Kaarten uit Berlijn

In een korte tijd heb ik twee prachtig gemaakte boeken gekocht
van marge drukkers/marge uitgevers.
Het eerste wat ik hier wil voorstellen is werkelijk
ontzettend knap gemaakt.

IMG_0372JanVanOudshoornKaartenUitBerlijnBezorgdDoorJanPaulHinrichs

Jan van Oudshoorn, Kaarten uit Berlijn. Bezorgd door en voorzien van een nawoord van Jan Paul Hinrichs. De uitgave is van de Statenhofpers. Het boek heeft een heel zacht aanvoelende kartonnen band met een prachtige stempel. Zie voor meer details het colofon dat ik hieronder overneem.


Het is een uitgave van een serie briefkaarten die een literaire schrijver
verstuurde vanuit Berlijn naar een familielid in Den Haag.
De schrijver is de bij mij totaal onbekende Jan van Oudshoorn,
pseudoniem van Jan Koos Feijlbrief.

De briefkaarten zijn in facsimile opgenomen in het boek.
Zowel de voor- als achterkant kun je bewonderen.
Iedere kaart kun je individueel uit het boek nemen.
Je kunt de afbeelding op de voorkant bekijken maar ook de vaak
beschreven achterkant, de postzegels, de stempels, alles.

IMG_0373DeKaartenInFacsimile

Hier zie dat op de linker pagina de tekst staat afgedrukt die afkomstig is van de kaarten rechts. Deze kaarten kun je uit het boek nemen en aan beide kanten bewonderen. Vooral de kaarten met gebouwen in de Duitse hoofdstad geven een beeld van hoe prachtig Berlijn was voor de Tweede Wereldoorlog.


IMG_0375HetPrachtigeInbindwerk

De extra dikte die in de pagina’s ontstaat door de kaarten die er in opgenomen zijn, is prachtig in de rug opgevangen. Daarom dat je aan de zijkanten de extra ruimte tussen de pagina’s goed kunt zien terwijl de vorm van het boek perfect is. Indrukwekkend.


Er zijn niet zo veel exemplaren gemaakt dus laat deze kans niet
aan u voorbij gaan. Normaal maak ik op mijn blog geen reclame
maar dit is wel heel bijzonder.

In het colofon vind je de volgende informatie:

Kaarten uit Berlijn van J. van Oudshoorn werd bezorgd en van een nawoord voorzien door Jan Paul Hinrichs. Het boek bevat de teksten van 38 door Van Oudshoorn tussen 1921 en 1929 uit Berlijn verstuurde ansichtkaarten. De kaarten zelf zijn in facsimile separaat bijgevoegd. Het werd gezet uit de Monotype Bembo Book Pro door zetterij Chang Chi Lan-Ying en op Magnani Pescia Editions gedrukt door offsetdrukkerij Jan de Jong. Typografie en vormgeving waren in handen van Jaap Schipper en Christianne Duchateau. Het bandstempel werd ontworpen door Peter Muller. Boekbinderij van Waarden te Zaandam bond 60 Arabisch genummerde exemplaren in een halflinnen band. Frans den Breejen bond met de hand 15 Romeins genummerde luxe boeken in kalfsleer. Het boek verscheen in het najaar van 2018 en is een uitgave van de Statenhofpers te ‘s-Gravenhage.

Onnodig te zeggen dat mijn versie uit de serie van 60 komt.

Dia’s

De afgelopen weken zijn we erg druk bezig geweest
om twee stapels verhuisdozen die helemaal gevuld waren met dia’s
door te nemen, te bekijken, uit te sorteren en ze te laten
digitaliseren. We zijn nog niet klaar maar de eerste
gedigitaliseerde dia’s kan ik hier tonen.

We gingen door de dia’s nog een keer van Zwitserland, naar India,
Nepal, Nieuw Zeeland, Ecuador, Costa Rica, de Sovjet Unie,
Rusland, Rome, Parijs, Berlijn, Madrid, Portugal, Sicilië,
Griekenland, New York, Washington, Denver, Chicago,
Florence, Zuid Italië, Joegoslavië, Boston, Israel, Turkije,
Marokko, Mexico, Engeland, enz.
Niet al die landen komen terug in mijn blogs omdat er soms geen
gedigitaliseerde dia’s van zijn of worden gemaakt.

Maar er zijn ook nog andere series.
Zoals een serie dia’s die ik maakte van de Oranjegekte in 1988
ter gelegenheid van het Europees Kampioenschap voetbal.
Of zomaar een serie foto’s van Breda waarvan de aanleiding
me niet meer duidelijk is.

Nou zullen we een begin maken?

 photo 049ZermatMatterhorn.jpg

Het jaar is me niet meer bekend maar we zijn in de jaren ’80 van de vorige eeuw een aantal keren in Zwitserland geweest. Hier brengen we een bezoek aan de perfecte berg: de Matterhorn. Beetje heiig.


 photo 109TinguelyFountainBasel.jpg

Basel bezochten we vaak. Een mooie stad waar het goed toeven is. Heel bijzonder is de vijver in het centrum van de stad. De sculpturen zijn ontworpen en gemaakt door Jean Tinguely. Jaartal onbekend.


 photo 110TinguelyFountainBasel.jpg

Heel creatieve voorwerpen zijn constant bezig met water. Bij Jean Tinguely bewegen de kunstwerken vaak. Naast de vijver in Basel is er ook een in Parijs. Daar zullen later de dia’s nog van volgen.


 photo 111TinguelyFountainBasel.jpg

Jean Tinguely. Later zijn we nog een keer terug geweest naar Zwitserland om het Jean Tinguely-museum in Basel te bezoeken. Mooi gelegen en heel erg de moeite waard. Alles behalve saai.


 photo 112TinguelyFountainBasel.jpg

Bij deze vijver kijk je je ogen uit. Op een zomerse dag zijn het water en de spuitende fonteinen een welkome verkoeling.


 photo 113TinguelyFountainBasel.jpg


 photo 114TinguelyFountainBasel.jpg

De vergiet is een van mijn favoriete sculpturen in deze vijver.


 photo 115TinguelyFountainBasel.jpg

Jean Tinguely.


Gezien: Taxi Teheran

Beer wint van Oscar.
Dat is een soort ondertitel voor deze blog.
Dit jaar won deze film de Gouden Beer op het filmfestival in Berlijn.
Berlijn is een veel politieker festival dan de Oscars.
Berlijn kan zich dan ook veroorloven een niet 100% geslaagde film
de hoogste onderscheiding te geven.
Bij de Oscars gebeurt dat ook maar daar wordt steeds de film
gekozen met 100% commerciele mogelijkheden.

 photo WP_20150711_001JafarPanahiTaxiTeheran.jpg

Jafar Panahi is de regiseur van deze film en is eigenlijk
bijna altijd in beeld.
Hij is de taxichauffeur die ons door Teheran voert
en die ons van een dagdeel deelgenoot maakt.
Door slim gebruik te maken van een camera op het dashboard
(in werkelijkheid zijn er meerdere cameraposities en
camera’s in het spel) maken we een lange rit mee.
De passagiers praten honderd uit en komische en zeer serieuze
onderwerpen wisselen elkaar af.

Panahi mag niet meer filmen in Iran omdat zijn films
niet gewenste ideeen tonen. Internationaal is hij succesvol.
Zijn filmverbod komt uitgebreid in de film aan bod, zoals
ook andere aspecten van de religieuze dictatuur dat doen.
Dat sommige dingen in Iran niet anders zijn dan in het Westen
laat het einde van de film zien.

HhhH, Laurent Binet

 photo GuilleVizzariEsmeraldaProHhhHLaurentBinet.jpg

Maar in hoofdstuk 97 gaat hij nog even in
op een van zijn naaste collega’s:

Een onderafdeling van de Gestapo, al is de werkelijke status veel hoger, maar je kunt beter discreet blijven over gevoelige onderwerpen, wordt gevormd door Joodse zaken. Voor de leiding daarvan weet Heydrich al wie hij wil hebben, de aangewezen persoon is die kleine Oostenrijkse Hauptsturmfuhrer, die zulk goed werk aflevert, Adolf Eichmann.

Hoofdstuk 104, een volgende stap in de carrière van Heydrich:

In Berlijn geen ronde tafel of zwarte magie, er heerst een bureaucratische sfeer en Heydrich schrijft ijverig zijn instructies. Göring heeft hem gevraagd het kort en bondig te houden. Op 2 juli 1941, dus twee weken na het begin van Barbarossa, laat hij de volgende notitie verspreiden onder de leidinggevende SS’ers die achter het front opereren: ‘Geëxecuteerd moeten worden: alle functionarissen van de Komintern, de partijfunctionarissen, de volkscommissarissen, joden die functies bekleden binnen de partij of de staat en andere radicale elementen (saboteurs, propagandisten, partizanen, moordenaars, agitatoren).’
Inderdaad bondig, maar ook omzichtig , en zelfs enigszins merkwaardig geformuleerd, want waarom die nadere omschrijving van de joodse functionarissen, terwijl alle functionarissen moeten worden gedood, of ze nu joods zijn of niet?

Twee weken later is de gene verdwenen, weggevaagd door de euforie van de overwinningen. Terwijl de Wehrmacht het Rode Leger op alle fronten verplettert, de Duitse opmars sneller gaat dan de grootste optimisten verwachtten, en er al driehonderdduizend Sovjetsoldaten krijgsgevangen zijn genomen, herschrijft Heydrich zijn instructie. Hij herhaalt de belangrijke punten en breidt zijn lijst uit met wat detailleringen (hij voegt er bijvoorbeeld ook de oud-commissarissen van het Rode Leger aan toe). En ten slotte vervangt hij ‘de joden die functies bekleden binnen de partij of de staat ’door ‘alle joden’.

Over de stijl van zijn boek. Hoofdstuk 107.

Natacha leest het hoofdstuk dat ik net heb geschreven. Bij de tweede zin roept ze uit: ‘Hoezo, “het bloed stijgt naar zijn wangen”? “Zijn hersenen bonzen tegen zijn schedelwand”? Dat heb je verzonnen!’

Hoofdstuk 150 gaat over al die mensen die bij de aanslag
(de aanloop, de aanslag zelf en de gebeurtenissen daarna)
betrokken waren.
Dat waren niet alleen Gabcik (Gabčik), Kubis (Kubiš) en Valcik (Valčik).

Ik kan deze geschiedenis niet vertellen zoals het zou moeten. Die hele warboel van personages, gebeurtenissen, data en de eindeloze vertakkingen van oorzaak en gevolg, en die mensen, echte mensen die echt hebben bestaan, met hun leven, hun handelingen en hun gedachten, waarvan ik een flintertje aanstip….
Ik bekijk een kaart van Praag waarop alle appartementen staan aangegeven van mensen die de parachutisten hebben geholpen en hun onderdak hebben bezorgd, iets waar ze bijna allemaal met hun leven voor hebben betaald. Mannen, vrouwen en kinderen, natuurlijk. De familie Svatos, op een steenworp van de Karelsbrug, de familie Ogoun, vlak bij de burcht, de families Novak, Marovec, Zelena en Fafek, die meer naar het oosten woonden. Ieder lid van elk van die families zou een eigen boek verdienen met daarin het relaas van zijn of haar deelname aan het verzet tot in Mauthausen en de tragische ontknoping.

De doden zijn dood en het maakt hun niets uit of hun eer wordt bewezen. Het is voor ons, de levenden, dat het iets betekent. De herinnering heeft geen enkel nut voor hen die ze eert, maar ze dient degenen die zich ervan bedienen. Met mijn herinnering bouw ik mijn identiteit op, met haar troost ik me.

Binet is gericht op details, alle details.
Zo maakt hij ons deelgenoot in hoofdstuk 154 van zijn twijfels
over de correctheid van gegevens en hoe daar mee om te gaan
in relatie tot een historische roman van Flaubert:

Deze keer ben ik in het nadeel, want het is veel makkelijker om me op een fout te betrappen bij een nummerbord van een Mercedes uit de jaren veertig dan bij de tuigage van een olifant uit de derde eeuw voor Christus.

Hoofdstuk 205 is een heel belangrijk hoofdstuk.
Over de stelling die Binet hierin inneemt
zijn heel wat blogs geschreven.
Ik neem dit hoofdstuk dan ook helemaal op:

Ik begin het geloof ik te begrijpen: ik ben een infra-roman aan het schrijven.

Inderdaad. Hoofdstuk 205 is slechts 1 zin.
Maar een belangrijke. Het boek is immers een roman.
Je vergeet het soms als je het boek aan het lezen bent.
Het is geen geschiedenisboek.
Dat is ook waar de meeste recensisten problemen mee hebben.
Binet stapt regelmatig met zijn eigen ervaringen (?) in het boek
op de voorgrond.
Als een detective die vertelt over hoe hij de zaak oplost.

In een interview in Vrij Nederland definieert Binet het als volgt:
een geschiedenis verteld als een roman met alle eigenschappen
en technieken van de roman – op één na: fictie

Of zoals de Volkskrant schrijft:
Laurent Binet beschrijft tot in detail hoe dat in zijn werk ging.
Maar – hoogst opmerkelijk voor een roman – hij wijkt daarbij
geen duimbreed af van de feiten.

Hoofdstuk 206, is het de vertaalster of is het Binet?

De bochten van de weg schetsen het lot van een man, en van nog een man, en van nog een man, en van nog een man.

4 x het woord man in 1 zin, 4 x H!
(Heydrich, Gabcik (Gabčik), Kubis (Kubiš) en Valcik (Valčik))

Hoofdstuk 209

Alle blikken zijn op hen gevestigd en de geüniformeerde mannen in het publiek brengen de Hitlergroet als ze langskomen. Heydrich laat zich door de grootsheid van de omgeving overweldigen, ik zie het in zijn blik, trots neemt hij het altaar met daarboven de weelderige bas-reliefs in ogenschouw, aan de voet waarvan de musici weldra plaats zullen nemen.
Muziek is zijn leven, zo weet hij die avond weer, als hij ooit vergeten was; vanaf zijn geboorte is ze bij hem geweest en ze heeft hem nooit verlaten. De kunstenaar in hem heeft altijd overhoopgelegen met de man van daad. Zijn carrière is voor hem bepaald door de loop der dingen. Maar hijzelf is altijd vervuld geweest van muziek, tot op het moment van zijn dood.
Iedere genodigde heeft het programma van de avond in zijn hand waarin het slechte proza te lezen is dat de plaatsvervangend protector zich bij wijze van introductie heeft verwaardigd te schrijven: ‘Muziek is de scheppende taal van kunstenaars en muziekliefhebbers, het uitdrukkingsmiddel van hun innerlijk leven. In moeilijke tijden brengt muziek hem die er naar luistert verlichting en in tijden van grootsheid en strijd schenkt ze hem moed. Maar muziek is bovenal de grootste expressie van wat het Duitse ras cultureel tot stand heeft gebracht. In dat opzicht is het Praagse muziekfestival een bijdrage aan de superioriteit van het heden, dat als fundament wordt beschouwd voor een sterk muzikaal leven van deze regio binnen het Reich de komende jaren.’Heydrich kan minder goed schrijven dan vioolspelen, maar dat maakt hem niet uit, omdat muziek de ware taal is van de kunstenaarsziel.
De programmering is uitzonderlijk goed. Hij heeft de beste musici laten komen om Duitse muziek ten gehore te brengen. Beethoven, Handel, Mozart natuurlijk, waarschijnlijk is men die avond voor een keer aan Wagner ontsnapt (ik weet het niet zeker want ik heb het volledige programma niet kunnen achterhalen). Maar wanneer de noten opklinken van het pianoconcert in c mineur van Bruno Heydrich, zijn vader, gespeeld door de vroegere leerlingen van het conservatorium in Halle, begeleid door een beroemde, virtuoze pianist die speciaal voor de gelegenheid os overgekomen, moet Heydrich, die de muziek door zich laat stromen als een heilzame golf, dia apotheose voelen. Ik zou dat werk ook graag beluisteren. Wanneer Heydrich aan het eind applaudisseert, zie ik op zijn gezicht het trotse waandenkbeeld van alle megalomane grote egoïsten. Heydrich geniet van zijn persoonlijke triomf via de postume triomf van zijn vader. Maar triomf is nog geen apotheose.

Het dilemma: Duits, Nazi, Cultuur.
Ook Binet ontkomt daar niet aan.

210

Gabcik is terug. Kubis en hij roken niet in het appartement van de keurige familie Ogoun die hen huisvest, om hen niet lastig te vallen en bij de buren geen argwaan te wekken.
Door het raam is te zien hoe de burcht zich tegen de nachtelijke lucht aftekent. Kubis, die diep in gedachten naar die imposante massa kijkt, zegt hardop denkend: ‘Hoe zou het morgen om deze tijd zijn…’Mevrouw Ogoun vraagt: ‘En wat zou er dan anders moeten zijn?’ Gabcik geeft haar antwoord: ‘Nee, mevrouw, niets hoor.’
Op de ochtend van 27 mei staan Gabcik en Kubis vroeger dan anders klaar om te vertrekken. De zoon van de familie Ogoun, die hun onderkomen biedt, repeteert nog een laatste keer zijn stof, want vandaag moet hij eindexamen doen en hij is heel zenuwachtig. Kubis zegt: ‘Rustig maar, Lubos, je slaagt, je slaagt heus wel. En vanavond vieren we met zijn allen dat het gooed is gegaan…’

Zwart/Groen. Het achterhalen van de feiten is ingewikkeld.
Ook hier worden we weer deelgenoot in de zoektocht van de detective.
Reusachtig ten opzichte van Klein. Humor!

212

Om negen uur is de zwarte of donkergroene Mercedes voor komen rijden met aan het stuur zijn chauffeur, een reusachtige SS’er van bijna twee meter lang, die luistert naar de naam Klein.

Binet maakt ons deelgenoot van nog een ander probleem.
Een soort bewuste Writers Block.
Hij wil wel schrijven (zoals ik altijd wel boeken wil lezen)
maar stelt steeds de apotheose uit
omdat hij niet wil dat het afgelopen is.
Fantastisch!

215

Terwijl de Mercedes van Heydrich langs de onregelmatige gesponnen draad van zijn lot kronkelt, terwijl de drie parachutisten met al hun zintuigen op scherp en gespannen in de bocht van de dood op de uitkijk staan, herlees ik de geschiedenis van Jan Zizka, beschreven door George Sand in Jean Zizka, een van haar minder bekende boeken.

Men zegt ook dat Zizka een van de grootste krijgsheren is die ooit hebben geleefd, omdat hij nooit een nederlaag heeft gekend. Ik versnipper mijn aandacht. Ik lees allemaal dingen die me van de bocht wegvoeren. En dan stuit ik op de volgende zin van George Sand: ‘Arme of gebrekkige ploeteraars, het is en blijft een hopeloze strijd tegen mensen die zeggen: “Je moet hard werken voor een pokkenleven.” Dat is geen uitnodiging meer, maar een regelrechte provocatie, en dat terwijl ik net van die uitweidingen af wil! Maar geconcentreerd op mijn doel laat ik me nu niet meer afleiden. Een zwarte Mercedes schiet als een slang over de weg, en ik zie hem.

In het volgende hoofdstuk staat naast de gebeurtenissen, de tijd centraal.

218

Hij schiet en er gebeurt niets.
Maanden van voorbereiding en nu blokkeert de stengun, dat Engelse kreng. Heydrich hier binnen zijn bereik, in zijn macht, en zijn wapen weigert. Hij haalt de trekker over en de stengun, in plaats van kogels te spuwen, zwijgt. Gabciks vingers krommen zich krachtig om het nutteloze metalen palletje.
De auto is tot stilstand gekomen en deze keer staat de tijd werkelijk stil. De hele wereld houdt op met bewegen, met ademhalen. De twee mannen zitten als versteend in de auto. Alleen de tram vervolgt zijn weg alsof er niets aan de hand was, op zo korte afstand dat een paar passagiers ook al diezelfde verstarde blik in hun ogen hebben, want ze hebben gezien wat er zich afspeelde, namelijk niets. Het gekrijs van de wielen over de stalen rails verscheurt de stilstaande tijd.

‘Wij die misschien eens zullen sterven, noemen de mens onsterfelijk in het vuur van het ogenblik.’ Ik veracht Saint-John Perse, maar zijn poezie veracht ik niet per se. Deze versregel kies ik om op dit ogenblik die frontsoldaten eer te bewijzen, ook al zijn ze boven alle lof verheven.

Hoofdstuk 221 is het laatste hoofdstuk van het eerste deel.
De gebeurtenissen die maar een paar seconden hebben geduurd
worden door Binet breed uitgesponnen waardoor het lijkt
alsof de tijd stilvalt.
Aan het begin van deel twee wordt een tegenovergestelde beweging gemaakt.
Ik herhaal hier heel hoofdstuk 221.

221

Ik ben precies daar waar ik wilde wezen. De bocht van de Holesovicestraat wordt verzengd door een vulkaanuitbarsting van adrenaline. Dit is het moment waarop een aantal individuele microbesluiten, enkel en alleen voortgekomen uit instinct en angst, leidt tot een luidruchtige hik of oprisping van de Geschiedenis.
Elk lichaam neemnt een beslissing. Klein, de chauffeur rijdt niet weg, en dat is een vergissing.
Heydrich komt overeind en trekt zijn pistool. Tweede vergissing. Als Klein blijk had gegeven van hetzelfde reactievermogen als Heydrich, of als Heydrich net als Klein verstijfd op zijn stoel was blijven zitten, dan zou alles waarschijnlijk heel anders zijn gelopen en was ik er misschien niet om er over te vertellen.
Kubis arm beschrijft een halve cirkel en de bom vliegt door de lucht. Maar, zo is het nu eenmaal, niemand doet ooit precies wat hij moet doen. Kubis mikt op de voorbank, maar de bom landt naast het rechterachterwiel. Toch ontploft hij.

Voor het eerst in jaren…..

CD’s koop ik al jaren niet meer.
Toen ik mijn eerste iPod kocht ben ik gestopt met het kopen van CD’s.
iTunes maakt je leven op dat vlak zoveel makkelijker.
Maar nu heb ik toch weer een paar CD’s gekocht.
Aanleiding was de nieuwe CD van David Bowie.
The Next Day.

 photo DavidBowieTheNextDay.jpg

Bowie is nooit een echte vernieuwer geweest.
Hij had goede voelsprieten voor vernieuwingen
en wist die beter dan wie ook, om te zetten in een product
dat grote groepen mensen willen kopen.
Deze terugkeer naar Berlijn en de helden uit die tijd is een aanrader.
Where are we now?

Vishniac

Soms zijn foto’s mooi, niet om hoe ze gemaakt zijn
maar omdat ze een tijdsbeeld geven of een beroemde persoon of
plaats als onderwerp hebben of een gebeurtenis tonen.
Maar in het geval van Roman Vishniac is het allebei:
de onderwerpen zijn mooi, goed gekozen en de man kon fotograferen.
Twee voorbeelden.

Roman Vishniac, Jewish school children, Mukacevo (Oekraïne), 1935 – 1938.


Roman Vishniac, Interior of the Anhalter Bahnhof; a railway terminus near Potsdamer Platz, Berlin, late 1920s – early 1930s.