Nadat ik eerst een nieuwe gloeilamp gesneden heb, kon ik weer spatten met Ecoline voor het nieuwe ideeënboek. De granulariteit (verschillende groottes) van de spatten vind ik mooi. Inclusief de druppels.
Categorie archief: Boeken
Spatten voor ideeënboek
Vandaag ben ik nog even verder gegaan
met mijn ideeënboek.
Deze keer met een lampje als symbool voor een idee.
bij deze versie wil ik het idee van lichtstralen maken door enkele zones met geel aan te zetten. Hier zie je de sjablonen op het werk liggen. Nu nog spatten.
Het resultaat. Drie of meer kleuren.
Hier heb ik de sjabloon bewust buiten het frame gelegd. Het levert een positieve lamp op.
Dan het negatieve sjabloon er een beetje naast de eerste afbeelding over gelegd en dan nog een keer spatten. Maar dan met een tweede kleur. Hier nog in mijn spatraam.
Hier het resultaat zonder spatraam.
Ook eens een eenvoudige positieve afbeelding met een kleur.
In mijn vorige blog had ik het over een soort Moiré-effect. Nou hier zie je hopelijk dat hoe dun de draden van het net ook waren, je daar toch iets van ziet.
De oogst van deze middag.
Spatten voor ideeënboek
Eureka.
Een van de projecten waar ik aan werk is een ideeënboek.
Een boek waar ik mijn boekbind-ideeën in kan opschrijven.
Ieder blad wil ik voorzien van een spatwerk met een verwijzing
naar ideeën.
Dus na de uitroeptekens nu het woord ‘Eureka’.
Het spatwerk moet niet te donker worden of te dicht gespat. Dan kun je er moeilijk op schrijven denk ik. Hier ben ik nog geholpen met een herfstblad.
Vorige keer was de EU van ‘Eureka’ al te zien. Vandaag de ‘RE’.
Dit is een netje van iets. Ik weet niet meer waarvan. Van sinaasappelen zal het wel niet geweest zijn. Eens kijken of dat iets dat met het spatwerk. Kans is groot de dat druppels te klein zijn waardoor het net geen sporen achterlaat.We gaan het proberen.
Zo ziet het er uit voor het net eraf gaat. Een foto van het eindresultaat heb ik niet maar het spatwerk krijgt een soort Moiré-effect. Maar heel erg veel zie je er niet van. Ben benieuwd wat er van overblijft als de ecoline droog is.
Wikipedia:
Moirépatronen kunnen ontstaan als meerdere gelijksoortige patronen op elkaar geprojecteerd worden, bijvoorbeeld als twee dunne stoffen, zoals zijde of vitrage, die over elkaar heen worden gelegd, maar ook als een reeds gerasterde (kranten)foto nogmaals afgedrukt wordt en daarmee nogmaals gerasterd wordt, of als lijnen op papier of op een computerscherm worden getekend. Doordat de lijnen of punten van de twee rasters op sommige plaatsen naast elkaar staan, op andere plaatsen over elkaar heen vallen, ontstaat een patroon van lichte en donkere banden, die boven op de onderliggende lijnen geprojecteerd lijken. Complexere moirépatronen ontstaan als de lijnen gebogen zijn, of niet volledig parallel. Van moirépatronen wordt gebruikgemaakt in de popart.
Bij het spatten gaat ook wel eens iets mis. Ik had een paar druppels ecoline gemorst op een onderliggende krant. Nu zag ik die vlekken en vond ze mooi kleuren. Nog wat kleuren toegevoegd en nu lijkt het een beetje op een vaas met bloemen. Die ga ik op een van de pagina’s gebruiken.
Tijd om een paar drukken te maken met ‘positieve’ letters.
Antiek- en curiosamarkt tijdelijk verplaatst naar de Willemstraat, Breda
Dat was wel even een verrassing.
In verband met de Kermis die vrijdag begint
is deze week de antiek- en curiosamarkt in de Willemstraat.
Daar staan ook altijd een aantal stands met boeken.
Het is best een leuke plaats voor hen met veel aanloop,
vermoed ik.
Toen ik vanochtend er langs kwam was het te vroeg om
van de kramen te genieten. De kramen waren bijna allemaal nog leeg
en ik had haast om de trein te halen.
Aan het eind van de middag was de markt al bijna helemaal weg.
De eerste verkoper had al een groot deel van zijn koopwaar uitgestald.
Het kan er goed staan. Hoe de kooplui het ervaren hebben weet ik helaas niet.
Gelezen: Het visioen van Constantijn
Het boek van Jona Lendering & Vincent Hunink: Het visioen van Constantijn – Een gebeurtenis die de wereld veranderde.
Keizer Constantijn krijgt aan de vooravond van een belangrijke
veldslag een visioen. De veldslag wordt gewonnen en dit geeft
ruimte voor zijn bekering naar het christendom.
Een stapje of beter gezegd een evolutie in het denken van
deze persoon, Constantijn, heeft grote gevolgen, tot op de
dag van vandaag, voor Europa en de wereld.
Maar hoe verliep dat nou?
Was er een visioen?
Welke feiten hebben we?
Deze en nog veel meer vragen zijn vragen waar historici
steeds maar weer een antwoord op zoeken.
Als voorbeeld kiest Jona Lendering deze gebeurtenis en
in het boek verschijnt een nieuwe vertaling van een van de
belangrijkste bewijsstukken in deze cold case:
Vincent Hunink maakte de nieuwe vertaling van ‘De lofrede van 310’.
De lofrede is afkomstig uit een verzameling verhalen die
Panegyrici Latini heet (Latijnse lofredes).
De verzameling bestaat uit 12 lofredes die tegen het eind van
de vierde eeuw bij elkaar zijn gebracht met als doel
ze te gebruiken in het onderwijs.
Het lijkt misschien ingewikkeld maar het is een heel leesbaar boek
dat ik met veel plezier en interesse gelezen heb.
Voor mij heeft het een aantal stilzwijgende aannames die ik
voor mezelf had ontwikkeld, verder bevestigd.
Mocht je eens een gevoel willen krijgen voor de schrijfstijl
en redeneertrend, bezoek dan bijvoorbeeld zijn website
Mainzer Beobachter.
Spetteren op een boek
Het gaat mij om het spatten met ecoline
op de bladzijdes van het ideeënboek dat ik ga maken.
Ik wil op iedere pagina iets tonen dat met (be)denken te maken heeft.
Het eerste ontwerp was dat van een serie uitroeptekens.
Het tweede ontwerp gaat om ‘eureka’, de mythische uitroep
bij het bedenken/uitvinden van iets.
De onderplaat op een hanteerbare maat gezaagd. Toen moesten de sjablonen wel opnieuw op de ondergrond geprikt worden.
Tussenstand tijdens het spatten.
Het eindresultaat.
Door de sjablonen zo op het papier te leggen en dan er over te spatten krijg je ‘negatieve’ letters. De letters worden uitgespaard uit het kleurbeeld.
Maar als je de lettertekens voorzichtig hebt uitgesneden kun je ook ‘positieve’ lettertekens spatten. Dat ben ik hierboven rechts aan het doen.
Het proces herhalen met de tekst Eureka.
Nescio
Vrijdagavond heb ik het boek uit de boekenpers gehaald.
De rug is mooi geworden.
Zo kwam het boek uit de pers.
En zaterdagochtend heb ik het boek schoongesneden. Dat viel niet mee vanwege de artikelen die ik mee ingebonden heb. Als je het boek niet wilt schoonsnijden voor dat je de rug naait en lijmt is het moeilijk een mooi gesneden boek over te houden. Snij je het boek nadat de rug is genaaid en gelijmd dan moet je er beter dan in dit voorbeeld voor zorgen dat de bladen met de artikelen de hele oppervlakte van het boek beslaan en dat er geen extra ruimte in de rug is ontstaan. Als je er extra ruimte in laat zoals in mijn voorbeeld, dan schuiven pagina’s weg van het mes bij het snijden en is het boek ongelijk. In dit voorbeeld is het niet te erg. Met de hand nog een beetje gecorrigeerd.
Werkbank ingericht om te spatten
Het ideeënboek dat ik ga maken, maak ik van afvalpapier
van een ander boek. Iedere pagina ga ik bespatten met
voorstellingen die iets met ideeën te maken hebben.
Ik begin met een groepje uitroeptekens.
Eerst negatief, later ook nog een positieve afdruk.
Maar voor ik kan gaan spatten heb ik eerst
mijn werkbank voorbereid. Dan zit straks tenminste niet alles
onder spatten ecoline.
Daarnaast heb ik soort spatraam bedacht waardoor
iedere pagina dezelfde marges gaat krijgen.
Tenminste, dat is de bedoeling.
Een spatraam van een oude krant en wat plakband. De ondergrond een stuk hout (nog te groot). Markeringen op de ondergrond voor de positie van het papier dat vervolgens vastgezet is. Daar omheen veel krantenpapier. Nu kan het spatten beginnen. De tandenborstel ligt al klaar.
Schutblad, lijmen in boekenpers, gaas aanbrengen
Weer een tijd bezig geweest met Nescio. Het boek met de drie verhalen heb ik uit de pers gehaald. De schutbladen gelijmd en aangebracht. De lijnen waarlangs ik straks het boek ga schoonsnijden overgenomen op het schutblad. Vervolgens de rug ingelijmd terwijl het boek in de boekenpers zat.
Het droogt allemaal heel snel vandaag. Dus ik heb maar gelijk het gaas op de rug gelijmd. Het geheel zit nu boekenpers om goed te drogen. Nu kan ik aan de band beginnen.
Nescio in de boekenpers
Vanmiddag het naaien van het boekblok afgemaakt.
Vooral het naaien van de pagina’s met gevouwen bladen
valt niet mee. Maar uiteindelijk is het wel gelukt.
Nu zit het boek in de pers en dan kan het woensdag of zo
gelijmd worden.
Nescio: De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje. Aan de zijkant is goed te zien dat de ruimte die je in de rug maakt om de gevouwen bladzijdes op te vangen wel erg nauw let. Ik ben er te snel van uitgegaan dat dit wel goed komt.
Spoedcursus Nescio: inbinden gevouwen bladzijdes
De maat van de spoedcursus Nescio uit het Volkskrant boekenbijlage Sir Edmund komt niet overeen met de maten van het boek waar ik het artikel wil inbinden. Dat is ook het geval met de kopie die ik van het artikel heb gemaakt. Daarom moet ik die bladen opvouwen. Daardoor vragen ze meer ruimte in de rug dan een reguliere bladzijde. Daarom plak ik de bladen op een drager die van dikker bamboepapier is gemaakt. Dan kan ik de bladen mee inbinden en toch voldoende ruimte in de rug maken om het een mooi boek te maken.
Hier zie je hoe de eerste drager wordt meegebonden.
Nog niet alle katernen zijn ingenaaid. Maar ik had er al weer voldoende tijd aan besteed vandaag. Daarom gaat het boek zo nog even in de boekenpers. Een beetje ongewoon maar met die gevouwen vellen denk ik wel een goed idee.
De blokjes van Nescio
Dit is een foto van de titelpagina van het boek dat ik ga inbinden. Het is van Nescio en bevat drie verhalen: De uitvreter, Titaantjes en Dichtertje. Je ziet de blokjes in het drukwerk. Die waren voor mij het uitgangspunt voor het maken van de band. De ontwerpen waren hier al te zien. Je kunt zien dat dit nog een los katern is op een planovel (het moet straks nog los gesneden worden).
Ik ga de losse katernen inbinden met twee versies van de spoedcursus ‘Nescio’ die onlangs in de Volkskrant stond. Twee versies: de originele pagina’s (op de foto rechts en open geslagen) en de ingescande en verkleinde pagina’s die ik daarna wat opgeschoond en geprint heb (op de foto links en dicht gevouwen). De originele pagina’s zijn wat aan de grote kant en bovendien krantenpapier is niet zo sterk. Deze extra pagina’s worden gevouwen en om ze mee te binden is iedere pagina op een kleine, dubbelgevouwen ondersteuning geplakt. Dan kunnen ze mee genaaid worden. Hopelijk gaat het dan straks goed bij het snijden van het boekblok.
Ga een ideeënboek maken
Een van de volgende projecten wordt een ideeënboek.
Een boek waar ik mijn ideeën in kan opschrijven of uittekenen.
Het gebeurt nog al eens dat ik een idee heb maar dan ook weer
net zo snel kwijt raak.
De pagina’s in het boek ga ik voorzien van spatwerk.
Daarvoor heb ik gisteren een aantal uitroeptekens uitgesneden.
Beide reeksen van vormen kan ik gebruiken bij het spatten
met ecoline: de uitgesneden lettertekens maar ook
de uitgespaarde ruimtes in het papier.
Ik heb bamboepapier gebruikt, lekker stevig en sterk.
Boekbandontwerp
Op mijn PC heb ik een aantal eenvoudige
boekband ontwerpen gemaakt voor Nescio:
Kale tekst, in puzzelformat.
Puzzelformat met blokjes. De blokjes, zwarte, volledig gevuld, staan in het boekblok. Daarop doorgeborduurd kwam ik op puzzel en blokjes.
Blokjes met gekleurde randen.
Een volledig gekleurd blokje.
Gekleurde blokjes met zwarte diagonalen.
Alle blokjes volledig gekleurd.
Nu nog kiezen.
de Gezellen van het woord
Het boek dat ik net gelezen heb is:
Hella S. Haasse
De wegen der verbeelding
Een verhaal dat vrij onschuldig begint:
een man en vrouw ontmoeten elkaar,
krijgen eerder dan verwacht kinderen
waardoor hun rollen veranderen en ook
hun relatie tot elkaar.
Omstandigheden stellen hun in staat
op vakantie te gaan in Frankrijk.
Uiteindelijk blijken er parallellen
te lopen tussen hun leven en de literaire
ontmoetingen daarin aan de ene kant en
de Griekse mythologie.
Zij lazen ook veel, hun wereld bestond uit bedrukt papier, uit geschreven en gesproken meningen, beschouwingen, overwegingen.
In de literatuur van hun voorkeur speurden zijn naar het tegendeel van fictie.
‘Poëzie is de meest integere vorm van informatie,’ zie Klaas, die vond dat er niets ging boven hermetisch verborgen waarheid.
Maja geloofde dat ook op een minder verheven peil een weergave van werkelijkheid mogelijk was die het predicaat ‘waarachtig’ verdiende.
Zij hadden voor het paar dat zij samen vormden een naam bedacht: de Gezellen van het woord.
Klaas hoopte ooit een tijdschrift op te richten dat zo zou heten.
Pagina 16.
Dan maak ik een hele sprong in het boek.
Jullie moeten een reden houden om het boek zelf te gaan leven.
Klaas doet een literaire ontdekking.
In de eerste fasen overheersen associaties met kalme kleurharmonieën, blauw, groen, violet, en met aan wind en water verwante vloeiende bewegingen, later is alles rood, zwart. vurig: gloeiende lava, vuur onder as, smeulend gesteente, orkaan en cycloon, vloedgolf, een kosmisch geweld, dat echter in het morgenlicht na het ontwaken slechts verbeelding blijkt te zijn, evenals de transparante klaarte en koelte van het begin.
Pagina 82 – 83.
Dan lijkt het er op dat Haasse ons aanwijzingen geeft
hoe haar boek gelezen moet worden.
Of verbeeld ik me nu te veel?
Aantal en lengte van de versregels zijn uitermate gevarieerd, alle denkbare mogelijkheden van rijmschikking en strofebouw komen aan bod, en het resultaat is toverachtig caleidoscopisch.
De lezer ontdekt steeds nieuwe verbanden, zowel waar het de betekenis als de klankkleur en de visuele suggestie van de woorden betreft.
Ik wil gedicht na gedicht, strofe na strofe, aandachtig – letterlijk op de versvoet – volgen, trachten de ongehoorde rijkdom van deze poezie zoal niet bloot te leggen (ik durf niet te beweren dat ik die in heel haar gelaagdheid doorzie), dan toch te signaleren…’
Hella S. Haasse, De wegen der verbeelding.
Pagina 82.
Misschien wil ik er te veel in lezen, maar de tekst vind ik gewoon mooi.
Ook Maja komt met bijzondere verhalen in contact.
De herinnering aan die gewaarwordingen gaf nu kleur aan haar versie van Joops verhaal.
De eenzaamheid van de nachtelijke rit, met die twee passagiers, die zij zich gaandeweg was gaan voorstellen als een soort van grote insecten, wandelende takken, beklemde haar terwijl ze schreef.
Zij dacht te voelen wat Hoop volgens zijn zeggen gevoeld had: een zuigkracht vanuit de duisternis, een krankzinnige aandrang om zich tegen de bomen te platter te rijden.
‘Verbeelde hij het maar, of dreigde hij werkelijk de macht over het stuur te verliezen?
Pagina 89.
Een soort ‘Stille kracht’.
Op pagina 95 wordt het zo letterlijk genoemd:
Zij is er als een stille kracht, die rondwaart door huis en tuin, als iets dat in wezen vijandig is aan wat de dichter bezielt, iets dat hij tracht te bezweren, onschadelijk te maken, door de omgeving waarin zij dagelijks bezig is, de voorwerpen die zij hanteert, op zijn manier onder woorden te brengen , een andere functie te geven dan die welke haar aangaat.
Haar louter materiële wereld wordt zo zijn geestelijk voertuig.
Lege eierdoppen, aardappelschillen in de gootsteen, een weerbarstige plant in de serre, die dood wil gaan ondanks nooit aflatende aandacht (van haar kant), het spiegelbeeld van de kamer in de met bijenwas glanzend gewreven kastdeuren, een in haast gelezen, slordig “ontbladerde” en neergeworpen krant, stuk voor stuk tekens van een gekweld bestaan, dat moeizaam naar wedergeboorte, verlossing, toe groeit…’
Intussen verschijnt de ‘verbeelding’ op verschillende manieren in het boek.
In gedachten speelde zij een geliefkoosd spel: zij moest een huis inrichten, een ander, ruimer, huis dan haar landarbeiderwoninkje, en kon zich uit een welvoorziene spaarpot aanschaffen wat zij mooi vond.
Om de zitkamer van haar verbeelding, reeds ingericht met een blauw fluwelen sofa, empirestoelen, een wortelnoten commode met koperbeslag, te vervolmaken zocht zij naar passende wandversiering.
In een zaak ontdekte zij tussen gravures en aquarellen een paar iconen, in hun dofgouden Byzantijnse pracht als verdwaald te midden van victoriana.
Pagina 98.
Of zoals in het volgende manuscript:
De eerste “Morgenliederen voor Eva” heb ik in die jaren geschreven.
Het was mijn voorstelling, mijn verbeelding van de liefde tussen man en vrouw.
Pagina 137.
Of in het derde gedicht:
Soms voelde ik mezelf als een van de twee, nu eens de een, dan weer de ander.
Dan zag ik mijzelf zoals zij mij zagen.
Vaak leek het alsof ik meer was dan de som van ons drieën.
Dat zijn raadsels die niemand kan oplossen.
Ik geloof niet dat u de poezie kunt verklaren uit het leven van B. Mork.
Misschien zijn die verbeeldingen het eigenlijke leven geweest.
Pagina 138.
Dan volgt voor mij op pagina 139 tot 141 de sleutelpassage.
In dat stuk komt heel veel bij elkaar.
Daarom neem ik dat stuk tekst niet in zijn geheel op.
Hella S. Haasse, De wegen der verbeelding: pagina 140 – 141.
De volgende tekst van Wikipedia helpt misschien wel
om dit deel beter te begrijpen:
Aristaios is een figuur uit de Griekse mythologie.
Aristaios is een satyr en zoon van Apollo en de nimf Kyrene.Zijn bekendste optreden is wellicht in de mythe van Orpheus, waarin hij de mooiste waternimf Eurydice belaagt en opjaagt, met als gevolg dat ze in haar vlucht op een slang trapt die haar een dodelijke beet toebrengt.
Hierop nemen de andere nimfen wraak.
Ze straffen Aristaios, die imker was, door al zijn bijen te doden.
Aristaios kon niet verklaren waarom zijn bijen plots stierven, en zijn moeder stelde voor bij Proteus te rade te gaan.
Hier komt Aristaios te weten dat het een straf is voor zijn poging tot aanranding van de nimf Eurydice.
Als boete zal hij vier koeien, vier stieren, een kalf en bloemen moeten offeren aan de goden.
Negen dagen na het offer groeiden uit de kadavers van die runderen nieuwe bijenzwermen.
Een mooie bespreking van het boek vond ik hier.
Deze bespreking geeft wel veel details weg.
Ik ben blij dat ik hem achteraf gelezen heb.
Soms kan Hella S. Hasse ook venijnig schrijven:
Het was alsof hij op een ijsschots dreef in die kamer met gebloemd behang, gebloemde gordijnen, gebloemde tapijtjes, vazen en andere ornamenten van gebloemd aardewerk, platen van bloemen aan de muur.
Echte bloemen stonden er niet.
Pagina 142.
Het einde van het boek is mooi.
Typisch Haasse:
In de groenblauwe hemel werd de sikkel van de wassende maan zichtbaar.
Op de snelweg, parallel aan de spoorbaan, had het verkeer de koplampen ontstoken.
Boven de personenauto’s, die als lage, gestroomlijnde, stalzoekende dieren langszoefden, torenden kalmer, maar onweerhoudbaar opstomend, de zware trucks-met-oplegger, gekroond, behangen met witte lichten voor en rode lampjes en reflectoren aan zij- en achterkant.
Die in de schemering grauwe gevaarten maakten niet de indruk huiswaarts te keren: vol bedwongen kracht bewogen zij zich voort, de ondergegane zon achterna, of – in groteren getale, zo leek het – naar het oosten, de nacht.
Pagina 149.
In het boek vond ik achterin de volgende titel over Haasse:
Lisa Kuitert & Mirjam Rotenstreich (red.),
Een doolhof van relaties (Oerboek, 2002).
Dat heb ik deze week gekocht en bespreek ik misschien binnenkort hier.
Volgende boek: De Uitvreter, Titaantjes en Dichtertje
Het volgende boek dat ik ga inbinden is De Uitvreter, Titaantjes en Dichtertje
van Nescio. Ik ben vandaag bezig geweest met ideeën voor de boekband.
Inderdaad dit is niet helemaal goed. Het moet zijn: ‘Ik weet niet’. Komt beter uit met de kleuren.
Dit is een ander idee. De blokjes staan ook op de pagina’s van het boekblok. Misschien in kleur?
Niet uit de band springen maar in de band zetten
Het boekblok met het recente interview met Maarten ’t Hart is vandaag in de band gezet. Het boek ligt nu in de pers te drogen.
Gelezen: Telefoon voor de heer Mulisch
Dit erg leuke boek van Stijn Aerden over Harry Mulisch
heb ik net gelezen.
Het boek is verdeeld in 21 stukken die heel karakteristiek
voor Mulisch waren en aan de hand waarvan een beeld
van zijn leven en avonturen wordt gegeven.
Zo zijn er stukken over ‘Zijn pijp’, ‘Zijn Haarlem’,
‘Zijn boekenbal’, ‘Zijn Leidseplein’, ‘Zijn teckels’,
‘Zijn neus’ en bijvoorbeeld ‘Zijn Herenclub’.
De goede en slechtere eigenschappen van de schrijver
worden niet gespaard.
Het leukste verhaal is misschien wel dat van de titel.
Als je het niet kent lees dan zeker dit boek.
Ik kies twee andere korte fragmenten.
Stijn Aerden, Telefoon voor de heer Mulisch.
De keer dat ze er samen waren, Donner en Mulisch, wist Mulisch zijn vriend nog uit de cel te praten, nadat deze op een Tinguely-tentoonstelling een van de objecten met een onhandige Obelix-tikje uit elkaar had…getinguelied.
Pagina 165, uit het hoofdstuk ‘Zijn vriend’.
‘Een schrijver, denkt men, is iemand die gemakkelijker schrijft dan andere mensen.’ zei hij. Maar het tegendeel is waar: ‘Iedereen schrijft gemakkelijker dan schrijvers. ….. ‘Gekweld zoek ik dan naar een zin, en als ik hem eenmaal heb neergeschreven, blijkt hij vaak niet te lopen. Schrijven, dat is bijna niet kunnen schrijven.’
Pagina 188, uit het hoofdstuk ‘Zijn vulpen’.
Weer een stapje verder: www.maakjeeigenboek.nl
Afgelopen zondag toch ook nog even naar
mijn werkplaats geweest om verder te werken aan mijn eerste
boek met het doe-het-zelf pakket van www.maakjeeigenboek.nl
Het boekblok lag onder bezwaar. Daarvan heb ik de voorzijde
toch maar even in de snijmachine gedaan en er een paar millimeter afgesneden.
Vervolgens had ik thuis de voor- en achterkant nog even opnieuw
geprint. Daarna uitgesneden en bevestigd.
Dat ziet er dan zo uit:
Ik heb de rug gelaten zoals die was. De afbeelding voor de voorkant heb ik alleen op het karton geplakt. Daarvoor wel eerst goed gepast en gemeten hoe groot het moet worden en daarna pas gesneden. Eerst uitgeprobeerd met een dun vel papier uit de printer (80 grams) en pas daarna gesneden uit de bijgeleverde vellen van 120 gram. Dan is het nu tijd voor de achterkant.
Het boekblok is goed gedroogd onder bezwaar.
Nu ligt de hele boekband onder bezwaar. Kan hij goed strak opdrogen. Dit papiergewicht laat zich trouwens best goed verwerken.
Maak je eigen boek: Maarten ’t Hart interview
Het leuke aan de aanpak van Maak je eigen boek.nl is dat het
proces van bedenken en maken van een boek kort wordt toegelicht.
Daar moet je dan wel zelf actie voor ondernemen.
Het doe-het-zelf pakket richt zich op het in elkaar zetten
van een boek.
Maar die eerste stappen zijn net zo belangrijk.
Omdat ik geen schrijver ben steel ik vaak de tekst
van mensen die wel kunnen schrijven.
Dus in dit geval gebruik ik een interview dat een paar weken geleden
(24 maart 2018) verscheen in het Volkskrant Magazine.
De tekst is van Nathalie Huigsloot.
De foto’s zijn van Gerard Wessel.
’t Hart spreekt me als persoon wel aan omdat hij het leven van een
randfiguur ambieert. Net als een van zijn oude bekenden
de kunstenaar Anton Heyboer.
Van ’t Hart heb ik nog nooit een boek gelezen, ik heb er wel twee.
Dus wie weet.
Dit is het Volkskrant Magazine artikel dat ik digitaal uit elkaar gehaald heb. Het is te kort voor de beoogde 32 pagina’s. Met pijn en moeite worden het twee katernen: 16 pagina’s. Die vul ik dan aan met 2 blanco katernen om tot de goede omvang te komen.
Dit is de bijgeleverde basis van de boekband.
Deze foto’s wil ik om de boekband hebben maar ik heb ze te klein geprint. Dus dat moet opnieuw. Geeft me gelijk de kans om het op het bijgeleverde papier te printen. Dat papier is zwaarder dan het papier wat normaal in mijn printer zit.
Het eerste katern had ik de dag ervoor al gevouwen. Het tweede katern nog niet.
Katern 3 en 4 moeten nog gevouwen worden en dat is ook het geval met de schutbladeren.
Even passen. Ik zie la wel dat je nog zo nauwkeurig kunt vouwen als je wil, er zitten toch altijd kleine verschillen in. De volgende keer zal ik het boekblok toch snijden voordat ik kapitaalband aanbreng.
De toelichting geeft aan maar een katern te markeren met de plaatsen waar straks het garen komt. Ik vind het prettiger de katernen voor te prikken.
Even een boekje prikken.
De handleiding vermeldt niet hoe lang je het garen moet maken om met een draad het boek te kunnen binden. Moeilijk is dat niet te bepalen maar als je dat niet eerder gedaan hebt is dat misschien moeilijk. Je neemt het aantal katernen (4) en je meet de afstand tussen de uiterste naaigaten (rond die afstand naar boven af, in dit geval rond ik 18 af naar 20 cm). Tel daarbij 2 keer 10 centimeter als begin en eind om de knoopjes goed te kunnen leggen. Het komt van neer op (4×20) + 20= 1 meter.
Ingebonden met naailintjes. Het garen dat bij het pakket is geleverd is dun en gewoon garen. Het werkt wel maar je moet goed opletten op het ineen draaien van de draad en de draad gaat eenvoudig uit de naald of uit de gaten in het boekblok.
Ingebonden. Het lijmen van de lintjes en het materiaal voor de rug kan beginnen.
De rest volgt later.
Nu ligt het boekblok onder bezwaar (een zwaar boek)
om mooi vlak op te drogen.































































