De storm in het gras

Reflecteren op kunst ervaar ik als een ingewikkeld proces.

Je kijkt of hoort een werk. De informatie die er bij
geleverd wordt is vaak beperkt. Soms heet het werk ‘Zonder titel’
of ‘Tweede symfonie’.

In welke traditie is het werk gemaakt, waar bevindt het zich
in de ontwikkeling van de kunstenaar, wat was de aanleiding
en zo kun je nog veel meer vragen.

Wat zie ik eigenlijk. Welke (emotionele) reactie roept het
bij mezelf op. Vind ik het mooi of interessant?

Maar hoe zorg je ervoor dat je niet in die voor mij
holle marketing frases gaat schrijven,
die je leest als het over kunst gaat?

De laatste weken kwam dit weer aan de orde
bij de berichten over de tentoonstelling van
Karel de Neree tot Babberich en Magdalena Abakanowicz.

Opnieuw kwam het voor mij in beeld tijdens mijn bezoek aan Zwitserland.
Daar was ik de afgelopen dagen in Zürich en Basel en ik zag er veel kunst.
Ik ging voor het Museum Rietberg, een museum voor niet-westerse kunst.
Denk aan kunst uit bijvoorbeeld India, China en Midden-Amerika.
Maar ik bezocht ook Kunsthaus Zürich en Kunst Museum Basel.
Beide musea tonen Middeleeuwse en moderne, abstracte kunst.

Intuïtief wordt ik dan aangetrokken tot bepaalde werken
maar ik vind het ingewikkeld om onder woorden te brengen
wat me dan precies aantrekt.

Een tijdje terug zag ik op de website van Drukwerk in de Marge
de aankondiging ‘Boek en expositie Kunstwerk in Reflectie’.

Het boek kocht ik en het lag voor de deur bij
terugkomst uit Basel.

IMG_7755KunstwerkInReflectieGrafischCentrumGroningenIMG_7756KunstwerkInReflectieGrafischCentrumGroningenColofon

Uit Kunstwerk in Reflectie (pagina 8 en 9):

Maar naast deze prenten staan geen aan de literatuur ontleende teksten, maar reacties, ‘reflecties’, van mensen die de prent bekeken en weergaven wat deze bij hen opriep.

Het was van meet af aan de bedoeling de reflecteerders te vragen hoe zij een in het Grafisch Centrum vervaardigd kunstwerk zien, wat het oproept. Het ging er vooral om hen op deze manier ‘een stem te geven’ en de mogelijkheid te bieden creatieve bronnen te ontdekken en delen met anderen.

Alle reflecteerders schreven, na het inleidende gesprek, hun reflectie op een prent met potlood op een vel papier dat een week later werd overhandigd.

IMG_7757KunstwerkInReflectieGrafischCentrumGroningenOnnoBroeksmaPag33

Voorbeeld van een werk van Onno Broeksma en de reflectie van een onbekende schrijver.


De afbeelding doet mij denken aan gras
dat met wortel en al is losgerukt,
met rondvliegende losgescheurde plantendelen.

Het geeft mij het gevoel
van iets stormachtigs,
gevuld met angst en vrees.


Ik had gehoopt dat het boekje iets meer was ingegaan
op het proces dat men heeft gebruikt om mensen
te helpen de teksten te maken die bij de beelden
zijn samengebracht in het boek.

Het zal me niet tegenhouden om de komende tijd terug te komen
op de volgende twee werken, in de vorm van blogberichten.

DSC05373ShivaNatarajaIndienTamilNaduDistriktTanjavurCholaDynastie12jhBronze

Zürich, Museum Rietberg, Shiva Nataraja, Indien, Tamil Nadu, Distrikt Tanjavur, Chola dynastie, 12 jh, bronze.

DSC05838MaxErnstVaterRhein1953ÖlAufLeinwand

Basel, Kunst Museum Basel, Max Ernst, Vater Rhein, 1953, Öl auf leinwand.


De foto’s lijken niets met elkaar te maken te hebben.
Het een is een eeuwenoud bronzen beeld van een Hindoeïstische god
terwijl het andere werk abstract, grafisch, westers
en redelijk modern is.
Toch lijkt het me interessant om deze eens tegen het licht te houden.
Er zit iets in de symboliek en de energie van beide werken
die met elkaar te verbinden is, lijkt me.
Wat denk jij?

Silk Roads: Expanding Horizons

Over tentoonstellen, denken, een zaaltekst en een gesprek met Copilot

Wat gebeurt er als een zaaltekst meer vragen oproept dan antwoorden?
In dit blog neem ik je mee langs twee objecten, een tentoonstelling
en een gesprek met Copilot.
Over erfgoed, hypothesevorming en de kunst van het kritisch kijken.

DSC00358LondenBritishMuseumSilkRoadsExpandingHorzonsTxtDSC00360LondenBritishMuseumSilkRoadsCharlemagneKarelDeGroteTxtDSC00361LondenBritishMuseumSilkRoadsTheLotharPsaltePossiblyAachenGemanyAD840-855

Londen, British Museum, Silk Roads, The Lothar Psalter, possibly Aachen, Gemany, AD 840 – 855.

DSC00362LondenBritishMuseumSilkRoadsTheLotharPsaltePossiblyAachenGemanyAD840-855Txt


DSC00364LondenBritishMuseumSilkRoadsGleamingVesselModelledOnAnIndoPacifcNautilusShellAvarsSanicolauMare(FomerlyNagyszentmiklos)RomaniaProbablyAD750-800

Gleaming vessel modelled on an Indo-Pacifc nautilus shell, The Avars, Sanicolau Mare (fomerly Nagyszentmiklos), Romania, probably AD 750 – 800.

DSC00365LondenBritishMuseumSilkRoadsGleamingVesselModelledOnAnIndoPacifcNautilusShellAvarsSanicolauMare(FomerlyNagyszentmiklos)RomaniaProbablyAD750-800DSC00366LondenBritishMuseumSilkRoadsGleamingVesselModelledOnAnIndoPacifcNautilusShellAvarsSanicolauMare(FomerlyNagyszentmiklos)RomaniaProbablyAD750-800Txt

Ik ging in gesprek met Copilot over een deel van deze zaaltekst.
Die tekst was bij Copilot ook opgevallen dus kon ik gebruik maken
van de Nederlandse vertaling en de volgende vraag stellen:

Dit fragment viel mij ook op: ‘zelfs gebruikt om goudinkt te leveren voor luxueuze Karolingische manuscripten. Dat detail is zeldzaam en fascinerend: het verbindt een nomadische schat met het intellectuele erfgoed van het Karolingische hof.’
Maar wat is het waarheidsgehalte van die bewering?

Copilot:

Dat is een scherpzinnige vraag, Argus — en terecht. Die bewering over goudinkt uit de Schat van Nagyszentmiklós die gebruikt zou zijn voor Karolingische manuscripten klinkt intrigerend, maar het waarheidsgehalte is twijfelachtig en lijkt eerder een curatoriale interpretatie dan een historisch verifieerbaar feit.

Hier is wat we weten:

Wat is goudinkt?
Goudinkt werd in de Karolingische periode gebruikt in luxueuze manuscripten, zoals de Codex Aureus.
Deze inkt werd gemaakt door goudpoeder te mengen met bindmiddelen zoals gom of eiwit.
De herkomst van het goud was zelden gedocumenteerd; het kwam uit diverse bronnen, waaronder oorlogsbuit, tribuut en handel.

Wat zegt de wetenschap over de schat?
De Schat van Nagyszentmiklós bestaat uit 23 vergulde gouden en zilveren vaten, met een totaalgewicht van bijna 10 kg.
Er is geen directe historische bron die bevestigt dat goud uit deze schat is omgesmolten tot inkt.
De zaaltekst lijkt te suggereren dat delen van de schat of vergelijkbare objecten mogelijk zijn gebruikt om het Karolingische hof te bevoorraden — maar dat is speculatief en niet onderbouwd met primaire bronnen.

Wat is wél plausibel?
Het is mogelijk dat Avarische schatten (al dan niet uit deze specifieke vondst) via oorlogsbuit of diplomatieke giften bij het Karolingische hof terechtkwamen.
Karel de Grote voerde inderdaad oorlog tegen de Avaren in de late 8e eeuw, waarbij hun ringvormige forten (zogenaamde Rings) werden geplunderd.
Sommige van deze buit zou gebruikt kunnen zijn voor kunstproductie, waaronder manuscripten — maar dat blijft een hypothese.

Conclusie
De bewering is poëtisch en suggestief, maar niet historisch hard te maken. Het is een voorbeeld van hoe museale teksten soms een verhalende brug slaan tussen object en bredere cultuurgeschiedenis, zonder dat er directe bewijsvoering is.

Vervolgens stel ik de volgende vraag:

ik vind dat je heel mild bent door het poëtisch en suggestief te noemen. Je kunt het verzonnen noemen. Ik begrijp goed dat in het proces van waarheidsvinding je gebruik kunt maken van hypotheses om vervolgens onderzoek uit te kunnen zetten. Maar als je dan geen onderbouwing voor de hypothese kunt vinden moet je op zijn minst bij je tekst zeggen dat het om een hypothese gaat die je niet kunt bewijzen….

Copilot:

Je hebt volkomen gelijk, Argus. Je raakt hier een fundamenteel punt in de omgang met erfgoed: de verantwoordelijkheid van musea en curatoren om transparant te zijn over wat feit is, wat interpretatie, en wat speculatie.

Het gebruik van termen als “poëtisch” of “suggestief” kan inderdaad verhullend werken, en in dit geval is “verzonnen” een eerlijker kwalificatie — tenzij expliciet wordt aangegeven dat het om een niet-onderbouwde hypothese gaat. Zeker als zo’n claim de suggestie wekt van een directe materiële link tussen een object en een cultureel fenomeen (zoals Karolingische manuscripten), dan moet dat óf met bewijs komen, óf met een duidelijke disclaimer.

Je observatie raakt aan iets groters:
De verhalende kracht van museale teksten mag nooit ten koste gaan van hun epistemische integriteit.
Dat wil zeggen: het is prima om verhalen te vertellen, maar niet zonder de lezer te informeren over de mate van zekerheid. Als een hypothese niet te bewijzen is, dan moet dat er gewoon bij staan. Anders wordt het geen hypothese meer, maar een verkapte fictie.

Ik besluit nog wat verder te zoeken:

ik ga er eerst nog even de catalogus bij nemen

Copilot:

Uitstekend idee, Argus. De catalogus is vaak de plek waar de wetenschappelijke onderbouwing en de bronnenverwijzingen wél netjes zijn opgenomen — in tegenstelling tot de zaalteksten, die soms wat narratiever en publieksvriendelijker zijn opgesteld.

Als je daar straks een passage tegenkomt over de vermeende herkomst van goudinkt uit de schat, let dan op:
= Wordt er verwezen naar primaire bronnen? Bijvoorbeeld kronieken, inventarissen, of archeologische rapporten.
= Is het een hypothese van een specifieke onderzoeker? Dan zou je kunnen kijken of die elders is besproken of bekritiseerd.
= Wordt het als feit gepresenteerd of als mogelijkheid? De formulering is cruciaal: “mogelijk gebruikt voor…” is iets anders dan “werd gebruikt voor…”

Okay, ik vond de volgende passage:

IMG_7549LondenBritishMuseumSilkRoadsSilkRoadsBrunningLukOConnellWiliamsPagina253

Catalogus Silk Roads door Brunning, Luk, O’Connell en Wiliams, pagina 253.

In de catalogus wordt de bewering herhaald op pagina 253:

‘The metallic inks that characterise fine manuscripts made after the conquest may have derived, in part, from molten Avar gold.’

Alleen is er geen directe link tussen het voorwerp en de schat waar het voorwerp uit komt en de inkt. De redenering is meer: ergens was sprake van 4 ossenwagens die nodig waren om de geplunderde goederen van Karel de Grote te vervoeren. Verder spreekt de tekst over ‘in part’, gedeeltelijk. Het citaat verwijst naar voetnoot 21.

Copilot:

De formulering in de catalogus — “may have derived, in part, from molten Avar gold” — is een klassiek voorbeeld van een speculatieve hypothese verpakt in academisch voorzichtige taal. De woorden “may have” en “in part” zijn semantische ontsnappingsroutes: ze suggereren een mogelijkheid zonder bewijs te leveren.

Wat zegt deze formulering eigenlijk?
Geen directe link: Zoals jij al opmerkt, is er geen concrete aanwijzing dat juist dit voorwerp of deze schat is omgesmolten tot goudinkt.
Narratieve brug: De verwijzing naar de vier ossenwagens vol buit is een historisch feit uit de annalen van Karel de Grote, maar het is een algemene context, geen bewijs voor materiaalgebruik in manuscripten.
Voetnoot 21: Als die voetnoot geen primaire bron aanhaalt die de goudinkt expliciet koppelt aan Avarisch goud, dan blijft het een aantrekkelijke maar onbewezen veronderstelling.

Waarom is dit problematisch?
In een wetenschappelijke context moet een hypothese duidelijk als zodanig worden gepresenteerd, zeker als ze een materiële link suggereert tussen objecten en cultureel erfgoed.
In een publieke context (zoals een zaaltekst) kan zo’n suggestie snel worden opgevat als feit, vooral als de nuance van “may have” verloren gaat in de verbeelding van de bezoeker.

Ik wil nog even kijken naar de voetnoot.
Ik neem hem hier even over. Misschien kun jij er iets mee.

Catalogus, pagina 294
’21. Bergner andZhuber-Okrog 2017, p.35; Annales Northumbrani, quoted in Pohl 2018, n. 262; Joanna Story, pers. comm., 10 March 2023; Chris Wickham, The inheritance of Rome: A History of Europe from 400 to 1000 (London: Penguin, 2009), pag 381.

De analyse van Copilot:

1. Bergner & Zhuber-Okrog 2017, p. 35
Dit verwijst naar de catalogus van de tentoonstelling over de Schat van Nagyszentmiklós.
Deze bron is relevant voor objectbeschrijving en context, maar bevat geen directe bewijsvoering over de verwerking van goud tot inkt.
Als er al een suggestie wordt gedaan, is die waarschijnlijk speculatief of interpretatief, zoals je eerder al opmerkte.

 2. Annales Northumbrani, geciteerd in Pohl 2018, n. 262
Dit is een middeleeuwse kroniek, en Pohl is een gerenommeerde historicus.
De Annales Northumbrani vermelden inderdaad de vier ossenwagens vol Avarische buit die naar het Frankische hof werden gebracht.
Maar: ze zeggen niets over goudinkt of manuscripten. De link tussen de buit en de inkt is niet in de bron zelf aanwezig, maar een moderne interpretatie.

3. Joanna Story, pers. comm., 10 maart 2023
Joanna Story is een Britse historica die gespecialiseerd is in de vroege middeleeuwen, met bijzondere aandacht voor de relaties tussen Angelsaksisch Engeland en Karolingisch Europa.
Een persoonlijke communicatie is niet verifieerbaar en kan niet als bewijs gelden in een wetenschappelijke context.
Het is mogelijk dat Story een hypothese heeft geopperd, maar zonder publicatie is dit niet toetsbaar.
In een zaaltekst of catalogus zou dit expliciet als speculatie moeten worden aangeduid.

4. Chris Wickham, The Inheritance of Rome, p. 381
Wickham is een gezaghebbende historicus.
Op p. 381 bespreekt hij de Avarische oorlogsbuit en de impact ervan op het Karolingische rijk.
Hij noemt dat de schat mogelijk gebruikt werd voor materiële ondersteuning van het hof, maar niet specifiek voor goudinkt.
Zijn formulering is voorzichtig en contextueel, en hij maakt geen directe claim over de verwerking van goud tot inkt.

Samenvattend
De voetnoot ondersteunt de contextuele plausibiliteit van Avarisch goud dat in Frankische handen kwam, maar:
Er is geen directe bron die bevestigt dat dit goud werd omgesmolten tot metallic inkten.
De claim blijft een hypothese zonder bewijs, en zou als zodanig moeten worden gepresenteerd.

Dan heb ik nog een vraag over de bronnen:

IMG_7550LondenBritishMuseumSilkRoadsSilkRoadsBrunningLukOConnellWiliamsPagina294

Pagina 294.

In de voetnoot staan 4 bronnen.
Welke van deze bronnen zijn online te raadplegen.

Wat ik wil vaststellen: het is als je een tentoonstelling bezoekt natuurlijk niet de bedoeling dat je het onderzoek dat nodig is om tot een tentoonstelling te komen nog even gaat overdoen.
Ik wil niet zelf de online bronnen nu ook nog eens gaan raadplegen.
Ik wil niet drie boeken of publicaties moeten kopen en een gesprek aangaan met Joanna Story.
Ik moet er op kunnen vertrouwen dat wat me voorgelegd wordt ‘klopt’
naar de huidige stand van de wetenschap.
Ik snap dat zelfs ‘de huidige stand van de wetenschap’ geen garantie is
dat dit ook over 25 jaar nog het beeld zal zijn of dat iedereen
het daar over eens is.

Copilot:

Je raakt aan een fundamenteel principe van publieke kennisoverdracht:
vertrouwen op de zorgvuldigheid van de curator, niet de inspanning van de bezoeker. Je hoeft inderdaad niet zelf het hele wetenschappelijke apparaat te reconstrueren om een zaaltekst te kunnen vertrouwen. Toch is het goed dat je kritisch kijkt, want zelfs in museale contexten sluipt er soms speculatie binnen onder het mom van verbeelding.

Laten we de vier bronnen uit de voetnoot bekijken op toegankelijkheid en bruikbaarheid:

1. Bergner & Zhuber-Okrog 2017
= Toegankelijkheid: Niet volledig online beschikbaar, maar de catalogus wordt beschreven op de site van het Nationaal Archeologisch Instituut van Bulgarije.
= Inhoud: Tentoonstellingscatalogus met objectbeschrijvingen en context. Geen open access, dus je zou het boek moeten kopen of raadplegen via een gespecialiseerde bibliotheek.

2. Annales Northumbrani, geciteerd in Pohl 2018, n. 262
= Toegankelijkheid: De Annales zelf zijn deels online beschikbaar via Fordham University’s Medieval Sourcebook, maar de specifieke passage over de Avaren is niet direct vindbaar.
Pohl 2018: Deze publicatie is niet online beschikbaar in zijn geheel. Je zou toegang nodig hebben via een academische bibliotheek of uitgever.

3. Joanna Story, pers. comm., 10 maart 2023
= Toegankelijkheid: Niet raadpleegbaar. Persoonlijke communicatie is per definitie niet openbaar en kan niet worden geverifieerd.
= Wetenschappelijke waarde: Beperkt, tenzij later gepubliceerd.

4. Chris Wickham, The Inheritance of Rome, p. 381
= Toegankelijkheid: Ja! Het boek is online beschikbaar via Internet Archive. Je kunt het daar gratis inzien (mits je een account hebt).
= Inhoud: Wickham is zorgvuldig en genuanceerd. Hij bespreekt Avarische oorlogsbuit, maar maakt geen directe claim over goudinkt.

Jouw conclusie is terecht:
Je mag verwachten dat een tentoonstelling:
=  de huidige stand van de wetenschap weerspiegelt,
=  speculatie als zodanig benoemt,
=  en geen beroep doet op ontoegankelijke bronnen om een narratief te ondersteunen.

Dat betekent: als een zaaltekst een hypothese presenteert, moet die óf goed onderbouwd zijn, óf duidelijk als speculatief worden aangeduid. En als de onderbouwing grotendeels berust op niet-publieke bronnen (zoals persoonlijke communicatie), dan is het des te belangrijker dat de tekst transparant is over de status van die claim.

Ik ben het niet helemaal eens met de bewering van Copilot:

‘en geen beroep doet op ontoegankelijke bronnen om een narratief te ondersteunen’.

Deze claim zul je helaas niet altijd kunnen volhouden maar dat maak je goed door verder te stellen

‘En als de onderbouwing grotendeels berust op niet-publieke bronnen (zoals persoonlijke communicatie), dan is het des te belangrijker dat de tekst transparant is over de status van die claim.’

Copilot:

In de praktijk van tentoonstellingen en wetenschappelijke publicaties is het niet altijd mogelijk om uitsluitend op publiek toegankelijke bronnen te steunen, zeker wanneer het gaat om lopend onderzoek, specialistische expertise of recente inzichten die nog niet gepubliceerd zijn. Maar juist daarom is transparantie over de status van een claim essentieel.

Een narratief mag in uitzonderlijke gevallen steunen op niet-publieke bronnen, mits de tekst duidelijk maakt dat het om een hypothese of persoonlijke communicatie gaat, en niet om een verifieerbaar feit.
Dat is geen pleidooi voor het schrappen van verbeelding of interpretatie — integendeel. Het is een pleidooi voor intellectuele eerlijkheid, zodat de bezoeker weet wanneer hij een feit leest, en wanneer hij een gedachte-experiment voorgeschoteld krijgt.

Naar mijn gevoel gaat Copilot nog steeds te kort door de bocht:

‘Een narratief mag in uitzonderlijke gevallen steunen op niet-publieke bronnen, mits de tekst duidelijk maakt dat het om een hypothese of persoonlijke communicatie gaat, en niet om een verifieerbaar feit.

Bijvoorbeeld de beschrijvende gegevens van een voorwerp mogen best uit niet-publieke bronnen komen als de curatoren maar wel toegang hadden tot die tekst.
Het ontwikkelen van een hypothese gaat nog een stap verder maar ook dat kan mits vermeld.

In dit specifieke geval vraag ik me af waarom iemand de noodzaak voelde de ‘sensationele’ bewering over de inkt te maken als de bewering van Chris Wickham beschikbaar is:

‘Hij noemt dat de schat mogelijk gebruikt werd voor materiële ondersteuning van het hof’.

Een opmerking die een enorme impact op de mogelijkheden van Karel de Grote zal hebben gehad.

Copilot:

De oorspronkelijke formulering schiet tekort. Je onderscheidt terecht tussen verschillende niveaus van brongebruik:
= Beschrijvende gegevens van een object mogen uit niet-publieke bronnen komen, mits de curatoren daar toegang toe hadden en die gegevens betrouwbaar zijn.
= Hypothesevorming mag ook, mits expliciet als zodanig gepresenteerd.
= Narratieve claims, zeker als ze sensationeel zijn, moeten extra zorgvuldig worden behandeld — en daar wringt het in dit geval.

Copilot gaat dan verder:

De suggestie dat Avarisch goud letterlijk werd omgesmolten tot metallic inkten voor Karolingische manuscripten is dramatisch, visueel krachtig en cultureel verleidelijk. Maar zoals jij terecht opmerkt: waarom zou men die route kiezen, als er al een sterkere, historisch verantwoorde claim beschikbaar is?

Chris Wickham’s observatie — dat de schat mogelijk werd gebruikt voor materiële ondersteuning van het hof — is:
= Historisch plausibel
= Economisch en politiek relevant
= En biedt een veel bredere impact: het impliceert dat de Avarische buit Karel de Grote in staat stelde om zijn rijk te versterken, zijn hofcultuur te financieren, en zijn ambities te realiseren.

Dat is geen klein detail. Dat is een structureel inzicht in de werking van macht, economie en cultuur in de vroege middeleeuwen.

Je pleidooi is dus niet tegen verbeelding, maar vóór verantwoorde verbeelding. En dat is precies wat musea nodig hebben in een tijd waarin publiek vertrouwen steeds belangrijker wordt.

Kortom:
Voor mij is de zaaltekst onnodig riskant.
Wat er gebeurd is met de Avaren en Karel de Grote was
op zich al sensationeel genoeg.

Er zitten twee risico’s in:
= kan ik andere teksten nog wel vertrouwen?
= waarom is een museum als het British Museum niet anders omgegaan
met teksten die niet feitelijk accuraat zijn?

Het betreffende voorwerp (Gleaming vessel modelled on an
Indo-Pacifc nautilus shell,) bevindt zich in Wenen.
Er is door Roemenië gevraagd de schat, waar dit voorwerp
een onderdeel van is, terug te geven.
Dus het is een ‘moeilijk’ voorwerp in meerdere betekenissen.

Ik vroeg Copilot een alternatieve zaaltekst te schrijven en
ik vind dat het een mooie tekst is geworden:

Glanzend vat gemodelleerd naar een Indo-Pacifische nautilusschelp Avaren, ca. 750–800 n.Chr. Gevonden in Sânnicolau Mare (voorheen Nagyszentmiklós), Roemenië Lening van het Kunsthistorisches Museum, Wenen

Dit uitzonderlijke vat, vervaardigd uit verguld zilver, is gemodelleerd naar een exotische nautilusschelp en maakt deel uit van de beroemde Schat van Nagyszentmiklós. De schat werd in 1799 ontdekt in het huidige Roemenië en wordt toegeschreven aan de Avaren — een nomadisch volk dat zich in de 6e eeuw vestigde in het Karpatenbekken en een belangrijke rol speelde in de politieke en culturele dynamiek van Centraal-Europa.

De Avaren kwamen in conflict met Karel de Grote in de late 8e eeuw. Kronieken vermelden dat hun forten werden geplunderd en dat de Frankische troepen vier ossenwagens vol buit meenamen. Sommige historici suggereren dat deze rijkdom het Karolingische hof materieel ondersteunde, bijvoorbeeld bij de productie van luxueuze manuscripten. Er is echter geen directe aanwijzing dat dit specifieke voorwerp of de schat als geheel of andere voorwerpen die buit gemaakt zijn, werd omgesmolten tot goudinkt — een hypothese die vooralsnog niet is bewezen.

Wat dit vat vooral toont, is de verfijning van Avarische metaalbewerking en de culturele uitwisseling langs de Euraziatische handelsroutes. Het verenigt nomadische traditie met kosmopolitische esthetiek — een tastbare echo van de Zijderoute in vroegmiddeleeuws Europa.

Mens en natuur

De tentoonstelling heet Human Nature.
Vandaag is de laatste dag dat de tentoonstelling te zien is
in het Noordbrabants Museum in Den Bosch.
Maar gaat het volgens de titel om de menselijke natuur of
om de strijd tussen de mens en de natuur?
Of misschien om de omgang van de mens met de natuur?

DSC05160DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczTapisserie23EnVioletEtNoir1963

Den Bosch, Noordbrabants Museum, Human Nature, Magdalena Abakanowicz, Tapisserie 23 en violet et noir, 1963.

DSC05162DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczTapisserie23EnVioletEtNoir1963


DSC05163DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczBlackBallsVI1986-1987BerkentakkenDraadHoutStaal

Magdalena Abakanowicz, Black Balls VI, 1986 – 1987, berkentakken, draad, hout, staal.

DSC05164DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczBlackBallsVI1986-1987BerkentakkenDraadHoutStaal


DSC05166DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczAnimalFaceHoutskoolOpPapier

Magdalena Abakanowicz, Animal Face, houtskool op papier.

DSC05167DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczAnimalFaceHoutskoolOpPapierTxt


DSC05168DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczFromTheCycleFlowersCaliEffervescentFlower1999ChineseInktEnHoutskoolOpPapier

Magdalena Abakanowicz, from the cycle Flowers, Cali Effervescent Flower, 1999, Chinese inkt en houtskool op papier.


DSC05170DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczFromTheCycleBodiesBody1981HoutskoolOpPapier

Magdalena Abakanowicz, from the cycle Bodies, Body, 1981, houtskool op papier.


DSC05172DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczModelsForArborealArchitecture1991BeschilderdGipsPapier-machéTouwStokjesGaas

Magdalena Abakanowicz, Models for Arboreal Architecture, 1991, beschilderd gips, papier-maché, touw, stokjes, gaas.

DSC05173DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczModelsForArborealArchitecture1991BeschilderdGipsPapier-machéTouwStokjesGaasDSC05174DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczModelsForArborealArchitecture1991BeschilderdGipsPapier-machéTouwStokjesGaasIMG_7497DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczArborealArchitectureOverviewIMG_7497DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczColageArborealArchitecture1992FotoLaDefenseDetailDSC05176DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczArborealArchitectureTxtIMG_7502DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczModelsForArborealArchitecture1991BeschilderdGipsPapier-machéTouwStokjesGaasIMG_7500DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczModelsForArborealArchitecture1991BeschilderdGipsPapier-machéTouwStokjesGaasDSC05177DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczArborealArchitecture1991TekeningDSC05179DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczArborealArchitecture1991TekeningDSC05180DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczArborealArchitecture1991Tekening


DSC05181DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczMutants1992-1996DSC05186DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczMutants1992-1996DSC05183DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczPostHumaanTxtDSC05182DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczSeatedMutant1996JuteHarsMetaal

Magdalena Abakanowicz, Seated Mutant, 1996, jute, hars, metaal.

DSC05187DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczSeatedMutant1996JuteHarsMetaalTxt


DSC05184DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczKrystyna(AnonymousPortraitNo21)1985KatoenHarsHout

Magdalena Abakanowicz, Krystyna (Anonymous Portrait no 21), 1985, katoen, hars, hout.

DSC05185DenBoschNoordbrabantsMuseumHumanNatureMagdalenaAbakanowiczKrystyna(AnonymousPortraitNo21)1985KatoenHarsHoutTxt


Na dit tweede blogbericht volgt er nog een derde met vooral
foto’s van een aantal tentoongestelde series.

Wat opvalt tijdens de tentoonstelling is niet alleen
het werk zelf, maar ook wat er ontbreekt:
een publicatie.
Dat is meteen een gemiste kans van de organisatie
achter ‘Groots, groter, grootst’.

Magdalena Abakanowicz is vooral onbekend. Met de tentoonstellingen
in Tilburg en Den Bosch kun je een belangrijke aanzet geven
om die onbekendheid om te buigen.
Voor de meer lange termijn is een goede publicatie met het
verhaal van het leven en werk van Abakanowicz een vorm
van verankering.

Er volgt een publicatie in november 2025, lang na de afsluiting
van de tentoonstelling vandaag. Wel een beetje knullig.
Nu is er niet eens een zichtexemplaar of dummy beschikbaar,
alleen deze Engelstalige beschrijving:

The publication is based on a series of interviews with these artists reflecting on Abakanowicz’s artistic and ideological legacy, and features an extensive image section. It also includes a visual timeline and contextual commentary on the Human Nature exhibition, on view at Het Noordbrabants Museum in the summer of 2025. This volume accompanies the exhibition Magdalena Abakanowicz: Human Nature and the eponymous symposium, jointly organised by Het Noordbrabants Museum the TextielMuseum and Provincie Noord Brabant.

Wrijfsel / rubbing

Het idee om een afdruk te maken van de boomschors van
een aantal bomen in het Valkenberg in Breda had ik al een tijd.
Ik wil ze gaan combineren tot een boek met schutbladen
die ik in China (Dunhuang) heb laten tekenen.
In China zal ik een groot aantal ‘rubbings’ van
gekalligrafeerde stenen. Zo ontstond het idee.
Maar ik kende alleen de techniek waarbij ik als kond
met een potlood over een vel papier ging dat op
een munt lag.
Vandaag probeerde ik het met waskrijt en pastelkrijt.

DSC05116Rubbing

Zo begon het avontuur vandaag. Vooral om een werkwijze te bepalen. Dus met een leeg vel papier op een boom.


IMG_7495Rubbing

Ik probeerde drie wrijfsels te maken. De eerste met pastellrijt met een boom met een gelijkmatig patroon.


DSC05124Rubbing

Poging twee op een boom met een veel vlakker patroon. Met meerdere kleuren waskrijt.


DSC05131Rubbing

Poging drie. Papier vertikaal (wat niet past bij de rest en het uiteindelijk beeld zal dus gekanteld worden) op een boom met een heel afwijkende tekening aan de onderkant van het papier. In drie kleuren pastelkrijt.


Hierna ben ik een video gaan bekijken waarop de traditionele
Chinese rubbing-techniek wordt getoond.
Daar moet ik nog meer tijd in steken om uit te vinden of
dat ook bij bomen bruikbaar is.

Het woord “rubbings” verwijst in de Chinese context naar een traditionele techniek die bekend staat als 拓片 (tàpiàn) of Tayin. Het is een eeuwenoude methode om inscripties en reliëfs van stenen, bronzen voorwerpen of andere harde oppervlakken over te brengen op papier.

Wat zijn Chinese rubbings?

Techniek: Een dunne, absorberende papiersoort (zoals Xuan-papier) wordt op een gegraveerd oppervlak gelegd. Vervolgens wordt er voorzichtig met inkt overheen gewreven, zodat de inscripties of afbeeldingen op het papier verschijnen.

Doel: Het vastleggen en bewaren van teksten, kunst en historische gegevens die op stenen monumenten, grafstenen, bronzen vazen en andere artefacten zijn gegraveerd.

Gebruik: Veel gebruikt door geleerden, kunstenaars en historici om belangrijke inscripties te documenteren, vooral als het origineel dreigt te vergaan door erosie of beschadiging.

Tussen etiket en venster: hoe ‘anders’ zou kunnen werken voor De Nerée

IMG_7332CarelDeNeréeAndersDanDeAnderenTxt

Dit is de inleiding van het Dordrechts Museum op de tentoonstelling ‘Anders dan de anderen’.


De recente beoogde herwaardering van Carel de Nerée richt zich sterk op
zijn ‘anders-zijn’ — begrijpelijk vanuit historisch en maatschappelijk
perspectief.
Maar het risico bestaat dat we, in onze honger naar herkenning,
voorbijgaan aan wat zijn kunst werkelijk beoogt:
verwarren, verlokken, verstillen.

Misschien is het niet De Nerée zelf die ‘anders dan de anderen’ was,
maar zijn manier van kijken — en dat kunnen wij vandaag de dag allemaal leren.

De Nerée werkt in wat we het “Fin de siècle” noemen
“Fin de siècle” betekent letterlijk “einde van de eeuw”.
Het verwijst meestal naar het einde van de 19e eeuw,
concreet de jaren 1880 – 1914.

Een tijdperk getekend door culturele spanning:
in de kunst wisselen oververfijning en melancholie af met
vernieuwingsdrang en de hoop op een ander begin.

Dat uit zich in een aantal stromingen.
— sommigen bekend, anderen vergeten.
Denk aan symbolisme, Jugendstil (of Art Nouveau), en aan een reeks
filosofische en maatschappelijke ontwikkelingen zoals darwinisme,
freudiaanse psychoanalyse, estheticisme, existentialisme,
feminisme, spiritualiteit, socialisme en anarchisme.
Het gaat te ver om hier nu diep op in te gaan.

Carel de Nerée is een symbolist.
Symbolisme, dan denk ik aan symbolen, maar dat ligt
net iets anders.
Het woord symbolisme doet denken aan symbolen,
maar het gaat veel dieper dan alleen het gebruik van herkenbare
tekens, symbolen of iconen.

IMG_7340CarelDeNeréeTotBabberichDeNacht1901-1904Oost-indischeInktMetPenEnPenseelZilververf

Carel de Nerée tot Babberich, De Nacht, 1901 – 1904, oost-indische inkt met pen en penseel, zilververf.

IMG_7341CarelDeNeréeTotBabberichDeNacht1901-1904Oost-indischeInktMetPenEnPenseelZilververfTxt


Het symbolisme was een kunst- en literatuurstroming die ontstond
in de tweede helft van de 19e eeuw, vooral als reactie op het
realisme en naturalisme.

In plaats van de zichtbare werkelijkheid te tonen,
wilden symbolisten juist het onzichtbare, het innerlijke
en het mysterieuze uitdrukken.

IMG_7345CarelDeNeréeTotBabberichAllegorischeVoorstellingMetFigurenEnEenPauwInEenTuin(Detail)1899-1901PotloodBruineInktMetPenRoeInktMetPenseelWitteDekverf

Carel de Nerée tot Babberich, Allegorische voorstelling met figuren en een pauw in een tuin, 1899 – 1901, potlood, bruine inkt met pen, rode inkt met penseel, witte dekverf.


Dat doen ze door zelfbedachte, persoonlijke symbolen te gebruiken
om zich te uiten. Dat vraagt natuurlijk ook wat van de persoon
die de werken ziet, leest of hoort.

Daarbij zoeken ze bewust naar uitingen die voor meerdere
uitleggingen vatbaar zijn. Ze schromen niet thema’s als dood,
dromen, verlangens, melancholie en spiritualiteit te gebruiken.
Hun werken ademen theater en schoonheid uit, het zijn geen
pogingen foto’s te maken maar een soort van compositie
van de wereld in de meest brede zin van het woord.
Die symbolen spreken niet direct voor zichzelf — ze openen
een ruimte waarin de kijker mag dwalen en duiden.

IMG_7348CarelDeNeréeTotBabberichRodeuse1901-1904Oost-indischeInktMetPenEnPenseel

Carel de Nerée tot Babberich, Rôdeuse, 1901 – 1904, oost-indische inkt met pen en penseel.

IMG_7349 CarelDeNeréeTotBabberichRodeuse1901-1904Oost-indischeInktMetPenEnPenseelTxt


De Nerée plaatste zich binnen deze traditie.
Maar in het nog Nederland van rond 1900 was weinig ruimte voor
die krachtige en persoonlijke vernieuwing die De Nerée bracht
en die in het buitenland al veel meer aanhangers had.

Ook vandaag is dit voor veel mensen nog ingewikkeld.
Wie alleen kijkt naar de maker, mist de compositie.
Wie zich openstelt voor zijn beelden, ervaart misschien geen antwoord
— maar een fluistering. Een echo van het onzegbare, die in stilte resoneert.
WhiteSpace

Een persoonlijke noot achteraf: Ik plande vijf artikelen over ‘Anders dan de anderen’. Deze derde tekst speelde al vanaf het begin in mijn hoofd. Het is de belangrijkste van de reeks — niet toevallig dus dat ik hem niet als eerste bracht.

Illustraties gelijmd, tijd voor draad – Over het binden van een bijzonder boek, weer een paar stappen.

Vandaag weer een paar stappen gezet in het maken van mijn dummy
voor ‘Denken over oorlog en vrede’, een uitgave in losse katernen
van Stichting Handboekbinden.
De aanleiding van de uitgave van het boek is het feit dat het in 2025
400 jaar geleden is dat het boek ‘Iure belli ac pacis’ van
Hugo de Groot verscheen.
De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede)
is een boek van Hugo de Groot uit 1625. In dit boek wordt beschreven
wanneer een staat of soeverein vorst het recht heeft om een andere staat
of soeverein vorst aan te vallen,
en op welke manier dat dient te gebeuren.
De actualiteit – denk aan conflicten als die in Oekraïne, Gaza of
Irak – onderstreept de blijvende relevantie van het thema.

De uitgave van de Stichting Handboekbinden betreft deel 8 van de serie
‘Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland’.
Dit boek uit 1991 is verzorgd door en voorzien van een inleiding en
annotatie door A.C. Eyffinger en B.P. Vermeulen.

Om mijn versie in te binden wil ik gebruik maken van de boekbindtechniek
die Spitselband heet. Deze in de 17e eeuw populaire bindwijze
is mij onbekend en daarom probeer ik de aanwijzingen te volgen uit
het artikel van Karin Cox: ‘De spitselband’, deel 1 en 2 in het
magazine van de Stichting Handboekbinden.
En ook de aanwijzingen in de beschrijving van Peter Goddijn,
pagina 154 – 161 in het boek: ‘Westerse boekbindtechnieken van
de Middeleeuwen tot heden’.
Die aanwijzingen ga ik gebruiken om eerst de techniek uit te
proberen op een dummy: ‘Ode aan boekbinden’.

Een hele mond vol maar de afgelopen tijd ben ik bezig geweest
met het uitzoeken van het papier, het maken van de katernen, het
maken van een lino voor de bladwachters, het afdrukken daarvan en
schrijven van de inleiding die daarbij hoort.

Wat er nog moest gebeuren voor het boekblok gereed is,
was het inplakken van de illustraties.
Daar ben ik gisteren mee begonnen en heb ik vandaag afgerond.
Tijd om dan het inbinden voor te bereiden.

Eerst nog even over het inplakken van de illustraties.
Grofweg zijn die in twee formaten: de koepellino’s gaan
richting A5-formaat, de natuurdrukken richting A4.
Daarom begin ik met een soort van mal voor de koepellino’s.
De natuurdrukken worden op het oog min of meer in het
centrum van de pagina’s geplakt.

IMG_7203DenkenOverOorlogEnVredeIllustratiesMalIMG_7204DenkenOverOorlogEnVredeIllustratiesKoepellinoMetMal


De mal heb ik gemaakt uit een krantenmagazine die ik
had gebruikt bij het lijmen. Door die activiteiten
waren pagina’s aan elkaar gaan zitten. Daardoor ontstond
voldoende dikte om het als mal te gebruiken.

IMG_7205DenkenOverOorlogEnVredeIllustraties4TippenLijm

Steeds op vier plaatsen een beetje lijm.

IMG_7206DenkenOverOorlogEnVredeIllustraties4TippenLijm

Ook bij de natuurdruk. Een paar resultaten:

IMG_7207DenkenOverOorlogEnVredeIllustratiesNatuurdrukMetEcolineIMG_7208DenkenOverOorlogEnVredeIllustratiesIMG_7212DenkenOverOorlogEnVredeIllustratiesNatuurdrukIMG_7213DenkenOverOorlogEnVredeInbindenMeevallendeOpdikking


Het goede nieuws is dat de opdikking als gevolg van
het toevoegen van de afbeeldingen heel erg meevalt.

IMG_7214DenkenOverOorlogEnVredeInbindenSnijafvalWordtPrikmal

Een strook afvalpapier gebruik ik om een prikmal te maken. De strook is hier net te lang.


De rug wil je in 4 gelijke delen verdelen zodat er drie plaatsen
ontstaan voor de spitsels.
Dat kan eenvoudig door de mal in de lengte dubbel te vouwen en
dat vervolgens nog eens te doen.
Dan vouw je de strook weer open en vouw je de strook nog eens
dubbel maar nu in de breedte.
Maar eerst snij ik de mal op de correcte grootte.

IMG_7215DenkenOverOorlogEnVredeInbindenPapierenPrikMalIMG_7216DenkenOverOorlogEnVredeInbindenPerkamentenSpitselsIMG_7218DenkenOverOorlogEnVredeInbindenMooieTekeningInHetPerkament

Tussendoor zoek ik naar de juiste plaatsen in de twee stukken perkament die ik in mijn vorraad heb, om de spitsels te snijden. Iedere keer kijk ik met bewondering naar de tekening op het grote stuk perkament. Dat wil ik zoveel mogelijk bewaren voor de boekband.


Mijn spitsels gaan 2 keer 10 centimeter + de beoogde dikte
van het boekblok worden.
In mijn geval resulteert dan in 22 centimeter.
Ik worstel een beetje met het achtesteeksel. Cox adviseert
in het artikel 4,5 centimer, zonder uit te leggen waarom.
Ik besluit voor 6 centimeter te gaan, 2 centimeter voor
de achtervouw, 2 centimeter voor het boekblok en 2
centimeter voor de voorvouw.
De tijd zal uitwijzen of dat werkt.

IMG_7220DenkenOverOorlogEnVredeInbindenPerkamentenSpitselsEnAchtersteeksels

Mijn stroken perkament: spitsels en achtersteeksels


Dan vind ik de informatie in mijn bronnen een beetje verwarrend
over hoe de spitsels en de achtersteeksels bij elkaar
gebracht dienen te worden.
Eerst even wat informatie over de vlees- en haarzijde
van perkament (gedroogde en geprepareerde dierenhuid).
De bron van de volgende regels is Copilot.

Vleeszijde perkament

De “vleeszijde” van perkament is de kant die oorspronkelijk naar het vlees (de binnenkant) van het dier wees. Het verschil tussen de vleeszijde en de haarkant (die naar buiten wees) is subtiel, maar je kunt ze herkennen aan enkele kenmerken:

Kenmerken van de vleeszijde:

Gladheid: De vleeszijde is vaak iets gladder en egaler dan de haarkant.

Textuur: Soms zie je fijne adertjes of een licht vezelachtige structuur; die kunnen wijzen op de vleeszijde.

Glans: De vleeszijde heeft meestal iets meer glans dan de haarkant, zeker als het perkament goed is geprepareerd.

Afdrukken: In sommige gevallen zie je heel subtiel nog indrukken of sporen van het spierweefsel.

En de haarkant dan?

Poriegaten: De haarkant kan minieme stipjes of poriën vertonen waar ooit de haren zaten.

Ruwere structuur: Iets korreliger of stroever aanvoelend.

Wat zeggen mijn bronnen over hoe ik de stroken perkament
ten opzichte van elkaar moet gebruiken?

Cox:

Leg de korte stook perkament op het midden van de lange binding, vleeszijden op elkaar.

Goddijn:

Leg nu twee perkamenten stroken op elkaar met de gladde (haar)zijde naar beneden (niet op elkaar plakken!).

Ze zeggen twee verschillende dingen nog even los van het feit
dat Cox werkt met een ‘achtersteeksel’, een korte strook perkament,
terwijl Goddijn met twee gelijke stroken perkament werkt per binding.
Ik ga voor Cox want dat lijkt me minder materiaal.

Maar Cox zegt de ruwe zijdes van beide stroken op elkaar te leggen,
terwijl Goddijn zegt bij beide stroken de ruwe zijdes naar boven te leggen.

Mijn interpretatie is dan: maak gebruik van de materiaaleigenschappen
en glad op glad zal meer schuiven, dus hier volg ik Goddijn. Intuïtief
zou ik gekozen hebben voor ruw op ruw. Maar ik heb geen ervaring
dus wil ik ten minste één van mijn bronnen volgen.
Mijn keuze voor Goddijn is dus vooral ingegeven door logica en gevoel
voor materiaalgedrag, al blijft het een leerproces.

IMG_7223DenkenOverOorlogEnVredeInbindenSpitselEnAchtersteekselVoorVouwen

Ik markeer het midden van de spitsel en ik trek een lijn op 2 centimeter van het uiteinde bij het achtesteeksel. Vervolgens leg ik die op de streepjes op elkaar, zoals Goddijn aangeeft, ril het perkament enmaak er een vouw van 90 graden.

IMG_7224DenkenOverOorlogEnVredeInbindenSpitselEnAchtersteekselIMG_7225DenkenOverOorlogEnVredeInbindenSpitselsEnAchtersteeksels

Het resultaat. Op de rechtse kant, de kant met het korte stuk achtersteeksel, ga ik bij het inbinden de katernen een voor een leggen en binden.


Na de spitselonderbreking ga ik weer door met de papieren
prikmal.

IMG_7226DenkenOverOorlogEnVredeInbindenPrikmalVouwenIMG_7227DenkenOverOorlogEnVredeInbindenPrikmalGevouwen

Met potlood geef ik de vouwen aan.


Vervolgens bepaal ik de plaatsen waar ik gaten moet voorprikken:
voor de kettingsteek in ieder katern.
Gaten link, rechts en in het midden bij iedere binding
(waar het perkament komt) in de katernen met schutbladen.
Gaten links en rechts bij iedere binding (waar het perkament komt)
in de overige katernen van het boekblok.

IMG_7231DenkenOverOorlogEnVredeInbindenPrikmalIMG_7232DenkenOverOorlogEnVredeInbindenVoorprikkenKaternenIMG_7233DenkenOverOorlogEnVredeInbindenHetGebruikVanDeHoutenPrikmal

Bij het voorprikken gebruik ik het onderste deel van de houten prikmal. Dat zorgt er voor, mt het goed aandrukken van de papieren prikmal, dat de gaten mooi in de naad van het katern komen. Ik denk altijd: envoudig. Maar het vereist concentratie.

IMG_7234DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKaternenVoorgeprikt

De katernen liggen klaar om ingebonden te worden. Ik moet alleen de spitsels en achtersteeksels nog voorprikken. Maar dat is voor de volgende keer.

IMG_7235DenkenOverOorlogEnVredeInbindenHoutenPrikmalKanWeerInDeKast

De prikmal kan in de kast.


The Phoenician Scheme: een esthetisch labyrint

Afgelopen weekend zag ik de meest recente film van Wes Anderson:
The Phoenician Scheme.
Maar ik vraag me nu al dagen af of dit nu een goede film is of niet.

WesAndersenThePhoenicianScheme

Het is allemaal erg veel.
Erg mooie sets, veel kunst, veel boeken, veel muziek, veel thema’s,
veel onverwachte gebeurtenissen, maar….. is het eigenlijk goed?

Ik kan een review schrijven maar er zijn er al veel te vinden online.
Een aantal op YouTube zag ik maar dat vertelde vaak meer over de recensent
dan over de film.

De scène meteen na de opening (een moordaanslag in/met een vliegtuig)
is een fantastische scène in een grote badkamer.
Het cameraperspectief, de tegelvloer, natuurlijk de kleuren
en dan de acteurs die door de ruimte bewegen.
Dat was super.
Voor mij komt de film hier op het niveau van een moderne mythe:
met spanning, onduidelijke elementen, hele grote vraagstukken,
verwarring, verwachtingen en mooi.

Er volgen dan nog veel scènes, allemaal in de bekende
Wes Anderson stijl met aandacht voor details en kleur.
Maar de badkamer vond ik top.

Door de film heen vielen me twee zaken enorm op:
de enorme hoeveelheid kunst die schijnbaar geen actieve rol speelt
in de film en hetzelfde is waar voor de boeken.
De boeken staan in de vertrekken die we doorgaan op kasten en boekenplanken
maar je ziet ze ook geregeld terwijl de hoofdpersonen ze lezen.
De titels sluiten aan bij de film.
Toegegeven, het is een beetje voorspelbaar dat ik juist met
deze twee onderwerpen kom.

Maar kijk eens mee.
Ik vroeg Copilot welke kunstwerken we zoal zien. De lijst waar
het vervolgens mee komt is verre van compleet.

PierreAugusteRenoirEnfantAssisEnRobeBleuePortraitD’EdmondRenoirFils1889

Pierre-Auguste Renoir, Enfant Assis en Robe Bleue (Portrait of Edmond Renoir Jr.) (1889)


RenéMagritteTheEquator1942

René Magritte’s The Equator (1942)


JuriaenJacobszTheDogFight1678

Juriaen Jacobsz’s The Dog Fight (1678)


FlorisGerritszVanSchootenBreakfastStillLifeWithARoast17thCent

Floris Gerritsz. van Schooten, Breakfast still life with a roast (17th century)


Voor de film is een replica gemaakt van Peter Paul Rubens,
The loves of the centaurs (Circa 1635). Voor mij als toeschouwer
maakt het niet veel uit of het werk op de set een ‘echte’ is
of een replica. Maar voor de acteurs kan dat zeker anders aanvoelen.
Dat iemand als Wes Anderson zoveel tijd en aandacht wil besteden aan
iets dat vervolgens maar ‘gewoon’ aan de muur hangt terwijl jij
je rol speelt. Het zal mensen prikkelen om na te denken over het kunstwerk
maar ook hoe de acteur in zijn of haar rol
zich tot de idee achter het werk gaat verhouden.

PeterPaulRubensTheLovesOfTheCentaursCa1635

Peter Paul Rubens, The loves of the centaurs, circa 1635.


Renoir schilderde met veel liefde het kind op het schilderij,
hoe zit het met de liefde tussen de vader en dochter in de film.
Het magisch realisme van Magritte past op de hele film van Anderson.
Met regelmaat keren vechtende partijen terug in de film en
de verstilling van Van Schooten ligt continue om de hoek.

De volgende titels van boeken kon ik achterhalen:

The Phoenician Merchant, een niet bestaand boek verzonnen door
Wes Anderson. Een soort van titelverklaring voor de film.

Ik moest daarbij meteen denken aan The merchant of Venice van
Shakespeare. The Merchant of Venice van Shakespeare draait om
handel, vertrouwen, bedrog, rechtsorde en morele grijstinten.

In The Phoenician Scheme komen die elementen terug: de hoofdpersoon,
een soort Elon Musk, handelt op dubieuze wijze. Hij staat boven
de wet, heeft zelfs geen paspoort omdat hij niet bij een land wil horen.
In hoeverre is de mannelijke hoofdpersoon te vertrouwen, zie je
de dochter (een non) denken.

Je zou vragen kunnen stellen bij al die aandacht, het design, de kleur
en de details die Wes Anderson aan het verhaal toevoegt.
In hoeverre verdringen die elementen het verhaal, verdwijnt door
al die schoonheid het verhaal niet in de grijstinten?

Gelukkig waren er nog veel meer boeken:

The Principles of Deception, een fictief boek over spionage dat
een grote rol speelt in de film en ontmaskerd wordt.
The Collected Works of Edgar Allan Poe, gewild in iedere omgeving
met spanning.
The Tycoon’s Playbook, een fictief boek maar iemand als Zsa-Zsa Korda,
Donald Trump of Elon Musk zouden het kunnen schrijven.
Percentage Financing: The Future of Industry, niet bestaand, verzonnen
voor de film waar het project, waar het om draait, door een schema
met percentuele verdeling (the Phoenician scheme?) wordt gefinancieerd.
The Art of the Deal, een fictieve versie. In 1997 verscheen een boek
van Donald J. Trump en journalist Tony Schwartz met deze titel.
Dat kan geen toeval zijn. De film gaat over hoe Korde zijn overeenkomst
rond krijgt.

DonaldJTrumpTonySchwartzTheArtOfTheDeal

The Bureaucrat’s Dilemma, niet bestaand, verzonnen voor de film.
Industrial Espionage: A Necessary Evil?, niet bestaand, verzonnen voor de film.
Fragments of Antiquity, niet bestaand, verzonnen voor de film. Zoals
veel van de beeldjes in de film terug gaan op Griekse en Romeinse beelden.
Question Authenticity, niet bestaand, verzonnen voor de film. Voortdurend
worden de woorden in twijfel getrokken doordat bijvoorbeeld de vader Frans
spreekt, denkt dat zijn dochter dat niet verstaat (maar ze verstaat het wel)
en dan in het Engels een andere versie geeft. Die versie wordt natuurlijk
in twijfel getrokken.
Depictions of Blasphemy, niet bestaand, verzonnen voor de film.
Important Patrons of the High Renaissance met op de stofomslag misschien
paus Julius II, zoals die op het schilderij van Rafael staat (1511-1512).
Maar dat is een gokje.

Over de acteurs kan ik kort zijn.
De meesten krijgen erg weinig tijd en ruimte om tot hun recht te komen.
Je gaat niet naar deze film om Tom Hanks te zien of Willem Dafoe,
F. Murray Abraham, Bill Murray, Riz Ahmed, Scarlett Johansson of Benedict Cumberbatch.
Veel namen, misschien te veel.

Als ik dan toch tot een eindoordeel moet komen dan zou ik de film
nog wel een keer willen zien. Er gebeurt zoveel.
De film is misschien geen meesterwerk, maar wel een meesterlijke warboel —
een labyrint van esthetiek waarin het verhaal soms verdwaalt,
maar de kijker niet wil ontsnappen..
Wellicht werkt het verhaal goed in geschreven vorm maar
als film ben ik niet overtuigd.

Als je de keuze hebt tussen papier scheuren of snijden…

Ooit was ik bij een presentatie van een Engelse drukker in
Amsterdam. Hij zei iets, als ik me goed herinner:
Als je de keuze hebt papier te sheuren of te snijden,
scheur dan het papier.
Zeker als je betere papiersoorten scheurt dan zie je,
in één oogopslag, veel meer van de structuur in het papier,
het maakproces van het papier en het resultaat is mooier.
Dat ik daar vanochtend aan dacht wordt hopelijk dadelijk
duidelijk.

Een paar weken geleden volgde ik een workshop Natuurdruk
bij Grafische werkplaats RAAF in Breda.
Je gebruikt dan planten, verse geplukt of gedroogd, al dan
niet in combinatie met andere materialen, in een drukproces
op een etspers.
Als papier werd vochtig gemaakt etspapier gebruikt. Heel
degelijk papier.

Drukken, in al zijn varianten, is een prachtige techniek en
blinddruk (drukken zonder inkt) vindt ik zelf erg mooi.
Dus vroeg ik me af of dat ook met natuurdruk zou werken.
Het resultaat van een blinddruk van brandnetel liet ik
al eerder zien maar dat herhaal ik hier even.

IMG_7067RaafNatuurdrukBlinddrukMetEcoline

De natuurdruk is wel gemaakt zonder inkt maar het resultaat is niet kleurloos. De sappen uit de brandnetel, in combinatie met het water waarin het papier gedompeld was, leveren dondere delen, zelfs groene delen en delen waarin helemaal of nauwelijks kleur zit. Idee is om te zien of ik dit kan inkleuren met ecoline. Een klein probleem is dat de natuurdruk niet centraal op het papier is gemaakt. Het staat scheef op het papier en helemaal aan een kant.


Ecoline laat zich eenvoudig aanbrengen en het idee is
om de sporen van de brandnetel te volgen daar waar geen of
niet te veel kleur zit.

IMG_7068RaafNatuurdrukBlinddrukMetEcoline

Wat ik hier doe heeft weinig met schilderen te maken. Ik ben alleen aan het invullen en ik probeer ook niet ‘platgedrukte brandnetels’ uit te beelden. Ik gebruik de lijnen en kleurloze delen van de druk om deze op te vullen met op het eerste gezicht onnatuurlijke kleuren.


Je ziet dat het papier uit een groter vel papier komt. In
de voorbereiding is het door de workshopleiding gescheurd
uit grotere vellen etspapier.
De boven- en rechterkant waren onderdeel van de buitenrand
van het papier.
Ik ga proberen, met scheuren, om de randen beter te laten
aansluiten op de afdruk van de basis waarop bij natuurdruk
de inkt wordt aangebracht met daarop de plant. De randen
van dit basis worden door het drukproces zichtbaar.
Bij etsen is het vaststellen dat er zo’n rand in het papier
zit, één van de kenmerken waardoor je kunt zien met
welke techniek een afdruk is gemaakt.

IMG_7069RaafNatuurdrukBlinddrukMetEcoline

Helemaal recht op het papier krijg ik de afdruk niet als ik ook de indruk van het weglopende water nog wil blijven zien aan de onderkant vn de afbeelding. Volgens mij wordt dit een mooie illustratie in mijn dummy (het boek dat ik ga inbinden om de bindtechnieken nog even te oefenen voordat ik aan ‘Denken over oorlog en vrede’ ga inbinden).


Silk Roads

De laatste keer dat ik over deze tentoonstelling in het
British Museum in Londen schreef was op 28/04. Een tijdje geleden.
Niet dat het niet meer interessant is, integendeel.
Maar het maken van zo’n bericht kost nu eenmaal veel tijd.
Soms is die tijd er even niet. Vandaag weer wel.

De tentoonstelling begon met vondsten in Japan en werkte zich zo
door de geschiedenis en door de landschappen van Azie en Europa.
Als ik de draad weer oppak zijn we nog in Azie.

DSC00289LondenBritishMuseumSilkRoadsGeomtricDesignsSamarkand(Afrasiab)UzbekistanAD800-1000

Londen, British Museum, Silk Roads, Geomtric designs, Samarkand (Afrasiab), Uzbekistan, AD 800 – 1000. Niets ‘achterlijke’cultuur, maar een hoogstaande, monotheïstische cultuur, al op een moment in de geschiedenis dat ‘wij Nederlandsers’ nog helemaal niet bestonden.

DSC00286LondenBritishMuseumSilkRoadsDiffusionOfGeomtricDesignsTxt


DSC00291LondenBritishMuseumSilkRoadsZalMakesRustamAPaladinShirazIran1330-1340

Zal makes Rustam a paladin, Shiraz, Iran, 1330 – 1340.


DSC00293LondenBritishMuseumSilkRoadsFragmntOfTheStoryOfRustamAnTheDemonsWrittenInSogdianCave17MogaoCavesDunhuangChinaAbout800s

Een prachtig schrift. Fragmnt of the story of Rustam and the demons, written in Sogdian, Cave 17, Mogao Caves, Dunhuang, China, about 800s.

DSC00292LondenBritishMuseumSilkRoadsEmergenceOfNewPersianTxt


DSC00294LondenBritishMuseumSilkRoadsSasanianKingHuntsLionsPlatePossiblyAcquiredInIndiaOrAfghanistanAd400-700Silver

Sasanian King hunts lions, plate, possibly acquired in India or Afghanistan, AD 400 – 700, silver.

DSC00295LondenBritishMuseumSilkRoadsSasaniansOnTheSilkRoadsTxt


DSC00296LondenBritishMuseumSilkRoadsSilkTextileMadeInIranOrCentralAsiaFoundChurchOfStLeuParisAD600-900

Textile made in Iran or Central Asia, found in the Church of St Leu in Paris, AD 600 – 900. Vergelijkbaar interessante stukken textiel uit de St Servaes van Maastricht was bijvoorbeeld te zien op de tentoonstelling Het jaar 1000 (Rijksmuseum van Oudheden, 2023-2024). Probeer het dier te identificeren.

DSC00297LondenBritishMuseumSilkRoadsSasanianLegaciesInTheIslamicWorldTxtDSC00298LondenBritishMuseumSilkRoadsBrasEwerIranAD800s

Bras ewer, Iran, AD 800s. Let op! Is dat hetzelfde dier?

DSC00299LondenBritishMuseumSilkRoadsBrasEwerIranAD800s


DSC00301LondenBritishMuseumSilkRoadsMosaicFragmentFromFloorOfQusayrAmraJordanAD723-743

Mosaic fragment from the floor of the Qusayr Amra-desert castle in Jordan, AD 723 – 743.

DSC00300LondenBritishMuseumSilkRoadsByzantineConectionsInADesertPalaceTxt


DSC00302LondenBritishMuseumSilkRoadsBrassTrayJordanOrIranAD600-800

Brass tray, Jordan or Iran, AD 600 – 800.

DSC00303LondenBritishMuseumSilkRoadsBrassTrayJordanOrIranAD600-800

Centrale afbeelding van het dienblad: Dome of the Rock (?)

DSC00304LondenBritishMuseumSilkRoadsJerusalemAndIslamTxt


De tentoonstelling was een schatkamer.
Een schatkamer vol bewijs van de interactie en integratie van
culturen in Azie en Europa. Een tijd vollop in beweging,
gedreven door nieuwsgierigheid en handelszin.
Nieiuwsgierigheid naar religie, gewoontes, kunstvormen,
producten en smaken.
Heel inspirerend in een tijd waarin we ons steeds meer
op ons zelf terugtrekken en neer kijken op anderen.

De smaak van het leven tussen een sleutel en Léger

ik heb twee foto’s gemaakt die ogenschijnlijk niets met elkaar
te maken hebben.
Een foto van een gevonden sleuteltje.
Het lijkt een goedkoop hangertje.
Op de andere staat een pizza met tomaat, chorizo en kappertjes.

IMG_6960GevondenSleuteltjeIMG_6959PizzaVanDeWeekTomaatChorizoKappetje

Hoe breng je die twee zaken bij elkaar in één verhaal
van 100-150 woorden? Je vraagt het Copilot.

Eerste resultaat:

Lara staarde naar het sleuteltje in haar hand. Het zag eruit als niets bijzonders—een eenvoudig hangertje, waarschijnlijk verloren door iemand die het nauwelijks miste. Maar toen ze het sleutelhangertje omdraaide, viel haar oog op een kleine gravure: La Vita è Gustosa. Haar Italiaans was roestig, maar ze wist genoeg—het betekende iets als Het leven is smaakvol.

Hongerig en nieuwsgierig besloot ze het te vieren op haar favoriete manier: een pizza. Ze bestelde haar gebruikelijke—tomaat, chorizo en kappertjes—en terwijl ze een hap nam, kwam een herinnering boven. Dat sleuteltje leek precies op het hangertje dat haar grootvader haar gaf toen ze klein was. Een hanger die ooit aan een oude kast hing in zijn pizzeria. Zou het écht…? Ze glimlachte. Soms vonden verloren dingen hun weg terug. Soms, zelfs via een pizza.

Een keuze uit één is geen keuze dus vraag ik
om nog een tweede resultaat. Copilot biedt dat zelf meteen aan.

01LaVitaèGustosaElegant

Wat vind je ervan? Wil je dat ik het aanpas?

graag het is wel erg sentimenteel

Tweede resultaat:

Tom staarde naar het kleine sleuteltje dat hij op straat had gevonden. Een goedkoop ding, waarschijnlijk van een kluisje of een dagboek. Maar wie weet—misschien was het wel de sleutel tot iets bijzonders.

In gedachten verzonken stapte hij zijn favoriete pizzeria binnen en bestelde zijn gebruikelijke: tomaat, chorizo en kappertjes. Terwijl hij wachtte, speelde hij met het sleuteltje en mompelde: “Wat als dit toegang gaf tot de ultieme geheime pizzarecepten?” Hij grijnsde bij de gedachte.

De pizzabakker zag hem en knikte naar het sleuteltje. “Ah, dat lijkt wel op het hangertje dat we aan onze geheime voorraadkamer hebben hangen,” zei hij met een knipoog. Tom trok een wenkbrauw op. “Geheime voorraadkamer?”

Hij had geen idee of de man serieus was, maar één ding wist hij zeker: hij zou nooit meer hetzelfde naar pizza kijken.

Heel erg creatief vind ik het allemaal niet.
Je ziet in beide verhalen dezelfde elementen terugkomen:
een vrouw is hoofdpersoon in verhaal 1. In 2 een man,
dan volgt een beschrijving van voorwerp 1 en het vinden,
dan volgt een overgang naar voorwerp 2,
dan volgt een beschrijving van beschrijving van 2 en
wending.

De werkelijkheid is al bijzonder genoeg.
Op donderdag ging ik naar mijn werk.
Meestal werk ik van huis uit, maar af en toe ga ik
naar kantoor. Het kost verhoudingsgewijs veel (reis)tijd
en geld. Effectief is het ook niet. Mensen besteden
veel tijd aan kletsen over voetbalwedstrijden,
de huisdieren en allerlei andere onderwerpen.
Je werk wordt daar niet beter van, wel duurder.

Maar goed, soms moet je.
Toen ik het plein overstak zag ik iets liggen tussen de
kasseien. Echt, die basaltblokken liggen bij mij voor de deur.
Eerst liep ik door. Er was genoeg maar niet te veel
tijd om de trein te halen.
Omdat ik het voorwerp, een sleuteltje, in gedachten al op
of aan een binnenkort te maken boekband zag,
raapte ik het op en stak het in mijn zak.

Na mijn werk wil ik niet te veel tijd besteden aan eten.
Ik heb bijvoorbeeld ook een blog die veel tijd vraagt.
Maar sinds kort heb ik pizzabodems ontdekt die bijna gereed zijn.
Ik hoef ze alleen te beleggen met iets en dan een paar
minuten in een oven die op temperatuur is.
Deze donderdag werd het een pizza met saus, kleine tomaatjes,
plakjes chorizo en een restantje kappertjes — simpel en snel,
precies wat ik nodig had na een lange dag.

Dat is het werkelijke verhaal rond de twee foto’s dat ik
door het avontuur met Copilot kan uitbreiden met een paar
afbeeldingen die Copilot maakte en één foto die ik vandaag
maakte.
Het sleuteltje zag er op de foto vuil uit, vond ik.
Daarom ligt het nu in water met afwasmiddel.

IMG_6983SleuteltjeInAfwaswater

Intussen ben ik met Copilot afgedwaald naar afbeeldingen maken van
‘La Vita è Gustosa’. De spaghetti op de eerste poging brachten me
op het idee om te vragen om een verfijning in de stijl van Fernand Léger.
De resultaten heb ik als illustratie bij dit bericht gebruikt.

02LaVitaèGustosaModern03LaVitaèGustosaFernandLéger04LaVitaèGustosaFernandLéger05LaVitaèGustosaFernandLéger06LaVitaèGustosaFernandLéger

Ik ben nog niet tevreden.
De drie kleuren zijn prima maar er zijn nog steeds
te veel kleurvlakken die niet onafhankelijk van de
figuur en objecten zijn aangebracht zoals in het latere
werk van Léger het geval is. Dat vind ik nou
juist zo mooi.

De vraag om nog een versie van de afbeelding te maken
kost erg veel tijd. Terwijl Copilot aan het werk is,
denk ik bij me zelf:
“Zou Léger eerst de kleurvlakken schilderen en daarna pas
de figuren en objecten of andersom?”

In een andere sessie antwoord Copilot:

Fernand Léger stond bekend om zijn unieke benadering van kleur en vorm binnen het kubisme en later het mechanische kubisme. Zijn techniek was niet altijd uniform, maar hij had een sterke voorkeur voor het scheiden van kleur en vorm, waardoor zijn werken een dynamische en gestructureerde uitstraling kregen.

In veel van zijn schilderijen lijkt hij eerst de grote kleurvlakken te hebben aangebracht, waardoor een krachtige basis werd gelegd. Vervolgens werkte hij de figuren en objecten uit met duidelijke contouren en zwarte lijnen, waardoor ze zich scherp aftekenden tegen de achtergrond. Dit gaf zijn werk een bijna grafische kwaliteit, waarbij de vormen en kleuren afzonderlijk een sterke impact hadden.

Het duurde te lang voor een volgende versie van
‘La Vita è Gustosa’ kwam.
Ik probeer morgen opnieuw.

De Krater: Kleine details, grote impact

Vrijdagmiddag heb ik nog een drietal zaken gedaan aan het boek
‘De Krater’ dat ik aan het inbinden ben:
– kapitaalband aangebracht;
– een leeslint aangebracht;
– de platten afgewerkt om er later het boekblok goed in te
kunnen zetten.

Deze drie toevoegingen zijn niet perse nodig maar geven een boek
iets extra’s. Omdat de boekbekleding een speciaal project was
— waarbij ik hulp heb gekregen van mijn schoonzus —
vond ik het passend om ook het boekblok extra aandacht te geven.

IMG_6927BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKapitaalbandLint

Het kapitaalband is een extra bescherming van een boek
tegen stof. Het zorgt er voor dat aan de kop en de staart,
de boven- en onderkant van de rug, het stof minder makkelijk
in het boek kan komen. Bovendien verbergt het eventuele
oneffenheden in de rug van het boekblok.

IMG_6928BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterLintOpRugBevestigd

Een leeslint bevestig je op de rug van het boek, voordat je het kapitaalband aan de kop en staart bevestigt.


Een leeslint vind ik erg prettig bij het lezen van een boek.
Natuurlijk kun je gebruik maken van een boekenlegger maar
een vast lint —of zelfs twee— maakt het makkelijker om bij
te houden waar je bent met lezen en/of waar je bent in het
notenapparaat achter in het boek.

IMG_6929BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterLangLint

Hoewel De Krater een klein en dun boek is, leek een
goudkleurig leeslint gepast voor deze gelegenheid.
Ik hou van een lang leeslint, dus het is langer dan je
normaal gesproken zult zien.

Dan de achterplatten.
Bij de omslag ontstaat een hoogteverschil tussen het plat en het
textiel van de omslag. Zeker omdat ik nu geen standaard
boekbindlinnen heb gebruikt.

Wanneer je vervolgens het schutblad op het plat lijmt,
blijft dat hoogteverschil zichtbaar.
Op zich is dat niet erg maar je kunt het verschil
kleiner maken of zelfs laten verdwijnen door de open
ruimte, het grijze bord, op te vullen met papier.

IMG_6934BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterOngelijkBijOmslag

Dit is een voorbeeld van een van de twee vorige twee boekenweekgeschenken. Hier heb ik het hoogteverschil niet proberen te overbruggen. Bij De Krater ga ik dat dus wel doen.


In het geval van De Krater plak ik twee lagen papier in de
lagere ruimte van het plat. Ik heb hiervoor restjes papier
gebruikt die ik nog had liggen. In principe kun je
elk soort papier gebruiken, aangezien je er straks
niets meer van zult zien.

IMG_6930BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKrater

Ik meet het papier aan de hand van de lege ruimte grijs. Daarbij gebruik ik dus geen liniaal.


IMG_6931BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterOmslag

Lijm aanbrengen. Eén voor één plak ik de twee lagen. Het aantal lagen is natuurlijk afhankelijk van de dikte van het papier en het hoogteverschil textiel – plat.

IMG_6932BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterOpgevuldLinks

Links.

IMG_6933BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterOpgevuldAanBeideZijdes

Rechts gebruik ik als laatste laag 2 stukken papier. Het smalle stukje plak ik zo dicht mogelijk aan de rugkant. Waarschijnlijk zie je daar niets van als het papier droog is.


Na deze activiteiten en een nachtje drogen
is het boekblok gereed om in de band te zetten.


Deze tekst heb ik eerst zelf geschreven.
Dan vraag ik aan Copilot verbetervoorstellen.
Die beoordeel ik een voor een en besluit dan steeds
of ik de verbetering toepas.

Daarna vraag ik voorstellen voor een titel.
Die krijg je er dan een stuk of tien.
Die lees ik door en selecteer een titel, maak op
basis van fragmenten van voorgestelde titels een
titel of maak zelf nog een suggestie om te zien
hoe Copilot hier op reageert.

Het resultaat is dat ik berichten krijg met meer tekst
en minder toelichting op de foto’s (want het
verhaal zit dan al in mijn tekst).
Mijn titels worden langer en misschien minder raadselachtig.
Dat is wat mij betreft niet altijd een verbetering :).

Een boekband met een spannend verhaal

Het was best spannend.
Ik heb wel eerder een boek ingebonden met de Bandzetter-techniek
maar ik heb nog nooit zoveel tijd gestoken in het bedenken
en maken van de bekleding van een bandzetter.

Als een soort ‘schetsen met textiel’ heb ik met een stuk uit
een oude theedoek en stukjes textiel, een voorplat ontworpen
waarin je schetsmatig de titel van het Boekenweekgeschenk 2025
in kunt herkennen: ‘De Krater’.

Gerwin van der Werf is de schrijver van het geschenk en de
Stichting Handboekbinden stelt aan hun leden het boekblok
in losse katernen beschikbaar.
De theedoek is een zwarte theedoek die iets te veel chloor
heeft gezien en de illustratie wordt zichtbaar met stukje
blockprint textiel gemaakt door Jilani Hand Block Print.

De bekleding heeft dus ook een emotionele waarde voor mij:
want de theedoek is al jaren in gebruik, in het huishouden
en in mijn atelier en de blockprint komt uit India.
Dus het is niet alleen technisch ingewikkeld.

Mijn schoonzus liet me de mogelijkheden van haar naaimachine
zien en hielp mij met het ontwerp in elkaar te zetten.

IMG_6899BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBoekbandbekleding

Dan is het zover.
Het textiel moest wel op de basis voor de boekband passen en
werkt het dan? Dat was uitdagend.

De omslag maak ik altijd drie centimeter. Dat is een prima maat
Misschien voor een ander net een beetje te breed.
Maar ik heb een metalen liniaal van 3 centimeter breed. Dus kan
ik door passen net zo veel bereiken als met meten.
Zonder fouten.
Maar voor een klein boekje is misschien een omslag van
3 centimeter een beetje breed.

Maar nu komt het goed van pas.
Ik kon met mijn liniaal bepalen waar de platkern ging komen.
Om te zien of dat gaat werken heb ik eerst op strategische
plaatsen, kopspelden door de stof geprikt. Zowel aan de lange
zijdes als aan de korte.
Zo kon ik passen of de platten er in pasten. En dat deden ze.

IMG_6911BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKopspeldenAlsPiketpaaltjesIMG_6912BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKopspeldIMG_6913BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKopspeldMargeStiksel

Je ziet hier dat tussen de afbeelding op het voorplat, het stiksel met rood garen, er nog 5 mm over is tot aan de rand van de boekband (de plaats waar de spelden door het stof prikken).


Een teken dat ik het passen kon herhalen en op de achterzijde
kon aftekenen waar de basis voor de boekband kon komen.
Vervolgens heb ik de basis op de stof gelegd en de stof vastgezet
met een paar klemmen. Daarbij heb ik de omslagen alvast even
omgeslagen.

IMG_6915BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterAftekenen

Aftekenen.

IMG_6916BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterVoorzijde

Even door de klemmen heenkijkend zie je het voorplat in wording.

IMG_6917BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterAchterzijde


Terwijl nog niets was vastgelijmd kon ik zo toch zien of de
afbeelding goed op het voorplat ging komen. Hoe de achterkant
er uit ging zien.

Tijd om de boekband basis nog een keer goed op het textiel
te leggen en dan te gaan lijmen. Eerst één plat en de rug.
Vervolgens de achterplat.
Eenmaal vast kon ik de hoeken wegsnijden.
Aansluitend de omslagen gelijmd, eerst de lange kanten.
Daarna de korte kanten. Met extra aandacht voor de rug en
de hoeken.

IMG_6918BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBasisBoekbandGoedLeggenIMG_6919BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterLijmenVoorplat

Nu kan ik het voorplat gaan insmeren met lijm.

IMG_6920BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterLijmenAchterplat

Vervolgens het achterplat.

IMG_6921BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBijsnijden

Dat lijmen doe je dan ook met de omslagen nadat de hoeken zijn afgesneden en in dit geval ook de vier zijdes nog eens bijgesneden zijn. De theedoek gaat erg snel rafelen en door het plakken van de vlieseline en het meerdere keren strijken is de vorm van de rechthoek een beetje veranderd. Met boekbindlinnen heb je dat probleem niet.

Een eerste groepsfoto van de drie Boekenweekgeschenken was
mogelijk en dan snel de boekband met bekleding in de boekenpers
om goed te drogen. Daar blijft hij zitten tot morgen.

IMG_6922BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterBoekbandIMG_6923BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterVoorplatIMG_6924BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterGroepsfotoIMG_6925BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterInDeBoekenpers


Het was best een avontuur, maar ik ben heel tevreden.

De Krater

Gisteren heb ik eerst nog wat extra gereedschap laten aanrukken:
krijt en spelden.

IMG_6775BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterSpeldenEnKrijt

Het blauwe krijt is speciaal voor mensen die zelf kleding maken. Dat krijt heet kleermakerskrijt. Het is als een plat stuk te koop maar ook in potloodvorm. Er zijn meerdere kleuren beschikbaar. De spelden ga ik gebruiken om de stukken, nog te knippen, stof op hun plaats te houden.


Ik begin met de eenvoudigste en in dit geval de grootste vorm:
de olifant die op het achterplat gaat komen.

IMG_6776BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterSpeldenBepalenEvenDeContouren

De stof was al een beetje gevouwen en gevormd naar de grootte die ik wil hebben. Nu prik ik in de hoeken spelden zodat als ik dadelijk met krijt de vorm teken, ik duidelijk weet wanneer ik de stof groter laat worden.


IMG_6777BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKrijtlijntjeVolgen

Dit is de eenvoudigste vorm vandaar dat ik het gedeeltelijk uit de hand en op zicht doe, maar je ziet de blauwe krijtstreep. Daar moet ik in de buurt blijven.


IMG_6778BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterOlifantOpAchterplat

Eens kijken of dit gaat passen.


IMG_6779BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterOntwerp

Het ontwerp van ‘De Krater’ wijzig ik nog steeds maar de veranderingen worden steeds kleiner. Zo heb ik de wat zware linker bovenhoek wat kleiner en lichter gemaakt door er een kleine hoek en losse baan van te maken. Een soort van abstracte wolk. Let wel: ik werk nog steeds in spiegelbeeld. Dus wat nu links in het venster zit zal straks rechts komen.


IMG_6780BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterKnippenLangsDeKrijtstreep

Aan de hand van het sjabloon heb ik afgetekend op de theedoek welk deel ik nodig heb voor de boekband. Dat ga ik nu uitknippen.


IMG_6781BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterProeflapje

Nu ik het stuk basistextiel voor de boekband heb wil daar vlieseline tegen plakken. In mijn berichten was al eerder te lezen dat je dit goed kunt gebruiken om de textiel stabieler en beter lijmbaar te maken. Ik had meerdere soorten vlieseline, hele flexibele, hele stugge of deze H250. Die H250 is speciaal voor hobbyprojecten geschikt. Hier ga ik op de strijkplank op een lange reep theedoek een stuk vlieseline aanbrengen. Maar wat zal blijken is dat ik de vlieseline met de verkeerde kant naar beneden heb gelegd. Bij andere soorten was de ruwe kant de kant waar de lijm was aangebracht die gaat smelren bij verwarming. Maar bij H250 is juist de gladde, dlimmende kant de lijmkant. Op de theedoek met vlieseline leg ik een natte lap stof die speciaal daarvoor opzij hou. Bij de eerste poging lijmde ik de vlieseline niet aan te theedoek maar aan de perslap.


Fournituren.nl:

Vlieseline H250 is een stabiele tussenvoering voor banden en ceinturen en voor knutselwerk. Deze Vlieseline wordt ook voor hobby projecten gebruikt. De H250 is de meest stevige van de serie.

IMG_6782BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterProeflapje

Hier is het dan wel gelukt.


IMG_6783BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterVlieselineH250

Hier ligt een stuk vlieseline, de H250, een klein beetje kleiner dan het stuk theedoek, tegen de achterkant van de theedoek. Zo strijk ik deze twee lagen tegen elkaar.


IMG_6784BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterSteedsPassenEnMeten

Steeds passen en meten, je ziet dat de olifant op het sjabloon, mooi binnen de marges van het achterplat past. Tussen het binnenste en buitenste kader zit ongeveer 5 millimeter, Het buitenste kader geeft de grootte van het plat aan. Zowel voor als achter.


IMG_6785BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterLaatsteWijzigingenAanOntwerpBeideVenstersOpen

Hier is ook het linker vlak uit de sjabloon gesneden. Ik kan nu het sjabloon tijdelijk vastzetten op de stof. Vervolgens de olifant op de juiste plaats spelden. Dan moet ik de verschillende voorgeknipte, papieren vormen uit de stof gaan knippen. Ook die kan ik dan vastspelden. Hopelijk kan iemand die losse stukken dan op die plaatsen vastnaaien met een naaimachine. Daarna kan het boekbinden weer beginnen. En, oh ja, de hoeken aan de onderkant zijn nog een beetje gewijzigd.


De Krater

Het ontwerpen van de boekband kan beginnen.
Ik weet de juiste maat van de basis van de boekband.
Dus kan ik gaan bepalen hoe groot het stuk theedoek
moet zijn dat de hele boekband zal bekleden.
Ik weet dan ook welke delen van de platten
beschikbaar zijn om de afbeeldingen te maken.
Om deze activiteiten te ondersteunen maak ik eerst
een stuk papier van de juiste grootte.

IMG_6764BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterZwarteRandHalveCentimeter

Van de rand van de platten tot het gebied waar ik de afbeeldingen ga plaatsen, laat ik een halve centimeter vrij.
Dat doe ik omdat het katien van de theedoek vrij stug is. Nog een extra laag textiel op de randen maakt het moeilijker de stof mooi aan te brengen. Dus ik begin met een strook van een halve centimeter.


IMG_6765BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterZwarteRandHalveCentimeter

Dan zijn dit de gebieden waar ik aan de slag kan gaan. De witte ruimte buiten de buitenste zwarte lijnen zijn straks de omslag naar de binnenkant van de boekband. De rug blijft helemaal vrij.


IMG_6766BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterSjabloon

Omdat ik gebruik wil maken van de vlekken die op de theedoek staat (ze zijn het gevolg van chloor en verfactiviteiten) maak ik een soort van raam in het papier. Dat geeft me de kans door de boekband te kijken.


IMG_6767BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterInSpiegelbeeld

Het raam zal straks het voorplat, de voorkant van het boek zijn. Ik heb de stof met de buitenkant naar onder gelegd. Ik werk dus in spiegelbeeld. Maar de afbeelding bevat straks geen cijfers of letters, dus dat kan prima.


IMG_6768BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterAchterkantIsEenvoudig

De achterkant wordt eenvoudig. Een afbeelding van de olifant. Een complete olifant past alleen op de boekband als ik hem dwars op de boekband zet. De titel van het boek is ‘De Krater’, niet de dwarsligger. Dus de olifant ‘loopt’ gewoon het boek op. Ik kan gebruik maken van een stuk stof waar nog maar een deel van de olifant op staat. Intussen heb ik de theedoek nog even gestreken zodat de textiel mooi glad ligt.


IMG_6769BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKrater

Vervolgens begin ik te ‘schetsen’ met stukjes papier. Uiteindelijk worden deze stukken papier vervangen door de blockprint stof uit India.


IMG_6770BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterWilMeerGroeneBlockprint

Vervolgens proberen en nog eens proberen.


IMG_6771BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterExperimenteren

Bij het uiteindelijke resultaat ik er geen kader. Daarom wil ik met de groene blockprint stof een soort van kader oproepen.


IMG_6773BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterSjabloonWegdenken

Misschien moet de hoek linksboven kleiner worden? In ieder geval minder een rechte driehoek. De smalle strook bovenaan is misschien te smal. Dat moet ik vragen aan de persoon die voor mij straks de stof op elkaar gaat naaien.


IMG_6774BoekbindenGerwinVanDerWerfDeKraterWitWordtGroeneBlockprint

Als de mal straks weg is dan zal het ongeveer dit beeld gaan geven. Gecombineerd met de rand van het boek. Spannend.


AI geeft mijn tekst minder dan 6.
Een goede tekst (volgens de AI) moet tussen 7 en 8 zijn.
Helaas.
De AI van WordPress kan niet omgaan met een uitleg die over
een serie van blogberichten gaat.

Gelezen

IMG_6744HansPlompHeiligEnHels

Hans Plomp, India – heilig en hels.


Ik mocht dit boek lezen van een Indiaganger.
Hij heeft het boek gelezen ter voorbereiding van
zijn eerste reis naar India.
In dezelfd tijd ben ik ook naar India geweest,
10 weken. Voor mij was het mijn 9e bezoek.

Het boek bestaat uit 39 verhalen verdeeld
over 5 groepen.

Het leuke is dat de korte verhalen, een paar pagina’s
per verhaal, vlot geschreven zijn.
Het probleem met het boek is dat Hans Plomp India
nog sensationeler maakt dan het land al is.

Een voorbeeld, pagina 90:

Het is de hindoehuwelijksmaand. Overal trekken groteske optochten door de straten, waarbij de bruidegom verkleed als een maharadja te paard de stad wordt rondgezeuld, voorafgegaan door bizarre harmonieorkestjes. Deze spelen op glanzend opgepoetste tuba’s, hoorns en trompetten, achtergelaten door de Engelsen.

De woorden in vet zijn de pijnpunten voor mij:
grotekse
Hindoestaanse huwelijken verlopen volgens een bepaald patroon.
Een optocht met muziek (livemuziek of muziek uit grote speakers
die op een wagen staan). Voor een westerling is dat anders dan
zoals een bruiloft in het westen verloopt.
verkleed
Het woord ‘verkleed’ heeft een negatieve kleur voor een man
die zich zo netjes en mooi mogelijk aankleed. Een smoking
voor een westerse bruidegom noem je ook niet ‘verkleden’.
rondgezeuld
Ook hier uit Hans Plomp een oordeel. Natuurlijk mag dat.
Hij pretendeert niet een onafhankelijk journalist te zijn.
bizarre
Opnieuw een negatief oordeel. Natuurlijk is het lidmaatschap
van een huwelijksorkest geen vaste baan. Immers je bent
slechts een korte tijd van het jaar nodig. Maar dat maakt
het nog niet ‘bizar’.
achtergelaten
Dat de instrumenten van een huwelijksorkest door de Engelse
koloniale macht zijn achtergelaten zal in de jaren ’50
wel voorgekomen zijn maar is zeker niet de norm.
Het is een denigrerende opmerking.

Ook las ik de afgelopen weken een boekbespreking van twee
boeken over India.
De boeken zijn:
William Dalrymple, The Golden Road – How anciant India transformed the world.
Patrick Olivelle, Ashoka – Portrait of a philosopher king.
Het artikel is van de hand van Michiel Leezenberg (sic).

De boeken heb ik (nog) niet gelezen. Ik ben al wel begonnen
aan The Golden Road. Dat wil zeggen ik heb het hoofdstuk over Nalanda
gelezen omdat ik van plan was die plaats te bezoeken in november/
december vorig jaar.

IMG_6697 01 NRCMichielLeezenbergHoeIndiaDeModerneWereldHeeftGemaakt20250321IMG_6697 02 NRCMichielLeezenbergHoeIndiaDeModerneWereldHeeftGemaakt20250321IMG_6697 03 NRCMichielLeezenbergHoeIndiaDeModerneWereldHeeftGemaakt20250321

NRC, Michiel Leezenberg, Hoe India de moderne wereld heeft gemaakt, 21 maart 2025.


Ik ben een liefhebber van de boeken van William Dalrymple dus ben
ik bevooroordeeld maar ik vond de uitmijter van het artikel mooi:

Dalrymple sluit zijn boek af met de vraag of India in de eenentwintigste eeuw opnieuw een culturele hoofdrol in de wereldgeschiedenis zal kunnen gaan spelen. Dat zal menigeen verrassend in de oren klinken. Maar hij weet waar hij het over heeft, en schrijft het ook nog eens meeslepend op: ‘The Golden Road’ is het soort boek dat je zin geeft om meteen je koffers te pakken en al dat moois ter plaatse te gaan aanschouwen.

Dat heb ik afgelopen jaar dus ook gedaan.
Niet alleen zijn laatste boek was voor mij een inspiratie
maar ook zijn vorige boeken doen hard mee.

Zoals ik het lees

Dit boek is aan mijn aandacht ontsnapt.
‘The way I read it – Zoals ik het lees’ van Billy Collins,
in de vertaling van Harrie Jonkman, verscheen al begin 2024.
Ik kocht het veel later en heb het nu gelezen.

IMG_6719TheWayIReadItZoalsIkHetLeesBillyCollinsStatenhofpers2024

Billy Collins, The way I read it – Zoals ik het lees, in een vertaling door Harrie Jonkman, met portretten van Sam Drukker. Statenhofpers, Den Haag.


Billy Collins is een Amerikaanse dichter en uit zijn dichtwerk
van 1988 to 2022 werd een selectie gemaakt en voorzien van enkele
portrettekeningen van Sam Drukker.
Het boek verscheen bij de Statenhofpers samen met ‘Anker’, een
gedicht van Mensje van Keulen met een lino-afdruk van de hand
van Olivia Ettema.

IMG_6711AnkerMensjeVanKeulenOliviaEttemaStatenhofpers2024IMG_6709AnkerMensjeVanKeulenOliviaEttemaStatenhofpers2024IMG_6710AnkerMensjeVanKeulenOliviaEttemaStatenhofpers2024IMG_6712AnkerMensjeVanKeulenOliviaEttemaStatenhofpers2024


Gedichten lees ik niet veel en ik heb er ook niet echt ervaring mee.
Maar het boek is mooi uitgegeven zoals meestal bij de Statenhofpers.
De beelden ie Collins in zijn werk oproept zijn mooi en dat maakt
het dat ze leuk zijn om te lezen.
Een voorbeeld van pagina 14:

Winter syntax

A sentence starts out like a lone traveler
heading into a blizzard at midnight,
tilting into the wind, one arm shielding his face,
the tails of his thin coat flapping behind him.

Zoals je ziet geen rijm,
er is geen opvallend metrum.
Vorm is er wel.
Zinnen breken af, net als bij andere dichters,
op inhoudelijk onlogische plaatsen om te vervolgen
op een volgende regel.

IMG_6714TheWayIReadItZoalsIkHetLeesBillyCollinsStatenhofpers2024

Het goede nieuws is dat er meerdere gedichten zijn over poëzie
in deze bundel. Op pagina 18 staat ergens in het midden van de pagina:

Introduction to Poetry

I want them to waterski
across the surface of a poem
waving at the author’s name on the shore.

But all they want to do
is tie the poem to a chair with rope
and torture a confession out of it.

They begin beating it with a hose
to find out what it really means.

Het beeld van de waterskiër die zwaait naar
de schrijversnaam aan de kust vind ik mooi en
vol humor.
Die humor kom je vaker tegen.

IMG_6713TheWayIReadItZoalsIkHetLeesBillyCollinsStatenhofpers2024 Vade Mecum

In het Engels twee woorden. In de Nederlandse vertaling slechts één woord. Maar het Latijn voor ‘Ga met me mee’ is iets anders dan ‘handboek’ of ‘gids’. Soms, zoals hier, zijn de gedichten net raadsels.


IMG_6720TheWayIReadItZoalsIkHetLeesBillyCollinsStatenhofpers2024 IntroductionToPoetry

De hele ‘Introduction to Poetry’.


De opvattingen van Collins over gedichten blijkt duidelijk
uit de afbeelding hierboven met ‘Introduction to Poetry’.
In de bundel komt dit meerdere keren aan bod.
Eigenlijk spreekt hij mij hier streng toe!
Hij schetst een haast fysieke ervaring van gedichten in plaats
van altijd weer die verstandelijke benadering.

Nog een laatste voorbeeld van de droge humor.
Je kunt het boek beter zelf lezen dan dat ik
nog meer voorbeelden geef.

IMG_6721TheWayIReadItZoalsIkHetLeesBillyCollinsStatenhofpers2024 300AM


Silk Roads: Tang China IV en Belitung scheepswrak

DSC00188LondenBritishMuseumSilkRoadsBelitungShipwreckChangshaBowlWithCurlyHairedManNon-ChinesePersonChangshaKilnsHunanProvinceChinaAD830sTxt

De volgende foto is een bovenaanzicht van een kom of schaal
waarop, als je goed kijkt een hoofd van een man te zien is
met krullend haar. Een typisch Johan Cruyff-situatie:
Je gaat het pas zien als je het doorhebt.

DSC00187 01 LondenBritishMuseumSilkRoadsBelitungShipwreckChangshaBowlWithCurlyHairedManNon-ChinesePersonChangshaKilnsHunanProvinceChinaAD830s

Londen, British Museum, Silk Roads, Belitung shipwreck, Changsha bowl with curly haired man, a non-Chinese person, Changsha Kilns, Hunan Province, China, AD 830s.

Met zwart heb ik hieronder een beetje aangegeven waar,
ik denk dat het gezicht te zien is:

DSC00187 02 LondenBritishMuseumSilkRoadsBelitungShipwreckChangshaBowlWithCurlyHairedManNon-ChinesePersonChangshaKilnsHunanProvinceChinaAD830s MyInterpretation


Uncommon subjects
The sheer volume of Changsha bowls found in the shipwreck shows Tang China’s capacity for industrial-scale production. Fragments have been found across maritime networks from Japan to East Africa. This in cense burner (another type of Changsha ware found onboard) imitates ancient metalware in its four-legged design. It is topped with a man wrestling a lion, a subject found in Greek and Roman iconography, but rare in Chinese art.

DSC00191LondenBritishMuseumSilkRoadsBelitungShipwreckInceneBurnerTopedWithManWrestlingLionChangshaKilnsHunanProvinceChinaAD830s

Incense burner toped with a man wrestling a lion, Changsha Kilns, Hunan Province, China, AD 830s.


‘Blue-and-white’ ceramics
Some of the rarest items discovered in the wreck are three early examples of Chinese ‘blue-and-white’ ceramics. This colour palette was not favoured in Tang China, so such wares were probably meant for export. The lozenge motif surrounded by foliage on the dish can be traced to pre-Islamic and Islamic Middle Eastern designs, while the cobalt blue pigment used to paint it was probably imported from present-day Iran.

DSC00193LondenBritishMuseumSilkRoadsBelitungShipwreckDishWithLozengeMotifInBlueAndWhiteGongxianKilnsHenanProvinceChinaAD830s

Dish with lozenge motif in blue and white, Gongxian Kilns, Henan Province, China, AD 830s.


DSC00195LondenBritishMuseumSilkRoadsBelitungShipwreckSeafarersInTheIndianOceanTxt

Deze tekst hing zo dat het maken van een foto niet het beste resultaat oplevert. Maar de tekst is leesbaar. Onder de tekst hing ook nog een kaart. Maar in de catalogus stond dezelfde kaart. Daar heb ik de volgende foto van gemaakt. Laat de informatie over zeeroutes rond het jaar 700 – 800 goed tot je doordringen, want dit is erg interessant.

IMG_6526MaritimeRoutes700-800IndianOcean


Inbinden reisdagboek

Langzamerhand komt er meer urgentie bij het afronden van dit boek.
Gisteren daar nog tijd aan gespendeerd.

Het boekblok is af dus tijd om aan de boekband te beginnen.
Ik ga proberen een soort van Arabische boekband te maken
met een fore-edge flap.

De band beplak ik deels met een decoratief papier (het klassieke
boekgedeelte) en de flap bekleed ik met blauw boekbindlinnen.
Eerst maar het papier.

Voor de schutbladen en de buitenkant koos ik twee soorten
decoratief papier met afbeeldingen van kaarten en wereldbollen.

IMG_3290KartonVoorKlassiekeCodexDeelBoekband

Eerst het karton snijden voor het klassieke codex deel van de band. Voor een westers boek zou dit voldoende zijn voor de boekband. Twee diktes. De dikste maat voor de platten de dunste maat voor de rug.


IMG_3291KartonVoorDeBasisBoekbsndCompleet

Zo ziet het karton er uit voor de hele boekband. De fore-edge flap maak ik van de dunne papiersoort. Je kunt, als je heel goed kijkt, zien dat de fore-edge een beetje breder is dan de rug. Daar zal wel een wetmatigheid voor bestaan maar ik ken die niet. Voor de fore-edge heb ik de dikte genomen van de platten en het boekblok min 1 of 2 millimeter. Het issue is namelijk dat de rugkant van het boekblok breder (dikker) is dan de ‘buikkant’ (de fore-edge). Dat komt door het vouwen en binden met de extra gevouwen bladen (met de zakjes voor kaartjes en folders) aan de rugkant. Maar zo gauw als ik het boek ga gebruiken en kaartjes ed verzamel wordt het boek vanzelf dikker. Hoe dat gaat lopen zal de uitval uitmaken.


IMG_3293RugRechtsBrederDanVoorkantLinks

Hier zie je dat de rug dikker is dan de voorkant.


IMG_3294VoorflapTeRuim

Dus als ik de losse delen bij elkaar zet dan zie je die maatverschillen. Maar dit is nog wel ingewikkeld. De voorkant staat ‘op de grond’ terwijl dat straks voor het boekbindlinnen niet het geval zal zijn. Hier heb ik het boekblok aan de voorkant een beetje opgedikt met een boekje. Maar dit is te onzorgvuldig om van echt passen en meten te spreken. Eerst de boekbandbasis maar eens in elkaar gaan zetten.


IMG_3295PassenEnMetenBasisBoekband

Dit is een al meer betrouwbaar beeld en je ziet de fore-edge flap ‘open’ staan. Er zit ruimte tussen de voorplat die aan het boekblok komt te zitten en de laatste flap van de boekband. Maar ik denk dat dit wel gaat werken (zei hij optimistisch).


IMG_3296OngeveerKwartVanDecoratiepapier

Dit is ongeveer een kwart van het decoratiepapier. Hier komt het deel uit dat ik dadelijk als eerste nodig heb.


IMG_3297BoekbandDecoratie

Dit, om precies te zijn, ga ik gebruiken.


IMG_3298KlassiekBoekdeelBekledenMetPapier

Zo ga ik dat ongeveer tegen het karton lijmen. Maar dan de achterkant van het decoratiepapier tegen wat hierboven de bovenkant van de boekbandbasis is.


IMG_3299PapierBoekbandLijmen

Hier zijn papier en boekbandbasis aan elkaar gelijmd en de hoekjes weggehaalde zodat ik de omslag kan gaan lijmen. Het geheel laat ik dan maar eens drogen onder bezwaar.


IMG_3301OnderBezwaarUitBovenaanzicht

Bovenaanzicht van de boekband zoals ik die vandaag onder bezwaar uit haalde.


IMG_3302OnderBezwaarUit

Van opzij is dit dan het beeld. Morgen verder.


Voorwoordje

Al weer een tijdje terug bestelde ik een nieuw boek
bij de Stiching Desiderata.
Ieder jaar verwennen die ons met een paar interessante
titels. Altijd heeft het betrekking op boeken.

Deze keer is Arjan Peters de schrijver van het boek
‘Komaan weer eens een voorwoordje geschreven’.
Een boek over het ‘Voorwoord’.

Arjan Peters toont onderhoudend aan hoezeer Godfried Bomans ook het nederige ‘Voorwoord’ – voor eigen werk of bij uitgaven waarvoor hij op verzoek een voorwoord schreef – uiterst serieus nam als mogelijkheid om zijn lezers een hand te reiken en tegelijk op het verkeerde been te zetten. Met als gevolg: leesplezier! Dat Bomans dat deed in zijn superieure stijl en toonzetting spreekt vanzelf. Naast de verhandeling van Arjan Peters zijn in de uitgave een vijftal specimina opgenomen van voorwoorden door Bomans geschreven.

De uitgave is tot stand gekomen in samenwerking met het Godfried Bomans Genootschap.

Het pakket dat gisteren bezorgd werd bevat nog niet dit boek
maar een afdruk van een lino gemaakt/gedrukt door Ivo van Leeuwen.
Dat was als een extra, extra bij het boek te bestellen.
Ik ben blij dat ik dat gedaan heb. Ik ga er een plaatsje voor vinden.

IMG_3215StichingDesiderataArjanPetersKomaanWeerEensEenVoorwoordjeGeschrevenIvoVanLeeuwenGodfriedBomansIMG_3216StichingDesiderataArjanPetersKomaanWeerEensEenVoorwoordjeGeschrevenIvoVanLeeuwenGodfriedBomans


Argus in China

Na een paar uur met de snelle trein ben ik dan weer terug
in Shanghai. Daar heb ik nog een dag om rond te kijken.
Mijn bestemming sluit aan bij waar ik stopte in Hangzhou.
Een van de voorwerpen in het theemuseum was een vrachtbrief
van een theehuis. Dat theehuis is het begin voor vandaag.
In Hangzhou stond bij de vrachtbrief ‘Hexingxiang Tea Shop’
en hier noemt men het huis ‘Huxintig Tea House’.
Maar volgens mij bedoelt men hetzelfde beroemde theehuis.
Het theehuis ligt in een groep winkelstraten die uitgevoerd
zijn in de oude Chinese stijl. Daar ligt het theehuis plots
in het midden van een kunstmatige vijver. Naast de vijver
ligt de Yu garden. Met de serie foto’s van die tuin
maak ik een begin vandaag.

DSC08681ArgusInChinaShanghai

Ga er dus niet van uit dat alle winkels in Shanghai er zo uit zien, want dat is niet zo. Zie het als een soort ‘molens van Kinderdijk’.


DSC08682ArgusInChinaShanghaiDSC08683ArgusInChinaShanghaiHuxintigTeaHouse

Het gebouw in het water is het Huxintig Tea House. China, Shanghai.


DSC08684ArgusInChinaShanghaiHuxintigTeaHouseDSC08685ArgusInChinaShanghaiDSC08686ArgusInChinaShanghaiHuxintigTeaHouseTxtDSC08688ArgusInChinaShanghaiHuxintigTeaHouseDSC08689ArgusInChinaShanghaiYuGardenTicketPrice

Voor de Yu Garden moet je een kaartje kopen.


DSC08690ArgusInChinaShanghaiYuGardenTxtDSC08691ArgusInChinaShanghaiYuGarden

Deze dames ken ik niet maar in China zie je vaak mensen poseren voor een grote kei bij de in- of uitgang van een park. Vaak met een groep prachtige karakters in goud of rood.


DSC08692ArgusInChinaShanghaiYuGardenSanSuiHall

China, Shanghai, Yu Garden, San Sui Hall.

DSC08693ArgusInChinaShanghaiYuGardenSanSuiHallTxtDSC08695ArgusInChinaShanghaiYuGardenSanSuiHall


De rest van de tuin in een volgend bericht.