Nou ik wel.
Voor mensen die geregeld een kijkje nemen op mijn blog
zal dat wel duidelijk zijn:
ik maak af en toe ‘grafiek’ en bind boeken.
Kamagurka, NRC, 10 mei 2025.
Als het op het laatst fout gaat met het inbinden van
een bandzetter, dan is het bij mij meestal
dat het boekblok scheef in de band komt.
Niet iedereen ziet dat meteen, maar ik wel.
Zeker als ik naar de boeken kijk die ik zelf ingebonden heb.
Al een tijdje denk ik na over hoe ik dat eenvoudig kan voorkomen.
Daarom heb ik voor De Krater een manier bedacht
die ik nu wil uitproberen.
Voor een cursus edelsmeden heb ik een vlaktas gekocht.
Het is een blok staal, 10 bij 10 centimeter en een paar
centimeter hoog.
Je kunt het ook een aambeeld noemen, of een stuk spoorbiels gebruiken.
De vlaktas weegt behoorlijk wat en als ik hem op de boekband
leg blijft de boekband beter liggen en kan ik de zijkant van de blok
gebruiken als de ‘vangrails’ waar de rug van het
boekblok tegen gaat komen.
De vlaktas ligt op de boekband. Met een kant langs de kneep, precies op de plaats waar de rug van het boekblok moet komen. Aan de bovenkant van de boekband ligt het witte kneeplatje. Voldoende op de boekband om een marge te hebben gelijk aan de marge aan e onderkant van het boek. De driehoeken houden het latje op zijn plaats.
Later kocht ik kneeplatjes. Die gebruik ik
altijd om bij de basis van de boekband de ruimte tussen de
platten en de rug te bepalen.
Dit keer gebruik ik een van deze latjes als buffer
tussen de buitenrand van de boekband en het boekblok
tijdens het lijmen. Om het kneeplatje op zijn plaats te houden
gebruik ik twee metalen driehoeken die zelfstandig blijven
staan.
Alles ligt gereed om te gaan lijmen.
Het boekblok met het met lijm ingesmeerde schutblad ligt al op de boekband. Deze keer veel rechter dan bij vorige pogingen.
Ik verplaats de vlaktas naar de voorkant van het boek. Ik leg hem tegen het achterplat aan zodat als ik dadelijk, na het met lijm insmeren van het voorplat, het boek sluit, de twee platten recht boven elkaar komen.
Tussen boekblok en gelijmd schutblad leg ik bakpapier om
het vocht van de lijm uit het boekblok te houden. Vooral
van belang als het boek ligt te drogen in de boekenpers.
Voor een eerste test met de Vlaktas en Kneeplat ben ik tevreden.
Vierhonderd jaar geleden verscheen het boek ‘Denken over oorlog en vrede’
dat geschreven werd door Hugo de Groot.
Zijn werk is in de huidige instabiele wereldpolitiek nog steeds actueel en
daarom is het een goede reden zijn boek in te binden.
Als mogelijke bindmethode werd door Stichting Handboekbinden de ‘spitselband’
voorgesteld door twee artikelen van de hand van Karin Cox.
Mevrouw Cox verwijst naar een beschrijving van Peter Goddijn in zijn boek
‘Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden’.
In een serie blogberichten probeer ik te doorgronden wat dat is
‘een spitselband’ en hoe het bindproces in elkaar steekt.
Dat doe ik voordat ik aan het binden ga beginnen.
Daarvoor loop ik de stappen die Cox en Goddijn aandragen door en
probeer ze te begrijpen.
Daarna besluit ik wat ik wel en niet ga doen.
Laat ik deze keer eens beginnen bij het woord ‘spitsel’, daar
zit misschien iets in van het woord ‘spits’?
‘Spitsel’ volgens het Groot woordenboek der Nederlandse taal:
patroon voor kantwerksters
Je snapt dat deze betekenis niet de betekenis is
die schuilt achter de term ‘Spitselband’.
Of toch?
Nog eens verder zoeken.
‘Kneep en binding’ biedt een oplossing.
Als je zoekt in het document komt het woord op 2 pagina’s voor waarvan
één in het overzicht Nederlandse termen (index).
In de tekst komt het woord ‘spitsel’ voor in een soort van bijrol.
Bij 52.8 (op pagina 69), onder onderwerp 52 worden ‘omslagen’ besproken.
Bij 52.8 betreft het een verklaring van de ‘doorgehaalde binding’:
“binding die dichtbij het scharnier tussen rug en plat door een doorboring (spleet) in omslag of bekleding naar buiten treedt en zeer dicht daarbij door een tweede doorboring weer naar binnen”.
Okay, dat helpt enorm om te begrijpen wat een spitselband eigenlijk is.
Je bindt de katernen aan elkaar en aan stroken perkament die later
door de boekband naar buiten gaan en meteen weer naar binnen.
Als je dat een beetje aantrekt dan helpt de stug- en stijfheid van het perkament
om een boek te binden zonder (veel) lijm te gebruiken (denk ik).
Om dan te vervolgen met:
“Vaak wordt slechts een smal deel van de binding doorgehaald (dit smalle deel heet spitsel);”
Nu zijn we er.
Er staat ook een tekening bij die dit verduidelijkt.
Deze tekening komt uit: WK Gnirrep, JP Gumbert, JA Szirmai, Kneep en Binding – Een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden, de tekeningen zijn van JA SZirmai. Je ziet, te beginnen links, de katernen, de kettingsteek, een spitsel – meegebonden en gevouwen naar de vorm van het boekblok en dan rechts de perkamenten bekleding waar de spilsel doorgehaald is.
Okay, nu snap ik beter wat ik ga maken.
Ik heb al eens een band gemaakt waarbij de perkamenten stroken, gedraaid
als veters, door de band werden gehaald en op de rug werden gebonden.
Dit lijkt me een soort ‘verbeterd model’.
Ik zeg niet dat als ik het begrijp wat ik moet maken, ik het ook kan maken,
maar de kans van slagen neemt wel toe.
Wat zeggen Cox en Goddijn over hoe je de spitsels moet maken?
Onder het kopte ‘nodig’ noemt ze ‘stroken soepel perkament voor de bindingen’.
Verderop in de tekst krijg je meer detailinformatie die ik al een keer vermelde.
Samenvattend: drie stroken van 1 cm breed en 20 cm lang en de
‘achtersteeksels’ zijn 1 cm breed en 4,5 cm breed.
De 4,5 cm is waarschijnlijk mede afhankelijk van de breedte van de rug.
De 15 katernen zijn waarschijnlijk 3,5 cm breed (?).
Mijn 20 katernen zijn bijvoorbeeld ruim 4 cm.
In het tweede artikel staat dan nog:
‘Rijg de spitsels door de gleuven. Knip hiervoor de uiteinden van de spitsels schuin af.’
De tekst maakt duidelijk dat de spitsels door het perkament van de boekband zal worden geregen aan zowel de vóór- als achterkant van het boek.
De tekst van Goddijn zegt op pagina 155:
‘8 stroken kalfsperkament van 1 cm breed en twintig cm langer dan het boek(blok, aanvulling Argus) dik is en waaraan aan één zijde een punt geslepen is’
Maar ook bij Goddijn worden de spitsels later nog smaller gesneden
aan de uiteinden. Ook hier gebeurt dit aan vóór- en achterzijde.
Intussen is mij in beide teksten al duidelijk geworden dat
er naast de spitsels en de boekband nog meer perkament
nodig is!
Maar daarover later.
AI (Copilot) geeft aan dat mijn tekst zekerder mag overkomen.
Ik gebruikt ‘waarschijnlijk’ en ‘denk ik’ maar dat doe ik bewust.
Zelf heb ik dit boek nog nooit gemaakt dus pas over een tijd,
als mijn exemplaar is ingebonden, kan ik deze tekst nog een keer
schrijven met meer zelfverzekerdheid en overtuiging.
Vandaag is dit nog steeds een verslag van mijn voorbereiding.
En de titel is natuurlijk niet spannend genoeg 🙂
Dit boek is aan mijn aandacht ontsnapt.
‘The way I read it – Zoals ik het lees’ van Billy Collins,
in de vertaling van Harrie Jonkman, verscheen al begin 2024.
Ik kocht het veel later en heb het nu gelezen.
Billy Collins, The way I read it – Zoals ik het lees, in een vertaling door Harrie Jonkman, met portretten van Sam Drukker. Statenhofpers, Den Haag.
Billy Collins is een Amerikaanse dichter en uit zijn dichtwerk
van 1988 to 2022 werd een selectie gemaakt en voorzien van enkele
portrettekeningen van Sam Drukker.
Het boek verscheen bij de Statenhofpers samen met ‘Anker’, een
gedicht van Mensje van Keulen met een lino-afdruk van de hand
van Olivia Ettema.
Gedichten lees ik niet veel en ik heb er ook niet echt ervaring mee.
Maar het boek is mooi uitgegeven zoals meestal bij de Statenhofpers.
De beelden ie Collins in zijn werk oproept zijn mooi en dat maakt
het dat ze leuk zijn om te lezen.
Een voorbeeld van pagina 14:
Winter syntax
A sentence starts out like a lone traveler
heading into a blizzard at midnight,
tilting into the wind, one arm shielding his face,
the tails of his thin coat flapping behind him.
Zoals je ziet geen rijm,
er is geen opvallend metrum.
Vorm is er wel.
Zinnen breken af, net als bij andere dichters,
op inhoudelijk onlogische plaatsen om te vervolgen
op een volgende regel.
Het goede nieuws is dat er meerdere gedichten zijn over poëzie
in deze bundel. Op pagina 18 staat ergens in het midden van de pagina:
Introduction to Poetry
I want them to waterski
across the surface of a poem
waving at the author’s name on the shore.But all they want to do
is tie the poem to a chair with rope
and torture a confession out of it.They begin beating it with a hose
to find out what it really means.
Het beeld van de waterskiër die zwaait naar
de schrijversnaam aan de kust vind ik mooi en
vol humor.
Die humor kom je vaker tegen.
In het Engels twee woorden. In de Nederlandse vertaling slechts één woord. Maar het Latijn voor ‘Ga met me mee’ is iets anders dan ‘handboek’ of ‘gids’. Soms, zoals hier, zijn de gedichten net raadsels.
De hele ‘Introduction to Poetry’.
De opvattingen van Collins over gedichten blijkt duidelijk
uit de afbeelding hierboven met ‘Introduction to Poetry’.
In de bundel komt dit meerdere keren aan bod.
Eigenlijk spreekt hij mij hier streng toe!
Hij schetst een haast fysieke ervaring van gedichten in plaats
van altijd weer die verstandelijke benadering.
Nog een laatste voorbeeld van de droge humor.
Je kunt het boek beter zelf lezen dan dat ik
nog meer voorbeelden geef.
In 2024 schreven De Chabotten het boekenweekgeschenk ‘Gezinsverpakking’.
Dat is het tweede boekje dat ik wil gaan inbinden in het stuk textiel,
blockprint, uit India.
Die stof bracht ik dit jaar mee terug naar Nederland.
Dit is het stapeltje losse katernen dat ik via de Stichting Handboekbinden heb gekregen.
De katernen moeten straks nog op maat gesneden worden. Een katern is een paar bedrukte vellen papier die netjes gevouwen zijn.
Om het in te binden ga ik gaten prikken in ieder katern. Daarvoor gebruik ik de prikmal. De gaten bevinden zich dadelijk in de bladspiegel van het boek. De gaten hadden nog dichter op elkaar mogen zitten maar het kan wel. Het bovenste en onderste gat komen straks op 1 centimeter van de boven- en onderkant van het boekblok.
Voor de draad heb ik anderhalve meter afgeknipt: de afstand tussen het onderste en bovenste gat is 19 centimeter. Het zijn 6 katernen. Ik neem dan 7 x 20 centimeter= 140 cm, afgerond 150 cm. ‘De eerlijke vinder’ heb ik ingebonden met een witte draad die met was behandeld is. Die draad laat zich makkelijker verwerken. Maar nu kies ik voor de zwarte draad.
Je begint met het laatste katern van het boek en bind steeds het voorgaande katern erbij.
Als het boekblok ingebonden is kan ik aan het gaas voor de rug en de schutbladen beginnen.
Schutblad – voor.
Schutblad – snijden.
Schutblad – passen.
Schutblad – voor en achter.
Schutblad – gereed om te lijmen.
Voor het lijmen van het gaas en het in de boekenpers plaatsen, heb ik de eindjes van de draad tussen de katernen gelegd.
Links het door mij ingebonden boekenweekgeschenk uit 2023: Lize Spit, De eerlijke vinder en rechts het geschenk voor 2025: Gerwin van de Werf, De Krater.
Citaat van de dag:
Vertrouwd raken met de personages uit een verhaal lijkt op het leren kennen van nieuwe mensen, inclusief hun karakter en gedachten. Hoe meer die personages van onszelf afwijken, hoe meer ze onze horizon verbreden en onze wereld verrijken. Via boeken kruipen we in de huid van anderen, strelen we hun lichaam en kijken we met hun blik.
Bovenstaande is een citaat uit:
Irene Vallejo, Uit liefde voor het lezen.
Sommige [dier]soorten zijn begiftigd met, in enkele gevallen, verbazingwekkend complexe communicatieve vaardigheden, maar geen enkel soort kan wedijveren met die van ons wat betreft souplesse, vrijheid en rijkdom van nuances. Dit linguïstische wonder stelt ons in staat tegelijkertijd in twee werelden te leven: in de tastbare ruimte die we delen met duizenden andere levende wezens en in een parallel universum, dat enkel en alleen van ons zelf is – de wereld van de fantasie, van de mogelijkheden, van symbolen – en waartoe geen enkel ander schepsel toegang heeft.
Bovenstaande is een citaat uit:
Irene Vallejo, Uit liefde voor het lezen.
Terug van vakantie, kon ik het niet laten.
Ik kocht meteen een stapeltje boeken.
Daar ben ik nog druk mee bezig en het zal nog wel even
duren voor ik ze allemaal gelezen heb.
Maar bij twee boeken wil ik al vast stilstaan.
Over het ene boek had ik al langer geleden wat gelezen.
Het leek me erg interessant omdat het aansluit bij
mijn interesse voor de Zijderoute en dus ook India.
Op vakantie las ik een recentie van een boek waarbij weer naar
‘Stormruiters’ werd verwezen. Ik besloot dat ik het zou kopen,
terug in Nederland.
Het andere boek leek me interessant omdat ik verwacht dat
iemand uit Iran meer kennis heeft en meer gevoel heeft
bij de oude verhalen rond Zarathustra.
Nu ik in beide boeken aan het lezen ben blijkt dat de boeken
elkaar versterken.
Kader Abdolah schrijft in ‘Zarathustra spreekt’ over de
mensen die op de steppe leven en hun taal (pagina 23 en verder).
Peter Hoppenbrouwers gaat in ‘Stormruiters’ net een slag dieper.
Zijn inleiding (die ik gelezen heb) is een soort leescollege
over de mensen en de taal van de steppe.
Deze boeken lijken me beide een spannend avontuur.
Kader Abdolah, Zarathustra spreekt – Wie ben je Wat ben je En waarvoor ben je op deze wereld. De ondertitel fascineert me. Je kunt de vragen op meerdere manieren bekijken: ‘Wie ben je, Zarathustra?’, ‘Wie ben je, Kader Abdolah?’, ‘Wie ben je, lezer?’. Waarom heeft Kader Abdolah hier niet gekozen voor de ik-vorm? Wie ben ik Wat ben ik En waarvoor ben ik op deze wereld. Dat lijkt me sterker. Op pagina 23 schrijft Abdolah: ‘Waarom vertel ik dit? Ik vertel dit omdat ik op zoek ben naar mezelf, naar onszelf.’
Peter Hoppenbrouwers, Stormruiters – Stepperijken in Eurazië. Waar het boek ‘Zarathustra spreekt’ zich heel direct tot je richt, vraagt en levert ‘Stormruiters’ wat meer feitenkennis. In beide boeken hebben de schrijvers een manier van omgaan gevonden met incompleet bronmateriaal waar, in de tijd, verschillende visies op ontwikkeld zijn. Daarbij is het zoeken naar wat we nu als waarheid aanvaarden. Een hoogst actuele zoektocht, in meerdere opzichten.
Vandaag had ik een reisdag.
Van Gwalior naar New Delhi.
Dan denk je dat je niet veel foto’s gaat maken en
dat er geen ‘Foto van de dag’ tussen zal zitten.
Ik maakte drie foto’s waarvan ik er 1 een pareltje vind.
Anil Book Corner. Winkel in 2e-hands boeken.
Mijn Lonely Planet ‘India’ had ik hier waarschijnlijk goedkoper kunnen kopen dan in Nederland (zie in de bovenste helft van de foto, rechts van het centrum of tweede stapel van rechts). Anil Book Corner, Connaught Place, Delhi, India,
Boeken als herinnering.
Ik ben enthousiast over de tentoonstelling ‘Boeken als’.
Het snijdt een aantal thema’s aan, visie’s, toepassingen,
waaraan je misschien niet meteen denkt bij een boek:
boeken als icoon, ruimte, cultuur, hulpmiddel, expressie
en herinnering.
Een aantal van die thema’s waren of werden duidelijk aan de hand
van de boeken en kunstwerken.
Sommige vragen wat tijd. Dat is goed!
‘Boeken als cultuur’ was misschien meer een vraag aan de bezoeker,
een vraagmoment in plaats van een zendmoment.
Dat had voor mij duidelijker gemogen.
Het werk van Jorge Méndez Blake had ik onder ‘Boeken als ruimte’
geschaard, maar volgens de makers kan dat ook vallen onder
‘Boeken als expressie’.
Bij ‘Boeken als herinnering’ hink ik op twee gedachten maar
het drukte me wel op het Nederlands verleden op Taiwan.
Daar was ik me nog niet van bewust.
Dus het was genieten en heeft veel stof tot nadenken
gegeven. Ga Kijken!
Huis van het Boek, Boeken als herinnering, Bouke de Vries, Famille noir memory vessel, 2021, 18e eeuwse Chinese porceleinen vaas en glas.
Bouke de Vries, Fragile memory vessel, 2022, 18e eeuwse Chinese porceleinen vaas, glas en ‘fragile’-tape.
Unvergessliche Tage, twee zilveren hangers in de vorm van miniboekjes, eind 19e eeuw.
Jacob van Maerlant, Rijmbijbel, Noordelijke Nederlanden, circa 1332, handschrift.
‘Mijn dochter’?
Mij werd niet duidelijk wie de maker(s) zijn van dit werk maar ik vond het wel een opvallend beeld.
Dagregisters van het kasteel Zeelandia (Het dagboek van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in Taiwan). Transcriptie uitgegeven door J.L. Blussé, M.E. van Opstall, W.E. Milde en Ts’ao Yung-Ho; met medewerking van Chiang Shu-sheng en N.C. Everts (jaar van publicatie: 1986-2000).
Op de website van het Huygens Instituut vond ik de volgende
introductie:
De Nederlandse vestiging op het eiland Taiwan tussen 1629 en 1661 was in vele opzichten uniek van aard. Op Taiwan heeft de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) voor het eerst pogingen ondernomen om op grote schaal een land te koloniseren en te ontginnen. Het kasteel Zeelandia fungeerde als middelpunt voor de handel van de VOC in de Chinese Zee.
De beste bronnen ter bestudering van deze periode vormen de dagregisters, die een duidelijk beeld geven van de dagelijkse gebeurtenissen in en rondom het kasteel. Zij bieden een schat aan inlichtingen over verkenningstochten, kerstening, onderwijs, handel, de verhouding met China, immigratie van Chinezen en de uiteindelijke verdrijving van de Nederlanders. Voor de geschiedenis van Taiwan in de 17e eeuw zijn de dagregisters bijna de enige bron die beschikbaar is.
De uitgave van de dagregisters bestaat uit een transcriptie van de tekst, aanvulling van lacunes door middel van ander bronnenmateriaal van de VOC (overgekomen brieven) en inleidingen op de opeenvolgende delen.
De bronnenuitgave telt vier delen. Het project is uitgevoerd aan de Universiteit Leiden met periodieke steun van Taiwanese fondsen en in nauwe samenwerking met Taiwanese specialisten. Van de uitgave verschijnt een vertaling in het Chinees door prof. Chiang Shu-sheng, waarvan het eerste deel in Taiwan is gepubliceerd.
Niet iedereen heeft (toegang tot) boeken.
Onder deze tekst stond een interessant werk. Ook daarvan is mij niet
duidelijk geworden wie de maker(s) is.
Maar het beeld vond ik krachtig genoeg om op mijn blog te tonen.
Teruglopend naar de uitgang en het station maakte ik nog
een paar foto’s. Als toegift…
Hans Op De Beeck, Asleep, 2021, hout, staal, polyamide, polyester, coating.
Boeken als slaapmiddel?
#GeenHogereBTW.
Huis van het Boek, Boeken als expressie, Getijdenboek, Nederlanden, Utrecht, circa 1470 – 1480.
Een ‘Grolier-band’. Hermolaus Barbarus, Castigationes Plinianae, Rome, Eucharius Silber, 1492 – 1493.
Hier ben ik onzorgvuldig geweest. Ik heb de beschrijving niet gefotografeerd en daarom weet ik het waarom van het gordijntje niet meer. Passio S. Victorini amiterminae civitatis episcopus et confessor, Abdij Saint-Vincent, Metz, Frankrijk, between 1051 – circa 1070, handschrift.
Dit is het gordijntje. Misschien om de schildering te beschermen tegen vuil of beschadiging. Misschien om iets te verbergen?
De spiegel der menselijker behoudenisse, binding door Christiaan Micke, circa 1471. Al zegt de band dat het boek gedrukt is door Laurens Janszoon Coster, dat is niet correct. Het werk is wel in Nederland gedrukt. Mooie, prestigieuze band.
De eerste twee boeken zijn voorbeelden van een felle dialoog
in de tijd dat Twitter nog niet bestond.
Huis van het Boek, Boeken als ruimte, Balthazar Huydecoper, Proeve van taal en dichtkunde – In vrijmoedige aanmerkingen op Vondels vertaalde herscheppingen van Ovidius, Amsterdam, E. Visscher en J. Tirion, 1730. De opdracht op de rechterpagina is voor Aagje Deken. Die beantwoordt dit met een ander boek.
Quintus Horatius Flaccus, Hekeldichten en brieven, Amsterdam, Willem Barents, 1726, vertaling Balthazar Huydecoper.
Praelectiones Theologicae de Augustissimo eucharistiae sacramento ques in scholis Sorbonicis habuit, Honoratus Tournely, Parijs, apud viduam Raymundi Mazieres & JB Garnier, 1739.
Christiaan Huygens, Cosmotheoros, 1692 – 1695, manuscript.
Boek met brief. Boek: Oscar Wilde, The ballad of reading gaol, London, Chickwick Press, 1898. Brief: van Oscar Wilde aan Isabel Burton, 1887.
Vandaag nog voorbeelden van ‘Boeken als ruimte’ en ik maak
een begin met ‘Boeken als hulpmiddel’.
Aesopus, Aesopus Graecus per Laurentium Vellensem traductus, Zwolle, Peter van Os, circa 1494 – 1495. De eigenaar of gebruiker schreef ooit: ‘Petrus wesop de quatro ad 3um futurus’.
Vermoedelijk horen deze ‘boeken’ nog bij ‘Boeken als ruimte’. Wie de maker(s) is heb ik niet kunnen achterhalen.
Dit is een ‘Boek als hulpmiddel’. Het staat zelfs in de naam van het boek: Dr. Janus Amorosus, Hymen Venus Kupido, Nood- en hulpboekje voor verliefden en jonggetrouwden, Eene lecture voor de bedstede, Smyrna (nu Izmir), Turkeije, Abdul Hamet, eind 18e eeuw.
Dit enorme boek is van Petrus Comestor, La Bible Hystorians ou les hystoires scolastress (Historia scholastica), Parijs, 1372. Het boek is niet alleen heel dik het is prachtig gemaakt. Wat voorbeelden:
De pagina rechts en hieronder een detail daarvan:
Adam en Eva in het paradijs met de slang (die zo’n lief hoofdje heeft).
De pagina links en hieronder een detail daarvan:
Dit boekje helpt bij het leren lezen maar doet stiekum ook nog iets anders. Ornella Quericia Tanzarella, Sillabario e prime letture, illustratie van Mario Pompei, Rome, La Libreria dello Stato, 1930.
Dit is het startpunt voor vandaag. Veel gaat er niet meer gebeuren. Ik heb mijn naam in het boek geschreven, ik heb wat adressen opgeschreven en een medicijnen overzicht toegevoegd. De decoratie van de boekband wilde ik nog wat uitbreiden en de penhouder moest nog afgemaakt worden.
Bij het bekleden van de boekband had ik twee hoekjes afgesneden. Die komen nu van pas op het boekbindlinnen.
Door het rondzetten van het strookje boekbindlinnen kwam bij de uiteindes de achterkant boven te zitten. De achterkant is wit. Dat vond ik niet mooi dus dacht ik een soort van ‘voetje’ te maken waar het ronde deel van de penhouder dan doorheen zou moeten. Eenvoudig maar effectief.
Zo ziet de penhouder er dan uit. Dat lijkt me een prima oplossing. Maar bij het meten blijkt dat de pen te veel ruimte vraagt. De platten hadden nog minstens een halve centimeter langer moeten zijn. Nu drukt de pen in het boekblok en dat gaat omkrullende pagina’s tot gevolg hebben. Het was een goed idee (vond ik) maar bij de uitvoering schoor ik, letterlijk en figuurlijk, te kort.
Blij met het resultaat, nu nog op reis.
Vandaag was ik vrij en kon dus werken aan het reisdagboek
waar ik mee bezig ben. De tijd wordt krap.
Dit is het startpunt voor vandaag. De boekband heb ik onder bezwaar uit gehaald en hier pas ik het boekblok. Het ‘klassieke boekdeel’ van de band heb ik beplakt met wereldbollen. De fore-edge flap is nog kaal. Die ga ik bekleden met boekbindlinnen. Voor het contrast.
Het begin met meten en snijden van het boekbindlinnen. Ik bekleed de hele naad tussen het klassieke deel en de fore-edge flap. Hopelijk lukt dat met lijmen en gaat daar het linnen niet gauw open staan. Eenmaal gemeten, gesneden en gepast tijd voor aftekenen en inlijmen.
Dan verandert het beeld meteen. Ik ben er blij mee maar er moet nog veel gebeuren.
Dit is het complete beeld van de buitenkant van de boekband. Zo ongeveer de laatste keer dat ik het zo kan zien. Eenmaal vast aan het boekblok lukt dat niet meer zo eenvoudig.
Toen was het tijd voor de binnenzijde van de fore-edge flap. Ik gebruik hetzelfde papier als dat wat ik gebruikte voor de schutbladen.
Het idee is om aan boek een draad toe te voegen zodat het boek geholpen wordt om te sluiten. Nu is dat nog niet echt nodig maar wat zal de toekomst brengen. Overigens vind ik dit vlastouw (want dat is dit denk ik) gewoon mooi. Dit touw heb ik lang geleden gekocht maar nog niet eerder gebruikt.
Nu heb ik het papier al geplakt. Dat is eigenlijk te snel. Ik wil in het boek een penhouder maken. Eenvoudig uit een strookje boekbindlinnen gemaakt. Maar ik had de twee uitstekende delen onder het papier willen verwerken. Dat kan nu niet meer. Dus dan moet het maar even anders.
Zo past straks de pen in de houder. Maar nu eerst het boekblok in de band zetten.
Hier is het schutblad al tegen de achterplat gelijmd. Dat moet nu eerst drogen. Eerst het tweede schutblad lijmen tegen het voorplat.
Dan kan het geheel onder bezwaar. Het kan niet in de boekenpers vanwege de fore-edge flap en het feit dat de rugzijde van het boekblok breder is dan de fore-edge kant. Met hulpstukken zou dat misschien wel kunnen maar dan moet je een soort van spie op maat maken. Dat kost veel tijd. Zeker voor 1 boek. Tijd heb ik nu te weinig.
Vanmiddag heb ik het boek al even onder het bezwaar uitgehaald. Het is nog niet droog. Maar ik kan er al wel de draad aan bevestigen en deze foto maken. Ik ben best blij met zoals het gaat.
Er zit veel ruimte in de fore-edge. De vraag is hoe dat in het gebruik gaat uitvallen… Het boek is weer terug onder bezwaar. Morgen nog maar eens opnieuw kijken.
Langzamerhand komt er meer urgentie bij het afronden van dit boek.
Gisteren daar nog tijd aan gespendeerd.
Het boekblok is af dus tijd om aan de boekband te beginnen.
Ik ga proberen een soort van Arabische boekband te maken
met een fore-edge flap.
De band beplak ik deels met een decoratief papier (het klassieke
boekgedeelte) en de flap bekleed ik met blauw boekbindlinnen.
Eerst maar het papier.
Voor de schutbladen en de buitenkant koos ik twee soorten
decoratief papier met afbeeldingen van kaarten en wereldbollen.
Eerst het karton snijden voor het klassieke codex deel van de band. Voor een westers boek zou dit voldoende zijn voor de boekband. Twee diktes. De dikste maat voor de platten de dunste maat voor de rug.
Zo ziet het karton er uit voor de hele boekband. De fore-edge flap maak ik van de dunne papiersoort. Je kunt, als je heel goed kijkt, zien dat de fore-edge een beetje breder is dan de rug. Daar zal wel een wetmatigheid voor bestaan maar ik ken die niet. Voor de fore-edge heb ik de dikte genomen van de platten en het boekblok min 1 of 2 millimeter. Het issue is namelijk dat de rugkant van het boekblok breder (dikker) is dan de ‘buikkant’ (de fore-edge). Dat komt door het vouwen en binden met de extra gevouwen bladen (met de zakjes voor kaartjes en folders) aan de rugkant. Maar zo gauw als ik het boek ga gebruiken en kaartjes ed verzamel wordt het boek vanzelf dikker. Hoe dat gaat lopen zal de uitval uitmaken.
Hier zie je dat de rug dikker is dan de voorkant.
Dus als ik de losse delen bij elkaar zet dan zie je die maatverschillen. Maar dit is nog wel ingewikkeld. De voorkant staat ‘op de grond’ terwijl dat straks voor het boekbindlinnen niet het geval zal zijn. Hier heb ik het boekblok aan de voorkant een beetje opgedikt met een boekje. Maar dit is te onzorgvuldig om van echt passen en meten te spreken. Eerst de boekbandbasis maar eens in elkaar gaan zetten.
Dit is een al meer betrouwbaar beeld en je ziet de fore-edge flap ‘open’ staan. Er zit ruimte tussen de voorplat die aan het boekblok komt te zitten en de laatste flap van de boekband. Maar ik denk dat dit wel gaat werken (zei hij optimistisch).
Dit is ongeveer een kwart van het decoratiepapier. Hier komt het deel uit dat ik dadelijk als eerste nodig heb.
Dit, om precies te zijn, ga ik gebruiken.
Zo ga ik dat ongeveer tegen het karton lijmen. Maar dan de achterkant van het decoratiepapier tegen wat hierboven de bovenkant van de boekbandbasis is.
Hier zijn papier en boekbandbasis aan elkaar gelijmd en de hoekjes weggehaalde zodat ik de omslag kan gaan lijmen. Het geheel laat ik dan maar eens drogen onder bezwaar.
Bovenaanzicht van de boekband zoals ik die vandaag onder bezwaar uit haalde.
Van opzij is dit dan het beeld. Morgen verder.
Het was gezellig druk in de Pieterskerk in Leiden bij de Boekambachtbeurs van de Stichting Hanboekbinden. Er was dit jaar veel meer ruimte oor de stands en de workshops. Die workshops groeien steeds meer uit tot een eigen, zelfstandig onderdeel van de beurs.
Het grootste nieuws voor mij was toch wel dat de beurs volgend jaar in de Lebuiniuskerk in Deventer is (ik neem aan dat men de Lebuinuskerk bedoelt). Wel een minder centrale locatie in Nederland.
Het boek ‘Joe Speedboot’ van Tommy Wieringa was gratis verkrijgbaar,
dankzij het CPNB, in losse katernen.
De Stichting Handboekbinden verkocht in losse katernen het boek ‘Denken
over oorlog en vrede’. Een vertaling van het 17e eeuwse boek
‘De iure belli ac pacis’ van Hugo de Groot.
Deze eitie van het boek door AC Eyffinger en BP Vermeulen met een
inleiding door Ard van der Steur.
Gisteren heb ik de schutbladen gesneden. De boekbanddecoratie en de schutbladen worden van papier. Bij Papier Royaal twee verschillende soorten papier gekocht die iets met kaarten en wereldbollen te maken hebben. Nu kan ik het boekblok gaan afronden: schutbladen, leeslint, kapitaalband. Dan nog eens nadenken over de boekband.
Met een extra strookje papier op de rug. Niet perse nodig…
Dit is het plan voor de rug. Dus met een extra voorflap, zoals je ziet bij ingebonden Arabische manuscripten (fore-edge flap). Nog nooit gedaan dus dit is de eerste poging.