Logogrief

Een paar dagen geleden zocht ik een boek in mijn boekenkast.
Zoals altijd vond ik het boek wat ik zocht maar er was ook ‘bijvangst’.
Ik zag een goed ingebonden boek waarvan de rug niet direct een
lichtje liet branden.
Wat is dat?

Ik nam het mee en heb er veel uren in doorgebracht.
Het bleek een verzameling te zijn van ‘Boek & Band’.
Volgens het boek (tweede druk): ‘Boek & Band is het mededelingenblad
van de Nederlandse Handboekbinders- en Bandenontwerpgroep (NHB)’
Eerste jaargang no. 1 van het blad is van oktober 1984.

Binnenkort hoef ik een dergelijk boek niet meer te kopen want
leden van de Stichting Handboekbinden krijgen toegang tot de

‘gedigitaliseerde uitgaven van de Stichting Handboekbinden en haar voorgangers. De tijdschriften omvat o.a. de tijdschriften ‘Handboekbinden’, ‘Vouwbeen’, ‘Boekbehoud’, ‘Boek & Band’ en ‘Tampon’. De tijdschriften gaan terug tot ongeveer 1920 en het archief groeit constant.’

In Boek en Band vond ik een leuk artikel.
Het ging over een ‘logogrief’, dat begrip kende ik niet.
Er werd wel verwezen naar een ander boek dat ik heb.
Het begrip komt ook voor in ‘Opperlandse taal- & letterkunde’
uitgebracht door Battus (Hugo Brandt Corstius).
Dus even opgezocht.

BattusOpperlandseTaalEnLetterkunde

Mijn exemplaar is een zesde druk, 1985. Tweede hands, gekocht voor 9 gulden.


Nu geeft Battus geen definitie van wat een logogrief is.
Ook op internet kom ik niet echt verder: een taalspelletje of raadsel.
Meer kan ik er niet van maken.

BattusOpperlandseTaalEnLetterkundeJSpierLogogrief

Battus voert dit voorbeeld op van J. Spier. Leuk maar echt iets anders dan wat ik in Boek & Band las.


Boekenkast

Want dit is het gedicht ‘Boekenkast’ van Mr. J. Versfelt. En dat las ik in ‘Boek & Band’. Een klein raadsel. De cijfers verwijzen naar de letters van het woord ‘boekenkast’. Het woord dat zo ontstaat is onderwerp van de daarna volgende dichtregels.


Nu stond er in Boek & Band ook een afbeelding van het boekje
uit 1876 waar het gedicht in is opgenomen.
Dat heb ik gekocht want het is een leuke boekband.

IMG_2417MrJVersfeltGedichten1876GebrGiuntaDAlbaniVoorkant

Mr. J. Versfelt, Gedichten, 1876, gedrukt door Gebr. Giunta D’Albani.


IMG_2418MrJVersfeltGedichten1876GebrGiuntaDAlbaniAchterzijde

Op de achterkant komt dezelfde, geblinddrukte, oosters aandoende versiering voor als op de voorzijde. Maar dan zonder de centrale afbeelding in goud.


IMG_2419MrJVersfeltGedichten1876GebrGiuntaDAlbaniRug

Op de rug, niet heel goed zichtbaar: ‘J. Versfelt Gedichten’.


IMG_2420MrJVersfeltGedichten1876GebrGiuntaDAlbaniTitelpagina

Gedichten door Mr. J. Versfelt, Ridder der Militaire Willemsorde, 4de klasse, Vice-president van het Provinciaal Geregtshof in Noordbrabant, geboren 21 april 1805, gestorven 3 december 1874.


IMG_2421MrJVersfeltGedichten1876GebrGiuntaDAlbaniLogogriephenEnz

Op pagina 27 begint het onderdeel van de ‘Logogriephen enz.’ met het gedicht ‘Boekenkast’.


Mooi toch?

Gelezen: As in Tas

De titel is wel leuk maar geen palindroom zoals zijn
vader zo graag maakte.
Zijn vader maakte bijvoorbeeld de zin:
I’m a dad, am I? (Battus)
Je kunt die zin van links naar rechts en andersom lezen,
met hetzelfde resultaat: ik ben vader, niet dan?

Jelle Brandt Corstius schreef een erg leuk boek(je)
over zijn fietstocht van Amsterdam naar de Middellandse Zee.
Hij gaat daar een deel van de as van zijn gecremeerde vader
in de zee uitstrooien.
Jelle is bekend van zijn wat droge interview en vertelstijl
in zijn reisprogramma’s over bijvoorbeeld Rusland en India.
Leuke gebeurtenissen, terugmijmeringen en veel zelfspot brengen ons vanuit
Amsterdam naar Saint-Maries-de-la-Mer.

Een van de stukje die ik erg leuk vond is hierna te lezen.
Vooral zijn conclusie in de laatste zin vond ik leuk,
al ben ik het met zijn analyse niet eens.

Dat is misschien wat ik in Nederland het meeste mis: de wildernis.
Plekken die geen bestemming hebben.
Ik denk dat wij het enige land ter wereld zijn waar elke vierkante meter een bestemmingsplan heeft.
Thuis fiets ik wel eens een rondje in de buurt.
Een groot deel van de tocht gaat dan over de Diemerzeedijk aan de rand van Amsterdam.
Op het eerste gezicht kom je er dan door een prachtig natuurgebied.
Auto’s mogen er niet rijden, en altijd zie ik wel ergens een konijntje langshuppelen.
Maar aan mijn rechterkant loopt een door mensen gegraven kanaal waar binnenvaartschepen varen.
Aan mijn linkerkant ligt een door mensen gemaakt eiland, IJburg.
Achter mij hoor ik het gedreun van de ringweg van Amsterdam.
Voor mij: de schoorstenen van de energiecentrale.
Boven mij: de hoogspanningsmasten die Amsterdam van energie voorzien.
En onder mij – en dat is het meest bijzondere – een voormalige vuilnisbelt.
In plaats van het te saneren hebben ze dit gebied in plastic verpakt en is er een park op gebouwd.
Hier en daar steekt een schoorsteen uit de grond die het ingepakte afval moet ontluchten.
Voor een kinderprogramma was ik er ooit op stap met een bioloog die vertelde dat ze geen idee hebben wat voor chemische processen zich precies in de gifkuil afspelen.
In elk ander land zou dit een stedelijke wildernis zijn; grond die niemand wil hebben.
Hooguit geschikt om nog meer afval te storten, of misschien als informele tippelzone.
Fietsend over de Diemerzeedijk kan ik genieten van zoveel inventiviteit, maar soms raak ik ook gedeprimeerd omdat ik naar deze vuilnisbelt moet om van de natuur te genieten.
Nederland is de natte droom van elke ingenieur.
Of Nederland is India met infrastructuur, het is maar hoe je het bekijkt.

Jelle Brandt Corstius, As in tas, pagina 130 – 131.

 photo WP_20160327_002JelleBrandtCorstiusAsInTas.jpg