Wij gaan graag (ver) op vakantie maar er zijn heel veel redenen om altijd weer terug te willen naar Breda.
Boekje opendoen voor Kerst
Nieuwe Kerstboom op een soort plateau met als slinger een eenvoudig rood-wit touwtje en een kralensliert met kralen van aluminiumfolie.
De boekband van de taalgids Mandarijn-Chinees hergebruikt. Grijs metallic gespoten en toen er een kerstboom in gelijmd. Boekje kan open en dicht.
Het zal duidelijk zijn dat ik aan het knutselen met boeken (boekselen) ben geweest. Hier een kleine ster.
Daar kun je natuurlijk ook een grote versie van maken.
Cyprus – Eiland in beweging
‘Eiland in beweging’ is de naam van de tentoonstelling over de
geschiedenis van Cyprus in het RijksMuseum van Oudheden
in Leiden.
Op 9 november was ik in Leiden voor de BoekKunstBeurs en heb
toen in de middag deze tentoonstelling bezocht.
Zoals vaak maakte ik er ook wat foto’s, en nu ik terugkijk
in de catalogus, veel te weinig foto’s.
De periode van bewoning van Cyprus is lang en er zijn dan ook voorwerpen die heel ver terug gaan in de geschiedenis. Dit beeldje met duidelijke trekken van een mens dateert van 2000 – 1750 voor Christus.
Beeldje van een vrouw met een vogelbek, aardewerk, Kazaphani, 1650 – 1050 voor Christus. Prachtige vorm.
Mengvat of krater met octopus, aardewerk, 1300 – 1200 voor Christus.
Kom je net van de BoekKunstBeurs en tref je op de tentoonstelling naalden en een priem aan. Basisgereedschappen voor een boekbinder. Naalden en priem van been, Khirokitia, 4000 – 3000 voor Christus.
Vrouwenportret, terracotta, Kyra-Agios Georgios Rigatos, 625 – 600 voor Christus.
Mannenportret met getrimde haardracht en een lach om de lippen die aan een Egyptische glimlach doet denken. Kalksteen, 575 – 550 voor Christus.
Mannenportret met een krans van eikenblad rond het hoofd. Daarom zou dit een Priester van Zeus kunnen zijn. De baard is typisch Perzisch. Kalksteen, Athienou, 470 – 460 voor Christus.
Vrouwenportret (meer dan levensgroot) in oosterse stijl. Kalksteen, Marchellos (?), omgeving Palaepaphos, 550 – 500 voor Christus.
Krijgers te voet (wijgeschenken). Terracotta uit diverse vindplaatsen. 600 – 500 voor Christus.
Cyprus, rituele vaas, Pygos, 2500 – 2000 voor Christus. Limassol. Op de vaas zijn scenes te zien die uitbeelden het persen van druiven, ploegen en bijvoorbeeld het kneden van deeg.
Detail met zwaarbeladen ezel en het persen van druiven.
Beeld van Aphrodite, marmer, 200 – 50 voor Christus, gevonden in de haven van Paphos.
Gehoornde man op troon. Kalksteen, 400 – 200 voor Christus.
Europa op de stier, terracotta, 600 – 475 voor Christus.
Plankvormig figuurtje, terracotta, 2500 – 2000 voor Christus.
De tentoonstelling heet niet voor niets ‘Eiland in beweging’.
Het toont de ontwikkeling in de tijd maar ook de invloeden
van omliggende landen, die op hun beurt ook voor ‘beweging’ zorgen.
Letterlijk zie je Cyprus op de golven
van de Middellandse Zee meebewegen.
Die golven werken door tot op de dag van vandaag.
Plankvormige dubbelfiguur, terracotta, Deneia, 2100 – 2000 voor Christus.
Theatermasker, terracotta, 330 – 100 voor Christus.
De foto is misschien niet zo mooi maar deze kan is prachtig. Al die geometrische figuren. Wijnkan, aardewerk, 600 – 475 voor Christus.
Wijnkan, aardewerk, 1650 – 1050 voor Christus.
Grafbeeld van een jongen met vogeltje, terracotta, Polis Chrysochous, 400 – 300 voor Christus.
Grafmonument voor een overleden vrouw in de vorm van een tempel, kalksteen, Marion, 450 – 400 voor Christus.
Cyprus. Leeuw, kalksteen, Tamassos, 550 – 500 voor Christus.
Schalen, aardewerk met faience, 13e – 15e eeuw. Beweging in glazuur.
Op de tentoonstelling werd dit werk en ander aardewerk vergeleken met veel moderner aardewerk van bijvoorbeeld Picasso.
Kan met geit en lotus, aardewerk, Cypro-archaïsch, circa 8e – 7e eeuw voor Christus.
Kan met vogel, aardewerk, 600 – 475 voor Christus.
Pablo Picasso, plaquette met gezicht, aardewerk, 1955 – 1965.
Pyxis, aardewerk. Bellepais Vounous, graf 64, nummer 138 (opgegraven door een Franse missie), Midden Bronstijd, circa 1900 voor Christus.
Duo presentatie: Torso van Aphrodite, marmer, 2e eeuw na Christus, links en Yves Klein: Venus bleue pigment op gips, 1970, rechts.
Als je meer wilt zien of weten: de tentoonstelling loopt nog een tijd en dit is de catalogus die er bij verschenen is. Ga kijken! De redactie van het boek was in handen van Ruurd Binnert Halbertsma en Despina Pilides.
Boekselen
‘Boekselen’ staat voor knutselen met boeken.
Het idee had ik vooraf al gelezen en sprak me direct aan.
Op de BoekKunstBeurs was Loes Vork aanwezig.
Ik had geen tijd om bij haar een workshop te volgen maar
heb toen wel een do-it-yourself pakket gekocht voor Kerst
en haar boek.
Gisteren geprobeerd om kerstbomen te maken met katernen
van bladen uit oude boeken.
Daarvoor ben ik naar de Kringloop gegaan en heb er 3 boeken gekocht:
Het doe-het-zelf pakket van Loes Vork.
De drie boeken: niet geselecteerd op titel maar op grootte, omslag, soort papier en op het feit dat de boeken genaaid zijn en dus uit katernen bestaan. ‘Tarzan’, ‘De kracht van de liefde’ en Taalgids Manderijn-Chinees’ zijn de titels.
De katernen snijd je los. Dan moet je nog afrekenen met de lijm.
Een keer met een stukje schuurpapier erover is voldoende om het schoon te maken.
Bij bladen die moeilijker uit het boek komen moet je wat meer schuren. Je kunt die bladen ook wegdoen of gebruiken als mal.
Het boek ‘De kracht van de liefde’ heeft veel gladder papier en heeft veel rode en bruine pagina’s.
Uit de drie boeken (2,50 euro) haal ik voldoende materiaal voor ruim 15 kerstbomen.
Een eerste resultaat.
Bij ‘Tarzan’ heb je pagina’s met alleen maar tekst. Ik heb op de snijmachine de marges van het papier afgesneden zodat ik eigenlijk alleen maar tekst over hou.
Bij deze poging heb ik de katernen niet gelijmd maart ‘gebonden’ met een cahiersteek met dit rood/witte touw.
Resultaat 1 en 2. Het papier van ‘Tarzan’ buigt de uiteinden van de ‘takken’.
Dit is het boek van Loes Vork: Uitgelezen – Boekselen; verander een boek in je eigen creatieve speeltuin. Daar kom ik binnenkort nog op terug.
Ik luister nu naar Aretha Franklin: kippevel!
Aretha Franklin, Amazing Grace, the complete recording.
Kippevel in de Volkskrant (Joris Westerveld, 13 juli 2018:
Waarom krijgen we kippevel van mooie muziek?)
Wat verklaart die reactie? Eigenlijk is het krijgen van kippevel of de rillingen vooral een cadeau van onze prehistorische voorouders. ‘Zij hadden een flinke bos haar op hun lichaam’, zegt Hein Daanen, hoogleraar inspanningsfysiologie aan de Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. ‘Wanneer die overeind gingen staan, zorgde deze vacht voor een betere isolatie.’ Hoewel de reactie zijn oorspronkelijke doel heeft verloren, spannen de spiertjes bij onze haarzakjes zich nu nog steeds aan bij kou. Dat is te zien als de bultjes die we kippevel noemen. Kippevel kan ook veroorzaakt worden door een schrikreactie. Het lichaam maakt dan het hormoon noradrenaline aan om klaar te zijn voor een vecht-of-vluchtreactie. Ook hierdoor gingen bij onze voorouders de haren overeind staan. Dit zorgde ervoor dat ze er groter en bedreigender uitzagen, wat de overlevingskansen ten goede kwam.
Maar waarom krijgen we soms ook kippevel of rillingen bij mooie muziek, film of poëzie? Het limbisch systeem speelt een hoofdrol, zegt Daanen. Dit gebied in de hersenen is betrokken bij emoties en indirect verbonden met het sympathisch zenuwstelsel: een rij zenuwknopen naast de ruggegraat en in de buik die emoties omzet in lichamelijke reacties. Daniel Levitin, een Amerikaanse neurowetenschapper en schrijver, denkt dat een mooi muziekfragment het lichaam kan foppen. Als je kippevel krijgt bij de uithaal in Hello van Adele, is dat niet omdat je schrikt maar omdat het je ontroert. ‘Het limbisch systeem is mogelijk niet nauwkeurig genoeg afgesteld om die twee emoties te onderscheiden, waardoor de uithaal toch kippevel veroorzaakt.’ De rilling die daarmee soms gepaard gaat, is een gevolg van kippevel op de rug.
Boekbindavonturen
De afgelopen tijd lagen door activiteiten op mijn werk en de Boekkunstbeurs de activiteiten aan ‘The Art Of Bookbinding’ even stil. Dat wordt ook veroorzaakt doordat het werk aan de sluiting van het boek tegenzit. Dat schuif ik even vooruit. Maar het begin van de sluitriem is gemaakt en ziet er ook goed uit.
Van de chevronsteek ben ik afgestapt. Het resultaat was niet goed genoeg. Dus dat probeer ik bij ‘Van den vos Reynaerde’ opnieuw. Hier dus een eenvoudige kapitaalsteek. Ik kan niet goed genoeg bij of om de kapitaalkern. Peter Goddijn waarschuwt daarvoor al in zijn boek. Nu is dat niet zo erg. Je ziet dan de draden onregelmatig uit het boek komen. Meer storend is dat ik op 1 plaats de rode draad tussen het wit heb laten uitkomen. Dat ga ik nog corrigeren.
Het beslag is bevestigd op de voorplat.
Ik moet zeggen: het boek gaat goed open en is goed leesbaar. Het boekblok zit nergens te strak of zo iets. Dus ik kan straks dit boek gewoon lezen als ieder ander modern boek.
Laatste ontwikkelingen in Valkenberg
San Andrés Xecul
Onderweg van Quetzaltenango naar Chichicastenango.
In Guatemala zijn we deels met privé-vervoer gegaan en
deels met ‘gemeenschappelijk’ vervoer.
Een reis volledig met eigen chauffeur was te duur.
Maar er zijn delen van de reis die goed te doen zijn met
een busje. Want wat is het verschil?
Met Privé-vervoer komt iemand met een auto je bij het hotel ophalen
en brengt je op de plaats van bestemming. Onderweg kan die auto
stoppen om een plaats te bezoeken, iets te eten of gewoon even de
benen te strekken.
Op andere trajecten gaan we met een busje waar ook andere toeristen
mee reizen. Daar heb je minder vrijheid en meestal ook minder plaats.
Maar wij hebben ervaren dat beide best kunnen.
Neem je tijd. Plan na een lange reis niet gelijk weer een lang traject.
Vandaag reizen we van Quetzaltenango naar Chichicastenango.
Tussen door doen we twee plaatsen aan San Andrés Xecul en Salcajá.
In Salcajá zijn we niet uit de auto geweest. Het was er druk en markt.
In Salcajá rijden we langs de kerk van San Jacinto, gesticht in 1524,
een van de eerste, zo niet de eerste kerk in Midden-Amerika.
San Andrés Xecul (de X spreek je uit als S) was heel rustig en
heeft een bijzondere kerk. Dus tijd genoeg om even te gaan kijken.
San Andrés Xecul.
Om echt mooie foto’s te maken stond de zon net verkeerd. Maar we hadden niet zoveel te kiezen.
Maar, misschien was het uitzicht onderweg nog wel het mooist. Hier zie je meerdere vulkaantoppen achter elkaar liggen.
Chichicastenango zal die middag blijken sensationeel te zijn.
De komende dagen daar meer over.
Kristallnacht: Wel bevrijd maar niet vrij
Dit boekje kwam ik tegen in het Chassé Theater in Breda. Het is gemaakt in het kader van de herdenking van de Kristallnacht. Op de nacht van 9 op 10 november 1938 begonnen de fascisten in Duitsland met geweld de openbare jacht op de Joodse medeburgers. Het boekje bevat naast een paar beschouwende teksten de namen en adressen van Joodse burgers van Breda die de oorlog niet overleefden.
Als je het boekje ergens tegenkomt, neem er een mee en lees het.
Aretha Franklin: Amazing Grace
Wat vind ik precies van de film die in afgelopen week zag.
Film is misschien niet het juiste woord. Documentaire lijkt me beter.
Maar dat doet er eigenlijk niet toe.
Ik worstel een beetje met mijn reactie.
Je leest zo gemakkelijk recensies waarbij grote woorden
het blad vullen.
Maar dit optreden is sensationeel.
De energie, de vervoering, spat van het doek.
Van Aretha, de bezoekers, het koor, de cameramensen.
De magere technische kwaliteit van de beelden doet er niet toe.
Kijk hoe Sydney Pollack, terwijl hij door de zaal loopt,
zijn cameramensen aanstuurt, aanvuurt, om met handcamera’s
waarvan met de hand de lens steeds moet worden ingesteld,
in een kerk die nauwelijks voorbereid is op opnames,
een film probeert te maken.
Tegelijk zie je het fantastische resultaat
als een soort picture in picture.
Tot mijn schaamte moet ik toegeven dat mijn achting voor
Mick Jagger en Charlie Watts (aanwezig bij de tweede avond van het concert)
is gestegen.
De naam ‘Amazing Grace’ ligt wat mij betreft iets te veel voor de hand.
Ik hies voor ‘Climbing Higher Mountains’.
Amazing Grace, Aretha Franklin.
*****
Tijdsbeeld: ‘Gevoel is mooi, maar overtuigt alleen de gelovigen’
Het onderhoud van de tuin kost veel tijd
In de aanloop naar Kerst in Quetzaltenango
Aan het centrale plein van Quetzaltenango zit een terras van een cafe/restaurant op behoorlijke hoogte. We gingen er wat drinken. In de avond is het op deze hoogte (2300 meter boven zeeniveau) behoorlijk koud. Maar het uitzicht op het plein is leuk.
In de ochtend is het plein zonovergoten, gelijk een stuk warmer.
Aan het plein ligt Café Barista. We zouden na de ochtend vertrekken dus bleven in de buurt van het plein en dronken hier koffie.
Binnen een heel modern ingericht pand.
Quetzaltenango ligt in de heuvels (vulkanen).
Op de foto zie je niet al die verschillende soorten politie en militairen die je steeds maar weer voorbij ziet komen. Met volle bewapening.
In een hoek van het plein staan steeds marktkramen. Een heeft wel een heel bijzonder product.
Appels van het merk Rembrandt. Wat doet die leeuw daar bij? Washington State Apples.
Blijkbaar is Washington State (de staat Washington in de VS)
een hele goede plaats om appels te kweken.
Nooit geweten.
We bekijken de kathedraal nog eens wat beter.
Iglesia del Espiritu Santo
The original Espiritu Santo church, now a cathedral,
was the second church built in Guatemala (1532) bij order
of Monsignor Francisco Marroquin. The baroque style colonial facade that remains today, built at the end of the seventeenth century, was not part of the original structure.
The Franciscan convent that was located adjacent to this building was from the same period.The convent and church were demolished sometime
between the end of the nineteenth century and
beginning of the twintieth century. Only the church
facade, bell tower, and Virgen del Rosario chapel
were left standing. In March 1905, the parish priest
intervened to halt the demolition of the bell tower,
saying that “..it would be difficult to find an
appropriate location for the bells.” The neoclassical
structure of the present day cathedral, designed by
the architect Alberto Porta, was built in the 1900’s.
Er was hier al een kerk in 1532.
Die is bijna helemaal vernield bij aardbevingen.
Bij de sloop van de kerk is een deel van de gevel, de klokkentoren
en de Virgen del Rosario-kapel blijven staan.
Men wist niet waar anders de klokken in onder te brengen.
Op de plaats van het Franciscaans klooster is de huidige kerk gebouwd.
Alberto Porta is de Italiaanse architect die de kerk ontwierp.
Wat deze tekeningen precies voorstellen en hoe oud ze zijn, werd me niet duidelijk.
Aan het andere eind van het centrale plein lag ons hotel. De gevel is niet groot maar het hotel was dat wel.
Dit is een passage, een oude vorm van een winkelcentrum. Er zitten nu vooral veel horeca gelegenheden.
In de avond was het hier helemaal vol: Pasaje Enriquez.
Photo of the Military Headquarters, known as the
Comandanoia de Armas, during the second half
of the nineteenth century.
This buikding was later demolished, in
order to build the Pasaje Enriquez.Pasaje Enriquez, the first shopping
center in Quetzaltenango, shortly
after its completion.
Prior to the construction of Pasaje Enriquez, this was the site of the Casa Real, also known as the Casa de los Corregidores, and, later, the Comandancia de Armas. In 1986, Juan B. Enriquez requested permission from
City Hall to close off the portals in front of his house in order to incorporate stores. Construction began in 1899,
under the direction of the Italian architect Alberto Porta. The engravings were done by the artist Luis Liutti.
Zo kijk je dan weer naar het centrale plein.
Feliz Navidad op de ruiten van een van de gelegenheden in de passage.
In het hotel konden ze er ook wat van. Tijd om naar Chichicastenango te gaan.
Eerder deze week gevonden in de kringloopwinkel
Inge Wijde, pseudoniem van kunsthandelaar A.J. Boer, Kluchten en drama’s in den kunsthandel. Het exemplaar is misschien niet de mooiste die je er van kunt krijgen. Maar ik kocht de drie boeken die ik de afgelopen dagen liet zien voor 2 euro. Het gaat hier om de derde druk uit 1946.
Voor mij was de vraag: wie is die Inge Wijde?
Veel informatie kon ik er niet over vinden behalve dan in een artikel
van Lien Heyting in het NRC:
Lien Heyting, 31 december 1993, NRC:
De meester-vervalser
A.J. Boer, de eigenaar van de Haagse kunsthandelaar Oudt-Holland, waar Eterman voor en na de oorlog zijn doeken exposeerde, heeft op het toneel van de kunstvervalsingen een merkwaardige rol gespeeld. Onder het pseudoniem Inge Wijde publiceerde hij in 1944 het boekje Kluchten en drama’s in de kunsthandel. Hierin beschrijft hij een kunsthandelaar die een stroom vervalsingen onder ogen krijgt. Inge Wijde constateert: ‘De Rembrandtjes, de Frans Halsjes, de B.C. Koekkoeks, de Schelfhouten, de Marissen en Breitners worden verhandeld of het knikkers zijn. Het publiek koopt ze gretig, of ze mooi en echt zijn is een ander verhaal. Voeg daarbij dat een groot deel koopt in de verbeelding zelf te kunnen beoordeelen wat goed of slecht, valsch of echt is, dan begrijpt u dat het een dikke tijd voor de kunstzwendelaars en voor de vaak even gevaarlijke amateurs en gentleman-dealers is.”
Aan Ed Gerdes, tijdens de oorlog hoofd van de Afdeling Beeldende Kunsten bij het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten, meldde A.J. Boer in 1944 in een likkerig briefje dat hij zijn boekje geschreven had ‘in het directe belang van cultuurkamer en publiek’. Hij had het niet onder eigen naam gedaan, zo voegde hij hieraan toe, omdat het dan reclame voor zijn eigen firma geweest zou zijn.
Probeerde Boer met zijn publicatie op sluwe wijze tegenover de nationaal-socialistische autoriteiten de aandacht af te leiden van zijn eigen handel en wandel, zijn blazoen te zuiveren door zich voor te doen als een handelaar die niet meedeed aan de verlakkerij en deze juist manmoedig aan de kaak stelde? Het zou wel buitengewoon doortrapt zijn geweest.
Haagse antiquairs die Aad Boer nog gekend hebben, beschrijven hem als ‘een mannetje dat in schilderijen deed en daar dik zijn geld mee verdiende’. Dat hij in de oorlog handel dreef met de Duitsers staat volgens hen vast: ‘Als je, zoals hij, een open zaak had, kwamen er Duitsers binnen. En die kochten, vooral wanneer je oud-Hollandse kunst kon aanbieden.”
De veronderstelling dat A.J. Boer in zijn kunsthandel Oudt-Holland de vervalsingen van Eterman te gelde maakte, ligt voor de hand. Maar hier tasten we in het duister. Er waren talloze mogelijkheden voor Eterman om zijn meesterwerken te slijten. In Den Haag was bijvoorbeeld van enkele veilinghuizen bekend dat ze zich niet bekommerden om de herkomst van de vele oude schilderijen die ineens opdoken.
Als Boer wel medeplichtig was aan de verkoop van Etermans namaaksels, dan zou men zelfs kunnen opperen dat het een daad van vaderlandsliefde was om de Duitsers met vervalsingen af te schepen. Als dit zo zou zijn, dan was zijn boekje en het briefje aan cultuurbaas Gerdes dubbel doortrapt.
Op Wikipedia vind je het volgende over Eterman:
Joannes Mathias Diekmann (Den Haag, 18 november 1889 – aldaar, 22 april 1955) was een Nederlands kunstschilder en meestervervalser.
Diekmann is niet erg bekend geworden met zijn schilderijen, maar behoorde tot de vriendenkring van Marten Toonder. Marten Toonder besteedde in zijn memoires veel aandacht aan de in mystiek geïnteresseerde schilder. Diekmann was de inspiratie voor de stripfiguur Terpen Tijn in de Bommelsaga.
Diekmann werkte onder het pseudoniem Eterman, maar signeerde zijn schilderijen ook met namen van 17e-eeuwse Hollandse meesters. Hij stond bekend als meestervervalser.
Het boek is origineel verkocht door een boekhandel in Middelburg: W. de Jong, voorheen F.P. d’Huy.
Van die boekhandel vond ik op internet de volgende afbeelding. Het is een ansichtkaart van de Lange Burg in Middelburg met helemaal rechts vooraan op nummer 26 de boekhandel van d’Huy in beheer door W. de Jong.
Op de website van Lukas de Jong staat een ansichtkaart van Middelburg
met daarbij de volgende tekst:
Lange Burg, vanaf de Markt naar de Groenmarkt, geheel rechts nr.26, boekhandel van d’Huy in beheer door W. de Jong, Wal 1. bron: Kees d’Huy
De titelpagina vermeldt de tekenaar die de mooie illustraties maakte: Pol Dom. De foto’s in het boek zijn van A. Dingjan. De uitgever is Nederlandse Uitgeversmaatschappij N.V., Leiden.
Achter in het boek staan dan nog 10 adviezen van de schrijver: De tien geboden voor den kunstkooper.
1. Bewonder eerst het werk….dan de signatuur.
2. Beter een goede reproductie dan een slecht schilderstuk.
3. Lees over kunst, ga kunst zien en ook gij zult gaan begrijpen.
4. Kunst is altijd goedkoop, rommel steeds te duur.
5. De naam is te vervalschen….een genie nooit.
6. Het goede werk van den kleinen meester is vaak beter dan het slechte van den grooten.
7. Verzamel schilderijen, geen namen.
8. Wees met kunst nooit eenzijdig, waardeer het goede uit alle tijden.
9. De waarde van een kunstwerk is met liefde uit te drukken….niet met cijfers.
10. Een kunstwerk is bestemd voor de eeuwigheid, verzorg het dus als gold het U zelf.
Aan het eind van het boek staat dan nog een serie voorbeelden van waar het mis gaat in de handel. Ik koos dit voorbeeld met een werk van Petrus van Schendel (rechts) en dat van een tijdgenoot/navolger (links).
Dan moet ik het boek nog lezen!
De tekeningen in het boek zijn heel grappig.
Ik hoop dat de tekst dat ook is.
Georges Rouault
Al eens eerder was er werk van deze kunstenaar te zien
op mijn weblog. Deze week stuitte ik op een tentoonstellingscatalogus
uit 1952 van het Stedelijk Museum Amsterdam.
De tentoonstelling was van 9 mei tot 30 juni 1952.
Een klein boekje met een inleiding, een serie foto’s van werk van
Rouault en een lijst met 91 werken waarvan ik uit ga dat die
te zien waren en een levensbeschrijving.
Ik maakte een keuze uit de zwart/wit foto’s.
Georges Rouault, cat. 15, Odalisque, olieverf op doek, 1907.
Georges Rouault, cat. 22, Les Fugitifs, Gouache, 1911.
Georges Rouault, cat. 32, L’apprenti ouvrier (de leerjongen), olieverf op doek, 1952.
Georges Rouault, cat. 30, Gilles, papier, 1914 – 1930.
Georges Rouault, cat. 35, Le Christ aux outrages of Christus gesmaad, olieverf op doek, 1932. Toen ook al in MOMA.
De doeken zijn echt niet zo zwart/wit als de foto’s tonen.
Dat werd veroorzaakt door financiële beperkingen in 1952.
Dit is de foto van het werk van MOMA:
Georges Rouault, cat. 38, Crucifixion, olieverf op doek, 1938.
Georges Rouault, cat. 46, Tête du Christ, 1937 – 1938.
Georges Rouault, cat. 55, Les Juges of Rechters, olieverf op doek, 1939 – 1948.
Gisteren gevonden bij de kringloop
Gisteren vond ik drie boeken bij de Kringloopwinkel; in Breda.
De eerste was gisteren al op mijn weblog te zien.
Vandaag het tweede.
Nu ik er nog eens over nadenk toon ik ze niet in de volgorde
dat ik ze vond. Ik toon ze in de volgorde van vermeend belang
voor mij.
F. Schmidt-Degener, Rijksmuseum – Gids met afbeeldingen. Maart 1938. Het boek heeft een kaft met vlekken en ezelsoren. De omslag zit op een aantal plaatsen los. Daar is nog wel iets aan te doen. Het boek is intensief gebruikt. Het lijkt wel of het boek werkelijk als naslagwerk in het museum is gebruikt. In de ‘naamlijst van kunstenaars’ staan met potlood aantekeningen en veel kunstwerken staan afgevinkt.
Wikipedia:
Frederik Schmidt Degener (Rotterdam, 10 december 1881 – Amsterdam, 21 oktober 1941) was van 1908 tot 1921 directeur van het Museum Boijmans in Rotterdam en van 1921 tot 1941 directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam. Daarnaast was hij kunsthistoricus, essayist en dichter.
Nog even een opmerking.
Ik noem Frederik Schmidt Degener hier als schrijver van de catalogus
maar tot nu toe ben ik zijn naam alleen tegengekomen onder de inleiding.
Op Delpher wordt M.C. Schoch genoemd als co-auteur.
Van deze persoon kan ik op Internet of op de website
van het Rijksmuseum niets vinden behalve dat het Rijksmuseum een exemplaar
van hetzelfde boek heeft.
Dit vond ik erg leuk. Er zitten 2 plattegronden in met beschrijving van de zalen: 234 Rembrandt’s Schuttersoptocht, bladzijde 41 (wij zouden nu zeggen de Nachtwacht). Daarnaast is in het rood de looproute aangegeven. Dit is te zien op deze plattegrond: Hoofdverdieping, kunst der 15e, 16e en 17e eeuw.
De tweede plattegrond met de benedenverdieping en de Drucker-uitbouw.
Wikipedia:
De Druckeruitbouw is een gebouw van het Rijksmuseum Amsterdam, geopend in 1909, om de collectie Drucker-Fraser, een kunstcollectie van ‘moderne’ negentiende-eeuwse kunstwerken van de Haagse school, afkomstig van het kinderloze echtpaar J.C.J. Drucker-Fraser, tentoon te stellen. Tot dan stond een deel van de huidige collectie sinds 1904 in het Fragmentengebouw, maar daar was plaatsgebrek. In 1913 werd begonnen aan een uitbreiding, die in 1916 gereed kwam.
…
In 1996 is de Druckeruitbouw door architect Quist met het fragmentengebouw gerestaureerd tot de Zuidvleugel, tegenwoordig de Philipsvleugel. Tijdens de verbouwing van het Rijksmuseumgebouw in 2003-2013 was de Zuidvleugel de hoofdtentoonstellingsruimte. Sinds 2014 is er onder meer het restaurant RIJKS® gevestigd.
In de gids is een hele serie foto’s van werken opgenomen.
Meer details gaan volgen.
Vandaag gevonden bij de kringloop
Al een tijdje zoek ik een aambeeld, of iets dat je als
aambeeld kunt gebruiken (stuk spoorbiels of eigenlijk ieder
stuk massief staal).
Wie weet, dacht ik, misschien hebben ze iets bij de Kringloop.
Drie boeken vond ik er.
Dit zag ik als eerste: een catalogus uit 1952 over een tentoonstelling van het werk van Georges Rouault in het Stedelijk Museum in Amsterdam.
Wikipedia:
Georges Rouault (Parijs, 27 mei 1871 – aldaar, 13 februari 1958) was een Franse expressionistische en fauvistische schilder.
Binnenkort meer over deze catalogus geschreven door Georges Salles en Lionello Venturi.
Wikipedia:
Georges Salles (24 September 1889 – 20 October 1966) was a 20th-century French art historian.
Lionello Venturi (25 April 1885, Modena – 14 August 1961, Rome) was an Italian historian and critic of art. He edited the first catalogue raisonné of Paul Cézanne.
In een overzicht met werken van zijn hand wordt het volgende genoemd:
‘Rouault: biographical and critical study, 1959’.
Binnenkort meer over dit boek en de twee andere die ik kocht.
Vorderingen aan de bestrating in het Valkenberg
21/12/2018 Quetzaltenango
Op 21 december 2018 bezochten we, als een soort tussenstop, Quetzaltenango.
Wat een prachtige naam voor deze kleine stad in Guatemala
in een heuvelachtige omgeving.
Geen heel bijzondere stad maar het was er goed toeven.
Het weer was overdag goed. In de avond werd het kouder.
Het hotel lag aan het centrale plein in de stad.
We kwamen er aan ruim op de middag.
Daar zijn de volgende foto’s van.
Deze foto maakte ik onderweg van Guatemala City naar Quetzaltenango.
Het is goed te zien dat dit deel van Guatemala vulkanisch is.
Onze kamer in het hotel keek uit op het centrale plein van de stad. De kerstverlichting hing al overal en ook voor ons raam. Het is dus geen uitzicht uit een gevangenis.
Dit is beter. Rechts een grote, versierde kerstboom. Links aan het plein (niet op de foto te zien) ligt de grote kerk van Quetzaltenango.
Een ander uitzicht vanuit het hotel. Nu zijn de koepels van die grote kerk rechts van het midden te zien. Maar het gaat op deze foto vooral om het landschap.
In de stad is ook een markthal en dit is een straat daar in de buurt.
Een groentekraam buiten bij de markthal.
De plaats is niet heel toeristisch. Er zijn dan ook niet veel gelegenheden in het centrum om eens culinair te gaan genieten. We hebben er natuurlijk wel gegeten maar de meeste gelegenheden hadden het karakter van fast food.
In de markthal waren ook heel wat kramen met vlees.
De grote kerk van Quetzaltenango bestaat uit twee stukken: een soort losstaande oude gevel met daarin een kapel en een moderne kerk. Die twee zijn tegen elkaar gebouwd. Hier zie je links de oude gevel en rechts de moderne kerk.
Dit is de oude gevel. De meeste verkopers van souvenirs hebben lokale toeristen op het oog. Dat maakt het allemaal geel relaxed.
Een stukje van het centrale plein af zie je deze voetgangersbrug.
Op het centrale plein is het druk. Veel mensen gaan vanwege de kerstdagen naar de kerk. Een deel van die mensen zijn traditioneel gekleed.
The Art of Bookbinding
Als je aan het leer begint ziet het boek er al snel als een heel interessant object uit. Hier pas ik het boek nopg eens nadat ik het leer op maat heb gesneden.
Deze middeleeuwse binding met houten platten heeft geen versterking op de rug. Dus het leer wordt direct op de katernen bevestigd. Dus zie je de oneffenheden van de rug door het leer heen. De leren riempjes vormen de ribben op het boek. Dit zet ik niet extra aan met een vouwbeen. De uitstraling blijft dan zo natuurlijk mogelijk.
Het leer is aan de houten platten en de rug bevestigd. Ik maak de omslagen niet zoals Goddijn beschrijft: zoals we een boek kaften. Ik heb een methode geleerd die een mooi resultaat geeft en daarom pas ik die hier toe. De eerste dummy had wel omslagen zoals het kaften van het boek. Die twee uitvoeringen kan ik dan straks nog eens goed vergelijken voordat ik aan Van den vos Reynaerde begin.
Hier zie je dat het leer voorbereid is om de omslagen te maken. Overigens beide teksten (The Art of Bookbinding en Van den vos Reynaerde) zijn beide uitgegeven door Atelier de Ganzenweide.
Even het boekbeslag passen als de omslagen goed vast zitten. Het boek laat ik nu een paar dagen goed drogen. Dan moet ik de kapitalen aan het boek maken, dan ga ik het beslag en de sluiting afmaken en bevestigen. Leeslint?







































































































































