Een boek is een droom die je in je hand houdt (A book is a dream that you hold in your hand).
Bord in een gazon in de buurt van een bibliotheek,
in sector 17, in Chandigarh.
Dainel Original is het materiaal dat ik ga gebruiken aks afwerking van de boekband. Coquillage oftewel zandkleurig.
De basis van de boekband heeft een aantal dagen onder bezwaar gelegen zodat het papier met de namen van de drie novelles goed kan drogen. Titaantjes, De Uitvreter en Dichtertje.
Nescio zit hier voor het raampje. In de Dainel Original is de ruimte uitgespaard waardoor je straks de titels kunt lezen.
Nu eerst maar eens drogen.
In 2015 kocht ik via een veilingsite een boekband
waarvan gezegd werd dat het om een boekband gaat uit India
die van perkament gemaakt is.
De versiering van de band en het model met voorflap
doet inderdaad sterk denken aan boekbanden uit India.
De band heb ik al lang in huis en ligt maar te liggen (om eerlijk te zijn). Het idee is om in de band (de band kwam zonder boekblok) van karton een soort dummy boek te maken zodat de band als model in een boekenkast kan staan en mooi in vorm blijft. De vorm heeft wat geleden en hij gaat moeizaam open. Toen in bij Boektotaal in Steenwijk zag dat men ‘Perkamentdressing’ verkocht heb ik niet geaarzeld.
Toen ik de band kocht zat er een factuur met omschrijving bij.
De beschrijving van de veilingsite was als volgt:
35. Boekband; Originele Indiase perkamenten band – laat 18e/ vroeg 19e eeuw
Prachtig Indiaas blind gedecoreerd perkament met fraaie ornamenten
Originele Indiase perkamenten band – Blind gedecoreerde perkamenten band met fraaie ornamenten – Laat 18e / vroeg 19e eeuw – 20 x 15 cm.
Fraai voorbeeld van Indiase boekbandkunst
Conditie: Alleen de band. Wat slijtage en vlekjes.
Dit is de voorflap die zo typisch is voor boekbanden uit (Klein-)Azië.
Dit is de toelichting op de perkamentdressing. De samenstelling is terpentine en lanoline. Lanoline is een ander woord voor wolvet. Het maakt de huid snel zacht. De bedoeling is dat dit ook voor deze boekband gaat gelden. Al na een eerste behandeling was de boekband al weer beter te openen en vouwen.
Dus na de eerste behandeling heb ik de band in de vorm gezet zoals hij rond een boekblok zal zitten/gezeten heeft. Dan kan de dressing er rustig intrekken.
Vandaag vooral de binnenkant en de scharnierende delen nog een keer behandeld.
En intrekken maar. Dit zal voldoende zijn.
Dat was wel even een verrassing.
In verband met de Kermis die vrijdag begint
is deze week de antiek- en curiosamarkt in de Willemstraat.
Daar staan ook altijd een aantal stands met boeken.
Het is best een leuke plaats voor hen met veel aanloop,
vermoed ik.
Toen ik vanochtend er langs kwam was het te vroeg om
van de kramen te genieten. De kramen waren bijna allemaal nog leeg
en ik had haast om de trein te halen.
Aan het eind van de middag was de markt al bijna helemaal weg.
De eerste verkoper had al een groot deel van zijn koopwaar uitgestald.
Het kan er goed staan. Hoe de kooplui het ervaren hebben weet ik helaas niet.
Dit is een foto van de titelpagina van het boek dat ik ga inbinden. Het is van Nescio en bevat drie verhalen: De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje. Je ziet de blokjes in het drukwerk. Die waren voor mij het uitgangspunt voor het maken van de band. De ontwerpen waren hier al te zien. Je kunt zien dat dit nog een los katern is op een planovel (het moet straks nog los gesneden worden).
Ik ga de losse katernen inbinden met twee versies van de spoedcursus ‘Nescio’ die onlangs in de Volkskrant stond. Twee versies: de originele pagina’s (op de foto rechts en open geslagen) en de ingescande en verkleinde pagina’s die ik daarna wat opgeschoond en geprint heb (op de foto links en dicht gevouwen). De originele pagina’s zijn wat aan de grote kant en bovendien krantenpapier is niet zo sterk. Deze extra pagina’s worden gevouwen en om ze mee te binden is iedere pagina op een kleine, dubbelgevouwen ondersteuning geplakt. Dan kunnen ze mee genaaid worden. Hopelijk gaat het dan straks goed bij het snijden van het boekblok.
Pas geleden ontdekte ik Maak je eigen boek.nl.
Deze activiteit van de Grafische Cultuurstichting (verbonden aan
Bijzondere Collecties van de UvA) verkoopt onder andere kant-en-klare
bouwpakketten voor boeken via de website.
Er zijn een paar varianten.
Ik bestelde de variant voor thuis (er zijn ook versies voor scholen).
Geweldig idee en geweldig uitgevoerd!
Het materiaal en gereedschap kwam in een mooie, stevige doos. Volledig compleet om je eigen boeken te maken. Vijf stuks.
Op de verpakking gelijk een tekening waarop een aantal boektermen verklaard worden: kop, staart, kneep, boekband, rug, voorplat, achterplat, snede en boekblok.
Om de doos helemaal te vullen zodat er geen beschadigingen optreden tijdens het vervoer is er een bijzonder opvulmiddel gebruikt. Ik heb het berichtje met toelichting en het materiaal maar even op de foto gezet mochten mensen denken dat ik zomaar plastic weggooi.
Op het eerste gezicht zit er een helder instructieboekje bij het gereedschap en de materialen.
Compleet met lijmkwast, boekbinderslijm, gaas, kapitaalband, naald, garen en een vouwbeen.
De boekbanden zijn al in elkaar gezet. Dat had ik niet gedaan. Het is natuurlijk wel makkelijk en een of twee om er zeker van te zijn dat mensen een goed resultaat behalen zou ik misschien ook gedaan hebben. Maar het maken van de band is een belangrijk onderdeel van het maken van een boek. Maar goed waarschijnlijk zitten er nog wat decoratietips bij.
Drie soorten papier: langlopend, breedlopend en schutbladen. Allemaal duidelijk aangegeven. De katernen voor het boekblok ga je dus wel zelf maken. De komende weken zal ik op zijn minst een exemplaar inbinden volgens de instructies.
Een heel compleet pakket dus.
In ben benieuwd hoe het maken van de boeken zal verlopen.
Zo op het eerste oog gaat dat wel lukken!
Kaas van Willem Elsschot ben ik aan het inbinden.
Het idee is dat het ingebonden boek in een plat
stuk Edammer kaas komt te liggen.
Om uit te dokteren hoe ik de doos ga maken, bind
ik eerst een dummy in.
De tekst verzin ik zelf, speelt zich af in de omgeving
van West Brabant. Ik noem het mijn Ridderroman.
De band maak ik uit een oude portemonnee die ik uit elkaar
gehaald heb. De tekst illustreer ik met droodels.
Vandaag heb ik de band gezet rond Kaas.
Dat boek ligt nu in de boekenpers te drogen.
Weer een katern van tekst voorzien en een basis voor het illustreren gemaakt. Als de achtergronden nu een kleur hebben dan is dat met ecoline gedaan. Het bamboepapier dat ik als ondergrond gebruik is heel stevig en kan veel vocht hebben zonder te veel te vervormen.
Gisteren had ik het gevoel dat ik het wel aandurfde om
de boeksnede van Kaas van Willem Elsschot te spatten.
Het boek krijgt een gele band en de snede wordt geel gespat met
een wit leeslint en witte kapitaalbandjes.
Dan begin je dus met het boek goed af te plakken en af te dekken
zodat niet alles geel wordt.
Zoals de vorige keer bij het oefenen is het een hele stellage.
De kop gespat. Je ziet dat ik de hoeken van het boek ook afgeplakt heb. Om er voor te zorgen dat elleen de snede geel wordt en niet de rug of het schutblad.
Zo zie je het verschil tussen onbespat en bespat heel goed.
Dan de laatste lange kant. De ecoline droogt snel en de pagina’s plakken niet aan elkaar.
Helemaal gespat.
Dan is het nu tijd voor het leeslint.
Ik heb daarvoor het midden van het boek gezocht: 6 katernen.
Het uiteinde van het leeslint heb ik een beetje ingelijmd en daarna schuin afgesneden. Hiermee hoop ik het rafelen van het leeslint tegen te gaan.
Dit is de kop. Nu kan het kapitaalband er op gelijmd worden.
Kopse kant met kapitaalband.
Vandaag nog twee experimenten
om het spatten een beetje onder de knie te krijgen.
Deze keer rond het thema ‘ogen’.
Begonnen met het uit papier snijden van een stel ogen.
Twee ondergronden voorbereid. De bovenste is hetzelfde papier als de onderste alleen is die bewerkt met iets dat een moderne variant is op schoensmeer. Twee kleuren.
De ogen gepositioneerd op het vel.
Handschoenen aan. Gisteren zaten mijn handen onder de ecoline. Dat viel nog niet mee om het er af te halen. Van deze handschoenen gaat het er zo af.
Dan: spatten maar.
Het eerste resultaat.
De tweede ondergrond. Gewoon blanco papier.
Ook hier spatten.
Het resultaat.
Volgens mij ben ik gereed om de snede van een boek te gaan spatten.
Het boekblok is goed gelijmd en uit de boekenpers. Nu komt altijd een magisch moment: het snijden van het boek. Tot nu toe is het boekblok een ruwe diamant geweest. We gaan die slijpen. Al het overto9llig papier snijden we weg. De zijkanten worden mooi glad. Dadelijk, na het snijden kan het boek ook eindelijk goed geopend worden.
Na het snijden wil ik de zijkanten van het boek een gele kleur geven. Dat spatten heb ik sinds de kleuterschool niet meer gedaan. Dus eerst een dummy. Na het spatten breng ik het witte leeslint en witte kapitaalbandjes aan.
Het snijden met een snijmachine is een nauwkeurig werkje. Het boek moet rechthoekig worden of blijven en je moet niet te veel of te weinig wegsnijden. Gelukkig staan hiervoor aanwijzingen op het papier van de drukker. Dit is de onderkant of de staart van het boek.
Hier zie je beide kanten van het boek. De voorkant, op de voorgrond, voor het mes. De rug achter het mes. Meet both ends. Maak kennis met beide kanten.
Voorzichtig snijden. Dit papier liet zich goed, en een keer snijden.
Dit is de bovenkant van het boek of de kop. Hier zitten de gevouwen vellen nog aan elkaar. Dadelijk is het boek volledig doorbladerbaar.
Dit zijn de snijresten.
Dit is het exemplaar van Kaas dat ik op de middelbare school gelezen heb. Het boekje mag dan wel dun zijn maar eenvoudig is het niet. Dat is wat ik gisteravond ondervond toen ik op zoek ging naar de Edammer.
Mijn versie is de 16e druk uit 1969.
Toen zat ik nog niet op de middelbare school.
Dus hoe ik er precies aan kom weet ik niet.
Misschien was deze druk een aantal jaren te koop.
Een frontispice heeft mijn versie niet.
Wel een opdracht aan Jan Greshoff.
Vervolgens volgt er een ‘Inleiding’.
Die lijkt me niet eenvoudig.
Het begint zo:
Buffon heeft gezegd dat de stijl de mens zelf is. Bondiger en juister kan het niet. Maar een gevoelsmens is weinig gebaat met dat slagwoord dat daar staat als een model, om vereeuwigd te worden door een steenkapper. Kan men echter wel met woorden enig inzicht geven in wat stijl eigenlijk is?
Een goede vraag maar aan die vraag was ik nog lang niet toe.
Ik denk dat ik het boek nog maar eens een keer ga lezen.
Het lijkt me zo op het eerste gezicht ook erg Vlaams
Het boek begint met twee lijstjes.
Daar ben ik helemaal weg van; lijstjes.
Het eerste lijstje bevat de personages, het tweede lijstje ‘Elementen’:
De elementen van Kaas van Willem Elsschot.
Maar Edammer, hoe zit het daar mee?
Op pagina 28, het einde van hoofdstuk III las ik het volgende:
‘Denk er eens over na,’ raadde hij. ‘Er is veel mee te versienen en jij bent de geschikte man.
Dat was wel een beetje brutaal van hem, want ik vind dat niemand mij geschikt vinden moet voor dat ik mijzelf geschikt heb gevonden. Maar toch was het aardig dat hij mij zonder enige conditie in de gelegenheid stelde mijn eenvoudige plunje van klerk bij de General Marine and Shipbuikding Company uit te trekken en zo maar en eens koopman te worden. Zijn vriendenzouden dan wel van zelf vijftig percent van hun hooghartigheid laten vallen. Met hun beetje centen!
Ik vroeg hem dan ook wat voor soort handel zijn Hollandse vrienden dreven.
‘In kaas,’ zei mijn vriend. ‘En dat marcheert altijd, want eten moeten de mensen toch.’
Okay, Kaas. Maar Edammer dan?
Op pagina 34 lees ik:
‘Klein beginnen is voorzichtig,’ zei opeens Hornstra die zeker vond dat ik lang genoeg had nagedacht. ‘Ik zend u volgende week twintig ton volvette Edammer in onze nieuwe patentverpakking. En naar gelang u die verrekent zal ik uw voorraad aanvullen.’
‘volvette Edammer’ dus, daar gaat het over in Kaas.
Vandaag de foto’s van de voor- en achterzijde
van het fotoboek dat ik gemaakt heb van onze vakantie
naar Cambodja en Laos eerder dit jaar.
Zoals eerder aangegeven is de basis voor het boekblok het
saa-papier dat ik in de buurt van Luang Prabang in Laos gekocht heb.
De achterzijde van het boek.
De voorkant van het fotoboek.
Vandaag behoorlijk opgeschoten met het boek
met foto’s die ik gemaakt heb in Bangkok, Cambodja en Laos.
Eerst heb ik de introductie op maat gesneden.
De tekst is geprint met de computer en printer.
Die tekst is in het boek opgenomen.
Vervolgens zijn de draden van de rug losgeknipt en de
uiteindjes zijn gelijmd weggewerkt in de rug.
Toen heb ik kleine dunne stukjes karton gesneden ter
grootte van de rug/het stiksel en de breedte van de
stroken leer.
Die rugstukjes zijn vooral bedoeld om oneffenheden,
als gevolg van het naaien, weg te werken.
Die rugstukjes zijn aan alle vier de zijdes schuin
afgeschuurd om het leer er zo natuurlijk mogelijk over te laten vallen
Het naaiwerk is niet fraai maar daar zie je straks niets meer van. Op de voorgrond ligt het kleine stukje karton dat over het stiksel gaat komen en een soort van rug vormt.
Voordat ik het leer definitief op maat snij pas ik met een stuk karton normaals de grootte van de geplande strook leer. Deze strook komt op de achterkant, de rug en de voorkant van het boek.
Als het leer gesneden is nog een keer passen. Nu teken ik de plaats af waar het leer gaat komen (het leer is iets groter dan de kartonnen rug) en waar ik het leer ga lijmen.
Nadat de onderste strook leer gelijmd is op de rug en de voorkant van het boek, de rug voor de bovenste strook leer gesneden is, geschuurd en gelijmd, pas ik de strook leer voor de bovenste strook aan. Die bovenste strook zal op de rug (in het Engels ‘spine’), de voorkant, de kant waar het boek opent (in het Engels de ‘fore-edge’) en dan pas op de achterzijde van het boek uitkomen. Deze strook leer is de sluiting van het boek. Je ziet hoe mooi het saa-papier met zijn blaadjes zichtbaar blijft bij dit boek.
Zo gaat de achterkant er uit zien. De sluiting moet nog wel aan de bovenste strook leer bevestigd worden. Dat wordt een eenvoudig leren lint. Voordat ik de bovenste strook leer ga bevestigen snij ik de kant van het boek waar je het boek opent (fore-edge) schoon op de snijmachine. Dan komt de bovenstre strook leer mooier om het boek.
Dit is het voolopige resultaat. De teksten ‘Cambodja’ en ‘Laos’ heb ik een tijdje geleden al gesneden. In de tussentijd heb ik besloten de stroken leer veel smaller te maken. ‘Laos’ past nog wel op de onderste strook maar ‘Cambodja’ niet meer op de bovenste. Daar moet ik nog iets op verzinnen. Opnieuw snijden lijkt de simpelste oplossing maar ik heb waarschijnlijk te weinig leer van die kleur.
Ik ben een boek aan het maken met foto’s gemaakt
tijdens onze reis naar Cambodja en Laos.
In Laos kocht ik ‘kaarten’ van saa-papier.
Die ben ik nu aan het inbinden.
Gisteren eerst de gaatjes geprikt waar de draad door zal gaan.
Te beginnen met het laatste katern ga ik twee aparte naaiwerkjes aanbrengen. Ik wil veel draad aan de buitenkant van de rug zien maar onder de stroken leer (die je nu natuurlijk nog niet ziet). Daar hoop ik dan veel stevigheid aan te kunnen ontlenen voor het boek.
Maar eerlijk gezegd valt het niet mee. Het papier is broos. De blaadjes zijn vaak in het papier verwerkt maar soms liggen ze er bijna op. Die vallen nu spontaan van het papier.
Het boek is ‘Het boekbinden voor allen’.
Een boek uitgebracht in 1917 over boekbinden.
Eigenlijk richt het rich op het repareren van een boek uit je eigen boekenkast.
Niet op het restaureren van oude, historische boeken.
Maar van een boek dat met relatief eenvoudige middelen en vaardigheden
door mensen zelf gerepareerd kan worden.
Nu ik het boek weer uit de boekenpers haal zie ik gelijk dat het gebruik van minder lijm en het eerder toepassen van bescherming tegen vocht, geholpen heeft. Het schutblad aan het begin van het boek zit er mooier in dan dat aan het eind van het boek.
Het boek ‘Het boekbinden voor allen’ is geschreven door Maurice Esschen en uitgegeven en gedrukt in 1917 bij Gust Janssens.
Het etiket met als tekst ‘Claudia Sträter Real leather’ zat in de jas op de binnenvoering gestikt. Daar heb ik het afgehaald en nu als een soort fake-etiket op de leren band bevestigd. Het boek ziet er best leuk uit.
Op naar het volgende project.
Het viel niet mee om het leer recht te snijden.
Deze kwaliteit leer stropt makkelijk op.
De dichtgeklapte basis voor de boekband ligt hier op het ‘rechthoekige’ stuk leer. Als het goed is komt hier geen afval meer af. De werkelijkheid is dat het nog op een aantal plaatsen is bijgesneden. Het was moeilijk om de bepalen wat ik nu het best met de naden kan doen, daar waar die naden om de randen van de boekband gaan. Ik heb geprobeerd om met een leerdunmes zo’n naad dunner te maken maar dat viel niet mee. Daar komt bij dat als je die naad dunner maakt je ook het garen kapot snijdt waarmee de stukken leer in de naad aan elkaar zitten. Gezien de beperkte dikte van het boekje heb ik er nu maar niets aan gedaan. Maar zien hoe dat gaat uitvallen.
De platten, de basis van de boekband zijn hier tegen het leer gelijmd. Het leer aan de kop, staart en voorkant zijn nog niet omgeslagen.
De hoekjes zijn zorgvuldig geprepareerd en vervolgens is het overige leer naar binnen geslagen. Ik heb het boekblok er al in gelegd om zicht te geven op het volume en dus de dikte van het boek. ‘Het boekbinden voor allen’ van Maurice van Esschen.
Hier zicht op de voorkant waar twee dikke naden van boven tot bijna onderaan doorlopen.
Het idee kreeg ik van Aaldert De Lange van Boektotaal.
Als je nog weinig ervaring hebt in het werken met leer
en leren boekbanden, maak dan een boekband uit een oud stuk leer.
Van een meubelstuk bijvoorbeeld of een oude jas.
Dat laatste ben ik nu aan het doen.
Voor nu heb ik alles bij elkaar: een tornmesje om de jas te bewerken, het boekblok (met blauw schutblad) en het leren jasje van Claudia Sträter.
Eerst het boekblok schoonsnijden (op maat snijden in mijn snijmachine).
Dan kun je op de gewenste maat de platten (kartonnen basis voor de boekband) en de rug snijden. Dit boekje had misschien zonder rug gekunt. Het boekje is maar dun.
Met kraftpapier worden de losse delen van de boekband aan elkaar gemaakt. Nu heb je een rechte basis voor de boekband. Vast aan elkaar met heel flexibele scharnieren.
Vervolgens snij ik een lap leer uit de jas, groot genoeg voor de boekband en met alle naden zoals ik dat wil.
Dit is van de jas overgebleven.
Niet alleen vertrouwen op meten: ook veel passen. Je ziet dat ik de boekband makkelijk kan maken uit deze lap leer.
Hier zie je de afwerking van dat stuk leer aan de achterkant. De rug bestaat uit een groot aantal stroken die aan elkaar gemaakt zijn. Vandaar de naden. Daar waar naden lopen is ter versterking aan de achterkant een soort band meegenaaid. Ik denk dat dit geen enkel probleem is. Wel heb ik overtollige draden en stroken gaas weggeknipt.
‘De overgave’, een ander boek van Japin, heb ik als luisterboek
gehoord en dat was een spannend avonturenverhaal.
Bij ‘Kolja’ slaagt Japin veel minder.
Misschien komt het door de vorm die er gekozen is,
een soort raamvertelling, en die minder spontaniteit toelaat.
Misschien is de ‘onthulling’ van de geaardheid van
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski wat te hoog gegrepen.
Wat overblijft is een te gesuikerde versie van Japin’s waarheid.
Prettig om te lezen.
Arthur Japin, Kolja.