Wat je al niet vindt met carnaval.
Kielegat: Als Grote Kerk verkleed op de Grote Markt
Prins Arie d’n Irste
Bij Café Haagpoort staat het paard al gereed.
De bus is er ook, dan zal de prins wel niet ver weg zijn.
Bij De Kopse Kant is het nog niet heel druk.
Het is het jaar van de rat in China.
De kop is er af.
Het paard is aangekomen bij De Kopse Kant.
De Biemeewes stellen zich op.
De Kielegatse Nachtwacht.
Prins Arie d’n Irste.
Kielegat: eerst over de Havermarkt
Onderweg naar de intocht van Prins Carnaval ging ik over de Havermarkt. Het was er nog rustig maar ik zag al wel veel geschiedenis. Zoals hier het Turfschip.
Nog rustig, maar het was ook maar net 13:00 uur.
Adriaan van Bergen.
Maar je ziet ook dingen die je als Kielegat eigenlijk niet wilt zien.
Horeca die sluit met deze dagen wil je natuurlijk ook niet zien.
Maar er waren al veel mensen goed in de schmink.
Hij lag even stil: Van den vos Reynaerde
Voor mijn verkoudheid had ik wel een begin gemaakt
met het voorbereiden van het eerste plat (houten voor- of achterkant)
van een middeleeuws boek.
Deze week kon ik er weer aan door werken.
Een middeleeuws boek is een boek waarbij de tekst tussen twee
houten planken wordt ingebonden.
In mijn geval eikenhout.
Het idee bij deze Romaanse binding is dat er met drie riempjes
en twee perkamenten strengels een verbinding ontstaat tussen de houten
planken en de tekst en de katernen van bedrukt papier en twee dekbladen
van perkament onderling.
Hier zie je dat het leren riempje van links af, in de rug van de houten plat verdwijnt. Vanaf de rugzijde is er een ‘tunnel’ gemaakt die even verder aan de buitenkant van de plat naar buiten komt. Daar wordt het riempje door een sleuf geleid om dan dwars door de plat te gaan. Aan de binnenkant wordt hij opnieuw door een sleuf geleid. In de sleuven en de tunnel ga ik straks het leer verlijmen met het hout. Bij de sleuven wordt het riempje ook nog eens vastgezet met messing spijkertjes. Zowel aan de binnen- als buitenzijde. De tunnel is voorgeboord met een boormachine. Verder gebruik je een beitel en vijlen.
Hier zie je hoe het riempje als het aan de binnenkant uit de plat komt nog eens door een sleuf wordt geleid. De beitel ligt er bij om het leer een beetje voor de foto op zijn plaats te houden.
Hier zie je dat riempje nummer 2 ook op zijn plaats zit. Ook zie je dat het leer (van een oude tas, 3 centimeter breed en dan dubbelgevouwen om de juiste dikte te krijgen voor een riempje van iets meer dan 1 centimeter breed) terugveert. De lijm en de spijkertjes en het dekblad dat aan deze kant tegen de plat komt, zullen er voor zorgen dat het allemaal op zijn plaats blijft zitten.
De drie riempjes zitten in de plat. Een volgende keer ga ik aan plat twee beginnen. Even zien wanneer dat zal zijn met carnaval in aantocht.
Perkament gekocht
Als hobby handboekbinder doe ik lang met een vel perkament.
Maar het eerste vel dat ik vorig jaar kocht is bijna helemaal
verwerkt in boekbanden, strengels en als dekblad.
Om straks niet op een lege plaats te pakken, heb ik een
nieuw vel gekocht.
Perkament. In dit geval van een geit.
Moet toch eens gaan kijken hoe zo’n huid bewerkt en gedroogd wordt.
Zoveel krokussen in het Valkenberg
15 notitieboekjes
19 November 2019 was een heel natte ochtend. Ik kwam in de regen te staan toen ik moest wachten tot de Pieterskerk in Leiden openging om de bezoekers van de Boekkunstbeurs binnen te laten. Deze week kwam ik nog een keer mijn tasje van die dag tegen. Toch maar even opruimen. Mijn kaartje van de beurs zat er nog in, met regensporen.
Maar dit doosje is belangrijker. 15 Notitieblokjes gemaakt door de Grafische Werkplaats Amsterdam. Die werkplaats bestond vorig jaar 15 jaar. Een van de evenementen was het drukken van 15 notitieboekjes. Ik kocht een versie van die boekjes in een doosje. Ik ben het gaan ophalen op de beurs.
Ieder notitieboekje bevat een groot aantal blanco pagina’s en een introductie. Een introductie op het 15 jarig bestaan en het thema van het boekje. De boekjes zijn allemaal verschillend.
Dit zijn de thema’s.
Dus eigenlijk heb ik wel een probleem. De boekjes zijn te mooi om vol te schrijven en verspreid te worden. Ik heb de doos met de 15 boekjes daarom maar in mijn boekenkast gezet.
Het is een geweldig idee geweest om ze te maken en er is veel aandacht aan besteed.
Pre Order: Pat Metheny met From this place
Babi Badalov: I am euromental
Babi Badalov: I am euromental (2015). Te zien in Club Solo in Breda.
Mijn fascinatie voor kunst komt het meest naar buiten
in mijn aandacht voor kunst waarbij tekst of letters een grote rol spelen.
Daar zoek ik vaak ook mijn inspiratie voor boeken die ik maak.
Zo zag ik onlangs bij Club Solo in Breda werk van Babi Badalov.
Geboren in Azerbeidzjan in 1959, studeert oa in St. Petersburg en
vlucht dan naar West-Europa.
Ik citeer het informatieblad waarin Club Solo zowel Cécile Verwaaijen
als Babi Badalov voorstelt.
Zijn observaties combineert hij met reflecties over actuele geopolitieke problemen die zijn eigen persoonlijke ervaringen weerspiegelen.
Badalov tast de grenzen van de taal af en verkent de beperkingen die ze oplegt. Hij gebruikt vooral linguïstische vondsten.
Op basis van misverstanden door onvoldoende talenkennis maakt hij associaties of haalt hij woorden uit elkaar of verdraait hij ze.
Badalov is ook geïnteresseerd in het manipuleren van betekenis door het visualiseren van taal. Voor hem is schrijven tekenen, en omgekeerd.Letters lopen uit in sierlijke ornamenten.
Hij wil afbeeldingen met letters maken.
De speelwoorden van Badalov gaan ook ergens over: nationalisme, culturele integratie, consumptie, gendergelijkheid, mondialisering,….
Wandel mee, verder door Antigua
De eerstvolgende kerk in de wandeling is wat er overgebleven is van de Iglesia El Carmen met de opvallende kolommen.
Het straatbeeld.
Typische ‘schoorsteentorens’.
Convento de Santa Teresa.
Zo doe je dat dus als de stoep wat smal is.
Dan zie je opeens, aan de rechterkant de Iglesia de nuestra Senora de la Merced.
Terwijl je aan de linkerkant de Arco de Catalina ziet.
Een winkel trok op een leuke manier de aandacht.
De gevel van de Iglesia de nuestra Senora de la Merced. De kerk behoorde bij een klooster en ook die kun je bezoeken.
De verlichting ontneemt een deel van je uitzicht op de witte reliëfs en beelden.
Detail van de kerkdeur.
Op de binnenplaats van het klooster is een grote fontein.
Soms is niet helemaal duidelijk waar je naar kijkt maar levert het toch een interessante foto op.
Versiering aan de basis van de fontein.
Van bovenaf is pas goed te zien hoe groot de fontein is.
Aan de basis van de koepel van de Iglesia de nuestra Senora de la Merced zitten een aantal leuke leeuwen.
De koepel van de Iglesia de nuestra Senora de la Merced.
Op het plein voor de Iglesia de nuestra Senora de la Merced is nog een fontein. Een stuk kleiner. Dit is een detail van de versiering aan het bassin.
Top van de gevel van de Iglesia de nuestra Senora de la Merced.
Altijd leuk: een borstbeeld met een duif op het hoofd.
Bij de Arco de Catalina is het steeds druk.
De verbinding over de straat (de Arco de Catalina) is een restant van een klooster waarbij de nonnen de verbinding gebruikten om ongezien de straat over te steken. In restanten van een kerk in de buurt van deze verbinding staat processiebeelden opgesteld die gebruikt worden in aanloop van Pasen.
De Arco de Catalina met in de verte de koepel van de Iglesia de nuestra Senora de la Merced.
Antigua is een Unesco World Heritage Site.
De wandeling is nog niet af.
Dus er volgt nog meer.
Inderdaad baseerden wij de wandeling losjes op wat de Lonely Planet
hier voor voorstelt.
Musea in het buitenland
Dan vooral die musea in landen waar wat minder aandacht en
mogelijkheden zijn voor kunst en cultuur.
Zoals dit eenvoudige maar mooie museum in Antigua.
Antigua Museo de Capuchinas, in het voormalige Kapucijnenklooster en kerk complex. De afbeeldingen en voorwerpen zijn vaak van lang nadat de vulkaanuitbarsting/aardbeving de stad verwoestte. Veel barok. Maar de opstelling is origineel. De informatie beperkt. Het fotobeleid en de verlichting vaag. Maar een bezoek meer dan waard.
Baby Jesus of the passion, 18th century, baroque, oil on wood. Ik toon, als dat kan, de Engelse beschrijving van de toelichting. Het werk toont het kindje Jezus te midden van al de werktuigen van de passie: het kruis, het ‘INRI’-bord, de doek met de afbeelding van het hoofd van Jezus, tangen, nagels, dobbelstenen, hamer, de trap, de staak met de spons, de speer en ga zo maar door.
Saint Bonaventura, 18th century, baroque, wood carving, polychrome and gilt.
Een blijkbaar lokaal werk met drie vulkanen op de achtergrond: The catholic Antigua Guatemala cries the death of its redeemer Jesus, 19th century, romantic style, oil on canvas, wood carving and gold leaf.
Geen idee wat dit is. Iemand een idee? Ik dacht dat het een mooie foto zou opleveren. Element van een dak of een fontein (?).
Misschien de top van een processiestaf (beetje te groot?) of baldakijn.
Hoofd van een bisschop (?).
Kees Schoenmakers – Dio Rovers
Aangezien ik maar wat op bed lag had ik tijd om eens rustig
het boek van Kees Schoenmakers over Dio Rovers door te nemen.
Het verscheen eind vorige jaar en is een prettig boek om
te lezen en door te bladeren.
Het beschrijft het leven van Dio Rovers en dat van zijn
directe familie. Maar de nadruk ligt natuurlijk op
zijn activiteiten op en rond de Grote Kerk in Breda en
zijn vrije werk als tekenaar en schilder, verknocht aan Breda.
Kees Schoenmakers: Dio Rovers – Beeldend monument van Breda (1896 – 1990).
Maar niet alleen als zelfstandig kunstenaar, ook als promotor van kunst en cultuur,
van mede-organisator van carnavalsactiviteiten en het maken van ontwerpen daarvoor,
tot het aan de wieg staan van het kunstonderwijs in Breda (1e directeur St Joost).
Als opleider door het geven van cursussen, als restaurateur van de schilderingen
in de Grote Kerk en als beschermer van erfgoed in de aanloop na en tijdens de
Tweede Wereldoorlog.
Eigenlijk te veel om op te noemen en het boek doet dat natuurlijk veel
beter dan dat ik dat hier nu kan.
Een voorbeeld van een van de vele manieren waarop Dio Rovers betrokken was bij de restauratieactiviteiten in de Grote Kerk van Breda: Tekening fiaal baldakijn, 1926, houtskool op papier en Tekening baldakijn kooromgang, 1926, houtskool op papier.
Even opzoeken, fiaal:
[ architectonische termen] Een gotische bekroning in de vorm van een toren met uitsteeksels, ook wel fioel genoemd. Het werd als decoratief element boven een venster of portaal geplaatst, of als extra verzwaring voor een steunbeer.Een meer gangbare benaming is pinakel.
Dit werk van Dio Rovers ken ik het best: Bredase markt in winter, 1952, olieverf op doek.
Zijn werken met houtskool zien er fascinerend uit: Vissers met netten, 1947, houtskool op papier.
Zijn werk is altijd figuratief maar dit is wel heel dicht tegen abstract aan. Mooi van kleur. Markdal in winter, circa 1940, olieverf op doek.
Een overzichtstentoonstelling van zijn werk, hier in Breda,
zou mij heel veel plezier doen.
Breda, stad in het park
Omdat ik verkouden ben lig ik op bed en luister naar BNR (Big Five).
Daar vertelt iemand (Staatsbosbeheer, Harry Boeschoten) dat Breda heel ambitieus is met hun plannen om de stad te veranderen in een ‘stad in het park’.
Nu wil de politiek in Breda steeds andere dingen.
Ooit wilde men stad van de grafische kunst worden. Dat duurde niet lang.
Dan wil men internationaal knooppunt worden met Breda International Airport
Maar iets gaat er mis. Ik woon binnen een straal van 100 meter van het Stadhuis maar weet niets van deze plannen.
Multatuli Liefdesbrieven
Privé-domeinreeks nummer 54 van De Arbeiderspers in herdruk: Liefdesbrieven.
Normaal maak ik geen reclame.
Maar dit is uitzonderlijk.
Een prachtige uitgave, in herdruk.
Ingebonden naar uw eigen wens.
Misschien dat ik er maar twee koop.
Op 2 maart 2020 is het 200 jaar geleden dat Multatuli in Amsterdam werd geboren.
In het kader hiervan herdrukt De Arbeiderspers uit de privé-domeinreeks nummer 54 uit 1979, Liefdesbrieven.
Bezorgd en van aantekeningen en een nawoord voorzien
door Paul van ’t Veer, naar moderne spelling gezet door Henk Gielkens.
Aan de nieuwe editie is een voorwoord van Elsbeth Etty
toegevoegd.
De winkeleditie is genaaid en direct ingehangen
in het papieren omslag, met flappen.
Voor handboekbinders en andere boekenliefhebbers
is het boek te verkrijgen in losse, ongebonden katernen bij Uitgeverij Boekblok (van Jannie de Groot), in samenwerking met Atelier De Ganzenweide (van Rob Koch).
• Formaat: 11,5 x 19,5 cm
• Het binnenwerk heeft een omvang van 392 pagina’s,
in 16 katernen van 24 pagina’s en
een katern van 8 pagina’s,
gedrukt op Schleipen, 80 grams houtvrij romandruk,
creme/wit, opdikking 1.5
• Het papieren omslag is gedrukt op Munken pure,
240 grams houtvrij offset getint, opdikking 1.13
• Meegeleverd worden het omslag en een extra blanco katern,
voor bijvoorbeeld het maken van schutbladconstructies
• De prijs bedraagt 25,- euro
De katernen zullen beschikbaar komen in maart 2020.
Ze zijn te koop op de Boekbindbeurs, zondag 26 april
te Sint-Niklaas, op de stand van Uitgeverij Boekblok
(pinnen is mogelijk).
Ook zijn ze te bestellen via de website http://www.uitgeverijboekblok.nl.
Stormschade
Van den vos Reynaerde (vervolg)
Dit wordt het derde boek in deze reeks.
Het eerste was een klein maar dik boek met houten platten,
leren bekleding en een sluiting (die ik gekocht had).
Geen tekst.
Het tweede was het boek ‘The art of bookbinding’. Dus een
bedrukt boekblok, houten platten met rood leer. Met een sluiting
van leer en messing. Eenvoudige integrale kapitaalband.
Met als versiering een messing beslag dat ik gekocht had.
Het derde boek is dan uiteindelijk Van den vos Reynaerde.
De tekst die geleverd is door een samenwerkingsverband van
de Stichting Handboekbinden, Atelier de Ganzenweide van Rob Koch
en Jannie de Groot. Hier wil ik het chevronkapitaal op
maken en met een messing titelvenster. Deze laatste twee
waren bij boek twee of niet gelukt of was ik gewoon niet aan begonnen.
Dit is het vertrekpunt voor dit bericht: twee eikenhouten platten, drie leren riempjes (uit een oude tas) en een prikmal die ik voorbereid heb.
Aan de kop en de staart (aan de boven- en onderkant van de platten) zijn de hoeken van eikenhouten platten afgeplat. Er is een stukje afgezaagd. Door dat te doen ontstaat er voldoende ruimte om een kapitaalkern van gedraaid perkament aan te kunnen brengen. Die kapitaalkern zal later omwikkeld worden met twee kleuren draad om zo het chevronkapitaal te realiseren. De kapitaalkern verbindt de twee platten met het boekblok dus is er niet alleen voor de versiering maar ook voor de stevigheid van de binding.
Een timmerwerkplaats is mijn werkplaats niet dus moet ik steeds een beetje improviseren.
Je kijkt hier tegen de buitenkant van een van de platten. Straks, nadat de bekleding is aangebracht, kun je de aanhechting van het perkament op de platten zien. Dat is ook het geval bij de riempjes.
Het stukje dat op de hoek van de platten is weggehaald, haal ik ook van het dekblad en de rest van het boekblok af. Daardoor ontstaat er ruimte om straks het kapitaal te omwikkelen en vast te maken aan de kapitaalkern en het leer.
Het boekblok (met de perkamenten dekbladen) zit in de blokpers. Hier zijn de plaatsen aangegeven waar ik het boekblok ga inzagen.
Drie tot vijf millimeter diep zaag ik het boekblok in.
Het is de bedoeling dat het boekblok aan de leren riempjes wordt genaaid. Daarbij zullen de leren riempjes door een soort tunnel de platten ingaan om er aan de buitenkant uit te komen om vervolgens door het hout te gaan en aan de binnenkant van de platten bevestigd te worden. Lees Goddijn. Hier zie je een en ander afgetekend en de eerste gaten zijn geboord als begin van de ‘tunnel’.
De binnenkant van een plat. De riempjes komen straks door het gat naar binnen en worden dan tegen de binnenkant van de plat bevestigd. Het dekblad, eenmaal tegen de binnenkant van de plat bevestigd, zal dit aan het oog onttrekken.
Een afgetekende buitenkant van een plat. Je ziet de boorgaten van de rug afkomen. Die moeten een ‘tunnel’ gaan vormen. Door de brede gaten gaan de riemen dan naar de binnenkant om vastgezet te worden met messing spijkers.
Laat ik maar beginnen met de eenvoudige dingen. Dat maken van de tunnel. Daar ben ik een beetje voorzichtig mee. Als ik te veel kracht gebruik ben ik bang dat het ‘dak’ van de tunnel afgaat. Op zich is dat geen ramp. Dan kun je nog steeds het boek inbinden maar je ziet dat dan wel. Ook dat kun je dan wel weer oplossen maar volgens het boek moet het met een tunnel. Dat wil ik proberen. Bij mijn tweede boek lukte dat niet maar dat had vooral met het materiaal te maken. Dit is een massief eiken plank. Bij boek twee was het een uit meerdere lagen samengestelde plank.
De komende tijd kan ik me dus wel vermaken in de werkplaats.
De wandeling begint
Vanaf Cerro de la Cruz gaat een pad naar beneden, terug Antigua in.
Antigua staat vol met kerken en kloosters. Dat suggereert dat de verovering van Amerika gepaard ging met een vol ingezette poging om de kerstening van het continent te realiseren. Dit zijn de restanten van Iglesia de la Candelaria. Helaas is de foto tegen de zon in genomen en helpen de schaduwen niet om de kerk zichtbaar te maken.
Veel barok.
1a Avenida Norte.
De plint van een gebouw met een mooie kop.
Convento de Capuchinas. Een kerk, klooster en vreemde toren achter in de tuin.
Kloosteromgang.
Van de kerk is aan de binnenkant niet zo veel meer over.
Maar het klooster spreekt des te meer tot de verbeelding.
De wasbekkens.
De bougainville doet het er prima.
Dit is de torenachtige structuur die achter in de tuin ligt. Het was een vooral vochtig bouwwerk waarvan de functie geheim blijft.
Intussen is het een stuk drukker geworden bij Cerro de la Cruz.
Nu luister ik naar…..Eefje de Visser
Kruidenier
Een van de winkels in Breda met de mooiste etalages
is De Kookwinkel.
Steeds een wisselende etalage met steeds opnieuw verrassende
voorwerpen.
Deze keer (ik gok) een speelhoed interieur van een oude
kruidenier.
Uit de tijd dat de winkelier iedere klant individueel hielp
en nog veel producten los verkocht werden.
Goed dat nu veel in zelfbediening kan.
De Kookwinkel, Breda. Hoek St. Janstraat/Molenstraat. Deze foto is uit de etalage in de Molenstraat. Achter die schuine kleppen op de onderste rij lagen bijvoorbeeld de aardappelen.











































































































































