700s, silk on hemp.
Sketch of a travelling monk, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, about AD 861 – 900.
Mandala or meditation aid called ‘Vajradhatu’, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, about AD 861 – 900.
Detail.
Een moeilijke afbeelding. Er is op het eerste gezicht niet heel veel op te herkennen. Christian figure, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, AD 800s, ink and pigments on silk.
Reconstructie op basis van onderzoek door Dr Zsuzsanne Gulacsi en getekend door Ryan Belnap.
Silk Roads: Tibet
Londen, British Museum, Silk Roads, Head from Buddha, Borobudur, Java, Indonesia, late AD 700s or early AD 800s, poreus volcanic rock.
Bodhisattva Avalokiteshvara, Thailand, AD 600 – 700s, bronze.
De tekstbordjes in het British Museum zijn anders dan bij andere musea. Dat is natuurlijk even wennen maar soms is het verwarrend. Hier gaat de titel over een maritiem religieus centrum, vervolgens schrijft men over het Belitung scheepswrak en dan over een bronzen beeld uit Thailand. Verwarrend en onduidelijk.
De belichting van de voorwerpen is zeker theatraal. Standing bronze Buddha figure, probably made in Bihar, India, found in Tibet or Xizang, (Xizang of de Tibet Autonomous Region heet officieel ‘the Xizang Autonomous Region’. In het westen noemen we dit meestal gewoon Tibet) China, AD 601 – 650.
Seated, bronze Buddha figure made in West Bengal, found in Prambanan, Java, Indonesia, AD 800s.
Seated, schist Buddha figure, Bihar, India, late AD 600s.
Een beetje ‘een vreemd hert in de bijt’. William Home Lizars, Musk deer, 1866, engraving.


















































































































































































































