Pizza met tomaat en ansjovis. Eenvoudig en heerlijk.
Auteursarchief: Argusvlinder
Spijkers op laag water zoeken?
Van kettingsteek tot Duits kapitaal
Een beetje te optimistisch dacht ik dat ik de laatste
krenten uit het eerste artikel van Karin Cox kon gaan
verzamelen.
Helaas er staan daar nog een aantal onderwerpen die
extra aandacht nodig hebben.
Of ik alle onderwerpen in één bericht kan behandelen,
weet ik niet. Maar ik heb nu in ieder geval een
compleet overzicht voor artikel 1:
1 – kettingsteek;
Ik heb het hele artikel nog eens gelezen en heb tot nu toe
niet stilgestaan bij het begrip ‘kettingsteek’ en dat is wel
nodig want ik gebruik die zelf bijna niet.
2 – samenhang van achtersteeksel/lange binding;
3 – het naaien;
Het naaien is een centrale handeling van de boekbinder.
Hier gaat het specifiek om rondslag, kettingsteek en de
mysterieuze instructie:
‘Steek aan de staart door het eerste naaigat naar binnen’.
Dat vraagt om verduidelijking.
Mevr. Cox verwijst daar als teaser nog naar twee termen, ‘alternerend
naaien’ bij dikke boeken en ‘wisselnaaien’ of ‘half uit naaien’
bij dunne, waar ik nog eens wat onderzoek naar moet doen.
4 – sla de rug rond;
Omdat ik hier geen ervaring mee heb, verdient dit extra aandacht.
5 – extra stroken perkament en shirting voor de rug;
6 – het Duits kapitaal.
Het kapitaal, dat meestal kleurige strookje dat je aan de kant van
de rug ziet, aan de boven- en onderkant van een boekblok, een
beetje tussen het boekblok en de boekband in, dat kapitaal kun je
overslaan. Maar het geeft wel iets extra’s aan een boek.
Laat ik het lijstje van boven naar beneden doorlopen.
1 – Kettingsteek
‘Kneep en binding’ helpt weer. Er bestaan meerdere uitvoeringen van
de kettingsteek maar degene die hier nodig is heet in het naslagwerk
‘de doorlopende kettingsteek’.
Het is het eenvoudigst voor mij om de definitie maar even over te nemen:
“korte steek waarbij het garen tussen uit- en intreden (in hetzelfde of
in een ander katern) onder het op die naaipositie aanwezige garen
van een eerdere naaitoer doorgaat (een lus maakt)”
‘Kneep en binding’ geeft sluitende definities, dat wil zeggen dat de
definities alle situaties moeten ondersteunen. Dan krijg je soms een
ingewikkelde zin voor iets dat eigenlijk heel vanzelfsprekend is.
In de definitie mis ik een beetje het doel van de kettingsteek:
daar waar andere steken vooral de losse vellen papier van één katern
bij elkaar gaan houden, gaat de kettingsteek een verbinding leggen
met een voorgaand en volgend katern.
Pagina 38 is de eerste plaats waar je de kettingsteek vindt, onder 32.7.
De overige 10 plaatsen in tekst en index voegen voor nu weinig toe.
Wil je de kettingsteek (chain stitch) in actie zien?
Online zijn verschillende video’s beschikbaar die deze techniek illustreren.
Je zult verschillende varianten vinden,
bijvoorbeeld als onderdeel van borduurtechnieken en op sites
voor creatief boekbinden. Die zaken zijn gerelateerd maar net niet
precies wat hier nodig is. Op de website van iBookbinding vond
ik wel een video die een goed beeld geeft:
Bookbinding Tutorial Part 2B geeft een goed beeld.
2 – Samenhang van achtersteeksel/lange binding
Het lijkt niet meer en minder te zijn dan een extra versteviging
tussen de binding en het boekblok. Het begrip komt niet voor
in ‘Kneep en binding’. Eventuele overtollige stukjes van het
achtersteeksel worden later weggesneden. Dus het bedekt de breedte
van het boekblok maar niet meer of minder.
3 – Het naaien.
‘Steek aan de staart door het eerste naaigat naar binnen’.
Het eerste naaigat bevindt zich aan de boven- of onderkant
van het boek, afhankelijk van waar je normaal begint.
Het naaien kan immers in beide richtingen gebeuren.
Het is het gat dat op de plaats zit waar de kettingsteek gaat komen.
De enige reden die ik kan bedenken om daar te beginnen is dat je er
zo voor zorgt dat er een uiteinde van het garen aan de buitenkant
van het boekblok blijft. Met dat uiteinde ga je de eerste twee
katernen die je gaat binden, aan elkaar maken.
‘Alternerend naaien’ en ‘wisselnaaien’ zijn beide methodes
die gedeeltes van de techniek overslaan of zelfs verdelen
over twee katernen. In beide gevallen zal de naaidraad
minder verdikking in de rug veroorzaken.
De eerste 3 van de 6 onderwerpen zijn in dit bericht aan de orde
geweest.
De volgende drie volgen later en dan heb ik deze onderwerpen nog
niet vergeleken met wat Peter Goddijn er over zegt.
Tot binnenkort.
De Krater: stiksels
Even de draad weer oppakken….
Deze foto geeft een beeld van waar ik gebleven was:
de boekbekleding is uitgedacht, geknipt, opgespeld maar
nu moeten de groene block-print delen nog vastgezet
worden op de overwegend zwarte theedoek.
Aspecten als kleur, vorm en dikte van het stiksel komen daar nog
bij kijken. Dat stikken kan ik zelf niet.
Dus daar heb ik hulp bij gevraagd en vandaag ontving
ik een paar foto’s van uitprobeersls.
Wat hieronder volgt is mijn eerste reactie.
Ik denk dat ik later deze week nog eens ga kijken om de resultaten
zelf te kunnen zien en om verder af te stemmen.
De lichte kleur schijnt minder goed te werken. Wel zie ik hier hoe de steken zich kunnen gedragen als ze de opliggende stof en de ondergrond overlappen of enkel over de bovenliggende stof worden toegepast. Wat hoge en minder hoge en/of breedte doet.
De meer opvallende steken (‘T’ en ‘omgevallen T’) trekken in eerste instantie mijn aandacht. De kleuren zijn op de zwarte achtergrond best moeilijk.
De steken net boven het midden, die trekken mijn aandacht.
Dit is het originele formaat van de foto’s die ik dan draai zodat de langste zijde ook de meeste ruimte blijft krijgen op mijn blog. Het is moeilijk kiezen. Maar het heeft me een idee gegeven. Eens kijken komende week of we daarmee verder komen.
Dodenherdenking
Soep van de week
De charme van het onopgemerkte
Eigenlijk moet ik me schamen.
Gelukkig doe ik dat niet zo snel.
Vorige week kocht ik, als reactie op de email van de Statenhofpers,
het 18e deel uit de Saldencahiers. Een beetje automatisch.
Ik kende de schrijver niet maar dat is een van de charmes van de reeks:
je ontdekt onbekende en bekende namen door mooi verzorgd drukwerk.
De boeken zijn steeds ruim 40 pagina’s dus als het een keer
niet jouw smaak is, heb je het ook weer zo gelezen.
Hans R. Vlek, Vereenzaamd astronaut. Het verscheen bij de Statenhofpers als nummer 18 in de Saldencahiers.
Nu kwam deze week het boekje en ik begon het te lezen.
Eerlijk gezegd: Hans R. Vlek, er ging geen belletje rinkelen.
De inleiding van Arjan Peters is prima maar ik werd niet
echt enthousiast.
Ik las de kleine 30 gedichten en dacht:
dit boek gaat de kast in..
Opvallend was hoe strak de stofomslag zat — anders
sluiten ze altijd perfect.
De delen van de Saldencahiers krijgen ieder een stofomslag in
een eigen kleur, bedrukt met tekst gezet in een letter
ontworpen door Helmut Salden.
Ik vind dat een hele mooie letter die er altijd weer
gelijk uitspringt.
Het boekje zelf bestaat uit 1 katern van dundrukpapier
en heeft een iets stevigere kartonnen kaft.
De omslag slaat aan de voorsnede om het voor- en achterplat.
Voor het boek in de boekenkast een plaats vindt, wil ik het
nog even op de foto zetten.
Ik keek nog eens beter naar de titel, wat staat daar nou.
In de mail had ik gelezen dat er omslagen gemaakt waren met
een spelfout. Speciaal voor de boekpresentatie.
Maar mijn exemplaar kwam gewoon met de post.
Vereenzaamd astronaut – Vereenzaamd austronaut.
Het is duidelijk, ik had te weinig aandacht besteed aan
de omslag.
Mijn exemplaar bleek twee omslagen te hebben:
één met en één zonder de spelfout.
Wat een verrassing!
Dit maakt het boek ineens extra bijzonder.
Ook op de web site van de Statenhofpers staat een aankondiging van de verrassing:
NB: Het afgebeelde omslag is van een speciale editie voorzien van een spelfout. Dit omslag werd vervaardigd voor de aanwezigen bij de presentatie van het boekje op 25 april in Boekhandel Adr. Heinen te Den Bosch. Via de site bestelde exemplaren zijn voorzien van een omslag zonder deze fout.
En als een soort boetedoening:
Zet je verlangen op datgene wat je niet hoopt
want uit oorspronkelijke hopeloosheid ben
je tot hier gekomen.
Hans R. Vlek, pagina 42.
Denken over oorlog en vrede
Vierhonderd jaar geleden verscheen het boek ‘Denken over oorlog en vrede’
dat geschreven werd door Hugo de Groot.
Zijn werk is in de huidige instabiele wereldpolitiek nog steeds actueel en
daarom is het een goede reden zijn boek in te binden.
Als mogelijke bindmethode werd door Stichting Handboekbinden de ‘spitselband’
voorgesteld door twee artikelen van de hand van Karin Cox.
Mevrouw Cox verwijst naar een beschrijving van Peter Goddijn in zijn boek
‘Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden’.
In een serie blogberichten probeer ik te doorgronden wat dat is
‘een spitselband’ en hoe het bindproces in elkaar steekt.
Dat doe ik voordat ik aan het binden ga beginnen.
Daarvoor loop ik de stappen die Cox en Goddijn aandragen door en
probeer ze te begrijpen.
Daarna besluit ik wat ik wel en niet ga doen.
Laat ik deze keer eens beginnen bij het woord ‘spitsel’, daar
zit misschien iets in van het woord ‘spits’?
‘Spitsel’ volgens het Groot woordenboek der Nederlandse taal:
patroon voor kantwerksters
Je snapt dat deze betekenis niet de betekenis is
die schuilt achter de term ‘Spitselband’.
Of toch?
Nog eens verder zoeken.
‘Kneep en binding’ biedt een oplossing.
Als je zoekt in het document komt het woord op 2 pagina’s voor waarvan
één in het overzicht Nederlandse termen (index).
In de tekst komt het woord ‘spitsel’ voor in een soort van bijrol.
Bij 52.8 (op pagina 69), onder onderwerp 52 worden ‘omslagen’ besproken.
Bij 52.8 betreft het een verklaring van de ‘doorgehaalde binding’:
“binding die dichtbij het scharnier tussen rug en plat door een doorboring (spleet) in omslag of bekleding naar buiten treedt en zeer dicht daarbij door een tweede doorboring weer naar binnen”.
Okay, dat helpt enorm om te begrijpen wat een spitselband eigenlijk is.
Je bindt de katernen aan elkaar en aan stroken perkament die later
door de boekband naar buiten gaan en meteen weer naar binnen.
Als je dat een beetje aantrekt dan helpt de stug- en stijfheid van het perkament
om een boek te binden zonder (veel) lijm te gebruiken (denk ik).
Om dan te vervolgen met:
“Vaak wordt slechts een smal deel van de binding doorgehaald (dit smalle deel heet spitsel);”
Nu zijn we er.
Er staat ook een tekening bij die dit verduidelijkt.
Deze tekening komt uit: WK Gnirrep, JP Gumbert, JA Szirmai, Kneep en Binding – Een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden, de tekeningen zijn van JA SZirmai. Je ziet, te beginnen links, de katernen, de kettingsteek, een spitsel – meegebonden en gevouwen naar de vorm van het boekblok en dan rechts de perkamenten bekleding waar de spilsel doorgehaald is.
Okay, nu snap ik beter wat ik ga maken.
Ik heb al eens een band gemaakt waarbij de perkamenten stroken, gedraaid
als veters, door de band werden gehaald en op de rug werden gebonden.
Dit lijkt me een soort ‘verbeterd model’.
Ik zeg niet dat als ik het begrijp wat ik moet maken, ik het ook kan maken,
maar de kans van slagen neemt wel toe.
Wat zeggen Cox en Goddijn over hoe je de spitsels moet maken?
Onder het kopte ‘nodig’ noemt ze ‘stroken soepel perkament voor de bindingen’.
Verderop in de tekst krijg je meer detailinformatie die ik al een keer vermelde.
Samenvattend: drie stroken van 1 cm breed en 20 cm lang en de
‘achtersteeksels’ zijn 1 cm breed en 4,5 cm breed.
De 4,5 cm is waarschijnlijk mede afhankelijk van de breedte van de rug.
De 15 katernen zijn waarschijnlijk 3,5 cm breed (?).
Mijn 20 katernen zijn bijvoorbeeld ruim 4 cm.
In het tweede artikel staat dan nog:
‘Rijg de spitsels door de gleuven. Knip hiervoor de uiteinden van de spitsels schuin af.’
De tekst maakt duidelijk dat de spitsels door het perkament van de boekband zal worden geregen aan zowel de vóór- als achterkant van het boek.
De tekst van Goddijn zegt op pagina 155:
‘8 stroken kalfsperkament van 1 cm breed en twintig cm langer dan het boek(blok, aanvulling Argus) dik is en waaraan aan één zijde een punt geslepen is’
Maar ook bij Goddijn worden de spitsels later nog smaller gesneden
aan de uiteinden. Ook hier gebeurt dit aan vóór- en achterzijde.
Intussen is mij in beide teksten al duidelijk geworden dat
er naast de spitsels en de boekband nog meer perkament
nodig is!
Maar daarover later.
AI (Copilot) geeft aan dat mijn tekst zekerder mag overkomen.
Ik gebruikt ‘waarschijnlijk’ en ‘denk ik’ maar dat doe ik bewust.
Zelf heb ik dit boek nog nooit gemaakt dus pas over een tijd,
als mijn exemplaar is ingebonden, kan ik deze tekst nog een keer
schrijven met meer zelfverzekerdheid en overtuiging.
Vandaag is dit nog steeds een verslag van mijn voorbereiding.
En de titel is natuurlijk niet spannend genoeg 🙂
Denken over oorlog en vrede
Voor het boek van Hugo de Groot dat ik wil gaan inbinden
in een binding genaamd: spitselband, heb ik textiel nodig
om de rug te versterken.
Peter Goddijn noemt het ‘Overlijmstroken’ en Karin Cox
spreekt van ‘shirting’.
Dus ik ben vanochtend op de weekmarkt op zoek geweest naar textiel.
Meestal bebruik ik voor mijn boeken een gaas.
Moderner materiaal voor moderne boeken.
Maar om de 400 jaar oude tekst op een 16e/17e eeuwse manier
in te binden kan ik ook wel eens een stuk textiel kopen: popeline.
Ochtendwandeling
De voorbereidingen zijn in volle gang.
Het Bevrijdingsfestival begint volgens de spandoeken op 2 mei (?)
De Dodenherdenking is natuurlijk op 4 mei.
Maar op het Kasteelplein en in het Valkenberg was daar van
alles al voor te zien.
De locatie in opbouw voor het Bevrijdingsfestival.
Op de plaats waar zondag de Dodenherdenking wordt gehouden is al gemarkeerd en voorzien van vlaggenmasten.
Het beeld ‘De Vlucht’ (1955) is van Hein Koreman en is de plaats van de Dodenherdenking.
Omgekeerde volgorde
Vanmorgen liep ik mijn dagelijkse wandeling in de omgekeerde volgorde.
Ik begon bij het eind en eindigde bij het begin.
Daarom zijn de foto’s van vandaag ook in een andere volgorde dan je
gewend bent.
Een nieuwe route betekent dat je oog op andere zaken valt.
Beetje flauw van mij maar de ban is niet nat, het is de verf die nat is. Ben ik nou een zeur? Dit is bij Tante Betsie in de St Janstraat voor het raam.
Dat leegscheppen van de Verlengde Mark is, denk ik, vandaag wel gereed.
Op de ene plaats wordt er zand weggehaald terwijl er ergens anders, voor de Tolbrug, vandaag nog nieuw zand werd aangevoerd.
Het metselwerk aan de kademuur is volgens mij nog niet gereed?
Het wordt mooi!
Ze zijn serieus met het scheppen
Verlengde Mark wordt leeg geschept
19 points!
‘Breda, may I have your votes, please?’
Nou het onderwerp van mijn foto haalt hele lage waarderingscijfers
bij mij en mijn buren.
De Buxusrups ziet er best mooi uit maar hij en zijn familieleden eten
de buxus-planten die al jaren streng beveiligd worden, snel op.
Zonder gif is het zaak regelmatig de planten te controleren om
deze diertjes uit de plant te halen en houden.
Bij scrabble krijg je er een pak punten voor:
To calculate Scrabble points for “buxusrups,” we assign letter values based on the standard English Scrabble tile scores:
B: 3 points
U: 1 point (appears three times)
X: 8 points
S: 1 point (appears twice)
R: 1 point
P: 3 points
Now, summing these up:
3 + 1 + 8 + 1 + 1 + 1 + 1 + 3 = 19 points.
Silk Roads: Islamic Interactions
Ik pak de draad weer op met mijn verslag van de tentoonstelling
Silk Roads eind vorige jaar/begin dit jaar in London.
Londen, British Museum, Silk Roads, Elephant riders in battle, Palace of Varakhsha, Bukhara region, Uzbekistan, about AD 730, wall painting.
Large Buddha, Bamiyan, Cave number 5, Afghanistan, AD 500s.
The game of Kings.
Excavated in Samarkand, Afrasiab, Uzbekistan, AD 700.
Kufic script on ceramic dish, Nishapur, Iran (Livelihood is distributed by God among the people), AD 900s.
Denken over oorlog en vrede: wel/geen naaibank
In een paar berichten probeer ik te doorgronden hoe ik het
boek ‘Denken over oorlog en vrede’ het best kan gaan inbinden.
Daarbij lees ik het artikel van Karin Cox in het magazine
van de Stichting Handboekbinden over de spitselband.
Daarnaast lees ik de beschrijving van deze band in het boek
van Peter Goddijn ‘Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden’.
Eén zin in het artikel van Karin Cox sprong mij in het oog:
‘Het boekblok wordt zonder naaibank met een rondslag op de perkamenten bindingen genaaid met bij het eerste en laatste (schutblad)katern een extra naaisteekje door de binding heen’.
Een lange zin met erg veel informatie.
Eerst viel me de opmerking over het naaibankje niet op.
Mijn oog viel vooral op ‘rondslag’, ‘perkament’ en
‘extra naaisteekje door de binding heen’.
Rondslag (en de varianten er op) staan gelukkig correct beschreven
als een naaisteek in ‘Kneep en binding’, pagina 38 en verder.
Daar is sprake van ‘enkele rondslag’, ‘dubbele rondslag’ en
bijvoorbeeld ‘spaarslag’.
Dit boek is als lid van Stichting Handboekbinden te raadplegen op hun website.
Kneep en binding, pagina 38. Hier zie je het begin van de toelichting van het begrip ‘Rondslag’. De afbeelding legt goed uit wat er met rondslag bedoeld wordt, denk ik.
Als ik een bandzetter ga maken dan is het naaien van de katernen
eigenlijk het stevig aan elkaar rijgen met naaigaren,
van de verschillende bladen papier en de katernen aan elkaar.
Bij de rondslag verbind je de bladen papier en katernene ook
nog eens aan stroken perkament door de draad rond de strook
perkament te slaan. Zie afbeelding hierboven.
Perkament, voor alle duidelijkheid, volgens Co-Pilot maak je het zo:
Perkament maken begint met het schoonmaken van een dierlijke huid, gevolgd door ontharen, weken in kalkwater, schrapen, strekken, drogen op een raamwerk en polijsten tot een glad oppervlak. Handmatig vakmanschap!
Dus perkament is een dierenhuid, een soort van broertje van leer.
Extra naaisteekje.
Bij het artikel van Karin Cox staat een foto waarop goed te zien is
wat dat extra naaisteekje betekent.
In het midden van de perkamenten strook waarop de katernen genaaid zijn
zie je het extra gat. Bij het eerste en laatste katern zie je midden
van de strook nog een gat waar daar de draad door gaat.
Er staat in het artikel ook een schema waarop te zien is hoe
een rondslag wordt gemaakt en hoe een rondslag met een extra naaisteekje werkt.
Een van de mooie foto’s bij het artikel in het magazine van Stichting Handboekbinden. De foto’s in het artikel (en dus ook deze) zijn van Marijke Bell-van Eerd.
Dus het extra naaisteekje is nog een extra element bij het
aan elkaar verbinden van bladen papier, de katernen en de stroken perkament.
Je maakt hierbij, speciaal voor dit exemplaar van het boek,
als het ware een stramien tegen/met de rug.
Dat stramien gaat stevigheid geven aan het boekblok en
gaat helpen om het boekblok aan de boekband vast te maken.
Maar het leukste vond ik de opmerking ‘Het boekblok wordt zonder naaibank’.
Zonder naaibank, waarom?
Het boek van Peter Goddijn geeft daar een antwoord op,
misschien niet ‘het’ antwoord, maar wel een hele nieuwe blik
op boekbinden voor mij.
Op pagina 155 van het boek ‘Westerse boekbindtechnieken….’ staat:
‘Het boek wordt genaaid volgens een methode zoals deze vanaf de 17e tot de 19e eeuw werd toegepast. Er werd niet met een naaibank gewerkt.’
Die manier beschrijft vervolgens Godd\dijn en, in mijn woorden,
is een methode waarbij je als boekbinder een soort van naaibank zelf maakt.
Een plank met gaatjes (4 gaten voor het model dat Peter Goddijn beschrijft,
op juiste afstand). In die gaatjes plaats je 4 stukken ijzerdraad
(een lange spijker kan ook).
Tegen die stevige ijzerdraad plaats je later de katernen met hun rug
om de katernen te naaien.
De eenvoudige naaiplank schetst Peter Goddijn in zijn boek.
Dat ziet er dan als volgt uit:
Peter Goddijn, Westerse boekbindtechnieken van de Middeleeuwen tot heden, pagina 155. Op de tekening lijkt hij lange spijkers te rekenen, daartegen de stroken perkament waar het laatste katern op ligt. Bij het binden van een boek begin je bij het laatste katern en werk je vervolgens naar het eerste katern toe.
Maar waarom?
Op pagina 168 geeft Peter Goddijn de reden:
‘De katernen werden niet met behulp van een naaibank genaaid. Het opspannen nam teveel tijd in beslag en was daarom te duur voor deze goedkope bindmethode ‘.
Goedkoop, een heel Hollandse reden dus.
Eerlijk gezegd denk ik dat ik toch mijn naaibankje ga gebruiken.
De methode die Peter Goddijn beschrijft is sympathiek maar
ik vrees dat dit avontuur voor mij al ingewikkeld genoeg is.
Maar ik ben nog niet begonnen, dus wie weet….
Ook bij deze tekst heeft Co-Pilot geholpen.
Als ik een tekst helemaal over neem van Co-Pilot (zoals bij het
maken van perkament) dan staat dat er bij. Ik gebruik Co-Pilot
vooral om de structuur van het bericht te verbeteren.
Vandaag volgde ik een cursus Lino snijden en afdrukken bij Grafische werkplaats RAAF
Op Koningsdag heb ik een cursus Lino snijden en afdrukken
gevolgd bij Grafische werkplaats RAAF in Breda.
Natuurlijk maakte ik een paar foto’s en in de middag
was ik nog even in de binnenstad.
De inspiratie waren de koepels in India.
De gesneden lino. Wat ik hiervan geleerd heb is dat ik me beter moet voorbereiden. De tekening moet van een hogere kwaliteit zijn al blijft het een lino, het is geen foto.
De eerste afdruk had te maken met te dunne inkt. De inkt liep in de gutslijnen en verspreid zich op papier op een manier die niet de bedoeling was. Het zou toch nog een stuk beter eindigen dan je hier zou vermoeden.
Met een andere kleur inkt, inkt die dikker was werd het resultaat beter. Ook zonder een tweede kleur inkt kun je al andere resultaten krijgen met een andere kleur papier.
In het droogrek.
Om met een andere drukkleur te werken (zwart) experimenteerde ik met lijnen (verschillende van dikte) die een beetje de contour van de koepel vormen, op de helft van de afbeelding. Als je die dan afdrukt op de ‘mislukte’ eerste afdruk krijg je een interessant resultaat. Linksboven het resultaat en rechtsonder de tweede versie van de lino.
Dit was de eerste afdruk van de tweede versie van de lino. Je ziet aan de onderkant dat de lino een paar maal schoongemaakt is en dat de wals het water uit de lino perst. Dat is een effect waar ik niet naar op zoek was.
Alles bij elkaar een leuk effect.
In de middag dan nog Koningsdag.
Koningsdag voorbereiding
Denken over oorlog en vrede
Om te beginnen heb ik mijn versie van het boek in losse katernen
onder de boekenpers gelegd. Niet in de boekenpers, maar eronder.
Het boek is groot, de bruto maten (de katernen zijn nog niet
op maat gesneden, dat doe je pas later) zijn ongeveer 30 hoog en
21 breed. Dat past wel in de pers maar de katernen lijken al
behoorlijk geperst en de gietijzeren pers geeft uit zich zelf
al heel wat druk.
Het zijn 19 katernen: 18 daarvan zijn bedrukt, één katern is
onbedrukt en bestaat uit 4 dubbelbladen.
Dat is later nog van belang.
Het eerste wat ik doe is de teksten lezen. Ik begin met de
tekst van Karin Cox.
Die tekst is bedoeld om een boekmodel te maken (een boek met
onbedrukte, lege pagina’s om te oefenen). Daar heb ik niet voldoende
perkament voor. Maar ik gebruik haar beschrijving en die van
Peter Goddijn om er voor te zorgen dat ik de aanpak begrijp.
Mevr. Cox vertrekt van vellen papier die ongeveer dezelfde maten
hebben als het boek wat ik wil maken:
13 + 2 katernen van Bruto 18 bij 12,5 centimeter (netto 17 bij 12)
De 2 katernen die ik apart vermeld zijn schutbladen.
Dus is ga een boek maken met 18 + 2 katernen van 25 bij 17.
De 2 katernen zijn schutbladen. Die maak ik door het 19e katern
van 4 dubbelbladen om te zetten naar 2 katernen met elks 2 dubbelbladen.
Dat klinkt misschien ingewikkeld maar is eenvoudig.
Het 19e katern ziet er zo uit:
Dit is het schutbladkatern zoals ik het kocht als onderdeel van het boek in losse katernen bij Stichting Handboekbinden.
Zoals alle dubbelgevouwen katernen is één kant breder dan de ander. Het onderste deel steekt dan ook bijna een centimeter uit.
Als ik het katern helemaal openvouw dan zie je 4 delen, met elk in het midden een sterke top- of dalvouw. In jargon 4 dubbelbladen. Voor het schutbladkatern zijn slechts 2 dubbelbladen nodig. Daarom kan je hier eenvoudig 2 katernen van maken.
Eén vouw is ‘geperforeerd’.
Met de hand kon ik van 1 katern er eenvoudig 2 maken.
De twee katernen. Boven opgevouwen en onder opengevouwen.
Het uitgangspunt van mijn boek is, op aantal katernen en afmeting na,
verder hetzelfde als in het artikel.
Twintig katernen, liggend op elkaar met de rug naar je toe. Het onderste en bovenste katern zijn onbedrukte, schutbladkaternen.
Mevr. Cox spreekt van drie bindingen, drie sets van stroken perkament:
– drie lange stroken (1 cm breed, 20 cm langer dan dikte boekblok)
– drie achtersteeksels (term van De Bray) (1 cm breed ongeveer 4,5 cm lang)
Het idee is dat de katernen samen met de stroken perkament genaaid worden.
Daarvoor verdeel je de rug van het boekblok in vier gelijke delen.
Als ik ga naaien dan komen daar, op de blauwe lijn, de stroken perkament.
De gaten om te kunnen naaien bevinden zich ongeveer op de plaats
van de rode stippen. Let op de schutbladkaternen hebben extra gaten (groen):
In een volgend bericht eens gaan zien hoe Peter Goddijn
dit eerste deel van het artikel aanpakt.








































































