Multatuli in Rotterdam

 photo WP_20141010_002MultatuliRotterdamVanOldenbarneveltstraat.jpg

“Van de maan af gezien zijn we allen even groot”. Uitspraak van Multatuli (Eduard Douwes Dekker 1820-1887). Grappig is dan, dat dit hele hoge portret, hoog aan een gevel in de Van Oldenbarneveltstraat in Rotterdam hangt.

Johan van Oldebarnevelt werd geacht zich groter voor te doen
dan hij was en werd toen letterlijk een kopje kleiner gemaakt.

Of zoals Wikipedia het zegt:

Johan van Oldenbarnevelt (Amersfoort, 14 september 1547 – Den Haag, 13 mei 1619), geboren als Johan van Oudenbarnevelt, was raadpensionaris van de Staten-Generaal tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Hij werkte lange tijd samen met Maurits van Oranje (de zoon van Willem van Oranje), maar werd het slachtoffer van een door Maurits beheerst politiek proces en daaropvolgende executie.

De goddelijke komedie

Tijdens onze vakantie dit jaar in Italie
werd door reisgidsen en verklarende teksten steeds verwezen
naar de invloed van Dante Alighieri en in het bijzonder
La divina commedia (De goddelijke komedie).

 photo IMG_20141005_0020GiovanniDaModenaLInfernoLaPunizioneDeiSacrileghiSopraHelDeStrafVanHeiligschennisBoven.jpg

Giovanni da Modena, L’inferno, la punizione dei sacrileghi (Hel, de straf van heiligschennis).Een van de afbeeldingen van de fresco’s die samen La Cappella Dei Re Magi vormen in de Basilica di San Petronio (De Driekoningenkapel in de Duomo van Bologna), circa 1410.

Omdat ik wil begrijpen in welke mate Dante de beelden
die in de beeldende kunst zijn gebruikt (de iconografie)
heeft beinvloed, heb ik eerst maar eens op wikipedia
gekeken naar de opbouw van ‘De goddelijke komedie’.

Die is als volgt:

De hel is volgens Dante ingedeeld in negen kringen:

De eerste kring is het limbo of voorgeborchte.
Hier bevinden zich de deugdzame heidenen (Cicero, Euclides, Homerus,
Ovidius, Socrates, Plato, maar ook mythische figuren als Aeneas.)

Koning Minos is de bewaker van kring twee (onmatigen).
In deze kring woedt een eeuwige storm,
die de zielen van de wellustigen voortblaast.

In de derde kring, waar het eeuwig regent,
bevinden zich de vraatzuchtigen.
Cerberus (Meerkoppige hond) is er de bewaker.

In de vierde kring duwen de hebzuchtigen en de verkwisters
zware lasten zinloos heen en weer

De vijfde kring bevat de moerassige Styx, waarin de agressievelingen
elkaar tot in eeuwigheid bevechten.
De wrokkigen liggen onder water.

De zesde kring van de hel, is een grafveld met brandende open graven,
waarin de ketters liggen.

In de zevende kring lijden de geweldplegers:
– degenen die geweld hebben gepleegd tegen anderen
(kolkende bloedrivier, denk Attila de Hun)
– zelfmoordenaars, die geweld tegen zichzelf gepleegd hebben
(een woud waar harpijen hun scherpe klauwen in de takken zetten,
waarbij de bomen bloeden)
– de godslasteraars, die geweld plegen tegen God, de sodomieten,
die geweld plegen tegen de natuur, en de woekeraars,
die geweld plegen tegen de kunst (woestijn met vuurregen)

De achtste kring van de hel heet de malebolge,
Italiaans voor “buidels van het kwaad.” (bedriegers).
– Verleiders en koppelaars (opgezweept door duivels)
– vleiers (baden in drek)
– simonisten (het verhandelen door middel van koop, verkoop of ruilhandel
van geestelijke zaken, voorbeeld:
paus, die op zijn kop in een gat in de grond zit
waar alleen zijn brandende voeten uitsteken)
– magiërs, heksen en zieners (hoofd achterstevoren op hun lichaam)
– corrupte politici en ambtenaren (een bad van kokend pek
en belaagd door duivels met hooivorken)
– huichelaars (lopen in loden pijpen met gouden glans, denk Kajafas)
– dieven (Zij ontbranden spontaan, waarna ze weer uit hun as herrijzen)
– kwade raadgevers (branden, denk Odysseus)
– de schismatici (verminking-genezing-verminking, denk Mohammed en Ali,
deze voorbeelden worden letterlijk getoond en zijn natuurlijk erg controversieel
voor de moslimgemeenschap)
– alchemisten en vervalsers (vreselijke kwalen)

De nedende kring bestaat uit verraders (bevroren meer met 4 delen)
– Caina – verraders van familie
– Antenora – landverraders
– Ptolemaea – verrader van gasten
– Giudecca – verraders van hun meester (denk Judas, verrader van Christus;
Brutus en Cassius, verraders van Julius Caesar; en Lucifer, verrader van God)

 photo IMG_20141005_0020GiovanniDaModenaLInfernonLaPunizioneDiUnPersonaggioDalNomeIlleggibileSottoDeStrafVanEenPersonageMetEenOnleesbareNaamHie.jpg

Giovanni da Modena, L’inferno, la punizione di un personaggio dal nome illeggibile (De straf van een personage met een onleesbare naam.

Met dank aan mijn vader (voor het inscannen van de afbeeldingen),
Wikipedia voor de tekstsamenvatting van De goddelijke komedie
en Google translate voor de Italiaans-Nederlandse vertaling bij de afbeeldingen.

Het Staatkundig en Maatschappelijk Leven der Nederlandsche Steden door Dr. H. Brugmans

Afgelopen zaterdag kwam ik langs een boekhandel in Breda
die twee boeken, buiten op een stoel had liggen,
met een bordje erbij. Gratis mee te nemen voor geinteresseerden.
Nou ik was nieuwsgierig.
Nu heb ik een prachtig boek dat ik echter
niet bij mij in de kast ga zetten.
Ik ga het omwerken tot een ‘kunst’-boek.
Daarbij zal de inhoud, tekst en afbeeldingen, verloren gaan.
Als iemand het boek nog wil redden,
dan is dit je kans.
Laat het me snel weten voor ik ga plakken en knippen.

Maar eerst nog even wat foto’s van het boek in deze blogpost.

 photo DSC_5292HetStaatkundigEnMaatschappelijkLevenDerNederlandscheStedenDoorDrHBrugmans.jpg

Het Staatkundig en Maatschappelijk Leven der Nederlandsche Steden door Dr. H. Brugmans.


 photo DSC_5293D01.jpg

We kunnen achterhalen wie ooit bezitter was van het boek. Even de stempels wat beter bekijken.

 photo DSC_5293D02.jpg

Pedagogische Akademie ‘De Vossenberg’ Oudenbosch.


 photo DSC_5294D01.jpg

Het titelblad. Het boek is van A. W. Sijthoff’s uitgevers-maatschappij.

 photo DSC_5294D02.jpg

Van dichterbij: Het Staatkundig en Maatschappelijk Leven der Nederlandsche Steden.


 photo DSC_5295D01OverzichtDerNederlandscheStadrechtfamilien.jpg

Het boek begint met een uitklapbare kaart. Er zitten meerdere tekeningen en foto’s in het boek die na het drukken ingeplakt zijn en uitgeklapt kunnen worden. Hier: Overzicht der Nederlandsche stadrechtfamilien samengesteld door wijlen Mr. A Telting. De kaart in mijn exemplaar is helaas ingescheurd.


 photo DSC_5296Pag101AfbNo44GorkumNaareenOudeTeekening.jpg

Pag 101, Afb No 44: Gorkum naar een oude teekening.


 photo DSC_5297D01ZegelVanZutphenZegelVanArnhemStJanspoortArnhemKasteelVanCulemborg.jpg

Veel pagina’s bevatten meerdere afbeeldingen zoals hier: Pagina 72 en 73, Zegel van Zutphen, zegel van Arnhem, St. Janspoort Arnhem, kasteel van Culemborg.

 photo DSC_5297D02AfbNo23StJanspoortTeArnhemKopergravureVanHSpilmanNaarJDeBeyer.jpg

Detail: Pag 73, Afb No 23 St. Janspoort te Arnhem. Kopergravure van H. Spilman naar J. de Beyer.


 photo DSC_5301Pab196-197AfbNo84PrivelegeVanAlbrechtVoorAmsterdamVan16Januari1400GemeenteArchiefAmsterdam.jpg

Pag 196 – 197: Afb No 84, Privelege van Albrecht voor Amsterdam van 16 januari 1400, Gemeente-archief Amsterdam.


 photo DSC_5302Pag220-221AfbNo91SteenenGotischePreekstoelInDeStNicolaaskerkTeKampenNaarEeenePhotographie.jpg

Pag 220 – 221: Afb No 91, Steenen gotische preekstoel in de St. Nicolaaskerk te Kampen naar eeene photographie.


 photo DSC_5303Pag232-233AfbNo98KeukenVanHetWeeshuisTeUtrechtNaarEenTeekeningVanBosboom.jpg

Pag 232 – 233: Afb No 98, Keuken van het weeshuis te Utrecht naar een teekening van Bosboom.


 photo DSC_5304Pag236-237AfbNo99GevelMetHoutenOnderpuiTeDordrechtUitDeCollectieVanMrSVanGijnNaarEenTeekeningVanJRutten.jpg

Nogmaals uitklappen. Pag 236 – 237: Afb No 99, Gevel met houten onderpui te Dordrecht, Uit de collectie van Mr. S. van Gijn. Naar een teekening van J. Rutten.


 photo DSC_5305Pag296-297AfbNo126OverblijfselVanEenOudenGevelTeNijmegenNuStaandeOpDeBinnenplaatsVanHetRaadhuisAldaar.jpg

Deze keer naar rechts. Pag 296 – 297: Afb No 126, Overblijfsel van een ouden gevel te Nijmegen. Nu staande op de binnenplaats van het Raadhuis aldaar.


 photo DSC_5306Pag324-325AfbNo142MuseumDordrecht.jpg

Pag 324 – 325: Afb No 142, Museum Dordrecht.


 photo DSC_5307Pag366-367AfbNo167Zeventiende-eeuwscheKamerInDordrechtUitDeVerzamelingVanDenHeerSVanGijn.jpg

Pag 366 – 367: Afb No 167, Zeventiende-eeuwsche kamer in Dordrecht. Uit de verzameling van den heer S. van Gijn.


 photo DSC_5308HetStaatkundigEnMaatschappelijkLevenDerNederlandscheStedenDoorDrHBrugmans.jpg

Oud-Nederlandsche Steden door Dr. H. Brugmans en C.H. Peters.

Brugmans was hoogleraar in Amsterdam.
Peters was rijks-bouwmeester in Den Haag.


Spiegelbeeld en Schaduwspel

Citaat van pagina 151:

Waarom was geschiedenis voor Haasse als romanschrijfster zo belangrijk? ‘Als je je daarin verdiept, kun je een enorme ruimte bestrijken. De cultuur van het geschreven woord zal nooit verloren gaan. Iets bestaat pas als je er zelf een betekenis aan toekent, als je in woord interpreteert wat je ziet’. Sommige romans uit de wereldliteratuur (Madame Bovary van Flaubert, romans van Stendhal, Colette) herlas ze steeds weer, sommige had ze wel twintig keer gelezen. Het verveelde haar nooit. ‘Herlezen is alleen maar vervelend als je louter het verhaaltje wilt lezen en als je je niet voor mensen interesseert, of voor vormgeving in taal. De geschiedenis, de cultuurgeschiedenis is zo rijk – hoe kun je ooit het idee hebben dat je het allemaal gezien hebt? Je eigen veronderstellingen over wat er in het heden aan de hand is, kun je koppelen aan de gegevens die je uit vroeger tijden worden aangereikt. Daarom begrijp ik ook absoluut niet dat er mensen zijn die zich niet voor het verleden interesseren.

Margot Dijkgraaf over en met Hella S. Haasse.

Ik ben degene met een in zwart gehuld hart

Margot Dijkgraaf

Spiegelbeeld en schaduwspel

Het oeuvre van Hella S. Haasse

 photo DSC_4164MargotDijkgraafSpiegelbeeldEnSchaduwspelHetOeuvreVanHellaSHaasse.jpg

Voor een lezer die niet heel bekend is met het werk van Hella S. Haasse
is dit boek wel een beetje veel.
Waarschijnlijk was, in bijvoorbeeld de helft van het aantal bladzijdes,
hetzelfde verhaal, net zo overtuigend, gebracht.

Mij spraken de eerste drie hoofdstukken het meest aan
(Indië en de natuur (Oeroeg en Heren van de Thee),
Ontheemding (het begin van haar carrière)
en De grote, de kleine en de persoonlijke geschiedschrijving
(de grote verrassing voor mij: de historische roman)).

Hoofdstukken 4 en 5; De vrouw en het huwelijk en Engagement,
komen soms zo geforceerd over.
Alsof je wel feministisch moet zijn om een goed boek te schrijven.

Vaak blijft voor mij onduidelijk of Margot Dijkgraaf haar gedachten laat gaan over Haasse,
of dat Haasse zelf aan het woord is via de vele ontmoetingen tussen
de schrijfster van dit boek en Hella Haasse.
Soms klinkt het alsof er sprake is van een miskenning van Haasse
en alsof dit de literaire wereld in Nederland verweten wordt.
Dat helpt volgens mij niet in de poging Haasse en haar werk
beter in beeld te krijgen.
Mogelijke visies op het werk van Haasse in kaart brengen,
de verschillende dimensies in het werk onder de aandacht brengen
en bespreken, is volgens mij effectiever.

Zijn pijn zal hem wijs maken, zijn lelijkheid goedhartig, zijn bitterheid mild en zijn ziekte sterk.

Gelezen: Job van Joseph Roth.

 photo DSC_4094JosephRothJob.jpg

Job van Joseph Roth.


Geen melodrama maar een verhaal dat echt had kunnen gebeuren
over een man van vlees en bloed.
Dat in tegenstelling tot het Bijbelverhaal van Job dat een parabel is,
een soort geabstraheerde vertelling met een sterke morele boodschap.

Zo vertelt het Bijbelverhaal Job van een rijk man die alles kwijt raakt
en aan het eind weer terug gebracht wordt in dezelfde staat van welvaart
als aan het begin van het verhaal.
De vraag werpt zich dan op, waarom staat God toe dat Job
met zijn rechtschapen en onberispelijk gedrag, zijn ontzag voor God
en het vermijden van het kwaad, toch alles kwijt raakt.

In de werkelijke wereld zal zo’n verloop van een leven niet zo gemakkelijk voorkomen.
Daarom verloopt het leven van Mendel Singer ook anders.
Maar niet zonder dezelfde vraag aan de orde te stellen als in het bijbelboek.
Soms zelfs in dezelfde vorm.
Ook Mendel raakt alles kwijt: zijn vrouw en zijn vier kinderen.
Geld had hij toch al niet.
Het zijn dan zijn Joodse medebewoners die om hem heen gaan staan (letterlijk)
en met hem de vraag proberen te beantwoorden waarom al dit leed hem overkomt.
In het bijbelboek zijn het de vrienden van Job die hem
de traditionele verklaring voorhouden:
je zult wel zonden begaan hebben in je leven.

Een prachtig verhaal dat vol staat als de titel van dit verhaal.
Als hij over zijn jongste zoon nadenkt, een zoon die niet
als een gezond kind opgroeit, dan denkt hij:

Zijn pijn zal hem wijs maken, zijn lelijkheid goedhartig,
zijn bitterheid mild en zijn ziekte sterk.

Gelezen: Incendio

 photo WP_20140802_001TessGerritsenIncendio.jpg

Deze ‘thriller’ is naar mijn gevoel een voorbeeld
van een slecht boek maar ook een voorbeeld
van de stroom aan boeken die via supermarkten
hun lezers bereiken.
Het verhaal is geen moment spannend of geloofwaardig.
De wendingen zijn met hun haren bij elkaar getrokken.
Als lezer wordt je steeds weer geconfronteerd met
ongeloofwaardige wendingen die het verhaal zogenaamd
spannend moeten maken.
Er worden een paar ‘slimme vondsten’ achter elkaar
geplakt en we hebben weer een bestseller.
Muziekstuk dat duivels is, Italiaanse politiek,
gestoorde moeder, naziverleden,….
Moet ik nog doorgaan? Het boekje staat er vol mee.
Ik moet zeggen dat de televisieserie Rizzoli & Isles
geloofwaardiger is. Die serie is op de boeken
van Tess Gerritsen gebasseerd.
Dit boek is verschenen als geschenk voor
Juni – Maand van het Spannende Boek 2014.

Gelezen: Henrik Rehr – Gavrilo Princip

De laatste dagen lijkt het wel of ik alleen maar lees
of over India schrijf (ten minste als je mijn blog leest).
Nou dit stripboek heb ik al een tijd geleden gelezen.
Maar het lag nog steeds klaar om gerecenseerd te worden.

Het feit dat 100 jaar geleden de Eerste Wereldoorlog begon
heeft een stroom van boeken tot gevolg gehad.
Niet in de laatste plaats een stroom van stripboeken.

 photo DSC_4084HendrikRehrGavriloPrincip.jpg

Omslag van Gavrilo Princip – De man die WOI ontketende. Gemaakt door Henrik Rehr.

Een boek dat er uit springt qua omvang (230 pagina’s), onderwerp en aanpak
is het boek van Henrik Rehr, getiteld Gavrilo Princip.

Gavrilo Princip is de moordenaar van aartshertog Franz Ferdinand.
De moord vindt plaats in Serajevo, 28 juni 1914.
Waar kennen we die naam nog meer van?
Door het domino-effect dat daarmee werd gestart was
in korte tijd heel Europa en later de hele wereld in oorlog.

De Bosnier Princip komt in het boek naar voren als
een persoon die vind dat hij in een uitzichtloze situatie leeft.
Onderdrukt door Oostenrijk-Hongarije ziet hij geen toekomst
en vult zijn dagen met niets en het uiteindelijk beramen
van een aanslag.
Zijn fanatisme is beangstigend.
Andere mensen hebben hem in deze positie gebracht.
Alleen destructief gedrag kan een oplossing (?) brengen.
Een soort ISIS-strijder in Den Haag: veel praat geen
constructieve actie.

Dat het boek 230 pagina’s heeft moet ik aannemen
want de pagina’s hebben geen nummer.
Het is een enorm karwei geweest. Dat staat vast.
Maar omdat het veel pagina’s heeft, is het nog geen graphic novel,
zoals veel recensies zeggen.

Voor mij moet een graphic novel of heel relevant zijn (bijvoorbeeld
The 9/11 report – Sid Jacobson, Ernie Colon of Maus – Art Spiegelman)
of elementen van een roman hebben (A Contract with God – Will Eisner).
Die eigenschappen heeft het stripboek ‘Gavrilo Princip’ niet.
Er is al heel veel over de persoon en de moord geschreven, hier niets nieuws.
Voor een roman is het verhaal bij vlagen niet vloeiend genoeg
em zit er te weinig geloofwaardige karakterontwikkeling in.
Dat neemt niet weg dat het een knap stripboek is waarbij
er vooral veel en goed getekend is.
Ik laat een paar willekeurige pagina’s zien om een indruk te geven:

 photo DSC_4085HendrikRehrGavriloPrincip.jpg
 photo DSC_4086HendrikRehrGavriloPrincip.jpg
 photo DSC_4087HendrikRehrGavriloPrincip.jpg
 photo DSC_4088HendrikRehrGavriloPrincip.jpg

Conclusie:
Prachtig boek. Had in veel minder pagina’s waarschijnlijk
net zo veel indruk gemaakt.

Gelezen: Sean Martin – De Katharen

 photo SeanMartinDeKatharen.jpg

Sean Martin, De Katharen.

Ik ben erg positief verrast door dit boek.
Ik heb het goedkoop gekocht (5 euro?)
en had natuurlijk al gezien dat er veel foto’s in stonden.
Maar dit prima geillustreerde boek is ook goed van inhoud.
Het verhaal vertelt veel over de hervormingsbeweging
die we kennen onder de naam Katharen, maar
vertelt ook over de opkomst van de Franciscaanse beweging.
De politiek tussen de Pausen en de koningen van Frankrijk,
het Heilige Roomse Rijk en Italie (al zijn die namen van die
‘landen’ niet helemaal correct) komt aan de orde.
De kruistochten, de inquisitie, de tempeliers enz.

Vlot leesbaar, informatief en leuk voor het oog!

Gelezen: Els Snick – Waar het me slecht gaat is mijn vaderland; Joseph Roth in Nederland en Belgie

 photo DSC_4079ElsSnickWaarHetMeSlechtGaatIsMijnVaderlandJosephRothInNederlandEnBelgie.jpg

Els Snick – Waar het me slecht gaat is mijn vaderland; Joseph Roth in Nederland en Belgie.


Een tijd terug had ik al gemeld dat ik dit boek ging lezen.
Het is een heel leuk boek dat goed leest maar dat voor een leek als ik
ook best half zo lang had mogen zijn.
Na weer een hotel, weer een kroeg, weer een brief naar een uitgever
over een voorschot, weer een avond met vrienden en nog
een niet geslaagd of niet afgewerkt boek, was het beeld wel volledig.
Het boek schets de moeilijke omstandigheden van Duitstalige auteurs
aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Onnodig te vermelden
dat het voor Joodse schrijvers nog eens extra moeilijk was.

Op dit moment lees ik ‘Job’ van Joseph Roth. Een boek dat hij
lang voor het moeizame verblijf in Nederland, Belgie en Frankrijk schreef.

Een tijd terug las ik het volgende stripboek.
Op een trieste manier sluit het aan bij het verhaal van Roth.

Sorel & Seksik: De laatste dagen van Stefan Zweig.

Crowdfunding: B. Reith

 photo BReithIllustratieVoorSprookjesVanCouperusFidessaEntrofhettothetneervielingruis.jpg

Via de Nederlandse crowdfunding site Voor de kunst
nam ik deel aan het project waarbij familie van de illustrator
Beb Reith, sprookjes van Couperus opnieuw wilde uitbrengen
met de illustraties van Beb Reith.
In 1917 maakte Beb Reith een serie Oost-Indische inkttekeningen
met pen en penseel bij het sprookje Psyche van Couperus.
Hij deed dat op eigen initiatief, gegrepen door het verhaal.
Hetzelfde deed hij in 1918 met Fidessa, een ander sprookje van Louis Couperus.
Reith neemt contact op met Couperus die aan zijn uitgever L.J. Veen
schrijft: ….’Vervolgens zou ik je willen aanbevelen den heer Bernard Reith,……
Hij toonde mij een serie zwart-en-wit illustraties voor Psyche, die ik bizonder mooi vind’.
Het komt dan niet gelijk tot een publicatie van de prenten, dat zal pas later gebeuren.
De prenten voor Fidessa zijn nooit eerder in boekvorm verschenen.
In 1970 zijn de prenten in het Rijksprentenkabinet terechtgekomen
als onderdeel van het ´Archief Veen´.

 photo DSC_4048CouperusBReithPsycheFidessa.jpg

De 2014 uitgave van Psyche en Fidessa, geillustreerd door B. Reith.


De tekst van deze blog komt onder andere van pagina 342
van het boek ‘Psyche en Fidessa’.
De prenten, volgens Couperus ‘in Engelschen stijl’ zijn prachtig!

 photo DSC_4045BReithFidessaEnTrofHetTotHetNeervielInGruis.jpg

B. Reith, Fidessa, ‘en trof het, tot het neerviel in gruis’.


Sjoerd Jansen

Het volgende illustratieproject is van Sjoerd Jansen.
Hij schreef en illustreerde een Wereldoorlog-2 verhaal.
in het Engels.
Het maken van een strip – de verkoper zei ‘Graphic Novel’
maar dat lijkt me iets te – is een enorm karwei.
Vaak wordt er met meerdere mensen tegelijk aan gewerkt.
Sjoerd heeft het alleen gedaan
maar daarom komt het verhaal nog maar amper op gang.
Heel veel meer dan een inleiding is het nog niet, maar,
die inleiding mag er zijn:
= goed getekend;
= goede opbouw van het verhaal zonder vreemde sprongen
= mooie, rustige bladverdeling
= goede introductie
Kortom, dit smaakt naar meer.

 photo DSC_4044SjoerdJansenLine-Crosser.jpg

Sjoerd Jansen, Line-Crosser. A World War 2 Resistance Story.

Rustig

Het is een beetje rustig op mijn blog.
Dat is niet omdat ik niets doe, maar omdat de dingen
waar ik nu aan werk zoveel tijd in beslag nemen.
Een paar maanden geleden ben ik van baan veranderd
en kreeg bij mijn afscheid van mijn collega’s
een aantal cadeaubonnen.

Daar heb ik 4 boeken voor gekocht:

Els Snick,
Waar het me slecht gaat is mijn vaderland
Joseph Roth in Nederland en Belgie

Joseph Roth,
Job

Margot Dijkgraaf,
Spiegelbeeld en schaduwspel
Het oeuvre van Hella S. Haasse

Kristofer Schipper,
Confusius De gesprekken
Vertaald en toegelicht

Daar ben ik druk mee bezig.
Allereerst om de boeken te lezen.
Ik ben aan alle 4 begonnen maar eigenlijk is het boek
over Confusius het enige waar ik nog niet echt aan begonnen ben.
Dat komt omdat ik iemand ken in China waar ik regelmatig
contact mee heb en met wie ik over dit boek van gedachten wil wisselen.
Maar eerst wil ik hem deelgenoot maken van de publiciteit
rond het boek. Daarvoor moet ik de Nederlandse artikelen
wel eerst in het Engels vertalen.
Zijn Nederlands is niet zo goed.
Dat is een werk waar ik nog niet aan begonnen ben.
Ik wil eerst een van de artikelen leesbaar maken
zodat ik het kan opnemen op mijn blog.
Dat gaat over de boekbespreking/het interview dat in
de Volkskrant verscheen.
Nadeel van een krantenartikel is dat de leesbaarheid soms slecht is
door het slechte drukwerk.

 photo DSC_3991.jpg

Dit is het artikel uit de Volkskrant van 14 juni 2014: ‘Prettiger gesprekken’ door Wilma de Rek.


 photo DSC_3989Kolom02Detail.jpg

Dit is een voorbeeld van het druk werk na mijn bewerking (eerste vier regels) en voor mijn bewerking (rest van de tekst). Detail van kolom 2 van het artikel ‘Prettiger gesprekken’ .


Waarschijnlijk zal er eerst een reactie van me verschijnen op het boek
over het oeuvre van Hella Haasse.

Indomania, de catalogus

Tussen half oktober 2013 en eind januari 2014
was er in Brussel een tentoonstelling met de naam Indomania.
Deze tentoonstelling is onderdeel van het 2-jaarlijkse festival
met de naam Europalia.

Europalia is een manifestatie waarbij iedere keer een land
centraal staat. Deze editie was dat India.
Europalia gaat gepaard met grote tentoonstellingen
die over het algemeen indrukwekkend en ook wetenschappelijk
bepalend zijn. De evenementen vinden meestal in Belgie plaats.
Deze editie had naast de twee hoofdtentoonstellingen
veel muziek, literatuur, dans en film en theatervoorstellingen.

De twee grote tentoonstellingen waren:
‘India belichaamd’ en ‘Indomania’.
Beide heb ik bezocht in oktober afgelopen jaar.
Een van de twee catalogussen heb ik inmiddels gelezen.

 photo DSC_3724IndomaniaCatalogus.jpg

De omslag van de catalogus: John Wombwell in Indiaas kostuum met een hookah, Lucknow, circa 1790, gouache gehoogd met goud.

Ik ging in de eerste plaats voor ‘India belichaamd’,
maar bezocht ook ‘Indomania’.
‘Indomania’ met als ondertitel iets van:
van Rembrandt tot de Beatles, verraste me.
Het was een erg compleet beeld van de ontwikkeling
van de westerse kijk op India.
Wel steeds omringd met mythen, van heel beperkte kennis
van handelaren en schippers ontwikkelt het zich
naar bekende kunstenaars
die India bezoeken om er inspiratie op te doen.
De omslag van de catalogus verbeeldt onze fascinatie met India.
We willen die fantastisch rijke mogol zijn met pracht en praal
en bediendes, maar we snappen niets van wat de mensen daar drijft.

 photo DSC_3726RembrandtVanRijnTweeAdelijkeMogolsCa1656-1661BruineInktEnBruinEnGrijsGewassenTekeningOostersPapier.jpg

Rembrandt van Rijn, Twee adelijke mogols, circa 1656 – 1661, bruine inkt en bruin en grijs gewassen tekening op oosters papier.

De catalogus voert in het eerste essay
(Sanjay Subrahmanyam) ons de geschiedenis door:
van 1500 tot 1900. Vierhonderd jaar voor Christus, daar begint het verhaal.
De tijd van Alexander. Er zijn dan al contacten tussen de
Griekse staat en de koninkrijken in India.
We gaan langs verzamelingen met kaarten, schilderijen, foto’s en textiel.

De essays tot aan pagina 145 gaan daar over (onderbroken door het hoofdstuk
‘Album’ met prachtige foto’s van tentoongestelde werken).
Dan volgt, met dezelfde kwaliteit, het hoofdstuk van Deepak Ananth ‘India benaderd’.
Een fantastisch beeld van kunstenaars zoals Richard Long, Roy Lichtenstein,
Le Corbusier, Brancusi, E. M. Foster, Alberto Giacometti en Robert Rauschenberg.
Hun bezoek aan India, hun interesse, hun werken, al dan niet gemaakt in India.

 photo DSC_3725RobertRauschenbergBrimJammerSeries1976HoutZijdeBlik.jpg

Robert Rauschenberg, Brim (Jammer series), 1976, hout, zijde, blik.

In dit hoofdstuk trof ik de volgende quote aan (pag. 160) van Keith Sonnier:

Ik voelde me aangetrokken tot India omdat
je daar nog een cultuur ziet waar de fysieke realiteit
van het leven, het gruwelijke, het mooie en het alledaagse,
zich allemaal op de voorgrond dringen.

Verbijstend oninteressant is dan volgens mij het essay over film:
Westerse filmmakers en India, door Shanay Jhaveri.
Meer dan een simpele opsomming van films over India is het niet echt.

 photo DSC_3727LucienHerveHooggerechtshofChandigarhArchitectLeCorbusier1955.jpg

Fotograaf: Lucien Herve, Hooggerechtshof Chandigarh, architect: Le Corbusier, 1955.

Gelukkig neemt men de draad dan weer op in de laatste twee essays
over twee hedendaagse kunstenaars die in India werk gemaakt hebben
speciaal voor de tentoonstelling:
Max Pinckers en Hans op de Beeck.

Alles bij elkaar een geweldige catalogus, een die over jaren
nog een inspiratiebron zal blijken te zijn.

De Gierenclub

Afgelopen zaterdag kocht ik de graphic novel
‘De Gierenclub’ van Rudi Vranckx (Tekst) en
Caryl Strzelecki (Tekeningen).
Rudi Vranckx is van huis uit journalist en werkt voor
een Belgische omroep.
Caryl Strzelecki is een Belgische illustrator,
striptekenaar, reclametekenaar en cartoonist.

 photo DSC_3611RudiVranckxTekstCarylStrzeleckiTekeningenDeGierenClub.jpg

Zelf noemen de makers Joe Sacco als inspiratiebron.
Dat is begrijpelijk al zijn de verhalen van Sacco meer
geconcentreerd rond 1 verhaal, 1 gegeven.
In De Gierenclub worden eigenlijk verhalen verteld
rond 4 landen: Tunesie, Egypte, Libie en Syrie.

Ik vind het ook wel wat weghebben van Guy Delisle.
Hij schrijft op een meer poetische manier over zijn
journalistenbestaan.
Meer literair, meer met het oogpunt een stripverhaal te maken.
Het werk van Rudi Vranckx en Caryl Strzelecki is meer
een ‘verstript’ artikel of tv-rapportage.

Het resultaat is erg geslaagd.
De tekenstijl wordt aangepast aan het verhaal.
Zo komt er geregeld een stuk waarin de schrijver met de tekenaar overlegd.
Een soort introspectie. Daarvoor is een aparte uitvoering gekozen.

De misschien wel zwartste bladzijde uit de Arabische Lente,
de arrestatie en moord op Moammar Khadaffi,
is ook als zwarte bladzijdes opgenomen:

 photo DSC_3613RudiVranckxTekstCarylStrzeleckiTekeningenDeGierenClubZwartePagina.jpg

 photo DSC_3614RudiVranckxTekstCarylStrzeleckiTekeningenDeGierenClubOverleg.jpg
Het overleg tussen schrijver (en ervaringsdeskundige) en de tekenaar en soms zoals in dit voorbeeld: introspectie.

De term ‘Gierenclub’ is een geuzennaam voor dezelfde internationale groep journalisten
die elkaar steeds weer tegenkomen bij brandhaarden. Waar ook ter wereld.
Een fenomeen dat door Vranckx verder niet wordt uitgewerkt.
Maar dat is niet storend omdat wat er verteld wordt, er echt toe doet.

 photo DSC_3615RudiVranckxTekstCarylStrzeleckiTekeningenDeGierenClubJournalistieker.jpg

Als een serie verstripte foto’s.

Gedundrukt

Ik ken Simon Carmiggelt van vroeger, van de tv.
Mijn herinneringen zijn niet heel gedetailleerd:
de begin tune ‘In a sentimental mood’ The Duke Ellington Orchestra,
zijn stem, zijn tempo.

Dus meer de sfeer dan feitelijke dingen.
Maar als ik hem lees hoor ik hem weer.

Nu ik hem lees ervaar ik hoe goed de Kronkels geschreven zijn.
De details, de slotzin, de situatieschets, het portret, de humor.

Over de humor valt veel te zeggen.
De droge vertel trant in combinatie met soms diepe triestheid,
levert komische situaties op.
Situaties die je ook bij andere komische talenten ziet
als Charles Chaplin of Buster Keaton.
Hun timing is net als bij Simon Carmiggelt perfect.
Net als Simon Carmiggelt schuwen ze schrijnende situaties niet.
Simon Carmiggelt schrijft bijvoorbeeld regelmatig over Amsterdamse Joden
en hun lot tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Scherpe constateringen gaat hij daarbij niet uit de weg.
Het effect is dat de boodschap beter blijft hangen
dan wanneer hij dijenkletsers zou schrijven.
Iets wringt er namelijk, in het verhaal maar achteraf ook in je hoofd.

De Kronkels gaan vaak over op zich alledaagse situaties met gewone mensen.
Allemaal in Den Haag of Amsterdam.
Er staan er gelukkig een aantal op YouTube.

Normaal zou ik nu een stukje aanhalen maar
dat doe ik hier niet.
Het boekje is niet duur en erg leuk.
Gewoon kopen en lezen!
Aanraders: ‘De heer Cohen’ (1947) en bijvoorbeeld ‘Buigen’(1980).
Deze keer boog ik ook.

 photo DSC_3606CarmiggeltGedundrukt.jpg
Simon Carmiggelt, Gedundrukt (uitgegeven door Van Oorschot).

Het boek heb ik meegenomen naar India.
In Pushkar ben ik begonnen het te lezen.
De afgelopen dagen heb ik de laatste verhalen gelezen.
De extra grijze omslag heeft de vliegreis niet overleefd.

Thuis in de Bijbel; Oude meesters, grote verhalen

Onlangs bezocht ik de tentoonstelling
‘Thuis in de Bijbel; Oude meesters, grote verhalen’.
De tentoonstelling is een samenwerking tussen Museum Catharijneconvent
en het Nederlands Bijbelgenootschap.
Een beetje een zwaar onderwerp voor 2e Paasdag,
maar ik heb afgelopen week de laatste pagina’s
van het boekje dat bij de tentoonstelling verscheen gelezen.
Daar wilde ik nog wat over zeggen.

 photo ThuisInDeBijbelOudeMeestersGroteVerhalen.jpg

Mijn interesse in de tentoonstelling komt voort uit
mijn belangstelling voor kunst.
In de westerse kunst komen verhalen uit de bijbel steeds terug.
Veel van die verhalen kennen we vandaag niet meer
en de schilderijen vertellen hun verhaal dan ook moeilijk.

Wat je van een tentoonstelling als deze dan verwacht
is een verbreding en verdieping van je kennis
en heel veel mooie kunstwerken.
Aan dat laatste is geen gebrek op de tentoonstelling.

Een boek bij de tentoonstelling kan de verwachtingen
nog verder uitwerken: meer verbreding en verdieping.
En juist daar gaat het bij het boek mis.

Wat ik mis in het boekje ‘Thuis in de bijbel; Oude meesters, grote verhalen’
zijn de volgende zaken:

= meer eenheid
hetzelfde verhaal (bijvoorbeeld ‘de verloren zoon’ komt vele malen
in de tentoonstelling en in het boek terug op verschillende afbeeldingen.
De teksten in het boek verschillen dan niet zo veel.
Ik had deze situaties meer als een (1) hoofdstuk behandeld
en dan de onderwerpen dieper uitgewerkt.

= waarom zijn deze werken gekozen
naast de verhalen die op de werken in de tentoonstelling afgebeeld zijn,
zijn er noog veel meer Bijbelverhalen die vaak terugkomen.
Waarom is voor deze verhalen gekozen, wat zijn zoal die andere verhalen?

Daarnaast viel ik over een stukje tekst van Tanja G. Kootte
op pagina 89. Daar staat:

 photo GehuwdmetdevromeSara.jpg

De tekst luidt:
“Gehuwd met de vrome Sara
keert hij terug naar zijn vader Tobit en moeder Anna.
Het verhaal van Tobias en Anna,
Tobit en Sara,
beschreven in het apocriefe boek Tobit,
is erg geliefd in de zeventiende eeuw. (TGK)”

In de tekst geeft ze een opsomming van de vier centrale figuren in het verhaal.
Er staat: ‘Het verhaal van Tobias en Anna, Tobit en Sara’.
En volgens mij is dat niet correct.

Op het net heb ik wat achtergrond informatie gezocht.
Ik kwam op de site van het Museum Meermanno:
http://collecties.meermanno.nl/handschriften/tobias1

Daar staat het volgende verhaal van Peter van Huisstede:

Wat zijn de bouwstenen of ingrediënten die je nodig hebt voor een wonderlijk verhaal als dat van Tobit en Tobias? Allereerst een flinke dosis rampspoed en ellende. Tobit is een vrome Jood die wordt getroffen door ongeluk: Een poepje van een zwaluw maakt hem blind en het gezin raakt in geldnood. Sara verliest al haar echtgenoten door een demon. Verder: een lange reis. Tobias onderneemt een lange reis om geld voor zijn vader op te halen. Een trouwe helper. Azarias (de door God gezonden de aartsengel Rafaël in vermomming) is een handig baasje. Hij weet overal wat op: De ingewanden van de vis kun je gebruiken om Tobit te genezen en de demon te vangen. En een happy end. Tobias komt weer veilig thuis, getrouwd met Sara, hij is nu rijk en hij geneest zijn vader Tobit.

Tobit is een vrome Jood die zich, zelfs nu hij in ballingschap in Nineve woont, aan de wetten van de Joodse religie houdt. Hij voedt de hongerigen, kleedt de naakten en begraaft de doden. Op een dag vertelt zijn zoon Tobias hem dat er in de straat een vermoorde man ligt. Tobit begraaft de man tegen zonsondergang. Omdat Tobit zich onrein voelt, slaapt hij die nacht buiten, tegen de muur. ’s Nachts krijgt hij vogelpoep uit een zwaluwnest in zijn ogen. Zijn ogen raken bedekt met een witte laag en Tobit kan niet meer zien.

Anna, de vrouw van Tobit, onderhoudt nu het gezin met spinnen. Tevreden met haar werk, krijgt zij van haar baas een jonge geit als extraatje. Tobit denkt dat Anna het geitje heeft gestolen en beveelt haar het dier terug te brengen. Ondanks Anna’s aandringen weigert Tobit haar te geloven. Anna wordt kwaad en noemt haar man een huichelaar. Tobit legt dit uit als een teken van God’s toorn en vraagt God om dood te mogen gaan.

Diezelfde dag, in het verre Ekbatana, wil een jonge vrouw ook sterven. Het is Sara, de dochter van Raguël. Sara is zeven maal getrouwd, maar telkens stierf haar echtgenoot in de huwelijksnacht door toedoen van een demon.

God hoort de gebeden van de twee ongelukkigen en stuurt Rafaël, zijn aartsengel, om hen te helpen.

Tobit roept zijn zoon Tobias bij zich en vertelt hem hoe hij zich moet gedragen: wat hij wel en wat hij niet moet doen. Hij vraagt Tobias geld op te halen dat hij nog tegoed heeft van een man in Medië. Hij raadt Tobias aan een reisgezel te zoeken voor deze lange reis. Tobias gaat naar buiten en treft, hoe kan het ook anders, Rafaël die zichzelf Azarias noemt. Tobias ziet niet dat Azarias eigenlijk de aartsengel Rafaël is. Tobit bespreekt met Azarias het salaris en Tobit stelt Azarias een bonus in het vooruitzicht bij een behouden thuiskomst.

Tobias en Azarias vertrekken vergezeld door het hondje van Tobias. Bij de rivier de Tigris wordt Tobias aangevallen door een vis. Azarias laat Tobias de vis vangen. Ze ontdoen de vis van galblaas, hart en lever; de rest eten ze op. Azarias vertelt Tobias dat hart en lever van de vis gebruikt kunnen worden om slechte geesten te verdrijven. De gal is een goed geneesmiddel bij blindheid. Alle ingrediënten voor een happy-end zijn nu aanwezig en het verhaal ontwikkelt zich nu rap.

In Ekbatana gaan onze twee reizigers direct naar het huis van Raguël. Hij is familie van Tobit. Na wat nieuws te hebben uitgewisseld, wordt Tobias de achtste echtgenoot van Sara. Het huwelijk vindt nog diezelfde dag plaats. Wanneer het jonge echtpaar alleen is, verbrandt Tobias het hart en de lever van de vis en de reuk ervan verdrijft de demon. Tobias en Sara bidden en gaan daarna slapen. Raguël, voorbereid op het ergste, is al begonnen met het graven van een graf. Wanneer hij van een dienstmeid hoort dat alles goed gaat, is hij erg blij. Nu wordt het huwelijk pas echt gevierd. Tobias vraagt aan Azarias het geld in Medië op te halen. Na twee weken festiviteiten ontvangt Tobias de helft van Raguëls bezittingen en beginnen ze aan de terugtocht.

De vetgedrukte stukken tekst zijn van de auteur.
De dikgedrukte, paarse aanduiding is van mij.

 photo PetrusComestorBibleHistorialeDeBruiloftVanTobiasEnSara1372.jpg

Petrus Comestor, Bible Historiale, De bruiloft van Tobias en Sara, 1372.

In Nineve hebben Tobit en Anna al bijna de hoop op de terugkeer van Tobias opgegeven. Anna is dan ook verrukt wanner ze Tobias en Azarias ziet. Tobit loopt, in zijn haast om buiten te komen, tegen de deur aan. Tobias loopt naar zijn vader en smeert de gal van de vis op zijn ogen. Nu kan de witte laag weggehaald worden en kan Tobit weer zien. Ook in Nineve wordt het huwelijk van Tobias en Sara nog een week gevierd. Tobit dringt er bij Tobias op aan Azarias te betalen. Wanneer Tobias hem de helft van zijn bezittingen aanbiedt, maakt de engel bekend wie hij is. Tobit en Tobias knielen vol ontzag en bedekken hun gezicht uit angst. Wanneer ze opkijken is Rafaël / Azarias verdwenen.

Het verhaal eindigt met een dankgebed van Tobit die, zo lezen we, acht jaar blind is geweest.

Als ik de vier centrale personen van het verhaal zou opnoemen zou ik zeggen:
Vader Tobit en moeder Anna, zoon Tobias en schoondochter Sara.
Ik denk dat in het boek Tobit en Tobias zijn omgewisseld.

Overigens is het verhaal van Museum Meermanno
geplaatst bij een boek. Dat boek is:

Petrus Comestor, Bible historiale (vertaling uit het Latijn door Guyars des Moulins)
Parijs, Raoulet d’Orléans (kopiist), Jean Bondol,
Eerste Meester van de Bijbel van Jean de Sy,
en anderen (verluchters); 1372

Beschrijving
1 bladgrote miniatuur (214×155 mm);
11 miniaturen (168/54×151/102 mm);
247 kolomminiaturen (70×70 mm);
Een van deze miniaturen is hierboven opgenomen.
12 gehistorieerde initialen (45/25×41/25 mm);
4 randversieringen;
gedecoreerde initialen met randversiering (ff. 3r, 4v, 5r, 5v, 6v, etc.);
penwerk initialen met penwerk-versiering door het hele handschrift

Al deze miniaturen zijn op de website van Museum Meermanno te zien.
De afbeelding ‘De bruiloft van Tobias en Sara’ die ik hierboven gebruik,
is een van de 247 kolomminiaturen van het boek.

Okay, een te zwaar verhaal voor Pasen,
maar het lag al een tijdje te wachten.
Mooie tentoonstelling. Is nog te zien tot 10 augustus 2014.

De vrouw blijft uit beeld

Afgelopen maandagavond ben ik naar een Boek in Beeld
voorstelling geweest in het Chasse Theater in Breda.
De voorstelling betrof de film ‘The Invisible Woman’.
Nee, geen actiefilm over een nieuwe superheldin
maar een film over een van de vrouwen in het leven van
Charles Dickens.

‘De grootste Engelse schrijver na Shakespeare’, Charles dickens
had een vreemde relatie met vrouwen.
Vier vrouwen spelen een bijzondere rol in zijn leven.
In zijn boeken komen die vreemde, engelachtige wezens terug.
Dickens idealiseerde vrouwen tot engelen, haast een andere soort.
Mooi, niet slim, eerder kinderlijk maar tegelijkertijd verheven.
In zijn persoonlijk leven leverde dit wat problemen op.

Zo was zijn eerste liefde een onbereikbare dochter
van een bankier, die hem lang aan het lijntje hield
en uiteindelijk afwees (Maria Beadnell).

Een andere ‘Engel’ was zijn schoonzus die deel uitmaakte van
zijn gezin en heel plotseling stierf (Mary Hogarth).

Met zijn vrouw had Dickens 10 kinderen maar het huwelijk (22 jaar)
was niet gelukkig.
Het leidde uiteindelijk tot een financiële regeling,
een scheiding van tafel en bed.
Een werkelijke scheiding was in die tijd onmogelijk.

 photo DSC_3427TheInvisibleWoman.jpg

Nummer vier is de vrouw waar de film over gaat: Ellen Lawless Ternan.
Bewezen details van de relatie zijn schaars.

Maar velen herkennen haar in bijvoorbeeld Estella (uit Great Expectations).
De gespannen relatie tussen Pip en Estella en de uiteindelijk
onbeantwoorde liefde (in het originele einde van het boek, voor de uiteindelijk
uitgegeven versie herschreef Dickens het einde in een happy ending),
krijgen belangrijke plaatsen in de film.

Een van de biografen van Dickens; Claire Tomalin,
schreef een boek over die relatie met ellen Ternan: ‘The Invisible Woman’.
Mooi aan de film naar dit boek, is dat de film grotendeels vanuit
het standpunt van Ellen gemaakt is.

De maker van de film, Ralph Fiennes, slaagt er erg goed in
schijnbaar onrijmbare zaken te laten samenvloeien
tot een goed lopend en geloofwaardig verhaal.

Natuurlijk een verhaal met prachtige kostuums, in prachtige landschappen,
met mooie huizen en de gruwelijke levensomstandigheden
voor de lagere sociale klassen van die tijd (BBC!).

Trivia:
What’s in a name.
De tweede naam van Ellen is Lawless.
Letterlijk betekent dit ‘zonder wet’.
De Ellen in film is dat juist niet, ze is zich erg bewust
van de conventies, de wetten, die gelden in de samenleving
waarin zij en Dickens moeten leven en die
een relatie van haar met een getrouwde vader van 10 kinderen
nooit zou accepteren.

De film is binnenkort in de theaters te zien.

Boekhandel Gianotten / Michael Jepkes

Op de dag dat het failliete Polare
verongelijkt in het nieuws is
omdat de leveranciers niet 10 miljoen euro
voor hun rekening willen nemen.
Die 10 miljoen, een schuld die het gevolg is
van jaren de plank misslaan op het gebied van boekenretail.

Op zo’n dag, vind je hier een voorbeeld
van waar een goede boekhandel toe kan leiden.

Ik heb onlangs een katern gekregen
van een oude Dagblad de Stem.
Van 8 april 1998 om precies te zijn.

 photo DSC_3198DeStemMichaelJepkesDeGroteOfOnze-Lieve-Vrouwekerk1998.jpg

De Stem, Michael Jepkes, journaal van De Grote Of Onze-Lieve-Vrouwekerk te Breda, woensdag 8 april 1998.


 photo DSC_3198DeStemMichaelJepkesDeGroteOfOnze-Lieve-Vrouwekerk1998Detail.jpg

De Stem, Michael Jepkes, journaal van De Grote Of Onze-Lieve-Vrouwekerk te Breda. Detail met onder andere de muurschildering van Christoffel.


De tekening op de voorkant is gemaakt door Michael Jepkes.
Zijn werk kende ik niet
maar afgelopen week heb ik een boek gekocht van hem.
‘De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk, een schetsboek’.

 photo DSC_3197MichaelJepkesDeGroteOfOnze-Lieve-Vrouwekerk1996.jpg

Michael Jepkes, De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk, 1996.


Dit boek is gescand en gedrukt door
Drukkerij H. Gianotten B.V. Tilburg en uitgegeven
door Boekhandel Gianotten in 1996.
Deze boekhandel is een van de zaken die zijn
opgeslokt door eerst Selexyz en later Polare.
Met Polare gaat deze boekhandel definitief verdwijnen.
Althans dat is mijn verwachting.

Terug naar het boek.
Het boek bevat naast heel veel tekeningen van de Grote Kerk,
vanuit verschillende bekende plaatsen in Breda,
ook twee uitklapbare tekeningen die Michael Jepkes
vanuit de Grote Toren maakte.

 photo DSC_3195MichaelJepkesDeGroteOfOnze-Lieve-Vrouwekerk1996.jpg

Michael Jepkes, De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk, 1996. Pagina 72 en verder. Panorama van zuid naar noord.

 photo DSC_3196DetailMetSpanjaardsgatEnSilosVanSuikerfabriek.jpg

Michael Jepkes, detail van vorige tekening. Met het Spanjaardsgat en de silo’s van de Suikerfabriek.


 photo DSC_3194KasteelpleinEnGroteKerk.jpg

Als afsluiting een van de vele prachtige tekeningen van Michael Jepkes: Grote Kerk vanaf het Kasteelplein.


Erfenis

Vandaag ontving ik een erfenis.
Geen hele grote, geen geld,
maar wat mooie spulletjes.
Een eerste blik:

 photo DSC_3152Erfenis.jpg

Onder andere een boekje over de vestingswerken van Breda, prenten,
een speldje van de Grote Kerk, twee grote foto’s, een stoeltje uit de Grote Kerk,
een boek over de Martinuskerk in Princehage en over 500 jaar Grote Toren.
Leuk ook is een katern van De Stem van woensdag 8 april 1998:
Journaal van de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk te Breda
door Michael Jepkes.

Als extraatje zit er een serie foto’s van de Antwerpse haven bij.
Beter gezegd (volgens het boekje) 10 ontvouwbare zichtkaarten
Daar ga ik binnenkort een eigen log over schrijven.