De wandeling in Yu Garden in Shanghai gaat verder.
China, Shanghai, Yu Garden, Dian Chun Hall (the Hall of Heralding Spring).
Ik was er een paar dagen niet meer langs gelopen maar zag vanmorgen nieuwe bekisting. Daar moet (denk ik) een schuin stuk beton komen.
Een stukje verder op wordt de riolering vervangen, opnieuw bestraat en komen er op het Franciscanessenplein deze bloembakken/banken (?).
In het midden zijn het nog behoorlijk diepe kuilen.
Een klassieke Chinese tuin bevat vaak water, veel planten,
paviljoens. Veel zaken voor het oog.
Ook bootst men gaag de verschillende landschappen na in een tuin. Zoals hier met rotsen en een klein paviljoen boven op de heuvel.
In Yu Garden liggen de paviljoens dicht bij elkaar. De tuin ligt dan ook midden in de stad. Dus de ruimte is beperkt.
China, Shanghai, Yu Garden, Yi Fang (boat house). Niet een huis waar boten in liggen maar een huis in de vorm van een boot.
Yu Garden, Wan Hua Tower, bamboo.
De vier ramen in de toren vertegenwoordigen: plum (pruim) – orchid (orchidee) – bamboo – chrysanthemum (chysant): een heel jaar rond bloeiende planten.
Het boekblok in ‘Onder bezwaar’ uit. De rug is mooi recht en goed gelijmd. Maar blijkbaar was mijn boekenpers niet helemaal schoon. Gelukkig zit het vuil alleen op het gaas. Ik ga nog wel kijken of ik het schoon kan maken maar je ziet er in ieder geval straks helemaal niets van.
Gereed voor leeslinten, kapitaalband en de boekband.
Daarvoor moet ik nog even kijken of ik voldoende materiaal
in huis heb.
Wordt vervolgd.
Na 24 uur komen de katernen goed uit de boekenpers. De ´zakjes´ zijn misschien iets minder blij. Die werden in elkaar gedrukt maar dat is ingecalculeerd.
Dan stel ik de prikmal in op de katernen. De gaten die ik niet ga gebruiken plak ik af zodat ik die toch niet per ongeluk wel gebruik.
Ook de dragers gaan in de prikmal.
Dit ‘zakje’ was breder dan de anderen en komt daarom wat verfrommeld uit de de boekenpers.
Hier en daar zit er een verstekelingpagina in de katernen. Dit is een testpagina van mijn printer. Weggooien kan altijd.
Bij twee katernen was het misgegaan met het invoeren van het katern in de prikmal. Gelukkig op tijd gezien.
De naaibank, het garen en het eerste katern zijn er klaar voor.
Om de katernen op hun juiste plaats te leggen en houden gebruik ik een blok gehard staal. Nog van de cursus edelsmid.
Het boekblok is gereed.
Een stukje gaas gaat straks helpen het boekblok te verbinden met de platten.
Op maat gemaakt en afgetekend. Intussen zit het boekblok, aan de rug gelijmd, met gaas op de rug bevestigd, in de boekenpers. Als de lijm morgen droog is kan ik er misschien mee verder.
Je kunt je reisaantekeningen maken met Polarsteps maar
je kunt ook iedere dag een stukje schrijven in je zelfgemaakte
boek.
Dat laatste is wat ik doe.
Al een tijdje ben ik bezig met het nadenken over een volgend
boek.
Tijdens een reis bewaar ik graag folders, kaartjes enz.
Maar dan ziet mijn boek bij thuiskomst er uit zoals mijn Chinaboek:
Om dat tr voorkomen/ minder erg te maken, wil ik in
het boek pagina’s opnemen (de drager) die meer ruimte
dan een reguliere pagina in de rug inneemt. En dan niet één
zo’n pagina maar één na ieder katern.
Dit zijn de katernen. Kant-en-klaar gekocht in de winkel. Mooi, glad, gelinieerd papier warop schrijven met een vulpen een feest is. Maar de vraag is: hoe maak je zo’n drager en hoe maak je de zkjes die op die pagina’s gaan komen.
Ontwerp 1. Als je het ontwerp niet snapt, geen nood, ik snap het nu ook niet meer maar het resultaat kan ik je wel laten zien.
Het idee is een soort van borstzakje te maken waarvan de voorkant een beetje los komt van de drager. Die voorkant heeft een verloop in de hoogte (later laat ik dit idee varen). De voorkant lijm ik dan via een soort tunnel van boekbindlinnen op de drager.
De tunnels.
Fris kleurtje.
Tunneltje op de juiste plaats leggen zodat het lijmen kan beginnen. Stap 1:
Stap 2: aan één kant lijmen op de drager.
Stap 3: de andere kanten ook lijmen. Dat lijmen viel niet mee. Te ingewikkeld.
Hier zie je goed dat de drager een stuk etalagekarton is. Aan de kant waar ik ga inbinden is de drsger twee keer gevouwen. Zo maak ik gebruik van de dikte van het papier om meer ruimte voor de drager in de rug te krijgen.
De dragers krijgen meteen een effect in de rug maar die is te veel om het boekblok in te kunnen gaan binden. Daarvoor moet het eerst onder bezwaar.
Het kan dus zo maar ik vond het lijmen ingewikkeld. De voorkant van het zakje is maar van papier. Is dat straks wel sterk genoeg?
Hier is ontwerp 2. Idee is om dit helemaal met boekbindlinnen uit te voeren. Gaandeweg pas ik de maten wat aan. De lijmranden worden breder. Ze gaan naar 1 entimeter breedte.
Eerst nog even een model gemaakt uit papier. Om ervaring op te doen.
Dit is het eerste zakje. De drager ligt op zijn kop zodat ik jullie een inkijkje kan geven.
Nu het lijkt dat het prototype werkt ga ik alle zakjes maken.
De lijmranden worden omgevouwen en de drsgers afgetekend. Door de boven en onderkant even breed te houden op de drsger en markeringen aan te brengen waar te lijmen en het materiaal van het zakje van smal (onder) naar breder uit te laten lopen, zal het zakje uit zich zelf open gaan staan.
De onderkanten zijn gelijmd. Nu alleen de zijkanten nog, mooi langs de markering.
In totaal 9 dragers met een zakje in twee uitvoeringen. Ik ga wel merken welke het best werkt.
Morgen verder.
Vandaag heb ik voor het eerst sinds de zomer op vrijdag
weer soep gemaakt voor het weekend.
Een herfstgroentesoep. Alle groente die er in ging zie je hier behalve één rode paprika. Die wilde niet op de foto en de bosui is nog even blijven liggen. Er zit ook gehakt in, dat durf je bijna niet meer te zeggen onder de terreur van Geert. Maar er zitten balletjes en vermicelli in.
De lino van Godfried Bomans bleek vandaag een vooraankondiging te zijn.
Maar niet van één boek maar van drie:
Stichting Desiderata / Arjan Peters, Komaan: weer eens een voorwoordje geschreven of Proeve ener inleiding tot Godfried Bomans. Drukkerij Wilco. Avalon Pers en Desiderata Pers zijn verantwoordelijk voor de bijlagen.
Statenhofpers / Jan-Paul van Spaendonck / Rückert, Liederen van de gestorven kinderen.
Uitgeverij Fragment / Jan-Paul Hinrichs, Bremmerianen, Julie de Graag en haar kring: tien kunstenaressen in Den Haag en Laren. Drukwerk: Wilco.
Hoe vaak zou het voorkomen dat iemand een blogpost
schrijft waarin tweemaal de voornaam ‘Jan-Paul’ staat?
Vanochtend hetzelfde rondje, dezelfde foto’s?
Echt niet.
Dus daar was al dat zand voor. Er moeten nog meer gaten geboord worden voor nog meer fundering. Nu kan de boor er bij.
De Tolbrug met op de achtergrond de ingang van de Haagdijk.
Vandaag was ik toch maar 10 minuten eerder dan gisteren. Toch weer een heel ander beeld. Markendaalseweg.
Al weer een tijdje terug bestelde ik een nieuw boek
bij de Stiching Desiderata.
Ieder jaar verwennen die ons met een paar interessante
titels. Altijd heeft het betrekking op boeken.
Deze keer is Arjan Peters de schrijver van het boek
‘Komaan weer eens een voorwoordje geschreven’.
Een boek over het ‘Voorwoord’.
Arjan Peters toont onderhoudend aan hoezeer Godfried Bomans ook het nederige ‘Voorwoord’ – voor eigen werk of bij uitgaven waarvoor hij op verzoek een voorwoord schreef – uiterst serieus nam als mogelijkheid om zijn lezers een hand te reiken en tegelijk op het verkeerde been te zetten. Met als gevolg: leesplezier! Dat Bomans dat deed in zijn superieure stijl en toonzetting spreekt vanzelf. Naast de verhandeling van Arjan Peters zijn in de uitgave een vijftal specimina opgenomen van voorwoorden door Bomans geschreven.
De uitgave is tot stand gekomen in samenwerking met het Godfried Bomans Genootschap.
Het pakket dat gisteren bezorgd werd bevat nog niet dit boek
maar een afdruk van een lino gemaakt/gedrukt door Ivo van Leeuwen.
Dat was als een extra, extra bij het boek te bestellen.
Ik ben blij dat ik dat gedaan heb. Ik ga er een plaatsje voor vinden.
Maar de Grote Kerk van Breda is ook mooi nu het in de
ochtend wat langer donker blijft.
Het licht en donker contrast wordt daardoor scherper.
Regen maakt dat nog duidelijker.
Breda, Vismarktstraat, Grote Toren.
Even verderop, bij de Trapkes, was de Tolbrug fel verlicht. De ruimte tussen de twee oevers ver gevuld met zand.
Deze foto was ik gisteren nog even vergeten. De Verlengde Mark aan de Markendaalseweg. Een keer genomen in de tegengestelde looprichting.
Zo’n 20 minuten verder dan de eerste foto. Genomen vanaf de Grote Markt waar de kunst, antiek en boekhandelaren hun kramen al aan het opbouwen zijn. Grote Kerk.
Na een paar uur met de snelle trein ben ik dan weer terug
in Shanghai. Daar heb ik nog een dag om rond te kijken.
Mijn bestemming sluit aan bij waar ik stopte in Hangzhou.
Een van de voorwerpen in het theemuseum was een vrachtbrief
van een theehuis. Dat theehuis is het begin voor vandaag.
In Hangzhou stond bij de vrachtbrief ‘Hexingxiang Tea Shop’
en hier noemt men het huis ‘Huxintig Tea House’.
Maar volgens mij bedoelt men hetzelfde beroemde theehuis.
Het theehuis ligt in een groep winkelstraten die uitgevoerd
zijn in de oude Chinese stijl. Daar ligt het theehuis plots
in het midden van een kunstmatige vijver. Naast de vijver
ligt de Yu garden. Met de serie foto’s van die tuin
maak ik een begin vandaag.
Ga er dus niet van uit dat alle winkels in Shanghai er zo uit zien, want dat is niet zo. Zie het als een soort ‘molens van Kinderdijk’.
Het gebouw in het water is het Huxintig Tea House. China, Shanghai.
Voor de Yu Garden moet je een kaartje kopen.
Deze dames ken ik niet maar in China zie je vaak mensen poseren voor een grote kei bij de in- of uitgang van een park. Vaak met een groep prachtige karakters in goud of rood.
China, Shanghai, Yu Garden, San Sui Hall.
De rest van de tuin in een volgend bericht.
Vandaag ruim ik wat ruimte in voor het Chinese Productschap
voor Thee. Ik bezocht in Hangzhou een theeplantage die
speciaal ingericht was voor toeristen, compleet met een theemuseum.
Daar was ook heel wat thee informatie aanwezig die zomaar
van de Chinese BBB zou kunnen komen.
Oordeel zelf.
Overigens was het toch een leuk bezoek.
Het zouden de laatste minuten in het Fly Zoo Hotel zijn en de grootste attractie waren misschien wel de robots die er rondreden. Kinderen vonden dat in ieder geval. Deze twee robots staan tegen de muur op te laden. Dat deden ze steeds tussen de klusjes door. Dit waren bezorgrobots. Die brachten bijvoorbeeld het bestelde eten naar de hotelkamer. In hun ‘buik’ was er een opslagruimte waar de bezorger het eten in plaatste. Vervolgens gingen de robot op weg (ze waren geinformeerd over de bestemming), namen de lift indien nodig, naar de juiste etage en ‘belde’ dan aan en presenteerde het eten.
Deze robot diende meer voor het ontvangst. Ze konden natuurlijk ook muziek maken. Daarvoor kon je een nummer uitzoeken.
Bij de theeplantage was ook een ‘Theestraat’, dit is het naambordje.
Er liep een verkoper rond van deze lotuszaden. Smaakte prima. Je moet ze wel vers eten. Ze drogen heel snel uit.
Oolong thee.
Wij kennen thee vooral in zakjes of los. Maar thee kan ook in bijvoorbeeld een samengeperste plak of in ‘wiel’-vorm gekocht worden.
Een handmatig te bedienen machine om theeblaadjes te kneuzen.
Thee in archeologische vondsten om te bepalen hoelang de theetraditie eigenlijk bestaat.
Lu Yu, The classic of tea (geschreven in 760 – 780).
Nog twee grote namen in de thee: Jiaoran die als eerste het begrip ‘theeceremonie’ gebruikte en Lu Tong die gedichten over thee maakte.
In het theemuseum was deze vrachtbrief te zien die in de late Qing dynasty is gemaakt.
Een ivoren theeschep met schildpad- en lotusmotief. Gemaakt in de periode van de Republic of China, 1912 – 1949.
Een model van een Chinees theehuis.
Deze mevrouw vermaakte de bezoekers van een drijvend restaurant. Het eten in China is fantastisch! (ook zonder deze mevrouw).
De Asian Games mascottes waren er ook: Heart to heart @future.
West Lake Longjing Tea of Dragon well.
Ik ga even thee zetten…
Afgelopen week was ik in Londen voor een paar dagen.
Aanleiding was de grote tentoonstelling over de
zijderoute in het Britisch Museum:
“Silk Roads”.
Tegelijkertijd was er een kleinere tentoonstelling in
de British Library. Klein maar niet minder groots.
“A silk road oasis – Life in ancient Dunhuang”.
Bij beide tentoonstellingen verschijnt een catalogus
en die van “A silk road oasis” heb ik intussen gelezen.
Mélodie Doumy, A silk road oasis – Life in ancient Dunhuang, British Library. Mélodie Doumy is de Lead curator van de Chinese Collections (Marc Aurel Stein en August Friedrich Rudolf Hoernle) en International Dunhuang Programme manager bij de British Library.
Ten aanzien van ons koloniaal verleden hebben veel westerse landen
een geschiedenis waar vraagtekens bij te zetten zijn.
Zo was Aurel Stein een Hongaars-Britse archeoloog die onder
andere expedities ondernam, betaald door Engeland en India,
in Noord-West China.
Daar kocht hij tienduizenden manuscripten en gedrukte teksten,
(beschilderd) textiel en kleine voorwerpen van de zelfbenoemde
beheerder van het grottencomplex bij Dunhuang. Voor een peuleschil.
Bijzonder daarbij was dat het ging om stukken uit een grote (Grot 17)
die ook wel de ‘bibliotheekgrot’ wordt genoemd, waar deze stukken
honderden jaren afgesloten hebben gelegen.
Een echte tijdscapsule. Onbekend tot aan dat moment voor Chinese
of andere wetenschappers.
De stukken op de tentoonstelling zijn vooral uit deze grot afkomstig.
In de catalogus staat 52 stukken beschreven.
Daar zitten heel bijzondere exemplaren bij (als ze dat al niet allemaal
zijn).
Printed Diamond Sutra, Mogao Cave 17, 11 may 868, Or.8210/P.2. Het oudste, complete gedrukte boek dat gedateerd is.
Aan de tentoonstelling ga ik nog een aantal berichten wijden.
Voor nu ging het me vooral om de catalogus.
Het is een heel goed leesbaar boek over Dunhuang geworden.
Het laat zien hoe contacten tot stand kwamen met mensen die
verschillende talen spraken en verschillende belangen hadden.
De zijderoutes speelden een belangrijke rol in het uitwisselen van
ideeen, niet in de laatste plaats van religieze denkbeelden.
De tentoonstelling is net als de catalogus opgebouwd rond
thema’s als de onderwerpen, het kloosterleven van vrouwen,
de technische aspecten van boekproductie (van materiaal
naar talen en schrijfwijze, het kopieëren van teksten,
drukken, illustreren, binden, enz), werk op textiel en
de relatie tot de decoratie van de Mogao caves.
“Life in ancient Dunhuang” is dan misschien wat sterk
uitgedrukt maar de tentoonstelling geeft wel een goed beeld
van de diversiteit van het materiaal.
Jammer dat dit materiaal niet meer/vaker permanent beschikbaar
is met toelichting op de context van het materiaal,
zoals dat nu wel in de tentoonstelling en in dit boek gebeurd.
Het digitaliseren van al dit materiaal is een goede en
noodzakelijke stap naar de toekomst maar de directe
confrontatie met het materiaal voegt voor mij toch nog
steeds heel veel toe.
De tweede catalogus heb ik nog niet gelezen. Daar heb
ik slechts door heen gebladerd. Dus wellicht later
meer daarover maar al wel vast een afbeelding.
Sue Brunning, Luk Yu-ping, Elisabeth R O’Connell, Tim Williams, Silk Roads, The Britisch Museum. Let op de ‘S’ aan het eind van Silk roads. Die letter maakt een heel verschil. Schitterende tentoonstelling!