Vandaag ben ik begonnen het boekblok Pallieter in
te naaien.
Nog een eindje te gaan.
Wat Phou in het zuiden van Laos is een indrukwekkende
Khmer-site. Prachtig in het landschap gesitueerd.
Het is een World Heritage Site.
De hoofdtempel is het hoogst gelegen.
Lager liggen de ‘daltempels’. Eerlijk gezegd weet ik niet
of het tempels zijn. Op de kaart in de catalogus van het
museum dat bij de site ligt spreekt met van de noord en zuid
‘quadrangle’ en wordt het woord ‘palais’ gebruikt.
Vierhoeken zijn get zeker maar of het paleizen zijn.
Ik weet het niet.
Maar het is er prachtig. Hopelijk overtuigen mijn foto’s.
Je ziet op meer plaatsen in Azië de gewoonte vogeltjes in kooien te verkopen zodat pelgrims de vogels bij een tempel los kunnen laten. Misschien vreemd maar op de foto doet dat het meestal wel.
Vandaag zie je meer voorbeelden van restauraties die wel en die nog niet afgerond zijn.
We waren zowat als eerste op de site die dag. Dus ook als eerste boven bij de hoofdtempel en nu we weer beneden zijn is het daar opnieuw rustig.
Dit is een meer recente restauratie. Mijn indruk is dat daarbij die delen die (nog) niet gevonden zijn niet opgevuld zijn met reconstructies maar met blanco stenen die duidelijk opvallen.
Laos, Champasak, Wat Phou, Unesco, Restauration of the eastern porch of the southern quadrangle. Anders gezegd Restauratie van de oostelijke gevel van de zuidelijke vierhoek. Die is uitgevoerd door een groep uit Laos en uit Frankrijk tussen 2014 en 2016.
Dit is die Oostelijke gevel (Eastern Porch).
De basis van een kolom in reliëf.
Mijn grote vraag is:
Welke van de volgende twee versies van mijn foto is de mooiste?
Dit is de binnenkant van zo’n quadrangle. De buitenkant spreekt mij meer aan. Maar het betreft best grote oppervlaktes.
Later op de ochtend worden de foto’s beter. Het licht is nog steeds fel maar het vocht is wat uit beeld verdwenen. De ligging is super.
Na het bezoek aan deze site bezochten we het museum bij de site.
Daar mochten geen foto’s gemaakt worden.
Een film zoals je ze niet vaak ziet.
Met veel gevoel voor kunst en hoe de verschillende kunsten en
het alledaagse leven met elkaar verbonden zijn.
De film is een genot voor het oog en oor.
Hoewel het op hoofdlijnen een bekend verhaal is (Russische danser
voelt zich niet thuis onder het communisme in de Sovjet-Unie
en vlucht daarom naar het westen), biedt het verhaal
met de detailinvulling daarvan een fascinerende beeld van
het leven in de Sovjet-Unie, van een kunstenaar
en een bijzondere geest.
Ralph fiennes zelf acteur met een rol in de film, is de regisseur.
Oleg Ivenko kende ik niet. Ten onrechte.
Top acteerwerk van Ralph Fiennes en Oleg Ivenko in The White Crow.
*****
Al was het alleen de volgorde.
Ik ben dit boek begonnen met het bedrukken van boekbindlinnen
met een gelli-plate.
De inhoud, daar was nog niet over nagedacht.
Vervolgens bij ik afdrukken gaan maken van hout waar ik
van af moest. Het was beschikbaar gekomen omdat ik een paar
pallets klein had gezaagd.
De afdrukken zijn op papier gemaakt die heel wisselend
van karakter zijn: gekleurde kartonsoorten en bamboepapier.
De afmetingen van de afdrukken sluiten niet aan bij de grootte
van de het linnen.
Het leeslint is gemaakt van stukjes snijafval van de
houtafdrukken en deels met garen aan elkaar geknoopt.
Dus alles aan dit boekje is experimenteel. De band is voorzien van spuitvernis. Maar zien wat op langere termijn daar mee gebeurt.
Terwijl je rondloopt op een soort diepe richel tegen de berg aan, is er van alles te zien maar kom je uiteindelijk toch weer bij de hoofdtempel uit. Daar maak ik nog wat foto’s en beginnen dan de weg terug naar beneden.
Die hoofdtempel is dit gebouw. De naam is Wat Phou (of welke variant van de spelling je ook kiest).
Waarom twee keer dezelfde foto? Ik experimenteer hier met het licht. De zon is in de ochtend al meteen heel hard. Deze foto is sneller gemaakt dan de vorige. Daarom is die wat donkerder. Ziet het er toch weer anders uit.
Zoals de meeste opgravingen is het hier ook een soort driedimensionale puzzel. We kijken naar verschillende lagen uit verschillende tijden, al dan niet aangevuld met restauraties in verschillende kwaliteiten, en ook al lijkt het nu één gebouw, we kijken naar een mix van stenen die over honderden jaren is ontstaan. Dat maakt het zo ingewikkeld.
Tel daar nog eens bij de voor ons op het eerste gezicht vreemde godsdiensten en de verwarring is compleet. Maar dat maakt het allemaal niet minder mooi. Volgens de catalogus is dit: De moord op Kamsa door Krishna.
Ongeveer halverwege naar beneden zitten mensen offers te maken. Slimme bloemstukjes die ze verkopen om bij de vele tempeltjes te plaatsen.
Dit is echt creatief met palmblad.
Een bloem van de Frangipani.
Ergens op een van de terrassen zie ik dit torso. Een gehurkte (?) stenen figuur.
Zomaar wat schaduwen onderweg naar beneden.
We zijn beneden bij de daltempels aangekomen. Die gaan we nog eens goed bekijken. Daarover meer in een volgende blog post.
Gisteren ben ik begonnen met het voorbereiden van het naaien van de losse katernen van Pallieter tot een boekblok. Daarbij kwam ik op pagina’s die ik nog niet eerder gezien had. Zoals deze.Netheland, interessante term (de landelijke omgeving met het wijde land langs de rivier De Nethe).
Ik ben begonnen de katernen voor te prikken zodat het naaien straks eenvoudiger verloopt. Daarbij gebruik ik deze naaimal of prikmal.
De volgende keer kan het naaien beginnen.
Het boek heb ik nog nooit gelezen maar de naam
van het boek en de schrijver zijn bekend.
Atelier de Ganzenweide heeft het nu in losse katernen uitgebracht.
Gisteren heb ik de katernen eens rustig bekeken en de aanwijzingen
voor de boekbinder doorgenomen.
Bij de tekst zit eigenlijk altijd ook een katern met blanco papier. Mooi om aan het begin en/of einde van de tekst toe te voegen.
Maar met deze versie van Pallieter van Felix Timmermans is meer aan de hand. Ooit is dit boek verschenen met één pagina die ontbrak. Rob Koch heeft dit in deze versie meteen gerepareerd maar op zo’n manier dat dit wel zichtbaar blijft.
In deze versie zit zowel een pagina 48 als een pagina 48 met * en een pagina 49.
Dus ik heb de aanwijzingen bekeken en een enkel katern losgesneden en die in de volgorde geplaatst die mij aanspreekt.
Mijn versie van Pallieter zal deze indeling volgen:
1. Aanwijzingen voor de binder (met ingeplakt vel)
2. Half blanco katern
3. Intro
4. Katern 1
5. …
6. Katern dat eindigt met pagina 48
7. Minikatern met pagina 48*
8. …
9. Laatste katern met tekst
10 Half blanco katern
Dus ik neem de ‘Aanwijzingen voor de binder’ op in mijn exemplaar.
Op de lege pagina heb ik het bedrukte vel geplakt dat Rob Koch
ter identificatie van de stapel katernen heeft gemaakt.
De aanwijzingen en dit inplakvel horen natuurlijk niet bij het verhaal van Felix Timmermans maar wel bij mijn versie.
Tijd om dit eens te gaan inbinden. Over de band loop ik nog na te denken.
Een tijdje geleden kocht ik een aantal jaargangen van
Boekenpost. Gisteren heb ik er een paar doorgenomen en
stuitte toen op onderstaand verhaal uit 1992 van Huub Nelis over
boeken die in de Tweede Wereldoorlog zijn gestolen in Nederland
en uiteindelijk terechtkwamen in Rusland en vandaar
weer terug naar ons land.
Een toepasselijk verhaal voor 5 mei.
De illustraties die in zijn geheel in één kolom stonden
heb ik overgenomen.
1e jaargang, nummer 2, november/december 1992
Kort geleden schreef ik een artikeltje over een prachtig boek
en gaf daarbij aan dat ik over 2 fantastische aankopen wilde schrijven.
Tot nu toe is het bij het eerste verhaaltje gebleven.
Dus vandaag los ik mijn schuld in.
Het tweede boek is geschreven door H. T. M. van Vliet:
Een orchidee tussen de aardappels – Louis Couperus bespot in woord en beeld.
De omdoos bevat twee boeken uitgegeven door Carbolineum Pers, Kalmthout, 2019.
HTM van Vliet, Een orchidee tussen de aardappels – Louis Couperus bespot in woord en beeld, uitgegeven door Carbolineum Pers, Kalmthout, 2019.
Ik vind vooral de manier waarop de omdozen zijn gemaakt heel mooi. De doos is van dun karton en past perfect om de boeken en vooral de rug. Bij eerdere aankopen bij Carbolineum Pers was dat ook het geval.
Het is een grote uitgave. Meer dan 300 pagina’s in twee delen.
Het colofon met portret op pagina 304.
Colofon
Dit boek is in 2017 – 2019 samengesteld en geschreven door H.T.M. van Vliet.
Het is in het voorjaar van 2019 uitgegeven door De Carbolineum Pers te Kalmthout, en verscheen op vrijdag 24 mei 2019 bij de opening van de tentoonstelling over hetzelfde onderwerp in het Louis Couperus Museum in Den Haag.
De karikatuur tegenover de titelbladzijde is door Gabriël Kousbroek speciaal gemaakt voor deze uitgave en voor de tentoonstelling.
het portret hieronder werd in 2002 door Bruno Vekemans getekend voor het boek “Le divin Louis. Een onbekende brief van Karel van den Oever over de Tachtigers”.
De titel van dit boek is ontleend aan een citaat van Johan C.P. Alberts (met dank aan Marcel van den Boogert), zie pagina 205.
De oplage bestaat uit 100 genummerde en door H.T.M. van Vliet gesigneerde exemplaren, waarvan de nummers I tot XX gebonden zijn in perkament en de nummers 1 tot 80 werden ingenaaid.
Dit is nummer 33
Helemaal los van deze publicatie las ik een tijd terug een nummer
van ‘Uitgelezen Boeken’.
In dit nummer uit 1998 schrijft Hans van der Horst al een boekje vol over bekende en minder bekende afbeeldingen van Louis Couperus.
Het is ook opgenomen in de bibliografie die Van Vliet opnam
in ‘Een orchidee tussen de aardappels’.
We zien bepaalde prenten ook weer terug maar de uitgave van
Carbolineum Pers is veel omvattender.
Couperus door J.H. Speenhof.
Couperus door J.H. Speenhof. Deze vind ik extra leuk door de ogen in de vazen die Couperus volgen op het podium.
Bij een eerdere uitgave, met een heel ander onderwerp,
viel me de omdoos gemaakt door Borris Rousseeuw al op.
Daarbij ging het om dit boek: Jules-Karel van West, De opvoeding van bibliofielen – Kanttekeningen van een boekbinder, Carbolineum Pers, Kalmthout, 2018.
Jules-Karel van West is geboren in 1889.
Hij overleed in 1969 en was heel zijn leven actief als boekbinder.
In 1953 verscheen in eigen beheer “Mémoires d’un relieur”.
In 1955 – 1957 verscheen een uitgebreidere versie hiervan in het Gentse vaktijdschrift “Grafiek”.
De titel was: “Kanttekeningen van een boekbinder”.
Het zijn deze 6 afleveringen die in dit boek verschijnen.
Borris Rousseeuw.
Dit is de heel fijne omdoos. Het boek is (lege pagina’s niet meegeteld) 48 pagina’s.
De tekst is erg leuk en tijdgebonden.
Om er even aan te ruiken de volgende regels:
Met gerechtvaardigde bezorgdheid verlangt de bibliofiel dan ook een kleurvaste bekleding van zijn fraaie boeken.
Dat is voor de boekbinder een der lastigste opgaven.
Toen een klant ons betreffende deze kleurvastheid ondervroeg, antwoordden wij een beetje binnensmonds:
“Laat ons eens kijken… groen wordt bruin… blauw wordt groen… rood krijgt, sinds het niet meer met vermiljoen wordt geverfd, een onbestemde kleur… bruin wordt geel…”
Toen barstte onze klant los: “Lap ze dan maar in ’t geel!”
We hadden het niet gewaagd hem te vertellen dat geel bruin wordt.
De opvoeding van bibliofielen – Kanttekeningen van een boekbinder
Pagina 38
Het gaat hier niet om een heel dik boek maar het zit perfect in de witte omdoos met mooie belettering op de voorkant en rug (op de foto niet zichtbaar).
Ook dit boek heeft een colofon:
Colofon
Deze tekst van boekbinder Jules-Karel van West is in juni 2018 digitaal gezet uit Times New Roman en in dezelfde maand eveneens digitaal gedrukt op gevergeerd Conqueror papier.
De eerste druk bestaat uit 60 genummerde exemplaren, waarvan de nummers 1 tot 10 gebonden zijn in kalfsperkament, 11 tot 40 in kartonnen band en 41 tot 60 in losse katernen, bestemd voor verwerking door nieuwe generaties boekbinders.
De exemplaren van de intekenaars zijn op naam gedrukt.
Dit is nummer 29,
Nee dit is geen verklaring over het klimaat.
Ik ga niet dreigen met de mogelijkheid dat in 20xx (vul zelf
de XX maar in) Breda aan zee zal liggen en dat we dan een zeestrand
ergens in de buurt hebben liggen.
Nee dit gaat over een evenement volgend weekend.
Het Kwadrant en het Kasteelplein in Breda. Meer precies het plein gefotografeerd vanuit het Valkenberg.
Op het Kasteelplein zal een toernooi beach volleybal plaatsvinden.
Daarom heeft men op donderdag een zeil met reclame op het hek gehangen.
Alleen dat hek staat rond steigers die vanochtend afgebroken zijn. Het hek is nu ook weg.
Hier staat het zeil te wachten op de volgende eigenaar.
Boven bij de hoofdtempel kun je naast de tempel nog vele andere dingen zien. Als was het alleen al het uitzicht op Kaos of de ‘daltempels’ van Wat Phou of Vat Phu.
Het is er magisch.
Er zijn ook een aantal figuren uit de rots gehakt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet altijd meer weet wat het voorstelt. Slangen.
De gaten in de rots op de grond moet ook iets voorstellen…..
Dit is dan weer heel duidelijk een olifant (met een kleine witte olifant voor de poten).
Uiteindelijk kom je dan toch weer bij de hoofdtempel uit.
Het was zo heerlijk rustig toen wij er waren. Al toen we naar beneden liepen werd het drukker. Maar dit was zo sereen.
Churning. Als amateur denk ik dat je hier twee rijen met mannen ziet (de hoofden ontbreken). Elke groep mannen houdt een slang (naga: half slang, half mens) vast die om een as gerold zit. De As is de as van de wereld: Mount Meru. Door de as in beweging te zetten wordt de oceaan van melk gekarnd (=churning). Een hele reeks bijzondere dingen leverde dit op. Zie bijvoorbeeld deze toelichting van de Britannica website.
Half in de schaduw en verder in de felle zon. Maar niet minder mooi. Volgens de catalogus van het museum is dit Shiva is ascetische houding met rozenkrans.
Op deze plaats zijn sporen van nog ouder gebruik van dit terrein gevonden. Tijd om de wandeling naar beneden te gaan maken.
De afdaling, terug naar de Mekong rivier, die volgt in een volgende blogpost.
…komt de hoofdtempel van Wat Phou (Vat Phou) in zicht.
Daar pak ik de draad weer op.
Een eerste blik op de hoofdtempel van Vat Phu in Champasak in Laos. Door kenners van het Khmer-rijk of Angkor-rijk wordt dit als de plaats aangewezen waar het Khmer-rijk begon.
Wikipedia zegt het zo:
Het tempelcomplex is gesticht in de 9e eeuw door Jayavarman II en was kortstondig de hoofdstad van het Khmer-rijk. Het hindoeïstische aspect van Wat Phou is ongewoon in het Angkoriaanse Rijk.
Dit is de volledige deurpost/dorpel waarvan de vorige foto een detail is. Volgens de catalogus van het museum is dit: Krishna trekt de naga/slang Kâliya uit elkaar. Eerste helft 11e eeuw.
De wandeling/klim naar boven was meer dan de moeite waard.
Vishnu op Garuda.
Indra op Airâvata.
Het dak van het gebouw vertoond heel wat gaten maar dat stopt de mensen niet er toch een tempel van te maken.
Met beelden, groot en klein, rustiek of druk, van een kleur of heel bont.
Rond de hoofdtempel is nog van alles te zien. Zo zijn onder/tegen de schuine kanten van de grote keien waaruit de berg bestaat ook plaatsen waar men goden kan vereren.
Tussen de benen van een groot grijs beeld staan dan weer een hele reeks heel kleurrijke beeldjes.
De wandeling gaat nog verder, om dan weer even
terug te komen bij de hoofdtempel.
Maar daar meer over in mijn volgende blogpost.
Na de ‘daltempels’ volgen we de weg die met stukken bestrating en dan weer trappen verder gaat de voet van de berg op. Het uitzicht is prachtig al is de foto schuin tegen de zon in en is de lucht nog klam van de koudere temperatuur ’s nachts.
Het is nog niet druk dus het crowd control bordje is nog niet nodig.
Zoals vaak in Azië wordt op heel veel plaatsen de mogelijkheid geboden om te bidden en offers te brengen. Dat hoeft geen officiële tempel te zijn (geweest). Vaak is een eenvoudig beeld of een steen of boom al genoeg.
Er zijn dan altijd mensen in de buurt die bloemslingers maken of andere kunstige en minder kunstige offergaven. Die verkopen ze dan aan de pelgrims en toeristen. Dit is van de categorie ‘Kunstig’.
Er staan frangipani-bomen. Die bomen hebben een zilvergrijze bast en de bloemen ruiken heerlijk.
Het valt niet zo op maar als je de berg oploopt loop je door een terraslandschap. De muurtjes lijken ook van de tijd waarin de complex is aangelegd. Er was hier al een complex in de 5e eeuw maar wat we vandaag zien is ontstaan is de 11e tot 13e eeuw. Wart begon als een Hindoeïstische tempel is nu een Boeddhistisch oord.
De weg snijdt in een rechte lijn door het landschap.
Het landschap is er prachtig.
Vanaf dit iets hogere punt zie je de twee baray’s. Bij de rechtse is ons bezoek begonnen.
Soms is de trap best steil.
De muur van een terras.
Hoe hoger je komt, hoe mooier het uitzicht wordt.
Naar de hoofdtempel is het nu niet ver meer.
We hoeven ook niet echt ver meer te klimmen.
Daarover een volgende keer.
Vat Phou of Vat Phu is een tempelcomplex aan de voet van een berg.
Die berg heet Phou Khao.
Net als de laatste tempel in Cambodja speelt hier het landschap een hoofdrol.
Preah Vihear in Cambodja ligt op een richel in de bergen,
hier ligt het complex tussen de rivier en de voet van de berg.
Hier begint het complex met twee kunstmatige meren (baray),
een klein eindje van de Mekong rivier. Vanaf een van die
kunstmatige meren loopt een weg naar de voet van de berg.
Die weg hoort bij het complex en net voor de berg echt begint staan er
al een aantal gebouwen.
Vanaf die gebouwen vervolgd de weg naar een trap.
Die trap gaat naar het complex op de berg.
Vandaag foto’s van het eerste deel, baray tot aan de eerste groep
gebouwen.
Zicht op een van de twee barays. Foto gemaakt met het tempelcomplex in de rug. Vat Phou is een World Heritage Site.
Dan de weg naar de voet van de berg. We verblijven dicht bij dit complex dus we kunnen al vroeg op de site zijn. Nu zijn er nog niet veel toeristen. Het wordt een warme dag.
Langs de weg staan deze steles opgesteld.
De verschillende gebouwen liggen prachtig in het landschap. Van deze groep gebouwen zijn vooral de gevels heel erg de moeite waard. Maar vergeet zeker het landschap niet want het is er fantastisch.
De centrale afbeelding in een van de gevels.
Hier zie je de hele gevel waarvan de vorige foto een detail is. Je ziet dat ahet gebouw op een verhoog staat. Dat de gevel tijk versierd is met op de hoeken veelkoppige slangen. De gevel heeft een soort dubbel ‘puntdak’
Een dorpel boven de deur.
Dit is een detail aan de onderkant van een deuropening.
Niet alle gevels staan rechtop. Hier zie je een poging om delen van een gevel samen te brengen.
Laos, Champasak, Vat Phou (Vat Phu).
De belangrijkste tempel van dit complex ligt voorbij deze weg waar een trap begint. Daar boven, tussen de begroeiing is die tempel te vinden. De volgende blog post over Laos zal daar meer van laten zien.
Op de tentoonstelling kocht ik een paar kaarten.
De werken van Hocks zaten vaak achter glas en dan kun je
moeilijk foto’s maken zonder spiegelingen.
Maar bij kaarten heb je dat probleem niet.
Allereerst is daar de poster van de tentoonstelling:
Teun Hocks, Zonder titel, 1994.
Bij het zien van dit werk schoot me meteen de afbeelding te binnen die in Breda is te zien in de gevel van het pand aan de Oude Vest 11 – 13. Je ziet het hieronder. Het is op zijn minst gemaakt naar Teun Hocks of misschien is hij daar zelf bij betrokken geweest.
De tafelkleden lijken wel verdacht veel op elkaar.
Teun Hocks, Zonder titel, 1999.
Teun Hocks, Vrienden en kennissen, 1982 – 1983.
Met heel veel plezier heb ik het boek ‘Onze wederzijdse vriend’,
vertaald door Peter Charles, gelezen.
De originele titel is Our Mutual Friend en
de schrijver is Charles Dickens.
Het is de laatste roman die volledig door Charles Dickens is
geschreven. Er is nog niet afgemaakt werk na deze roman.
Bij het uitkomen van de roman werd aangegeven dat het toch wel
complex was.
Daarom ben ik een lijstje met de hoofdrolspelers gaan maken
op de achterkant van de boekenlegger.
Maar uiteindelijk bleek dat niet nodig.
Charles Dickens, Onze wederzijdse vriend.
Vooral de passages aan het begin en het eind van het boek
zijn briljant: de scene op de Theems, de eerste kennismaking
met de Veneerings en eigenlijk sluit de roman met een scene
bij de Veneerings af.
Wikipedia:
Mr and Mrs Veneering – a nouveaux-riches husband and wife whose main preoccupation is to advance in the social world. They invite influential people to their dinner parties where their furniture gleams with a sheen that they also put on to make themselves seem more impressive. They “wear” their acquaintances, their possessions, and their wealth like jewellery, in an attempt to impress those around them. Veneering eventually goes bankrupt and they retire to France to live on the jewels he bought for his wife.
Er zitten meerdere verhaallijnen in wat het verhaal, dat natuurlijk een happy end heeft,
ook voor een moderne lezer interessant houdt.
Het loopt dan wel goed af maar het einde had melodramatisch kunnen zijn
en dat is het niet door de volgorde die Dickens kiest in het afwikkelen
van de verschillende verhalen.
Als bij een goed boek, wil je steeds de volgende pagina lezen.
Dat is natuurlijk ook een compliment voor de vertaler die het Engels
van Dickens uit 1864 – 1865 voor ons leesbaar houdt.
Al eerder schreef ik korte stukjes over Roos Holleman.
In 2012 schreef ik een stukje over het Eindexamen St. Joost.
In die blog was een eerste werk van haar te zien: een vuurgoudhaantje.
Haar werk vond ik meteen mooi.
In 2018 schreef ik opnieuw een blogpost over een crowdfunding actie
voor een boek van haar.
Onlangs heb ik een boek met haar werk gekocht.
Roos Holleman: The Centre of Attention. Een boek met afbeeldingen van haar werk. Van de vroege werken tot de meer recente. Er is een inleiding opgenomen geschreven door de kunstenaar zelf en een paar beschouwende essays. Maar haar werk staat centraal.
Het boek staat vol met vooral getekende afbeeldingen van dode vogels. Sommige nog mooier dan andere. Vogels zoals je die kunt zien in westerse verzamelingen. Daarnaast nog een aantal andere exotische voorwerpen maar die zijn in de minderheid.
De tekeningen zijn vaak groot en in het boek zijn dan ook een paar uitklapbare pagina’s opgenomen waar geprobeerd wordt de vogels in hun volle omvang te tonen. Zoals hier een prehistorische vogel.
Hier een voorbeeld van een typische ‘balg’ van een vogel in een verzameling. Om de kleurenpracht van het verenkleed eenvoudig te kunnen vervoeren werd de geprepareerde huid van de vogel met daaraan de veren, verzonden naar Europa of Amerika om daar dan in een collectie of museum te belanden. Zo’n geprepareerde huid met veren noemt men een balg.
De boeksnedes zijn rood gekleurd. Hetzelfde rood als dat van de veren van de Count Raggi’s king ‘Bird-of-paradise’ (de Paradisaea raggiana of paradijsvogel).
Als boek zijn er wel wat op- of aanmerkingen te maken maar
de afbeeldingen zijn wederom prachtig.
Ook de essays leren je meer over de fascinatie van Roos Holleman.