Nieuwe Prinsenwagen van het Kielegat

Vandaag is in de Grote Optocht van het Kielegat
de nieuwe Prinsenwagen, die gebouwd is door CV Simpel,
in gebruik genomen.
In deel 1 van het verslag van de optocht waren er ook
al foto’s van te zien.

DSC01524DeNieuwePrinsenwagenKomterAanOpDeHaagdijk

Hier komt de nieuwe wagen door de Haagrijk naar het startpunt van de optocht gereden.


DSC01525DeNieuwePrinsenwagenOpDeHaagdijk

De wagen staat aan de ‘startstreep’.


DSC01526PrinsDaanBekijktNieuwePrinsenwagen

Prins Daan is met zijn gevolg per bus aan komen rijden en gaat de nieuwe wagen bekijken.


DSC01527PrinsDaanBekijktDeNieuwePrinsenwagenMetIemandVanCVSimpel(Bouwer)

Hier kijkt Prins Daan samen met een van de bouwers van CV Simpel eens uitgebreid naar de wagen.


DSC01529PrinsDaanVanHetKielegat

Laten we nog eens dichter bij gaan kijken.


DSC01530KielegatPrinsDaanInspecteertDeNieuwePrinsenwagenOpDeHaagdijk

De achterkant van de wagen hangt vol met de schilden van de voorgaande prinsen.


DSC01531RaadVanEkfopDePrinsenwagen


DSC01532DenieuwePrinsenwagenInGebruik

De nieuwe Prinsenwagen is in gebruik genomen.


DSC01533DeNieuwePrinsenwagenInGebruik


DSC01534RaadVanEkfOpDeNieuwePrinsenwagen


DSC01544DeOptochtIsBegonnen

Met het vertrek van de Prinsenwagen is de Grote Optocht van het Kielegat van start gegaan.


DSC01545DeNieuwePrinsenwagenBestaatOAUitEenTurfschip

Onderdeel van de nieuwe wagen is ‘het Turfschip’.


DSC01546DeNieuwePrinsenwagenIsInGebruikGenomen

Op naar de Hoge brug en de volgende wagens, groepen en de individuele deelnemers kunnen volgen.


Gat in de muur onthult zijn geheimen

Het enorme gat in de blinde muur in de Schoolstraat
in Breda was gisteren niet meer afgedekt met een groot stuk plastic
dus kon je van buiten zijn geheimen zien.

WP_20180714_18_03_14_ProSchoolstraatInkijkInHetGatVanDeFoodcourt


WP_20180714_18_03_56_ProBredaCingelstraatHuisVanBrecht1792

Gelukkig staat even verder het Huis van Brecht. Prachtig in de volle zon.


Wikipedia:

Het Huis van Brecht is een gebouw in het centrum van Breda op het terrein van het Kasteel van Breda. Het is gemaakt van steen en dateert uit de tweede helft van de veertiende eeuw. Gouvaert van Brecht kocht het in 1530 en vergrootte de woning met een galerij. Na de list met het Turfschip van Breda vlucht de Spaanse familie naar Luik en werd het huis van het Bredase stadsbestuur.

Tot 1605 heeft het gebouw verschillende functies vervuld, waaronder kanunnikenhuis (vermoedelijk) en smidse; vanaf 1794 tot 1940 was het als militair hospitaal in gebruik. Tegenwoordig dient het gebouw als onderkomen voor de bibliotheek van de Koninklijke Militaire Academie (KMA).

Breda, Beatles en Blake

Drie stripboeken heb ik gisteren gekocht.
= Het Turfschip van Breda door Roelof Wijtsma
= Epstein door Jaron Beekes
= Het gedroomde avontuur door Didier Convard en Andre Juillard.

Om bij het laatste boek te beginnen.
De verhalen van Blake en Mortimer zijn al van heel wat jaren geleden.
Edgar P. Jacobs was de maker en hij overleed in 1987.
Toch komt er af en toe een boek uit met de twee helden.
Vaak van een bewonderaar en vaak ook met een originele
invalshoek. Dit is geen gewone remake.
Niet zomaar een nieuw avontuur met de oude helden.
De insteek is origineel maar de uitwerking is wat kort door de bocht.
Resultaat is ook geen standaard stripverhaal met plaatjes
en tekstballonnen maar een briefwisseling mert grotere tekeningen.
En die tekeningen zijn mooi.

 photo DSC_5422HetGedroomdeAvontuurDidierConvard-AndreJuillard.jpg

Het gedroomde avontuur door Didier Convard en Andre Juillard.


Epstein is een graphic novel over de eerste manager van de Beatles.
De man die hen hielp groot te worden.
Mooi verhaal.
De omslag is grappig.
Ik laat eerst de achterkant zien, dan de voorkant.

 photo DSC_5423JaronBeekesEpstein.jpg

Epstein door Jaron Beekes.

 photo DSC_5424JaronBeekesEpstein.jpg


Als laatste Het Turfschip van Breda.
Leuk verteld.
Zeker als je weet dat het al heel wat keren in beeld gebracht is.
Zo was er bijvoorbeeld die ets van Bartholomeus Willemsz. Dolendo:
Inname van Breda, uit ongeveer 1590.

 photo BartholomeusWillemszDolendoInnameVanBreda1590RP-P-OB-80090.jpg

Bartholomeus Willemsz. Dolendo, Inname van Breda, 1590. Vier episodes van het verhaal. Linksboven de aankomst van het turfschip, rechtsboven het binnenhalen van het schip in het slot (zie hieronder), linksonder een gevecht op de binnenplaats en rechtsonder het verdrijven der Italiaanse soldaten.

 photo BartholomeusWillemszDolendoInnameVanBreda1590RP-P-OB-80090Detail.jpg

Bartholomeus Willemsz. Dolendo, detail van Inname van Breda: het binnenhalen van het schip in het slot.

Roelof Wijtsma maakt er een veel dynamischer spectakel van:

 photo DSC_5421RoelofWijtsmaHetTurfschipVanBreda.jpg

Het Turfschip van Breda door Roelof Wijtsma.


Nassaudag Breda

Van de Nassaudag heb ik nog een paar foto’s gemaakt.
Van de Blijde Inkomst in de ochtend tot en met
het Turfschip spectakel.

 photo DSC_3953TweeBegijntjes.jpg

Een blik in het verleden: twee begijntjes.


 photo DSC_3956WaarKomdeGullieVandaan.jpg

En waor komde gullie vandaon?


 photo DSC_3957BlijdeInkomst.jpg

De Blijde Inkomst in het Valkenberg.


 photo DSC_3961VreemdeMiddeleeuwseSnuiters.jpg

Hele vreemde snuiters uit een ver verleden.


 photo DSC_3962VreemdeMiddeleeuwseSnuiters.jpg


 photo DSC_3964VeelToeschouwersOpDeHogeBrukEnLangsHetWater.jpg

Heel veel toeschouwers op de Hoge Brug en langs het water.


 photo DSC_3965SlagMetDeSpanjaarden.jpg

Heel historisch was de afsluiting niet maar wel spectaculair.


Het turfschip van Breda

Ik was de desktop van mijn PC aan het opruimen en kwam toen
onderstaand gedicht tegen over Breda.
Hoog tijd om het op mijn weblog te plaatsen.
1590
Breda ingenomen met de list van het turfschip
Uit: J. van Vloten, Nederlandsche geschiedzangen, II, 1864, 309-313.
Oorspronkelijke bron: Geuseliedtboeck

Gevonder: Engelstalige site van de Universiteit van Leiden

Een nyeu Liedeken vant innemen van Breeda,
Nae de wijse vanden lxviij. Psalm: Staet op Heer toont u onvertsaecht.
(Psalm 68)

Weest nu verheught ende verblijdt,
Looft Godt met vreucht gebenedijt,
Prijst zijnen naem verheven,
Die in ’t jaer tnegentigh, ziet,
Tot Breda wonderlijck geschiet,
Victory heeft gegeven;
tIs niet geschiet in menigh jaer,
Sulcken aenslagh seer wonderbaer,
Sonder veel bloets vergieten,
’t Huys van Nassau, het edel bloet,
Ons seer getrou met lijf en goet,
Liet hem sulcks niet verdrieten.
Graef Maurits met een kloeck verstant,
Een jonge vorst vroom en vaillant,
Heeft dit feyt wel beghonnen,
Door goeden raet, hem aenghedient
Van een turfschipper als goet vrient,
Van Willem Jacobsz. versonnen,
Die ’t vaderlandt was toeghedaen,
Soo ghy sult hooren door ’t vermaen,
Hoe hy dit heeft besteken;
’t Was de turfschipper vant casteel,
Binnen Breda, dat schoon juweel,
Wiert een Romeyn gheleken.
Dit schip was lustich toebereyt,
Den turf daer looslick opgheleyt,
Onder vol trou soldaten,
Ontrent tseventich mannen stout,
Die, met perijckel menichfout,
Vijf nachten int schip saten;
Den derden Meert, twas saterdach,
Voor noen, dat hy noch buyten lach,
Corts nae middagh, wilt hooren,
Quam tschip int casteel binnen, siet,
Verwachten blijdschap of verdriet,
Van beyts quam hun te voren.
Van Heusden, Worcum, Loevesteyn,
En oock van Sevenberghen reyn,
Was dit crijchsvolck ghenomen,
Om te volbrenghen den aenslagh,
Nu in den Meert den derden dach,
Grootlijcx tot onser vromen;
Den turf wert van het schip ghehaelt,
Den aenslach was bynae ghefaelt;
Den schipper, seer vaillandich,
Sprack tot den ghenen die hem droech:
t’Avont hebben sy turf ghenoech;
tWas een jongman verstandich.
De draghers waren half ghestoort,
Want sy wouden noch draghen voort,
Zy sochten ghelt om drincken,
Om dat by Vastelavont was,
Langde den schipper wt zijn tas
Drinckgelt om hen te schencken.
Capiteyn Argier met verstant,
Capiteyn Lambrecht seer vaillant,
Noch een vaendrich vercoren,
Twee luitenants hielden mee an;
Dees vijf waren daer hoofden van,
Om ’t crychsvolck te gaen voren.
Door hoesten ende niesen zwaer,
Wiert men haerlixebn bycans ghewaer,
Conden haer niet bestieren,
Den jongsten schipper, een vroom helt,
Heeft hem doen aent pompen ghestelt,
Om niet te hooren tieren;
De schiltwacht die riep, half verbaest:
Is daar volck by u dat soo raest?
-Zy hadden sulck propoosten,
Den jongman sprack, sonder vertreck:
Ick moet pompen, het schip is leck,
Hy hiet Adriaen Joosten.
Die vant casteel, seer wel bedocht,
Hadden nochtans het schip besocht,
Maer ten scheen niet te deghen,
Zy waren op het schip, tis waer,
Want die van binnen saghen haer,
Die doen wel stille zweghen;
tGhinck daer ghelijckt met Troye dee,
Die ’t griecksche peert in haerlixebn stee
Haelden, en zijn bedroghen,
Soo hebben oock die vant casteel,
Grootlicx tot haren achterdeel,
Dit schip selfs inghetoghen.
Tot tweemael in den selven nacht,
Baden sy tot God met aendacht,
Eer sy dit feyt aenvinghen,
Ten elf uren of korts daeraen,
Begonden zy wt tschip te gaen,
Om haer werck te volbringhen;
Twintich wasser wt ’t schip ghegaen,
Doe quam daer een Italiaen,
Men seyt om turf te stelen;
Die grepen sy al by den hals,
Sy dwonghen hem bescheet van als,
Maer ’t secreet kond’ hy helen.
Doe sy hem hadden by der keel,
Moest hy hun daer segghen, hoeveel
Volcx dat sy daer sterck waeren,
Hy seyd’ tweehondert twintich man;
Maer dese reys loogh hy daeran,
Meende hun te vervaren,
Zy vraechden hem daer voorder van,
Hy seyde hondert twintich man;
tVolck croop vast wt den schepe,
Zy dooden dien Italiaen,
Doen zijnse stoutlick voortghegaen,
Zy haddent wel begrepen.
Doen sy nu tsaem waren by een,
En hielden sy niet langh ghemeen,
Maer zijn stracx voortgheloopen,
Ses corps-de-garden waren daer,
De twee, die maeckten sy eerst claer,
Toghen doe in twee hoopen,
Met schieten, steken, houwen, slaen,
Soo zijnse voorts te werck gegaen,
Haer vyanden doorboorden;
Maer binnen thuys, opt selve pas,
Daer des gouverneurs soon op was,
Creghen sy met accoorden.
Als sy ’t casteel tot haren wil
Hadden, was in stadt groot gheschil,
Want sy d’een brugh afbranden;
Graef Maurits wert dees maer vertelt,
Die quam flucx aen met zijn ghewelt,
Den vyant vlood met schanden;
Doe wert van graef Hoxebnlo ghehoort,
Teghen de borghers een accoort,
Men soud’ hen niet pillieren,
Noch oock belasten met rantsoen,
Maer moesten zijn soldaten koen
Twee maenden sold fineeren.
Oorlof, ghy borghers altesaem,
Looft ende bidt des Heeren naem,
Dat hy doch wil bewaren
Den graef van Nassou, ’t edel bloet,
Oock al dees lants regeerders goet,
Dat sy moghen voortvaren
Met haerlixebn wel begonnen werck;
Al is de vyant noch soo sterck,
Godt sal victory gheven,
So wy hem dienen t’ alder tijt,
Eeren en beminnen met vlijt,
En naer zijn woort wel leven.

Een aantal woorden zijn voor mij moeilijk.
Als ik de tekst vaker lees komen er nog meer bij.
Een aantal heb ik geprobeerd op te zoeken:
gebenedijt = gezegend (Looft Godt met vreucht gebenedijt)
vaillant = dapper (Een jonge vorst vroom en vaillant)
lustich = enthousiast (Dit schip was lustich toebereyt)
looslick = ? (Den turf daer looslick opgheleyt)
intuitief zou ik zeggen iets als ‘losjes’ maar ik ben
op het internet geen betekenis tegen gekomen.
perijckel = gevaar (Die, met perijckel menichfout)
vercoren = verkozen (Noch een vaendrich vercoren)
haerlixebn = hun (Wiert men haerlixebn bycans ghewaer)
Volgens DBNL zijn de volgende woorden normale aanduidingen
wijlien voor wij,
onslien voor ons,
ghylien voor gij,
ulien voor u,
sylien en henlien voor hen
en haerlien voor hen.
propoosten = voorstellingen, uitvluchten.
Het is ook soms niet meer dan:
gesprek (Zy hadden sulck propoosten)bescheet = ?
(Sy dwonghen hem bescheet van als)
reys = keer (Maer dese reys loogh hy daeran)