Categorie archief: India
like penetrating deeper and deeper into a midsummer dust storm
Gelezen:
City of Djinns een boek van William Dalrymple uit 1993.
In 1995 bezocht ik Delhi voor het eerst maar toen had ik van
William Dalrymple nog nooit iets gelezen.
Intussen een aantal boeken van hem verder en met een volgend
bezoek aan Delhi in het vizier een goede gelegenheid dit boek
eens te lezen.
William Dalrymple, City of Djinns – A year in Delhi, 1993, illustrations by Olivia Fraser.
Soms is het vinden van informatie over India,
like penetrating deeper and deeper into a midsummer dust storm: the larger landmarks stood out but the details were all obliterated.
Pagina 320.
Na het lezen van het boek ben ik toch een heel ind verder.
Dalrymple schrijft over Delhi in een mengeling van
persoonlijke ervaringen, geschiedenissen, interviews
en een reisgids.
Steeds in korte verhalen van maximaal een paar bladzijden.
Heel beeldend.
Het Engels vraagt wel af en toe dat je een woord opzoekt
hoewel de context je al snel in de juiste richting duwt.
Het aantal onderwerpen dat wordt aangesneden is heel divers,
heel herkenbaar en brengt je geen moment in verwarring.
Dalrymple weet op een heel natuurlijke manier de onderwerpen
aan elkaar te rijgen in goed geschreven verhalen.
In het boek heb ik onderwerpen onderstreept en ik heb daar
een lijstje van gemaakt. Niet compleet maar met genoeg
onderwerpen om een idee te krijgen waar het zoals over gaat (en nog veel meer).
Hij begint bij zijn huisbaas.
We leren zijn vaste taxichaffeur, zijn familie en ander
huishoudelijk personeel kennen.
De red tape en ambtenarij is legendarisch en wordt geillustreerd
met duidelijke voorbeelden.
De religieze groepen: Sikhs, Moslims en Hindoes komen aan bod.
Partition, het ontstaan van de individuele landen na het vertrek
van de Britten uit Britsch India en de enorme impact op het leven
van miljoenen mensen.
De verschillen tussen Moghul Old Delhi – Punjabi New Delhi.
Shajehanabad.
Literatuur, non-fictie (bijvoorbeeld de Muraqqa’-e-Delhi, ik
heb een versie in vertaling gevonden op internet om te lezen).
Coronation Parc, een typisch koloniaal centrum dat de meeste
betekenis verloren heeft.
Hauz Khas.
Purana Qila.
Lal Kot.
Mehrauli.
Klimaat en seizoenen, festivals en muziek(instrumenten).
Dalrymple probeert ervaringsdeskundigen van Partition te
spreken en neemt de lezer mee in de gesprekken.
Route voor een wandeling door het Red Fort.
Koloniaal racisme (met grote parallellen, en verschillen,
met het Nederlands koloniaal verleden en ons racisme).
Engelbert Humperdinck & Cliff Richard,
Vogelgevechten en duiven,
In het jaar bezoekt Dalrymple en zijn vrouw een trouwpartij
maar gaan ook naar een begrafenis.
Begampur.
Tughlukabad.
Daulatabad.
Simla (hill station).
Mahabharata.
Bhaga-vad Gita.
Eerlijk gezegd: en nog veel meer.
Genoten heb ik er van.
Misschien u ook?
3 dingen uit India gevonden
Op de foto staan er maar twee.
De derde vondst was een foto van mezelf die ik heb laten maken
in een kraampje van een fotostudio in Pushkar.
Ik was een keer op de Pushkar Camel Fair.
Een sprookjesachtige bijeenkomst bij een stadje aan een heilig meer.
Veel dieren, veel mensen, een jaarmarkt en een
religieus feest als afsluiting.
Het notitieboekje kocht ik er.
Het papier is gemaakt van ‘woestijnpapier’, papier gemaakt van
de uitwerpselen van de dromedarissen.
In het Engels noem je die ‘Camel’.
Die dromedarissen zijn planteneters en waarschijnlijk
niet zo kieskeurig als onze koeien.
In de uitwerpselen zitten veel vezels die bewerkt, gevormd
en gedroogd tot een papiersoort worden.
De kraam die het boekje verkocht wilde meer producten
maken van bijvoorbeeld de haren van de dieren.
Dromedarissen zijn wat vroeger in onder andere onze landbouw de
paarden waren: trekdieren die je overal voor kon inzetten.
Voor de ploeg, voor het vervoer met een wagen of
voor snel vervoer voor 1 persoon, op de rug.
Mechanisatie neemt toe in India dus de behoefte
aan grote kuddes dromedarissen wordt kleiner.
De pauweveer zat netjes opgevouwen in een papieren
zakdoekje. Die zat er al heel wat jaren in.
Pushkar was in 2013, Gujarat in 2007.
Vermoedelijk komt de kleine veer uit 2007.
Het notitieboekje ga ik gebruiken als voorbereiding
voor mijn volgende reis naar India.
Hals
Gisteren kon ik de Frans Hals-tentoonstelling bezoeken
in het Rijksmuseum in Amsterdam.
Maar voordat ik daar ging kijken bezocht ik nog snel
even de eerste ruimte van het Aziatisch Paviljoen.
Dat doe ik eigenlijk altijd.
Met de metro, richting zuid.
Dit was mijn Ommetje in Amsterdam.
Rijksmuseum, Uma of Parvati, India, Tamil Nadu, brons, 15-16e eeuw. Voorzijde.
Daar moet ik devolgende keren beter op letten. Geen idee wat de schijf aan de achterzijde van het hoofd is.
Dit beeld was al vaker op mijn blog te zien: Shiva Nataraja, India, Tamil Nadu, brons, 12de eeuw, Chola stijl.
Al die armen en handen. Prachtig.
Vrouwlijke natuurgeest, India, Uttar Pradesh, Mathura, zandsteen, 2de eeuw.
Tree & Serpent (Boom en slang)
Met regelmaat lees ik de nieuwsbrief van The Met. The Met is
een belangrijk museum in New York met regelmatig aandacht voor Azië.
Op dit moment loopt daar de tentoonstelling ‘Tree & serpent’.
Het gaat over vroege Buddhistische kunst.
Grappig dat in het Boeddhisme de boom en de slang een heel
positieve symboliek heeft als de vertegenwoordigers in
kunstuitingen van de Buddh die er in persoon niet te zien is,
terwijl in de Christelijke symboliek deze twee elementen ook
voorkomn. Al was het maar in het verhaal van de Zondeval waarin
de slang, vanuit een boom, Eva overhaalt om van de appel
te eten.
De teksten zijn van de tentoonstelling.
De tentoonstelling gaat uit van de functie en vorm van de stupa.
In de video wordt daar ook op ingegaan.
De museum website doet wat krampachtig over de ‘rechten’ van de afbeeldingen. Ik zou ook graag de voorwerpen in eigen persoon bekijken maar dat zou een wel erg duur avontuur worden. Maar er zijn toch drie voorwerpen te zien in dit bericht. In de film die gemaakt is en die op internet te vinden is, kun je deze en nog meer voorwerpen ook bekijken.
This is the story of the origins of Buddhist art. The religious landscape of ancient India was transformed by the teachings of the Buddha, which in turn inspired art devoted to expressing his message. Sublime imagery adorned the most ancient monumental religious structures in ancient India, known as stupas. The stupa not only housed the relics of the Buddha but also honored him through symbolic representations and visual storytelling. Original relics and reliquaries are at the heart of this exhibition, which culminates with the Buddha image itself.
Featuring more than 125 objects dating from 200 BCE to 400 CE, the exhibition presents a series of evocative and interlocking themes to reveal both the pre-Buddhist origins of figurative sculpture in India and the early narrative traditions that were central to this formative moment in early Indian art. With major loans from a dozen lenders across India, as well as from the United Kingdom, Europe, and the United States, it transports visitors into the world of early Buddhist imagery that gave expression to this new religion as it grew from a core set of ethical teachings into one of the world’s great religions. Objects associated with Indo-Roman exchange reveal India’s place in early global trade. The exhibition showcases objects in various media, including limestone sculptures, gold, silver, bronze, rock crystal, and ivory. Highlights include spectacular sculptures from southern India—newly discovered and never before publicly exhibited masterpieces—that add to the world canon of early Buddhist art.
Railing pillar with naga Mucalinda protecting the Buddha. Pauni, Bhandara district, Maharashtra, Satavahana, 2nd–1st century bce, sandstone. Inscribed: Naga Mucarido [Mucalinda] and a female donor mahayasa. National Museum, New Delhi.
This enclosure railing pillar, from a monumental stupa some 135 feet in diameter, dates to the very beginning of the Buddhist figurative sculptural tradition in the Deccan. Its decoration is an inventory of early Buddhist imagery—the lotus, snake, tree, empty throne, and worshippers—and bears stylistic links to the early rock-cut caves of the Western Ghats mountain range. The monastery to which it belongs was likely founded in the third century bce, at the site of the ancient kingdom of Vidarbha (modern Nagpur). Its capital, Kundina, is described in the Sanskrit epic Mahabharata as a great and beautiful city, and is also referred to by the Greek scholar Ptolemy in Geography (mid-second century ce).
Stupa drum panel with protective serpent. Amaravati Great Stupa, Guntur district, Andhra Pradesh, Sada, second half of 1st century ce. Limestone. British Museum, London.
This drum panel depicts an elegant stupa with a shrine, at center, framed by pilasters that resemble a stupa enclosure railing gateway. The entwined snake that occupies the shrine is the naga, the supreme protector of the relics housed within the stupa drum. A canopy of foliage-like umbrellas (chattras) crowns the structure, with the branches of the bodhi (wisdom) tree metamorphizing into a profusion of honorific umbrellas. Inscribed railings from the period link the donors to officials in the service of King Sivamaka Sada, the last of the Sada rulers, reigning in the second half of the first century ce.
Dome panel depicting a royal worshiper Amaravati Great Stupa, Guntur district, Andhra Pradesh, Satavahana, 2nd half of the 1st century ce. Limestone. Inscribed in Prakrit, Brahmi script: Made by [?] son of Dhamadeva, the Virapuraka [resident of Virapura], the gift of [?] female pupil of Budharakhata. British Museum, London.
This panel from Amaravati is among the oldest portrait sculptures preserved from the Andhra territories. It depicts a Satavahana king with his hands in veneration. He is attended by a queen, a general (leaning on a war club), and women holding fly whisks and an umbrella. Although he lacks the other attributes of a Buddhist universal monarch—
notably the elephant, horse, Dharma-wheel, and jewel—his royal status as a king at worship is clear. An empty throne in the fragmentary upper register references the Buddha’s presence. The donor inscription records the gift as from a wealthy woman who took spiritual instruction from the monk Budharakhata.
Ik heb de catalogus gekocht.
De voorwerpen van het British Museum zag ik er in 2018
en daar schreef ik toen over.
Ook in mjn bericht uit 2021 over een bezoek aan het National Museum
in New Delhi zie je voorwerpen van de tentoonstelling terug.
Uffizi
Vandaag een ongelofelijke reeks van de hand van Filippo Lippi.
In volgorde zoals ik er langs gelopen ben: Florence, Uffizi, Filippo Lippi, Adoration of the Christ child with the young St. John the Baptist, St. Romuals, angels, the hands of God the Father and the Holy Ghost as a dove. Circa 1463. Tempera on wood.
Filippo Lippi, Coronation of the Virgin. Circa 1439 – 1447. Tempera on wood. Let op hoe mooi de hoofden van de engelen en heiligen steeds een andere kant op kijken.
Filippo Lippi, Adoration of the Christ child with St. Joseph, St. Jerome, St. Hilarion, St. Mary Magdalen and angels. Circa 1455. Tempera on wood.
Filippo Lippi, Madonna and Child with St. Francis, St. Cosmas, St. Damian and St. Anthony of Padua, 1440 – 1445. Tempera on wood. Dan zijn daar nog de predellas, zeg maar de onderste reeks schilderijen. Francesco Pesellino assisteert Filippo Lippi hier. Het gaat om de volgende afbeeldingen: St. Francis receives the stigmata and St. Cosmas and St. Damian heal Justinian (Copies), the Nativity, the Martyrdom ff St. Cosmas and St. Damian, the miracle of St. Anthony. De predellas zijn qua thema dus mooi afgestemd op het hoofdwerk.
Drie maal Hampi is scheepsrecht
In 1997 ging ik naar Goa, de voormalige Portugese
kolonie in India.
Terwijl we van een soort van strandvakantie genoten
gingen we ook naar Hampi. Hampi ligt in Karnataka.
Het is een van die vele magische plaatsen in India.
Een serie van ruïnes vormen de plaats.
Het zijn de overblijfselen van Vijayanagar, de hoofdstad
van het gelijknamige rijk.
Het is een UNESCO World Heritage site.
In die tijd maakte ik dia’s en dat is te zien aan
het beperkt aantal foto’s dat ik er nog van heb en
de kwaliteit van die foto’s.
Dat in combinatie met het nogal klantonvriendelijke
beleid van Photobucket zorgt er voor dat ik de foto’s
nu voor een derde keer op mijn weblog zet.
De provider is deze keer Flickr.
De dia’s lagen al niet meer op volgorde toen ik ze liet digitaliseren en dus zijn de foto’s ook niet meer in de juiste volgorde. De volgorde weet ik ook niet meer uit mijn hoofd. Misschien moet ik terug gaan. Maar de foto’s vind ik bijzonder.
Dit was niet een van de eerste foto’s maar wel mooi.
De olifantenstallen.
Dit is een stukje van de buitenmuur van de Hazara Rama tempel.
Of ik al eerder een stepwell / tank had gezien weet ik niet. Indrukwekkend.
De ‘stone chariot’, een stenen racewagen. Het is de Garuda Srine van de Vitthala tempel.
Dit is de Vijaya Vithala tempel.
Dit beeld is gemaakt uit 1 steen: Yoga-Narasimha monolith.
De Virupaksha tempel. De pelgrims die naar Hampi gaan komen vaak voor deze tempel.
Corona in India
Humayun’s tomb – World Heritage Site
Het laatste monument dat we bezochten was het grafcomplex
van keizer Humayun. Een van de grote heersers van het
magische India.
Wikipedia vat het als volgt samen:
Nasiruddin Muhammad Humayun (Kaboel, 6 maart 1508 – Delhi, 27 januari 1556) was keizer (“padishah”) van het Mogolrijk in het noorden van Voor-Indië tussen 1530 en 1540 en opnieuw in 1555 en 1556. Hij was de zoon en opvolger van Babur, de stichter van het Mogolrijk en de Mogoldynastie. Onder zijn vader speelde hij als legeraanvoerder een rol in de verovering van diens rijk. Toen zijn vader in 1530 onverwachts aan een ziekte overleed, kwamen veel van de Afghaanse edelen in opstand, die na een lange strijd het gezag van de Mogols erkend hadden. De belangrijkste onder hen was Sher Shah Suri, de gouverneur van Bihar. Deze wist Humayun, die ondertussen ook met opstanden van zijn broers te maken had, meerdere malen te verslaan en ten slotte uit India te verdrijven. Na een dwaaltocht door Punjab, Sind, Baluchistan en ten slotte Afghanistan kwam Humayun aan in Perzië, waar hij als banneling aan het hof van sjah Tahmasp I leefde. Dankzij de steun van de sjah wist hij zijn opstandige broers te verslaan en uiteindelijk, opmerkelijk genoeg, na 15 jaar ballingschap het noorden van Voor-Indië te heroveren op de Suridynastie (opvolgers van Sher Shah). Na zijn dood liet Humayun een groter rijk na aan zijn zoon Akbar dan hij ooit van zijn eigen vader geërfd had. Humayuns verblijf aan het Perzische hof zorgde voor grote Perzische invloed op de literatuur, kunst en architectuur aan het Mogolhof, waardoor de typische Mogolstijl ontstond die onder zijn opvolgers tot grote bloei kwam.
We bezochten de site kort na een restauratie.
In september 2013 was de site net weer heropend en wij
bezochten de site eind november 2013.
Natuurlijk kende ik de verhalen over de tuinen die voorzien
werden met kanaaltjes, fonteinen, vijvers enz.
Maar als je in India komt zijn de tuinen vaak niet geweldig
onderhouden en de waterwerken had ik nog nooit op grote
schaal in actie gezien.
Dat het water overal in de tuin te zien en te horen was
bleek een bijzondere ervaring te zijn.
Het Indiaas-Engels kan heel grappig zijn.
Via een paar poorten kom je het complex in.
Op informatieborden was te zien in welke staat de gebouwen waren voor de restauratie begon. Dit is de ‘before’ van de Bu Halima Gateway.
Zo zag de Bu Halima Gateway eruit toen wij er een bezoek brachten.
Dit is de Arab Serai Gate, die toegang gaf tot de verblijven van de ‘bouwvakkers’ die het grafmonument voor Humayun gebouwd hebben.
Met zoals altijd extra aandacht voor de enorme deur die in deze poort zit.
This 14 metre high gateway led to the walled enclosure which housed the Persian craftsmen who came here for the building of Humayun’s Tomb.
Red sandstone and white marble inlay work add a striking touch to the gateway, mostly built of Delhi quartzite stone.
The projecting jharokhas still display remnants of the glazed ceramic tiles.
Ik vermoed dat je hier de ‘The projecting jharokhas’ ziet: uit-stekende balkons met restanten van de geglazuurde tegels.
Dus op 18 september 2013 hebben Dr Manmohan Singh, eerste minister van India, en de Aga Khan (wiens stichting de grote geldschieter was voor de restauratie) het complex geinaugureerd (geopend).
West Gate of westelijke poort.
Now the main entrance to the World Heritage Site of the Tomb-garden of Emperor Humayun, this wet gateway is 16 metres high.
Rooms on each side flank the central passage and the upper floor has small courtyards.
Six-sided stars, used by the Mughals as an ornamental cosmic symbol, adorn the structure.
Humayun’s Tomb.
Humayun’s Tomb
1562 – 1572 ADHamida Banu Begum, his grieving widow, built Emperor Humayun’s mausoleum.
Precursor to the Taj Mahal, it stands on a platform of 12000 m2 and reached a hight of 47 metres.
The earliest example of Persian influence in Indian architecture, the tomb has within it over 100 graves, earning it the name, ‘Dormitory of the Mughals’.
Built of rubble masonty, the structure is the first to use red sandstone and white marble in such great quantities.
The small canopies on the terrace were originally covered in glazed blue tiles, and the brass finial over the white marble dome is itself 6 metres high.
Een ‘finial’ is (als dat een goed woord is) de koepelspits.
De metalen versiering bovenop de koepel die
alleen hier al 6 meter hoog is.
Dus de koperen ‘finial’ is de decoratie hier boven op de centrale koepel.
Met Water!
Een van de nissen aan de buitenkant van het gebouw op het grote plateau.
Uitzicht vanaf het plateau door de luchtvervuiling en een beetje tegen de zon in.
Plafond in de koepel. Prachtig lijnenspel. De rand zit vol met sterren.
Detail van het plafond. Een soort van sterrenhemel.
In het gebouw zijn vele graven aanwezig.
Die prachtige ramen met ‘lattice screens’, roosterschermen.
Terug in de tuin bij het water.
Humayun’s Tomb.
In de tuin is meer te zien dan alleen het grote grafmonument
van Humayun.
Isa Khan Tomb Enclosure
1547 ADIsa Khan Niyazi was a noble in the court of Sher Shah Sur.
This enclosure includes his tomb and a mosque, both built during his own lifetime.
The octagonal tomb, pre-dating Humayun’s Tomb by only 20 years, has striking ornamentation in the form of canopies, glazed tiles, and lattice screens.
Along the western side of the enclosure, the three-bay-wide mosque has a grand red sandstone central bay and striking mihrabs.
Untill the early 20th century, an entire village had been settled in the enclosure.
De Isa Khan Tomb enclosure, het omheinde grafmonument voor Isa Khan.
Dit is de laatste foto van onze reis naar Pushkar (en Jhalawar, Jaipur, Bundi en New Delhi). Laten we hopen dat we snel weer terug kunnen naar India om onze reisplannen voor 2020 alsnog te realiseren.
Wandelen naar India Gate
Die dag in november 2013 was het zonnig en tegelijk was er veel luchtverontreiniging. We maken een wandeling door New Delhi, meer precies over de Raipath en aansluitend over de Amar Jawan Jyoti Road.
Dan wordt langzaam de India Gate zichtbaar. India Gate is een oorlogsmonument.
Het maken van decoraties met bloemen is in India een gebruik dat je vaak ziet.
Veel kleine bloemen in uitgesproken kleuren maken prachtige figuren.
Dromedarissen op papier
Van een paar werken op papier heb ik toen ook nog foto’s gemaakt. New Delhi, National Museum. The Divine Couple; Radha and Krishna. Jaipur, Rajasthan, circa 1750 AD. Paper.
Maar van deze kerstscene stond ik toch wel het meest te kijken.
Er is van alles te zien. Zoals Maria die Jezus de borst geeft maar ook Europeanen die op bezoek lijken te zijn, decoraties, dieren, oh, ja, en Jozef die er een beetje bedremmeld bij staat te kijken. The Nativity. Mughal, Mohammadshah period. Circa 1720 -1725 AD. Paper.
Maar het allerleukste is voor het laatst.
New Delhi, National Museum. Daily life in a desert village. Bikaner, Rajasthan. Circa 1720 – 1725. Paper.
Met dromedarissen in een kraal. We gingen naar India voor de Pushkar Camel Fair waar we veel dromedarissen zagen. We zagen er nog meer in Jhalawar en dan hier in New Delhi op papier. Bijna aan het eind van onze reis.
Veel Gupta
De collectie in het National Museum in New Delhi is werkelijk
schitterend.
Vandaag nog een serie beelden, veel Gupta.
De Gupta’s (Sanskriet: gupta) waren een dynastie in het noorden van zuidelijk Azië (“India”) tussen de laat 3e en 6e eeuw. In de 4e en 5e eeuw heersten ze over een rijk dat vrijwel het hele noorden van India besloeg. Hoewel hun rijk nooit zo groot was als het eerdere Mauryarijk of het latere Mogolrijk, worden de Gupta’s als een van de belangrijkste dynastieën in de Indische geschiedenis beschouwd. Dat is vooral vanwege de maatschappelijke en culturele ontwikkelingen onder hun heerschappij. In de periode voor de Gupta’s hadden invallen van volkeren uit het noordwesten politieke instabiliteit, maar ook culturele uitwisseling gebracht. Onder de Gupta’s beleefde India een stabiele periode, waarin de handel met het Middellandse Zeegebied, China en Centraal- en Zuidoost-Azië grotere welvaart bracht. De wetenschap, nijverheid, literatuur en kunsten bloeiden op. De Gupta’s stimuleerden een groeiende interesse in oude Vedische teksten en brahmanistische rituelen. Tegelijkertijd ontstonden nieuwe cultusvormen gebaseerd op persoonlijke devotie. Beide ontwikkelingen stonden aan de basis van het ontstaan van het moderne hindoeïsme. In de Guptaperiode had India een grote culturele invloed op andere delen van de wereld, met name Centraal-Azië, Zuidoost-Azië en China. De kunst en architectuur uit de Guptatijd zetten ook de standaard voor latere ontwikkelingen in India zelf. De politieke en religieuze instituten van de Indische maatschappij zouden vanaf de Gupta’s tot de 13e eeuw ongewijzigd blijven.
Bust of Buddha.
New Delhi, National Museum, Tympanum, Mathura, circa 100 BCE. Red sandstone. De tekst bij het beeld had ik wel gefotografeerd maar bewogen. Gelukkig heeft iemand op het internet een hele studie gepubliceerd over dit werk. Daarbij wordt heel nauwkeurig uitgelegd welke verhalen hier afgebeeld staan. Ik vond het gewoon prachtig.
Ganga, Gupta, 5th century AD, Ahichchhatra, UttarPradesh. Terracotta.
Drummer, Ahichchhatra, Uttar Pradesh. Gupta. Terracotta, 4th – 6th century AD.
Bodhisattva, Akhnoor, Jammu, Gupta. Terracotta, 4th – 6th century AD.
Frieze with Makara (watermonster) and Gana figures. Gupta, 5th century AD, Sarnath, Uttar Pradesh. Stone.
New Delhi, National Museum, Vishnu, Gupta, 5th century AD. Mathura in Uttar Pradesh. Stone.
Een sprong in de tijd. Surya (Sun God), Eastern-Ganga, 13th century AD. Konarak, Orisa. Stone.
King Prathivideva and Queen Kelachchhadevo, Gahadavala, 12th century AD. Alwar, Rajasthan. Stone.
Nog een grote sprong in de tijd. Het is misschien ook niet echt een beeld maar wel heel mooi. Wheel, 20th century AD, Ladakhi tribe, Ladakh. Copper and gold gilded.
Wees gerust, het einde is in zicht.
Harappa – Maurya Dynasty
Terug in het National Museum in New Delhi
vervolgen we onze weg door de fantastische collectie.
Er is een schat te zien. Juwelen uit een plaats met de naam Mandi. Het is de moeite waard om het verhaal op Wikipedia er eens op na te slaan.
De vitrine met een groot aantal voorwerpen.
Jewellery Hoard from Mandi
The chance discovery of gold jewellery from the ancient site of Mandi, district Muzzaffarnagar (western Uttar Pradesh),
in association with other materials of the Harappan genre, shot the site into prominence on the Harappan archaeological map of India.
The discovery was in form of a large treasure of gold and silver ornaments besides ornaments od semi-precious stones.
Thew villagers found the treasure in course or agricultural operations.
Yhe gold jewellery, kept in the copper containers, consisted of big and small “heart shaped” Kara-S (bangles), spacers, terminals, conical beads, etc.
This jewellery collection is comparable to those of Mohenjodaro, Quetta and Allahadino.
The treasure of the gold jewellery recovered from Mandi is the largest so far found in the Bronze Age Harappan civilization of South Asia.
Een flinke stap in de tijd. De Harappan-periode laten we achter ons. We stappen in de tijd van de Maurya Dynasty. Dit beeld van een man met een snor is een voorbeeld van het beeldhouwwerk uit deze tijd.
Ook deze kop van een man met tulband is uit die tijd.
Er viel een hele tekst over dit tijdperk te lezen:
Maurya Dynasty
4th – 3rd century BCThe decline of the urban Harappan culture in 2000 BC was succeeded essentially by rural cultures which were followed by another phase of urbanization.
4th Century BC witnessed the rise of Magadha Empire (present day Bihar) under the rule of Chandragupta Maurya in 323 BV.
The empire later expanded and for the first time was politically unified under Ashoka (circa BC 272 – 231), the most illustrious of the Mauryan Kings.
During his rule the Mauryan Empire extended from Afghanistan in the Northwest, to Orissa and Nepal in the east and Andgra Pradesh and Karnataka in the south.The first organized art activity in India on a bigger scale and durable material like stone belong to this period.
The Mauryan sculptures and art motifs have two distinct sources of inspiration: indigeous and West Asian.
The influence of Perso-Hellenistic art can be traced back to the time of Chandragupta Maurya, who, it seems, patronized the craftsmen from Achaemenid empire (present day Persia).
The famous stone peristylar assembly hall (commonly called the “Chandragupta Sabha”) following a Persopolitan model built by him at Kumrahar near Patna, is especially noteworthy.
Fall of Achaemenid Empire, resulting from the campaign led by Alexander the Great, caused an influx of unemployed craftsmen to the Mauryan court, thus instituting dramatic changes in both technique of sculpting and art styles, essentially in the development of stone working methods.
The important art centers of the Mauryan Empire were Pataliputra, Buxor, Mathura, Kaushambi.Stone came to ve associated permanently with Indian art from the times of Ashoka.
The cultural interaction with West Asian countries may have inspired him to go for monumental art and architecture in stone.
During this period different manifestations of art such as Rock cut caves, Monolithic pillars, Ring stones, Disc stones and Terracotta objects were popular.
Representations of these manifestations van be viewed in the translite.Rock cut caves
The magnificent rock cut caves of Barabar and Nagarjuni hills near Gaya in Bihar are vivid examples of the monumental work undertaken during this erz.Monolithic pillars
Ashoka’s reign was marked by meticulously carved monolithic pillars with magnificent animal capitals and inscribed edicts, of which the lion capital of Sarnath, adopted as the National emblem of India (displayed at Archaeological Museum at Sarnath near Varanasi) and the bull capital from Rampurva (now displayed in the Rashtrapathi Bhawan) are well -known.
Stome art of this period was characterized by a high polish achieved by probably rubbing the surface with fine grained sand and buffing it with cloth of animal skin.Stone sculptures
The stone sculptures of the Mauryan period are also reminiscent of the high polish, such as the famous Yakshi or female figure with flywhisk, in chunar sandstone found in Didarganj (in Patna) now in Patna Museum.
Displayed in this gallery are few significant fragments of stone sculptures displaying high technical skills, discovered in Sarnath.
The West Asian influence is notable in the two male heads displayed, characterized by a mustache and turban respectively.Ringstones and discstones
Ringstones and discstones, though small, depict some of the finest carvings in earlt lithic art and can be regarded as cult objects.
The discstones appear to be related to ring stones in evolution, iconography, size and general shape but have no central void and usually undecorated.
They represent an extraordinary miniature world in itself with intricately carved mythical and ritualistic motifs.Terracotta objects
Terracotta figures moulded in lively poses form an important group of art objects during the Mauryan period.
Due to the agrarian nature of the Indian society, earth was symbolised in the popular cult of Mother Goddess (the source and sustainer of life) which appear to be the popular cult of the period.
One of the most outstanding examples from Mathura, on display, is a seated Mother Goddess with a child on her lap.
Moulding techniques were used for the face, whereas the body was hand modeled and the elaborated headdress, decorated with rosette disc, ornaments like sarpa-kundalas (coiled rings) were applied, hence the technique is referred as “appliqué”.The dawn of monumental and imperialistic sculptural art and architecture, patronized by the state for the first time, was the noteworthy contribution of the Mauryas.
Pillar showing Jataka stories, Sunga 2nd century BC. Bharhut, Madhya Pradesh.
Asitas visit to Suddhadhana, Satavahana, 1st – 2nd century AD, Amaravati, Andhra Pradesh.
King on an elephant (Railing cross-bar), Sunga, 2nd century BC, Mathura, Uttar Pradesh.
Harappa
Harappa is een vindplaats van de Indusbeschaving.
De beschaving kende een verspreiding over een gebied dat
in het hedendaagse Pakistan en India ligt.
Zelf bezochten wij ooit Lothal in Gujarat (India).
Op dit kaartje zie je het verspreidingsgebied ingetekend op Pakistan en NoordWest India. De kaart komt uit het boek ‘The Ancient Indus Valley: New Perspectives’ (ISBN 978-1-57607-907-2) van Jane McIntosh. Gezien de beschikbare ruimte is de kaart verkleind. Lothal zie je middenonder, rechts van Somnath.
De voorwerpen van mijn vorige bericht, dit bericht en
een volgend bericht, komen van deze beschaving.
De Harappabeschaving, Harappacultuur of Indusbeschaving was een beschaving uit de bronstijd in het zuiden van Azië (ca. 3200-1900 v.Chr.), die zich kenmerkte door de bouw van strak geplande steden en het Harappaschrift. De belangrijkste vindplaatsen zijn Harappa en Mohenjodaro, terwijl het verspreidingsgebied vooral de vlakte van de Indus en de zijrivieren was, met uitlopers aan de kust en langs de loop van de Ghaggar-Hakra. De Harappabeschaving was samen met die van Mesopotamië en het Oude Egypte een van de eerste hoogontwikkelde beschavingen ter wereld. Mesopotamië en Egypte hadden wel iets eerder steden dan de Harappabeschaving, maar daar staat tegenover dat de Harappabeschaving het grootste verspreidingsgebied had.
Alle foto’s in dit bericht betreffen foto’s die ik in 2013 maakte in het National Museum in New Delhi. Dit soort afbeeldingen zijn heel karakteristiek voor de Induscultuur.
Ik ben jaloers op de eenvoudige maar heel effectieve decoratieve elementen op het aardewerk. Polychrome ware 3000 BC.
Dit is schitterend. Eenvoudige vormen die heel effectief het aardewerk versieren. Binnenkort eens zien of ik dit soort motieven kan gebruiken voor de decoratie van een boekband.
Tekst bij een begrafeniskruik. De kruik is zo’n 4000 jaar oud en heel rijk versierd. Niet met de geometrische motieven die je hier eerder zag maar met geabstraheerde menselijke en (fantasie) dierlijke vormen.
A 4000 years old burial jar with paintings
LIFE AFTER DEATH
According to Hindu beliefs, after death, man, in the form of Sukshma Sarira or Atma, i.e., spirit-body, goes to stay in Svarga or the World of Fathers which is in the skies. Mid-way he has to cross a terrible river called Vaitarni. This he crosses and proceeds ahead with the help of cattle, like a cow, bull and goat, which are sacrificed or given in gift to a priest. He then reaches the gates of the court of Yama, the Lord of Death, where the guards, two ferocious dogs, attack the party. After the final judgement at the Court and undergoing the sentences, if any, the spirit-body reaches the ‘Abode of the Bliss’ which is a rediating solar world with beautiful stars, birds, fish and flowers, for final rest.
The burial jar exhibited here, some 4000 years old, from “Cemetery ‘H'”, at
Harappa, on the banks of the Ravi, is unique in the ancient world for having an elaborate painting depicting a scene which recalls the Hindu beliefs as
embodied in the Vedic and Epic literature and narrated above. Bright red pot’s of Cemetery ‘H’ belongs to late Harappan or Vedic period.
Je mag het natuurlijk niet zeggen maar deze afbeelding komt mij wel een beetje bekend voor uit onze populaire cultuur (van een aantal jaren terug).
Seals, circa 2600 – 2000 BC, Banawali.
Binnenkort meer.
Bronzen uit Diamabad
Als laatste stad op onze reis in India in 2013 die begon
in Pushkar, bezochten we New Delhi.
Daar bezochten we het National Museum.
Daar zag ik voor het eerst een groter aantal vondsten
van de Harappa cultuur.
Een paar foto’s.
Helaas heb ik meestal de toelichting niet gefotografeerd. Ook zijn niet alle foto’s even goed geslaagd. Maar daar staat tegen over dat de werken zeldzaam zijn.
Soms is iets beter dan niets. De beelden zijn heel erg herkenbaar. bijvoorbeeld die opgeplakte ogen, anatomisch niet correct, zie je vaak op dit soort beelden.
Deze ogen zijn op dezelfde manier aangebracht.
Dit is een van de bronzen beelden van Diamabad. Diamabad is de moderne naam van de vindplaats in de staat Maharashtra. Op Wikipedia wordt dit beeld omschreven als: ‘a sculpture of a water buffalo, 31 cm high and 25 cm long standing on a four-legged platform attached to four solid wheels’.
Harappan Bronzes from Diamabad
Total four bronzes of Harappan Age (circa 2000 BC) were discovered from Diamabad in Ahmad Nagar District of Maharashtra which includes one Chariot and three big animal figures.
All these four bronzes from Diamabad were solid cast by the lost-wax method, which is typical bronze casting technology of Harappa.
On the basis of presence of 1% Arsenic contents in these bronzes Dhavalikar (M.K. DHAVALIKAR) and present author are in the opinion that these four bronze of Diamabad also belong to late period (2000 BC).
“a sculpture of a rhinoceros 19 cm high and 25 cm long standing on two horizontal bars, each attached to an axle of two solid wheels”
“a sculpture of a chariot, 45 cm long and 16 cm wide, yoked to two oxen, driven by a man 16 cm high standing in it;”
De volgende tekst is van een bord in het museum:
Harappan Bronzes from Diamabad
This ornate bronze chariot from Diamabad has two main parts: one of which consists of a pair of bulls (appear like combined bull & horse) with a yoke on their neck and the second which possesses a plank with two solid wheels on either side with a charioteer (man) standing.
Both parts of this bronze are connected with a long pole fixed in chassis and the other end is inserted into yoke.
Two solid wheels are connected with an axle, in between, the chassis is marked by a plank with a frame on open work characterized by two vertical beams with curving tops secured by two cross bars.
The tall and slim charioteer resembling with the face of famous dancing girl.
“a 25 cm high sculpture of an elephant on a platform 27 cm long and 14 cm wide similar to the water buffalo sculpture, but axles and wheels missing;”
Allemaal winkels
Het laatste bericht over Jaipur bevat foto’s
van winkels of ‘uitstallingen’.
De eerste foto is – ik weet niet wat de man verkoopt-
een soort shop-in-shop concept.
De man zit pal voor een winkel en wel zo dat de klanten
van de stoffenzaak niet vrijuit de winkel in of uit kunnen.
Maar eigenlijk ben ik wel benieuwd wat die man verkoopt/aan de man brengt. Die metalen vorm naast zijn tafel wordt min of meer gereproduceerd op het bord waar reclame of uitleg gegeven wordt en in de drie vormen op tafel. Maar die mooi op maat geknipte stukken krant met ertussen zilverpapier die met een touwtje bij elkaar gehouden worden. Geen idee wat het is.
In die grote straten in het centrum van Jaipur zitten veel winkels en soms zit er bijna een hele overdekte markt achter. De winkels zijn heel vaak van dezelfde grootte en er zijn er ontzettend veel die textiel verkopen.
De ‘hoofddoeken’ die je hier uitgestald ziet, op de richel. zie je op veel plaatsen. Maar hier was een hele rand met groepen gelijke ‘modellen’ en kleuren te zien. Er liep iemand op dat balkon, dus dat schept mogelijkheden.
Waarom mijn schoen met Hickies daar weer tussen moest gaan staan…..
Die rand vormde een echte façade. De ruimte er achter was een beetje een rommeltje maar vanaf de weg zie je daar natuurlijk niets van.
Beneden zat iemand op straat te demonstreren hoe je eigenlijk zo’n hoofddeksel moet vouwen. Hij gebruikte daar een stuk van een stam van een boom als maat. Die stam houdt hij tussen zijn knieën op zijn plaats.
Een winkel met koekjes in allerlei maten en vormen mag dan natuurlijk niet ontbreken.
Jaipur, Pink City
Je kunt heel, heel veel foto’s in India maken van
prachtige monumenten. Heel oud, oud en nieuw.
Maar net als vaak in Azië is het al fantastisch om
gewoon over straat te lopen.
Al voor we naar Fort Amber gingen was het me opgevallen dat er bijeenkomsten waren. Volgens mij verkiezingsbijeenkomsten. Daarom zie je boven op deze mooie poort in het centrum van Jaipur een meneer in uniform (heel klein). De bijeenkomsten worden nauwkeurig in het oog gehouden. Er waren bij de bijeenkomst in de buurt van deze poort ook een aantal auto’s van televisiestations met schotels op het dak. Maar te veel aandacht van fotografen werd niet op prijs gesteld.
Nou ja, een onduidelijke foto van een bijeenkomst lukte dan nog net.
Maar ook buiten de bijeenkomst waren er sporen van de activiteiten die er waren. Deze meneer maakte dat heel duidelijk en het leverde deze grappige foto op.
Drukte, rust; politiek, handel en godsdienst, alles kom je tegen en vaak heel dicht of zelfs naast elkaar.
De winkels. zoveel kleur, zoveel geuren, zoveel geluid. Altijd een feest in India.
Het volgende bericht gaat ook nog over Jaipur.
Dan gaan we terug naar New Delhi.
Terug naar de stad
Fort Amber was een geweldige ervaring maar
onderweg terug naar de stad Jaipur maakte ik nog een
paar foto’s. Een beetje los zand.
Zonder een duidelijk thema maar sommige zijn ook
nu nog steeds leuk (voor mij dan toch).
Ik vermoed papadum, van meel van zwarte linzen. Als ik er aan denk krijg ik er al zin in. Gelukkig kun je dat in Nederland ook goed eten.
Man Sagar-meer.
Dit paleis, Jal Mahal ligt in het Man Sagar-meer, een kunstmatig meer.
Terug in Jaipur.
Jaleb Chowk
Het mag natuurlijk niet meer.
Sommigen zullen deze foto’s dan misschien ook niet
op hun weblog presenteren.
Maar het zag er fantastisch uit en…….
…….wij hebben er geen ritje mee gemaakt.
Een groep versierde olifanten met op hun rug toeristen komen het complex van Amber Fort binnen op een plein met de naam Jaleb Chowk.
Jaleb Chowk
Derived from the Arabic in which it means a gathering place for soldiers parade square.
Jaleb Chowk is one of the four courtyards in the Amber Palace and was constructed on the orders of Sawai Jai Singh (1699 – 1743 AD).
The Raja’s personal body-guard paraded in Jaleb Chowk under the command of the Fauj Bakshi or Army commander.
It was here that the contingent was also inspected and reviewed by the Raja.
The ground floor of the buildings at the sides of the Chowk housed stables and the upper floor the contingent of personal guards or jalebdars.
De olifanten zijn heel mooi versierd.
Ook de nagels gelakt.
Natuurlijk met mobiele telefoon.
Zenani Deorhi
Het is alleen al mooi dat je een bericht kunt maken
met een naam die de meeste mensen niets zal zeggen.
Maar als je een naam zoekt? Het is wel iets, toch?
Nog even verder wandelen in Jaipur, Amber Fort.
Zo, even de sfeer scheppen. Dit geeft een beetje een beeld van de omgeving.
Mijn excuses. Het Baradari Pavilion op de achtergrond, achter mijn schoen met hickies, is een prachtig gebouw. Helemaal open, ergens midden in het paleis.
Zenani Deorhi of het verblijf van de koninklijke dames.
Zenani Deorhi (Ladies’ Apartments)
The queen-mothers and the Raja’s consorts lived in this part of the palace which also housed their female attendants.
The royal ladies often had estates assigned to them, the management of which was also carried out from here.
Some of the ranis recorded in history were Rani Shringarde Kankawat and Rani Mahadevi Katoch of Kangra, married to Raja Man Singh; and Rani Chandrawat who was married to Mirza Raja Jai Singh.
It was Rani Shringarde Kankawat who had the well-known Jagat Shiromani temple built in Amber in the memory of her son Jagat Singh.
Rani Mahadevi Katoch funded the addition of toran gates to the Jagannath temple in Puri, Orissa.
Baradari Pavilion.
Het gaat mij niet zozeer om de inhoud van deze vier teksten (dat komt dadelijk) in drie talen (en schriften). Het gaat meer om de vormen van de tekens.
Het Engelstalige deel van de teksten:
In the reign of the King of Kings, Refuge of Sultans, glory of the faith and the world, Muhammad Akbar, Badshah (emperor), may the Almighty preserve his Realm for ever, Maharaj Raja Man Singh s/o Raja Bhagwant Das, s/o Raja Bharmal, s/o Raja Pirti (Prithvi) Raj Kachhwaha, whose commands are exalted and who has laid the foundation of his kingdom on uprightness and justice (like Nousherwan), may his dignity be maintained for ever, mandated the construction of this palace in his (Raja Man Singh’s) domain.
This heaven like palace was completed on the day of month Zil Hijja in the year 1008 (Hijri), being built in a period of 25 years, having been most meticulously designed and expertly decorated.
Just as the heavens should always be laden with rain, so also this stately building, the foundation of the Maharaj’s (Great King) longevity & wealth, be preserved from any kind of damage.
Completed in the (Hijri) year 1008 (1599 AD).The inscription in Persian, above, was affixed at some point in Man Singh’s Palace on its completion in 1599 AD.
It was placed here in December 2008 AD.
Met Ganesh, deze keer midden, boven de deur.
Sorry, weer die schoen.
De vorige afbeelding (die met die schoen) is onderdeel van een brede strook onder aan een muur met meerdere afbeeldingen. Meest links is de afbeelding van Ganesh.
Geweldige decoraties!
Meestal houd ik wel overzicht, ook in de foto’s.
Maar deze ruimtes hebben me helemaal in de details getrokken.













































































































































































































