Er zijn vast mensen die denken dat dit een beschrijving is
van de ‘Argusvlinder’: vierkante man.
Maar in dit geval is het toch iets anders.
Karel Appel, Vierkante Man, 1951, olieverf op doek. Ik vind hem wel erg mooi. Rijksmuseum, Amsterdam.
Na meer dan 15 jaar, de meeste jaren als betalend lid,
delete Photobucket binnenkort mijn account.
Dus als je plots foto’s mist dan even laten weten. Ik kan niet 15 jaar aan links naar foto’s met de hand gaan corrigeren naar de hosting site van mijn nieuwe hosting partij. Voor een hobbyblogger is dat een te grote inspanning. Maar delen van mijn blog kan ik wel repareren.
Vandaag was ik in Amsterdam.
Ik ging speciaal voor het Rijksmuseum want er
is een tentoonstelling met werk van Irma Boom.
Werken van haar hand gaan het gesprek aan met
moderne kunstwerken in de collectie.
Daarnaast is er de tentoonstelling ‘Clara en
de onderkruipsels’. Een tentoonstelling rond
het ‘exotische’ dier ‘Clara’, een geimporteerde
neushoorn die in Holland getoond werd en een soort
van rage werd.
Wat precies de onderkruipsels daar mee te maken hebben,
behalve dan misschen dat rond hen ook lang een
rookgordijn van gebrek aan kennis hing, weet ik niet.
Maar een mooie en spannende tentoonstelling, voor jong en oud,
levert het in ieder geval wel op.
Een gevel in de buurt van het Leidseplein heeft deze opvallende muurschildering.
Onderkruipsels op de tentoonstelling (waar ook heel veel vlinders te zien zijn) op sterk water.
Onderkruipsels tegen de muren. Binnenkort meer over de twee tentoonstellingen maar vanavond niet meer.
Afgelopen week ontving ik het jaarlijks nummer ‘Over Multatuli’.
Daarin een reeks essays over de actualiteit van het werk
van Eduard Douwes Dekker, beter ekend als Multatuli.
In het essay van Jurjen Pen stond een, volgens mij,
vreemd citaat.
Het essay met als titel ‘Klokkenluiders en doofpotten’ gaat
over hoe de Nederlandse regering om gegaan is met ons
koloniaal verleden in Indonesië.
Nogal actueel in het licht van de ‘excuus-affaire’.
Het concentreert zich op de rol van Cees Fasseur in de
waarheidsvinding (of het gebrek daaraan) van de
Nederlandse overheid.
Ik ben niet in de positie om daar commentaar op te geven
maareen citaat is een wel heel vreemd stuk tekst:
Een van de stukken in de dozen is een notitie van de toenmalige procureur-generaal bij het Hooggerechtshof Nederlands-Indië H.W. Felderhof.
Hij schrijft over het bloedbad in Rawagede in 1947 op West-Java, dat de Nederlanders acht à negen keer twaalf mannen omlegden en vlak buiten het dorp nog eens zeven à tien personen. Dus 118 doden; Felderhof stelt dat het in totaal waarschijnlijk om 150 doden ging.
In de Excessennota heeft Fasseur het over circa twintig mannen die zonder vorm van proces zijn geëxecuteerd.
Wat een rommelig en ongeloofwaardig verhaal.
‘8 à 9 keer’
Wat wordt hier bedoeld? Waarom weten we niet of het acht of
negen of misschien zeven of tien keer was, dat er mensen gedood werden?
Waarom weten we dat niet?
’12 mannen’
Wat waren de omstandigheden, waarom mannen, waarom zo vaak, steeds opnieuw,
twaalf mannen? Dat gelooft toch niemand?
‘7 à 10 personen’
Dus nu ook vrouwen en kinderen? Hoeveel mensen zijn er buiten het
dorp gedood? Het is nogal een marge.
‘Dus 118 doden’
We weten het niet, de conclusie ‘Dus 118 doden’ is daarom niet
op zijn plaats net als het getal 150 dat Felderhof gebruikt.
Intussen is er meer bekend over Rawagede (zie onderstaand citaat
van de Wikipedia-pagina over het bloedbad).
Maar het citaat hierboven is een voorbeeld van hoe de
Nederlandse regering probeert rond de waarheid heen te dansen.
Maar ook hoe doorzichtig en vreemd de gehanteerde verhalen
en conclusies zijn. Zie citaat Rutte over 19 december 2022.
Het Bloedbad van Rawagede vond plaats op 9 december 1947 in het dorp Rawagede, het huidige Balongsari (West-Java), op zo’n 300 kilometer ten oosten van de Indonesische hoofdstad Jakarta. Op die dag werd bijna de gehele bevolking, 431 mensen, vermoord door Nederlandse militairen die in het dorp op zoek waren naar een onafhankelijkheidsstrijder. Aan het hoofd van de operatie stond majoor Fons Wijnen. In 1947 werd besloten om de daders van deze oorlogsmisdaad niet te vervolgen, ondanks de aanbeveling van generaal Spoor aan procureur-generaal H.W. Felderhof om Wijnen te vervolgen.
Mijn exemplaar heb ik opgehaald op de BoekAmbachtBeurs
bij de uitgever: Jannie de Groot van Uitgeverij Boekband.
Het draait om de uitgave ‘Meetkunstig vlakornament’
van Herman J. de Vries uit 1891.
In twee mappen werden voorbeelden van geometrische
decoraties op de markt gebracht.
Tweedimensionale decoraties.
Nu is de keuze aan de boekbinder: twee mappen, een doos
of een Japanse binding? Wat ga je maken…
Één deel, drie delen?
Het is aan de boekbinder.
Er zit een soort van handleiding bij om zelf
decoratieve ornamenten te maken en sets van vellen
papier met ornamenten in kleur die je bijvoorbeeld als
schutbladen kunt gebruiken.
Vandaag heb ik voor het eerst de inleiding gelezen
en het inspiratiedeel. Voorpret.
Ik heb er al van genoten!
De uitvoering van Jannie de Groot van de uitgave van ‘Meetkunstig vlakornament’, van Herman J. de Vries uit 1891.
De contouren van de Gebroeders Grimm ga ik lijmen op het grote duoprofiel zodat er een relief ontstaat. Hier probeer ik de lijm op de ondergrond aan te brengen waar het kan (langs de buitenkant) en op de achterkant van het lijnprofiel waarvan de positie zal worden bepaald door waar het uiteinde samenvalt met de rand van de ondergrond.
Hier moet de ‘Gebroeder Grimm’ nog ‘Gebroeders Grimm’ worden.
Gelukt! De lijm droogt onzichtbaar op (hoop ik).
Ook het tweede exemplaar probeer in in elkaar te zetten. Deze keer lijm ik de hele achterkant.
Het zal nog moeilijk worden te bepalen welke op de boekband zal komen.
Vorige week had ik al een strookje zilver gekocht
om een ring te maken, een pinkring.
Ik kies voor een kleine, smalle ring omdat ik
zelf geen sieraden draag.
Het strookje zilver moet tussen de 60 en 70 millimeter worden. De precieze lengte is niet relevant voor mijn verhaal maar wel voor de ring die ik ga maken.
Het strookje zilver wordt gebogen tot iets dat begint te lijken op een ring. Belangrijk is dat de twee uiteinden die we gaan solderen recht op elkaar aansluiten. Dat is hier nog niet helemaal het geval.
Twee spelden helpen om de ring op zijn plaats te houden. Als je met een brander gaat solderen dat moet je je handen zo vrij mogelijk houden.
Dit is een staafje soldeer nummer 1. Het kleine stukje dat onder en helemaal aan de linkerkant van het staafje ligt ga ik gebruiken om te solderen.
Hier ligt het stukje soldeer op de naad in de ring.
Hier is de soldeer gesmolten en tussen de uiteinden gelopen om de uiteinden met elkaar te verbinden. De toekomst gaat uitwijzen of dit goed is gegaan.
Ook vandaag werd ik verrast door een erewacht (niet voor mij)
en dit keer sportende mensen in het Valkenberg.
Misschien hebben de twee dingen niet met elkaar te maken….
De erewacht aan de kant van het Kasteelplein. Vandaag ongeveer een kwartier later dan gisteren.
Een groep jonge sporters. Allemaal voorzien van duidelijke verlichting. Begeleid door twee mensen op de fiets. Als een geluk bij een ongeluk zijn geen van de lopers herkenbaar op deze foto. Juist daardoor vind ik dit toch een mooi beeld.
Rond half acht, een beetje eerder dan de tijd van mijn reguliere ochtendwandeling, zag ik een soort van erewacht op de brug naar het Kasteel van Breda (KMA).
Even verderop, in het Valkenberg, kwam ik een militaire drumband tegen met soldaten erachter in volle bepakking. Waarschijnlijk hebben die twee zaken met elkaar te maken.
De tafel heb ik vanavond niet nodig dus ik kan
de verschillende stukken balsahout breed wegleggen
en rustig vernissen.
De losse profielen van de Gebroeders Grimm.
Dit zijn de twee complete profielen en het gegraveerde exemplaar. Ik wil de verschillende delen vernissen voordat ik ze op een boekband ga bevestigen. Er stond nog wat vernis die ik voor andere hobbyprojecten gebruikt heb.
Met vernis gaan de profielen meteen een beetje bol staan.
Dat zie je ook bij de versies die niet gegraveerd zijn.
Waar ik bang voor was gebeurt ook: de lijnprofielen breken. Het balsahout was 1 mm dik en de profielen zijn heel smal. Dus het gaat snel mis. Maar omdat deze smalle profielen op de grote, complete profielen worden bevestigd, zie je er straks misschien niets van.
Links nog zonder vernis, rechts met.
Op aanraden van de medewerker van #MakersbaseBreda heb ik van de niet-gegraveerde versies twee exemplaren laten maken. Ook het smalle profiel van exemplaar twee breekt in twee stukken.
Uiteindelijk is het eerste exemplaar in drie delen gebroken. Maar zien hoe dit gaat lopen.
Lag de nadruk bij de werkzaamheden aan de Verlengde Mark
eerst weken bij het weghalen, verplaatsen en bijstorten
van zand,
nu lijkt het om water te draaien.
Een deel van de Verlengde Mark dat eerst droog stond is/wordt nu weer gevuld met water.
Rechts zie je het reguliere waterpeil (dat is het stuk van dit water dat bij de Trapkes middels een kleine overstort in de Haven uitkomt) en links het deel waar de huidige werkzaamheden plaatsvinden.
Waarschijnlijk gaat het de hele dag door maar ik zie, in de ochtend, bij het licht van schijnwerpers en de opkomende zon, een graafmachine met een lange arm, een soort van ballet uitvoeren. Het duikt in het wter, maakt krijpbewegingen, komt boven water, draait, raakt water kwijt, beweegt naar de kade om tenslotte in de vrachtauto te verdwijnen.
Wat de moeilijkheidsgraden van de verschillende onderdelen zijn weet ik niet maar dit lijkt me toch gemakkelijk een 8.
De Santa Croce is in Florence een kerk met een hele reeks
begraafplaatsen en herinneringsplaquettes van beroemde
Italianen. ‘Beroemd’ is geen understatement.
Florence, Basilica of Santa Croce. Op de plaats van de kerk staan al kerken vanaf het begin van de 13e eeuw. Deze versie is van 1294, in 1560 ingrijpend gerestaureerd. In 1966 is de kerk beschadigd door de overstroming.
Op het plein voor de kerk staat dit standbeeld van Dante Alighieri uit 1865. Het ontwerp is van Enrico Pazzi.
De deur met detail.
Geen graf maar een herdenkingsplaats: Guglielmo Marconi.
Het ontwerp is van Giorgio Vasari: graf van Michelangelo Buonarroti.
Dante ligt er niet begraven maar een monument werd er in Florence wel opgericht voor hem: Danti Alighierio.
Nicolaus Machiavelli (Niccolò di Bernardo dei Machiavelli).
Door wie dit schilderij is gemaakt weet ik niet. Het lijkt me de tuin van Gethsemane, met de apostelen die slapen en Chrisus die de Vader aanroept. Het schilderij is waarschijnlijk onderzocht voor een restauratie en er zijn stukjes van het schilderij vastgezet om verdere beschdegingen tegen te gaan.
Donatello, Tabernacle, Cavalcanti Annunciation, circa 1433 – 1435. De komende dagen zou ik nog veel aankondigingen (Annunciation) zien.
Mijn virtuele wandeling over de tentoonstelling Byblos
gaat verder. Een interessante en mooie wandeling.
RMO, Byblos, Kruik in de vorm van een koe, aardewerk, 2500 – 2000 voor Christus.
In de tempel van de Dame werd ook deze zilveren steenbok gevonden (2500 – 2000 voor Christus).
Stempelzegel, brons, 2800 – 2000 voor Christus. Zegels hebben een aantrekkingskracht op me die ik niet goed kan plaatsten.
Byblos, kruik in de vorm van een koe, aardewerk, 2500 – 2000 voor Christus.
De expat uit Libanon en zijn vrouw in Egypte: Levantijnse soldaat in Egypte, kalksteen, gevonden in El-Amarna, Egypte, 1353 – 1324 voor Christus.
Gedurende een paar jaren heb ik een keer per week
het atelier bezocht van Annette Paulsen om te werken
aan boekvormen en grafische technieken.
Haar werkplaats is in Tilburg.
Afgelopen week zag ik dat Annette Paulsen een boek
in eigen beheer heeft uitgebracht.
Een samenwerking tussen Gabriele Paulsen en haarzelf.
Van dat boek heb ik een exemplaat besteld en intussen
ook ontvangen.
Ik bekeek het boek vanochtend meteen even.
Ik zie muziek, grafiek en tekst, …. en Kelpie.
Het waterpaard, waarvan eerder hier foto’s te zien
waren, en dat te zien was op Klimaat Expo ’22 in Zwolle.
Naar Kelpie heb ik snel even gekeken.
Een eerste indruk.
Dit is de kaart die bij het pakket zat. De herkenbare stijl van Annette Paulsen.
Het ligt niet in de lijn van het ander werk van Annette dat ze probeert een letterlijke grafische weergave van de mythen te maken. Water in een meer abstracte vorm lijkt haar bezig te houden.
Het boek is gemaakt op stavig papier met uitklapbare pagina’s. Dat vraagt om een binding die genoeg ruimte laat in de rug die je hier van bovenaf ziet.
Binnenkort meer.