Vergelijk de grootte met de eikenbladeren die er om heen liggen. Echt een joekel. Breda, Valkenberg.
Driemaal Ganesha
The Met in New York heeft een tentoonstelling met
werken die Ganesha uitbeelden.
Via hun website kies ik drie voorbeelden.
Prachtige voorbeelden, volgens mij.
Standing Ganesha, pre-Angkor, second half 7th century, Cambodja, stone.
Dancing Ganesha, Kalacuri dynasty, circa 10th century, India, Madhya Pradesh, red sandstone.
Seated Ganesha, 16th century, India, Odisha, ivory.
11.000 maagden en een boek
Bij de Basilica di Santa Maria Novella is ook een soort
van schatkamer. Als ze hem zo niet noemen dan is dat onterecht.
De voorwerpen die er te zien zijn lijken een soort
van allegaartje maar de kwaliteit en uniciteit is hoog.
Misschien het mooiste voorwerp dat ik in Florence
gezien heb naast de ‘beroemde’ voorwerpen als de David en
de werken van Leonardo da Vinci:
Onbekende beeldhouwer uit Siena, reliekhouder in de vorm van een buste van een van de 11.000 maagden van keulen. Ursula van Keulen was een koningsdochter die heilig verklaard werd. Er bestaat een legende over haar en 11.000 maagden. Unknown Sienese sculptor, Reliquary bust, one of the eleven thousand virgins of Cologne. End 14th century. Carved polychrome and gilded wood, glass paste.
Basilica di Santa Maria Novella, Bernardo Daddi, Madonna and Child enthroned with Saints Peter, John the Evangelist, John the Baptist and Matthew, 1344. Tempera on panel.
Een ‘Laatste Avondmaal’ van een vrouwlijke schilder. Een groot indrukwekkend werk. Het hangt er in een ruimte waar recht tegenover nog een ‘Last Supper’ te zien is. Plautilla Nelli, Last Supper, circa 1560. Oil on canvas. Rood is dé kleur die er uit springt wat een bijzonder effect oplevert. Het werk hangt hoog in de ruimte en door de breedte is het moeilijk om helemaal in beeld te krijgen. Daarom volgt hier een detail.
Paolo di Dono beter bekend als Paolo Ucello, The Garden of Eden. Early 1430’s.
Paolo di Dono beter bekend als Paolo Ucello, The Original Sin. Early 1430’s.
Florentine goldsmith, Missal cover. First quarter 19th century. Embossed, chiselled and cast silver.
Dit is het andere ‘Laatste avondmaal’. In de ruimte zelf kon ik niet vinden wie de maker van dit werk was. De vorm van het werk is zeker opvallend.
De Spaanse kapel (met boek)
Het complex van de Basilica di Santa Maria Novella omvat
een grote hal die ‘De Spaanse kapel’ (Cappellone degli Spagnoli)
wordt genoemd.
Het complex is tussen 1343 en 1355 en is ontworpen door
Fra Iacopo Talenti.
De fresco’s zijn gemaakt door Andrea di Bonaiuto.
Het is indrukwekkend. Fantastisch.
Met een boek op je schouder (midden, boven).
Christ in limo.
De fresco’s ‘lezen’ als een stripverhaal. Er staan meerdere scene’s die aan elkaar gepakt zijn. Samen vertellen ze niet alleen het leidensverhaal van Christus maar ze verwijzen ook naar de (ontstaans)geschiedenis van de Dominicaner orde.
Soms moet je goed zoeken voor een boek
Het leuke aan een stad als Florence is dat er dingen te zien zijn die misschien niet zo beroemd zijn maar die heel erg de moeite waard zijn om te bekijken. Bijvoorbeeld deze Annuntiation (de aankondiging) gemaakt door Pietro di Miniato (1366 – 1450).
Kijk, daar is het boek, daar links, op die standaard.
Basilica di Santa Maria Novella.
Religie en wetenschap: Aquarius in de vloer van de Basilica di Santa Maria Novella.
Giotto, Crucifix.
Het kerkgebouw van de basiliek is een ding.
Aan de kerk zijn kloostergangen verbonden met allerlei kapellen
die allemaal weer bijzondere decoraties hebben.
Wat een fantastisch complex.
In een van de kapellen zijn de fresco’s van de muur gehaald en weer teruggeplaatst op een manier dat ze beter onderhouden kunnen worden. Deze fresco’s zijn erg oud: Chapel of the Annunciation, Andrea Orcagna and assistants, 1340 – 1347, detached frescoes, Nativity (kerstscene).
Detail.
Omgang met grafmonumenten.
Recente titels
De afgelopen tijd heb ik een aantal boeken gekocht. Opvallende uitgaves, van bijzondere uitgeverijen of bij bijzondere gebeurtenissen. Tot nu toe kwam ik er maar niet aan toe om ze te presenteren op mijn blog. Vandaag doe ik dat dan maar met al die boeken tegelijk. Ook zonder dat ik ze gelezen heb want sommige hebben een kleine oplage en als je dan zo’n titel zou willen hebben, dan kun je er maar beter snel bij zijn.
Het gaat om de volgende boeken (op alfabet van boektitel):
Artis Forma
Een serie knip-, snij-, rits- en vouwmodellen van dieren
gemaakt door Gerrit de Morée hier in een herdruk door
onder andere Patrick Horward;
Cabaretliedjes
Een uitgave bezorgd door Vic van de Reijt van cabaretteksten
van Wim Wilmink, misschien bekender als Willem Wilmink.
Het is een uitgave van de Statenhofpers;
De hel van de bibliofiel
Een uitgave van Stichting Desiderata. Vertaling van Franse
verhalen voorzien van een uitgebreide toelichting. Een
van de drie Franse verhalen is geschreven door Charles Asselineau;
Heet van de naald
Een lang gedicht van Max de Jong verschijnt opnieuw
met duiding. Een uitgave van Uitgeverij Fragment en
de duiding is geschreven door Bob Polak.
Mooie boeken maak je samen
Een verslag van de carriere van meesterboekbinder Gijs Wortel.
Het boek is geschreven en samengesteld door Gijs Wortel zelf en
Alex de Vries.
De diermodellen heb ik al gerealiseerd gezien. De laatste keer
op de tentoonstelling in Het Gele Huis.
Daar zijn de volgende foto’s van.
Zie ginds…
Al een tijdje volg ik een cursus edelsmeden.
De meeste tijd gaat uit naar de basis technieken van het zagen,
vijlen, schuren en boren. Daarnaast gereedschapskennis
en materiaalkennis.
Mijn eerste voorwerp waar ik aan werk maak ik in het kader
van het thema ‘On the road’.
Het is een gestyleerde boot uit messing gezaagd.
Ook de achterkant is nu gezaagd.
Volgende stap is om een vorm te laseren (geen basistechniek
van het edelsmeden maar goed bruikbaar) uit een materiaal
(in mijn geval acryl of plexiglas) om tussen de
voorkant en achterkant te gaan klinken.
Vrijdag ben ik daar mee bezig geweest maar ik was niet tevreden over het resultaat. Je ziet hier dat zelfs als het blauw de golven niet volledig afdekt, de lichte kleur boven het messing uitsteekt.
Als ik de voorkant weghaal dan zie je dat het lichte plexiglas onvoldoende de vorm van het messing volgt. Eigen schuld. Niet nauwkeurig genoeg gemeten. Dus dat moet opnieuw. Dat heb ik zaterdag dus gedaan.
Met deze nieuwe vorm ben ik veel meer tevreden. Ik moet misschien er nog een beetje met de hand aan vijlen maar dit past veel beter.
Hier zie je het plexiglas op de ondergrond liggen. Dat past veel beter.
Nu de golven helemaal donkerblauw zijn en de lichte kleur de vorm van de boot goed volgt, zal een beetje vijlen voldoende zijn om het voorwerp, na het klinken, af te maken.
Er kwam een Italiaans draakje voorbij
Terwijl ik in Florence was bezocht ik ook een drietal bibliotheken.
Ergens kocht ik in een souvenirshop een kaart van een draak en
stuurde die naar Nederland.
Draak, staat in een boek in de Biblioteca Medicea Laurenziana: Pluteo 89 Superiore 43. Het boek is uit de 2e helft van de 15e eeuw. Geschreven door een anonieme schrijver die werkte voor boekhandelaar Vespasiano Da Bisticci. Het boek bevat een collectie teksten over astronomie (vandaar waarschijnlijk die sterren aan de staart en het lijf).
Omdat ik meer wilde weten over het boek kwam ik op internet uit
bij een tentoonstellingssite over fantasiedieren.
Mooie afbeeldingen.
Soep van de week: knalrode soep
Wabi-Sabi: Kajioka Miho
Een foto van Kajioka Miho van de tentoonstelling Wabi-sabi. Ik moet wel een slag om de arm houden want niet alle foto’s van de tentoonstelling staan in de catalogus. Ik moet dus achteraf vertrouwen op mijn discipline bij het nemen van de foto’s.
Sieboldhuis, Japan Museum, Wabi-sabi, Kajioka Miho.
Kajioka Miho, #0020, 2021, gekleurde zilvergelatinedruk.
Let op het boek
De fresco’s zijn overweldigend. ‘Perspectief’ is ontdekt als techniek bij het tekenen en schilderen, en dat zullen we weten ook. Florence, Basilica di Santa Maria Novella, Domenico Ghirlandaio. Fresco serie ‘Scenes from the life of the Virgin, 1485 – 1490.
Domenico Ghirlandaio. Fresco serie ‘Scenes from the life of the Virgin: St Joachim is driven from the Temple, 1485 – 1490.
In een eerder bericht stond deze bank ook al. Toegegeven, ik liep er rond als een kind in een snoepwinkel. Je weet niet waar je moet kijken. Overal schitterende kunstwerken, vooral uit de renaissance. Wooden choir bench, design Giorgio Vasari, built by Giovanni Gargiolli, inlaid backrest Baccio d’Agnolo.
Giorgio Vasari, Giovanni Gargiolli en Baccio d’Agnolo.
Basilica di Santa Maria Novella.
Basilica di Santa Maria Novella, Giorgio Vasari, Resurrection of Christ with St Cosmo, St Damiano, St John The Baptist and St Andrew. 1568.
Dit is het boek. Giorgio Vasari, Resurrection of Christ with St Cosmo, St Damiano, St John The Baptist and St Andrew. 1568.
Dit vind ik een heel typische afbeelding. Sterk qua symboliek en heel specifiek voor het Christelijk geloof: God de vader die de gekruisigde Christus ‘draagt’. Florence, Basilica di Santa Maria Novella, Tommaso Guidi ook wel Masaccio genoemd, Trinità, 1424 – 1425.
‘Trinità’ is in het Nederlands ‘De Heilige Drie-eenheid’. Er is een heel interessant Wikipedia-artikel (dat ook in het Nederlands beschikbaar is) over dit werk. Dat kun je hier vinden.
Schoonheid die imperfect, vergankelijk en onvolledig is
Wabi-sabi
Wabi-sabi is een concept in de traditionele Japanse esthetiek.
Centraal staat de acceptatie van vergankelijkheid en imperfectie.
Wabi-sabi wordt soms beschreven als het waarderen van schoonheid die imperfect, vergankelijk en onvolledig is.
Het komt voor in alle vormen van Japanse kunst.
Sieboldhuis, Japan Museum: Wabi-sabi, Horie Mika, Become a wooden pole, 2019, cyanotypie op handgemaakt Japans gampi papier.
Gampi is een typisch Japans, handgeschept papier.
Handgeschept is per definitie minder glad of effen dan papier
dat machinaal is gemaakt.
Het papier heeft ook ‘natuurlijke’ randen.
Cyanotypie is een oudere vorm van afdrukken van negatieven of
andere voorwerpen. Als belichting dienen de (UV-)stralen van
de zon.
Deze foto’s hebben ten minste op 3 niveaus kans om imperfect,
vergankelijk en onvolledig te zijn:
= het papier zorgt er voor dat iedere afdruk anders is door
de bijzondere structuur. Dat wil zeggen dat die structuur kan
leiden tot bijzondee situaties maar het kan ook de afbeelding
‘verstoren’;
= cyanotypie is afhankelijk van de zon (of een oude hoogtezon) waarbij
belichtingsduur en intensiteit per definitie variabel is;
= de door de fotograaf gemaakte foto draagt natuurlijk ook
bij aan het fenomeen. Daarbij lijkt Horie Mika zich te richten
op natuurlijke transitieprocessen. Die zijn per definitie
imperfect, vergankelijk en onvolledig.
Ik vind de resulteten gewoon mooi.
Horie Mika, Snow melts after a spring breeze, 2020, cyanotypie op handgemaakt Japans, gampi papier.
Horie Mika, Straws that run in the same direction as the water is flowing, 2019, cyanotypie op handgemaakt, Japans, gampi papier.
De tentoonstelling bevat werk van meerdere kunstenaars, uit Japan maar ook uit Nederland. De catalogus is heel bijzonder (maar zal nu wel uitverkocht zijn). Dit was een eerste blik op een zeer interessante tentoonstellin die je blik kan vernieuwen.
Who is who in de renaissance
Toen ik naar Florence ging had ik er geen onderzoek
naar gedaan.
Ik was het boek ‘De boekhandelaar van Florence’,
geschreven door Ross King, aan het lezen.
Ik had wel een reisgids gekocht maar er nauwelijks
iets van gelezen. Zelfs nauwelijks naar de plaatjes
gekeken.
Eén keer eerder was ik in Florence. Met eigen auto, één dag.
Dan loop je de Basilica di Santa Maria Novella binnen.
Een ongelofelijke verzameling kunst in een kerk- en
kloostercomplex. On-voor-stel-baar.
Meteen zie je iets dat je nog nooit gezien hebt (of
je nog nooit eerder was opgevallen).
De komende 10 dagen ga je het nog regelmaig zien.
Florence, Basilica di Santa Maria Novella.
Deze voorstelling (dit deel van deze voorstelling) was me niet eerder opgevallen. Dit is het voetstuk van een kruisbeeld. Geschilderd door Giotto. Je ziet een schedel onder/voor een hoop stenen. Golgotha, schedelplaats. De plaats van de kruisiging van Christus. Dat had ik al wel eerder gezien maar het bloed dat uit de wonden die de kruisiging veroorzaakt, die stroom bloed had ik eerder niet gezien. Het zou niet bij 1 voorstelling hiervan blijven in Florence.
De ingang verliep via een tuin rechts van de kerk.
Dat gaf me tijd om de achterkant van de gevel van de kerk eens te bekijken. Je ziet hier goed dar de vorm van het gebouw en de vorm van de gevel verschillen. Dat komt vandaag nog steeds voor en in Nederland kennen we dat van de grachten in Amsterdam.
Nog een thema van deze vakantie. Ik zal nog veel leeuwen tegenkomen, op schilderijen of als beeld.
Een eerste indruk bij binnenkomst.
Basilica di Santa Maria Novella, Giotto, Crucifix, 1288 – 1289.
Hetzelfde kruisbeeld, maar dan vanaf een prentbriefkaart.
Dit is de afbeelding van Maria zoals te zien is op dezelfde kruisiging van Giotto, de afbeelding links. De houding van het hoofd en het gezicht wijzen op Giotto.
Dit complex is niet alleen een Who is who maar ook een tijdscapsule. De crucifix wasvan net voor 1300, deze Italiaanse voorstelling – Madonna del Rosario – is uit 1938. Van 600 jaar later.
Tomb of Tedice Aliotti de Visdomini, bishop of Fiesole. Circa 1336 – 1350.
Vooral bekend van zijn boek Vite. Dit boek is nog steeds een van de belangrijkste biografische bronnen van renaissancekunst voor kunsthistorici: Giorgio Vasari, Madonna of the Rosary, 1569. Een enorm groot werk.
Dan de fresco’s. Filippino Lippi, Cappella Strozzi, Johannes wekt Drusiana op in Efeze, 1487 – 1502.
Van de briefkaart.
Overal waar je kijkt, iedere vierkante centimeter. De ene meester na de andere. Duccio di Buoninsegna, Christ enthroned between two angels. Circa 1285.
Filippino Lippi, Cappella Strozzi, Adam, 1487 – 1502.
Domenico Ghirlandaio aand workshop, An angel appears to Zacharias in the temple, 1485 – 1490.
Je mag er niet gaan zitten maar daar ben ik nu wel aan toe. Houten bank; ontwerp Giorgio Vasari, gebouwd door Giovanni Gargiolli, inlegwerk in de ruggen door Baccio d’Agnolo.
Ontwerp Giorgio Vasari, gebouwd door Giovanni Gargiolli, inlegwerk in de ruggen door Baccio d’Agnolo.
Giovanni della Robbia
Uit de tijd dat er nauwelijks verschil bestond tussen een
ambachtsman en een kunstenaar.
Giovanni della Robbia kwam uit een artistieke familie: vader
Andrea della Robbia was ook een beeldhouwer.
Werken van hun hand vind je in de grote musea van de wereld…….
….en in een drukke winkelstraat in Florence.
Giovanni della Robbia. Dit ‘Tabernacolo della Fonticine’ is uit 1522.
Het complete werk bestaat uit een fontein, een serie beeldhouwwerken, decoratieve elementen en elementen ter bescherming van het geheel tegen weer en wind.
Het werk is geen plat reliëf of een beeldengroep. Het is samenstelling van allerlei componenten. Giovanni della Robbia, Tabernacolo della Fonticine, 1522.
Twee van de hoofdjes van de cherubijnen in de fontein.
Vier briefkaarten uit Leiden
Pierre Soulages
Pierre Soulages in 2010, op 90-jarige leeftijd, voor een van zijn schilderijen. Je ziet of hoort niet veel over deze Franse kunstenaar. Maar op 27 oktober 2022 stond een necrologie in de NRC.
Pierre Soulages, Peinture, 1970. Een typisch voorbeeld van het werk van Soulages.
De pagina van de NRC waar het artikel stond. NRC, 27-10-2022.
Gerrit de Morée in het Gele Huis
Er is een tentoonstelling van werk van Gerrit de Morée
in Het Gele Huis in Princenhage.
Ruim één jaar geleden schreef ik ook over hem naar
aanleiding van een muurschildering in Electron.
In het verleden zag ik meerdere keren de muurschildering
in de moderne kerk van Prinsenbeel. Er zijn met verschillende technieken
vormen in de muur aangebracht die een geheel vormen met de
abstracte sculpturen die er voor staan.
Slim bedacht en mooi uitgevoerd.
Heel modern voor een agrarisch dorp als Prinsenbeek was in
de jaren zestig.
Het is werk van Gerrit de Morée.
De ‘poster’ van de tentoonstelling. Gerrit de Morée.
Gerrit de Moréé wordt op 28 januari te ’s Hertogenbosch geboren.
Als kind al toont de Morée een bijzondere belangstelling voor al wat leeft en groeit en bloeit.
Een fascinatie die hij zijn leven lang zou houden en ook tot uiting kwam in zijn werk.
Vooral dieren hadden een bijzondere aantrekkingskracht op hem.
Het zich steeds maar weer kunnen verwonderen over de schoonheid van de natuur en het eindeloos respect hiervoor, waren kenmerkende eigenschappen van hem.
Hij kon inspiratie halen uit de kleinste diertjes en zag het grootse in het kleine.
Zelf vond hij het jammer gat veel mensen aan een hoop dingen voorbij gingen.
In 1923 verhuit Gerrit de Morée met zijn ouders naar Breda, waar ijn vader in dienst treedt als kapelmeester van het zesde regiment infanterie (het roemruchte “Zesde”).
Inmiddels is gebleken dat de Morée over bijzonder tekentalent beschikt, getuige een prachtig pentekeningetje dat hij in die tijd voor zijn vader maakt.
Een opleiding in die richting ligt dan ook voor de hand en de Morée gaat studeren aan de Koninklijke Academie Voor Beeldende Kunsten in Den Bosch en aan de RK Leergangen te Tilburg.
Hier krijgt hij les van kunstenaar Jan van Delft.
Begin jaren dertig studeert de Morée nog enige tijd in Parijs aan de Académie de la Grande Chaumière.
In 1929 behaalt hij zijn MO-akte tekenen, zodat hij naast beeldend kunstenaar ook tekenleraar is.
Een ideale combinatie voor de Morée, want het onderwijs boeit hem.
In het begin geeft Gerrit de Morée voornamelijk les op zijn atelier en op de Nijverheidschool te Roosendaal en de avond-tekenschool te Gilze.
Samen met Niel Steenbergen en Dio Rovers richt hij in 1945 De Vrije School voor Beeldende Kunsten op.
Dit zou het latere St. Joost worden.
Hij vindt het een uitdaging om met zijn studenten nieuwe technieken toe te passen en er uit te halen wat er in zit.
De Morée is graag gezien bij zijn leerlingen die hem soms liefkozen “ome Gerrit” noemen.In 1933 wordt op initiatief van kuntenaar Jan Strube de Bredasche Kunstkring opgericht.
Ook hier was Gerrit de Morée nauw betrokken.
Hij vervulde in het begin even de functie van secretaris.
In de crisisjaren is er ook voor kunstenaars weinig werk.
De Morée verdient in die periode de kost voornamelijk met het maken van enorme hoeveelheden illustraties voor boeken, bladen en tijdschriften.
Gerrit de Morée moet gedurende zijn leven duizenden illustraties hebben geproduceerd.
In de oorlogsjaren maakt hij een aantal muurschilderingen waaronder in het Ignatiusziekenhuis te Breda en in het gemeentehuis te Chaam.
Ook de Duitse bezetters willen wel een muurschildering van hem, maar dit weigert hij door te zeggen dat hij hiertoe gebrek aan inspiratie heeft.Vanaf de jaren vijftig is de Morée ook een veelgevraagd monumentaal kunstenaar.
Hij maakt oa sgraffito’s, mozaïken en glas-in-loodramen voor kerken, bedrijven en openbare gebouwen.
Helaas hebben een flink aantal van deze werken, door kortzichtigheid en onwetendheid de sloophamer niet overleefd.In de jaren zeventig is Gerrit de Morée actief betrokken bij de oprichting van de Beeldenaar.
Een instituut voor amateur beeldende kunst.
Ook werd hij gevraagd om voor korte tijd de functie van directeur te bekleden van De Beyerd.
In 1974 neemt de Morée op grootse wijze afscheid van zijn St. Joost.
Van pensionering is volgens hem geen sprake, odat het gewoonweg niet bestaat is zijn vak.
Hij blijft dan ook tot het einde van zijn leven zeer productief.Op 13 oktober 1981 overlijdt Gerrit de Morée plotseling in kunsthandel Jas te Breda.
Hij is tweeënzeventig jaar oud geworden.
Zijn kunst blijft en het sparen van de muurschilderingen in Chaam zijn een ode aan deze voor Breda zo belangrijke kunstenaar.P. Horward
Gerrit de Morée, De terugkeer van de vogels.
Gerrit de Morée, Luilekkerland, 1973.
Gerrit de Morée, De ontsnapping, 1972.
Gerrit de Morée, Don Quichote.
Gerrit de Morée, De ark van Noach, 1967.
Gerrit de Morée, Witte schapen, zwarte schapen, 1967.
Een heel sterk beeld. Gerrit de Morée, Ruiter, 1967.
Gerrit de Morée, De schepping van de planten, 1968.
Gerrit de Morée, De schepping van de vissen, 1969.
Het Gele Huis, Gerrit de Morée, Breda ons eigen stad, 1979.
De aanleiding van de tentoonstelling is vast ook de verschijning van een boek met vouwplaten van dieren. Hierboven zie je clichés. De linkse is zeker van een bouwplaat.
De voorbeelden.
Het boek: artis-forma.
c’est ne pas snert
De erwtensoeppuristen zullen zeggen: “dit is geen erwtensoep”.
“Nee, dit is geen snert.
De kleur is minder groen als we graag zien.
Ik herken ingredienten die er niet in thuis horen.”
Ze hebben gelijk.
Dit is erwtensoep met met een klein restje van een eigen
bereiding met bruine bonen. Niet veel maar de kenners zien het meteen.
De soep is heerlijk.
Inderdaad, die eet je niet met een saucijzenbroodje. Maar die had ik in huis. Het smaakte uitstekend en ik kan er vandaag en morgen nog van genieten. Oh ja, het is er ook niet koud genoeg voor!
Zie ginds…
Mijn stoomboot wordt een soort van sandwich: een messig voorkant die ik als eerste zaagde, een achterkant dit ik vandaag maakte en ertussen komen twee kleuren plexieglas (lichtblauw voor de lucht en donkerblauw voor het water).
Beide delen moeten nu gevijld worden zodat ze mooi op elkaar passen. Dat kan ik bij MakersBase in de bibliotheek in Breda, De Nieuwe Veste, de twee plexiglasdelen laten lasersnijden. Daarna kunnen de delen aan elkaar gemaakt worden en kan het afgewerkt worden.
Een aantal jaren geleden heb ik een ontwerp gemaakt voor een boekband,
beter gezegd, voor de afbeelding op de boekband.
Het is er nooit van gekomen de afbeelding uit te snijden maar misschien
dat ik dat alsnog ga doen.
Het was de hoed…
Deze hoed is een detail van een standbeeld op het Piazza dell’ Indipendenza in Florence. Dat trok mijn aandacht. Ik had geen idee wie de man was waar dit beeld voor was. Gelukkig helpt Wikipedia dan thuis. Overigens, ik had dit bericht ook ‘Het was de duif…’ kunnen noemen.
Het beeld betreft het standbeeld van Ubaldino Peruzzi.
Hij leefde van 1822 – 1891 en werd beroemd als politicus.
Twee keer burgemeester van Florence.
Meer over hem vind je hier en over het monument hier.
Die laatste pagina is niet helemaal correct. Ze dateren het
monument in 1608.
Ubaldino Peruzzi (1822–1891) is depicted announcing on 27 April 1859, to the assembled Florentines in Piazza Maria Antonia that the Duke Leopold II had left, ending the rule of the Habspurg-Lorraine in Florence.
Four bronze bas-reliefs on the base depict other episodes of Ubaldini’s life:
In 1848, as captain of the Civic Guard, he obtains the freedom of the Tuscans captured in Battle of Curtatone and Montanara.
On April 27, 1859, Ubaldini announces the flight of the Grand Duke Leopold.
On September 20, 1870, in front of Palazzo Feroni (then town hall), Ubaldini announces the fall of Rome.
On September 13, 1875, Ubaldini inaugurates the statue of David in the Piazzale Michelangelo.
Basreliëfs komen in verschillende vormen voor: bijna plat maar soms ook zoals hier met ver uitstekende delen.
Dit is de inauguratie van het ‘David’-monument op Piazzale Michelangelo, een uitzichtpunt waar veel toeristen te vinden zijn. Op het reliëf staat 12 september 1875 maar op internet zie ik op meerdere plaatsen 13 september. Dus zeg het maar.
De duiven.



























































































































