De volgende ‘kassabon’ kreeg ik bij het Huis van het Boek
in Den Haag op Prinsjesdag.
Librije
De hoofdreden om naar Zutphen te gaan was de Librije (niet
het restaurant maar de kettingbibliotheek bij de Walburgiskerk).
Een openbare bibliotheek, een van de eerste!, met een prachtige
collectie wiegendrukken of incunabelen.
Dat zijn vroege, gedrukte boeken. Boeken die zo tussen 1450 en
1500 werden gedrukt.
In de kerk, in de buurt van de ingang van de Librije wordt nog even stilgestaan bij het ambacht van de boekbinder.
Men heeft een speciale forlder over de Librije gemaakt.
Die neem ik hier grotendeels over en die vul ik dan aan met
foto’s die ik er zelf gemaakt heb.
(foto uit de folder)
(foto uit de folder)
(foto uit de folder)
Je waant je in een middeleeuwse bibliotheek. Al is hij niet middeleeuws,
maar hebben de ontwerpers wel goed naar middeleeuwse voorbeelden
gekeken. De boeken zijn niet middeleeuws maar ze vertellen het verhaal
van de geschiedenis aansluitend op de middeleeuwen.
Een bezoek gaat als volgt: je koopt een toegangskaartje voor de kerk en
een kaartje voor de Librije. Je kunt niet vrij de Librije inlopen
maar er zijn rondleiders die op gezette tijden een volgende groep (ik was alleen)
meenemen de Librije in. Dit wordt allemaal prima begeleid.
Dus voordat ik begon foto’s te maken heb ik eerst de rondleider het
verhaal laten doen. Tot we bij een vitrine kwamen met twee boeken.
Een groot en dik boek en dit kleinere en veel dunnere boekje.
Een voorbeeld van een studieboek dat betere tijden heeft gekend. Leuke zijn de aantekeningen en tekeningen die in de marges en tussen de regels zijn gemaakt. Ik vermoed dat het bij dit boekje gaat om Desiderius Erasmus, Erasmi Roterodami, De Constrvctione Libellus uit 1555. Maar dat weet ik niet zeker. Als het deze tekst is dan is deze vast van latere tijd. Misschien heeft de rondleider het wel verteld maar ik vond de eendjes te leuk.
Vertelde ik mensen dat ik naar de Librije, de kettingbibliotheek, ging,
dan werd steeds de vraag gesteld hoe dat dan technisch in elkaar zat.
Nou zo dus:
Hier zie je de boeken op de lessenaar staan. Je ziet meteen de ketting. De boeken hebben leren banden waarbij de platkern (de basis waarop het leer is vastgemaakt) (eiken)houten planken zijn. Dus de boeken waren stevig. Ze zitten ook stevig dicht. Zoals hier wordt de band op twee plaatsen bij elkaar gehouden: tegen vocht en insekten. Bovendien kun je de boeken dan beter hanteren.
Door de achterkant van het boek, de achterplat, is een gat geboord waar de kettingklamp aan is vastgemaakt. De klamp zit dus dwars door het hout. De ketting zit dan aan de andere kant vast doordat door een van de ogen van de ketting een roei zit. Die roei zit vast in de lessenaar.
Die roei kan uit de lessenaarconstructie. Aan het uiteinde zit namelijk een slot.
Alles bij elkaar een behoorlijk stevige constructie.
Het is een prachtige verzameling boeken. Veel banden met blinddruk op de buitenkant. Veel boeken met steunen op het plat zodat de band beschermd wordt als een boek opengeslagen wordt weggelegd. Veel van deze boeken zijn behoorlijk dik en ik schat in zwaar. Dus die steunen hebben meegeholpen de boeken zo lang te kunnen behouden. Sommige boeken hebben ergelijke steunen ook aan de anderkant van de boekband.
Onderdeel van de verzameling is een groot aantal boeken die ingebonden zijn in perkament. Je ziet er hier staan in die moderne boekenkast. Helaas was het niet mogelijk om bij deze rondleiding boeken in te zien.
Hier zie je de steunen op de boekband (links) maar ook aan de onderkant (beide boeken).
Reden genoeg lijkt me voor een bezoek aan de Librije.
Een unieke collectie in een unieke en originele bibliotheek.
Stripverhaal inbinden
Nu het eerste boek gereed is kan ik het tweede boek,
met het meest complete stripverhaal, gaan inbinden.
De werkwijze is bepaald dus kan boek twee sneller gaan.
Boek twee zal bestaan uit 12 losse bladen. Een getekende ‘omslag’, een titelpagina, negen bladen met tekeningen (in totaal 172 vakken) en het voorblad van het ‘schetsbloc’ waar de losse vellen uit komen. Ieder vel plak ik op een ‘drager’, een dubbelgevouwen strook etalagekarton. De dragers worden ingenaaid, zo kan ik losse bladen inbinden zonder al te veel aan de maat van de individuele bladen te hoeven doen. Als de bladen straks het boekblok vormen, plak ik de dragers dicht. Op die manier zitten de individuele vellen goed vast en zit ook de draad vast.
Voorbeeld van een van de losse bladen en een detail van drie vakken, nummers 114, 115 en 116. ‘Zien jullie het ook?’.
De 12 dragers, gevouwen en voorzien van de prikgaten om het inbinden mogelijk te maken.
Helemaal links zie je de drager aan de getekende ‘omslag’ gelijmd. De totel op de omslag is ‘Hemelbestormers’. Overigens is het stripverhaal niet van mij. Ik bind het voor iemand anders in. Gisteren zijn ook alle bladen gefotografeerd, voor- en achterkant.
Je zou kunnen denken dat hier het boekblok in de boekenpers zit maar schijn bedriegt. Dit zijn de nog losse bladen met hun dragers. Door de grootte van de bladen passen ze niet in mijn boekenpers. Die gebruik ik hier als een grote presse papier. De losse bladen liggen hier dus onder bezwaar.
Home is……books
Walburgis
Ook los van de Librije is de Walburgiskerk een bezoek waard.
Ik doe het nog even rustig aan (want ik heb vakantie) maar
laat twee bijzondere dingen zien van die kerk:
de plafondschilderingen en een altaarkast.
De Walburgiskerk heeft een Credokapel. De naam is vast afgeleid van de Latijnse spreuk die bij Petrus te lezen is: Credo in Deum, Patrem omnipotentem creatorem celi et terra (Ik geloof in God, de almachtige Vader, schepper van hemel en aarde). Kijk in de kapel naar het plafond en je ziet er een sterk programmatische afbeelding, beter gezegd een hele groep plafondschilderingen van heiligen met bijpassende spreuken. Zoals hier van Petrus met de sleutel.
Jacobus de Meerdere (Pelgrimsstaf en schelp, Santiago de Compostela) met als spreuk: Ibi sedet ad dexteram Dei Patris omnipotentis (Daar zit hij ter rechterhand van God de almachtige Vader).
Zutphen, Walburgiskerk, Altaarkast, eerste helft 15e eeuw, Maria Magdalena-altaar.
Op de achterkant van de linkerdeur zie je de verrezen Christus als tuinman met een schop (Noli me tangere).
Weg in eigen land
De afgelopen twee nachten was ik in Zutphen.
De reden om daar naar toe te gaan is de Librije.
Maar in dit eerste bericht komen de Walburgiskerk
en de Librije nog niet echt in beeld.
Een paar toeristische foto’s wel.
Zutphen ligt aan de Ijsel en was daardoor al heel vroeg een handelsplaats met verre contacten. De hanzestad voerde aan de ene kant handel tot in Scandinavië en aan de andere kant tot diep in het binnenland in Duitsland. Dat het de stad lange tijd goed ging is te zien aan de gebouwen die er nu nog staan, al dateren ze in hun huidige vorm meestal uit de 17e eeuw. Dit is de Wijnhuistoren.
Dat ‘handel’ het thema was dat de stad groot maakte is op veel plaatsen te zien. Bijvoorbeeld aan dit ‘uithangbord’ met de tekst Verkooplokaal.
Het is een leuke plaats om te wandelen en het is er niet erg groot. Verdwalen lijkt me geen optie. Nadeel van zo’n kleine plaats is dat de horeca volledig op toeristen is afgestemd. In het geval van Zutphen vooral op dagjesmensen. Over het algemeen zijn dat mensen die op korte termijn niet een tweede keer komen. Dat doet wat met de kwaliteit.
De eerste middag ben ik al wel even langs de Walburgiskerk gelopen en zag daar dit beeld van de heilige. Met boek in de hand!
Later op de dag werd het weer goed, zeker voor september. Maar donderdagochtend was het nog mistig bij de historische houthaven.
Twee recente gevelstenen die me opvielen.
Boven een deuropening van het Oude Convent hangt dit boek met de tekst Letter op. De maker, wederom Hans ’t Mannetje heeft hier weer een mooie dubbele betekenis meegegeven.
Er staan LETTER (S) OP het boek. Maar tevens hangt dit zware boek in een beugel boven de deur. Hij zou zomaar kunnen doorroesten en het boek zou …op uw hoofd kunnen vallen, dus “let er op”.
De steen eronder heeft als tekst: “Geheugenis”.
Ook een doordenkertje?
Even weg
Vandaag ben ik even weg.
Ik ontloop het.verschrikkelijke gedoe van het bruine kabinet.

Ingewikkeld
Gisteren viel me het woord ‘ingewikkeld’ ineens op.
Het woord heeft meerdere betekenissen.
Bijvoorbeeld ‘Ingewikkeld’ in de betekenis van moeilijk of complex.
Maar als we een cadeau in pakpapier rollen , noemen we
dat ook ‘Ingewikkeld’.
Maar dat is niet moeilijk. Dat is juist eenvoudig.
Ik kan geen noot lezen, ik bespeel geen instrument.
Daar snap ik helemaal niets van.
Afgelopen week beluisterde ik een aflevering van de podcast
‘Vrijdagconcert’. Leonard Evers besprak daar Beethovens zevende symfonie.
Ik vond zijn verhaal nogal opgeklopt, vergezocht en weinig
waarschijnlijk. Maar toen hij een fragment van de muziek liet
horen, was ik om. De muziek was prachtig, schijnbaar eenvoudig.
Mooi, geniaal mooi.
De ervaring was ‘Ingewikkeld’ in beide betekenissen tegelijk.
Zo is het met veel dingen in het leven:
soms zijn zaken ingewikkeld en onbegrijpbaar voor sommigen,
terwijl anderen ze juist eenvoudig en mooi vinden.
Sommige mensen vinden cultuur ingewikkeld.
Ze snappen het niet.
Ze gunnen anderen ook niet er van te genieten.
Daarom willen ze er ook geen geld aan uitgeven.
Dat je de waarde van cultuur (eventueel voor anderen) niet kunt
erkennen en dat je die de anderen niet wil gunnen,
dat is een voorbeeld van rancune.
De basis om alle zaken die je niet kent, niet mooi vindt, ook
anderen niet te gunnen en daarom bij voorkeur kapot maakt.
Een heilloze weg.
Eenvoudig.
Meersel-Dreef naar Breda, een wandeling in twee delen
Vanmiddag ben ik van Meersel-Dreef, op de grens
tussen België en Nederland naar Breda gewandeld.
Natuurlijk maakte ik weer wat foto’s.
Ook in België leeft de nostalgie naar een niet-bestaand boerenleven.
Die grenspaal kwam ik net voorbij toen ik in de bus zat.
‘Natuurlijke’ marmers in de Mark.
Ulvenhout.
En ik ben weer thuis.
Stripverhaal inbinden
Gisteren ben ik nog verder gegaan met het boek, vanochtend
trouwens ook. Dus het boek is verder dan de foto’s
in dit bericht. Maar daarover binnenkort meer.
De platten zijn goed gelukt. Het marmerpapier laat zich goed verwerken. Dat is natuurlijk altijd afwachten. Nu haal ik de hoekjes er af en lijm ik de omslagen.
De vraag is dan: hoe ga ik de rug maken.
Daar loop ik al even over na te denken maar ik kom er niet uit.
Als ik een boek voor mezelf maak neem ik gerust een gokje.
Maar nu ik een boek maak voor iemand anders (en dan ook nog
twee die min if meer hetzelfde moeten worden), denk ik wat
langer na. Je krijgt maar 1 kans.
Ik besluit dummy’s te maken.
Als boek gebruik ik stukken van de achterkant van de Allerhande.
Ik wil beter begrijpen hoe ik het moet aanpakken.
Dummy 1:
Het materiaal. De achterkant van de Allerhande en twee stukken afvalkarton.
Dan is dit het resultaat. Ik gebruik het groene materiaal dat ik ook op het boek wil gebruiken. Het is een soort van geplastificeerd papier. Ik ervaar meteen hoe het zich laat verwerken (heel prettig). Ik maak de rug door de platten met het ‘rugmateriaal’ aan elkaar te bevestigen, zonder extra ruimte in de rug en zonder rugversteviging. Het boek dat nu ontstaat is nog niet ‘onder bezwaar’ geweest maar gaat makkelijk open staan. Wat meer ruimte in de rug is dus wel een idee.
Maar de kop laat zich eenvoudig plakken.
Dummy 2:
Het materiaal. Een klein stukje van de Allerhande en een reststukje karton.
Daarmee maak ik deze rugbasis.
Dan is dit de beklede rug.
En dan is dit het boekje. Ik heb het zelf open weggezet voor de foto. Deze vorm is mooier dan dummy 1. Dit wordt de aanpak.
Materiaal uitgerekend, uitgesneden, dan meten, passen, ontdekken dat je een meetfout hebt gemaakt, opnieuw snijden, weer passen en meten en aftekenen.
Alles goed klaarleggen, de rug, de platten en het bekledingsmateriaal, de lijm en de lijmkwast. Dan beginnen.
De boekband is gereed. Nu het boekblok nog in de boekband zetten. Het uur van de waarheid.
Stripverhaal inbinden
Gisteren ben ik begonnen met de boekband.
De kern is karton. Die zal ik dus eerst op maat moeten
gaan snijden. Ik ga twee boeken maken dus snij ik
nu al vier platten.
De banden bekleed ik met een marmer. Het marmer heet
Sustain & Heal, het is een handgemaakt marmer.
Het is door fairtrade gecertificeerde vrouwen gemaakt
in Bangladesh. Het papier is gemaakt op basis van jute
en weegt ongeveer 68 gram.
Dit is het karton waar de platten uit moeten komen. Een boekbinder zei ooit dat je dat niet met de hand moet doen. Het snijden van groot karton is met de hand bijna onmogelijk. Het vraagt gedoseerde kracht en om te komen tot een rechthoek
is niet eenvoudig. Gelukkig mag je bij mijn boeken zien dat het handwerk is maar een bordschaar zou ideaal zijn. Daar beschik ik niet over en ook niet over de ruimte die nodig is voor een bordschaar.
Dit zijn de marmers. Je ziet dat ieder blad een eigen ‘rekening’ heeft. Het papier heeft aan alle zijdes nog de scheprand. Deze keer laat ik de scheprand niet terugkomen in het boek. Het mettalic goud dat door het zwart en petrol (groen/blauw) loopt vind ik zo mooi. Het is een werveling die in de ruimte zou kunnen voorkomen en de strip gaat over ruimtevaart.
Dit zijn de platten voor het eerste boek.
Hier snij ik de marmers op maat voor de platten.
Als ik een boek voor mezelf maak zou ik misschien meer op ‘overhouden’ hebben gesneden maar ook deze randen gaan niet weg. Die gaan vast op of in een volgens boek belanden. Daar zijn ze te mooi voor.
Ik leg eerst het marmer weg, Dan leg ik de plat op de plaats waar ik hem wil hebben. Op die manier zorg ik ervoor dat de randen aan alle zijdes even breed zijn. Dan leg ik de grote hoeklineaal aan een hoek van de plat. Dan kan ik dadelijk de plat snel en eenvoudig op de juiste plaat terugleggen. Vervolgens klap ik de plat om en leg die op een stuk papier, lijm de plat in en plaats hem terug op het marmer. Dit heb ik zo voor het eerst zo gedaan en dat beviel goed.
Mijn boekenpers is helaas niet groot genoeg om de platten er in te laten drogen. Dus ik moet improviseren. Bakpapier op de grond, gelijmde plat er op,…….
…….afdekken met bakpapier, een plant (die ik vaker begruik in de boekenpers), ……….
…….dan de boekenpers er boven op. Het gewicht van de gietijzeren boekenpers zorgt er voor dat het karton en het papier mooi vlak blijft tijdens het drogen.
Vandaag weer verder.
Een foto van een photo voor een stadsgezichtfoto
Argus in China
In de middag bezoeken we de Imperial Kiln Site.
Een ‘kiln’ is een oven om aardewerk te bakken. Denk aan de
ovens die met regelmaat worden gebouwd en (deels) weer
afgebroken om bakstenen te bakken.
In China deinst men niet terug voor een lange naam:
Imperial Porcelain Factory National Archaeological Site Park.
Dat van die lange naam zal ook wel met de vertaling te maken hebben.
Het is een enorm complex waar het die eerste oktober,
de dag van de grote militaire parade in Beijing, erg druk is.
Het complex omvat een museum (niet bezocht, te druk), een pagode,
een stad met straten van gerestaureerde werkplaatsen annex
woonhuizen met winkels, opslagplaatsen enz, en archeologische
opgravingen van werkplaatsen.
Overblijfselen van kleinbaden uit de Ming Dynasty.
Imperial Porcelain Factory National Archaeological Site Park
The history of the imperial porcelain factory can be traced back to the year 1278, when the Kublai Khan (reign 1260 – 1294) of the Yuan Dynasty (1271 – 1368) established the first official kiln, the Fuliang Porcelain Bureau, in Jingdezhen. Upon the establishment of the Ming Dynasty (1368-1644), Emperor Hongwu (reign 1368 – 1398) built a factory based on the Fuliang Porcelain Bureau, which was named after the emperor’s reign as the “Hongwu Official Kiln”. It then became the specific porcelain production site for the imperial families from 1369 to 1911, serving 27 emperors in total and reflecting the highest level of Chinese porcelain technology and art during the Ming and Qing dynasties. It also contributed to the majority of the porcelain collections of that period by major museums in the world.
China, Jingdezhen, Imperial Kiln Site, Ming Dynasty forming workshop remains (Overblijselen van een werkplaats om de klei te vormen).
Covering nearly 50,000 square meters, the site of the imperial porcelain factory is home to a great number of buried cultural relics. Five large-scale surveys and excavations of the site have been carried out since the founding of the People’s Republic of China, during which 11 official kilns dating to the Ming Dynasty were discovered. The discovery of 2003 was designated one of the Top 10 National Archaeological Discoveries of that year and drew great attention in the archaeology field at home and abroad.
Bisque drying pond C2, late Qing Dynasty (Biscuit is ongeglazuurd aardewerk).
Clay storage pool C8, late Qing Dynasty (klei-opslag).
Potter’s wheel pit (kuil voor een pottenbakker’s draaischijf).
Alles bij elkaar is ook deze Imperial Kiln Site weer een driedimensionale puzzel.
Horseshoe kiln Y10, Ming Dynasty, meer precies de Wanli periode (2 February 1573 – 27 August 1620) (hoefijzervormige oven).
Veel mensen op weg naar de pagode.
Daar lagen ook de straatjes (soms met originele naam) en de gerestaureerde werkplaatsen, huizen, winkels en magazijnen.
Echt een hele stad.
Hier zie je de restanten van zo’n oven in de volle lengte van een gebouw liggen.
Vanochtend was de zon nog op de weekmarkt
De vlag gaat uit in Breda
Komend weekend begint BredaPhoto Festival. Daarom hangen in de binnenstad veel van deze vlaggen. De vlag hangt mooi strak vanwege de strakke wind vanochtend. Ik heb nog even gekeken voor een ticket. Ik maak graag foto’s. Iedereen kan dat zien op deze blog maar bijna 50 Euro voor een kaartje…… Breda is een middelgrote provinciestad. Dan is 50 Euro voor een tentoonstelling veel geld.
Kranig
Argus in China
Die ochtend zouden we naar een porceleinmarkt gaan.
Zoals je kunt zien was er van alles te koop. Er waren ook
cursussen pottenbakken. Maar het was zo druk, dat moest
nog even wachten.
De markt was op een soort van semi-permanent terrein. Maar al voor de poort zaten er handelaren op de stoep om hun porcelein te verkopen. Nieuwe of oud? Dat weet ik niet helemaal zeker. Oordeel zelf.
Op de stoep. Deze handelaar verkocht zelfs ‘orginele, oude’ schervan. Het verhaal gaat dat ze soms scherven bemachtigd hebben van mislukte partijen die uit de oven meteen gebroken werden. Maar als dat keizerlijk porcelein zou zijn geweest dan heeft dat toch een zekere waarde. Misschien ‘broodje aap’.
De ingang.
Het porcelein kwam in allerlei groottes, kleur, onderwerp, gebruik enz.
Naast deze aardenwerk kaki’s waren er aardbeien, appels, citroenen, enz.
Miniatuurserviezen.
Deze maker wisselde dikker en heel dun aardenwerk af. Daardoor werden sommige plaatsen meer doorschijnend. Leuk effect.
We hadden honger (drie volwassenen en twee kinderen) maar het was op veel plaatsen heel druk. Hier zitten mensen op de gang buiten het restaurant te wachten. We konden niet meer reserveren omdat het restaurant niet kon garanderen voldoende ingekocht te hebben. Uiteindelijk vonden we een Italiaans restaurant.
Argus in China
Jingdezhen is bekend van porcelein.
Wikipedia geeft wat achtergrond.
The town was established during the Jin dynasty under the name Changnan (昌南), due to its location on the south bank of the Chang river. The town’s name would be changed twice, first in 742 CE to Fuliang (浮梁), and then in 1004 to Jingdezhen, its current name, after the era name of the Emperor Zhenzong of Song during whose reign its porcelain production first rose to fame.
China, Jingdezhen vanuit het hotel.
Jingdezhen porcelain (Chinese: 景德镇陶瓷) is Chinese porcelain produced in or near Jingdezhen in Jiangxi province in southern China. Jingdezhen may have produced pottery as early as the sixth century CE, though it is named after the reign name of Emperor Zhenzong, in whose reign it became a major kiln site, around 1004. By the 14th century it had become the largest centre of production of Chinese porcelain, which it has remained, increasing its dominance in subsequent centuries. From the Ming period onwards, official kilns in Jingdezhen were controlled by the emperor, making imperial porcelain in large quantity for the court and the emperor to give as gifts.
Ik besloot vroeg in de ochtend te gaan wandelen.
Porcelein zie je overal.
Maar voor de inwoners zijn er ook andere dingen belangrijk, bijvoorbeeld bewegen.
De draak in de ruststand.
Argus in China
Er was al hotelkunst te zien in een eerder bericht over Shanghai.
Maar op de laatste ochtend van het eerste bezoek (ik zou later
vanuit Shanghai terugvliegen naar Nederland) bij het ontbijt,
ontdekte ik nog iets.
Een beetje achter het ontbijtbuffet hing dit werk. Dit heb ik eerder gezien. Dat klopt natuurlijk. Ik zag het de laatste keer nog op de grote Vermeer-tentoonstelling in het Rijksmuseum. Daar maakte ik de volgende foto.
Rijksmuseum, Johannes Vermeer, Gezicht op Delft, 1660 – 1661, olieverf op doek. Normaal hangt het in het Mauritshuis in Den Haag.
De vogende berichten bevatten foto’s die ik maakte in Jingde Zhen
of Jingdezhen.
Het is in deze plaats dat de keizerlijke porceleinfabriek stond.
Dat wordt prachtig beschreven door Edmund de Waal in zijn
boek uit 2015: De Witte Weg – Verslag van een obsessie.
Hij beschrijft zijn eigen obsessie met het materiaal waarmee
hij zijn keramieke kunstwerken maakt maar ook de obsessie van
liefhebbers van keramiek door de eeuwen heen.
Het boek leest als een avonturenroman en brengt Edmund (een
Engelsman) en de lezers in onder andere China (Jingdezhen),
Duitsland (Meissen) en Engeland (Wedgewood).
De andere kant van de paal
Gisteren begon de wandeling in Meersel-Dreef. De eerste foto
is gemaakt in de buurt van het vertrekpunt.
Meersel-Dreef, Café Moskes.
Een bij (-achtige?) vliegt aan. Het was druk met insecten die, de bloemen die er nog zijn, een voor een nagaan voor nectar.
Rechts de bloemen nog vol in bloei en links verpluizen de vruchten al.
In een vorig bericht zag je de andere kant van de paal waar een bord met een Franse zin hangt. Deze kant vind ik misschien nog wel mooier. Dat lijnenspel.








































































































































































