De goddelijke komedie

Tijdens onze vakantie dit jaar in Italie
werd door reisgidsen en verklarende teksten steeds verwezen
naar de invloed van Dante Alighieri en in het bijzonder
La divina commedia (De goddelijke komedie).

 photo IMG_20141005_0020GiovanniDaModenaLInfernoLaPunizioneDeiSacrileghiSopraHelDeStrafVanHeiligschennisBoven.jpg

Giovanni da Modena, L’inferno, la punizione dei sacrileghi (Hel, de straf van heiligschennis).Een van de afbeeldingen van de fresco’s die samen La Cappella Dei Re Magi vormen in de Basilica di San Petronio (De Driekoningenkapel in de Duomo van Bologna), circa 1410.

Omdat ik wil begrijpen in welke mate Dante de beelden
die in de beeldende kunst zijn gebruikt (de iconografie)
heeft beinvloed, heb ik eerst maar eens op wikipedia
gekeken naar de opbouw van ‘De goddelijke komedie’.

Die is als volgt:

De hel is volgens Dante ingedeeld in negen kringen:

De eerste kring is het limbo of voorgeborchte.
Hier bevinden zich de deugdzame heidenen (Cicero, Euclides, Homerus,
Ovidius, Socrates, Plato, maar ook mythische figuren als Aeneas.)

Koning Minos is de bewaker van kring twee (onmatigen).
In deze kring woedt een eeuwige storm,
die de zielen van de wellustigen voortblaast.

In de derde kring, waar het eeuwig regent,
bevinden zich de vraatzuchtigen.
Cerberus (Meerkoppige hond) is er de bewaker.

In de vierde kring duwen de hebzuchtigen en de verkwisters
zware lasten zinloos heen en weer

De vijfde kring bevat de moerassige Styx, waarin de agressievelingen
elkaar tot in eeuwigheid bevechten.
De wrokkigen liggen onder water.

De zesde kring van de hel, is een grafveld met brandende open graven,
waarin de ketters liggen.

In de zevende kring lijden de geweldplegers:
– degenen die geweld hebben gepleegd tegen anderen
(kolkende bloedrivier, denk Attila de Hun)
– zelfmoordenaars, die geweld tegen zichzelf gepleegd hebben
(een woud waar harpijen hun scherpe klauwen in de takken zetten,
waarbij de bomen bloeden)
– de godslasteraars, die geweld plegen tegen God, de sodomieten,
die geweld plegen tegen de natuur, en de woekeraars,
die geweld plegen tegen de kunst (woestijn met vuurregen)

De achtste kring van de hel heet de malebolge,
Italiaans voor “buidels van het kwaad.” (bedriegers).
– Verleiders en koppelaars (opgezweept door duivels)
– vleiers (baden in drek)
– simonisten (het verhandelen door middel van koop, verkoop of ruilhandel
van geestelijke zaken, voorbeeld:
paus, die op zijn kop in een gat in de grond zit
waar alleen zijn brandende voeten uitsteken)
– magiĆ«rs, heksen en zieners (hoofd achterstevoren op hun lichaam)
– corrupte politici en ambtenaren (een bad van kokend pek
en belaagd door duivels met hooivorken)
– huichelaars (lopen in loden pijpen met gouden glans, denk Kajafas)
– dieven (Zij ontbranden spontaan, waarna ze weer uit hun as herrijzen)
– kwade raadgevers (branden, denk Odysseus)
– de schismatici (verminking-genezing-verminking, denk Mohammed en Ali,
deze voorbeelden worden letterlijk getoond en zijn natuurlijk erg controversieel
voor de moslimgemeenschap)
– alchemisten en vervalsers (vreselijke kwalen)

De nedende kring bestaat uit verraders (bevroren meer met 4 delen)
– Caina – verraders van familie
– Antenora – landverraders
– Ptolemaea – verrader van gasten
– Giudecca – verraders van hun meester (denk Judas, verrader van Christus;
Brutus en Cassius, verraders van Julius Caesar; en Lucifer, verrader van God)

 photo IMG_20141005_0020GiovanniDaModenaLInfernonLaPunizioneDiUnPersonaggioDalNomeIlleggibileSottoDeStrafVanEenPersonageMetEenOnleesbareNaamHie.jpg

Giovanni da Modena, L’inferno, la punizione di un personaggio dal nome illeggibile (De straf van een personage met een onleesbare naam.

Met dank aan mijn vader (voor het inscannen van de afbeeldingen),
Wikipedia voor de tekstsamenvatting van De goddelijke komedie
en Google translate voor de Italiaans-Nederlandse vertaling bij de afbeeldingen.

Nog meer Mulisch

De beeldspraak die Harry Mulisch gebruikt is vaak prachtig.
Hier nog een voorbeeld.

Ik voelde mij als iemand die in een restaurant een kreeft heeft besteld, maar die niet weet hoe hij hem eten moet.

Twee vrouwen, pagina 25.

Maar er staan nog meer verwijzingen naar de cultuurgeschiedenis
in het algemeen en de literatuurgeschiedenis in het bijzonder.
Wat te denken van:

Nel mezzo del cammin di nostra vita
mi ritrovai per una selva oscura

Wikipedia biedt ook hier weer uitkomst.
Het gaat om een citaat van Dante.
Dante (doopnaam Durante) Alighieri
(Florence, tussen 14 mei en 13 juni 1265 – Ravenna, 13/14 september 1321)

Vertaling: Op het midden van onze levensweg gekomen werd mij het zicht door een donker bos benomen Divina commedia, Inferno, Canto I, 1-3

Dante zou dit geschreven hebben op 35-jarige leeftijd.
Toevallig is dat ook de leeftijd van de hoofdpersoon Laura
uit het boek “Twee Vrouwen”.

Proloog
Op Goede Vrijdag van het jaar 1300 is Dante 35 jaar oud, “Op het midden van ons levenspad” (Nel mezzo del cammin di nostra vita, canto 1:1)

Dan gebruikt Mulisch op pagina 49 het woord “zoel”.
Ik dacht eerst, een zetfout.
Uit de zin maak ik op dat hier zwoel wordt bedoeld.
Maar dat heb ik mis, in die zin dat het een correct Nederlands woord is.
Volgens Synoniemen.net wel te verstaan:

zoel is 4 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:

trefwoord: drukkendxa0
synoniemen: beklemmend, benauwd, benauwend, broeierig, klam, zoel, zwaar, zwoelxa0
trefwoord: lauwxa0
synoniemen: koel, luw, zacht, zoelxa0
trefwoord: zachtxa0
synoniemen: zoel
trefwoord: zwoelxa0
synoniemen: broeierig, drukkend, warm, zacht, zoel

En dan de volgende beschrijving van een hotelkamer in Nice.

Mijn kamer is ingericht in neo-gotische stijl anno 1890, met meubels die ik tot nu toe alleen op franse vlooienmarkten heb gezien. Het bed, de stoelen, het sprookjesachtige buffet, alles is van zwart, hoog, puntig gedraaid hout; aan de muur hangt een ingelijste reproductie van het lezende meisje van Fragonard, de enige kleur in de kamer.

Twee vrouwen, pagina 53.

Ik ben dan benieuwd naar dat schilderij.

Wat moet ik zonder Wikipedia:

Jean-Honore Fragonard (1732-1806) was een Frans kunstschilder.
De werken van Jean-Honore Fragonard behoren tot de rococo-periode. Zijn schilderijen lopen over van de tinten creme en roze, maar zijn duidelijk meer dan luchtig vermaak. Fragonard is bezeten van licht en kleur en poogt de tintelingen en bewegingen van het licht op het oppervlak van de dingen te vangen. Daarvoor ontwikkelt hij een stijl die voortuitloopt op het impressionisme uit de 19e eeuw.
Zijn voorkeur voor het verrassende lijnenspel in de natuur en voor de ronduit virtuoze weergave van variatie en grilligheid doen zijn werken op de rand van de romantiek balanceren.

Mooi vind ik het niet. Ik zou het niet in mijn kamer ophangen.
Maar ik zie het zo in een hotelkamer hangen.

Binnenkort meer.