Intussen, ergens in horecaland.
Niet meenemen! Wij hebben camera’s. Ook niet te koop!
Vanochtend ben ik even naar het station gewandeld.
Onderweg maakte ik de volgende foto’s.
Dat er plannen waren om het Kasteel op te knappen, daar had ik wel van gehoord. Maar blijkbaar is men al begonnen. Aan de kant van het Valkenberg zijn een aantal ramen dichtgetimmerd.
Waterdruppels.
Kleur.
Het was bijna windstil. Dat levert mooie reflecties op in de vijver. Alleen een meerkoet of eend kan deze rimpels veroorzaken.
Rimpelloos.
Meerkoet of eend.
Nerven.
Bladertapijt.
Club Solo in Breda heeft een solotentoonstelling van Kees Goudzwaard. Ik ging er kijken met een mondkapje voor.
De kenners zullen zich kapot lachten: ‘fijnschilder’.
Maar dat is Kees Goudzwaard. Kijk maar eens mee.
Dit is de introductie van Club Solo:
Regel twee is een tekst die helemaal niets zegt. Waarom toch altijd dat hoogdravende gekwakel? Zin 1 was voldoende, de rest is alleen interessant voor de curator en mensen die moeilijk willen doen.
Het is dus een tentoonstelling die poogt een overzicht te
geven van wat Kees Goudzwaard zoal in zijn loopbaan heeft gemaakt.
Ik had nog nooit van hem gehoord.
Misschien zegt dat meer van mij dan van hem maar dit is precies
waarom ik Club Solo interessant vind: ik zie er nieuwe dingen, nieuwe namen.
Terug naar Kees Goudzwaard.
Deze tekst gaat over zijn werkwijze. Weer dat toontje.
Goudzwaard maakt eerst een werk met folie en plakband.
Als de compositie en de kleur is zoals hij die hebben wil
is stap 1 gereed.
Stap 2 is dan het schilderen, heel precies, precies zo groot,
dezelfde verhoudingen en net zo dun als het ontwerp.
Veel, heel veel aandacht voor details.
Dat schilderen doet hij met olieverf op een doek maar
hij gebruikt ook de zeefdruktechniek.
De behoefte een ontwerp te maken is van alle tijden.
Dat is op zich niet zo vreemd.
Het geeft je de kans dingen opnieuw te doen, te proberen,
steeds opnieuw totdat het is zoals je het wil hebben.
Dan ga je het uiteindelijke werk maken.
Dat het uiteindelijke werk identiek is aan het ontwerp
is wel bijzonder. Dan moet je wel heel erg overtuigd zijn
van je ontwerp.
Als ik zelf iets maak, bijvoorbeeld een tekst, dan blijf ik
er meestal aan sleutelen. Ook als ik met de definitieve versie bezig ben.
Dat blijven veranderen vind ik interessant, is ook onderdeel
van het finale werk. Maar bij Kees Goudzwaard is dat niet zo.
Ondanks dat het ontwerp ook voor hem heel belangrijk is,
richt hij zich bij het maken van het finale werk helemaal
op de techniek van het schilderen.
Als een fijnschilder.
Kees Goudzwaard, Two gaps, olieverf op canvas, 2014.
Het witte interieur en de vele TL-buizen vormen geen optimale
ruimte om de werken te fotograferen.
Dus daar waar werken vaak veel helderder zijn, zien ze er
hier soms donkerder uit.
Ga dus gauw een keer kijken bij Club Solo.
Kees Goudzwaard, All plain, darker at the top than at the bottom, olieverf op canvas, 2012.
Kees Goudzwaard, Brushstroke drawing, olieverf op canvas, 2014.
Kees Goudzwaard, Arranged fragments, olieverf op canvas, 2019.
Dat met een mondkapje was niet zo’n succes.
Om te beginnen was het buiten fris en stap je dan binnen
met zo’n ding voor je mond en neus, dan beslaat telkens je bril.
Bovendien zie je minder omdat een deel van de onderkant van
je zicht belemmerd word.
Als er dan ook nog eens nauwelijks iemand als bezoeker binnen is…….
Kees Goudzwaard, Built-up, olieverf op canvas, 2014.
Kees Goudzwaard, Collage, olieverf op canvas, 2014. Voor mij persoonlijk het mooiste werk.
Kees Goudzwaard, Stirred, olieverf op canvas, 2008.
Om nog meer gevoel te geven voor het fijne werk dat Goudzwaard levert hier een detail van het werk ‘Stirred’. Zie de prachtige scheurrandjes en de kleurverschillen naast het ritme en de compositie van het werk.
Kees Goudzwaard, Kraag, zeefdruk op karton, 2019.
Voor wie de tekst van de hele flyer nog wil lezen.
Dat is Black Adder.
Een viertal series rond een aantal komische talenten:
Rowan Atkinson, Tony Robinson, Tom McInnerny,
Miranda Richardson, Stephan Frey en Hugh Laurie.
In de Engelse traditie van humoristische sketches.
Met applausmachine op de achtergrond en een goede tune
reizen we door de tijd.
Rowan Atkinson als Edmund, hertog van Edinburgh (alias Blackadder). In deze serie doet Rik Mayall (The Young Ones) ook mee.
We verblijven zes afleveringen in de donkere Middeleeuwen.
Dan naar het Engeland van 1558 – 1603.
Nu spreken we van Lord Edmund.
In de afleveringen die zich afspelen in het Engeland van 1760 – 1815 zien we Edmund Blackadder als de butler van de Regent.
Ten tijde van grote oorlog zien we Kapitein Edmund Blackadder in de loopgraven. The Western Front in 1917.
Alles wordt belachelijk gemaakt en Edmund probeert slimmer
te zijn dan alle andere spelers.
Steeds dezelfde acteurs in bijna dezelfde rol maar steeds weer
in een ander tijdsgewricht. Soms met fysieke grappen zoals
de uitvinding om een muis te vangen, dan weer een running gag
met de naam ‘Darling’ dat natuurlijk allerlei voor de hand
liggende grappen oplevert. Maar toch grappig zijn.
Edmund kiest ook steeds weer verkeerd en komt dan in grote
problemen waarvoor Baldrick (Tony Robinson) een ‘cunning plan’ heeft.
We hebben er heel wat avonden (bijna 5 uur) met
veel plezier naar gekeken.
Vanmorgen rond 09:00 uur was het nog rustig in het centrum van Breda.
Vanmiddag veel groepen, veel gasten uit België.
En de coronacijfers gaan weer omhoog.
De herfsttooi van het Valkenberg is al bijna weg. Nog even en de bomen zullen volledig kaal zijn. Nu kun je hier en daar nog nagenieten van de herfstkleuren.
Valkenberg en een klein stukje van het Kasteel van Breda.
Op het Kasteelplein staat zoals altijd Stadhouder Willem III.
Het zou een sombere dag worden.
De Grote Markt nagenoeg leeg.
Zicht op een leeg Kerkplein en Torenstraat.
Vanaf het bordes van het Stadhuis.
De Veemarktstraat.
In de coronatijd kijken we in het weekend samen een film.
De afgelopen weken heb je er hier niet veel over kunnen lezen
omdat we een box met Dvd’s aan het bekijken zijn.
Vanavond de laatste delen vermoed ik.
Maar daar gaat deze film niet over.
De film is van de gebroeders Taviani: Paolo Taviani en Vittorio Taviani.
Als basis voor het verhaal dienen een viertal korte verhalen
van Luigi Pirandello, een Italiaanse Nobelprijs winnaar.
De verhalen (De andere zoon, Maanziek, De kruik, Requiem en
Gesprek met mijn moeder, kan ik het best vergelijken met parabels.
De verhalen gaan over hele fundamentele vragen: waarom hou je meer
van die zoon dan van de ander, tot waar gaat trouw,
hoe bepaal je schuld, wat is recht en rechtvaardigheid.
Antwoorden geven de verhalen niet, die zijn aan de kijker.
Dat allemaal in een ruw landschap van Sicilië van
kort na 1900.
Je denkt aan oerverhalen als de bijbel, ramayana, koran,
bhagavad gita, de Griekse mythen enzovoort.
Eigenlijk is er maar een ding op aan te merken, hoewel dat
ook als een sterk punt kan worden uitgelegd: het tempo van
de film is laag.
De film Kaos uit 1984 van Paolo en Vittorio Taviani.
***
Op het middelste blad van AlfabetBoek IV wilde ik met
de houten letters die ik heb van de letter ‘O’ een
bepaald ritme in de afbeelding laten terug komen.
Een zijde van het blad is nog onbedrukt en mijn idee was
om de letters ‘O’ die ik heb, als hingen ze aan een waslijn,
gaan afdrukken.
Ik heb drie letters: één onderkast ‘o’ (kleine letter) en
twee bovenkast ‘O’-s. Van de grote letters is een de
hoofdlettervariant van de kleine letter.
Die passen dus bij elkaar.
Maar de tweede hoofdletter is van een veel groter formaat en
is ook een ander lettertype.
Idee was dan ook een ritme als hieronder

terwijl dat aan een doorgebogen waslijn hangt. Een gordijntje.
Daarvoor heb ik geprobeerd een mal te maken.
Dit is de mal. Ik druk de letters met de hand een voor een af. Idee is om ze in de juiste opening te plaatsen (schuiven kan niet met de inkt). Samen maken de letters dan de vorm alsof ze aan een waslijn hangen. Dat beeld wil ik dan van rechts naar links over de volledige breedte van het middelste blad afdrukken.
Maar dit is voor mij nogal experimenteel dus wil ik het
eerst eens uitproberen op een stuk restpapier.
Ik kan al verklappen: ik ben niet blij met het resultaat.
Daarvoor zijn denk ik een paar redenen:
– de grootste hoofdletter ‘O’ is te groot
ten opzichte van de andere letters
– de kleine letter grenst niet met de bovenkant
van de letter aan de denkbeeldige waslijn
Beide redenen zorgen voor een te onregelmatig beeld.
Daarnaast was het werken met de losse letters
en de mal niet eenvoudig.
Te vaak kwam door de mal de letter eerst ongelijk te liggen.
Daardoor moest ik te vaak corrigeren en dat zie je meteen.
Dat de letters zich niet goed lieten afdrukken hielp niet maar dat doet niets van het feit af dat ik hier geen goed gevoel bij had. Dus heb ik gekozen voor iets anders.
Dit is daarvan het resultaat. Bij dit middelste blad zitten ook nog eens de uitsparingen. Die hebben al een effect op het letterbeeld. Als dan de vorm die je voor ogen hebt niet goed tot zijn recht komt dan probeer je iets te doen wat te ingewikkeld is. Dit beeld is eenvoudiger door de rechte onderkant.
Twee blogberichten, één titel.
Pas in dit tweede bericht wordt duidelijk waarom het bericht zo heet.
Overigens had het bericht ook ‘iPod Guru’ kunnen heten.
Ook dat wordt duidelijk in dit laatste bericht over
ons verblijf in Pushkar in 2013.
Dat was niet de laatste bestemming op die reis.
Jalawar, Bundi en nogmaals Jaipur volgen dan nog.
Maar nu nog wat dromedarissen uit Pushkar.
Het vorige bericht eindigde met een tekening op een muur die aangaf waar de herentoilet te vinden is. Daarom begin ik vandaag met de andere tekening van het duo: het damestoilet.
In twee nissen stonden deze beelden.
Overal waar ruimte is wordt die gebruikt om de goden een plaats te geven.
Lang geleden stond deze meneer al eens op mijn blog. De mensen haalden die drukke dag alles uit de kast om indruk te maken op bedevaartgangers of toeristen. Indruk maakte deze meneer zeker.
Het was die dag druk in Pushkar. Hier zie je de mensen die aan de overkant van het meer op de ghats zijn om te bidden of om te baden in deze sarovar.
Waarom al deze mensen voor deze poort staan weet ik niet. Een aantal lijken me sadhoes.
Een sadhoe (Sanskriet, letterlijk: “goed persoon”) is een hindoeïstische asceet of yoga-beoefenaar (yogi) die de eerste drie hindoeïstische levensdoelen: kāma (plezier), artha (rijkdom), dharma (juist handelen) heeft opgegeven. Een sadhoe is volledig toegewijd aan het behalen van spirituele bevrijding (moksha) door meditatie.
Bron Wikipedia
In 2013 was de iPod nog voldoende nieuw en iets bijzonders. Ik was (en ben) een liefhebber van dit apparaat. Intussen is het apparaat volledig voorbij gestreefd door de streaming diensten waarvan iedereen op zijn telefoon gebruik maakt. Maar op deze reclame wordt het hebben van een iPod nog vergeleken met het ‘on top of the world’ zijn. Alles is mogelijk! Dat zou toch een prachtige titel van dit blogbericht zijn geweest?
The iPod is a line of portable media players and multi-purpose pocket computers designed and marketed by Apple Inc. The first version was released on October 23, 2001, about 8 1⁄2 months after the Macintosh version of iTunes was released. As of May 28, 2019, only the iPod Touch (7th generation) remains in production.
Ook hier is de bron: Wikipedia.
Een beetje van de straat af lag deze tempel: Rangnath Venugopal Temple. Een mooi complex maar in 2013 was het al in een niet al te beste staat. Op internet zag ik dat er pogingen zijn ondernomen de afgelopen jaren om geld in te zamelen om dit complex te restaureren. Net als op veel andere plaatsen in India zijn de duiven niet te onderschatten veroorzakers van schade.
Rangnath Venugopal Temple.
Rangnath Venugopal Temple met een beetje veel duiven.
Rangnath Venugopal Temple.
Dit soort landbouwwerktuigen werden veel aangeboden op de Pushkar Camel Fair. Misschien vandaag nog wel. Ik vond ze kunstig gemaakt en mijn grote vraag was of dit nou een riek of een rijf is?
Zoals je ziet, stonden er genoeg.
Een laatste dromedaris, volledig in beeld. Je zag ze wel vaker, zo uitgerekt gaan liggen. Ze ogen op hun gemak te liggen maar de houding lijkt mij niet comfortabel. Ook deze dromedaris is leuk geschoren met alleen nog een soort van ‘matje’ gelijk achter de oren en een ‘matje’ op zijn bult.
Hier is nogal wat overtuigings- en spierkracht nodig om een dier op een pick-up te krijgen om weg te gaan. Dat verbeeld ook wel ons gevoel. Het was namelijk tijd voor ons om weg te gaan maar we waren liever nog een tijdje in Pushkar gebleven. Wie weet, na corona…..
Ik ben aangekomen bij de laatste dag van ons verblijf
op de Pushkar Camel Fair in 2013.
De foto’s van deze laatste dag heb ik verdeeld in twee groepen.
Over het bericht van vandaag en dat van binnenkort.
Tussen de foto’s zitten wel meer ‘twee-tjes’.
Er zijn zoveel dromedarissen dat je ze na een paar dagen gewoon gaat vinden, niet meer de moeite om ze op de foto te zetten. Toch dan maar een laatste stel.
Ook vandaag zal er weer gegeten moeten worden. Door veel mensen.
Hier wordt gewerkt aan een moderne wandelstok. Mooi versierd.
Ze zijn beschikbaar in alle soorten en maten.
Vandaag lopen we nog voor de laatste keer een volledige ronde om het meer heen (Pushkar Samovar). We zien dan ook plaatsen die we nog niet eerder zagen. Rond het meer liggen vele ghats waar mensen samenkomen om zich onder te dompelen in het water.
Maar de kermis en de dieren zijn nooit ver weg.
Tegen deze toren van een tempel zie je iets dat je in Azië vaker ziet. Op het zwarte bord naast de deuren staan de namen van gulle gevers en de bedragen die ze aan de tempel betaald hebben. Deze foto is gemaakt op het dak van de eerste verdieping
Intussen buiten op straat.
Een prachtige plaats om even je ogen wat rust te gunnen.
Misschien, als ik me nog even iets meer tijd gegund had, dan was dit een betere foto geworden.
Werken aan de bereiding van eten met een deegroller.
De dames rechts bakken brood in een oven. Verser kan niet.
Hier worden nog veel klanten voor een hoofddeksel verwacht.
Ik sluit vandaag af met de richtingaanwijzer voor het heren toilet.
De rest van de foto’s van deze laatste dag in Pushkar volgen nog.
Daarna gaan wij naar de Chandrabhaga Fair in Jhalrapatan distt.
Bij de plaats Jhalawar (16-18 november 2013).
De vorige keer was ik al begonnen met het plakken van
krantenscheursels met de letter ‘O’ aan de voorzijde van het
achterste blad van het AlfabetBoek IV.
Even afhankelijk van hoe ik de concertina ga vouwen wordt deze achterkant die ik vandaag beplakt heb, waarschijnlijk de omslag van het boek. Het kan ook nog zo worden dat ik een aparte omslag ga maken. Maar dat is op dit moment niet de bedoeling. Dus ik heb woorden, zinnen, slogans uit advertenties enz, genomen die een aantal keren de letter O in zich hebben. Daarbij heb ik proberen te kijken naar kleur (van de achtergrond) en de grootte van het lettertype. Het leuke aan deze manier van werken is dat ook al probeer je geen verhaal te vertellen, je door de selectie die je maakt toch iets zegt.
In het middelste blad zitten uitsparingen. Daar probeer ik gebruik van te maken en ik kon het niet laten het thema van het Oo-mannetje een vervolg te geven.
Als ik deze zijde van het blad af heb met bedrukken, dan is de achterkant aan de beurt. Goed om af en toe een onderbreking te hebben om nieuwe inspiratie en ideeën op te doen.
Voor AlfabetBoek IV wil ik beginnen met het drukken
van de letter ‘O’.
Dus ik begin met een leeg velletje om de houten letters
uit te proberen en ook om te zien hoe het papier zich houdt.
Even later heb ik dit mannetje met een hoed gemaakt.
De inkt is nog nat. Ik heb de letters met de hand op het papier gedrukt. Onder het papier ligt een stuk karton wat je terug kunt zien in de lijnen in de zwarte inkt.
Dit is het papier voordat ik begon en zo ziet het blad in AlfabetBoek IV er ook uit. In een volgend bericht zie je wat dat blad aan het worden is.
De foto’s die ik in Pushkar maakte, zijn gemaakt met een
oude analoge spiegelreflexcamera.
Daar kon ik redelijk foto’s mee maken maar zonder flits
en in de avond, dat is een heel ander verhaal.
Maar je snapt hopelijk dat deze foto’s voor mij niet
alleen een documentaire waarde hebben maar ook een
gevoelswaarde.
Landen in Azië vind ik erg aantrekkelijk in de avond en
op zijn aantrekkelijkst in de avond kort na een regenbui.
De werking tussen licht en schaduw en het glinsteren en
glimmen van straten. Prachtig.
In Pushkar had het niet geregend.
Als je niet kunt of wilt flitsen en je lens zit tussen een groothoek- en telelens in, dan moet je spelen met het diafragma (de hoeveelheid licht die de camera binnen komt) en de sluitertijd. Een langere sluitertijd vergroot de kans dat delen van je foto ‘bewegen’. Op deze foto staan meerdere personen die tijdens het maken van de foto uit beeld gelopen zijn. Thuis nam ik niet de tijd om met deze factoren (diafragma en sluitertijd) te oefenen. Op reis kwam dat wel vaker van pas en dan werd het dus gaandeweg leren.
De kermisattracties, groot en klein, zijn verlicht. Heel professioneel of wat eenvoudiger.
In het donker met kunstlicht zie je dingen die je anders misschien niet zou hebben gezien.
Deze weegschaal intrigeert me. Zou men hier textiel per gewicht verkopen of is hier toch iets anders aan de hand?
Deze kraam stond in een zijstraat die naar het hotel leidde waar we de eerste dagen van ons verblijf in Pushkar hebben geslapen. Die avond was het even rustig en kon ik al die kleuren en verschillende kleding vastleggen. Ik was op zoek naar een wit hemd maar heb er uiteindelijk geen gekocht.
Aan tafel.
Deze trappen leiden naar de ingang van de Brahma Temple of de Jagatpita Brahma Mandir. Links van het midden op de voorgrond, bij het detectiepoortje en rechts naast de ingang boven aan de trap staan leden van de militaire politie. We hebben in Pushkar niet geprobeerd deze tempel te bezoeken.
Stap in mijn tijdcapsule.
Het is 14 november 2013, India, Pushkar.
We lopen door het stadje Pushkar. Het is markt.
Het is kermis. Veemarkt en over een paar dagen is deze stad een bedevaartsoord.

//embedr.flickr.com/assets/client-code.js

Het is druk.
In een vorig bericht toonde ik koeien in hetzelfde Pushkar in een heel andere setting. Hier een heilige koe zoals ons westers beeld meestal is.
Waarom ik deze foto’s maakte van deze eekhoorn weet ik niet meer. Leuk is hij/zij wel.
Tot nu toe konden we vrij door de straten van Pushkar lopen. Maar omdat het religieuze festival dichterbij komt, zijn er extra maatregelen getroffen zoals deze houten afzettingen. Midden op straat, om de verkeersstromen te kunnen scheiden. Natuurlijk is dat niet vanwege gemotoriseerd verkeer maar vanwege de grote aantallen voetgangers. Er zijn ook militairen aanwezig. Op deze foto lijkt dat overbodig maar dat blijft niet zo.
Deze dromedaris wordt door de politie ingezet.
Als we te voet terug naar onze tent lopen komen we steeds langs deze drinkplaat voor de dieren. Altijd een plaats voor een leuke foto. In het volgende bericht gaan we terug naar Pushkar in de avond.
Dit jaar is de Pushkar Camel Fair vanaf 22 november.
Hoe Covid-19 daarop invloed heeft weet ik niet.
De eerste reeks AlfabetBoeken bevat de letters
‘A’ tot en met ‘N’ (uitgezonderd het boek-in-boekje).
Dus het alfabet is nog niet compleet.
AlfabetBoek IV wordt anders.
Het boek maak ik uit drie stroken papier van verschillende kleur.
Het boek gaat over de letter ‘O’.
Het wordt ook een concertina.
De stroken papier zijn ongelijk van lengte. Niet bewust maar
omdat de vellen papier waar de stroken uit komen verschillend
in lengte zijn.
De strook van het zwaarste papiersoort is toevallig ook het langst.
Dat wordt de omslag.
In AlfabetBoek IV wil ik gescheurde stukken tekst met de letter ‘O’
combineren met gedrukte letters ‘O’ en cirkels.
Bij de eerdere AlfabetBoeken gingen de vorm en de inhoud min of meer
hand in hand. Nu ga ik eerst de stroken beplakken en bewerken en pas
later gaat het boek zijn vorm krijgen.
Een belangrijke keuze wordt nog of ik de drie stroken in elkaar vouw
of dat ik drie concertinas maak die samen het boek vormen.
Mijn eerste experiment met krantenknipsels. De teksten zijn gebleven het papier is anders ingezet.
Dit zijn de drie stroken papier. Verschillend in lengte en hoogte. De hoogtes zijn door mij gekozen: 20, 17,5 en 15 centimeter. Voldoende verschil om te laten zien dat de vellen verschillend zijn. Wat kleur betreft maar straks ook wat invulling betreft. De drie stroken ga ik straks aan 1 kant aan elkaar bevestigen. Op de foto aan de onderkant.
Het grootste stuk papier, de achterste strook, ga ik beplakken met krantenscheursels waarin de letter ‘O’ een rol speelt. Aan beide zijdes. Het middelste vel ga ik gebruiken om te bedrukken. Het kleinste vel zal worden versierd met cirkels of andere vormen die gebaseerd zijn op de letter ‘O’. Kalligrafie is voor mij niet weggelegd maar ik wil wel vermelden uit welke kranten en van welke datum de scheursels komen.
In de bovenste twee stroken maak ik ‘vensters’ zodat te zien is wat er allemaal in het boek te vinden is. Dat doe ik in verband met de stevigheid niet in de achterste strook. Het snijden van ‘vensters’ is leuk maar gaat ten koste van de stevigheid van het papier. Bovendien heb ik met deze ‘vensters’ nog geen rekening gehouden waar de vouwen straks precies komen. Klein risico.
Een van de meest gestelde vragen aan een hobby-boekbinder is:
Waar haal je de tekst vandaan?
Een boekbinder is natuurlijk, in het beeld van de meeste mensen,
vooral bezig met een tekst in te binden, die door iemand anders
is gemaakt.
De meeste boekbinders willen zich immers bezig houden met de
constructie van het boek, de illustratie van het boekblok en de band,
mooie schutbladen, leeslint, een foedraal voor het boek, de kneep,
leer of perkament, wat voor kapitaalband, wel of geen sluiting.
Is het een Engelse binding of toch Duits of Frans?
Gelukkig is er in Nederland een uitgeverij die zich specialiseert
in het uitgeven van boeken in losse katernen.
De ‘Uitgeverij Boekblok’ is voortgekomen uit de activiteiten
van Atelier de Ganzenweide.
Ze ontwikkelen samen met schrijvers, de beheerders van rechten op teksten en
illustraties, met uitgeverijen, enz, sets van losse katernen
die wij dan vervolgens kunnen inbinden tot mooie boeken.
Dit is een voorbeeld van een recente uitgave. Geschreven door Aart van der Leeuw met illustraties van Henri van Straten: Sint Veit. Het origineel verscheen in 1931. Nu van de hand van Uitgeverij Boekblok / Atelier de Ganzenweide. Het betreft een boek van een kleiner formaat (12 x 16,4 cm), 5 katernen van alk 12 pagina’s.
Na het inbinden zal dit op maat gesneden worden en een tijdje later eindig je dan met een uniek exemplaar van de tekst. Hier heb ik nog wat werk dus.