Vanmorgen gekocht bij de viswinkel waar de haring eerst nog
werd schoongemaakt. Er was best veel vraag naar en terecht.
De haring was heerlijk.
Mijn rode bladwachters
Het was zeker warm vandaag. Drukken, werken met inkt, heeft
dan zo wat beperkingen.
Maar ik heb maar 6 goede afdrukken nodig en dan hebben
alle katernen een bladwachter.
Dus ben ik vandaag aan deze rode afdrukken begonnen.
De Aratus linosnede had ik goed schoongemaakt na de zwarte bladwachters. Maar inkt trekt ook in de lino dus helemaal schoon lukt niet. Het is maar dat het zwart de volgende kleur niet beinvloed.
Het oogt een beetje donker. Gaat dat goed komen?
De rode inkt gedraagt zich veel beter dan de zwarte inkt van de vorige reeks. Dat zie je meteen op de eerste testafdruk.
De vijf testafdrukken waren allemaal beter dan de eerdere zwarte. Dus is het gelijk tijd voor het echte werk.
Over de resultaten ben ik heel tevreden. Tijd om het gereedschap schoon te maken. Dan kan ik misschien morgen beginnen met de teksten in de bladwachters en op de katernen op te nemen.
The Phoenician Scheme: een esthetisch labyrint
Afgelopen weekend zag ik de meest recente film van Wes Anderson:
The Phoenician Scheme.
Maar ik vraag me nu al dagen af of dit nu een goede film is of niet.
Het is allemaal erg veel.
Erg mooie sets, veel kunst, veel boeken, veel muziek, veel thema’s,
veel onverwachte gebeurtenissen, maar….. is het eigenlijk goed?
Ik kan een review schrijven maar er zijn er al veel te vinden online.
Een aantal op YouTube zag ik maar dat vertelde vaak meer over de recensent
dan over de film.
De scène meteen na de opening (een moordaanslag in/met een vliegtuig)
is een fantastische scène in een grote badkamer.
Het cameraperspectief, de tegelvloer, natuurlijk de kleuren
en dan de acteurs die door de ruimte bewegen.
Dat was super.
Voor mij komt de film hier op het niveau van een moderne mythe:
met spanning, onduidelijke elementen, hele grote vraagstukken,
verwarring, verwachtingen en mooi.
Er volgen dan nog veel scènes, allemaal in de bekende
Wes Anderson stijl met aandacht voor details en kleur.
Maar de badkamer vond ik top.
Door de film heen vielen me twee zaken enorm op:
de enorme hoeveelheid kunst die schijnbaar geen actieve rol speelt
in de film en hetzelfde is waar voor de boeken.
De boeken staan in de vertrekken die we doorgaan op kasten en boekenplanken
maar je ziet ze ook geregeld terwijl de hoofdpersonen ze lezen.
De titels sluiten aan bij de film.
Toegegeven, het is een beetje voorspelbaar dat ik juist met
deze twee onderwerpen kom.
Maar kijk eens mee.
Ik vroeg Copilot welke kunstwerken we zoal zien. De lijst waar
het vervolgens mee komt is verre van compleet.
Pierre-Auguste Renoir, Enfant Assis en Robe Bleue (Portrait of Edmond Renoir Jr.) (1889)
René Magritte’s The Equator (1942)
Juriaen Jacobsz’s The Dog Fight (1678)
Floris Gerritsz. van Schooten, Breakfast still life with a roast (17th century)
Voor de film is een replica gemaakt van Peter Paul Rubens,
The loves of the centaurs (Circa 1635). Voor mij als toeschouwer
maakt het niet veel uit of het werk op de set een ‘echte’ is
of een replica. Maar voor de acteurs kan dat zeker anders aanvoelen.
Dat iemand als Wes Anderson zoveel tijd en aandacht wil besteden aan
iets dat vervolgens maar ‘gewoon’ aan de muur hangt terwijl jij
je rol speelt. Het zal mensen prikkelen om na te denken over het kunstwerk
maar ook hoe de acteur in zijn of haar rol
zich tot de idee achter het werk gaat verhouden.
Peter Paul Rubens, The loves of the centaurs, circa 1635.
Renoir schilderde met veel liefde het kind op het schilderij,
hoe zit het met de liefde tussen de vader en dochter in de film.
Het magisch realisme van Magritte past op de hele film van Anderson.
Met regelmaat keren vechtende partijen terug in de film en
de verstilling van Van Schooten ligt continue om de hoek.
De volgende titels van boeken kon ik achterhalen:
The Phoenician Merchant, een niet bestaand boek verzonnen door
Wes Anderson. Een soort van titelverklaring voor de film.
Ik moest daarbij meteen denken aan The merchant of Venice van
Shakespeare. The Merchant of Venice van Shakespeare draait om
handel, vertrouwen, bedrog, rechtsorde en morele grijstinten.
In The Phoenician Scheme komen die elementen terug: de hoofdpersoon,
een soort Elon Musk, handelt op dubieuze wijze. Hij staat boven
de wet, heeft zelfs geen paspoort omdat hij niet bij een land wil horen.
In hoeverre is de mannelijke hoofdpersoon te vertrouwen, zie je
de dochter (een non) denken.
Je zou vragen kunnen stellen bij al die aandacht, het design, de kleur
en de details die Wes Anderson aan het verhaal toevoegt.
In hoeverre verdringen die elementen het verhaal, verdwijnt door
al die schoonheid het verhaal niet in de grijstinten?
Gelukkig waren er nog veel meer boeken:
The Principles of Deception, een fictief boek over spionage dat
een grote rol speelt in de film en ontmaskerd wordt.
The Collected Works of Edgar Allan Poe, gewild in iedere omgeving
met spanning.
The Tycoon’s Playbook, een fictief boek maar iemand als Zsa-Zsa Korda,
Donald Trump of Elon Musk zouden het kunnen schrijven.
Percentage Financing: The Future of Industry, niet bestaand, verzonnen
voor de film waar het project, waar het om draait, door een schema
met percentuele verdeling (the Phoenician scheme?) wordt gefinancieerd.
The Art of the Deal, een fictieve versie. In 1997 verscheen een boek
van Donald J. Trump en journalist Tony Schwartz met deze titel.
Dat kan geen toeval zijn. De film gaat over hoe Korde zijn overeenkomst
rond krijgt.
The Bureaucrat’s Dilemma, niet bestaand, verzonnen voor de film.
Industrial Espionage: A Necessary Evil?, niet bestaand, verzonnen voor de film.
Fragments of Antiquity, niet bestaand, verzonnen voor de film. Zoals
veel van de beeldjes in de film terug gaan op Griekse en Romeinse beelden.
Question Authenticity, niet bestaand, verzonnen voor de film. Voortdurend
worden de woorden in twijfel getrokken doordat bijvoorbeeld de vader Frans
spreekt, denkt dat zijn dochter dat niet verstaat (maar ze verstaat het wel)
en dan in het Engels een andere versie geeft. Die versie wordt natuurlijk
in twijfel getrokken.
Depictions of Blasphemy, niet bestaand, verzonnen voor de film.
Important Patrons of the High Renaissance met op de stofomslag misschien
paus Julius II, zoals die op het schilderij van Rafael staat (1511-1512).
Maar dat is een gokje.
Over de acteurs kan ik kort zijn.
De meesten krijgen erg weinig tijd en ruimte om tot hun recht te komen.
Je gaat niet naar deze film om Tom Hanks te zien of Willem Dafoe,
F. Murray Abraham, Bill Murray, Riz Ahmed, Scarlett Johansson of Benedict Cumberbatch.
Veel namen, misschien te veel.
Als ik dan toch tot een eindoordeel moet komen dan zou ik de film
nog wel een keer willen zien. Er gebeurt zoveel.
De film is misschien geen meesterwerk, maar wel een meesterlijke warboel —
een labyrint van esthetiek waarin het verhaal soms verdwaalt,
maar de kijker niet wil ontsnappen..
Wellicht werkt het verhaal goed in geschreven vorm maar
als film ben ik niet overtuigd.
Oplevering juni 2025?
Op een groot bord in de buurt van de Hoge Brug in Breda
staat een groot bord waarop de oplevering van
de ‘Nieuwe Mark’ beloofd wordt in juno 2025.
Daar is wel het een en ander van te merken en dat kun je
zien op de foto’s die ik de afgelopen dagen maakte:
Men is druk bezig de bodem te egaliseren.
Daarvoor drijven er contrainers (of wat er op lijkt) in het water.
De kade aan de kant van De Trapkes lijkt gereed.
Opruimen lijkt het devies te zijn.
Die drijvende container is waarschijnlijk om de bodem te insoecteren.
De Tolbrug is al weer even open maar nu is die ook gevoegd.
Vanmorgen begon er een insoectie.
Op de plaats waar eerder de aarden wal lag hebben ze het fundament gevonden (big bag).
Bladwachters fungeren als bruggen
De 12 katernen die ik ga inbinden hebben geen tekst maar ik wil wel
bladwachters gebruiken op de katernen. Laat bladwachters nou net
tekst gebruiken om boekbinders te helpen katernen
in de goede volgorde te leggen:
op katern A breng je een bladwachter aan (kleine tekening) met
het eerste woord of de eerste paar woorden die op katern B staan.
En zo verder.
Vier van mijn zwarte bladwachters Aratus.
Daarom besloot ik een lijst woorden op te stellen die met
boekbinden te maken hebben. Die woorden schrijf ik dan in mij
bladwachter ‘Aratus’ en hetzelfde woord op het eerste blad
van het volgende katern.
Dit was mijn lijstje:
tekst
papier
karton
afbeeldingen
naald en draad
linnen
leer
zijde
goud
pigmenten
vouwbeen
Het lijstje was het resultaat van een brainstorm:
11 woorden (het laatste katern krijgt geen bladwachter), in
willekeurige volgorde, niet te technische termen.
Maar het aantal termen bij boekbinden is enorm dus om
er voor te zorgen dat ik de allerbelangrijkste niet
zou overslaan ben ik even met Copilot gaan overleggen.
Ik vroeg ook naar de volgorde.
Copilot reageert eerst op mijn lijstje en beleefd en vriendelijk
als altijd (het is geen mens) deed het dat als volgt:
Wat je al hebt (sterk en veelzijdig):
Tekst – de inhoud, het hart van het boek.
Papier – het drager van de tekst.
Karton – voor de stevigheid van de kaft.
Afbeeldingen – visuele verrijking.
Naald en draad – voor het naaien van katernen.
Linnen – vaak gebruikt voor de rug of bekleding.
Leer – luxe en duurzaamheid.
Zijde – elegantie, soms voor leeslinten of bekleding.
Goud – voor versiering, vaak op de snede of kaft.
Pigmenten – voor illustraties of versieringen.
Vouwbeen – het gereedschap, symbool van het ambacht.
Dan volgen zaken die ik ben vergeten:
Wat je eventueel zou kunnen overwegen:
Als je ruimte hebt om iets te vervangen of toe te voegen, denk dan aan:
Perkament – historisch belangrijk materiaal.
Katernen – de gevouwen vellen, een kernbegrip.
Pers – symbool voor het ambachtelijke proces.
Kapitaalband – het kleine detail bovenaan de rug.
Marmerpapier – decoratief papier, vaak aan de binnenkant van de kaft.
Typografie – als je de nadruk wil leggen op de vormgeving van tekst.
Die termen zouden goed in het lijstje passen maar daarvoor moet
ik de beschikbare ruimte (letterlijk en figuurlijk) gaan
opzoeken.
De opmerkingen over de volgorde die daarna volgden gaan daar bij helpen:
Over de volgorde:
Je huidige volgorde is logisch, maar als je een meer poëtische of symbolische opbouw wil, kun je denken aan een volgorde die het proces van boekbinden volgt:
Tekst – het begin, de inhoud.
Papier – de drager.
Afbeeldingen – de verrijking.
Pigmenten – de kleur.
Katernen / Vouwbeen – het vouwen.
Naald en draad – het naaien.
Karton – de structuur.
Linnen / Leer / Zijde – de bekleding.
Goud – de versiering.
Kapitaalband / Marmerpapier – de afwerking.
Pers – het afronden van het ambacht.
In deze lijst zijn 3 termen samengebracht in één:
Linnen / Leer / Zijde – de bekleding.
Nieuw zijn Kapitaalband / Marmerpapier en Pers.
Copilot greep meteen de kans aan om me nog meer te ‘helpen’.
Het ging er van uit dat mijn ‘ode aan boekbinden’
een geschreven tekst zou worden.
Maar mijn idee is om het meer praktisch uit te dragen in
de vorm van de dummy voor Denken over oorlog en vrede / Hugo de Groot.
Maar ik kan Copilot wel een soort van uitleg laten schrijven die ik
dan handgeschreven ga overnemen in het eerste katern.
Dus vroeg ik om een introductie van ongeveer 250 woorden:
Ode aan het Boekbinden – Bladwachters als Bruggen
Deze ode aan het boekbinden bestaat uit een reeks van twaalf katernen, elk gewijd aan een essentieel element van het ambacht. De structuur van het werk is geïnspireerd op het fysieke boek zelf: de katernen zijn met zorg samengesteld, en verbonden door een subtiel maar betekenisvol systeem van bladwachters.
Een bladwachter is hier het eerste woord (of de eerste twee woorden) van elk katern, dat tevens het laatste woord is van het voorgaande. Zo ontstaat een poëtische ketting van begrippen die het boek als object én als proces weerspiegelt. Elk woord verwijst naar een materiaal, gereedschap of idee dat een onmisbare rol speelt in het boekbindproces: van tekst tot vouwbeen, van inhoud tot afwerking.
De gekozen termen zijn:
tekst, papier, karton, afbeeldingen, naald en draad, linnen, leer, zijde, goud, pigmenten, vouwbeen, pers, kapitaalband en marmer(papier).
Ze vormen samen een reis door het boekbindersambacht – van het eerste woord op het blad tot de laatste vouw in de kaft.Deze vorm nodigt de lezer uit om niet alleen de inhoud te ervaren, maar ook de fysieke overgang tussen de katernen bewust te beleven. De bladwachters fungeren als bruggen: ze verbinden, begeleiden en herinneren ons eraan dat een boek meer is dan tekst – het is een tastbare, gelaagde creatie.
De vinding ‘brugwachters zijn een soort van brug’ beviel me.
Dus ik ga zeker wat doen met deze tekst.
Mijn zwarte bladwachters
Het hele idee van ‘bladwachters’ heb ik opgedaan in de inleiding van
het boek ‘Schatten op schrift’.
Daarin stond een foto van een bladwachter en ik vond dat een leuk
gegeven. Vooral omdat ik een dummy ga maken met lege katernen om
de Nederlandse bindwijze ‘Spitselband’ te oefenen.
Maar lege katernen, waarom zou je die inbinden?
Nu ja ik heb een goede reden maar ik blijf toch een beetje tegen
het idee aanhikken.
Dus toen ik de afbeelding in het boek zag dacht ik dat ik
zoiets kan maken in combinatie met de cursus lino snijden van
een paar weken geleden.
Vandaag ben ik nog eens terug gegaan naar het boek waaruit de
foto kwam van een bladwachter. Dat boek is:
Chronique de la traison et mort de Richart II Roy d’Engleterre, SCA 40.
Je kunt het bekijken bij de Digitale collecties in Leiden.
Drie pagina’s vond ik met een bladwachter wat meteen de
vraag oproept waarom er maar drie te vinden zijn.
Daar heb ik geen antwoord op en voor dit bericht boert dat
ook te ver. Dus laten we eerst maar eens naar de drie bladwachters kijken.
Een soort van dier met een menselijk gezicht dat een van zijn staarten (?) opeet. SCA 40 f006v.
Dit lenig figuurtje zag je eerder op mijn blog. SCA 40 f010v. Dit is het figuurtje dat beschreven staat in ‘Schatten op schrift’.
Een gezicht in koolbladeren of zijn het varens? SCA 40 f016v.
Afgelopen zondag heb ik wat spullen opgedoken om een lino af te drukken. Een plaatje glas om de inkt uit te rollen, inktrollers, een spatel, inkt, een lepel en ik vond ook wat gevouwen papier.
De kleine stukken papier kan ik gebruiken om mijn testafdrukken te maken. Ze passen goed op de lino en binnen de opstaande randen van de mal.
De inkt had drie jaar met de opening naar beneden gestaan. Dus de eerste inkt was mooi van dikte. Dat zou maar kort duren. De olie (?) in de inkt kwam snel boven drijven. Schudden bleek het antwoord.
Aratus voor de eerste keer ingeinkt. De eerste afdrukken zullen gebreken vertonen maar dat helpt je juist om te besluiten hoe je met de bolle kant van een lepel druk op het papier moet uitoefenen.
In de mal leggen. Helaas leg ik hem verkeerd….
De eerste afdruk is zoals verwacht bleek.
De volgende is beter al is er nog een probleem rechtonder op de afdruk.
Het probleem wordt veroorzaakt door de rand die iets hoger is dan de lino. Daar moet ik dus het papier beter aanwrijven. Je kunt dat met de hand doen maar met de lepel krijg je meer kracht op specifieke plaatsen.
Door meer aandacht op die plaats te leggen is het resultaat ook meteen beter.
Dan is het tijd voor het grote werk. Ik heb 12 katernen en 2 schutbladkaternen. Die schutbladkaternen doen bij mij niet mee met de katernsignaturen. Het laatste katern heeft dus geen ‘actieve’ opvolger. Zes katernen krijgen een zwarte bladwachter, vijf krijgen rode bladwachters.
Bij de tweede bladwachter lette ik niet goed op. De afbeelding staat op zijn kop.
Dit zijn de testafdrukken. Die krijgen geen plaats in de dummy.
Maar deze bladwachters ‘Aratus’ wel.
Met de eenvoudige mal staan alle bladwachters wel mooi op dezelfde plaats. Volgende actie worden de rode bladwachters en dan kan ik er de tekst in gaan zetten. De tekst worden boekbindtermen. Als een soort van ode aan het boekvinden,
Iemand heeft hard gewerkt
Voorbereiding Aratus afdrukken
Mijn bladwachter Aratus wil ik gaan afdrukken, misschien vanmiddag nog.
Maar als je een lino op meerdere pagina’s op dezelfde plaats
wilt afdrukken, dan kun je wel wat hulp gebruiken.
Eerder deze week ontving ik twee boeken, margedruk.
Over die twee boeken later meer.
Die boeken zaten natuurlijk verpakt in karton en die
hergebruik ik om een soort mal van te maken.
Daar zorg je mee dat de straks ingeinkte lino steeds op dezelfde
plaats ligt en waar je het papier ook steeds op dezelfde plaats kunt leggen.
De basis is een helft van de kartonnen envelop. Een strook karton dat al op de bodem ligt laat ik daar zitten. Op de andere rand moet daar ook een strook komen. De hoek die de twee stroken vormen is lager dan de dikte van de lino. Die stroken houden die lino wel op zijn plaats maar steken niet boven de lino uit. Dus het papier krijgt alle ruimte.
Je ziet hier hoe straks die linosnede steeds op zijn plaats komt te liggen. De stroken zijn 2 centimer breed. Dat is niet mijn keuze maar prima voor mij omdat mijn katenen toch nog leeg zijn. Als ik iets op de katernen ga zetten/plakken dan pas ik de maten aan op de beschikbare ruimte.
Om het papier steeds op dezelfde plaats te kunnen leggen
snij ik nog twee bredere stroken. Die stroken plak ik tegen
de basis aan alsof je een doos begint te maken.
De stroken plak ik in verband dus de eerste laat ik op de hoek
een stukje uitsteken. De twede plak ik daar dan weer tegen aan.
De metalen driehoeken gebruik ik om de stroken rechtop te
laten staan tijdens het drogen van de hobbylijm.
De oversteek, het stukje van strook een de voorbij de hoek stak, snij ik eraf. Als je een doos gaat maken gebruik je beter en zwaarder karton dan dit golfkarton. Die golfkarton lijmt moeilijk. Maar dit is een tijdelijke mal dus behalve de kleine 20 katernen hoef ik hiermee alleen de tests mee af te drukken. Het afdrukken van de lino ga ik met de bolle kant van de lepel maken. Dat is om thuis afdrukken te maken best een goede methode.
Op de hoek een stukje plakband omdat ik het lijmen van het golfkarton niet helemaal vertrouw. Op de foto zag ik dat ik het plakbandje nog beter moet aanwrijven.
Als de lijm droog is, niet moeilijk met de temperaturen van gisteren,
kan het testen van het afdrukken beginnen.
Een boeket uit 1440
Twee marge illustraties uit de Dunois Hours, een gebedsboek dat rond 1440 gemaakt is. Deze week zag ik onderstaande pagina op Twitter en daar kwam die foto van. Ik heb er twee stukjes uit geisoleerd en ‘schoongemaakt’. Over het manuscript kon ik op internet niet veel vinden.
The Dunois Hours refers to a richly illuminated Book of Hours, specifically MS Yates Thompson 3, created around 1436-1450 for Jean de Dunois. It is known for its exquisite miniatures, particularly those attributed to the Dunois Master. The manuscript is currently housed in the British Library.
Foto’s van gisteren – 4 stoelen en een spiegel
Eigenlijk maak ik wel iedere dag foto’s. Vaak tijdens een wandeling
maar er kunnen ook heel andere redenen zijn om een foto te maken.
Dat doe ik nu het makkelijk is – met iedere telefoon maak je
tegenwoordig foto’s. Maar voor mijn eerste telefoon maakte ik
ook al veel foto’s.
Soms, zoals gisteren, komt het er niet van de foto’s te delen.
Daarom dat ik nu nog even terugkijk.
Een foto van woensdag, 6 van donderdag, één van vandaag.
Woensdag: Breda, Catharinastraat, Begijnhofkerk.
Donderdag: Verlengde Mark, Markendaalseweg. Ik neem aan dat de containers in het water iets te maken heeft met de waterkwaliteit.
De aarden wal waar recent nog grond bij gestort werd en heel recent het groenafval.
Het voormalig PTT-gebouw op de hoek Keizerstraat – Houtmarkt.
De vier stoelen en de spiegel op het Kasteelplein.
Vandaag: aarden wal verdwenen.
Die aarden wal lag voor de brug, op de plaats waar de grijper nog zand weghaalt.
Silk roads: kennisuitwisseling
Dit bericht had ook iets kunnen heten als: ‘de blinde vlek
van extreem rechts Nederland’.
Totaal onwetend op het vlak van pretaties van andere culturen
staren we bij voorkeur naar de eigen navel.
Er volgt een voor mij belangrijk deel van de tentoonstelling
‘Silk Roads’ van het British Museum. In dit bericht komen
kennisoverdracht door interactie met andere culturen en
volkeren aan de orde.
Londen, British Museum, Silk Roads, Al-Khwarizmi schreef de tekst. Dit is een kopie van zijn boek: Book of algebra. De tekst werd rond AD 820 geschreven. Wat we hier zien is een kopie uit 1342. Laat het even op je inwerken. Geboren in Oezbekistan, werkend in Baghdad, schreef een tekst rond 800 en werd 500 jaar later nog steeds interessant genoeg gevonden om die tekst to kopieren.
Ibn Bakhtishu, een Nestoriaans Christelijke dokter, schreef een tekst voor The Book of the Characteristics of Animals (het boek over de eigenschappen van dieren) dat ook bekend staat als Kitāb naʿt al-ḥayawān. Van een van de afbeeldingen in het boek wordt gedacht dat het Ibn Bakhtishu met een student voorstelt.
The Book of the Characteristics of Animals, Baghdad, 1224 – 1225.
Bij vaste bezoekers van mijn blog kan de vraag opkomen: hoe zou het volgende boek zich verhouden tot de Leidse Aratea?
Het boek is samengesteld door Abd Al-Rahman Al-Sufi. Het boek heet The Book of the Fixed Stars. De originele tekst dateerd uit AD 964, Deze versie is uit 1260 -1280, Maragheh, Iran. De pagina’s waar het boek open ligt toont twee maal de leeuw (denk ik). Een van de 48 ‘sterrenbeelden’ in het boek. Oordeel zelf…
Een wereldkaart vanuit het Moslimperspectief van rond 1100. Al-Idrisi, het origineel is van ongeveer 1100 – 1166. Deze versie is van 1533, uit Cairo, Egypt. Het perspectief is anders dan de kaarten die wij nu gewend zijn. Aan de bovenkant tref je het zuiden aan.
Daarom heb ik de kaart even omgedraaid. Dit is meer het beeld waaraan wij gewend geraakt zijn. Linksboven is duidelijk Europa te herkennen en in het centrum het Arabisch schiereiland (Saudie Arabië).
Nog even inzoemen en links zie je de Nijl de zee in stromen en ernaast, als centrum van de kaart, het Arabisch schiereiland met Mekka. Net als op Christelijke kaarten staat de belangrijkste plaats in het centrum. Bij de Christenen vaak Jeruzalem en bij de Islam natuurlijk Mekka.
Als meer mensen bereid zouden zijn van deze feiten kennis te nemen
dan zou er misschien meer waardering zijn voor zaken die op het
eerste gezicht vreemd lijken. Het zou je misschien wel eens nieuwsgierig
kunnen maken.
De Tolbrug is weer open…..
…..maar dat wist u misschien al.
De volgende twee foto’s zijn iets meer dan een week blijven liggen.
Daarom aangevuld met een paar mooie foto’s van de nieuwe Tolbrug
in Breda en de Nieuwe Mark.
Het eerste wat me opviel een week of zo geleden was dat de noodbrug werd opgeruimd. Die heeft er lang gelegen maar geen dag te veel.
Het zand had zijn weg nog niet gevonden in de voegen van de nieuwe bestrating maar de Tolbrug was open.
Vanmorgen, bij beter weer, was het beeld al weer heel anders.
Een stukje verder werd er nog gebaggerd.
Bladwachter Aratus
Als je de keuze hebt tussen papier scheuren of snijden…
Ooit was ik bij een presentatie van een Engelse drukker in
Amsterdam. Hij zei iets, als ik me goed herinner:
Als je de keuze hebt papier te sheuren of te snijden,
scheur dan het papier.
Zeker als je betere papiersoorten scheurt dan zie je,
in één oogopslag, veel meer van de structuur in het papier,
het maakproces van het papier en het resultaat is mooier.
Dat ik daar vanochtend aan dacht wordt hopelijk dadelijk
duidelijk.
Een paar weken geleden volgde ik een workshop Natuurdruk
bij Grafische werkplaats RAAF in Breda.
Je gebruikt dan planten, verse geplukt of gedroogd, al dan
niet in combinatie met andere materialen, in een drukproces
op een etspers.
Als papier werd vochtig gemaakt etspapier gebruikt. Heel
degelijk papier.
Drukken, in al zijn varianten, is een prachtige techniek en
blinddruk (drukken zonder inkt) vindt ik zelf erg mooi.
Dus vroeg ik me af of dat ook met natuurdruk zou werken.
Het resultaat van een blinddruk van brandnetel liet ik
al eerder zien maar dat herhaal ik hier even.
De natuurdruk is wel gemaakt zonder inkt maar het resultaat is niet kleurloos. De sappen uit de brandnetel, in combinatie met het water waarin het papier gedompeld was, leveren dondere delen, zelfs groene delen en delen waarin helemaal of nauwelijks kleur zit. Idee is om te zien of ik dit kan inkleuren met ecoline. Een klein probleem is dat de natuurdruk niet centraal op het papier is gemaakt. Het staat scheef op het papier en helemaal aan een kant.
Ecoline laat zich eenvoudig aanbrengen en het idee is
om de sporen van de brandnetel te volgen daar waar geen of
niet te veel kleur zit.
Wat ik hier doe heeft weinig met schilderen te maken. Ik ben alleen aan het invullen en ik probeer ook niet ‘platgedrukte brandnetels’ uit te beelden. Ik gebruik de lijnen en kleurloze delen van de druk om deze op te vullen met op het eerste gezicht onnatuurlijke kleuren.
Je ziet dat het papier uit een groter vel papier komt. In
de voorbereiding is het door de workshopleiding gescheurd
uit grotere vellen etspapier.
De boven- en rechterkant waren onderdeel van de buitenrand
van het papier.
Ik ga proberen, met scheuren, om de randen beter te laten
aansluiten op de afdruk van de basis waarop bij natuurdruk
de inkt wordt aangebracht met daarop de plant. De randen
van dit basis worden door het drukproces zichtbaar.
Bij etsen is het vaststellen dat er zo’n rand in het papier
zit, één van de kenmerken waardoor je kunt zien met
welke techniek een afdruk is gemaakt.
Helemaal recht op het papier krijg ik de afdruk niet als ik ook de indruk van het weglopende water nog wil blijven zien aan de onderkant vn de afbeelding. Volgens mij wordt dit een mooie illustratie in mijn dummy (het boek dat ik ga inbinden om de bindtechnieken nog even te oefenen voordat ik aan ‘Denken over oorlog en vrede’ ga inbinden).
Mijn bladwachter
Tot voor kort wist ik niet wat een bladwachter, of custode, of
reclament, of katernsignatuur was.
Maar de inleiding van Irene O’Daly in Schatten op Schrift
bracht me op het spoor van dit gegeven:
een aanduiding met letters en cijfers en soms ook met
een illustratie die boekbinders moet helpen de katernen van
een manuscript op de juiste volgorde te leggen of te houden.
Als een soort van eerbetoon aan deze middeleeuwse gewoonte
maak ik een bladwachter voor de dummy die ik ga inbinden
om te oefenen voor het boek Denken aan oorlog en vrede.
Dat is een tekst van Hugo de Groot.
Maakte de schrijvers in de middeleeuwen de katernsignatuur
helemaal met de hand, ik ga een linosnede maken die ik
op oeder laatste blad van een katern kan afdrukken.
Die lino laat voldoende ruimte om na drukken nog een
tekst aan te brengen: het eerste of de eerste letter(s)
van het volgende katern.
Ik koos de naam ‘Aratus’ als uitgangsunt voor het ontwerp
omdat ik het idee kreeg de bladwachter te maken tijdens het
bekijken van de Leidse Aratea. Een handschrift met een
Latijnse vertaling van reen Grieks gedicht van de dichter Aratus.
Aratus in spiegelbeeld. Helaas kom ik niet goed uit. De letters laten zich niet goed verdelen. Dat moet dus iets anders.
Terwijl ik bezig was het ontwerp met de hand over te nemen op een stuk linoleum kwam ik er pas goed achter dat het niet ging passen. Dus op papier een nieuwe poging. Daarbij laat ik het kader (dat ik eerder wilde maken) deels weg. Alleen het kader aan de bovenkant blijft staan. Daardoor heb ik meer ruimte.
Dit is dan het ontwerp. Al kwam ik er achter bij het overnemen van het ontwerp op de lino dat er een fout in het ontwerp zat. Maar dat heb ik niet meer in het ontwerp gecorrigeerd maar direct op de lino.
Misschien morgen de lino afmaken. Voor nu heb ik ook alvast een prikmal voor de dummy gemaakt. Alleen de plaatsen voor de kettingsteek ontbreken nog.
Meer dan muziek: De magie van een live optreden
Live-uitvoeringen, of het nu muziek of theater betreft,
hebben een magie die je in een film of geluidsopname mist.
Maar wat maakt zo’n avond nu écht speciaal?
Afgelopen donderdag beleefde ik een concert van Dylan LeBlanc en
dat bracht me aan het denken over die unieke ervaring.
Dylan LeBlanc is een Amerikaanse artiest.
Het concert was in het Patronaat in Haarlem,
een poppodium zoals er veel zijn in Nederland.
Aan de hand van mijn ervaringen die avond, probeer ik
onder woorden te brengen wat het dan is dat zo’n avond
meer doet zijn dan de video van Renegade op YouTube.
Hij is morgen 8 juni nog te zien in de Oosterpoort
in Groningen. Om Dylan Leblanc een beetje te plaatsen:
het podium in Groningen beschrijft zijn stijl als een
mix van americana, folk en country.
Om naar het optreden te gaan had ik twee dagen vrij
genomen. De donderdag om in de middag naar Amsterdam te gaan.
Daar woont een vriend van mij en we hadden afgesproken
dat ik bij hem kon blijven slapen.
Het was voor het eerst sinds lange tijd dat in weer bij
hem op visite ging.
Dit is precies wat een live optreden uniek maakt:
de gedeelde ervaring met vrienden en publiek,
iets wat je thuis achter een scherm niet voelt.
Na een gezellige kop koffie en iets lekkers en het bekijken
van een aantal video’s als voorbereiding vertrokken we
vanuit Amsterdam richting Haarlem waar we de vriend ontmoetten
die ons trio concertgangers compleet maakte.
Onze eerste bestemming was de brouwerij Jopen voor de
‘voorbespreking’. Even bijpraten. Jopen heeft veel
eigen bieren en serveren die in Haarlem in een kerk die
omgebouwd is tot een cafe/restaurant.
Na een goed glas bier volgde eten in een Italiaans restaurant.
Vandaar was het een klein stukje lopen naar het Patronaat.
Een mooie, niet te grote ruimte. Die ruimte is verdeeld
in een balkon, trap naar beneden en de zaal.
Net als Jopen en het restaurant was de zaal een eerste bezoek.
Dat maakt het al speciaal. Dan heb je nog geen muziek gehoord.
De muzikant die het voorprogramma verzorgde, Johnny Delaware,
was mij onbekend. Op het podium, begeleidde Delaware zichzelf
op gitaar. Op de video’s hoor je hem met een begeleidingsband
en achtergrondzang maar in Haarlem stond hij alleen (één nummer
uitgezonderd). Ik vond dat het solo beter over kwam.
Ik vraag me wel af waarom iemand die uit South Dakota (VS) komt
een artiestennaam kiest met de naam van een andere Amerikaanse staat
als onderdeel van die naam. Zijn eigen naam is John Kuiper. Maar goed.
Zonder veel poespas begon al snel daarna het concert van
Dylan Leblanc. Naast een drummer zijn het de gitaristen die de
band vormen. Een basgitaar, een elektrische gitaar en een
steel gitaar en Dylan LeBlanc solo gitaar.
Dylan zingt met een soort van falset-stem waardoor er weinig
‘dynamiek’ in de zang aanwezig is. Hierdoor dreigt het gevaar
dat de nummers te veel op elkaar gaan lijken. Je maakt je dan
afhankelijk van de instrumenten en de melodie om onderscheid
in songs te maken.
Een probleem dat die andere Dylan naar mijn gevoel ook heeft.
Die stem en zijn gitaarspel doet af en toe denken aan Neil Young.
Luister bijvoorbeeld eens naar Cautionary Tale.
Komt nog bij bij dat LeBlanc een ingetogen speler is. Er is maar
beperkt interactie met de zaal. De met gesloten ogen spelende
gitarist lijkt zich vaak in zich zelf terug te trekken.
Naar het einde van het optreden wordt hij losser.
De zaal was redelijk gevuld met publiek maar zeker niet te druk.
Dat is erg aangenaam omdat iedereen de plaats kan kiezen die hij/zij
wil hebben en zo het concert kan ervaren zoals men dat wil.
De kleinere poppodia in Nederland hebben geen overdreven mogelijkheden
voor licht- en presentatie. Maar dat past ook beter bij deze muziek
die het niet moet hebben van overdreven special effects.
Het geluid was niet te hard voor een kleine zaal.
De voorzichtige solo’s van de steel gitaar passen goed bij de muziek
van Dylan LeBlanc en werden goed ontvangen door het publiek.
Gistermiddag vroeg ik Copilot een mindmap te maken met de elementen
die een live-uitvoering nu anders maken dan een video of geluidsopname.
Zonder in dit bericht die elementen te gebruiken als leidraad zul
je in mijn verhaal een aantal van die elementen terug zien komen:
het gezamenlijk beleven, de unieke situatie van een concert, de
showelementen, ze komen allemaal in meer of mindere mate terug.
Het was een heel leuk avontuur.
Op naar het volgende.
Silk Roads
De laatste keer dat ik over deze tentoonstelling in het
British Museum in Londen schreef was op 28/04. Een tijdje geleden.
Niet dat het niet meer interessant is, integendeel.
Maar het maken van zo’n bericht kost nu eenmaal veel tijd.
Soms is die tijd er even niet. Vandaag weer wel.
De tentoonstelling begon met vondsten in Japan en werkte zich zo
door de geschiedenis en door de landschappen van Azie en Europa.
Als ik de draad weer oppak zijn we nog in Azie.
Londen, British Museum, Silk Roads, Geomtric designs, Samarkand (Afrasiab), Uzbekistan, AD 800 – 1000. Niets ‘achterlijke’cultuur, maar een hoogstaande, monotheïstische cultuur, al op een moment in de geschiedenis dat ‘wij Nederlandsers’ nog helemaal niet bestonden.
Zal makes Rustam a paladin, Shiraz, Iran, 1330 – 1340.
Een prachtig schrift. Fragmnt of the story of Rustam and the demons, written in Sogdian, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, about 800s.
Sasanian King hunts lions, plate, possibly acquired in India or Afghanistan, AD 400 – 700, silver.
Textile made in Iran or Central Asia, found in the Church of St Leu in Paris, AD 600 – 900. Vergelijkbaar interessante stukken textiel uit de St Servaes van Maastricht was bijvoorbeeld te zien op de tentoonstelling Het jaar 1000 (Rijksmuseum van Oudheden, 2023-2024). Probeer het dier te identificeren.
Bras ewer, Iran, AD 800s. Let op! Is dat hetzelfde dier?
Mosaic fragment from the floor of the Qusayr Amra-desert castle in Jordan, AD 723 – 743.
Brass tray, Jordan or Iran, AD 600 – 800.
Centrale afbeelding van het dienblad: Dome of the Rock (?)
De tentoonstelling was een schatkamer.
Een schatkamer vol bewijs van de interactie en integratie van
culturen in Azie en Europa. Een tijd vollop in beweging,
gedreven door nieuwsgierigheid en handelszin.
Nieiuwsgierigheid naar religie, gewoontes, kunstvormen,
producten en smaken.
Heel inspirerend in een tijd waarin we ons steeds meer
op ons zelf terugtrekken en neer kijken op anderen.
Katernsignatuur, wat is dat?
Het begrip kende ik niet maar ik kwam het tegen in ‘Schatten op Schrift’,
het recent verschenen boek van André Bouwman en Irene O’Daly
.
Wikipedia maakt er het volgende van:
Een katernsignatuur of binderssignatuur is een aanduiding die geplaatst wordt in het staartwit onderaan de recto-zijde van de folia in de eerste helft van elk katern in een handschrift of een gedrukt boek. De katernsignatuur moet de binder toelaten te controleren of de folia binnen het katern in de goede volgorde zijn gerangschikt en of de katernen elkaar correct opvolgen.
Maar ‘Kneep en binding’ kent de term niet.
Het Algemeen Letterkundig Lexicon beschrijft het als volgt:
Een katernsignatuur of binderssignatuur is een term uit de bibliografie (analytische bibliografie-1; codicologie) en drukkerij voor gewoonlijk een combinatie van een letter en een cijfer, geplaatst in het staartwit onderaan de recto-zijde van de bladen (blad-2) in de eerste helft van ieder katern van een codex of druk. Aan de hand van de katernsignatuur kan de binder zien of een katern goed gevouwen is en of de katernen in de goede volgorde liggen. Ieder katern wordt namelijk aangeduid met een letter uit het alfabet en binnen ieder katern worden de bladen genummerd.
Een vergelijkbare tekst als Wikipedia.
Maar bij Irene O’Daly zag ik iets dat me erg aansprak.
Ik zocht het op en het bleek om een andere term te gaan: reclamanten of
bladwachters. Vooral de laatste term vond ik heel beeldend.
aanwijzingen bestaande uit de eerste een of twee woorden van het eerste blad van het volgende katern.
Dus ik dacht: dat wil ik voor mijn dummy ook.
Een paar weken geleden was ik naar een cursus lino snijden en
in dat kader kocht ik vier sets met stukken lino van
verschillende grootte.
Deze hebben een mooie grootte om een bladwachter te maken: 9 bij 6 centimeter. Het idee is een afbeelding te snijden die ik op ieder katern ga zetten (behalve op de twee schutbladkaternen en het laatste reguliere katern). In de lino laat ik dan een ruimte open om met vulpen het woord te schrijven dat ik vervolgens ook op het volgende katern zal schrijven. Mijn dummy bevat immers geen gedrukte tekst. Alle ruimte dus om Bladwachters aan te brengen.
Een eerste schets voor de bladwachter heb ik gemaakt.
Ik kan niet goed tekenen dus het wordt geen lenig mannetje
zoals het voorbeeld in Schatten op Schrift.
Het wordt een ontwerp waarbij ik uitga van de naam van de schrijver
van de tekst van de Leidse Aratea: Aratus.
Ik ben er nog niet helemaal uit.
Pizza van de week
Boekenavontuur: De Sterrenbeelden van de Aratea (Deel 2)
Zoals beloofd de foto’s, feiten en weetjes.
Tien afbeeldingen staan er in de Aratea die overeenkomen met de
sterrenbeelden van de dierenriem.
Ram= Aries is het Latijn.
De ram wordt vaak geassocieerd met energie, moed en nieuw begin.
Gelijk bij de eerste afbeelding zie je al iets opmerkelijks: die band rond het dier. Waar staat dat voor?
In de Aratea zie je twee schriftsoorten: een Gotisch schrift (hier bovenaan, littera textualis) en voor mij als leek veel beter leesbare letter: capitalis rustica. Op de gedigitaliseerde versie zijn duidelijk de lijnen te zien die werden aangebracht voor het schrijven om een mooi later beeld te krijgen. Bij de capitalis rustica is de eerste letter in rood geschreven. Het laatste woord van de middelste regel van deze detail is ARIES.
In de Leidse Aratea (VLQ 79) lijken alle miniaturen op de verso-kant
van het perkament te staan
Perkament (schoongemaakte, geloogde en gedroogde dierenhuid) heeft
twee zijden: de haarzijde (de kant waar de haren van het dier zaten)
en de vleeszijde (de kant die naar binnen lag, tegen het vlees aan).
In veel manuscripten is de haarzijde meestal iets ruwer en donkerder,
terwijl de vleeszijde gladder en lichter is.
Bij goed vervaardigd perkament kan dit verschil subtiel zijn,
maar in oudere manuscripten is het vaak duidelijk zichtbaar.
In codices (=boeken) werd geprobeerd om de haarzijden tegenover elkaar
en de vleeszijden tegenover elkaar te laten vallen, zodat er een
visuele en textuele harmonie in het boek ontstond.
Als de miniaturen systematisch op de verso-kant staan, zou dat kunnen
betekenen dat ze consequent op de haar- of vleeszijde zijn geplaatst,
afhankelijk van hoe het perkament werd gesneden en samengesteld.
Het Algemeen letterkundig lexicon, legt uit dat de haarzijde taaier,
geliger en ruwer is dan de gladde, blanke vleeszijde.
Dit lexicon beschrijft ook de regel van Gregory, die stelt dat
in middeleeuwse codices de haar- en vleeszijden systematisch werden
afgewisseld, zodat bij een geopende pagina altijd twee gelijke zijden
tegenover elkaar kwamen te staan.
De regel van Gregory is zo genoemd naar C.R. Gregory, die dit
verschijnsel het eerst opmerkte. Caspar René Gregory (November 6, 1846 –
April 9, 1917) was een in Amerika geboren Duitse theoloog.
Sterrenbeelden functioneren als een soort ezelsbruggetjes
om de complexe positie van sterren beter te onthouden.
Ze zijn referentiepunten voor navigatie, tijdsbepaling
en mythologische verhalen.
Stier= Taurus, kracht, vastberadenheid en liefde voor het goede leven.
Grappige kop.
Terwijl ik hier mee bezig was kwam ik er al snel achter dat ik meer
wilde weten dan Copilot me kon leveren. Er zijn ten minste twee
documenten die ik nog wil lezen:
– een blogbericht van André Bouwman
– een afstudeerscriptie
Het derde is een boek dat interessant lijkt maar een beetje duur:
Astronomical Knowledge Transmission Through Illustrated Aratea Manuscripts
van Marion Dolan.
Tweelingen= Gemini in het Latijn, vernoemd naar de mythische tweelingbroers
Castor en Pollux.
Vooral de bijzondere hoedjes riepen bij mij vragen op over wat ze
voorstellen en welk doel ze hier hebben. Vlak ook de andere
attributen niet uit die je ziet op deze afbeelding.
Het Gemini-programma was een Amerikaans ruimtevaartprogramma van NASA
dat plaatsvond tussen 1964 en 1966. Het programma was een cruciale stap
tussen het Mercury-programma en het latere Apollo-programma,
dat uiteindelijk leidde tot de maanlanding.
De naam Gemini werd gekozen omdat de ruimtecapsule plaats bood aan
twee astronauten, net zoals het sterrenbeeld Tweelingen symbool staat
voor een duo.
Kreeft= Cancer, in de Griekse mythologie hielp een kreeft de veelkoppige
slang Hydra in de strijd tegen Herakles, maar werd uiteindelijk vertrapt.
Als beloning kreeg de kreeft een plek aan de hemel.
`

Op deze afbeelding gebeurt niet zo veel. Daarom maar 1 foto.
Er is een verband tussen het sterrenbeeld Kreeft (Cancer) en
de ziekte kanker, maar het is puur linguïstisch.
Beide termen komen van het Latijnse woord cancer, wat oorspronkelijk
“kreeft” of “krab” betekende.
De medische term kanker werd in de oudheid door Hippocrates en
Galenus gebruikt omdat sommige tumoren qua vorm deden denken aan een krab,
met uitwaaierende bloedvaten die leken op de poten van een kreeft.
Dit visuele gelijkenis leidde tot de naamgeving van de ziekte.
De Kreeftskeerkring is genoemd naar het sterrenbeeld Kreeft (Cancer)
omdat de zon tijdens de junizonnewende (rond 21 juni) vroeger
in dit sterrenbeeld stond wanneer hij op zijn hoogste punt boven deze
breedtegraad scheen.
Dit was het geval in de laatste millennia vóór onze jaartelling.
Door de precessie van de aardas — een langzame verschuiving van de
positie van sterrenbeelden aan de hemel — staat de zon tegenwoordig
tijdens de junizonnewende in het sterrenbeeld Tweelingen (Gemini),
maar de naam Kreeftskeerkring is behouden gebleven.
De Kreeftskeerkring markeert de noordelijkste breedtegraad waarop
de zon loodrecht boven het aardoppervlak kan staan.
Dit gebeurt jaarlijks rond 21 juni en luidt het begin van de astronomische
zomer op het noordelijk halfrond in
Het meest nerdy deel van dit bericht heb je nu achter je.
Leeuw= Leo in het Latijn.
Hier als meer luchtige noot, een overzicht van pausen die de naam Leo hebben
(gedragen):
Leo I (440-461) – Ook bekend als Leo de Grote, speelde een cruciale rol
in het versterken van de pauselijke autoriteit en
verdedigde Rome tegen Attila de Hun.
Leo II (682-683) – Bekend om zijn inspanningen om corruptie binnen de Kerk
aan te pakken.
Leo III (795-816) – Kroonde Karel de Grote tot keizer van het Heilige Roomse Rijk.
Leo IV (847-855) – Versterkte de verdediging van Rome tegen invallen van Saracenen.
Leo V (903) – Werd afgezet en vermoord, waardoor zijn pontificaat zeer kort was.
Leo VI (928-929) – Had een kort en weinig invloedrijk pontificaat (=pausdom).
Leo VII (936-939) – Bevorderde monastieke (=klooster) hervormingen.
Leo VIII (963-965) – Werd paus tijdens een periode van grote politieke onrust.
Leo IX (1049-1054) – Speelde een sleutelrol in de Investituurstrijd (vaststellen
van de regels tussen Kerk en Staat) en hervormingen binnen de Kerk.
Leo X (1513-1521) – Een Medici-paus, bekend om zijn extravagantie en de afgifte
van aflaten die bijdroegen aan de Reformatie (ontstaan van protestante stromingen).
Leo XI (1605) – Was slechts 27 dagen paus.
Leo XII (1823-1829) – Streefde naar een conservatieve koers binnen de Kerk.
Leo XIII (1878-1903) – Schreef de invloedrijke encycliek Rerum Novarum,
die de basis legde voor de katholieke sociale leer.
Leo XIV (2025-heden) – De huidige paus, die verwijst naar Leo XIII en diens sociale leer.
Schorpioen= Scorpius
Is dat een slang? Wat is dat voor een muts?
Dit sterrenbeeld staat bekend om zijn heldere ster Antares.
De naam Antares verwijst naar de helderste ster in het sterrenbeeld Schorpioen.
In de film Ben-Hur zijn de vier paarden van Sheikh Ilderim vernoemd naar
heldere sterren: Aldebaran, Altair, Antares en Rigel.
Dit past goed bij de majestueuze en krachtige uitstraling van de paarden,
die een cruciale rol spelen in de beroemde wagenrennen-scène.
De illustratie van Scorpius in het Leidse Aratea is een fascinerende interpretatie van het sterrenbeeld. De mansfiguur die op de schorpioen staat en een dier (mogelijk een slang) vasthoudt, kan verschillende betekenissen hebben:
Astronomische symboliek – In sommige oude sterrenatlassen wordt Ophiuchus, het sterrenbeeld van de “Slangenbezweerder”, afgebeeld in de buurt van Scorpius. Dit kan een verwijzing zijn naar de astronomische positie van deze sterrenbeelden.
Mythologische connectie – De schorpioen is in de Griekse mythologie de tegenstander van Orion, de jager. De slang kan symbool staan voor genezing en kennis, zoals in de staf van Asclepius, de Griekse god van de geneeskunde.
Middeleeuwse interpretatie – Middeleeuwse manuscripten bevatten vaak gestileerde en symbolische afbeeldingen die niet altijd direct overeenkomen met klassieke astronomische tradities. De figuur kan een allegorische betekenis hebben die verband houdt met astrologie of medische kennis.
Duidelijk een tekst van Copilot, het stukje hierboven. Je ziet ook
meteen dat ik niet veel dichter bij een verklaring kom van de hoedjes
en de attributen op de afbeeldingen.
Deze illustratie, naast die van Tweelingen, maakte me heel nieuwsgierig
naar de betekenis van wat je hier ziet. Ik moet nog verder zoeken.
Boogschutter= Sagittarius
Is het een modieuze pantersjaal of zijn het zijn vleugels?
Dit sterrenbeeld behoort wordt vaak afgebeeld als een centaur die een pijl
en boog spant. In de mythologie wordt Sagittarius vaak geassocieerd met Chiron,
de wijze centaur die helden zoals Achilles onderwees.
Die mythologie zijn wij in het westen grotendeels kwijt geraakt maar vormt
een hele mooie serie verhalen.
Steenbok= Capricornus
De Steenbok wordt vaak geassocieerd met discipline, ambitie
en doorzettingsvermogen.
Als je de achterkant los ziet van het hele beeld dat zijn er maar weinig
redenen om aan een steenbok te denken.
Het lijkt meer of er een tak, met daarop een blad, uit een slakkenhuis steekt.
Vissen= Pisces
Een beetje saai. Het is net of je naar een aquarium zit te kijken waar
iemand zijn hengel in heeft uitgeworpen. Je ziet een lijn met vele ‘haken’.
Als je er de waterman, die al in eerder bericht te zien was, er bij telt,
dan heb je van alle afbeeldingen in de Aratea die te maken hebben met de
dierenriem, een afbeelding gezien.
Dat was mijn belofte.

























































































































































