Van deze Tilburgse fotograaf had ik nog nooit gehoord maar ik kreeg onlangs deze foto. En die foto vind ik leuk.Paul Bogaers, Upset down, 2010.
Vrijmarkt en zo
De Koningsdag is begonnen in Breda
Op het Kasteelplein wordt het hemelwater van de standdaken verwijderd en de standhouders beginnen met uitpakken.
Dit zijn allemaal stands van de ‘hobbymarkt’.
Rond half negen was het nog rustig in het Valkenberg aan de ingang Kasteelplein.
Al snel kwam ik mijn eerste stand tegen.
Hier is het al gezellig en comfortabel.
Richting Willemstraat is het al drukker.
Sommigen zijn erg goed voorbereid.
Even regende het erg hard. Hopelijk stopt het snel met regenen.
Pallieter
Pallieter is een roman uit 1916 van de Vlaamse auteur Felix Timmermans uit Lier. De gelijknamige hoofdpersoon is Timmersmans’ bekendste creatie. Hij is een levensgenieter.
De stapel losse katernen van Pallieter door Felix Timmermans.
Vandaag ontving ik mijn exemplaar van het boek Pallieter
dat door Atelier De Ganzenweide dit jaar is uitgebracht
in losse katernen.
Om zelf in te binden.
Wikipedia schrijft er het volgende over:
Met de roman drukte Timmermans, na een zware geestelijke crisis, zijn vreugde om een vernieuwd levensinzicht uit. Deze lofzang op de natuur en de ongeremde levensvreugde is een meesterwerk voor alle tijden. Volgens Timmermans zit er in iedereen een zogenaamde “ongeschonden mens”, een blauwdruk, die tijdens de groei naar volwassenheid stilaan bedolven raakt onder opvoedkundige regeltjes, religieuze dreigingen en andere vervuiling. Pallieter maakt komaf met het teveel aan vervuilingen om zo de ongeschonden blauwdruk, de schone mens, weer terug te halen.
De in 1921 verschenen tiende druk van de roman was het eerste door Anton Pieck geïllustreerde boek.
Pallieter is een symbool geworden van het Vlaamse volk, hoewel Timmermans hem niet als symbool bedoeld had.
Ook de website van Atelier de Ganzenweide verteld nog wat feiten
over de totstandkoming van deze uitgave (gedeelte):
Al een aantal jaren krijg ik verzoeken van Belgische handboekbinders om de roman Pallieter, geschreven door Felix Timmemans (1886-1947) eens uit te geven in katernen.
Het is een heerlijk boek, door Frederik van Eeden omschreven als “Het lekkerste, smeuïgste, smakelijkste Vlaamsch-Nederlands dat ooit geschreven is”.
Wel, het komt er nu dan eindelijk van, het is een groot plezier geweest hieraan te werken.
In 1916 verscheen de eerste druk van Pallieter bij uitgeverij P.N. van Kampen & Zoon te Amsterdam; daarvoor waren al hoofdstukken gepubliceerd in het tijdschrift De Nieuwe Gids.
Nadien zijn vele herdrukken, heruitgaven en vertalingen verschenen, niet alleen in het Nederlandse taalgebied, maar ook ver daar buiten, tot in Japan toe.
In 2016, honderd jaar na de geboorte van Pallieter verscheen bij uitgeverij Polis een kritische editie (vijfenveertigste druk), bezorgd door Wendy Lemmens en Kevin Absillis, beiden verbonden aan de afdeling Nederlandse letterkunde van de Universiteit Antwerpen. In deze editie zijn 86 tekstcorrecties (ingrepen) aangebracht.
Die uitgave bevat voorts een boeiend nawoord van Kevin Absillis en een uitgebreide verantwoording van beide bezorgers. Graag raad ik lezing van deze toevoegingen aan.
Nu geeft ook Atelier De Ganzenweide een editie uit, vanzelfsprekend in losse katernen.
Wij hebben zoveel mogelijk de opmaak van de eerste druk gevolgd, qua zetspiegel/witmarges, woord- en regelafbreking, interpunctie en typografie; de gebruikte letter is de Hollandse Mediæval uit 1912 van Sjoerd de Roos. We hebben hierbij de oorspronkelijke spelling overgenomen met zijn non-conformistische idioom en inconsistente weergaven van namen, accenttekens en hoofdletters, en de weergave van het Lierse dialect.
Bovengenoemde 86 ingrepen van Wendy Lemmens en Kevin Abslillis hebben wij alle met hun beider toestemming overgenomen.
In 2015 verwierf het Stadsarchief van Lier (de stad van Felix Timmermans) een unieke verzameling publicaties van en over Felix Timmermans.
Een interessant artikel hierover verscheen in de Gazet van Antwerpen.
Belangrijk onderwerp in dit artikel is een omissie tijdens het drukproces, er werd een hele pagina (de beoogde pagina 49) overgeslagen. Het boek verscheen dus met een hiaat. Later is die pagina alsnog gedrukt als pagina 48* en konden de bezitters van die uitgave deze pagina inlijmen.
Op verzoek van Felix Timmermans-liefhebbers en handboekbinders hebben wij ook die bewuste pagina overgeslagen, maar wel los bijgeleverd bij de katernen als pagina 48*, die kan je dus mooi, net als in het origineel, invoegen.
Rare jongens die paasbloemen
Teun Hocks: met een glimlach op de tentoonstelling in Stedelijk Museum Breda
Nadat ik mijn eigen Teun Hocks had gemaakt bezocht ik ook
de tentoonstelling. Zoals bij andere tentoonstellingen
maakte ik daar wat foto’s.
Die deel ik hier.
Maar belangrijker nog is om het gevoel te delen dat overheerst
als je een tentoonstelling van Teun Hocks bezoekt.
Je loopt er continue rond met een glimlach op je gezicht.
Geen schaterlach, maar wel steeds een glimlach.
In zijn werk zit steeds humor, omdat het een grap betreft, of
omdat het werk een grappige vondst weergeeft die je
aan het denken zet.
Kijk maar eens mee.
Op de tentoonstelling hangen recente werken naast werken uit het begin van de carrière van Hocks. Dit is een werk van de beginperiode: Teun Hocks, Schilderen, kleurenfoto, 1979.
Er is best een hoop te bedenken bij dit werk.
Het is een grap: een schilder is aan het werk,
de schaduw is van een violist. Dat kan eigenlijk niet.
Dat is misschien wel precies waar schilderen vaak om gaat:
het tonen op een tweedimensionaal vlak van driedimensionale dingen.
Als dat toch eigenlijk niet kan, waarom dan toch proberen?
Wat zorgt er dan voor bij toeschouwers dat we toch begrijpen
wat een kunstenaar bedoeld geeft?
Waarom herkennen we in de schaduw de kunstenaar?
Daarom is het misschien ook logisch dat we heel vaak niet begrijpen
wat een kunstenaar wil zeggen.
De man, de kunstenaar, presenteert zich als schilder.
Is hij dat ook?
We kijken toch naar een foto? Is Fotograferen, Schilderen?
Is Schilderen, Muziek maken?
Moet je er over nadenken of is het gewoon een leuke grap?
Van de beschrijving van dit werk heb ik geen foto gemaakt. Maar volgens mij was het: Teun Hocks, Rainbow Cleaning Services. Het is een film waarop de zien is dat iemand, die niet in beeld komt, een regenboog aan het schoonmaken is.
‘Rainbow Cleaning Services’ zou zomaar een naam kunnen zijn van
een modern schoonmaakbedrijf. ‘Schoonmaakbedrijf De Regenboog’,
er bestaan er verschillende in Nederland.Zoek maar op.
Maar als je het letterlijk neemt, dan ga je iets schoonmaken dat heel mooi is.
Iets dat niet tastbaar is afspoelen?
Hoe werkt dat, hoe kun je iets schoonmaken dat niemand ooit heeft vastgehouden?
Wel goed gemaakt. Hoe zou dat gedaan zijn?
Op de tentoonstelling liggen kaarten die je als bezoeker uitdagen om goed te kijken, na te denken over wat je ziet en misschien zelf ook in actie te komen. Op de achterkant van deze kaartjes (je ziet er hierboven 3) staan vragen en opdrachten.
Deze kaart ligt bij een filmpje waarop een man met zijn hoed vreemde bewegingen maakt.
Teun Hocks, Nacht, acryl op foto op linnen, 1980.
Die voorwerpen in de lucht zijn zo grappig. Geen sterren maar een radiobuis, een sleuteltje om je wekker op te draaien, een schroefje met een oog, enz.
Het gebruik van een omkering is een veelgebruikt, komisch effect. Hier vallen geen druppels op je hoofd maar paraplu’s. De wereld op z’n kop.
Deze afbeelding siert het boek dat bij de tentoonstelling is verschenen. Teun Hocks, Zonder titel, olieverf op sepia gekleurde zwart-wit foto, 2015. Toen ik mijn foto’s aan het voorbereiden was viel me op dat veel werk ‘zonder titel’ heet. Ik zou proberen een extra hint aan een werk toe te voegen maar Hocks wil ons vrij laten.
Dit is een exemplaar van het boek: Teun Hocks. Van vroeg tot laat. Early to Late.
Hier is de toneelspeler aan het werk. Vaak gebruikt Hocks alleen wat rekwisieten maar hier vermomd hij zich zelfs. Hele mooie sfeer. Teun Hocks, Orchestre de chambre Noir 2. Get werk bestaat uit 6 delen. Gedigitaliseerde lambda C-print, 2015.
Een mattenklopper. Daar sla je mee op een mat, vandaar de naam. Dan dwarrelt aan de andere kant het losse vuil uit de mat. Maar in de sneeuw? Spannend. Teun Hocks, Zonder titel, olieverf op sepia gekleurde zwart-wit foto, 2015.
Teun Hocks, Zonder titel, olieverf op sepia gekleurde zwart-wit foto, 2010. Misschien had ik dit werk ‘Verzin een naam’ genoemd.
Weer heel grappig. ‘Het mannetje’ zit te vissen in een vijver in de vorm van een schilderspalet. Teun Hocks, Zonder titel, olieverf op sepia gekleurde zwart-wit foto, 2014.
Weer een grap. In een vitrine ligt een ontwerp voor een boekband. Zo heet het boek: Schetsboek. Raapt ‘het mannetje’ een sleutel op? Als je het voorblad omslaat heet het ineens ‘Kletskoek’.
Teun Hocks, Zonder titel, olieverf op sepia gekleurde zwart-wit foto, 2017.
Op WereldBoekenDag werd het volgende boek thuis bezorgd
Pioenrozen
Beeldje terug tussen de andere souvenirs
Mijn eigen ‘Teun Hocks’ gemaakt
Toen ik Tweede Paasdag naar de tentoonstelling van het werk
van Teun Hocks ging, werd ik daar (net als iedere andere bezoeker)
uitgenodigd een eigen ‘Teun Hocks’ te maken.
Dat vond ik een leuk idee.
Dit is de opdracht: Stap in de wereld van Teun Hocks! Ik was alleen dus maak ik gebruik van de timer op mijn telefoon. Ik deed de jas aan en ging op het ‘podium’ staan. Precies, of ongeveer precies, als op het werk ‘Zonder titel’ uit 1989.
Dit is het podium. Compleet met een koffer die lijkt op een vraagteken. Belichting is aanwezig, dus ik kan beginnen.
Eerste poging. Net als op veel van de werken van Hocks is ‘het mannetje’ het onderwerp van het werk. Maar de persoonlijkheid van het individu die het mannetje ‘speelt’ is niet van belang. Vaak kijkt hij ook niet naar de toeschouwer.
Volgens een andere bezoeker moet het etiket dat aan de koffer hangt zichtbaar zijn. Daarom poging twee. Maar de houding bevalt me niet.
Op het werk van Hocks is inderdaad een soort etiket op de koffer te zien. Maar de houding vind ik belangrijker dan het etiket. Poging 3. De gedeeltelijke ‘onthoofding’ vind ik niet zo geslaagd. Het werk van Hocks straalt een gelatenheid uit die ik niet terug zie. Past misschien ook niet zo bij me. Eens iets anders proberen.
Dit werkt beter voor mij. De wijzende hand, de gebogen arm met de koffer. Poging 4. Bij Hocks stopt hier het werk niet. Dit is zijn tussenstop. Na het afdrukken van de foto gaat hij die vaak nog bewerken.
Verboden te voeren
In het Valkenberg staan al weer een tijd borden om de
bezoekers te waarschuwen de dieren toch vooral niet te voeren.
Een goed idee want er zitten soms wel heel veel kippen en ganzen.
Natuurlijk zijn de kuikentjes erg leuk maar ze worden groot,
hebben steeds meer voer nodig en soms verandert
het park in een groot toilet.
Maar het bord roept allerlei reacties op.
De antifascistische leus is nog maar kort geleden verwijderd.
Nu tekent iemand verzet aan met een sticker van een koolmees.
Wat de koolmees ons precies vertelt weet ik niet maar hij zit op een leuke plaats.
Intussen in het reparatie-atelier
Door de nieuwe badkamer en toilet zijn al onze souvenirs
van hun plaats geweest en sinds gisteren zijn ze weer terug.
Niet allemaal. Want een paar weken geleden viel er al
een aardewerk theekommetje uit India (1995).
Het viel in scherven uiteen.
Bij het terugzetten vielen twee metalen beeldjes, ook uit India.
Uit Orissa om precies te zijn. Nu die gaan niet kapot.
Maar een aardewerkbeeldje viel daardoor.
Armen gebroken, het hoofd eraf, enz.
Direct na de val hebben we deze stukken verzameld. Een stuk ontbreekt hier nog. Dat vonden we even later. Het is een beeldje van een vrouw die een soort jute zak op haar hoofd draagt. Die zak houdt ze vast met beide handen.
De stukken heb ik meegenomen naar mijn werkplaats om te zien of ik de delen weer aan elkaar kan lijmen.
Eerst de vingers terug aan de hand gezet.
Zo zal deze legpuzzel in elkaar gezet moeten worden.
Het hoofd staat weer terug op de romp.
De voet (rechts) is al veel langer geleden een keer gesneuveld. Maar het beeldje kan nog prima staan.
Er ontbreekt nog een arm.
Gelukkig zijn het allemaal breuken waarbij het aardewerk niet verpulverd is. Daarom laat het zich vrij eenvoudig in elkaar zetten.
Ook de duim zit er weer aan.
Nu goed laten drogen. Later vandaag ga ik even kijken of het beeldje weer mee naar huis kan.
Het is een vreemde activiteit op een Eerste Paasdag waarop
bijna 300 doden vielen in Sri Lanka en vele gewonden
door bomaanslagen op kerken en hotels.
Paasbloemen
Nubië: land van de zwarte farao’s
De tentoonstelling bestaat uit drie delen, drie periodes.
Kerma, Napata en Meroë
Nubië was een groot en machtig land in Oost Afrika, ten zuiden van Egypte.
Vandaag heet het land dat daar georganiseerd is: Soedan.
Wil je er meer over weten dan is een bezoek aan het Drents Museum
een goed idee. De reis naar Assen is het dubbel en dwars waard.
De voorwerpen die mij aanspraken heb ik gefotografeerd.
Decoratie in de vorm van een schorpioen, Kerma-periode, 1700 – 1550 voor Chr., Kerma, faience.
Gordel met hanger van geglazuurd kwarts, Kerma-periode, 1700 – 1550 voor Chr., Kerma, geglazuurd kwarts en faience.
Halssnoer met ronde kralen, Kerma-periode, 1700 – 1550 voor Chr., Kerma, carneool.
Wikipedia:
Carneool is een vlees- tot bruinrode, doorschijnende tot ondoorzichtige chalcedoonvariëteit. Het behoort tot de kwartsen. Het element dat de rode kleur veroorzaakt, is ijzer dat in kleine onzuiverheden in het mineraal zit. Door verhitting kan de kleur verdiepen. Carneool is genoemd naar het Latijnse caro, dat “vlees” betekent. De oude Nederlandse naam is kornalijn.
Hoofd van Egyptisch standbeeld, Egyptisch, 1784 – 1668 voor Chr., Kerma, granodioriet.
Vrij naar Wikipedia:
Het stollingsgesteente granodioriet is een diepte- en ganggesteente met tussen de 63 en 68% silica. Het wordt gevormd in de kern en de magma-gangen van vulkanen.
Rantsoenmunten voor soldaten, Egyptisch, 1844 – 1897 voor Chr., Uronarti Fort, hout.
Deze munt is zo groot als een ontbijtbord.
Zo iets had ik nog nooit eerder gezien.
Ik had ook nog nooit van het begrip ‘Rantsoenmunt’ gehoord of gelezen.
Prachtig.
Uronarti Fort is een fort dat door de Egyptenaren is aangelegd bij
hun kolonisatie van Nubië. Er zijn een reeks van dergelijke forten
bekend. Een aantal van hen staan nu onder water (Nassermeer).
Uronarti Fort niet.
Hoofd van een gevangene, Kerma-periode, 1700 – 1550 voor Chr., Kerma, faience.
Beeldje van een nijlpaard, Egyptisch, 1991 – 1640 voor Chr., Kerma, faience.
Bij het zien van dergelijke beeldjes verwonder ik me steeds weer.
De beeldjes zijn klein, haast lieflijk terwijl nijlpaarden
zulke enorme beesten zijn. Groot, enorm groot en voor mensen gevaarlijk.
Er is een dwergvariant maar of die door de Egyptenaren worden uitgebeeld?
Wikipedia:
Er gaat een Afrikaanse legende over waarom het nijlpaard geen haar heeft: “Lang geleden zou het dier prachtig haar hebben gehad. Het was hier zo trots op, dat het ging opscheppen tegen de haas, en vertelde de haas dat die maar lelijk haar had. De haas werd kwaad, en stak terwijl het nijlpaard lag te slapen zijn haar in brand. Sindsdien is het nijlpaard kaal, en het schaamt zich nu zo voor zijn lijf, dat het onder water is gaan leven.”
Menat, Egyptisch, 1390 – 1352 voor Chr., Semna, brons.
Hoofd van Koningin Tiye (Teye), Egyptisch, 1390 – 1352 voor Chr., Dongola, peridotiet.
Wikipedia
(Gelukkig steun ik Wikipedia financieel en kan dus onbezwaard naar hun verwijzen):
Peridotiet is een grof kristallijn ultramafisch gesteente met hoge dichtheid dat hoofdzakelijk bestaat uit de mineralen olivijn en twee pyroxenen. Het is een mantelgesteente en bevat per definitie minder dan 48% silica. Verder is het rijk aan ijzer en magnesium.
Sfinx, Meroïtische-periode, 50 – 300 na Chr., Gebel Barkal, granodioriet.
Details van dit voorwerp kon ik niet vinden. Ook niet in het boek dat bij de tentoonstelling verscheen. Aardewerk met afbeelding van krokodillen en wijnranken.
Halssnoer, Meroïtische-periode, 270 voor Chr. – 320 na Chr., Meroë, goud en carneool.
Koninklijke voetensteun met afbeeldingen van gevangenen, Meroïtische-periode, 270 voor Chr. – 320 na Chr., Gebel Barkal.
Decoratie in de vorm van vastgebonden gevangenen, Meroïtische-periode, 1 – 100 na Chr., Gebel Barkal, brons.
Offertafel van Prins Tedeken, Meroïtische-periode, 200 – 100 voor Chr., Meroë, graniet. De twee goden op deze tafel zijn Nebthet en Anubis. Ik vind de tafel er uit zien als een mozaïek maar dat is helemaal niet het geval. De afbeelding is gegraveerd in het graniet.
Halssnoer met ramskoppen, Meroïtische-periode, 270 – 50 voor Chr., Meroë, goud en carneool. Die kleine carneolen kraaltjes, schitterend. De sieraden op de tentoonstelling zijn verbluffend!
Offertafel van Koning Piye, Napata-periode 743 – 712 voor Chr., El-Koerroe, verguld brons. Voor mij weer een eerste. Het is de eerste keer dat ik een driedimensionale offertafel zie. Je ziet ze vaak op afbeeldingen op steles of op wanden. Maar een echt driedimensionaal voorbeeld heb ik niet eerder gezien.
Shabti’s van Koning Taharqa en Koning Senkamanisken, Napata-periode, 690 – 664 en 643 – 623 voor Chr., Noeri, travertijn, magnesiet, serpentiniet en faience
Hoofd van een canopische vaas, Napata-periode, 690 – 664 voor Chr., Noeri, travertijn. Canopen vazen komen steeds in sets van 4 voor. De deksels zijn dan afbeeldingen van Imsety, Duamutef, Qebehsenuef en Hapi (baviaan). Deze vaas hoorde bij Atakhabasken, vrouw van Taharqa.
Detail van de stele van koning Aspelta. Je ziet hier de koning zelf in aanbidding.
Stele van Koning Aspelta, Napata-periode 593 – 568 voor Chr., Noeri, porfier.
Wikipedia:
Porfier (ook wel: porfirisch gesteente) is een stollingsgesteente met een typische textuur van relatief grote fenocrysten in een grondmassa van kleinere kristallen. Deze textuur wordt een porfirische textuur genoemd.
Porfirische texturen kunnen afanitisch (microscopisch) of faneritisch (macroscopisch) zijn, waarbij respectievelijk de kristallen in de grondmassa niet te onderscheiden zijn (zoals bij basalt) en de kristallen wel nog te zien zijn met het blote oog (zoals bij graniet).
Dodenmasker van Koningin Malakaye, Napata-periode, 664 – 653 voor Chr., Noeri, verguld zilver. Ik was er niet zeker van of ik de gelige kleur vastgelegd kreeg op de foto. Vandaar dat ik meerdere pogingen heb gedaan.
Nog een eerste keer. Dit is de eerste keer dat ik ‘bouwoffers’ zie. Bouwoffers van Koning Anlamani, Napate-periode, 623 – 593 voor Chr., Noeri, faience, lapis lazuli, amazoniet, travertijn, kwarts, goud, lood, zilver en brons.
Paardensieraden van Sjabatka, Napata-periode, 712 – 698 voor Chr., El-Koerroe, brons, faience en kauri-schelpen.
Borstsieraad in de vorm van een altaar, Napata-periode, 743 – 712 voor Chr., El-Koerroe, faience.
Kraag, Napata-periode, 712 – 698 voor Chr., El-Koerroe, elektrum.

Wikipedia (vandaag veel onbekende mineralen en gesteentes):
Elektrum is een in de natuur voorkomende legering van goud en zilver met sporen van koper en andere metalen. Afhankelijk van de verhoudingen van goud en zilver kan de kleur variëren van bleek tot helder geel. De legering werd onder andere gebruikt om bekers en munten te maken, bijvoorbeeld in het oude Griekenland.
Standbeeld van Koning Senkamanisken, Napata-periode, 643 – 623 voor Chr., Gebel Barkal, graniet-gneis.
Nou, het kostte even wat tijd om de foto’s op mijn blog te krijgen.
In het echt zijn de voorwerpen nog mooier en beter te bekijken.
De tentoonstelling ‘Nubië: land van de zwarte farao’s’ is echt de moeite waard.
Een kans als deze doet zich niet zo vaak voor.
Nog een nieuwe houtsnede
Ik ben aan een derde houtsnede begonnen.
Net als de vorige keer is het thema: nerven.
Ik heb een pallet klein gezaagd.
Daar komen korte stukken hout af. Zacht hout.
Waarschijnlijk dennenhout. Als ik het zaag ruikt het soms
alsof je in een dennenbos loopt.
Omdat het hout zo zacht is schiet je makkelijk uit. Aan de andere kant de zachte delen laten zich eenvoudig wegsnijden met een guts. Hier zijn de eerste drie kleine stukjes al weggesneden en er ging direct al iets ‘mis’.
Op maat gezaagd, volledig uitgesneden en geschuurd. Gereed om morgen te testen.
Over een houtsnede gesproken. Dit werk zag ik in een tuin in Assen. Er stond een bord bij over motorzaagkunst. Zoek maar eens op internet. Dat is even iets anders.
Nubië, land van de zwarte farao’s
Vandaag was ik in Assen voor deze tentoonstelling: Nubië, land van de zwarte farao’s. In het Drents Museum.
Maar mijn blog van vandaag gaat niet zozeer over de tentoonstelling,
die de moeite waard is, maar over een boek. Een boek dat is de museumwinkel
lag en waarvan ik eerder al eens een recensie las.
De reis van Breda naar Assen is wel een heuvel:
drie uur met de trein heen (als er geen verdachte tassen stonden) en
drie uur met de trein terug (als er geen trein stuk ging).
Maar dat was allemaal wel het geval. Dus ga maar uit van 7 tot 8 uur reizen.
Maar de tentoonstelling maakt veel goed.
Anders wel het boek: Unearthing Ancient Nubia.
Het boek is een selectie van de foto’s die gemaakt zijn tijdens de
Amerikaanse expedities, begin twintigste eeuw.
Die stonden onder leiding van George Andrew Reisner.
De expeditie werd uitgevoerd voor Harvard University en de
Boston Museum of Fine Arts.
Wat mij zo trok aan het boek is dat de foto’s gemaakt zijn door
vooral Egyptenaren. Mensen met ervaring met dergelijk werk maar
voor wie Nubië net zo bijzonder was als voor Amerikanen.
Dit is de foto op de omslag van Unearthing Ancient Nubia, Lawrence M. Berman. Maar de foto is gemaakt door Mohammedani Ibrahim Ibrahim in Kerma: Statue of Lady Sennuwy emerging. De foto werd gemaakt op 16 december 1916. Het beeld is een zittende figuur, maar dat kon men hier nog niet zien. Wat je hier ziet is werkelijk het topje van de ijsberg.
Als ik de gegevens mag geloven is dit namelijk het bovenste stukje
van het beeld wat zich nu in Boston bevindt:
Dit beeld van meer dan 1300 kilo, met pallet meer dan 1,5 meter hoog. Misschien is het niet hetzelfde beeld maar dan hebben ze een beetje zitten goochelen met het identificatienummer van het beeld. Wat vreemd is dat de foto gemaakt is op 16 december 1916 (volgens het boek) maar dat het Boston Museum of Fine Arts als ‘Accession date’ (aanwinst) 2 July 1914 opgeeft op hun website. Het goede nieuws is: als het niet hetzelfde beeld is, stelt het wel dezelfde persoon voor.
Het boek bevat erg mooie foto’s die een heel goed beeld geven
onder welke omstandigheden de opgravingen plaats vonden.
Ik heb in de trein al kunnen genieten.
Dit is de stofomslag van het boek.
Wik je nog wat meer over dit boek weten, kijk dan eens op deze weblog.
Na de waterval: het dorp bij de rivier en de tempel
Toen we in Cambodja de grens overgingen naar Laos
was een grote waterval in de rivier de Mekong
de eerste attractie: Khonephapheng Waterfall
Vanuit de plaats van de waterval werd de route vervolgd en
werden we naar ons hotel gebracht in de buurt van de tempel
Wat Phou, een World Heritage site.
Maar deze dag is daar geen tijd voor.
Vandaag genieten we van de reis, de rivier en het dorp.
Het verblijf in het dorp was fantastisch.
Het drukste moment van de dag is als de kinderen van school,
te voet of op de fiets naar huis gaan.
Vooral de avonden zijn prachtig, het koelt langzaam af,
het wordt er echt donker, het eten is goed en het is rustig.
Maar eerst moeten we nog de rivier over.
Dit is de plaats waar we met een boot de Mekong gaan oversteken. Het dorp waar we gaan verblijven ligt aan de andere kant van de rivier. Wat verder naar links ligt Wat Phou tegen de berghelling. Dat is van hier nog niet te zien.
Het zicht de andere kant op (het noorden). Die bergrug heeft waarschijnlijk het gebruik van het land bepaald. Wie woont waar, Waar begint Laos, waar Cambodja.
De Mekong is echt een enorme rivier.
Veer over de rivier. Wij zijn dus al aan de overkant aangekomen.
De dorpsgrenzen zijn ons niet helemaal duidelijk. De naam van het dorp ook niet.
De schaduwen van de tempel en stupa’s op de dorpsweg.
Vlak bij een school staat deze Boeddha.
Nieuwsgierige kinderen komen dan natuurlijk ook kijken.
Bij een tempel staat vaak ook een beltoren. We wandelen wat voor het avondeten. Se zon zakt snel maar dat geeft mooi licht.
Dit is de tempel zelf.
Nog een stupa. We zullen er nog veel zien.
Nog een waterval: Laos, Khonephapheng Waterfall
Op de laatste dag in Banlung, bezochten we
als laatste attractie een waterval.
De dag erop gingen we eenst met de auto, dan een klein stuk te voet
van grenspost naar grenspost, van Cambodja naar Laos.
De eerste attractie daar was ook een waterval: Khonephapheng waterval.
Het karakter van die waterval is compleet anders dan die in Cambodja. In Laos ligt de waterval in de rivier de Mekong. Een enorme rivier. De waterval is dan ook erg breed. Aan de oever van de Mekong zijn voorzieningen voor bezoekers compleet met een restaurant en uitkijkpunten.
De eerste beelden zijn van de bovenkant.
Dan krijg je zicht op het vallende water.
Khone Pha Pheng Waterfall.
Being the largest cascade in southeast Asia,
Khone Pha Pheng offers impressive views on its up to 15 meter high and 1 kilometer wide rock formation, forcing the usually calm flow of the Mekong to roar through its narrow gorges and forming a natural obstacle for shipping.
Wikipedia beschrijft het ook. De waterval is breed (1 km) en is de reden
waarom de Mekong rivier, zo’n belangrijke scheepvaartroute,
niet helemaal tot in China bevaren kan worden.
Wij hebben rustig buiten, bij het restaurant gegeten. Wennen aan de taal en het geld van Laos. Rustig aan doen. De komende dagen worden vanzelf weer druk. Er zaten veel grote mieren. Kleine tafels hadden ze niet. Veel ronde, grote tafels voor grote families.
Experiment
Dat wordt de naam van het boek: Experiment.
Afgelopen zondag ben ik weer verder gegaan met het experimenteren
met verf en houtdruk. Deze keer in combinatie met een gelli plate.
Het idee is om eerst verf aan te brengen op de gelli plate
en dan de houtsnede te gebruiken om de structuur
op de gelli plate aan te brengen.
Het boekbindlinnen dat ik ga gebruiken voor de band van mijn boek
heb ik voorzien van een afbeelding door gebruik te maken van
een gelli plate en die niet helemaal vol verf te zetten.
Zou dat idee ook werken met de houtsnede?
Links de houtsnede die ik wil gebruiken, rechts de gelli plate met verf.
Nadat ik de houtsnede even op de gelli plate heb gedrukt, druk ik hier de gelli plate af op papier. Het formaat is geen toeval. Ook de positie van de afdruk op het papier is bewust. Het papier is veel groter dan ik kan gebruiken voor mijn boekje. Dus moet ik straks de mogelijkheid hebben het papier op een interessante manier te snijden. Interessant voor de afbeelding. Maar je ziet hier al dat niet veel van de structuur van de houtsnede door is gekomen op de gelli plate. Andere route dus.
Meer verf en de houtsnede een beetje bevochtigd. Ik krijg de indruk dat de verf die al een aantal jaren oud is, te oud is, te droog.
De resultaten worden interessanter.
Voor het geval dat niet duidelijk is hoe ik probeer de structuur van de met guts bewerkte houtblok over te brengen op de gelli plate: hier zie je nog net de gelli plate onderop liggen. Daar is verf op aangebracht met een roller. Daar druk ik dan de houtsnede op. Vervolgens gebruik je de gelli plate om afdrukken te maken. Een of meerdere.
Soms ben ik blij met het resultaat. Je ziet hier ook dat ik de tweede houtsnede ben gaan gebruiken.
Even terug naar iets dat bijna altijd lukt: een touwtje op het papier en dan de afdruk daarover heen maken.
Het resultaat.
Hout komt van een boom. In mijn geval een stukje karton dat als sjabloon dienst doet.
Letters voor foliedruk even gebruikt voor afdrukken met acrylverf. Het is een experiment.


















































































































































































