Veertje en de veren

Deze week vond ik een kinderarmbandje met een veertje.
Dat gaat straks op de kaft van een boek over gevonden
veren aangebracht worden.
‘Free as a jail bird’ gaat de titel worden.

WP_20180414_10_39_25_ProVeertjeEnDeVeren

Veertje tussen de veren. Verschillende maten. Helaas niet zo heel veel verschillende kleuren. Allemaal gevonden of in het Valkenberg in Breda of op het terrein van de FutureDome.


Een tas vol verf

Deze week kreeg ik een partij olieverf.
Verschillende kleuren.
Een grote pot medium om de olieverf te verdunnen.
Daarnaast een afscheurpalet.
Kan ik weer een tijd vooruit met schilderen.

WP_20180414_09_01_24_ProEenTasVolVerf

Een tas vol verf: olieverf met medium.


WP_20180414_09_08_07_ProPaletOlieverfMedium

Hier ligt de verf en staat het medium op een afscheurpalet. Van sommige kleuren twee tubes!


De droodles van mijn ridderroman

Illustraties durf ik mijn geschilder op het boekblok
dat ik aan het maken ben niet te noemen.
Ik kriebel maar wat met verf.
Maar ik vind het leuk.
Dat telt.
Vandaag weer bezig geweest.

WP_20180411_16_33_56_Pro

WP_20180411_16_34_27_Pro

WP_20180411_17_02_58_Pro

Ik ‘schilder’ steeds twee pagina’s naast elkaar. Dat heeft tot gevolg dat dezelfde ideeën op die twee pagina’s staan. In het boek komen die meestal niet naast elkaar. Leuk effect.


Wat heeft een mysterieuze boekenvrouw te maken met een lied van de Nits?

WP_20180411_15_26_12_ProVolkskrantOmslagBoekenbijlageSilviaCeliberti

De mysterieuze boekenvrouw van Silvia Celiberti.


Het nummer van de Nits is natuurlijk Nescio.
De Nits brachten wel meer nummers uit die een relatie met kunst
en literatuur. De eerste die me te binnen schiet is Soap bubble box.
Een nummer van het album Ting uit 1992.
Toe opa vertel eens.

Afgelopen zaterdag verscheen de Volkskrant met een hele mooie voorpagina
voor de boekensectie. Die pagina zie je hierboven.
Een groot artikel, geschreven door Paul Onkenhout, gaat over Nescio,
de schrijver. Het is een soort crash course over Nescio.
Zijn werk stond ook op mijn literatuurlijst.
100 jaar geleden debuteerde Nescio en daarom is dit jaar
een heruitgave van hem te koop: De uitvreter,Titaantjes, Dichtertje.

WP_20180411_15_30_02_ProNescioWonderlijkeKerelPaulOnkendonkVolkskrant

‘Jongens waren we, maar aardige jongens’ is een bekende zin van Nescio. Frank Boeijen, Henk Hofstede en Henny Vrienten, hun album uit 2008 heette waarschijnlijk niet toevallig ‘Aardige jongens’.


WP_20180411_15_30_37_ProNescioArtikelVolkskrant

Het boek in losse katernen dat ik deze week ontving ga ik later proberen in te binden samen met het artikel uit de Volkskrant.


Kaas – de dummy

WP_20180408_13_45_17_ProDeEerste16PaginasTekst

De eerste 16 pagina’s van mijn ‘ridderroman’ zijn gereed. Die heb ik geprint en hier zijn ze uitgesneden op de juiste maat voor het boekje.


WP_20180408_13_56_57_ProHetEersteKaternIsIngeplakt

Zoals je hier en daar kunt zien is de tekst deels in rood geprint. Net als manuscripten benadruk ik zo bepaalde stukken tekst. Maar meer nog dan inhoudelijke benadrukking gaat het mij om het versierende effect.


WP_20180408_14_04_32_ProIngeplakt

De teksten voor de eerste twee katernen zijn ingeplakt. Nu kan het echte versieren beginnen.


WP_20180408_15_10_48_ProDanBeschilderen

De versieringen stellen niets voor. Niet eens fantasieplanten. Het papier dat als basis voor het boek is gebruikt is bamboepapier. Behoorlijk stevig. Het papier waarop de tekst is geprint is veel dunner en minder sterk. Maar zien hoe de verf zich op deze twee soorten papier gaat houden.


Gelezen: Natuurlijk. Je hoort het hem vertellen

In de boekenweek verscheen naast het Boekenweekgeschenk
ook een essay: Natuurlijk, geschreven door Jan Terlouw.

JanTerlouwNatuurlijk

Jan Terlouw, Natuurlijk. Mooie foto op de omslag.


Het leuke aan het essay is dat als je het leest, je Jan Terlouw
in je hoofd het boek hoort vertellen.
Zou het niet fantastisch zijn als je datzelfde gevoel/gehoor zou
hebben bij Couperus of bij Multatuli?

De tekst leest/klinkt zo herkenbaar dat daarmee ook het sterkste punt
duidelijk wordt:
Het boekje zal vooral aanspreken bij mensen die zich altijd al
door Jan Terlouw aangesproken voelen en die de boodschap
van het boekje al kennen en misschien zelfs al uitdragen of voorleven.
Mensen met minder affiniteit voor Jan Terlouw zullen minder
snel overtuigd zijn.
De neiging van Jan Terlouw om zichzelf te herhalen en net niet
het punt te maken, net niet met oplossingen te komen die aanspreken,
helpt dan ook niet.

Mijn ridderroman

De portemonnee die ik eerder deze week uit elkaar gehaald heb
was van het merk of type ‘Chevalier’.
Een van de betekenissen van dat woord ‘Chevalier’ is ‘Ridder’.
Daarom wordt mijn dummy-boekje een ridderroman.
Dan kan ik de sluiting mooi gebruiken op de rand van het boek.
Het boek wordt maar klein vanwege de maat van het leer.

WP_20180404_14_19_23_ProDummyRidderromanWordtOngeveer6x9CM

Het boekblok wordt ongeveer 6 bij 8 centimeter. De katernen die je hier ziet moeten nog op maat gesneden worden. Maar eerst moet mijn tekst af. Het boekje krijgt 4 keer vier kantjes. De eerste pagina begint met de kapitaal ‘K’.


WP_20180404_15_24_19_ProMijnEersteGeschilderdeKapitaalIsK

Vanmiddag die eerste kapitaal geschilderd. Deze week speciaal hiervoor hele fijne kwastjes gekocht. De letter ‘K’ is de eerste letter van de eerste zin en die is: Karel Martin en Van Aysma zijn de belangrijkste helden in dit prachtige en echt gebeurde verhaal. Ik geef toe hiervoor heb ik op twee plaatsen ideeën gestolen: de naam ‘Van Aysma’ van een collega weblog en ‘prachtige en echt gebeurde verhaal’ uit een hertaling van Karel ende Elegast.


WP_20180404_16_53_23_ProRidderroman

De platten zijn ook al gesneden. De rug nog niet. Ook het leer is rechtgesneden. Dat moet dadelijk nog beter op maat worden gemaakt. Maar eerst moet de tekst af.


Edammer rood

Vanmiddag nog op zoek geweest naar de juiste kleur rood.

WP_20180404_14_16_09_ProZoekDeJuisteEdammerKleur

Dit zijn de kleuren die ik eerder aangebracht heb op het kunstleer naast een stuk van de Edammer kaaskorst (Driehoek onderaan).


WP_20180404_15_24_32_ProZoekDeJuisteEdammerKleur

Daarna ben ik op zoek gegaan naar maar nog een andere kleur rood. Onderaan rechts. Die lijkt me tot nu toe het best passen.


Gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg

WP_20180404_12_19_54_ProHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Hella S. Haasse, Ogenblikken in Valois.


Dit jaar kwam er naast de herinneringen van Yvonne Keuls aan
Hella S. Haasse en herdruk uit van een boek van Hella S. Haasse.

Het boek ‘Ogenblikken in Valois’ wordt bijna aangekondigd in ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’:

‘Ja, ja goed,’ zei Jan, ‘maar het zit erin dat ik de Haagse rechtbank ga verlaten, vervroegd dus, omdat ik me niet verenigen kan met… met wat ik dus niet mag vertellen.’
Codetaal.
‘Ja, en daardoor komt iets anders voor ons dichterbij,’ zei Hella. ‘De streek boven Parijs, de Valois, dat gebied tussen de rivieren Oise, Aisne en Ourcq… We reizen er altijd doorheen als we naar het zuiden gaan, en we hebben er ons hart aan verpand.’ Het woud der verwachting speelt zich in die streek af, legde ze uit, de Franse koningen bezaten er uitgestrekte domeinen. Daar waren de bossen van Compiegne, waar de edelen gingen jagen, Charles van Orléans trad in het huwelijk in Compiegne in 1406.

Yvonne Keuls, Zoals ik jou ken, ken je mij, pagina 166.

Eerder verwees ik al eens naar de recensie in de Volkskrant.
Bo van Houwelingen schreef die op 2 maart 2018 en zat er voor mij flink naast.

Lukraak slingeren we via nodeloos lange en complexe zinnen van de Keltische tijd naar de middeleeuwen,
van de Gallo-Romeinse tijd naar de Eerste Wereldoorlog,
van adellieden naar koningen,
van riviertje zus naar vallei zo,
van ruïne hier naar uitkijktoren daar,
ondertussen bedolven rakend onder een stortvloed van historische weetjes die je direct weer vergeet.

Het is verleidelijk om beide boeken in een recensie op te nemen.
De boeken zijn ongeveer tegelijkertijd uitgekomen, ter gelegenheid van
de 100ste geboortedag van de schrijfster (2 februari 1918)
die een van de boeken zelf schreef en van het andere boek het onderwerp is.

Maar het zijn wel twee verschillende boeken, elk met zijn eigen doel.
Niet twee boeken over Hella S. Haasse. Althans niet in de zin van een biografie.

Daar waar het boek van Yvonne Keuls (zoals ik jou ken, ken je mij) gaat
over de gezamenlijke avonturen van Haasse/Keuls en dus een kijkje geeft
op de persoon Hella S. Haasse, is Ogenblikken in Valois dat helemaal niet.
Het gaat over het beeld dat Valois bij Hella S. Haasse heeft opgeroepen.
Dat dit een beeld is waarin de historie een belangrijke rol speelt,
mag niet verrassen.

ik heb een paar stukjes uit het boek overgenomen.
Oordeel zelf.

Pagina 75 – 76: Mooi en belezen.

Feeën zijn bij uitstek Keltische toverwezens.
Van feeënbronnen, feeënrotsen, feeënweiden en -wouden wemelt het in de Franse folklore.
Ze heten altijd ‘Dames’, goede vrouwen, witte vrouwen of groende vrouwen.
Ze horen bij beken en meren, bij grote stenen, zij wonen in bomen in de wouden, bij voorkeur in beuken.
Niemand ziet hen ooit meer.
Er zijn alleen lange lage nevels, dunne mistslierten boven het water of tussen de stammen van het bos;
de boomstronken die de boeren hier en daar laten staan in hun akkers of aan de rand van een plek kreupelhout
lijken vaak op grillige gestalten met bezwerend geheven armen, als het ware in een danspas verstard.

Het is duidelijk dat hier iemand aan het werk is die zowel
een boodschap wil overbrengen als mooie Nederlandse taal schrijft.
Om zo’n stukje te schrijven moet je allereerst veel lezen.
anders kun je moeilijk beweringen doen over Franse folklore.
Daarnaast is het gewoon hard werk om de zinnen te maken zoals
je hier kunt lezen.

Haasse zegt het zelf als volgt in Zoals ik jou ken, ken je mij:

Hella reageerde afwijzend op Solzjenitsyns woorden en het feit dat Jan daarmee instemde. ‘Als je schrijft gaat het in de eerste plaats om je woordkeuze, om verbeelding, stijl, poëzie, fantasie, ritme, de emotie die je kunt overbrengen. Je onderwerp is daaraan ondergeschikt,’ zei ze.’ Als je als schrijver toevallig ook nog signaleert is dat meegenomen.’

Of ik het met haar eens ben is niet zo belangrijk.
Het is wel haar visie op schrijven.

Pagina 100: één lange zin.

De fraai gelegen schietbaan in Valois is in het oudste hooggelegen stadsdeel van La Ferté-Milon,
op de top van de heuvel, vlak onder de enige nog overeind staande, massieve, met boompjes en struiken begroeide, door duiven omfladderde frontale muur van de burcht
(omstreeks 1400 op last van Louis d’Orléans gebouwd),
die Henri IV liet ontmantelen,
omdat hij dat geducht sterke kasteel
– als het ooit in handen van zijn tegenstanders zou vallen –
een bedreiging achtte voor zijn koningschap.

Ook de lezer zal moeten werken bij Haasse.
Hierin lijkt Haasse totaal anders dan Yvonne Keuls die in korte zinnen schrijft
die minder werkt lijken te vragen.

Pagina 140: gargouilles – het woord kwam vaag bekend voor, nu de uitleg.

…..tot de klauwen van de waterspuwers, de gargouilles.
Het woord ‘gargouilles’ komt voor het eerst voor in een manuscript uit de veertiende eeuw.
Het was de naam van een bloeddorstige gevleugelde draak die, volgens de legende,
in een woud aan de oevers van de Seine huisde.
Omstreeks het jaar 700 zou het monster onschadelijk gemaakt zijn door de bisschop van Rouen, die zich,
bij gebrek aan andere vrijwilligers, op deze expeditie liet vergezellen door twee uit de kerker gerekruteerde misdadigers, een dief en een moordenaar.
Alleen de laatste had de moed de gargouille te lijf te gaan.
Oorsprong van dit verhaal is, meent men, het historische feit van het terugdringen van de buiten haar oevers getreden kronkelige ‘slang’ Seine,
en het droogleggen van het land rondom Rouen, dat bij iedere hoge waterstand tot een onafzienbaar moeras werd.

Pagina 173: Prachtig.

Eens, op een vroege ochtend in de herfst, zag ik bij Chantilly, tegen de achtergrond van het woud, uit de nevel een ruiter en zijn ros opdoemen:
het mooiste paard van de wereld, een schimmel met wuivende staart en manen, die op ranke benen met edel genegen hoofd licht dansend naderbij kwam door het lange gras.’

Als je zoals de schrijver van de recensie in de Volkskrant
meer van Haasse wilt te weten komen, dan kan dat wel in Ogenblikken in Valois.
De inleiding op bovenstaande tekst van Aleid Truijens
is volgens mij correct en geeft dat inzicht:

Voor Haasse is dat rijke verleden hier voelbaar,
het is de motor voor haar verbeelding.
Met gemak verplaatst ze zich naar vroeger tijden.

WP_20180404_12_21_45_ProHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Het boek ligt wat ver weg op de foto. Dat is ook een beetje het perspectief dat Haasse geeft in het boek van Valois. Van heel dichtbij tot ver in het verleden.


Kaas – mijn exemplaar en Edammer

KaasWillemElsschot16edruk1969

Dit is het exemplaar van Kaas dat ik op de middelbare school gelezen heb. Het boekje mag dan wel dun zijn maar eenvoudig is het niet. Dat is wat ik gisteravond ondervond toen ik op zoek ging naar de Edammer.


Mijn versie is de 16e druk uit 1969.
Toen zat ik nog niet op de middelbare school.
Dus hoe ik er precies aan kom weet ik niet.
Misschien was deze druk een aantal jaren te koop.

Een frontispice heeft mijn versie niet.
Wel een opdracht aan Jan Greshoff.

KaasWillemElsschot16edruk1969GeenFrontispice


Vervolgens volgt er een ‘Inleiding’.
Die lijkt me niet eenvoudig.
Het begint zo:

Buffon heeft gezegd dat de stijl de mens zelf is. Bondiger en juister kan het niet. Maar een gevoelsmens is weinig gebaat met dat slagwoord dat daar staat als een model, om vereeuwigd te worden door een steenkapper. Kan men echter wel met woorden enig inzicht geven in wat stijl eigenlijk is?

Een goede vraag maar aan die vraag was ik nog lang niet toe.
Ik denk dat ik het boek nog maar eens een keer ga lezen.
Het lijkt me zo op het eerste gezicht ook erg Vlaams

Het boek begint met twee lijstjes.
Daar ben ik helemaal weg van; lijstjes.
Het eerste lijstje bevat de personages, het tweede lijstje ‘Elementen’:

KaasWillemElsschot16edruk1969Elementen

De elementen van Kaas van Willem Elsschot.


Maar Edammer, hoe zit het daar mee?

Op pagina 28, het einde van hoofdstuk III las ik het volgende:

‘Denk er eens over na,’ raadde hij. ‘Er is veel mee te versienen en jij bent de geschikte man.
Dat was wel een beetje brutaal van hem, want ik vind dat niemand mij geschikt vinden moet voor dat ik mijzelf geschikt heb gevonden. Maar toch was het aardig dat hij mij zonder enige conditie in de gelegenheid stelde mijn eenvoudige plunje van klerk bij de General Marine and Shipbuikding Company uit te trekken en zo maar en eens koopman te worden. Zijn vriendenzouden dan wel van zelf vijftig percent van hun hooghartigheid laten vallen. Met hun beetje centen!
Ik vroeg hem dan ook wat voor soort handel zijn Hollandse vrienden dreven.
‘In kaas,’ zei mijn vriend. ‘En dat marcheert altijd, want eten moeten de mensen toch.’

Okay, Kaas. Maar Edammer dan?

Op pagina 34 lees ik:

‘Klein beginnen is voorzichtig,’ zei opeens Hornstra die zeker vond dat ik lang genoeg had nagedacht. ‘Ik zend u volgende week twintig ton volvette Edammer in onze nieuwe patentverpakking. En naar gelang u die verrekent zal ik uw voorraad aanvullen.’

‘volvette Edammer’ dus, daar gaat het over in Kaas.

Kaas – de dummy

Soms komen dingen zomaar bij elkaar.
Gister kreeg ik van mijn vader zijn oude portemonnee.
Model billfold (gevouwen biljet in het Nederlands).

Vandaag heb ik de portemonnee uit elkaar gehaald
om te zien hoe groot het grootste stuk keer
is dat ik er uit kan halen.
Want dat is de maat waarbinnen mijn boekje moet passen.
Met dit boekje ga ik onderzoeken hoe ik het boek Kaas
van Willem Elsschot kan gaan inbinden/onderbrengen in een doos.

WP_20180401_12_57_05_ProDummyKaasBillfoldVader

Dit is de portemonne. Goed versleten. Tijd voor een tweede leven.


WP_20180401_12_57_18_ProDummyKaasOpengevouwen

Zo ziet hij er opengevouwen uit. Bekend gezicht. Het klepje en het zakje rechts heb ik er als eerste afgehaald. Die ga ik niet bij de dummy voor Kaas gebruiken. Dat wordt de sluiting van een ander boek.


WP_20180401_13_35_40_ProDummyKaasDeBillfoldKomtLangzaamUitElkaar

Vervolgens haal je stap voor stap de portemonnee uit elkaar.


WP_20180401_13_44_56_ProDummyKaasGrootsteStukLeer

Dit is het grootste stuk leer dat ik er uit kan halen, de buitenkant. Het is ongeveer 23-24 centimeter lang en 9 centimeter breed. Dus het boekblok zal iets kleiner dan deze afmetingen moeten worden.


WP_20180401_13_57_15_ProDummyKaasBruikbareDelenVoorkantLeer

Dit zijn al de losse stukken leer die ik uit de portemonnee kon halen (buiten de klep en zakje, die liggen al onder de pers te drogen omdat ik de losse delen aan elkaar gelijmd heb). Dit is de ‘mooie’ leerkant. Opvallend voor mij is dat leren producten (jas, portemonnee) een werkelijke puzzel zijn van losse, kleinere stukken leer en veel ander materiaal (band, papier, karton, plakband enz).


WP_20180401_13_59_06_ProBruikbareDelenAchterkantLeer

De binnenkant.


WP_20180401_13_59_54_ProDummyKaasMerkje

Het merkje of de naam van het type portemonnee. Chevalier. Dit ga ik natuurlijk weer verwerken in een van mijn boeken. Als het kan in de Kaas-dummy.


Volgend boekbindproject: Kaas van Willem Elsschot

Mijn volgende boekbindproject is Kaas van Willem Elsschot.

Ik heb de katernen gekocht van Atelier ‘De Ganzenweide’.
Daarbij is nu het idee om het boek uit te voeren als een
stuk kaas: een plat stuk kaas.

Waarom de Belgische kunstenaar Henri van Straten koos voor een
illustratie met de hoofdpersoon Frans Laarmans met in zijn hand
een ‘volvette Edammer’, weet ik niet maar de vorm van een
Edammer sluit niet zo aan bij de grootte van het boek.
Dus voor ik verder ga moet ik eerst het boek er bijpakken.
Het stond ooit op mijn lijst dus ik heb een ingebonden exemplaar.
Even zoeken.
Intussen heb ik al wat info verzameld:

HenriVanStratenKaasWillemElsschot

De linosnede van Henri van Straten voor Kaas van Willem Elsschot.


Op de website Kaas tref je de volgende tekst aan (beetje aangepast):

Kaas

Voor Willem Elsschot (pseudoniem voor Alfons De Ridder) zelf was dit boek zijn meest geslaagde.
De eerste druk dateert van 1933 en in 1942 is er een derde druk verschenen, welke is vermeerderd met een extra hoofdstuk XV; daarmee is de derde druk dus tevens de eerste druk van het volledige werk.
De spelling, de opmaak en de typografie in deze uitgave (in losse katernen) zijn als die van de derde druk in 1942;
denk hierbij aan het formaat, de interpunctie, de regel- en woordafbrekingen, de witmarges.
Maar let ook op details als de haarfijne spatie welke de puntkomma, de dubbelepunt, het uitroepteken en het vraagteken voorafgaat.
Kortom, als je deze heruitgave (in losse katernen) leest, dan waan je je even terug in de tijd!
Net als in 1942 hebben we de katernen voorzien van katernsignatuur, zodat er geen collationeerblokjes op de katernruggetjes hoefden te worden gedrukt;
sommige boekbinders willen geheel of ten dele de katernruggetjes ‘open houden’.

 

In 2003 werd het Verzameld werk van Elsschot opnieuw uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep
(bezorgd door dr. Peter de Bruijn, onder auspiciën van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis KNAW).
Hierbij zijn geautoriseerde correcties aangebracht terzake taal-, schrijf- en zetfouten.
We danken het Huygens Instituut voor het beschikbaar stellen van het geautoriseerde tekstbestand dat we voor deze uitgave (in losse katernen) hebben gebruikt.
We zijn blij dat we met de erven De Ridder overeenkomst hebben kunnen sluiten terzake het auteurerecht.
Dit door tussenkomst van de Belgische Uitgeverij Polis, die momenteel werkt aan een heruitgave van alle boeken van Willem Elsschot.

 

In de eerste zes drukken, en ook in nog weer latere drukken waren illustraties opgenomen van de gekende (bekende) Belgische kunstenaar Jozef Cantré.
Graag hadden we deze illustraties ook opgenomen, maar we zijn er niet in geslaagd contact te krijgen met de auteursrechthebbenden.
In 1944 verscheen een druk met op het voorplat een linosnede van de gekende Belgische kunstenaar Henri van Straten; de illustratie stelt de hoofdpersoon Frans Laarmans voor met in zijn hand een ‘volvette Edammer’.
We hebben een afdruk van deze lino in het boek opgenomen als frontispice, dus tegenover de titelpagina.
De illustraties van Henri van Straten zijn sinds 2015 vrij van rechten.

Edammer

Edammer.


Deze uitgave telt 164 pagina’s, 10 genummerde katernen van 16 pagina’s en, net als in 1942, een ‘voorloopkatern’ van 4 pagina’s.
In de oorspronkelijke uitgave is dit ‘voorloopkatern’ gelijmd op het eerste katern.
We leveren twee extra blanco katernen van 16 pagina’s elk mee voor schutbladconstructies, je hoeft dus je schutblad niet op de ‘franse titel’ te lijmen.

 

Het schoongesneden formaat is 136×200 mm.
Dat was het formaat van de editie uit 1942; die was toen provisorisch genaaid, voorzien van een papieren bandje,
eigenlijk bedoeld om naderhand ’in het echt’ te worden gebonden.

 

Vaak werd dan het boekblok schoongesneden, maar niet altijd.
Je kan dus kiezen tussen het volle formaat en een formaat ietsje kleiner.

 

Bijna altijd werd wel ‘de kop’ van het boekblok gesneden om te kunnen worden gekleurd, versierd of verguld;
het ’slordige’ aan voor- en staartzijde vonden bibliofielen wel mooi.

 

Sommige Belgische binders noemen die ‘slordige zijden’ wel ‘de getuigen’;
alles zo heel mooi strak, dat past niet altijd bij een ambachtelijk gebonden boek.

 

Opleidingsinstituut ’t Ambachthuys te Den Haag selecteerde deze uitgave voor het project BOEKKUNST 2018,
tot dusverre meer bekend als ‘Koppermaandagproject’.

WP_20180331_11_50_25_ProKaasKleurbepaling

Ik heb een stuk ‘kunstleer’ liggen, geel. Maar wel erg geel. Op de foto hierboven ligt in het midden een stukje met de originele kleur. Vanochtend heb ik geprobeerd met verf een betere kleur te krijgen. Maar of dit nou gaat passen bij Edammer? Hoe die verf zich op dit kunstleer gaat gedragen weet ik ook nog niet. Ook dat zal ik nog eerst moeten uittesten. Maar het begin is gemaakt.


Fotoboek over Cambodja en Laos op saa-papier gereed

Vandaag de foto’s van de voor- en achterzijde
van het fotoboek dat ik gemaakt heb van onze vakantie
naar Cambodja en Laos eerder dit jaar.
Zoals eerder aangegeven is de basis voor het boekblok het
saa-papier dat ik in de buurt van Luang Prabang in Laos gekocht heb.

WP_20180331_09_23_28_ProCambodjaLaosAchterzijde

De achterzijde van het boek.


WP_20180331_10_17_20_ProCambodjaLaosVoorzijde

De voorkant van het fotoboek.


Schilderkunst in boeken – ook voor kinderen

Miniaturen zijn kleine schilderwerken in boeken.
Ze kunnen hele pagina’s beslaan of
een lege plaats in een letter opvullen of
prachtige randen aan je bladzijden vormen.

In Museum Catharijneconvent is er een prachtige tentoonstelling
met miniaturen in Nederlands bezit die afkomstig zijn
uit Zuid-Nederland (dat wil zeggen delen van het huidige
Noord-Franktijk, Belgie en Zuid-Nederland).

Een Voorbeeld:

WP_20180324_11_22_35_RichEvangeliariumMaaslandCa1150-1175DeEvangelistJohannesMetZijnSymboorlDeAdelaarFpl100V

Dit is een paginagrote miniatuur. Ik heb deze foto gemaakt omdat hier zo prachtig de gouden versiering uitkomt. Je ziet hier de evangelist Johannes met zijn symbool de adelaar. Op de achtergrond zie je als je goed kijkt twee grote letters: de I en de N. Soms is het lezen van zo’n boek net het volgens van een spannende detective. Dat zijn de twee eerste letters van het eerste woord van zijn evangelie. Voor de kenners: dit doet denken aan de Ottoonse stijl. Die term ken ik niet maar wel de term Byzantijns.Die twee termen wijzen in dezelfde richting. Overigens, de evangelist heeft hier precies de schrijfhouding die monniken aannamen bij het schrijven van boeken. Evangeliarium Maasland, circa 1150 – 1175, De evangelist Johannes met zijn symbool de adelaar.


Het Museum Catharijneconvent heeft niet alleen een groot boek
bij de tentoonstelling uitgegeven met ingewikkelde teksten maar ook
een veel eenvoudiger, gratis rondleiding.

WP_20180325_15_36_46_ProMagischeMiniaturen


Om het proces van het maken van miniaturen wat duidelijker te maken
en leuk voor kinderen, kun je zelf met stempels een rand met allerlei
figuren aan een blad toevoegen.


WP_20180325_15_37_10_ProMagischeMiniaturenStempelEenMarge

Stempel zelf een marge. Later kun je de afbeelding op het midden van het blad aanbrengen en kleuren.


Een bijzondere vorm van randen aan een tekst zijn de zogenaamde
strooiranden. De bloemen zijn er als het ware op gestrooid.
Nou dat kun je in het museum ook doen met plakplaatjes op een gouden rand.

WP_20180325_15_37_00_ProMagischeMiniaturenPlakEenStrooirand


Wil je wel iets lezen over miniaturen maar is een catalogus te veel?
Er is een bijzondere uitgave van De Boekenwereld.
De grotere artikelen in dit kwartaalblad gaan over miniaturen.

WP_20180328_10_02_07_ProDeBoekenwereldMagischeMiniaturen

De Boekenwereld: Magische miniaturen.


Weer genoeg ideeen voor het komende weekend.
Weer voldoende leesstof voor de komende tijd.

Cambodja en Laos in boekvorm

Vandaag behoorlijk opgeschoten met het boek
met foto’s die ik gemaakt heb in Bangkok, Cambodja en Laos.

Eerst heb ik de introductie op maat gesneden.
De tekst is geprint met de computer en printer.
Die tekst is in het boek opgenomen.

Vervolgens zijn de draden van de rug losgeknipt en de
uiteindjes zijn gelijmd weggewerkt in de rug.

Toen heb ik kleine dunne stukjes karton gesneden ter
grootte van de rug/het stiksel en de breedte van de
stroken leer.
Die rugstukjes zijn vooral bedoeld om oneffenheden,
als gevolg van het naaien, weg te werken.
Die rugstukjes zijn aan alle vier de zijdes schuin
afgeschuurd om het leer er zo natuurlijk mogelijk over te laten vallen

WP_20180328_14_55_44_ProEindjesDraadWegwerkenSoortvanRugPlakken

Het naaiwerk is niet fraai maar daar zie je straks niets meer van. Op de voorgrond ligt het kleine stukje karton dat over het stiksel gaat komen en een soort van rug vormt.


WP_20180328_15_00_43_ProVoordatDefinitieveFormaatVanLeerGesnedenWordtPassen

Voordat ik het leer definitief op maat snij pas ik met een stuk karton normaals de grootte van de geplande strook leer. Deze strook komt op de achterkant, de rug en de voorkant van het boek.


WP_20180328_15_03_58_ProOndersteStrookLeerPassen

Als het leer gesneden is nog een keer passen. Nu teken ik de plaats af waar het leer gaat komen (het leer is iets groter dan de kartonnen rug) en waar ik het leer ga lijmen.


WP_20180328_16_03_40_ProZoWordtDeVoorkant

Nadat de onderste strook leer gelijmd is op de rug en de voorkant van het boek, de rug voor de bovenste strook leer gesneden is, geschuurd en gelijmd, pas ik de strook leer voor de bovenste strook aan. Die bovenste strook zal op de rug (in het Engels ‘spine’), de voorkant, de kant waar het boek opent (in het Engels de ‘fore-edge’) en dan pas op de achterzijde van het boek uitkomen. Deze strook leer is de sluiting van het boek. Je ziet hoe mooi het saa-papier met zijn blaadjes zichtbaar blijft bij dit boek.


WP_20180328_16_04_14_ProZoWordtDeAchterkant

Zo gaat de achterkant er uit zien. De sluiting moet nog wel aan de bovenste strook leer bevestigd worden. Dat wordt een eenvoudig leren lint. Voordat ik de bovenste strook leer ga bevestigen snij ik de kant van het boek waar je het boek opent (fore-edge) schoon op de snijmachine. Dan komt de bovenstre strook leer mooier om het boek.


WP_20180328_16_54_39_ProHetVoorlopigeEindresultaat

Dit is het voolopige resultaat. De teksten ‘Cambodja’ en ‘Laos’ heb ik een tijdje geleden al gesneden. In de tussentijd heb ik besloten de stroken leer veel smaller te maken. ‘Laos’ past nog wel op de onderste strook maar ‘Cambodja’ niet meer op de bovenste. Daar moet ik nog iets op verzinnen. Opnieuw snijden lijkt de simpelste oplossing maar ik heb waarschijnlijk te weinig leer van die kleur.


Gelezen: Adri P. van Vliet, Bastaard van Oranje

WP_20180327_11_44_19_ProAdriPVanVlietDeBastaardVanOranje

Adri P. van Vliet, Bastaard van Oranje – Justinus van Nassau: Admiraal, diplomaat & gouverneur.


Het heeft uiteindelijk toch nog lang geduurd voor ik het boek uithad.
Dat komt omdat er nog allerlei andere boeken tussendoor gelezen zijn.
Justinus van Nassau heeft mijn speciale aandacht vanwege zijn
verblijf in Breda.

Het boek had ik gekocht voordat de schrijver een lezing over het boek
gaf in Breda (op 22 september 2017 in de Waalse Kerk).
De schrijver gaf in zijn verhaal al aan dat er wel wat feiten
over Justinus bekend zijn (vooral van rekeningen en belangrijke
data van gebeurtenissen in zijn leven) maar dat we van de persoon
Justinus niet veel te weten komen.

Vond hij het leuk in Breda?
Woonde hij er graag?
Wat was zijn favoriete kleur?
Welke eten vond hij lekker?

We weten het niet.
Voor een moderne lezer wordt het dan al snel minder interessant.
Niet iedereen zal dus heel enthousiast worden van dit boek dat
op mij wel een heel zorgvuldige indruk maakt.
De schrijver heeft zeker zijn best gedaan zoveel mogelijk van
Justinus, zijn familie, zijn kennissen en de gebeurtenissen
in zijn leven te weten te komen.
Zo bevat het boek bijvoorbeeld een indrukwekkende relatiediagram:

AdriPVanVlietDeBastaardVanOranjePagina210Relatienetwerk

Het netwerk aan relaties van Justinus van Nassau in beeld gebracht op pagina 210 van het boek ‘Bastaard van Oranje’ van Adri P. van Vliet.


Voor mensen die geinteresseerd zijn in de geschiedenis van Breda
is het hoofdstuk over het gouverneurschap (1601 – 1625) zeker
een goed overzicht.

Boek van saa-papier

Kleine stapjes maak ik met mijn boek van saa-papier.
Gisteren ben ik naar een tentoonstelling geweest.
Daarom heb ik gisteren niet aan het boek kunnen werken.

Maar vandaag is het naaiwerk afgerond.
Het eindresultaat is dat het boekblok ingenaaid is en
in de boekenpers zit.
De volgende stap zal zijn de rug te lijmen en van gaas te voorzien.
Wat dan opnieuw in de boekenpers kan.

Ik denk dat ik de hele rug ga inlijmen.
Die lijm zie je straks nauwelijks.
Alles om toch zoveel mogelijk stevigheid aan de rug te geven
terwijl het grootste deel ervan zichtbaar zal blijven.

De rug is mooi recht geworden, het papier is niet beschadigd,
het naaiwerk is misschien geen plaatje maar je zult er straks
toch niets van zien. Het boekblok zit steving in elkaar.

WP_20180325_14_14_50_ProIngenaaid

Het naaiwerk op de rug gezien. Je kunt zien dat ik op een paar plaatsen twee keer door het katern ben gegaan met naald en draad. Daardoor zie je aan de buitenkant de draad lopen. Die draad gebruik ik dan om de volgende katernen aan vast te maken.


WP_20180325_14_18_04_ProInDeBoekenpers

Het boekblok zit in de boekenpers tussen twee stukken hout. De naalden en draden zitten er nog aan.


Saa-papier uit Laos

Ik ben een boek aan het maken met foto’s gemaakt
tijdens onze reis naar Cambodja en Laos.
In Laos kocht ik ‘kaarten’ van saa-papier.
Die ben ik nu aan het inbinden.

WP_20180321_14_13_17_RichDeGaatjesZijnGeprikt

Gisteren eerst de gaatjes geprikt waar de draad door zal gaan.


WP_20180321_14_37_38_RichVooralAanDeBuitenkantWilIkDraadOmStraksTeLijmenAanHetGaas

Te beginnen met het laatste katern ga ik twee aparte naaiwerkjes aanbrengen. Ik wil veel draad aan de buitenkant van de rug zien maar onder de stroken leer (die je nu natuurlijk nog niet ziet). Daar hoop ik dan veel stevigheid aan te kunnen ontlenen voor het boek.


WP_20180321_14_58_23_RichHetValtNietMeeHetSaaPapierMetBlaadjesInBroos

Maar eerlijk gezegd valt het niet mee. Het papier is broos. De blaadjes zijn vaak in het papier verwerkt maar soms liggen ze er bijna op. Die vallen nu spontaan van het papier.


Gelezen. Yvonne Keuls; Zoals ik jou ken, ken je mij

Natuurlijk kende ik Yvonne Keuls van naam.
Ook ‘Jan Rap en zijn maat’ is een boektitel die ik ken.
Maar gelezen, nee ik had nog nooit iets van haar gelezen.
Ik wist dus ook niet dat ze een koloniaal, Indonesische achtergrond heeft.
Dat ze Hella S. Haasse kende was me helemaal onbekend.

Ter gelegenheid van de 100ste geboortedag van Hella S. Haasse
zijn er twee boeken verschenen:
Yvonne Keuls; Zoals ik jou ken, ken je mij
Hella S. Haasse; Ogenblikken in Valois.
Beide boeken ben ik aan het lezen.
Het een lees ik thuis, het andere in de trein.

WP_20180321_09_26_48_ProYvonneKeulsZoalsIkJouKenKenJijMij

Yvonne Keuls, Zoals ik jou ken, ken je mij.


Het is fantastisch dat Yvonne Keuls dit boek heeft geschreven.
Het zijn haar herinneringen van de ontmoetingen en gesprekken
met Hella S. Haasse. Eerst vanuit het perpectief van een fan.
Later als een vriendin of zelfs nog meer:

Dat ‘zustergevoel’ werd versterkt gedurende het jaar dat ik in het opvanghuis werkte. Hella herinnerde me er later aan dat ik in die periode tegen haar gezegd heb: ‘Greetje is mijn enige echte, verloren zuster. Maar jij, Hella, jij bent bijna onmerkbaar voor haar in de plaats gekomen.’

Yvonne Keuls, ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’, pagina 125.

Het beeld dat de meeste mensen van Hella S. Haasse hebben,
(ik heb zo’n beeld in ieder geval, van een rustige,
wat teruggetrokken, ambachtelijke schrijfster)
verbind je niet gauw met drugs, kindermishandeling,
kraakpanden, kindermisbruik, criminaliteit of theatervernieuwing.
Maar door Yvonne Keuls kun je nu die relaties wel leggen.

De man van Hella S. Haasse, Jan van Lelyveld, was een rechter die
vervroegd met pensioen zou gaan vanwege het feit dat er op de
rechtbank Den Haag dingen gebeurde die hij niet met zijn gevoel
van recht kon verenigen.
Daar waar Jan geruchten hoorde over collega-rechters. sprak
Yvonne Keuls met jongeren die misbruikt werden:

Bij justitie sloeg de paniek toe. Men begon daar meteen te ontkennen toen de kranten om een reactie vroegen. Woordvoerder mr. J.J.H. Suyver, voormalig officier van justitie in Den Haag, verklaarde niets te weten over een pedofiele kinderrechter. ‘Of het zou de pedofiele kinderrechter uit de zaak-Koos H. moeten zijn.’ Aha, er zijn er dus twee, dacht ik, en ik maakte meteen een aantekening. Mr. Suyver werd teruggefloten, hij had kennelijk te veel gezegd, en er kwam een andere woordvoerder, officier van justitie mr. De Wit. (Suyver en De Wit, de namen alleen al, twee heren die justitie schoon moesten poetsen.) Mr. De Wit moest de volgende dag toegeven dat er wel degelijk een kinderrechter was die pedofiele contacten onderhield met jonge delinquenten.

Yvonne Keuls, ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’, pagina 222-223.

Het boek is erg prettig om te lezen: korte hoofdstukken, vlotte stijl
en een mengsel van avontuur, televisie, mannenwereld-vrouwenwereld,
drama, Indie, familie en haar liefdevolle beschrijving van Hella S. Haasse.

Grappig is ook dat het andere boek (Hella S. Haasse; Ogenblikken in Valois.)
kort genoemd wordt.
Maar daar kom ik nog wel op terug als er een blogje volgt over dat boek.

Er wordt nog een theorie over een boek van Haasse verteld:

Het was het moment -zo in het halfdonker- om Hella’s nieuwe roman De wegen der verbeelding met elkaar te bespreken. ….. Maja, de hoofdpersoon krijgt een lift van vrachtwagenchauffeur Joop, de man ‘met verbeelding’ Hij inspireert haar door haar verhalen te vertellen die zij opschrijft en vervolgens weer doorgeeft aan haar man die schrijver is, en die op zijn beurt weer in een andere vorm opschrijft… Het eeuwig doorgeven van verhalen, zoals ik dat ook kende. Mijn moeder die de verhalen van haar familie, haar volk aan me vertelde, ik die ze opschreef en doorgaf. De een die de ander nodig heeft om het systeem in stand te houden, maar vooral om te gedijen. een symbiose, een soort zwanger zijn van elkaar.

Yvonne Keuls, ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’, pagina 206-207.

Dan voor de liefhebbers.
Op pagina 129 wordt geschreven over thee.
Thee en Indonesie, heel belangrijk.
Hella koopt thee voor de moeder van Yvonne Keuls.
Dat doet ze bij een winkel in den Haag en die blijkt nog steeds te bestaan.
Melatithee, Improc op de Denneweg.

WP_20180321_10_06_36_ProYvonneKeulsZoalsIkJouKenKenJijMijHellaSHaasseOgenblikkenInValois

Hella S. Haasse, ‘Ogenblikken in Valois’ en ‘Zoals ik jou ken, ken je mij’ van Yvonne Keuls.