Diverse voorwerpen gedecoreerd met vissen. De voorwerpen worden getoond alsof ze op de bodem van een vijver liggen. In het museum, onder de vloer, onder een glasplaat.
De beschrijvingen van het aardewerk neemt aspecten als decoratie of gebruik vaak niet mee. Gevolg is dat veel beschrijvingen, ondanks hun lengte, identiek zijn. Dat maakt het, zelfs met de bijgeleverde plattegrond, moeilijk met zekerheid te zeggen of de stukken Japans of Chinees zijn. Dat geldt dus ook voor de andere gegevens. Ik heb wel twee foto’s van de opstelling gemaakt omdat ik de vijvervorm voor de vissen grappig vond.
De naam voor dit type poselein, klapmuts, vind ik grappig. Klapmuts, Wanli, Ming dynastie, 1573 – 1620, porselein, Jingdezhen ovens, Jiangxi provincie, China.
Schoteltje, Kangxi, Qing dynastie, circa 1700, porselein, Jingdezhen ovens, Jiangxi provincie, China. Schenking E.D. van Haersma-Buma. De term ‘schoteltje’ zou ik niet gebruikt hebben. Als ik iets zou willen zeggen van de grootte van het bord zou ik de afmetingen hebben opgenomen.
Schotel, Jiajing, Ming dynastie, 1522 – 1566, porselein, Jingdezhen ovens, Jiangxi provincie, China. Schenking S. Ostkamp.
Grafvazen, Zuidelijke Song / Yuan dynastie, 1127 – 1368, steengoed, Jingdezhen ovens, Jiangxi provincie, China. Schenking Robert McPherson.
Qianlong, Qing dynastie, 1740 – 1760, porselein, Jingdezhen ovens, Jiangxi provincie, China. Typisch dat de datering van de uitspraak van de Jezuït (1712) niet aansluit op de datering van het voorwerp (1740 – 1760).
Op de tentoonstelling is een film te zien die uitlegt wie en wat ‘de acht onsterfelijken’ zijn. Je ziet hier de titel. Aanleiding was de fantastische schaal die hierboven te zien is: Shunzi, Qing dynastie, circa 1650.
Een modern beeld van een van de onsterfelijken. Toen ik zelf in Jindezhen was zag ik heel veel moderne versies van thema’s uit het verleden. Zhongli Quan, circa 2000, porselein, Zuid China.
De acht onsterfelijken, circa 2000, steengoed, Feng Zuhui, Shiwan ovens, Guangdong provincie, China.
Binnenkort het derde en laatste deel van de tentoonstelling in het Groninger Museum: Draken & Demonen – 5000 jaar Aziatische keramiek uit de Collectie Anders.
Als je de titel zo leest, zonder verdere achtergrond, dan klinkt het als een titel bedacht door een curator die het gevoel heeft dat het hoog tijd is dat alles anders moet. Weg met de gevestigde gewoontes, alles moet fris, transparant, nieuw en open. Het klinkt haast als een strijdkreet.
In werkelijkheid gaat het om de verzameling Aziatisch keramiek van het echtpaar Georges Anders en Netty Bucher. Een hele mooie, uitgebreide verzameling Chinees porselein en aardewerk aangevuld met voorwerpen uit Japan en overig Azië.
De tentoonstelling laat hoofdzakelijk keramiek zien maar af en toe geeft het een ander inkijkje. Bijvoorbeeld naar zilveren voorwerpen.
De tentoonstelling begon in 2024 en loopt nog tot eind van deze maand. Dus als je een gevoel wilt krijgen bij deze brede collectie dan kun je nu nog naar het Groninger Museum. Ze tonen ongeveer 250 stukken keramiek.
Soms probeer ik hier het verhaal van de curator te herhalen. Ik doe dat dan met mijn selectie uit de aangeboden voorwerpen. Voor de Collectie Anders doe ik het …anders. Ik laat gewoon zien wat ik er mooi vond of mij opviel.
Dit type aardewerk is voor mij wel dé vondst van 2025. Toen zag ik dit porselein in Museum Guimet en Cernuschi in Parijs. Dit jaar zag ik het in Amsterdam en Groningen. Groninger Museum, Draken & Demonen, Pot, Majiayao-cultuur, Banshan type, midden 3e millennium v. Chr, aardewerk, Gansu of Qinghai provincie, China. Schitterend, zo modern maar duizenden jaren oud.
Pot, Ban Chiang-cultuur, 300 voor Chr – 200 voor Chr., aardewerk, Udon Thani provincie, Thailand.
Kom, Majiayao-cultuur en type, laat 4e of vroeg 3e millennium voor Chr., aardewerk, Gansu of Qinghai provincie, China.
Soms vraag ik me af of de standaardisatie van objectbeschrijvingen niet zijn doel voorbij schiet. De standaardisatie heeft waarschijnlijk tot doel om een aantal kerngegevens te verzamelen rond een object. Die eigenschappen plaats je vervolgens in een afgesproken volgorde en met min of meer vaste omschrijvingen. Dus je legt de maker vast en als je die niet weet de cultuur of het land waaruit het voorwerp afkomstig is, de functie van het voorwerp, wanneer het voorwerp gemaakt is, en bijvoorbeeld waar het gevonden is of van wie je het verworven hebt. Dat doe je dan bij voorkeur op zo’n manier dat je de methode kunt gebruiken bij aardewerk, porselein, schilderijen, beelden en gebruiksvoorwerpen.
Maar het eerste doel lijkt me om het voorwerp te kunnen identificeren. Binnen je collectie maar ook binnen het vakgebied. Daar gaat het toch vaak mis. In de collectie Anders zitten tenminste 3 keer 2 voorwerpen met dezelfde omschrijving: Kom, Majiayao-cultuur en type, laat 4e of vroeg 3e millennium v. Chr. aardewerk, Gansu of Qinghai Provincie, China. Verderop zag ik het nog een keer bij de Kendi en bij porselein uit de Jingdezhen-ovens.
Moeten collecties zich niet verplichten om altijd tot een samengestelde beschrijving te komen die uniek is?
Kom, Majiayao-cultuur en type, laat 4e of vroeg 3e millennium voor Chr., aardewerk, Gansu of Qinghai provincie, China.
Schenkkan, Siwa-cultuur, laat 2e millennium voor Chr., aardewerk, Gansu of Qinghai provincie, China.
De decoratie straalt een vrijheid in schilderen uit. Heel levendig en dynamisch. Jaloersmakend. Pot, Yuan dynastie, 1271 – 1368, steengoed, Cizhou ovens, Henan provincie, China.
De achterste Kendi (nummer 38) heeft als omschrijving: Kendi, Wanli, Ming dynastie, 1573 – 1620, steengoed, Fujian provincie, China. De beschrijving van de voorste is overigens identiek terwijl het toch een heel ander voorwerp is.
Deze pot met deksel stond op een draaiplateau zodat de bezoekers alle kanten goed kunnen zien.
Kalebasvaas, Chongzhen, Ming dynastie, 1628 – 1644, porselein, Jingdezhen ovens, Jiangxi provincie, China. De schilders brachten verticale scheidingen aan tussen de voorstellingen op de vaas. Hier een patroon met wolken.
Je kunt de scheiding ook aangeven met een boom of plant.
Ik zat gisteren al een tijdje in de trein.
Van Breda naar het Gronings landschap kost een paar uur.
Ik was om kwart over zeven uit Breda vertrokken.
Gelukkig had ik de volgende Rechter Tie meegenomen:
Het spookklooster.
Daarin kwam Rechter Tie met zijn vrouwen en gevolg in een storm.
Een van de assen van de huifkar brak.
Noodgedwongen besloot hij te overnachten in het
Klooster van de morgenwolken.
Ik maakte een foto van boek en landschap,
alsof ze bij elkaar hoorden
De trein voerde me door een Gronings landschap
met zon en ochtendwolken.
We leken een beetje samen op te trekken.
Later, in de stad Groningen, liep ik langs Antiquariaat Isis.
Eenmaal binnen kwam ik een tweetal leuke spreuken tegen
en een heel grote afdeling filosofie.
Groningen, Antiquariaat Isis, Het is met boeken vaak als met wijn ze zijn beter naarmate ze ouder zijn.
Een boekenwurm is een verstandig beest.
Net toen ik mijn wandeling door de binnenstad wilde vervolgen
zag ik, naast een geknielde farao, een Chinese geleerde.
Misschien stelt het beeldje Confucius voor
maar voor mij is het Rechter Tie.
Daarmee was plots de cirkel rond en helemaal toen ik
in het Groninger Museum binnen ging voor:
Draken & Demonen
– 5000 Jaar Aziatische Keramiek uit de Collectie Anders