Nu is het wachten op de uitslag.
De schenkelworkshop 25
Vandaag was er niet zo veel te melden.
De jaarwaaier is gereed.
Helemaal tevreden ben ik niet maar ik heb niet het
idee dat ik de afbeelding beter kan krijgen.
Dus voor nu even stoppen.
Het boek-in-boek katern is ook gereed.
Dat moet nog een beetje op maat gesneden worden maar
dat ga ik later doen.
Intussen ben ik begonnen een kleine werkplank te maken om het lino snijden comfortabeler te maken. De plank krijgt een stootrand waartegen de lino gelegd kan worden. Die zal dan beter blijven liggen. Aan de andere kant krijgt het blad een rand om achter de tafelrand te blijven hangen. Binnenkort een foto van dit heel eenvoudige voorwerp. Voor nu 1 rand met houtlijm vastgezet. De volgende keer spijkers meenemen om de randen ook vast te kunnen spijkeren.
Kerst op Cabo Verde
Het eiland heet Santiago, we waren eerst van Cidade Velha
naar het fort gelopen:
Forte Real de Sao Filipe of Fortaleza Real de S. Filipe.
Onderweg terug naar Cidade Velha besloten we de rivierbedding
van Ribeira Grande op te zoeken.
Op het eerste gezicht een gewoon huis maar kijk eens naar de decoratie onder aan het dak/boven aan de gevel: maan, ster, maan.
Geen idee wat dit was of is.
Cidade Velha ligt in het ravijn geklemd.
Dit is het begin (of einde) van de weg die we nemen. Dit zal even later overgaan in een pad.
Links van de weg stond dit bord: Sidadi Velha Kandidata a patrimoniu di umanidadi of kandidaat voor wereld erfgoed. De inschrijving was in 2009 dus ik vermoed dat dit bord van voor dat jaartal was.
In het begin staan links en rechts muren maar dan neemt de natuur het over.
Geen idee wat voor soort vogeltjes dat dit zijn maar ze zaten zo knus bij elkaar.
Men hoefde niet verder aan te dringen. Tijd om om te keren. Morgen naar Praia.
De Schenkelworkshop 24
Gisteren eerst nog even gewerkt aan de jaarwaaier.
Van licht naar donker. Nog één jaartal te gaan.
Van de twee pagina’s met een schenkelmonument is er één met een gouden schenkel. Die zie je hier. Hiermee is het middelste katern gereed. De boek-in-boek constructie moet nog op maat gesneden worden en straks genaaid worden met de andere twee katernen.
“Ik ben maar een matrozenmeid / zo’n meid die zonder onderscheid /…”
In een stapeltje krantenartikelen over Hella Haasse zit
een artikel over een uitgave uit 2000 van de margedrukker
De Lange Afstand.
Teksten geschreven door Hella Haasse voor het cabaret van
Wim Sonneveld onder de titel:
“Yvonne de spionne en andere cabaretteksten”.
De tekst vond ik ook op de website van het NRC maar
daar ontbrak de leuke foto (tijdsbeeld!).
Eindelijk kreeg Wim Sonneveld, eind 1943, zijn zin. Al een jaar of vijf trad hij her en der op, maar het liefst wilde hij met een eigen gezelschapje een avondvullend programma brengen in het Leidsepleintheater in Amsterdam. Toen hij er ten slotte in was geslaagd het theatertje voor een paar weken te huren, contracteerde hij vijf veelbelovende vrouwen en stelde een programma samen onder de titel Alleen voor dames… De teksten betrok hij van diverse auteurs. Zo schreef Hella Haasse het ironische groepsnummer De dames van het ballet, over de moeite die men zich tijdens een auditie moet getroosten om in de smaak te vallen: ,,Benen op, benen neer, lach eens lief naar die meneer. / Koop relaties met prestaties, koop beroemdheid met je eer…”
De 25-jarige Hella Haasse genoot sinds kort enige bekendheid als actrice. In de zomer van 1943 speelde ze de titelrol in de openluchtvoorstelling Mariken ,,met zulke jeugdige onbevangenheid”, aldus het weekblad Cinema & Theater, ,,met zooveel gratie en charme, natuurlijke smartuitdrukking en echte vroomheid, dat het voor iedereen een verrassing werd.” Maar de journaliste Wim Hora Adema, die naast haar illegale werk een baantje had als secretaresse van Sonneveld, wist dat deze veelbelovende toneelspeelster ook kon schrijven. Zij legde het contact met haar 26-jarige werkgever.
Wim Sonneveld wilde de samenwerking graag voortzetten. Zijn tweede programma, dat begin 1944 in première ging, was geheel door Hella Haasse geschreven. Het heette Sprookjes en werd alom met gejuich ontvangen. Diverse ooggetuigen hebben nadien verzaligde herinneringen opgehaald aan de verfijnde, feeërieke sfeer, die zo’n hartverwarmend contrast vormde met de grauwe buitenwereld. Over de oorlog werd natuurlijk met geen woord gerept – niet alleen omdat het publiek daarvan nu juist een avond lang wilde wegvluchten, maar ook omdat de Duitse censuur bij elk onvertogen woord onmiddellijk zou hebben ingegrepen.
Hoe de aankomende tekstschrijfster niettemin een ernstige overpeinzing vooraf liet gaan aan de lichtvoetige sprookjessfeer, blijkt uit haar proloog In de sprookjeshemel, waarin Scheherazade, Moeder de Gans, Hans Christian Andersen en de gebroeders Grimm zich weemoedig afvragen hoe het de hoofdpersonen uit hun vertellingen later is vergaan. ,,Wie luistert nog naar een verhaal / in sprookjesstijl, in sprookjestaal?” begint hun gezamenlijke slotcouplet. ,,Die dagen zijn voorgoed verdwenen, die nachten komen nimmer weer. / Wij moeten in de hemel leven… Op aarde is geen plaats voor sprookjes meer.”
Met dit lied opent het bundeltje Yvonne de spionne en andere cabaretteksten, dat kortgeleden in een bibliofiele editie verscheen bij de eenmansuitgeverij De Lange Afstand. Het bevat negen liedteksten die Hella Haasse tijdens en kort na de oorlog schreef voor het cabaretgezelschap van Wim Sonneveld en voor een cabaretprogramma onder leiding van de acteur Cor Ruys, waarin Fien de la Mar met al haar dramatiek de berijmde monoloog Drie circusvrouwen ten beste gaf. Eigenaardig genoeg is in het colofon sprake van teksten uit de jaren 1945 tot 1947. In werkelijkheid dateert het vroegste nummer in de bundel, de proloog voor Sprookjes, dus al uit het begin van 1944.
In een hedendaags cabaretprogramma zouden deze lyrische, licht-filosofische en soms ook grappige liedjes niet meer passen, maar Hella Haasse verstond haar vak. De openingszinnen van Matrozenmeid zitten geheid in elkaar: ,,Ik ben maar een matrozenmeid / zo’n meid die zonder onderscheid / met elke losse zeeman vrijt / zijn geld versmijt, zijn deken spreidt…” En het door Conny Stuart vertolkte Yvonne de spionne wemelt van de komische effecten, vooral als de hoogst opvallende spionne telkens herhaalt hoe `onopvallend’ ze te werk gaat.
Maar in de loop van 1947 groeiden Sonneveld en zijn tekstschrijfster uit elkaar. Zij publiceerde in 1948 haar debuutnovelle Oeroeg en hij zocht andere auteurs. ,,Het had niet bar veel om het lijf, maar het was toch wel fijn”, zei Hella Haasse later in het Algemeen Handelsblad over de cabarettijd. ,,En ik heb er veel geleerd. Maar het lag me inderdaad niet helemaal, ik ben er te relativerend voor. Het cabaret ziet alle dingen zwart-wit, zo moet ze het althans naar buiten voorstellen, en ik weeg altijd alles af…”
Hella Haasse: Yvonne de spionne en andere cabaretteksten. De Lange Afstand, postbus 2013, 7210 ZG Eefde, ƒ85.
Dit is het hele artikel van Henk van Gelder zoals dat op 2 mei 2000 verscheen in het NRC.
Forte Real de São Filipe
Bij Cidade Velha liggen op een heuvel de restanten van
een fort dat in de 16e eeuw is aangelegd.
Wikipedia geeft onder andere de volgende beschrijving:
Forte Real de São Filipe is a 16th century fortress in the city of Cidade Velha in the south of the island of Santiago, Cape Verde. It is located on a plateau above the town centre, 120 meters above sea level. The historic centre of Cidade Velha is an UNESCO World Heritage site since June 2009.
De geschiedenis van Cabo Verde is best een bewogen geschiedenis.
De Bradt-gids uit 2011 (5e editie) beschrijft het ontstaan
van leven op de Kaapverdische eilanden als volgt:
er waren voor het jaar 445 voor Christus al Phoenicische bezoekers.
Zeevarenden.
In 445 voor Christus kwam Kapitein Hanno op een tocht die
begon in Cadiz een aantal eilanden tegen en
maakte daar melding van.
Men vermoedt vandaag dat dit om de Kaapverdische eilanden ging.
Hij noemde de eilandengroep ‘Hesperias’.
Hanno meldde verder dat hij een grote vulkaan zag ten westen
van Afrika. Dit zou Fogo geweest kunnen zijn.
Ook vanuit West Afrika is het mogelijk dat er zeevarende bezoekers
zijn geweest op Cabo Verde maar de mensen gingen er ook weer weg.
Pas toen Portugese ontdekkingsreizigers met hun schepen verder
voeren dan de Canarische Eilanden kwam bewoning in beeld.
Tussen 1455 en 1461 werden de eilanden ‘ontdekt’ en de eer gaat
meestal naar Antómio de Noli (Genua) en Diogo Gomes (Portugal).
In 1462 werd er een kleine kolonie gesticht door Portugezen,
Spanjaarden en Genuezen.
Op Santiago, aan de rivier de Ribeira Grande vestigde De Noli zich.
Arbeiders, in de vorm van slaafgemaakten, werden aangevoerd
vanuit Afrika en in 1852 waren er 13.700 slaven op Santiago
en Fogo, onder dwang van 100 blanke Europeanen.
Via de eilanden werd veel handel gedreven:
van Afrika naar Europa en Noord- en Zuid Amerika en andersom.
Niet in de laatste plaats met slaafgemaakten als handelswaar.
In 1770 wordt Praia de hoofdstad.
Pas in 1975 werden de eilanden samen met Guinea-Bissau
onafhankelijk van Portugal.
Dan in 1980 gaat Guinea-Bissau zijn eigen weg.
Cabo Verde is daarmee een volledig zelfstandige staat.
Op Eerste Kerstdag gingen we eerst naar Cidade Velha. Eigenlijk op zoek naar vervoer. Maar omdat er geen vervoer te zien was besloten we zelf te gaan lopen. Dat kan best. Het gaat wel even omhoog maar onderweg is het uitzicht prachtig. Hier zie je bijvoorbeeld de Kathedraal (of wat er na al die jaren van over is).
De foto’s geven niet echt een stralende aanblik. Maar het was die dag gewoon mooi weer maar het woestijnzand in de lucht levert een bijna mistige aanblik.
Forte Real de São Filipe of Fortaleza Real de São Filipe.
Dit enorm ravijn was lang geleden een machtige rivier die er de oorzaak van was dat Cidade Velha, in het begin van de bewoning van de eilanden, de belangrijkste plaats was. De rivier is inmiddels zo goed als droog. Ribeira Grande is de naam.
Toen we eerder het oude deel van Cidade Velha doorwandelden bezochten we ook dit gebouw: Igreja e convento de Sao Francisco.
Cidade Velha.
Vissen is nog steeds belangrijk.
Zo hoog op de heuvel ben je misschien wel veilig en is het effectief om een eiland te verdedigen maar veel zoet water zal er niet zijn. Zeker niet bij het klimaat van Cabo Verde. Dus voor water was er een speciale voorraadkelder (cisterne).
Cabo Verde is vooral rustig en erg mooi.
Hotelkunst op Cabo Verde
De Schenkelworkshop 23
Nadat ik het bladgoud op de testafdruk nog aangerold heb en overtollige stukje bladgoud verwijderd heb, kan ik beginnen aan één van de twee bladen met een afdruk van het schenkelmonument, dat in het boek gaat komen. Eén van die twee bladen krijgt een gouden schenkel. Dus begin ik met een dikkere lijm aan te brengen.
Daar plaats ik een stuk van een heel dun vel bladgoud heel voorzichtig op. Dan druk ik dat aan, eerst met de haren van een kwast, dan met mijn vingers. Voorzichtig dat het goud niet scheurt. Dan is het wachten tot morgen dat het goed droog is om de overtollige delen weg te halen.
Daarna had ik tijd om weer eens verder te gaan
met de jaarwaaier. Op de testafdruk kwam nog 1 jaartal.
Dat heb ik er op gedrukt met de nieuwe inkt.
Het papier is heel zacht geel of crème waar de jaarwaaier op komt te staan. Dus wilde ik ook eens proberen wat een witte afdruk doet. Omdat dit niet gelijk bij de eerste afdruk tot een goed gevolg leidde bedacht ik de tweede druk, op dezelfde plaats, te drukken met een mengsel van wit en blauw.
Dat lukte beter. Dat heb ik toen tot werkwijze verheven.
Daarom deze nieuwe kleuren op de definitieve pagina. De jaarwaaier gaat nog drie jaartallen bevatten.
Assomada
Voor de vakantie naar Cabo Verde hebben we de vluchten
en het verblijf in drie hotels/appartementen geboekt.
Toen we na een spannende vlucht aankwamen op Santiago
werden we met een taxi naar ons hotel gebracht.
Samen met andere Nederlandse toeristen.
Dus toen we naar Assomada, een grote markt op het eiland,
wilden, hebben we de taxi weer gebeld.
Toen bleek dat we veel geluk hadden gehad.
In de taxi zaten ander Nederlanders die of in dezelfde vlucht
gezeten hadden als wij of vergelijkbare issues hadden ervaren.
Voor de mensen van dezelfde vlucht gingen we eerst
terug naar de luchthaven. Hun bagage was net aangekomen.
De twee andere Nederlandse toeristen waren tot dan toe
niet op Fogo geraakt. Ook binnenlandse vluchten
ondervinden hinder van het woestijnzand in de lucht.
(Fogo was onze tweede bestemming)
Markten zijn overal op de wereld een feest. Je kijkt je ogen uit. Alles wat je maar kunt bedenken kun je er kopen. Vandaag een kleine selectie.
Cine Clube.
Singing in the rain, bijna
De horeca is vaak moeilijk te volgen.
Volgens sommige vallen al die bedrijven bij bosjes om (?)
Hieronder zie je een horeca-ondernemer die na de
eerste lockdown zijn prijzen meteen verhoogde.
Een horecaman die steeds de randjes op zoekt van
wat mag/kan (met zangavonden).
Iemand die voor aan staat om te klagen (KHN).
Maar die in moeilijke financiële tijden het toch
een goed idee vindt om de bovenkant van zijn
parasols te laten reinigen.
Het leverde een soort van ‘Singing in the rain’-beeld op, vanmorgen op de Havermarkt in Breda.
De Schenkelworkshop 22
De laatste drukgang, dat is ten minste het idee.
En een paar kleine tubes om een nieuw merk
van inkt uit te proberen.
Deze inkt wordt speciaal verkocht voor linoprint (block print). Maar ik ben niet echt tevreden. Zo ontevreden zelfs dat ik de testafdrukken maar niet laat zien. Dan kan het natuurlijk ook aan mij of aan mijn gereedschap of materiaal liggen. Hier moet ik nog eens verder voor op onderzoek.
De laatste versie van de lino bevat niet veel af
te drukken lijnen of vlakken meer.
De laatste drukgang gaat met gele inkt.
De resultaten:



Deze laatste komt in het boek. Niet omdat het de beste afdruk is maar omdat de afdruk gemaakt wordt op het papier waarop ook al andere afdrukken en decoraties zijn gemaakt.
Het idee is dat ik de grote, ronde schenkelvorm, die tot nu toe zwart gebleven is, ga voorzien van een laagje bladgoud. Het schenkelmonument zal daardoor steeds glanzen. Hier probeer ik het bladgoud voor het eerst sinds heel lange tijd weer eens aan te brengen. De verf was eigenlijk nog niet droog genoeg en op sommige plaatsen zitten twee lagen en is de lijm nog niet droog. Dat moet volgende keer beter.
Cidade Velha – Oude stad
Het is 23 december 2011.
Eerlijk gezegd hadden wij helemaal niet zo’n beeld
bij Cabo Verde. Maar het beviel ons er uitstekend.
Het vorige bericht eindigde met een beschrijving van
Cidade Velha, als ingeschreven plaats op de UNESCO
Wereld Erfgoed lijst.
De foto van het dorpsplein is van het deel van het dorp
dat laag bij zee ligt. De oude plaats ligt meer tegen de heuvels.
Daar wandelen we naar toe.
Die wandeling gaat gestaag omhoog. Al snel ben je alleen, in alle rust, buiten het toch al niet heel drukke dorpje.
Dit is terugkijkend naar het moderne dorp, omlaag, richting zee.
Dit zijn de restanten van een Franciscaans klooster: Convento de Sao Francisco.
Dit dorp was een belangrijke stap voor de ontdekkingsreizigers. Na de Canarische Eilanden weer een stap op de ‘snelle en korte route naar India’. Ook Vasco da Gama ging hier ooit voor anker. We bezochten ooit zijn graf in Goa.
Cidade Velha, Igreja Na Sa do Rosario, sec XV (Igreja Nossa Senhora do Rosario of Kerk van Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans, 15e eeuw).
Ergens op een muur.
We lopen al weer terug naar het moderne dorp.
In een volgend bericht foto’s van de markt in Assomada.
Cabo Verde
Net voor het begin van de bankencrisis kochten we een
ander appartement. Het oude was nog niet verkocht.
Dat verkopen van het oude appartement viel niet
mee en nadat we uiteindelijk het oude appartement
verkocht hadden en verhuisd waren, wilden we op vakantie.
Zo’n beetje met het gevoel dat we nu allemaal hebben.
Het liep tegen het eind van het jaar. De Canarische Eilanden
hebben dan wel redelijk weer maar om mooi weer te hebben
besloten we wat verder weg te gaan: Cabo Verde.
We gingen naar twee eilanden: Santiago en Fogo.
Het kwam er alleen nooit van om de foto’s op mijn blog
te plaatsen. Nu met de covid pandemie is er tijd voor.
We hadden toen geen speciaal plan: zon, lekker eten, beetje strand.
Dat was het wel.
Maar de geschiedenis kruipt waar het niet gaan kan. Dit is een kleine koperen speld met het logo van de VOC. Cabo Verde is de eerste halte van westerse ontdekkingsreizigers in de tropen. Onderweg naar Amerika of Azië kon hier voedsel en water worden ingeslagen.
Natuurlijk kwamen we ook een tentoonstelling tegen die meer informatie gaf over het verleden van Cabo Verde.
Van de vakantie hield ik een klein dagboekje bij.
Dat gaat me hopelijk helpen de foto’s een plaats te geven.
Dat verslag begint op 22 december 2011.
Gisteren zijn we als begin van onze vakantie gaan eten bij het Bredase restaurant ‘Binnen’. Het restaurant is gestart kort voor de bankencrisis in 2008. Toen zijn we er een paar keer gaan eten. Voordat dit oude pakhuis aan de haven van Breda restaurant werd was er er beneden (het restaurant zat op de 1e en 2e verdieping) een bruine kroeg: ‘Het Klapcot’ of kortweg het ‘Klap’ zoals wij het noemden. Mariabeelden en andere heiligen tegen de muren, in het midden een biljart. Men verkocht er Grolsch beugels.
Wij gingen vooral om te genieten. Dat kan daar prima. Vandaag een kleine serie foto’s om een heel klein beetje van de sfeer te proeven.
De reis verliep niet helemaal vlekkeloos. Er staan in die tijd van het jaar vaker stevige winden op het Afrikaanse vaste land. Die wind brengt heel veel zand met zich mee. Zoveel zand dat het zand kan gaan werken als schuurpapier op een vliegtuig. In plaats van een vlucht met een tussenstop op het eiland San Vincente vliegen we (na twee pogingen voor een tussenlanding) direct door naar Praia, de hoofdstad van Santiago.
De vlucht was dan misschien spannend maar bij het hotel, een paar kilometer vanaf Cidade Velha, een kleine stad 15 kilometer buiten de hoofdstad Praia was het heerlijk rustig. Mooi weer.
Het hotel zal alle maaltijden verzorgen en dat deden ze prima. Ook met Kerstmis. We waren er de enige gasten.
Dit geeft een idee van de weg naar Cidade Velha, eenvoudig te voet te bereiken.
Het centrale plein (Pillory Square) in Cidade Velha, een World Heritage Site.
Wikipedia:
Cidade Velha, hetgeen in het Portugees “Oude stad” betekent, is een stad in Kaapverdië, 15 kilometer gelegen van de hoofdstad Praia op het eiland Santiago. Cidade Velha is de oudste nederzetting op Kaapverdië en heette voorheen Ribeira Grande. Om verwarring met de stad Ribeira Grande op een ander Kaapverdisch eiland te voorkomen, is de naam gewijzigd in Cidade Velha.
UNESCO beschrijft de reden van inschrijving als
World Heritage Site:
Cidade Velha, Historic Centre of Ribeira Grande
The town of Ribeira Grande, renamed Cidade Velha in the late 18th century, was the first European colonial outpost in the tropics. Located in the south of the island of Santiago, the town features some of the original street layout impressive remains including two churches, a royal fortress and Pillory Square with its ornate 16th century marble pillar.
De Schenkelworkshop 21
De laatste foto van het vorige bericht over het boek
‘Soep’, met de titel De Schenkelworkshop,
eindigde met een foto van een linosnede die weer
wat verder was bewerkt dan een vorige versie.
Maar met inkt erop is beter te zien wat de volgende
drukgang voor effect kan hebben.
Dat zien we vandaag in dit bericht.
Dit is het startpunt voor vandaag. De lino zoals bijgesneden de vorige keer, maar nu met een rode inkt. De rode inkt zal gezet worden op de zwarte basis, het schenkelmonument, zoals dat de vorige keer te zien was. De rode driehoekige vorm is de plaats waar 3 schenkelvormen over elkaar liggen.
Dit is het eerste testresultaat. De karakteristieke schenkel blijft gewoon zwart. De andere schenkelelementen worden door een arcering verder ingekleurd.
Dan de testafdruk op het gele papier. Deze afdruk (en de vorige trouwens ook) zijn echt alleen testafdrukken en komen niet in het uiteindelijke boek.
Dit is wel een afdruk die in het boek zal worden opgenomen.
Dat is ook het geval voor deze afdruk. Je ziet net aan de linkerkant dat dit een van de pagina’s is waarin het boek-in-boek idee wordt uitgewerkt. De beide afbeeldingen zullen uiteindelijk niet gelijk zijn aan elkaar (nog los van verschillen als gevolg van het drukproces).
Na de afdruk in rood komt er nog een volgende drukgang. Alle delen waar de schenkelvormen elkaar overlappen, die dus dubbel zijn, krijgen ook een dubbele kleur opgedrukt. Daarvoor is alles van de lino weggesneden wat niet die volgende kleur krijgt. Met uitzondering van de buitenranden en de enige plaats waar de schenkelvormen elkaar driedubbel overkappen. Die driedubbele plaats blijft massief maar is wel bijgesneden ten opzichte van de rode afdruk. Daar zien we later deze week hopelijk weer wat van.
Naast het afdrukken van de lino’s ben ik aan het nadenken
over een paginagrootte lino-afdruk met als thema ‘Soep’.
Meestal maak ik geen schetsen maar dat ben ik nu toch
aan het proberen.
Om letters bij het linosnijden te betrekken probeer ik met
millimeterpapier meer gevoel te krijgen voor wat er komt
kijken bij letterontwerp.
De Schenkelworkshop 20
Van de achtergrond van het ‘Schenkelmonument’ zijn
een aantal blauwe afdrukken gemaakt. Ik heb de achtergrond
van de lino weggesneden en wil nu de achtergrond van
het ‘schenkelmonument’ met zwart een basis geven voor de
volgende drukgangen.
Dit is de linosnede met zwarte inkt. Deze inkt dekt goed. Omdat ik niet tevreden ben over de gekleurde inkten die, volgens het etiket, speciaal voor linodruk gemaakt zijn, heb ik deze week verschillende kleuren in kleine hoeveelheden gekocht van een ander merk. Hopelijk komen die deze week zodat ik die kan gaan uitproberen. Het kan natuurlijk ook aan mijn gebruik liggen dat de inkten niet doen wat ik graag zou zien.
Dit is dan het resultaat:
Omdat ik tevreden ben met het eerste testresultaat
besluit ik meteen het drukken op de originele pagina’s
van het boek voort te zetten.
Dan maak ik de testdrukken af. Dat geeft me straks gelegenheid
om de volgende drukgangen nog te kunnen testen.
Als ik de lino schoonmaak verdwijnt ook de tekening weer. Dat is jammer maar die kan ik intussen eenvoudig er terug opzetten. Dan kan ik de volgende stap in het snijden van de lino zetten.
Arceringen van de diverse (schenkel)onderdelen.
Dan snij ik de meest karakteristieke schenkelvorm ook weg. Daarmee hoop ik er voor te zorgen dat de zwarte kleur niet meer geraakt wordt door andere kleuren inkt. Overigens in het uiteindelijke resultaat ga ik nog wel iets met die schenkel doen maar nu eerst de arceringen afdrukken.
Even weer alles bij elkaar gelegd. De zwarte inkt die veel beter dekt en zich beter laat verwerken heeft als eigenschap dat hij langer moet drogen.
Humayun’s tomb – World Heritage Site
Het laatste monument dat we bezochten was het grafcomplex
van keizer Humayun. Een van de grote heersers van het
magische India.
Wikipedia vat het als volgt samen:
Nasiruddin Muhammad Humayun (Kaboel, 6 maart 1508 – Delhi, 27 januari 1556) was keizer (“padishah”) van het Mogolrijk in het noorden van Voor-Indië tussen 1530 en 1540 en opnieuw in 1555 en 1556. Hij was de zoon en opvolger van Babur, de stichter van het Mogolrijk en de Mogoldynastie. Onder zijn vader speelde hij als legeraanvoerder een rol in de verovering van diens rijk. Toen zijn vader in 1530 onverwachts aan een ziekte overleed, kwamen veel van de Afghaanse edelen in opstand, die na een lange strijd het gezag van de Mogols erkend hadden. De belangrijkste onder hen was Sher Shah Suri, de gouverneur van Bihar. Deze wist Humayun, die ondertussen ook met opstanden van zijn broers te maken had, meerdere malen te verslaan en ten slotte uit India te verdrijven. Na een dwaaltocht door Punjab, Sind, Baluchistan en ten slotte Afghanistan kwam Humayun aan in Perzië, waar hij als banneling aan het hof van sjah Tahmasp I leefde. Dankzij de steun van de sjah wist hij zijn opstandige broers te verslaan en uiteindelijk, opmerkelijk genoeg, na 15 jaar ballingschap het noorden van Voor-Indië te heroveren op de Suridynastie (opvolgers van Sher Shah). Na zijn dood liet Humayun een groter rijk na aan zijn zoon Akbar dan hij ooit van zijn eigen vader geërfd had. Humayuns verblijf aan het Perzische hof zorgde voor grote Perzische invloed op de literatuur, kunst en architectuur aan het Mogolhof, waardoor de typische Mogolstijl ontstond die onder zijn opvolgers tot grote bloei kwam.
We bezochten de site kort na een restauratie.
In september 2013 was de site net weer heropend en wij
bezochten de site eind november 2013.
Natuurlijk kende ik de verhalen over de tuinen die voorzien
werden met kanaaltjes, fonteinen, vijvers enz.
Maar als je in India komt zijn de tuinen vaak niet geweldig
onderhouden en de waterwerken had ik nog nooit op grote
schaal in actie gezien.
Dat het water overal in de tuin te zien en te horen was
bleek een bijzondere ervaring te zijn.
Het Indiaas-Engels kan heel grappig zijn.
Via een paar poorten kom je het complex in.
Op informatieborden was te zien in welke staat de gebouwen waren voor de restauratie begon. Dit is de ‘before’ van de Bu Halima Gateway.
Zo zag de Bu Halima Gateway eruit toen wij er een bezoek brachten.
Dit is de Arab Serai Gate, die toegang gaf tot de verblijven van de ‘bouwvakkers’ die het grafmonument voor Humayun gebouwd hebben.
Met zoals altijd extra aandacht voor de enorme deur die in deze poort zit.
This 14 metre high gateway led to the walled enclosure which housed the Persian craftsmen who came here for the building of Humayun’s Tomb.
Red sandstone and white marble inlay work add a striking touch to the gateway, mostly built of Delhi quartzite stone.
The projecting jharokhas still display remnants of the glazed ceramic tiles.
Ik vermoed dat je hier de ‘The projecting jharokhas’ ziet: uit-stekende balkons met restanten van de geglazuurde tegels.
Dus op 18 september 2013 hebben Dr Manmohan Singh, eerste minister van India, en de Aga Khan (wiens stichting de grote geldschieter was voor de restauratie) het complex geinaugureerd (geopend).
West Gate of westelijke poort.
Now the main entrance to the World Heritage Site of the Tomb-garden of Emperor Humayun, this wet gateway is 16 metres high.
Rooms on each side flank the central passage and the upper floor has small courtyards.
Six-sided stars, used by the Mughals as an ornamental cosmic symbol, adorn the structure.
Humayun’s Tomb.
Humayun’s Tomb
1562 – 1572 ADHamida Banu Begum, his grieving widow, built Emperor Humayun’s mausoleum.
Precursor to the Taj Mahal, it stands on a platform of 12000 m2 and reached a hight of 47 metres.
The earliest example of Persian influence in Indian architecture, the tomb has within it over 100 graves, earning it the name, ‘Dormitory of the Mughals’.
Built of rubble masonty, the structure is the first to use red sandstone and white marble in such great quantities.
The small canopies on the terrace were originally covered in glazed blue tiles, and the brass finial over the white marble dome is itself 6 metres high.
Een ‘finial’ is (als dat een goed woord is) de koepelspits.
De metalen versiering bovenop de koepel die
alleen hier al 6 meter hoog is.
Dus de koperen ‘finial’ is de decoratie hier boven op de centrale koepel.
Met Water!
Een van de nissen aan de buitenkant van het gebouw op het grote plateau.
Uitzicht vanaf het plateau door de luchtvervuiling en een beetje tegen de zon in.
Plafond in de koepel. Prachtig lijnenspel. De rand zit vol met sterren.
Detail van het plafond. Een soort van sterrenhemel.
In het gebouw zijn vele graven aanwezig.
Die prachtige ramen met ‘lattice screens’, roosterschermen.
Terug in de tuin bij het water.
Humayun’s Tomb.
In de tuin is meer te zien dan alleen het grote grafmonument
van Humayun.
Isa Khan Tomb Enclosure
1547 ADIsa Khan Niyazi was a noble in the court of Sher Shah Sur.
This enclosure includes his tomb and a mosque, both built during his own lifetime.
The octagonal tomb, pre-dating Humayun’s Tomb by only 20 years, has striking ornamentation in the form of canopies, glazed tiles, and lattice screens.
Along the western side of the enclosure, the three-bay-wide mosque has a grand red sandstone central bay and striking mihrabs.
Untill the early 20th century, an entire village had been settled in the enclosure.
De Isa Khan Tomb enclosure, het omheinde grafmonument voor Isa Khan.
Dit is de laatste foto van onze reis naar Pushkar (en Jhalawar, Jaipur, Bundi en New Delhi). Laten we hopen dat we snel weer terug kunnen naar India om onze reisplannen voor 2020 alsnog te realiseren.
De Schenkelworkshop 19
De vorige keer had ik al aangegeven
dat twee van de jaartallen verkeerd staan in de waaier.
Die heb ik op de lijn ‘midden van de onderkant van de pagina’
naar de ‘bovenste hoeken van de pagina’ gezet.
Maar daardoor staan de jaartallen op een hoek
van meer dan 45 graden. Dat vind ik niet mooi.
Vandaag ga ik het volgende jaartal op die 45 graden lijn zetten.
Dit is wat het scheelt. Het einde van het jaartal komt ongeveer 1 centimeter dichter bij de onderrand van het papier te staan. Het midden van het jaartal komt nu bij het ‘potloodhaakje’ in plaats van de potloodpunt.
Vervolgens drukte ik het jaartal verkeerd af. Daarna nog maar een keer er correct overheen gezet. Dat ziet er niet uit maar je kunt wel zien dat de schuine jaartallen dan beter passen in het beeld. Er komt nog één jaartal bij om de waaier compleet te maken. Dat gaat morgen vast lukken. Dan kan ik daarna aan het uiteindelijke origineel beginnen.
Judith en de speling van het licht
Vanochtend rond half negen. Het is nog erg rustig op de Grote Markt. Twee vrachtwagens. Een is al bezig met het uitladen van goederen. De andere denkt dat hij op een lege parkeerplaats is. De zon valt op een raam in de Veemarktstraat. Het licht van de zon weerspiegelt vanaf het raam op de voet van het Vredesmonument van Breda: Judith met het hoofd van Holofernes. Gemaakt door Niel Steenbergen.
Het kan zomaar een zonnige dag worden.
Wandelen naar India Gate
Die dag in november 2013 was het zonnig en tegelijk was er veel luchtverontreiniging. We maken een wandeling door New Delhi, meer precies over de Raipath en aansluitend over de Amar Jawan Jyoti Road.
Dan wordt langzaam de India Gate zichtbaar. India Gate is een oorlogsmonument.
Het maken van decoraties met bloemen is in India een gebruik dat je vaak ziet.
Veel kleine bloemen in uitgesproken kleuren maken prachtige figuren.
Dromedarissen op papier
Van een paar werken op papier heb ik toen ook nog foto’s gemaakt. New Delhi, National Museum. The Divine Couple; Radha and Krishna. Jaipur, Rajasthan, circa 1750 AD. Paper.
Maar van deze kerstscene stond ik toch wel het meest te kijken.
Er is van alles te zien. Zoals Maria die Jezus de borst geeft maar ook Europeanen die op bezoek lijken te zijn, decoraties, dieren, oh, ja, en Jozef die er een beetje bedremmeld bij staat te kijken. The Nativity. Mughal, Mohammadshah period. Circa 1720 -1725 AD. Paper.
Maar het allerleukste is voor het laatst.
New Delhi, National Museum. Daily life in a desert village. Bikaner, Rajasthan. Circa 1720 – 1725. Paper.
Met dromedarissen in een kraal. We gingen naar India voor de Pushkar Camel Fair waar we veel dromedarissen zagen. We zagen er nog meer in Jhalawar en dan hier in New Delhi op papier. Bijna aan het eind van onze reis.



















































































































































































