Het duurde even voor ik door had dat een boek
deel was van de voet van deze lamp.
De foto is niet fantastisch maar ik wilde dit
voorwerp toch even laten zien.
Boekenlamp?
Met het idee voor dit boek – doos – podium, loop
ik al heel lang rond. Verschillende dingen zijn
er al eens voor uitgeprobeerd.
Maar nu lijkt het er dan toch echt van te komen.
De veren komen van vogels die voor een deel die
veren verloren op het gevangenisterrein.
Daar zit een mooie tegenstelling. De vogels zijn vrij
en verliezen toevallig op een van de binnenplaatsen van de
voormalige Koepelgevangenis in Breda een veer.
De mensen in die gevangenis zaten er gevangen.
Jaren geleden zag ik een kunstwerk waarbij de
kunstenaar een soort van tribune had gemaakt waar je
steeds andere dingen op kon tentoonstellen.
Bijvoorbeeld veren.
Dat idee heeft me nooit losgelaten en het idee
is in de basis niet van mij. Ik leen het.
In de tijd dat ik daar mee bezig was, zeg 3 of 4 jaar geleden, vond ik ergens een armbandje. Niet heel bijzonder misschien maar wel met een veer. Dat gaat dus de sluiting worden.
Deze veren, duif, merel of ekster, meeuw, heb ik al die tijd bewaard. Ze verschillen nogal in grootte. De grootste is ruim 20 centimeter hoog en zo’n 5 centimeter breed.
In totaal zijn het 18 veren. Er zijn drie groepen. Dit zijn de acht grootste veren. Om de hoogte en breedte van het boek/doos/tribune te bepalen heb ik een schaalverdeling gemaakt en daar leg ik de veren op om een eerste beeld te krijgen.
Eerste schetsontwerp: 18 veren, een groep van 8, een van vier en als laatste 6 veren. Die worden ‘geprikt’ op een tribune (of trapje) met drie treden.
Om een eerste beeld te krijgen heb ik een strook karton gesneden. Daarin zijn de 8 gaten aangebracht. Hier ligt de strook karton op zo’n 6 cm hoogte. De definitieve tribune gaat naast het bovenste platform eronder nog een tweede krijgen. Ook daar gaten in. Hiermee wil ik er voor zorgen dat ik de veren recht op kan zetten en dat ze zo ook blijven staan. De schachten van de veren verschillen nogal in doorsnede. De tribune gaat uit drie ‘dozen’ bestaan. Die dozen zijn verschillend in hoogte. Die zet ik los van elkaar achter elkaar in het boek / de doos.
Het geheel nog eens geschetst om de maten nog eens na te lopen en vooral om na te denken over de deksel. Misschien ga ik het toch nog anders doen. Wordt vervolgd.
Dit had ik nog niet laten zien.
De voorplat is aan de voorkant versierd met gekleurde draad
in de vorm van een deel van een boomblad, een esdoornblad.
Maar de achterkant was minder netjes.
Dus heb ik de prikmal er tegen geplakt.
Het voorplat bestaat uit een poster die ik versneden heb. Compleet met de originele bedrukking (Allu, drukkersdeodorant). Daar tegen aan zit nu de prikmal gelijmd. Zo heb ik straks een boek waarin zowel het resultaat als een aantal stappen van het proces en ander origineel werk met elkaar verbonden zit.
Afgelopen dagen had ik het idee opgevat om met bijvoorbeeld waskrijt een afdruk te maken van verschillende soorten boomschors. Het liefst van de bomen van de Grote Markt in Breda. Eerst moest ik de waskrijt nog kopen en dan kon ik aan de slag. Maar het weer zat niet zo mee. Heel veel verder als dit wrijfsel van een boom in het Valkenberg kwam ik niet.
Deze boom om precies te zijn. Valkenberg, kleine ingang J.F. Kennedylaan.
Misschien kan dat ook met een bakstenen muur. En dan met een soort van pastelkrijt. Nog nooit mee gewerkt en het eerste resultaat is niet indrukwekkend. Later (binnen op temperatuur) bleek dat ook te liggen aan de onwennigheid met het materiaal. Dus daar ga ik nog meer mee uitproberen. Want die bomen op de Grote Markt, die blijven het doel om er een serie afdrukken (rubbings, wrijfsels) van te maken.
Maar het waskrijt werkt prima op bijvoorbeeld een reeds afgeronde pagina van het in te binden boek.
Originele blad/pagina en wrijfsel. Daar zit meer in, veel meer.
…behalve dan misschien iets over hun inhoud…
De Bibliomaan, pagina 66.
Dit boek kon ik niet laten liggen.
Ondanks de stapel in de woonkamer, de stapel in de studeerkamer,
de stapel op het nachtkastje, dit boek lees ik eerst.
Charles Nodier, De Bibliomaan. Gemaakt door Martin Hulsenboom, Ed Schilders en Peter Ijsenbrant voor de Stichting Desiderata. Let op de twee leeslinten. Heel prettig lezen! De afbeelding op de stofomslag is detail uit een illustratie van Maurice Leloir en F. Noel.
Het boek draait om een vertaling van Martin Hulsenboom van
een komische tekst van Charles Nodier die eerst verscheen
als een van vele verhalen in een bundel (1831) en pas
in 1894 als zelfstandig boek.
De vertaling is aangevuld met een toelichting op personen en
gebeurtenissen in de tekst (Peter Ijsenbrant) en een
serie aantekeningen die dieper graven over wie wel eens model
hebben kunnen staan voor de personages in De bibliomaan.
Vooraf kende ik de tekst en schrijver niet maar het werd aangeprezen
door iemand waardoor ik dacht: dat moet ik eens lezen.
Ook de uitvoering van het boek zet je aan tot lezen.
Een Elzevierometer, twee leeslinten, mooi schutblad, een mooie
verzameling afbeeldingen en alle Franse teksten zijn vertaald.
Dat is wel zo prettig voor een lezer die het Frans niet machtig is.
Hier kun je het schutblad met het logo van de Stichting Desiderata zien.
Hier zie je de bibliomaan in een spotprent, een gravure van Jean Henri Marlet naar ontwerp van Adrien Victor Auger met als titel ‘Le bouquiniste en jouissance’ (genietende boekenliefhebber) uit de Collectie Simon Emmering, Rijksmuseum, Amsterdam.
Frontispice: portret van Charles Nodier, getekend door Nicolas Eustache Maurin en als steendruk gegraveerd door François-Séraphin Delpech.
Het verhaal is grappig, de begeleidende teksten zijn goed geschreven.
Het is echt een plezier voor iedereen die van boeken houdt.
De teksten nemen je mee in de Franse boekenwereld.
Vanuit het boekbinden weet ik dat de Franse boekbinders een heel
belangrijke rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van het boek.
Dat komt ook terug in dit boek waar illustratoren, schrijvers,
boekbinders, uitgevers, drukkers en boekverkopers op gelijke voet
hun rol spelen.
Bij de zending met het boek, zat een leuke kaart die een kijkje geeft
op de sfeer van het boek. Als laatste afbeelding neem ik de
Elzevierometer nogmaals op, verticaal deze keer.
Elzevierometer, voor- en achterkant naast elkaar.
Tijd om aan de boekband te beginnen.
Ter herinnering: ik heb een Koppermaandagposter
van dit jaar in 4 stukken gesneden. Die twee aan twee tegen
elkaar gelijmd met de bedrukte kant naar buiten.
Zo ontstaan er twee platten.
Hergebruik van papier dus.
Op de boekband staan nu delen van de titel van de poster,
delen van het recept voor Allu, een boekbindersdeodorant en
delen van de afbeelding van palmbomen.
Daar zit geen diepere betekenis achter: hergebruik.
Op de voorplat, zeg maar de voorkant van het boek, wil
ik een deel van een esdoorn herfstblad afbeelden door zijden
draden door voorgeprikte gaatjes te leiden.
Dat heb ik eerst uitgeprobeerd om een stuk Zaansch bord
dat een van de pagina’s in het boek gaat worden.
Kleur 1: je ziet, hopelijk op foto 2 nog duidelijker, dat ik iets gedisciplineerder aan het werk ga dan op de losse pagina. Daardoor ziet straks de achterkant er beter uit en blijft het papier minder dik.
Kleur 2: ik neem nu ook andere kleuren dan op de losse pagina. Eén zo’n kleur is ongeveer 1 meter zijden borduurgaren.
Kleur 3: het is nog niet af en ik denk dat ik ook deze keer weer ga proberen om hier en daar een tweede kleur in te zetten.
Gisteren had ik beloofd te laten zien waar het afdrukken
van het tweede motief toe leidde.
Het motief is gebaseerd op voorwerpen van de Indusbeschaving.
Bij de voorwerpen werd als vindplaats Harappa genoemd.
Hier zijn de eerste afdrukken te zien. Ik begon onder in het midden.
Ik ben gaan afdrukken met het idee uit te vinden wat wel en wat niet kan. Hier is duidelijk dat met deze hoek van de zaagtand een cirkel niet te maken is.
Geen enkele kleur die ik gisteren gebruikte is zoals ze uit de tube komt. Ze zijn altijd gemengd. Alle inkt komt ook steeds van dezelfde glasplaat, van dezelfde plaats. Daarom zie je kleurverloop die steeds minder wordt doordat je op de lino de inkt wil verdelen over de hele vorm.
Hier zie je die plek met inkt. Nu als monoprint. Aardig is dat door meerdere malen met steeds opnieuw ander papier over de inktresten te gaan, de monoprint steeds verandert van kleur en patroon.
Op de monoprint kun je dan weer het motief aanbrengen (met het restant van de inkt die op de roller en de lino zat).
Toen heb ik de lino van het eerste motief nog eens bij gepakt.
Bijgesneden waar nodig en dan afdrukken.
De tweede, linkse rij, komt in aanraking met de rechtse, verticale rij. Dat is niet de bedoeling maar dat kreeg ik gisteren maar niet opgelost.
Ook afdrukken die je eerder in dit bericht al zag moesten er aan geloven.
Wordt vervolgd.
Gisteren was ik enthousiast over het Harappa-motief
(en dat ben ik vandaag nog steeds)
maar ik had onvoldoende tijd voor twee berichten.
Daarom kom ik vandaag terug op mijn eerste ervaringen met
de zelfgemaakte linoplank.
Even een demonstratie-opstelling gemaakt en een foto natuurlijk. De gutsen liggen gereed naast een modern zacht materiaal. Nu de plank even uitproberen.
Er lagen nog twee stukken die eerder van een linosnede zijn afgesneden. Eens zien of ik daar een soort van ornamentje kan maken dat straks de marge in een boek met een kleurtje kan opfrissen.
Wat je niet op de foto ziet is dat ik een tijdje terug
op een kleine strook lino eens had geprobeerd een stukje
van een raster te maken met een stuk ‘ouderwets’
linoleum.
Dat stukje had nog de rechthoekige vorm zoals ik het
in mijn bak voor nog op te werken restjes.
Deze vorm begon met de afdruk van de langste vorm. Door de vorm om te draaien en nog eens af te drukken kreeg ik de smaak te pakken. Toen het papier vol was met de kleine lino een soort van boven- en onderkant er aan gezet. Het idee om eens met een compactere vorm te proberen te komen tot een aanzet van een schutblad (zie blog van gisteren) werd hier geboren.
Zo’n ornament zie ik toch wel op een pagina van een boek staan.
Het raster werd door het afsnijden plotseling een soort van pelpinda.
Zo’n pelpinda is dan weer goed te gebruiken om een ander drukwerk aan te vullen (vergeet even de betekenis van het jaartal en het woord). Het papier dat ik hier gebruik is veel geschikter voor lino afdruk dan veel andere papiersoorten.
Dit papier bedoel ik. Het is niet goedkoop. Voor een boek is het alleen niet zo bruikbaar want het is erg dun. Maar de afficheletters laten zich er mooi op afdrukken (kan altijd nog beter). Dit papier in van een ‘Vang Linolblock’.
De webwinkel die dit verkoop beschrijft het als volgt:
Dit handgeschepte 45 grams Japans papier is uistekend geschikt voor linoleumdruk. Het papier geeft een goede randscherpte en heeft een goed absoberend vermogen. De lichte wolkachtige structuur laat de linoleumdruk goed tot zijn recht komen.
Dat ‘absorberend vermogen’ is denk ik de sleutel tot de scherpe afdruk.
Kijk maar eens naar de achterkant van de afdruk die je hierboven ziet.
Dit is de achterzijde van het papier. Je ziet de vezel in het papier en je ziet ook hoe het papier een eventueel te veel aan inkt opneemt. Ik zie me wel een boek maken met lino-afdrukken op dit papier waarbij dit papier op een of andere manier bevestigd wordt op een stevigere papiersoort dat dan het boekblok gaat vormen.
Harappa of de Indus Valley beschaving is een cultuur
die in het gebied van Pakistan en Noord India gevestigd was.
Deze beschaving was actief tijdens de bronstijd.
Dat is ongeveer tussen 3200 – 1900 voor Christus.
Toen ik in 21013 in het National Museum van Delhi was
zag ik daar aardewerk met motieven die ik heel mooi vond.
Eenvoudig maar mooi.
Pas geleden waren op mijn blog daarvan foto’s te zien.
Dit was een van de aardewerk kommen (?) die er te zien waren. Je ziet hier 1 motief dat steeds naast elkaar en boven en onder elkaar herhaald wordt. Een paar jaar terug zag ik op een dag van de Stichting Handboek Binden mensen die een toelichting gaven op hoe zij met motieven en herhaling van die motieven zelf bijvoorbeeld schutbladen maakten. Eén en één bij elkaar leverde het volgende avontuur op.
Ik besloot eerst het motief van de foto over te tekenen (op de foto rechts). Vooral om een beetje gevoel te krijgen voor hoe de vorm in elkaar zit. Vervolgens heb ik een lengte en breedte gekozen en dat uitgezet op millimeterpapier. Nu koos ik voor 4 bij 4 centimeter. Misschien was 4 hoog en 3 centimeter breed beter geweest. Op het millimeterpapier heb ik toen de vorm op overgenomen (links). Eerst met potlood, daarna met een zwarte pen.
De vorm heb ik toen uitgeknipt.
Overgenomen op een stuk lino. Zowel de buitenste vorm als
de binnenkant.
Die vorm heb ik vervolgens uitgesneden.
Als test heb ik de vorm vervolgens een paar keer afgedrukt.
Dit is het resultaat.
Ik moet wel eerlijk zijn. De foto is op een paar plaatsen digitaal bijgewerkt. Intussen heb ik de lino op een paar plaatsen gecorrigeerd. Het afdrukken moet ook met meer zorg worden uitgevoerd dan ik vanmiddag bij deze eerste poging heb gedaan. Maar het eerste resultaat geeft goede hoop om met geometrische vormen versieringen te kunnen maken in mijn boeken.
In de vitrine in New Delhi stond nog een stuk aardewerk
waar het motief mij erg aansprak.
Dus daar ga ik een volgende keer misschien mee experimenteren.
Hier kan ik kiezen om 1 lino te maken van het volledige motief of 2 lino’s die in elkaar passen. Dat laatste geeft dan mogelijkheden om met meerdere kleuren te werken binnen één motief.
Vandaag was er niet zo veel te melden.
De jaarwaaier is gereed.
Helemaal tevreden ben ik niet maar ik heb niet het
idee dat ik de afbeelding beter kan krijgen.
Dus voor nu even stoppen.
Het boek-in-boek katern is ook gereed.
Dat moet nog een beetje op maat gesneden worden maar
dat ga ik later doen.
Intussen ben ik begonnen een kleine werkplank te maken om het lino snijden comfortabeler te maken. De plank krijgt een stootrand waartegen de lino gelegd kan worden. Die zal dan beter blijven liggen. Aan de andere kant krijgt het blad een rand om achter de tafelrand te blijven hangen. Binnenkort een foto van dit heel eenvoudige voorwerp. Voor nu 1 rand met houtlijm vastgezet. De volgende keer spijkers meenemen om de randen ook vast te kunnen spijkeren.
Gisteren eerst nog even gewerkt aan de jaarwaaier.
Van licht naar donker. Nog één jaartal te gaan.
Van de twee pagina’s met een schenkelmonument is er één met een gouden schenkel. Die zie je hier. Hiermee is het middelste katern gereed. De boek-in-boek constructie moet nog op maat gesneden worden en straks genaaid worden met de andere twee katernen.
Nadat ik het bladgoud op de testafdruk nog aangerold heb en overtollige stukje bladgoud verwijderd heb, kan ik beginnen aan één van de twee bladen met een afdruk van het schenkelmonument, dat in het boek gaat komen. Eén van die twee bladen krijgt een gouden schenkel. Dus begin ik met een dikkere lijm aan te brengen.
Daar plaats ik een stuk van een heel dun vel bladgoud heel voorzichtig op. Dan druk ik dat aan, eerst met de haren van een kwast, dan met mijn vingers. Voorzichtig dat het goud niet scheurt. Dan is het wachten tot morgen dat het goed droog is om de overtollige delen weg te halen.
Daarna had ik tijd om weer eens verder te gaan
met de jaarwaaier. Op de testafdruk kwam nog 1 jaartal.
Dat heb ik er op gedrukt met de nieuwe inkt.
Het papier is heel zacht geel of crème waar de jaarwaaier op komt te staan. Dus wilde ik ook eens proberen wat een witte afdruk doet. Omdat dit niet gelijk bij de eerste afdruk tot een goed gevolg leidde bedacht ik de tweede druk, op dezelfde plaats, te drukken met een mengsel van wit en blauw.
Dat lukte beter. Dat heb ik toen tot werkwijze verheven.
Daarom deze nieuwe kleuren op de definitieve pagina. De jaarwaaier gaat nog drie jaartallen bevatten.
De laatste drukgang, dat is ten minste het idee.
En een paar kleine tubes om een nieuw merk
van inkt uit te proberen.
Deze inkt wordt speciaal verkocht voor linoprint (block print). Maar ik ben niet echt tevreden. Zo ontevreden zelfs dat ik de testafdrukken maar niet laat zien. Dan kan het natuurlijk ook aan mij of aan mijn gereedschap of materiaal liggen. Hier moet ik nog eens verder voor op onderzoek.
De laatste versie van de lino bevat niet veel af
te drukken lijnen of vlakken meer.
De laatste drukgang gaat met gele inkt.
De resultaten:



Deze laatste komt in het boek. Niet omdat het de beste afdruk is maar omdat de afdruk gemaakt wordt op het papier waarop ook al andere afdrukken en decoraties zijn gemaakt.
Het idee is dat ik de grote, ronde schenkelvorm, die tot nu toe zwart gebleven is, ga voorzien van een laagje bladgoud. Het schenkelmonument zal daardoor steeds glanzen. Hier probeer ik het bladgoud voor het eerst sinds heel lange tijd weer eens aan te brengen. De verf was eigenlijk nog niet droog genoeg en op sommige plaatsen zitten twee lagen en is de lijm nog niet droog. Dat moet volgende keer beter.