Breda, Grote Markt / Ridderstraat.
Breda, Karrestraat…..te midden van de paarse heide.
La Dolce Vita van regisseur Frederico Fellini met in de hoofdrollen Marcello Mastroianni en Anita Ekberg.
De film is zo fantastisch omdat hij heel ontspannen het verhaal
vertelt van een jonge man in een stad.
Niet zo maar een man en niet zomaar een stad.
Maar het schijnbaar natuurlijke en logische verloop is niet
oppervlakkig. Het snijdt heel veel thema’s aan waarbij je,
zoals bij ieder goed kunstwerk, als toeschouwer je eigen
krenten uit de pap kunt halen.
*****
De omslagen van het witte leer zijn bevestigd aan de platten. Een nieuwe kans om weer te passen en te meten. Nu zien ik precies hoe groot het boekje is en hoe die afmetingen zich verhouden tot de onlays. Misschien is het papier met slangenmotief en het reepje perkament te licht van kleur. Nog eens over denken of ik dat ga veranderen.
De vorige keer was de eerste bak of lade voor de afficheletters al bijna gereed. Ik moest alleen de laatste wand nog plaatsen. Dat zie je hierboven. Eigenlijk deed ik het in de verkeerde volgorde. Je plaatst aan een willekeurige zijde de eerste wand. Dan sluit je de tweede wand daar op aan. Zo ook wand drie en dan vier. Dan, of tussentijds, snij je de lengte van de wanden naar wat nodig is voor de doos (lade of bak). Zo ontstaat een soort van verband tussen de wanden. Werkt heel goed. Heel stevig resultaat.
Dan gaan de afficheletters in de lade. Misschien ga ik de letters nog anders verdelen. Idee is dat als ze eenmaal verdeeld zijn, dat ik dan op de zijkant zet wat er in de lade zit. Dan doet straks de stapelvolgorde er niet toe. Als je 6 lades hebt is dat allemaal niet ingewikkeld.
Lade twee, het plaatsen van de eerste wand.
Omdat het vloertje en de wanden 30 centimeter lang zijn en ik de wanden op het vloertje plaats, zullen de wanden 2, 3 en 4 altijd iets te lang zijn. De oversteek kun je tussendoor of aan het eind, er nog afsnijden.
Zo oogt dat bij wand nummer 3.
Ook lade 2 is gereed. Ze zullen de komende dagen nog verder drogen.
Als je de lades mooi wilt maken kun je ze eenvoudig schuren en beplakken met sierpapier.
Dit bericht is om twee redenen speciaal:
= het is mijn 7000ste bericht
= het bevat een actiefoto van het lek aan de lichtkoepel
in mijn werkplaats.
De lezer kiest wat de belangrijkste gebeurtenis is.
Op deze foto is een klein deel van de lichtkoepel te zien die in mijn werkplaats zit. Die zit wel zo’n beetje half boven en half naast mijn werkbank en mijn proefpers. Het water komt van de rand onder aan de koepel. De druppels vallen dan omlaag op een van de gevangenisspijlen. Daar spat de druppel uit elkaar en deze foto is een fractie van een seconde later gemaakt. Vervolgens vallen de kleine druppels een paar meter omlaag. Het regenwater eindigt onder andere op de vloer op een oppervlak van meer dan een vierkante meter. Met het papier, leer, perkament en oude gereedschappen is dit geen prettig idee.
Vandaag heb ik de overige wandjes gesneden.
Het totaal is nu 24.
Grijsbord laat zich niet makkelijk met de hand snijden. Zeker niet als je 24 stroken van dezelfde afmetingen moet hebben.Maar het is redelijk gelukt. Goed genoeg om 6 bakken te maken voor de houten afficheletters die ik pas gekocht heb. Dit is even een spoedklus die ik tussen de bedrijven door doe.
De wanden zijn goed genoeg om de eerste lade (of bak) te maken. Ik gebruik er de houten blokken en metalen driehoeken bij waarmee ik geleerd heb dozen te maken.
Vanmorgen ontdekte ik terwijl ik in de werkplaats was en terwijl het regende een lek. Dus mijn schema liep een beetje anders dan de bedoeling was. Wand 3 had op een andere plaats moeten staan. Maar voor het eindresultaat maakt dat niet uit. Een tijd terug kocht ik dit nieuwe gereedschap (de kleurrijke hoekhouders) en die wil ik nog eens uitproberen.
Aan de witte boekband voor ‘Zwammen smullen’ heb ik ook gewerkt.
De platten zijn bevestigd aan het leer.
De ruimte tussen de platten heb ik proberen te dunnen.
Morgen met beide projecten verder.
Onze winkelstraten hebben een groot probleem.
Dat was al sinds de bankencrisis maar de coronacrisis
gaat nog een extra duit in het zakje doen.
De leegstand van de winkels in de winkelstraten in
de binnensteden van Nederland is nooit hersteld na de
bankencrisis.
Er wordt veel gelogen met cijfers, vooral de verhalen
over de vierkante meters of kubieke meters moeten
argwanend bekeken worden.
Feit is dat bezoekers van de winkelstraten in de binnensteden
het klimaat zien verslechteren. Steeds meer lege panden
en winkels die misschien wel nodig zijn maar die op geen enkele
manier bijdragen aan het algemeen plezier van ‘winkelen’.
Denk aan telefoonwinkels. Die doordat ze vaak dicht bij elkaar
zitten de beleving van de winkelstraat afbreken.
Daarnaast zien alle winkelstraten in Nederland er hetzelfde uit.
Veel creativiteit komt daar niet bij te pas.
In Breda is er weer een briljante marketingpersoon geweest
die lege panden aantrekkelijk wil maken voor het winkelend publiek.
Zou die persoon op verjaardagen daar trots over opscheppen tegen de familie?
Stadslandschappen in de binnenstad van Breda.
Er zijn veel toekomstscenario’s mogelijk.
Maar mensen die denken dat de oude situatie terugkomt,
die situatie met volle panden met hoge huren en drommen
veel kopend publiek, die stuur je beter terug naar school.
We hebben de goedlopende bedrijven naar malls en
woonboulevards gestuurd/gelokt.
Dan heb ik het nog niet over internet.
Wat overblijft is daghoreca, de Hema en goedkope mode
met hier en daar een enkele speciaalzaak en een pop-up.
Alternatieve invullingen zijn gezien de huren
nauwelijks mogelijk.
Er zal iets moeten veranderen….
Die eigenlijk geen kameel is in het Nederlands spraakgebruik.
In het Engels wordt de term ‘Camel’ gebruikt voor drie
verschillende dieren: de dromedaris (1 bult), de kameel (2 bulten,
‘Bactrian camel’ in het Engels) en de Wilde kameel (2 bulten,
‘Wild Bactrian camel’). De laatste groep is een bedreigde diersoort
die in China en Mongolië voorkomt.
Maar zover zijn we nog niet.
We gaan eens door de stad, rond het meer wandelen en zien wel.
Mooi schommelbed.
In de stad blijken veel hotels of hostels te zijn. Niet in de laatste plaats voor de pelgrims.
Ik heb een zwak voor grote houten deuren. Misschien kan Freud daar iets mee?
Shri Rama Vaikunth Temple.
Typische informatieborden.
Children, Socks, Shoes, goods, Umbrellas, Wet cloth, Stick, Camera, Smoking items, Leather and any other articles of bones etc; are not allowed to be carried within the premises of the temple.
Pilgrims should keep a watch upon their belongings.
Please follow the direction of the watchman for enteries in the temple premises.
Er is veel dat niet mag.
Om een paar dingen te noemen:
kinderen, sokken, schoenen, goederen, paraplu’s,
leer en elk ander voorwerp van been.
Maar als we later gaan zien hoe druk het hier kan worden
dan is het duidelijk dat men de instructies van de
bewaking moet volgen.
Zelfde tempel, ander bord. We mogen de tempel niet betreden.
De eerste keer na lange tijd dat je weer een dergelijk mozaïek met bloemmotieven ziet, roept dat allerlei herinneringen op.
Bloembetegeling.
Mahatma Gandhi.
Later ontdekken we dat Pushkar ook voor de Sikhs een belangrijke bedevaartplaats is.
Rietsuiker. Sapana Juce Center.
Dan buiten de bebouwde kom komen we op het festival terrein.
De opbouw is in gang.
Dit is het stadion. De plaats van de georganiseerde activiteiten.
Kamelen zijn niet de enige dieren die we op de fair zullen zien. Er zijn ook heel wat paarden.
Soms zie je dan van die prachtig witte paarden (en bijzonder interessante mensen).
Daar is hij of zij dan. Mijn eerste, gefotografeerde kameel in Pushkar.
De projecten tuimelen altijd een beetje over elkaar heen.
Maar al voor ik de doos opensneed met de afficheletters
dacht ik: waar moet ik die letters laten zodat ze opgeruimd
maar toch toegankelijk zijn.
Een serie grotere afficheletters zitten in twee vierkante emmers
maar dat is lastig zoeken.
Dat moet anders. In de doos zijn de letters mooi
georganiseerd.
Het eerste idee was een kartonnen kastje met lades. Maar ik ga nu voor een oplossing die minder materiaal vraagt en tegelijk meer vrijheid bij gebruik geeft.
Ik ga lage bakken maken van karton.
Dertig bij dertig centimeter. Dat is groter dan de lagen op de
foto van de doos.
Die bakken kun je eenvoudig stapelen.
Om ze dan toch bij elkaar te houden ga ik van karton een soort
van netwerk maken aan drie zijdes.
Als decoratie en voor de stevigheid komen er aan de buitenkant
letters. Van karton of misschien van papier-maché.
Zo verloopt de ideevorming. Van de 24 stroken van 30 bij 3 cm heb ik er al 8 gesneden.
Ik heb een keer een cursus gedaan over het maken van dozen. Die techniek ga ik hier ook gebruiken. Dat levert hele sterke dozen op. Met zwart de volgorde van werken. Even tekenen om te zien hoe dat kan gaan werken.
Daar gebruik ik ‘Zwammen smullen’ van Evelien Kroese voor.
Ik kocht het boek bij Atelier de Ganzenweide in een losbladige
uitvoering.
De katernen zijn ingebonden.
De rug heb ik al met PVA ingesmeerd en al even laten drogen. Intussen een stukje gaas op maat gemaakt. Dat gaat op de rug en dan gaat het geheel een tijdje in de boekenpers.
Als het boekje dan uit de pers komt dan snij ik het op maat met de snijmachine. Hier op deze foto is dat nog niet gebeurd. De potloodstrepen vormen de randen waar ik ga snijden. Dan is het de beurt aan het snijden van de platten. Even passen en meten.
Het kookboek met allerlei recepten met paddenstoelen is voorzien van allerlei mooie tekeningen. In meerdere opzichten kan dit genieten betekenen.
Even passen en meten. Het boekblok ligt tussen het karton voor de voor- en achterplat. Zo kan ik de grootte van het ontwerp eens zien tegen de echte afmetingen. Als dat bevestigen straks goed lukt dan is dit straks leuk.
Dit is het witte leer dat ik pas geleden in de aanbieding kocht.
Aan de binnenkant van het leer heb ik het stuk afgetekend dat ik nodig heb voor de witte boekband.
De platten gepositioneerd. Ik wil eens een keer een boek maken zonder versteviging in de rug. Eens zien hoe dat gaat werken. Ik ga nog wel de twee plannen met kraftpapier aan elkaar lijmen. Wel of niet het leer dunnen?
Je gaat natuurlijk niet naar India voor de hotels.
Prima als het goede hotels zijn maar je gaat voor het land,
de mensen, de cultuur.
We gingen naar Pushkar voor de Pushkar Camel Fair.
We wilden niet één dag en één nacht gaan maar meerdere dagen,
zodat we de opbouw en de afbouw konden meemaken.
Toen we op de eerste dag aankwamen waren er al wel voorbereidingen
aan de gang maar de drukte zou nog moeten komen.
De kameel is voor de Indiase landbouw wat voor ons het paard
was: vervoermiddel en hulp in de landbouw.
Dat is net als in Nederland aan het veranderen.
Kamelenhandelaren zijn er dan ook steeds minder.
Maar als je nooit in Pushkar bent geweest maakt het niet zo veel
uit hoeveel kamelen er komen.
Mijn foto’s in volgende berichten gaan dat hopelijk tonen.
De eerste nachten konden we in een hotel verblijven.
De prijzen waren nog acceptabel.
Daarna zouden we naar een tentenkamp voor toeristen verhuizen.
Mooi hotel. We hadden een kamer op de begane grond.
Ontbijt in de tuin. Fantastische sfeer.
Maar dit beeld door een raam in de muur van de hoteltuin maakte diepe indruk. We waren al eerder in India geweest maar dit overtrof toch weer mijn verwachtingen,
Ook op een gewone dag is het blijkbaar best druk in Pushkar.
Overal waar je kijkt zie je wel een plaats die als tempel dienst kan doen. Hoe vaak je ook in India komt, dat blijft steeds indrukwekkend.
Pushkar is een pelgrimsoord voor Hindoes en Sikhs. Daarom zijn er al die tempels en ghats (trap aan het water die door pelgrims gebruikt worden).
Trap naar de weg waar vrouwen zitten bij een winkel.
Door een sluier ziet alles er nog romantischer uit.
De heuvel op de achtergrond (links) heeft op de top natuurlijk een heiligdom.
In de avond maakte ik een paar foto’s vanaf het dak van het hotel.
Deze foto maakte ik verder op in de stad.
Als je denkt: waar zijn nou die kamelen?
Rustig maar, nog heel even.
Op dit moment lees ik een boek over jaarringen.
Het boek is geschreven door Valerie Trouet.
De Nederlandse versie heet: Wat bomen ons vertellen.
Ik luister naar nummers van:
Jimi Hendrix
Ennio Morricone
Neil Young
Toto
R.E.M.
The Cure
Scorpions
Radiohead
Beyoncé
Ik heb van de playlist die in haar boek staat een playlist
gemaakt in iTunes.
Er is een vakantie waarvan ik ooit de hoogtepunten al eens had
laten zien maar waar ik nooit uitgebreid bij stil heb gestaan.
Tenminste niet op internet.
In 2013 (november) gingen we naar de Pushkar Fair.
Jaarlijks komen in Rajasthan, bij het plaatsje Pushkar,
de handelaren in kamelen bij elkaar.
Het evenement is een combinatie van een beurs voor zakenmensen
en een religieus festival.
Eerst een aantal dagen met de kuddes kamelen en dan gaat het
aan het eind van de week over in een religieus festival.
Pushkar is een kleine stad die rond een meer ligt.
Het terrein van de Pushkar Fair ligt buiten de stad.
De handelaren brengen hun eigen tenten mee.
De reis er naar toe was heftig (voor ons).
Eerst de vlucht naar New Delhi, dan kort slapen (paar uur),
dan met de auto naar Jaipur. Daar bleven we een dag en nacht
en dan door naar Pushkar.
Op de terugweg brengen we meer tijd in Jaipur en New Delhi door.
In 1995 waren we al eens in New Delhi en Jaipur geweest.
De wegen in Jaipur waren toen nog niet verhard.
Dat was nu wel.
Het hotel waar we deze keer verbleven was een voormalig stadspaleis.
Een koninklijke familie van buiten Pushkar had een eigen
paleis in de stad Jaipur om de invloedrijke maharadja
van Jaipur te bezoeken.
Het paleis wordt deels door de nazaten van de familie zelf gebruikt
en deels als hotel.
Let the magic begin.
Zo keken we vanaf het brede balkon van de kamer naar de omgeving, overdag.
Aan het begin van de avond verschijnt dan het buitenrestaurant.
Met het licht aan wordt alles een sprookje.
De entree van de hotelkamer.
Hotelkunst. Het bovenraam van een van de deuren. Tijd om te gaan slapen en morgen naar Pushkar.
De afgelopen week was het misschien veel Guatemala.
Het was niet de bedoeling het af te raffelen maar 65 berichten
over die vakantie was een mooi getal.
Tijd voor een volgende vakantie.
Alleen die volgende vakantie laat nog even op zich wachten.
Maar eerst even over de cushion onlays (met dank aan Mark Cockram).
Mijn ontwerpje was bijna af.
Er ontbrak nog één paddenstoelhoedje.
Ik herinnerde me dat ik ergens een stuk vissenhuid had liggen.
Toen ik ging zoeken vond ik inderdaad een stuk vissenhuid en het stuk
was groter dan ik me herinnerde. Dus daar een stuk
afhalen zou jammer zijn.
Daarmee zou het te binden boek gelijk veel kleiner maken.
Tijdens het zoeken vond ik ook een stuk slangenhuid.
Heel lang, groen met een patroon. Leuk.
Gelijktijdig vond ik 5 vellen papier met een slangenhuidpatroon.
Dus ik smokkel. Dat papier gebruik ik.
Als dat maar goed gaat.
Het ontwerp vind ik leuk. Hopelijk krijg ik het dadelijk ook mooi op de wit leren boekband van ‘Zwammen smullen’ van Evelien Kroese (Atelier de Ganzenweide).
Op het moment dat we op vakantie in Guatemala en Honduras waren
zat een groot deel van de wereld in een andere crises:
de vluchtelingencrises.
We vlogen van Flores naar Guatemala City en op de
luchthaven van Flores zagen we een expositie met cartoons.
Ondersteund door UNHCR, was er een verzameling cartoons te zien
over de vluchtelingencrises door kunstenaars uit de regio
Zuid- en Midden-Amerika.
Die crises is er natuurlijk nog steeds alleen hebben we onze
aandacht op dit moment bij een ander probleem.
Een paar voorbeelden.
Angel Boligán, Cuba.
Flio (?), Territorio Hostil.
Ricardo Clement, Alecus, Mexico.
Luis Demetrio Calvo Solís, Mecho, Costa Rica.
Aangekomen in Guatemala City restte ons nog één nacht in
een hotel voordat we terug naar Amsterdam vlogen.
Dus nog één voorbeeld van hotelkunst:
De laatste volledige dag in Flores was bewolkt.
We hebben nog een boottocht gemaakt.
Altijd leuk.
Maar in Flores zelf was het feest. De kerk was versierd en het was druk.
Er werden voorbereidingen getroffen voor een goed maal.
Er werd nog een tent bijgebouwd (?)
Maya Pan. Deze bakker had ons al een keer ‘gered’.
Een smalle straat met muurschilderingen in wording.
De boot neemt ons eerst langs de brug die het eiland verbind met het vaste land.
Het museumeiland.
Flores.
We gaan naar een uitkijkpunt: Peninsula de Tayazal, Sendero mirador Rey Canek (pad naar het uitkijkpunt Rey canek).
Het uitkijkpunt is een houten toren op een hoog punt in het landschap.
Vanaf die toren heb je natuurlijk meer zicht op Lake Petén Itzá.
De versiering van de kerk is zichtbaar.
We laten de toren weer achter ons.
Terug bij het begin van de boottocht.
Museum is een groot woord.
Een privéverzameling, misschien uit de hand gelopen.
Op een klein eiland op zwemafstand van Flores.
Je kunt er alleen per boot komen en het hoort bij
een hotel in Flores.
Een eerste blik in het museum.
Heel verschillende gasten in de tuin.
Excéntricos de pedernal. Van veel culturen vinden we scherven steen die gewoon een stuk steen kunnen zijn maar soms ook (een stuk van) een vuistbijl of mes. Hier een hele verzameling. Zo’n scherf noem je in het Engels een ‘flint’. De cartoon serie ‘The Flintstones’ dankt er de naam aan.
Met gevoel voor drama neergelegd.
Zouden die uit een tuincentrum komen?
Ook elektrische voorwerpen als telefoons.
Ook heel grappig: Radios y bombillas Holandeses. Dat laat zich vertalen als ‘Radio’s en lampen uit Nederland’. Maar ik denk ook als ‘Radio’s en bloembollen uit Nederland’. Beide vertalingen passen bij Philips en Nederland (van die tijd).
Dit bord met de naam van het museum stond binnen. Sta. Barbara Inn Museo.
Leuk gedaan.
Terug naar Flores.
Wie zou er niet zo’n museum entree willen?
In het hotel werden we weer opgewacht….
Uitgeverij De Buitenkant geeft een hele leuke serie uit:
Uitgelezen boeken.
Altijd onderwerpen die met het boekenvak te maken hebben.
De ondertitel van de serie is dan ook:
Katern voor boekenkopers en boekverkopers.
De uitgave van maart 2020 gaat dus over de Max Havelaar.
Philip Vermoortel, Wie is wie in Max Havelaar?
Philip Vermoortel probeert in 60 pagina’s te achterhalen
wie er model hebben gestaan voor de verschillende personages
in de Max Havelaar.
Wie kent niet: Droogstoppel (makelaar in koffie), dominee Wawelaar,
Sjaalman of het tragische liefdespaar Saïdjah en Adinda?
Het exemplaar dat ik ontving kwam in een speciale envelop:
En met een mooie, losse kaart van Indonesië.
The Dutch possessions coloured thus.
Gisteren werd ‘Flores’ niet zonder reden onder de aandacht gebracht. Zelf waren wij daar in 2006.
Het katern is een aanrader!