Massatoerisme heeft heel veel kanten.
Ook deze.
In San Juan La Laguna in Guatemala zagen we deze Mona Lisa
als reclame voor een souvenirshop.
Mona Lisa in San Juan La Laguna, een dorp aan het water van Lago de Atitlan.
De losse letters van ‘prettige feestdagen’ zijn een soort van theaterdecor geworden met behulp van de doos waarin de kerststol zat die ik vorige week kocht.
Intussen is de glazen kerstster al een paar keer veranderd. Nu is de ster grijs met kleine boekselen sterren er op en bevestigd op een paarse achtergrond.
Het was mijn eerste bezoek aan het Japanmuseum Sieboldhuis. De tentoonstelling met de etsen van Tanaka Ryōhei was het eerste onderdeel van mijn bezoek. Dat brengt je ook in een naast geleden huis en dat zie je nog aan de binnenwand. Het past heel mooi bij de soberheid van de Japanse kunst. Het deel van het museum dat de collectie toont van Philipp Franz von Siebold, doet me denken aan Meermanno in Den Haag: een mooie verzameling die duidelijk lang geleden is ontstaan maar die juweeltjes bevat.
De opstelling van heel diverse objecten is heel sereen.
Er lagen ook boeken. Maar de context ontging me een beetje. Maar dat is niet erg bij een eerste bezoek. De volgende keer moet ik daar meer tijd voor nemen. Philipp Franz von Siebold was een van oorsprong Duitse arts die in Nederlandse dienst een aantal jaren op Deshima verbleef. Door huisbezoeken, zijn netwerk en een reis naar Edo was Siebold in staat veel voorwerpen over/van Japan te verzamelen.
De uitstalling van de voorwerpen is mooi en met respect voor de delicate natuur van sommige voorwerpen.
Waaronder heel veel planten en dieren.
Een deel van de gasten staan op sterk water.
Toen ik in Leiden een foto stond te maken van een boekhandel
viel me de reflectie van een boom in het water van een grote plas op.
Mooie kans om die vast te leggen.
ik maakte de volgende foto, zonder veel na te denken.
Let ook op de kleine blaadjes. Achteraf drukte ik net iets te vroeg af (zo zei je dat vroeger met een fototoestel). Even later vielen er meer druppels in de plas.
Nu alleen nog een paar druppels rechtsonder.
Tanaka Ryōhei is de kunstenaar van wie de etsen zijn die in het Japanmuseum Sieboldhuis worden getoond.
Tanaka Ryōhei
Tanaka Ryōhei (1933) heeft in zijn vijftigjarige carrière meer dan 770 etsen gemaakt met in totaal meer dan 100.000 afdrukken.
Op een paar uitzonderingen na heeft hij alle edities zelf gedrukt, in zijn eigen studio.Tanaka werd geboren in Takatsuki, halverwege Kyoto en Osaka.
Hij had een aangeboren hartafwijking en spendeerde daardoor veel tijd thuis.
Tekenen werd daardoor zijn hobby.
In 1963, toen hij al dertig was, nam hij tekenlessen in het stedelijk kunstatelier voor amateurs in Kyoto.
De lessen werden gegeven door Furuno Yoshio (1909-1978).
Hij was een prentmaker die ook lesgaf in etsen.
Via hem raakte Tanaka gefascineerd door de etstechniek.
Als lid van de Etsersvereniging Kyoto stelde Tanaka zijn etsen tentoon in de Perfecturale galerie Kyoto.
Tijdens de tentoonstelling van 1964 werd zijn werk ontdekt door kunsthandelaar Yamada Tetsuo (1924-1998).
Hij werd Tanaka’s agent en zorgde ervoor dat zijn werk terechtkwam bij galeries, verzamelaars en musea in Japan en later ook in de rest van de wereld.
Tanaka werkte oorspronkelijk in een van de kamers van zijn woonhuis.
In 1969 liet hij een studio aan zijn huis bouwen.
Daar ontwierp en printte hij elke ets.
In 1970 waren zijn etsen zo populair geworden dat hij zijn baan kon opzeggen en zich volledig op zijn kunst kon starten.In de loop der jaren zijn verschillende catalogi met Tanaka’s werk uitgegeven.
In 1985 bracht Yamada een overzichtscatalogus uit in het Japans en het Engels.
Succes in het buitenland volgde.
Tanaka werd uitgenodigd om deel te nemen aan tentoonstellingen in Italië, Joegoslavië, Duitsland, België, de Verenigde Staten, Hong Kong, Finland, China, Mexico en Bulgarije.In 2013, toen hij tachtig werd, maakte hij met een laatste krachtinspanning zijn vijf laatste etsen.
‘Boerenhuis in de zon’ was het laatste werk.
Furuno Yoshio had hem alleen de basis van het etsen geleerd.
Tanaka ontwikkelde zijn eigen technieken.
Zijn technische vaardigheden zijn bijzonder.
Al in de jaren zestig ontwikkelde hij zijn eigen, herkenbare stijl.
Hij wist deze vijftig jaar vol te houden.
Door de belichting en de etsen die achter glas zitten, is het niet eenvoudig te fotograferen. Mijn foto’s zijn slecht. Maar toeval wil dat de eerste foto over weerspiegelde bomen gaan. Tanaka Ryōhei, Waterkant nr 1, ets en aquatint, 1977.
Tanaka Ryōhei, Esdoorns in de herfst. Kleurenets – ets en aquatint van twee platen, 1989.
Dit is een klein detail van het werk. Hier krijg je een idee van de enorme inspanning en beheersing die nodig is om zo’n werk te maken.
Er waren ook twee afdrukken van etsen van Rembrandt te zien: Rembrandt van Rijn, Landschap met boerderij en grote boom, 1641.
Rembrandt van Rijn, Landschap met boerderij en tekenaar, circa 1645.
Je ziet de weerspiegeling van de verlichting in Tanaka Ryōhei, De grote ginkoboom. Kleurenets en aquatint, 1988.
Hier zie je goed hoe zijn figuratieve werk toch een aspect van abstractie heeft. Tanaka Ryōhei, Een zomerse kamer. Kleurenets en aquatint, 1986.
Tanaka Ryōhei, Zomerdag nr 1. Ets en aquatint, 1985.
Mijn foto’s zijn slecht maar gelukkig is er dit boek van Chris van Otterloo.
Of beter nog: bezoek de tentoonstelling Verstilde schoonheid – Japanse etsen van Tanaka Ryōhei in het Japanmuseum Sieboldhuis in Leiden.
Afgelopen vrijdag was voor mij een dag vol
reizen, kunst en boeken.
Een van die boekmomenten was het volgende.
Ik wordt als ik in Leiden ben altijd aangetrokken
door deze boekhandel.
Vrijdag zag ik pas de naam van de boekhandel.
De boom die weerspiegeld in het raam komt in mijn volgende blogbericht nog even terug.
Na het Rijksmuseum ben ik naar het
Allard Pierson gegaan. Ook in Amsterdam.
In het verleden waren De bijzondere collecties van de UVA en het Allard Pierson twee organisaties die in hetzelfde gebouw zaten samen met een boekhandel. Die boekhandel (Nijhof & Lee Boekhandel) bestaat niet meer. De website van het Allard Pierson bevat nog veel links die nergens naar toe gaan. Met soms wel en soms geen foutmelding. De digitale samenvoeging is nog niet rond.
Het museum heeft een tentoonstelling over Bes, de Egyptische god,
die wordt voorgesteld in een leuke animatie.
In de espressobar staat deze Hercules naast de prijskaart opgesteld.
De god Bes in de film.
Een afbeelding van Bes: Bes, kalksteen, Ptolemaeïsche periode (332 – 30 voor Christus). De jaartallen heb ik opgezocht.
Twee beddenpoten in de vorm van Bes, hout, Nieuwe Rijk, 1550 – 1070 voor Christus.
Nijlpaard, Pre-dynastische tijd, 4500 – 3050 voor Christus.
Een leuke, kleine, speelse tentoonstelling.
De vaste collectie van het museum deed me denken aan Meermanno en aan het Sieboldhuis dat ik later op vrijfag in Leiden zou bezoeken. Kleine historische collecties in een mooie omgeving.
Het werk aan de papieren sterren gaat langzaam maar zeker verder. Ik denk dat het een slinger gaat worden. Het grappige is dat je ook in het dagelijks taalgebruik nietszeggende woordcombinaties kunt kiezen die wel klinken als iets met gewicht: persoonlijk akkoord. Geen idee wat dat is.
In deze glazen kerstster weerkaatst het licht van het betraliede dakraam van mijn werkplaats in de voormalige gevangenis FutureDome. In het hart van de ster en op de breukvlakken is een tweede laag glas toegevoegd. Ter versteviging.
De letters komen van de slingers die ik gemaakt heb. Ze staan nu op een soort van podium. Ik weet niet hoe ik dat ga afronden. Prettige feestdagen.
We zijn in Nederland zo verwend met het super Rijksmuseum. Ik maak 1 bericht maar had met gemak 3 of 4 berichten kunnen maken op basis van wat ik er vrijdag heb kunnen zien. Mijn bericht gaat dan ook dwars door de tijd, door de onderwerpen en stijlen. Maar ik heb genoten en ik raad iedereen aan dat ook te gaan doen. Regelmatig. De foto toont de pagina van de website van het Rijksmuseum waar ‘Het Lam Gods’ van Francisco de Zurbarán getoond wordt.
Vanuit de tram zie ik in de verte de Dam, rechts het Koninklijk Paleis en Links de Nieuwe Kerk (De Grote Suriname Tentoonstelling moet ik nog gaan zien).
Het weer was vrijdag niet best.
Binnen in het Rijksmuseum was het beter (Verse gemberthee met een stuk appeltaart). Mijn idee was om vandaag ook even langs de eregalerij te gaan. De nieuwste aanwinst, de gouden Diana en Actaeon Bokaal gemaakt door Paul van Vianen uit 1610 is er te zien (Bruikleen familie Wessels). Daardoor ging ik al dwalend door het Rijksmuseum. Ik kan dat iedereen aanraden.
Zo kwam ik voor het eerst in mijn leven in de bibliotheek van het Rijksmuseum terecht. Ik kende de ruimte van de foto’s. Niet in de laatste plaats door de foto’s van De Bezige Bij.
Vervolgens werd ik afgeleid door dit beeld en het gruwelijke schilderij dat er rechts van hangt: Artus Quellinus, Portret van Johan de Witt, Amsterdam, 1665, carrara marmer.
De laatste buste die Quellinus in Amsterdam maakte, was dit portret van Johan de Witt, raadspensionaris van Holland, de machtigste man van de Republiek.
De Witt was familie en een geestverwant van de voornaamste Amsterdamse regentenfamilies.
Nadat de Johan de Witt en zijn broer in 1762 waren vermoord, werden van deze buste diverse afgietsels gemaakt, die hun weg vonden naar de huizen van hun bewonderaars.
Diana en Actaeon Bokaal, Paul van Vianen, goud, 1610. Badende Diana op de rug gezien.
Liefde bloeit alleen onder de beste voorwaarden:dat wordt hier verbeeld.
Op het deksel is te zien dat de liefde (Venus) voldoende eten (Ceres) en drinken (Bacchus) nodig heeft.
Op de bokaal zelf wordt duidelijk dat liefde geen verraad duldt: daar wordt Diana, godin van de jacht, tijdens het baden bespied door de jager Actaeon.
Als straf verandert Diana hem in een hert, waarna hij door zijn eigen jachthonden wordt verscheurd.
Bruikleen van mevrouw H.G. Wessels, 2019. BK-2019-27.
Dan kun je natuurlijk nauwelijks om de Nachtwacht heen. In restauratie.
In de eregalerij kwam ik ook dit werk van Frans Hals tegen: Portret van Maritge Claesdr Vooght, 1639, olieverf op doek, SK-C-139. Maar mij ging het om het volgende detail:
Echt ‘een boek vol zilverwerk’ met een beschilderde boeksnede.
Frans Hals schilderde een groot aantal fraaie portretten van de Haarlemse hogere klasse; kennelijk voldeed hij aan alle eisen van zijn voorname opdrachtgevers.
Maritge Vooght, echtgenote van burgemeester Pieter Olycan, poseert hier in een traditionele houding, fier rechtop, de toeschouwer recht aankijkend.
Aan de linkerkant vermeldde Frans Hals haar leeftijd: 62 jaar.
Haar wapen daarboven werd later door een andere hand toegevoegd.
Voor ik de tentoonstelling Rembrandt-Velázquez in liep ging ik nog even langs de wisselende fototentoonstelling met deze keer: Martijn van de Griendt en zijn tentoonstelling On/Off. Twee foto’s spraken me aan.
De tentoonstelling gaat er over dat we tegenwoordig altijd ‘aan staan’, verbonden met het internet, bezig zijn ons zelf te tonen, op te gaan en verbergen in de grote stroom. Hier is een bezoeker van het Lowlands festival die het nodig vind om zelfs vanaf het toilet foto’s de wereld in te sturen.
Of je gelukkig wordt van dit Happinez festival (géén schrijffout) wordt durf ik te betwijfelen. Bovendien wat is (zie briefje tegen de paal links van het midden) ‘horse coaching’?
Eindelijk ben ik er dan. Hier zie je twee schilderijen waarbij sprake is van beeldrijm: Francisco de Zurburán, De heilige Serapion, 1628 en rechts Jan Asselijn, De bedreigde zwaan, circa 1650.
Volledige overgave.
Je leven geven voor een doel groter dan jezelf.
Links de heilige van Zurbarán, die met de armen omhoog gebonden zijn laatste adem uitblaast ten dienste van zijn geloof.
Daarnaast de zwaan van Asselijn, die zijn nest verdedigt met zijn leven.
Het werd hét beeld voor de vermoorde raadpensionaris Johan de Witt.
Het beeldrijm van de wijd geopende armen en vleugels, zo breed getoond in witte verf, toont een overgave in volle overtuiging.
Jan Lievens, Stilleven met boeken, circa 1627 – 1628. Huid als perkament. Ook op het Spaanse schilderij (hier niet te zien) lag op de voorgrond een vers stuk brood.
Rembrandt van Rijn, Lezende oude vrouw (profetes), 1655. Licht.
Abraham Bloemaert, De aanbidding van de Driekoningen, 1624. Pracht en heerlijkheid.
Frans Hals, Regenten van het Haarlemse Oudemannenhuis, 1664. Wees liefdadig. Bij Frans Hals (en trouwens ook bij Rembrandt) valt me steeds op hoe impressionistisch hun werk is als je er wat dichterbij komt. Let maar eens op die witte omslag aan de pols van de figuur in het midden.
Zo ziet dat detail er van dichtbij uit.
Dit is de bouwplaat van een kerstbal die ik kreeg bij aankoop van de catalogus. Wederom een ontwerp van Irma Boom (de catalogus wel te verstaan).
In de catalogus ben ik nog niet begonnen maar ik heb al wel gezien dat het een prachtig kijkboek is.
De ochtend in het Rijksmuseum was geweldig.
De tentoonstelling is om jaloers op te zijn.
Als je zo met de werken in je collectie (en die van andere collecties)
te werk kunt gaan. Ik ben jaloers.
Tijdens het voorbereiden en samenstellen van dit blogbericht
zit ik aan de koffie en kerststol.
Daarom noem ik het bericht zo maar het bericht gaat
over de bouwdoos van een kerstbal die ik vrijdag kreeg
in het Rijksmuseum. De bouwplaat is gemaakt door PietDesign.
Maar eerst iets heel anders. Af en toe probeer ik ook iets te repareren. Zoals dit voorwerp. Enig idee wat het is?
Hier gaat het om. De bouwplaat om zelf een kerstbal te maken.
De inspiratie is afkomstig van een tegeltableau uit ongeveer 1725 uit het Weeshuis in Sommelsdijk. Het lijkt wel uit ‘A Christmas Carol’ te komen.
Dit is één van de twee identieke bouwplaten die in het pakket zaten. Op één plaat zitten 6 ‘rondjes’.
Die druk je eenvoudig uit de bouwplaat. Één zo’n ‘rondje’ ziet er dan uit, zoals je hierboven kunt zien. De uitstekende (letterlijk) halve maantjes zijn allemaal half ingesneden aan de basis. Dat zijn de plaatsen waar de twaalf ‘rondjes’ in elkaar gaan grijpen.
Dit is dan de lege bouwplaat die je vervolgens kunt gebruiken als sjabloon voor je eigen ontwerpen.
Zo schuif je de eerste twee ‘rondjes’ in elkaar.
Samen vormen de twee halve maantjes waar je de twee vormen in elkaar schuift, een mooi rondje dat samen één afbeelding vormt.
Het proces is vervolgens niet zo geweldig getekend en/of uitgelegd in de verpakking. Maar het wijst eigenlijk zichzelf uit. Hier ben ik halverwege. Op dat punt aangekomen besloot ik nog zo’n halve kerstbal te maken.
Al snel had ik twee halve kerstballen.
Even later zat de kerstbal in elkaar. Zonder lijm, zonder knippen. Pas bij het laatste halve maantje heb ik een pincet gebruikt om het maantje dat binnen zat naar buiten te halen.
Hier ligt de kerstbal op mijn kerstvensterbank. Tussen de andere ballen, bomen en sterren.
Het ‘Atitlan Nature Reserve’ is niet heel erg groot.
Het is een voormalige plantage die men ‘omgebouwd’ heeft
naar een soort natuurpark.
Het vlinderhuis met de kwekerij is daar een onderdeel van.
Je kon er ook een wandeling maken die uitliep op
een kiezelstrand. Vandaar zicht op Lake Atitlan.
Dat meer is schitterend en vanuit iedere positie steeds weer anders.
Wat denk je van de volgende legpuzzel?
Lake Atitlan in Panajachel, Guatemala.
Volcán de Atitlan.
Met het kiezelstrand op de voorgrond.
Zicht richting Panajachel.
Een opmerkelijke stand van de poten…
…en hierbij krijg ik spontaan kramp in mijn nek.
Dit was 24 december 2018. Op eerste Kerstdag gaan we een paar dorpen die aan het meer liggen bezoeken.
Vanmiddag ben ik actief geweest in mijn werkplaats.
Ik was nog buiten en het begon al gelijk goed.
Ik zette mijn fiets weg in een fietsenrek in de FutureDome en
zie op de grond, naast mijn voorwiel een kerstbal liggen.
Nat en aan alle kanten zand.
Die geeft waarschijnlijk al een hele nacht daar gelegen.
Eerste werk: afdrogen en schoonmaken.
Vervolgens heb ik de kerstbal op mijn kerstvensterbank
gelegd en een Facebook bericht uitgestuurd:
mist iemand een kerstbal dan ligt hij bij mij op de vensterbank.
Vervolgens heb ik het ‘echte’ boekselen gecombineerd met
het maken van sterren.
Dit is snij afval van een kerstboom die ik aan het maken ben.
Toen ik de sterren had uitgesneden ben ik op zoek gegaan naar
woorden in de tekst die ik er uit wil laten springen.
Ik zag ‘oog’ en even later ‘hand’.
De achterkant is op vergelijkbare manier geboekseld.
Wat ik met de sterren ga doen weet ik nog niet. Misschien aan een koordje ophangen. Volgende keer even zien.
Vervolgens heb ik de boom afgemaakt waar ik aan was begonnen. Ik gebruik 21 katernen. Bij 7 katernen teken ik een kerstboom af met 5 takken, bij 7 katernen snij ik de katernen in een rechthoekige driehoek en de laatste 7 snij ik als een boom met 4 takken. Bomen zijn niet overal gelijk dus wil ik afwisseling. Om en om van serie 1, dan 2 en als laatste serie 3 neem ik een boom en plak die op de vorige. De laatste twee bomen plak ik op elkaar. Ik zag de spelden op mijn werkbank liggen met de gekleurde knopjes. Dus het idee van de metalen naalden (spelden) in een papieren boom was geboren.
Nog gauw even een plateau gemaakt van stevig papier zodat de kerstboom op mijn venster meer plaats heeft. Hier zie je naast de kerstboom de kerstbal liggen.
Het was een middag met heel verschillende activiteiten. Ik heb de glazen kerstboom bewerkt zodat het lijkt alsof de boom in de sneeuw heeft gestaan.
Werkend met het glas bracht me op het idee om ook een glazen kerstster te maken. De basis ligt hier te drogen. Maar zien of dat gaat lukken maar ik vermoed van wel.
Panajachel heeft een prachtige ligging aan Lake Atitlan.
Het is er verbluffend mooi.
Vulkanen in de verte achter een prachtig groot meer.
Adembenemend.
Panajachel, Lake Atitlan en Volcán San Pedro.
Panajachel, Lake Atitlan en Volcán de Atitlan. Volgens mij heb ik niets te veel gezegd.
In de buurt van het meer vind je ook het Atitlan Nature reserve.
Ze kweken er vlinders en die laat men vliegen in een vlinderhuis
waar je door heen mag wandelen.
Deze soort houdt blijkbaar van banaan. Deze soort zul je in deze fotoreeks veel zien. Geen idee hoe de naam van deze vlinder is.
Meestal was goed te merken dat het om levende dieren gaat. Vlinders zijn erg beweegelijk. Maar deze die tegen de zijkant zat. Ik ben niet overtuigd. Maar hij is er niet minder mooi om.
…bij een hotel waar 2 van de 3 groepen,
die de dag ervoor de processie vormden, verbleven.
Sommige deelnemers waren nog erg ‘moe’ van de vorige dag
terwijl anderen al aan het innemen waren.
Voor het hotel werd er aan de warming up gewerkt.
Daarna koos iedere groep een eigen route door het dorp
om afscheid te nemen.
Na de dansers en de muziek, dan de oudsten, volgden
de dragers met het inmiddels ingepakte ‘processiebeeld’.
Er werd nog steeds vuurwerk afgestoken en achteraan volgde de wagen met nog meer nieuwe voorraad.
De aanhang (vrouwen en kinderen) bevond zich daar ook.
Eigenlijk waren we wat afgedwaald van de markt. Ik zag deze doodshoofden op de buitenlampen.
Toen de groepen in beeld kwamen.
Op de hoek van de straat ontmoetten de twee groepen elkaar. Niet iedereen is even fit.
Hier lopen twee ‘verkleedpartijen’ door elkaar. Kijk maar eens goed naar de krant.
Op weg naar huis.
Het was een fascinerend schouwspel.
Lokale dracht.
De muziek volgde trouw.
De geluidsman controleert nog voor een laatste keer de stroomvoorziening.
Zo neemt men de baldakijn en het processiebeeld mee naar huis.
Bij gebrek aan een beter woord: de ouderlingen lopen ook vandaag mee.
Zo kwamen we dan terug bij hotel Santo Tomás.
Dat was op die ochtend even voldoende.
Vanmiddag zouden we voor het eerst met gedeeld toeristenvervoer
van Chichicastenango naar Panajachel gaan.
De vakantie moet dan wat rustiger worden doordat we meer dagen
op één en dezelfde plaats gaan verblijven.
Even bijkomen van de indrukken.
Vanmorgen zag ik een wagen met grote aanhanger het Kasteelplein oprijden. Mijn indruk was dat de lading bestond uit kerstbomen. Maar vanavond was daar op het Kasteelplein niets meer van te zien. Misschien heb ik het helemaal fout gezien. Toch een aardige foto.
Aan het eind van de dag liep ik door de Willemstraat in Breda. Daar stond wel een grote kerstboom met verlichting en er stonden vlaggen voor Betoverend Breda.
Vandaag is de ‘Beurs voor bijzondere uitgevers’ in Amsterdam.
Helaas kon ik daar niet naar toe.
Maar ik ben er zeker van dat een aantal van de mensen van wie ik
in dit bericht producten toon of noem, op die beurs aanwezig
zullen zijn als gast of als exposant.
Dus het geeft mij de kans om een juweel van drukwerk te laten
zien die ik een tijdje terug kocht op de BoekKunstBeurs in Leiden:
De vergeten letters, een project van Hans van Eijk (In de Bonnefant)
en Jan Klerken (acerPERS).
Deze twee margedrukkers nodigde alle drukkers in Nederland (en België?)
uit om rond het thema ‘Vergeten letters’ een drukwerk te maken.
Vermoedelijk was het A3-fromaat het uitgangspunt.
De doos met meer dan 30 drukwerken die ik kocht in Leiden.
Kiezen is de niet-gekozenen te kort doen.
In dit bericht toon ik een aantal prachtige werken maar
dat wil niet zeggen dat degene die ik niet koos,
niet mooi zijn.
Dit is gewoon een eerste oppervlakkige selectie.
De omslag van de inhoudsopgave.
Hier de inleiding en een overzicht van de 33 inzendingen.
Omdat alle 33 inzendingen individueel tonen wel erg veel ruimte vraagt, hier een overzicht van de eerste 15.
Deze omslag is blauw. De foto geeft de kleur niet helemaal juist aan. Op de vorige foto is dit de meest linkse op de bovenste rij: Wijn & een vergeten letter, gedichtjes van Wynand van de Vin, Mercator Pers. Op de vorige foto zie je de kleur van de omslag correct.
een vergeten letter
creatief zetten
is zetten en dichten
tegelijkertijd
dat kan een hobby zijn
vaak ook noodzaak
voor een dichter
met te weinig tijd
die ook zetter is
dan komt het voor
dat zo’n letterzetter
neer gaat letten
op het dichten
dan op het zetten
en als hij dan niet goed oplet
en geen corrector op hem let
wordt de niet gezette letter
een vergeten letter
Wynand van de Vin
In veel inzendingen is een colofon opgenomen met vermelding van gebruikt papier en lettertype(s). Nog even over de blauwe omslag. Dat is zo’n fijn fluweelzacht papier. Deed me meteen aan wijn denken.
Bij deze inzending van Jelly Nijhuis van The Freemont Press is een afbeelding van een letterbak in de omslag verwerkt. Blinddruk.
Binnenin een mooi, zacht, semi doorzichtig blad met vezels.
Dan volgt het drukwerk met een citaat van Eleanor Roosevelt.
Als een Werkman is Roosje Keijser van De zwarte hen pers aan de slag gegaan met ‘Gemengde berichten’.
De vergeten letters van Nelleke Boomsma van de Vogelboompers.
De tweede helft.
Tot mijn verrassing zag ik die lettersprookje van Lien van Horen, ze heeft het zetwerk laten doen door Cees Smolders van het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur. Daar heb ik ook een tijd, met heel veel plezier, een opleiding handzetten gevolgd bij Cees Smolders.
Iedere ontwerper en drukker kiest zijn eigen invalshoek en dat levert heel verrassend werk op. Hier van Steph Heyvaert en Katrien de Nil.
Françoise Vogelenzang, Vogelboompers.
Een heel uitgebreide inzending is die van Karel F. Gildemacher van De Hynsteblom: Fergetten Letters. Over vergeten letters en de geschiedenis van de spelling van het Fries.
Virusgrafiek kwam met meerdere inzendingen en had die gebundeld. Dit is Izaak Brunke met ‘Gevlogen’.
Harriet Rademakers met ‘Blauwdruk voor een vergeten landschap’ (misschien staat de foto wel op zijn kop).
35 Kleuren. Vijfendertig! Het Vergeten letterfeest van acerPERS.
Het verhaal van de letters staat op de kaft van dit ingezonden werk van Sander Pinkse. Hij gebruikt letters die vergeten waren en die in het verleden Willem Sandberg gebruikte voor drukwerk van het Stedelijk. De drukkerij die Sandberg gebruikte was de Stadsdrukkerij Amsterdam. Vandaar.
Misschien had is toch alle 33 drukwerkjes moeten laten zien……
Vanochtend weer even aan het boekselen geweest.
Maar dan wel kerstboekselen.
Op het terrein van de FutureDome (de voormalige koepelgevangenis
in Breda) staan op de luchtplaatsen een groot aantal
bushokjes en telefooncellen.
Een paar weken geleden zijn van een van de bushokjes twee ruiten
vernield. Dat klas verkruimeld meer dan dat het breekt.
Dat kan ik goed gebruiken voor een glazen kerstboom.
Okay, dat is geen boekselen meer, maar ik vond het wel
een leuk idee.
Eerst met de grotere stukken de onderkant van een boom gemaakt. Gelukkig plakt zo’n hobbylijm alles aan elkaar.
Daarna heb ik het onderstuk op een stukje karton gezet en heb ik de boom afgemaakt. Grote vraag is of ik er nu nog sneeuw op moet aanbrengen?
Het raam van mijn werkplaats raakt steeds voller maar op de vensterbank is nog veel ruimte.
Vandaag is er naast de glazen kerstboom nog een boom bijgekomen (beide rechts).
Een paar weken terug kocht ik dit stuk perkament. Afkomstig van een geit en vervolgens bruin gemaakt. Mooie kleur vond ik voor het boekje dat ik aan het maken ben.
Al een tijd heb ik een groot kerkboek te logeren.
Van dit boek heb ik uitgezocht wie de drukker was, wie de boekbinder
was en heb daar een verhaal van gemaakt.
Aangevuld met foto’s en een beschrijving van de inhoud en
van de staat van het boek (voor zover ik dat kan beoordelen,
restauratie is niet mijn ding).
Van de tekst wil ik twee ecemplaren maken: één voor de eigenaar
van het kerkboek en één voor mij.
Dit is de tekst: ‘Pennen over een kerkboek’. Gemaakt met mijn tekstverwerker en geprint bij de copyshop.
Het perkament is erg dun (en heel moeilijk te verwerken vond ik), te dun om daar het katern aan te naaien. Daarom dat ik twee leren stroken uit een oude tas heb gesneden om de rug te versterken.
Zo gaat het er dan uitzien.
De etiketten zijn van handgemaakt Saa-papier uit Laos. Bewust de randen nat gemaakt en een beetje gerafeld om het authentieker te laten lijken. ‘Justinus’ is een grapje voor insiders.
Met het koordje erom gaat mijn exemplaar in mijn verzameling.
Volgens de web site van The Lonely Planet bevat dit museum onder
andere de collectie van een Duitse priester die in Chichicastenango werkte:
Chichi’s archaeology museum holds the collection of Hugo Rossbach, a German who served as the town’s Catholic priest until his death in 1944. It includes some beautiful jade necklaces and figurines, along with ceremonial masks, obsidian spearheads, incense burners, figurines and metates (grindstones for maize). A second hall features a portrait gallery of cofradía leaders.
Dit boek beschrijft op deze pagina’s links in een taal die ik niet herken en rechts in het Spaans het bekendste manuscript: Popol Buj of Popol Vuh. ‘Vuh’ = boek, het boek van de raad.
Wikipedia:
De Popol Vuh (K’iche’: Popol Wu’uj) is een historisch-mythologische tekst van de K’iche’ (in de oude spelling: Quiché), een Mayavolk uit Guatemala, die kort na de Spaanse verovering voor het eerst in Europees schrift werd uitgeschreven (midden 16e eeuw). Het document werd vermoedelijk opgesteld door leden van de K’iche’-adel om in de beginnende koloniale maatschappij de eigen positie te legitimeren.
Ik ga graag in Nederland naar musea en in het buitenland
is dat niet anders. Groot of klein, dat maakt niet uit.
In de drukte van Santo Tomas en de zondagmarkt, is het even rust
in dit bijzondere museum.
De omstandigheden, verlichting en de oude vitrines zijn misschien
niet ideaal maar dat wordt goedgemaakt door de sfeer, de voorwerpen
en de toewijding van de mensen die het museum draaiend houden.
Niet overal staan verklarende teksten bij. Misschien heb ik die over het hoofd gezien en waren ze er wel.
Op het laartje staat: Nicoya Polycromo (polychroom of meerkleurig) Sureste de Mesoamerica Preclásico Temprano (Vroeg pre-klassiek).
Bij dit voorwerp stond een kaartje met de volgende tekst: Chama (vlam) Clasico Tardio (laat-klassiek), Tierras Bajas (laagland).
Ergens in Museo Arqueologico Rossbach kon je naar buiten kijken en had je dit uitzicht.
In meerdere talen hing waarschijnlijk dezelfde tekst. Dit is natuurlijk de Engelse versie. Het vertelt eigenlijk meerdere verhalen: de geschiedenis van de stad, de bevolking die hier woont en verhaalt van de verschillende gewoontes. Het beschrijft ook het belangrijkste feest in het jaar: Santo Tomas.
Chichicastenango
The name means, “place of nettles” and was founded by Quichés who fled from the destruction of Utatlán.
They settled close to Chaviar, commercial emporium of the Cakchiquels.
Today the quiché indians continue calling the town “Siguan Tinamit” which means “Place surrounded by ravines” and they called themselves “Mashenos” derived from Max which at the same time means Tomas.
Chichi, as it is popularly called, is located 145 kilometers from Guatemala City.
From early age the women learn the art of weaving an a waistheld loom.
The “huipiles” carry symbols that represent the universe as well as lightning, corn, cardinal points, the sun and a beveled bird.The men weave their belts and wool jackets for their black suits.
The jacket and pants are very similar to those used by Spanish soldiers during the colony.
The wooden masks that dancers use and which symbolically bring them closer to their gods are manufactured in Chichicastenango.
A mask factory and a were house (warehouse?) that keeps the costumes for the dancers and rents them the outfits, is located in the last house on the trail to Pascual Abaj.
There are fourteen ‘cofradias’ (brotherhoods) in Chichicastenango, each with six or eight brothers of different rank and responsibilities.
Each “cofradia” is in charge of guarding a saint, which is keep (kept) in the house of the first mayor.
The saint is only taken out for processions and selected festivals.
The festive days of the Christian calendar are splendidly celebrated with fireworks, music and much color, and start the town’s most important fiesta, which takes place the 17th to 21st of December in honor (of) Santo Tomas.
Processions and traditional dances like La Conquista and El Torito take place.
This is one of the three towns where the daring acrobatic act “El Palo Volador”, of the pre-hispanic origin takes place, in honor of the sun.
Korte samenvatting:
De naam Chichicastenango komt van ‘plaats met brandnetels’.
De oorspronkelijke bewoners zijn de Quichés.
De vrouwen leren op jonge leeftijd te weven.
De ‘huipiles’ zijn de blouses met typische geweven voorstellingen.
Mannen maken hun zwarte pakken van wol.
De houten maskers worden gebruikt bij de dansen.
Er zijn 14 ‘cofradias’ of broederschappen of buurtschappen
in Chichicastenango en ze zijn religieuze organisaties.
Christelijke feestdagen worden met vuurwerk, processies en
traditionele dansen gevierd.
Een speciale plaats neemt ‘El Palo Volador’ in, jonge mannen
die acrobatische toeren uithalen in een hoge paal,
boven het publiek.
Wikipedia heeft een pagina over de Quiché:
De K’iche’ of Quiché zijn een Mayavolk woonachtig in Guatemala. Met ongeveer 2.300.000 zijn zij het talrijkste van de Mayavolkeren.
De K’iche’ leven in het middenwesten van Guatemala, voornamelijk in het naar hen genoemde departement El Quiché, en in de departementen Quetzaltenango, Sololá en Totonicapan. Het gebied waar de K’iche’ leven is overwegend bergachtig. Ook leven er emigrantengemeenschappen in Mexico en de Verenigde Staten.
Het woord K’iche’ betekent ‘veel bomen’ in het K’iche’, en is de benaming die zij aan hun leefgebied gaven. Van de vertaling in het Nahuatl, Cuauhtemallan, is de naam Guatemala afkomstig.
Terwijl de Maya’s van Yucatán en El Petén op hun hoogtepunt waren tijdens de klassieke periode, viel het hoogtepunt van de precolumbiaanse K’iche’ in de postklassieke periode. Het K’iche’-koninkrijk Q’umarkaj werd in het begin van de 12e eeuw gesticht, wist een groot deel van de Guatemalteekse hooglanden onder controle te krijgen, en veranderde in een welvarend handelsrijk. De 15de-eeuwse K’iche’ zijn vooral bekend uit de Popol Vuh (K’iche’: Popol Wu’uj), een inheems geschiedenisboek dat kort na de Spaanse verovering is opgesteld.
Aan het eind van de 15e eeuw werden de K’iche’ tot vazallen van de Azteken. De Spanjaarden, geleid door Pedro de Alvarado, vielen in 1523 Guatemala binnen, gesteund door de Kaqchikel, de traditionele vijanden van de K’iche’. In februari 1524 werd de laatste K’iche’-heerser, Tecún Umán, gedood door Alvarado.
In de jaren 1980 hoorden de K’iche’ tot de grootste slachtoffers van de Guatemalteekse genocide.
De mensenrechtenactiviste Rigoberta Menchú, winnares Nobelprijs voor de Vrede in 1992, is een K’iche’.
Deze foto geeft een beeld van het museum.
In een achterzaaltje, tegen de muur, stond een schaalmodel van de hoge paal met het ‘platform’ die gebruikt wordt bij ‘El Palo Volado’.
Altijd leuk, zo’n museum.