Het vervolg van gisteren.
Alle stukken in deze twee berichten zijn gemaakt op basis van
drie scans. De eerste zit in het eerste bericht.
De andere twee volgen hier.
Hopelijk heb ik niets overgeslagen van het knipsel.
In een pakket krantenknipsels (mijn pak van Sjaalman) zit
ook onderstaand knipsel.
Waarschijnlijk is het uit 1971, het jaar waarin ‘Huurders en
onderhuurders’ van Hella S. Haasse verscheen.
Het krantenknipsel is uit het Brabants Dagblad (vermoed ik).
Op Delpher kon ik het niet vinden maar misschien heb ik
niet goed genoeg gezocht.
Ik neem het hier op in twee berichten.
Het krantenknipsel is digitaal opgeknipt en daar waar mogelijk
zijn de stukken een beetje afgestoft.
Aan de foto is niets gedaan.
Dit is deel 1.
Hieronder een deel van het artikel op basis waarvan
dit bericht is gemaakt.
Vorige maand was ik in Den Haag.
Ik ging even langs de Nationale Bibliotheek.
Ik ervaar het gebouw als erg gesloten maar zelf beweren ze
dat ze heel open zijn. Dus ik probeer iedere keer weer te
zien waar ze dan zo open zijn.
Deze keer heb ik er koffie gedronken en heb de tentoonstelling
‘Op de kaart’ bezocht.
Vreemd genoeg heeft het Alard Pierson museum in Amsterdam,
gelijktijdig, een tentoonstelling met bijna dezelfde titel.
De twee tentoonstellingen kunnen niet meer van elkaar verschillen.
Zouden die mensen niet met elkaar spreken?
In Amsterdam is iedere vierkante centimeter benut om nog
een interessante kaart te tonen.
In Den Haag is de grote ruimte bezet door een paar eilanden
met een gelimiteerd aantal kaarten.
Op hun website kan ik niets over de tentoonstelling vinden.
Beide tentoonstellingen zijn de moeite waard om te bezoeken.
De schrijver van dit reisverslag is een heel interessant figuur. Zoek het maar eens op. Reisverslag door Dirk van Hagendorp, 1823. Dat touwtje als boekenlegger/leeslint trok meteen mijn aandacht.
‘Men heeft in Vriesland veel voetpaden, doch de boeren weeten er geen dan die om hun dorp zijn. Men dient dus in alle dorpen naar de weg te vragen.’
Nog een reisverslag in een mooi handschrift. Dat is te lezen lijkt me.
Het gaat over Afrika, meer precies Het Koninkrijk Mutapa. Monomotapa was een koninkrijk tussen de rivieren Zambezi en Limpopo in het tegenwoordige Zimbabwe en Mozambique. Het werd bevolkt door de Shona. Het betreft het verslag van de zoektocht van Johannes Monna en Leendert Spruit naar Monomotapa, 1728.
Dit is een heel andere kaart. Niet gemaakt door westerse kaartenmakers. Deze kaart betreft Indië, het district Selotiga op Java. Werkelijk een kunstwerk. Maker onbekend, Tinkir en omgeving, 15 april 1825.
De volgende foto’s zijn van een heel belangrijk stuk geschiedschrijving.
Een zeekaart van het WIC voor de handel in slaafgemaakten.
Maar het is ook een mooie kaart.
A Jacobsz, West Indische Paskaert, 1650. WIC zeekaart voor de handel in slaafgemaakten.
Mr. Floris Balthasar, Kaartboek Hoogheemraadschappen Rijnland, Delfland en Schieland, 1611.
Olivia Ettema, Muurbloemen, Mixed media, geinspireerd door de Flora Batava, 1800 – 1934.
Zoals ik al eerder aangaf dacht ik in het begin dat de
uitvoering van Roodkapje veel weg had van een bouwdoos:
alles mooi voorbereid.
Alles was mooi voorbereid maar ik had moeten blijven
passen en meten. En ik heb onvoldoende gemeten.
Maar goed ik wilde wel het boek ‘redden’.
Vandaar wat extra hulp bij de omslagen.
Maar nu was het tijd de omslag af te maken.
Hier moeten de omslagen nog gelijmd en om geslagen worden. Het resultaat is toen onder bezwaar gegaan om goed te drogen.
Dat leverde deze (nog lege) boekband op.
Uiteindelijk wilde ik zien hoe de boekband er uit zag om te bepalen hoe ik het boekblok zou gaan snijden. Had ik eerst het boekband gesneden, daarna eventueel de platten op maat gemaakt met een smallere kneep, dan had de boekbekleding gepast. Maar dat kun je achteraf niet meer aanpassen.
Hier gebeurt veel: het boekblok is gesneden, aan een kant al gelijmd in de band, keukenpapier geplaatst tussen het schublad achter om het vocht niet in het boek te laten trekken, het karton geplaatst bij De lotgevallen van Roodkapje (het kleine boekje) om de moet te voorkomen, dan het keukenpapier plaatsen aan de voorkant, lijmen en de band sluiten. Dat gaat dan 24 uur in de boekenpers.
Het resultaat: Roodkapje van Anneke de Groot, uitgegeven door Uitgeverij Boekblok.
Hele leuke schutbladen.
Het titelblad.
Het kleine boekje: ‘Lotgevallen van Roodkapje’in het midden van het boek.
Wat heb ik geleerd:
= werk van binnen naar buiten
= vertrouw de afmetingen nooit
= 7 mm is veel voor een kneep in een smal boek als dit
= pas op met papieren bekleding (werk nauwkeurig en schoon)
Met de post kwam mijn nieuwste boek:
‘De foto vn Leo’, een uitgave van de Carmiggeltvrienden.
Zij hebben onderzoek gedaan naar de oudste publicatie van
Simon Carmiggelt en vonden een verhaal met als titel
‘De foto van Leo’. Het verscheen op maandag 24 november 1930
in het Nieuwsblad van het Zuiden.
Als je mijn leeftijd hebt dan is de kans groot dat
bij de naam Simon Carmiggelt meteen ‘In a Sentimental Mood’
in je hoofd hoort. De jazz standard van Duke Ellington.
Ook als ik een tekst van Carmiggelt lees, dan hoor ik hem
die tekst uitspreken zoals hij zijn korte verhalen
voorlas op televisie.
Vandaag ontving ik mijn exemplaar van ‘De foto vn Leo’ van S. Carmiggelt. Voor het eerst verschenen in het Nieuwsblad van het Zuiden. Zorgvuldig gevouwen in een stuk pakpapier en vervolgens opgestuurd in een envelop met zes postzegels. Als je nog niet in een sentimenteel/nostalgische stemming bent, word je het wel.
Vooral het einde van het verhaal is zo echt Carmiggelt.
Carmiggelt maakt ruimte in zijn schrijven voor de stiltes die
zich in het echte leven vaak voordoen:
“….Meneer is goed voor me en ik hoop m’n hoofd hier nog eens neer te leggen.” De oude tuinman zweeg. Hij had zijn verhaal verteld. Om ons heen slierten de bladeren. “t Wordt al weer frisser”, zei hij na een lange stilte. En toen harkte hij weer door.
Als Carmiggelt het verhaal zou voorlezen dan zou je bij
deze regels het verhaal tot stilstand horen komen.
De vorige keer heb ik laten zien dat ik de bekleding
voor de boekband op maat gesneden heb.
Dat kan wel eens niet helemaal de bedoeling zijn
geweest. Aan de platten had ik niets gedaan en
die maten komen overeen met de opgegeven buitenmaten
van het boek.
Hoe dan ook…
Als ik de basis voor de boekband op de bekleding leg dan steekt er maar weinig over van de bekleding. Als ik die zo vastlijm dan past het misschien net maar dan moeten de schutbladen groter zijn dan het boekblok. Daarvoor heb ik niet echt een goede methode voorhanden. Ik ben gewend de schutbladen te bevestigen op het boekblok en dat dan in een keer op maat te snijden. Om dat te kunnen doen bouw ik een voorzorgmaatregel in: een extra strookje papier.
Het strookje snij ik van het snijafval van de bekleding en is hoofdzakelijk wit met een klein randje van de afbeelding.
Dat stukje afbeelding laat ik over de rand uitsteken en lijm het dan op de rand vast. Op deze manier wil ik voorkomen dat ergens het grijs van de platten straks zichtbaar wordt.
De extra randen zijn bevestigd. Nu de bekleding op de basis lijmen en dan kan dat een tijdje onder bezwaar.
Na drogen is dit dan de boekband voor Roodkapje van Anneke de Groot, Uitgeverij Boekblok.
Dit is dan de binnenkant. Het probleem nu is dat als ik het boekblok snijd langs de snijmarkeringen het boekblok te klein zal zijn om de volledige grijze ruimte van de boekband te vullen. Daar moet ik een list op verzinnen. Mijn probleem is dat ik er van uit ging dat het boek een soort van bouwdoos was en dst ik daarom niet steeds alles nagemeten heb. Zien hoe ik dat ga redden…
Redden ga ik het. Het boek heb ik vanmorgen in elkaar gezet.
Het zit nu in de boekenpers.
Hoe dat verliep zie je de volgende keer.
Meestal lopen mijn foto’s in gelijke tred met de werkelijkheid
maar op dit moment lopen de foto’s een beetje achter.
Ik ben al verder dan de foto’s die ik hier laat zien.
Daarom kan ik al laten doorschemeren dat er sprake is van
een dreigende lucht rond het boek Roodkapje van
Uitgeverij Boekblok.
Vandaag schoot me te binnen dat ik misschien de platten op
maat had moeten snijden. Ik ben er vanuit gegaan dat de twee
stukken karton al de juiste afmetingen hebben.
Dat is misschien niet waar.
Na het binden van het boekblok kon ik me gaan toeleggen
op de schutbladen en het gaas.
‘Gecacheerd gaas’, de term kende ik. Ik heb zelfs ooit
gecacheerd gaas gemaakt. Maar the real stuff had ik eerder
niet gezien. Weer wat geleerd.
Gecacheerd gaas is gaas waar een laagje papier op is aangebracht. Ik moet zeggen, het levert een mooiere afwerking op.
Het stuk gaas was naar mijn idee te groot dus heb ik het ingekort en op het gaas afgetekend waar de rug van het boekblok wordt gelijmd. Het gaas, samen met de schutbladen, gaat de verbinding realiseren tussen het boekblok en de boekband.
De boekband is kleiner dan het boekblok maar dat klopt. Het boekblok moet nog op maat gesneden worden (zei hij optimistisch).
Vervolgens ging mijn aandacht uit naar de papieren bekleding van de boekband. Je ziet dat het papier nog een beetje rond staat maar verder is van de opgerolde status niets meer te zien. Na het lijmen trekt dit mooi strak.
In het pakket van Roodkapje zit ook een dunne strook karton. “Te gebruiken bij het afpersen.”, staat bij de opsomming van de onderdelen. Voor wie dat niet weet. ‘Afpersen’ is hier geen criminele activiteit maar het in de pers zetten van het boek om bijvoorbeeld de lijm goed te laten drogen. Daarbij ontstaat er druk op het boek en als de dikte van het boek niet overal gelijk is ontstaan er mogelijk ‘vouwen’ of een ‘moet’. Je ziet dat het karton perfect past naast het kleine boekje en er zo voor zorgt dat de dikte van het boek overal gelijk is.
De papieren bekleding bevat snijmarkeringen: de dunne lijntjes bij iedere hoek van de afbeelding. Ondanks de heel kleine marge die er na het snijden overblijft besloot ik toch de bekleding te snijden langs de snijmarkeringen. Dat had wel wat gevolgen.
Bij het pakket zit ook een streng met naaigaren. Ik ben niet zo gewend om met naaigaren een boek in te binden. Dus een leermoment voor mij. Dan is het idee om de kettingsteek te gebruiken. Die ken ik wel maar ik gebruik hem niet vaak. Ik heb een video opgezocht en vond een video van Sea Lemon. Ze begint met de draad dubbel te vouwen en er een knoop in te leggen. Dat doe ik niet. Ik vermoed dat we de lengte nodig hebben.
Het kleine boekje heeft extra aandacht nodig. Het gat dicht tegen de boven- en onderkant van het boekje kun je makkelijk uitsnijden. Het naaigaren is scherp dus extra opletten.
Uiteindelijk lukte het prima. Het boekblok, in zijn ruwe vorm, is gereed.
De kettingsteek moet ik nog wel eens oefenen op een boek met een bredere rug. Het is een mooie steek, Je maakt bijna een raster van garen tegen en met de losse bladen. Dan is er tijd om aan de rug te werken.
Het stevige stuk kraftpapier is groter dan de hoogte van de rug. Ik heb hem niet ingekost maar het papier om de rug en platten terug gevouwen en glijmd. Hier is het kraftpapier afgetekend om het in de lijm te zetten.
Voor de ruimte tussen de rug en de platten (de voor- en achterkant van de boekband) heb ik op 7 mm gehouden. Je noemt die ruimte de ‘kneep’. Dat is meer dan ik normaal doe. Ik ben benieuwd hoe dat uitvalt.
De versie van Roodkapje van Uitgeverij Boekblok bestaat
uit twee boeken:
= een beschrijving van het ontstaan en de ontwikkeling van
Roodkapje-souvenirs van Anneke de Groot. Met veel foto’s;
= het kleine boekje ‘Lotgevallen van Roodkapje’ van
Uitgeverij D. Allart uit 1860.
Vanwege het verschil in formaat, de papiersoort en
de dikte van ‘Lotgevallen van Roodkapje’ besloot ik dat
boekje eerst eens met de hand op maat te snijden.
Lotgevallen van Roodkapje’ van Uitgeverij D. Allart uit 1860.
Rechtsonder zie je de snijmarkeringen. Als je die volgt dan zal het boeje de juiste afmetingen hebben.
Vervolgens is het ‘grote’ boek aan de beurt. Die ga ik niet meteen snijden. Eerst alle vijf de katernen maar eens prikken zodat ze aan elkaar genaaid kunnen worden om zo het boekblok te vormen. Het kleine boekje wordt meegenaaid (of gebonden).
Ook het grote boek heeft snijmarkeringen.
Voor het kleine boekje is er een extra sterk middenkatern opgenomen. Het is een enkel, groot en dubbel blad waartussen het kleine boekje straks komt. Het papier is mooi stevig.
De papieren prikmal is helemaal op maar voor het grote en kleine boekje. Ik gebruik het in combinatie met het ‘onderstel’ van mijn houten prikmal. Dat hoeft niet. Dat vind ik prettig.
Zo heb ik ook het kleine boekje geprikt. Zie dt de buitenste gaten erg dicht te gen rand zitten. Waarom dat precies is weet ik niet maar het werkt wel. Gewoon voorzichtig zijn bij het naaien.
Een tijdje terug ontving ik deze prospectus. Een aankondiging van het verschijnen van een boek van De Carbolineum Pers met de mogelijkheid het boek te kopen. Dat heb ik gedaan. Deze week kwam het boek en ik heb er al vollop van genoten.
Als ik zou zeggen dat ik een liefhebber van het werk van Hermann Hesse
ben, dan zou ik liegen. Ik ken zijn naam maar wist bijvoorbeeld niet
dat hij een Nobelprijs-winnaar is.
Ik ben wel een liefhebber van de boeken van deze uitgever/drukker.
De boeken zijn steeds heel mooi uitgevoerd en altijd interessant.
De boeken die ik tot nu toe kocht zijn ook steeds in een mooie
doos gestoken. Zo netjes daar kan ik alleen maar van dromen.
Dit is het boek: Hermann Hesse, ‘Wijsheid, deugd en warme sokken’. De vertaling van de gedichten is van Jan-Paul van Spaendonck. De drukkerij/Uitgever is De Carbolineumpers, Kalmthout, 2023. Het boek bevat reproducties van aquarellen die door Hesse gemaakt zijn. Het werk is gedrukt met Goudy Old Style (dus opletten opde diamantvormige punt op bijvoorbeeld de ‘i’ op Hahnemühle geschept papier.
En er is nog veel meer te zien in deze mooie uitgave.
Zo viel me al snel de extra witruimte tussen tekst en de ‘;’ op.
Ik zag het ook bij de ‘:’.
In de tweede strofe: ‘Die ruisend dringt en smacht ;’.
Hier zie je iets vergelijkbaars in de derde strofe: ‘Bang, benauwd en vol van bittere geuren :’.
Dit soort vormelementen begonnen me op te vallen toen ik een
gedicht wilde lezen dat begon met de hoofdletter D.
Het eerste woord is ‘Door’, de tweede regel begin met….
Begint de tweede regel met ‘aalt’ (wat een bestaand Nederlands
woord is dat ik niet kende of geldt de initiaal ‘D’ ook
voor de tweede regel? Daalt?
Met ‘aalt’ snap ik de zin niet.
Daalt is een woord dat vaak terugkomt in dit gedicht.
Dus een bewuste keuze, vermoed ik.
Door t vlechtwerk van het kale bos – Daalt wit uit grauwe lucht de eerste sneeuw.
Hier had de drukker hetzelfde kunnen doen: één initiaal ‘Z’ voor de eerste en tweede regel. Maar daar is nu niet voor gekozen.
In mijn exemplaar heb ik op ten minste twee plaatsen het watermerk van Hahnemühle gevonden.
Een boek is niet zomaar een stuk tekst op pagina’s papier
die aan elkaar gelijmd zijn.
Er is veel te zien in dit boek en dan is er natuurlijk ook
de vertaling nog.
Geschept papier is mooi. Als lezer moet je extra je best doen want het is minder eenvoudig de bladzijde om te slaan maar dat maakt je ook meer bewust van de materialen die gebruikt worden bij het maken van een boek. Overigens is de minder gladde structuur voor de drukker ook een punt dat extra aandacht vragt. Het relief kan het drukwerk onduidelijk maken.
Een aparte vermelding verdient de doos. Mooi uitgevoerd als altijd maar deze keer bekleed met marmerpapier van Baykul Baris Yilmaz. De uitgever legt uit.
‘Hoofd, vergeet nu je gedachten,’ is een zin uit het gedicht
‘Bij het slapen gaan’ (Beim Schlafengehen, 1911).
De afgelopen week heb ik de vijf delen gehoord van
‘Marga Minco leest het Het Bittere Kruid’.
Indrukwekkend.
Ik heb het boek gelezen toen ik op de middelbare school zat.
Maar toen maakte de tekst misschien niet zo veel indruk.
Ik kan het me in ieder geval niet herinneren.
De tekst waar geen woord te veel in zit en die rustig
maar trefzeker de lezer leidt van kwaad tot erger.
Nu heb ik er naar geluisterd.
Als je dat ook wil dan kan dat hier:
“Franks Klassieke Wonderkamer Special:
Marga Minco leest ‘Het bittere kruid’ – een muzikaal luisterboek in 5 delen”
Wie is er bang voor de boze wolf
wie is er bang?“Roodkapje, Roodkapje, Roodkapje
Waar ga je heen?”
“Naar oma, naar oma, naar oma
Al met lijn 1”“Wees je voorzichtig
en kijk je goed uit
De stad is vol gevaren
en met name hier in Zuid
Praat niet met een vreemde
en let goed op je poen
Geen domme dingen doen”“Roodkapje, Roodkapje, Roodkapje
Waar ga je heen?”
“Naar oma, naar oma, naar oma
Dat zeg ik net”“Let goed op de auto’s
en de skateboards op de stoep
Dieven en verkrachters
en trap niet in de poep
Niet spelen met de lift
in grootmoeders flat
Er is pas iemand geplet”“Roodkapje, Roodkapje, Roodkapje
Waar ga je heen?”
“Naar oma, naar oma, naar oma
Ben je doof ofzo?”“Ach moeder, ik zou graag
weer verhuizen uit de stad
Ik vond het vroeger fijner
in dat veilige gat
In het bos daar zat die wolf
Maar je wist wat je er aan had
De stad die ben ik zat”“Roodkapje, Roodkapje, Roodkapje
Waar ga je heen?”
“Naar oma, naar oma, naar oma
Dove!”Wie is er bang voor de boze wolf
Wie is er bang?
Pater Moeskroen
Dit liedje speelt steeds door mijn hoofd als ik aan het
volgende boek denk dat ik ga inbinden: Roodkapje.
Het zijn eigenlijk 2 boeken: het verslag over de verzameling ‘Roodkapjes’
van Anneke de Groot en midden in het boek een soort facsimile
van een oude Nederlandse uitgave van ‘Lotgevallen van Roodkapje’
van Uitgeverij D. Allart uit 1860.
Omdat ik het boek ga inbinden en het al even in losse delen
in de kast ligt heb ik het er vandaag even uitgehaald, om te
zien of het nog compleet is.
Het boek is een uitgave van Uitgeverij Boekblok.
Ja, dus. Van de gekleurde bekleding (opgerold) tot het naaigaren en het kapitaalband. Alleen de bekleding heeft lang opgerold gezeten en dat is straks niet prettig bij het verwerken.
Daarom ligt de bekleding van de boekband in een sandwich tussen het grote boek van Maria Sybilla Merian (in een harde doos) en het boek van Till-Holger Borchert. Dit laatst boek vooral vanwege zijn gewicht. Komende tijd meer.
In eerdere berichten kwamen twee boeken van de Nassaus
aan bod. Maar het derde liet ik hier nog niet zien.
Het is nog wel een spannende ridderroman.
Dit is het derde boek, inbruikleen van de KB, dat te zien is in de tentoonstelling in het Stedelijk Museum Breda. De tekst is tussen ongeveer 1200 en 1252 geschreven door Rudolf von Ems. De titel van het boek is Wilhelm von Orlens. Dit exemplaar is handgeschreven en komt uit Atelier Diebold Lauber. Het boek dat we hier zien is ingebonden door de Eerste Stadhouderlijke Binderij in Den Haag tussen circa 1448 – 1455.
Het Atelier Diebold Lauber was een hele onderneming met vaste schrijvers en illustratoren. Kijk maar eens op internet. Er zijn meerdere Duitstalige websites die de activiteiten en de handschriften beschrijven die we nu nog kennen.
De afbeelding heet trouwens: ‘Wilhelm von Orlens has a conversation with Princess Amelie’.
Korte samenvatting van het boek:
Wilhelm von Orlens
Dit handschrift was van Cimburga van Baden. Zij trouwde in 1468 met Engelbrecht II van Nassau. Als Engelbrecht voor zaken naar Brussel moet of op veldtocht is, zorgt Cimburga voor het Kasteel. En ze leest, vooral ridderromans zoals dezeover de Franse ridder Wilhelm van Orlen (Orleans). Wilhelm wordt verliefd op de Engelse koningsdochter Amelie, maar zij moet trouwen met een andere edelman. Ze vluchten samen en worden allebei gevangengenomen.
Eerdere eigenaren: Catharina van Baden; Zimborg (Cimburga) van Baden; graven van Nassau; prinsen van Oranje-Nassau; Willem IV prins van Oranje en Nassau (1711-1751); Willem V prins van Oranje en Nassau (1748-1806); Stadhouderlijke Bibliotheek, ‘s-Gravenhage; Cleef, P. van, en D. Monnier (veiling, 1749).
Naast nog een paar andere dingen heb ik gisteren de twee reisdagboeken
voor mijn koende vakantie afgerond.
De papieren bekleding – een folder van de reisorganisatie – verschilt een beetje van boek tot boek. De boeken zijn ook anders en zo weet ik precies wat wat is. Maar in de basis is dezelfde afbeelding die op de omslag van beide boeken te zien is.
Het boek dat ik mee ga nemen is (een beetje) dikker, heeft 2 leeslinten en kapitaalband maar geen zakjes verwerkt in de omslag.
Het volgende project is een project van Uitgeverij Boekblok.
De doos met het in te binden boek heb ik al een tijd in huis
maar tot nu toe is het er niet van gekomen met inbinden te beginnen.
Ik heb het nog niet uitvoerig bestudeerd maar volgens mij lijkt
dit project veel op een bouwdoos: meer onderdelen zijn al bij de
tekst aanwezig en er wordt minder beroep gedaan op je creativiteit.
Dat wil niet zeggen dat het niet interessant is want in het in te binden boek
zit nog een boek verstopt.
De komende tijd werk ik aan Roodkapje.
Even moest ik naar de doos zoeken maar vond hem uiteindelijk toch snel.
Vanaf het begin was ik van plan twee reisdagboeken te maken.
Eén voor de verhalen van de voorbereiding en één dat ik
ook werkelijk mee op reis neem.
Met de laatste versie ben ik al even geleden begonnen en
dat boek is intussen af.
Voor het tweede waren de platten en de rug al gesneden maar
hoewel ik al wel aan het schrijven begonnen was,
moet het boek er nog van komen.
Vandaag vorderingen gemaakt.
Het begint met gaten prikken met behulp van de prikmal.
De kartonnen onderdelen van de boekband waren er al. Vandaag heb ik die aan elkaar gemaakt met kraftpapier. De twee boeken worden even groot maar het boek dat ik mee ga nemen bevat meer pagina’s. De rug van het voorbereidingsboek is dus eigenlijk te breed. Dat geeft me de kans het boek te maken met een zakje voorin en achterin het boek.
De bekleding van de boekband wordt bijna hetzelfde. Alleen omdat ik dit exemplaar niet mee op reis neem is het niet nodig de rug extra sterk te maken met boekbindlinnen. Alleen het papier van de folder van de reisorganisatie met de landkaart is voldoende. Ik ga het boek ook niet afwerken met kapitaalband of met leeslinten.
Zoek de verschillen. De omslagen moeten nog vastgemaakt worden maar de twee boeken worden verschillend. Dat is een bewuste keuze. Zo zie ik altijd meteen welk boek wat is.
Links het voorbereidingsboek. Het boek rechts gaat mee op reis.
De omslagen zijn gelijmd, Tijd om het even in de boekenpers te stoppen.
Schutblad en de twee zakjes die ik in het boek ge verwerken. Het zakje links gaat zorgen voor een altijd goed ruikend boek. Het is een geurzakje om tussen je kleding te leggen. Rechts is een zakje waarin twee geheugenkaarten kwamen voor mijn camera. De laatste envelop is gevuld met bubble foam. Dat geeft heel wat volume extra naast het boekblok.
Het boek zit intussen in zijn geheel in de boekenpers.
Na een uur of drie heb ik het boek al even uit de pers gehaald.
Het lijmen van het schutblad en de enveloppen, het boekblok
en de boekband verloopt goed.
Morgen haal ik het geheel definitief uit de boekenpers.
Op de tentoonstelling ‘De Nassaus van Breda’ in het Stedelijk Museum Breda zijn een heleboel zaken te zien. Veel heeft te maken met bijvoorbeeld de list met het Turfschip. Maar er zijn ook drie boeken te zien, in bruikleen van de Nationale Bibliotheek. Drie boeken gekocht door Hendrik III van Nassau. Dit bericht gaat over het tweede boek. Guiart des Moulins is de schrijver. De informatie op internet over hem is beperkt en niet in het Nederlands. Maar Hendrik III zal het Frans wel machtig geweest zijn. Deze bijbel bevat illustraties en daarvoor wordt gewezen naar twee namen: Fauvel Meester en de Meester van Parijs. Over deze noodnamen is ook niet veel te vinden. Zo lees ik bijvoorbeeld dat achter de Meester van Parijs misschien wel drie handen zitten. De titel van het boek is Bible Historiale Complétée (Volledige Historiebijbel). Gemaakt circa 1320 – 1340. Leer en perkament. KB 71 A 23.
Het leeuwtje (?) helemaal onder in is schattig.
Ik ben natuurlijk ook even gaan kijken op de website van de KB.
Daar staat onder andere een lijst met eerdere eigenaren:
Louis de Luxembourg; Filips van Kleef (1456-1528); Hendrik van Nassau III ; heer van Breda (1483-1538); prinsen van Oranje-Nassau; Willem IV prins van Oranje en Nassau (1711-1751); Willem V prins van Oranje en Nassau (1748-1806); Stadhouderlijke Bibliotheek, ‘s-Gravenhage; Cleef, P. van en D. Monnier (auctie, 1749); Parijs, Bibliothèque Nationale.
Dan ben je in ieder geval in goed gezelschap.
Dan volgt een beschrijving van het boek:
Het openingblad ontbreekt voor fol. 1,
De tekst van de tweede helft van de Bible Historiale Completée (te beginnen bij Ecclesiastes) ontbreekt
Datering band: 1755-1760
Geradeerde wapens van Waleran of Jean de Luxembourg (fol. 73v, 79r, 83r, 103r, 117v, 125r, 134v, 136v, 151r, 164r, 183v, 203v, 204v, 216r, 220v, 221v, 228r, 232v, 240v, 246r, 249v, 276r) en van Jean de Luxembourg (fol. 47r, 88r, 143r, 184r, 239r, 287r); fol. 287v: handtekening Filips van Kleef
51 miniaturen, 1 pentekening, 8 gehistorieerde initialen, gedecoreerde initialen, randversiering
De afbeelding verbeeldt een verhaal uit het bijbelboek Rechteren: Samson doodt de leeuw met blote handen. Volgens mij vinden de toeschouwers het ook niet alles. Deze afbeelding komt van de website van de KB. Folio 131R, kolomminiatuur.
De andere miniatuur die in de tekst bij het tentoon
gestelde boek genoemd wordt is met David en Goliath.
Op de tentoonstelling is die niet te zien, het is niet mogelijk
om meer dan twee pagina’s tegelijk te tonen op een tentoonstelling.
Op internet is die snel gevonden.
Guiart des Moulins, Fauvel Meester, Meester van Parijs, Bible Historiale Complétée, David and Goliath: David kills Goliath with a stone from his sling (David doodt Goliath met een steen uit zijn slinger). Folio 144v, kolomminiatuur. Grappig dat Goliath als een ridder in uitrusting gekleed is. David is maar een herder met de kudde achter zich.
Volgens mij is dat niet zo eenvoudig te beantwoorden.
Gaat het om een stuk zeep?
Is het stuk droog of is het vochtig?
Is het koud of is het warm?
Of is het vloeibare zeep, of poeder?
Afgelopen week las ik een kort stukje tekst waarin werd gezegd
dat iets ‘glad, fijn en zeepachtig’ aanvoelt.
Het was een van de ‘anekdotes’ in het boek ‘De pelle humana’.
Een uitgave van de Stichting Desiderata, van de hand van
Peter IJsenbrant en Ed Schilders.
Stichting Desiderata, Peter IJsenbrant & Ed Schilders, De pelle humana (van menselijke huid). De pelle huana op schoot.
De tekst is als volgt:
De bibliotheek van Mácon bezit een exemplaar van het ‘Essai sur l’électricité des corps’ van de abbé Nollet (1746), die, volgens een oude, met de hand geschreven aantekening, in mensenhuid gebonden zou zijn. Deze huid is zeer glad, uitzonderlijk fijn, en voelt lichtelijk zeepachtig aan.
Intermédiaire des chercheurs (1910)
Het is een van de meer dan honderd fantastische (in meerdere
betekenissen van het woord) anekdotes in dit boek.
Mooi gemaakt, mooi schutblad, geillustreerd en erg amusant en
misschien af en toe een beetje luguber om te lezen.
Bij het boek ontving ik deze kaart: een schilderij van James Bertrand met daarop Andreas Vesalius, 1856. Andreas Vesalius (Andries van Wesele) is een van de grondleggers van de anatomie. Hij schreef als eerste een boek waarin het hele menselijk ichaam aan de orde kwam: De humani corporis fabrica libri septem (Zeven boeken over de bouw van het menselijk lichaam). Overigens is het leer op de achtergrond rundleer.
De inleiding op het boek is geschreven door Anne Roukema die
als chirurg veel weet over de menselijke huid en ze heeft
een interessante connectie met Roelof Roukema!
Voorbeelden van illustraties in Peter IJsenbrant & Ed Schilders, De pelle humana.
Zeepachtig?
Het Stedelijk Museum Breda is verbouwd en heeft een nieuwe
vaste tentoonstelling met de naam ‘De Nassaus van Breda’.
Daar hing ik naar kijken omdat het nieuw is (de vorige tentoonstelling
heb ik ok gezien) en omdat er boeken in bruikleen zijn
van de KB (Koninklijke Bibliotheek).
Drie boeken om precies te zijn.
Ik zette ze op de foto en deel het eerste hier.
Boeken tonen in een tentoonstelling is ook een kunst. Vooral de belichting is ingewikkeld. Dit is geschreven door Raoul Lefévre, Recueil des histoires de Troyes (Verzameling geschiedenissen van Troje), circa 1470, leer en papier, KB 78 D48. Een heel toepasselijk boek voor een Nassau en Breda. Het Paard van Troje was de inspiratiebron voor het ‘Turfschip van Breda’.
Op de tentoonstelling ligt het boek open bij deze afbeelding. Even iets inzoomen.
Dit riep bij mij 2 vragen op:
= op welke afbeelding ligt het boek nu open
= is er ook een afbeelding met het Paard van Troje.
Ik ben gaan kijken op de website van de KB.
Ik ging zoeken, leek als ik ben, met ‘KB 78 D48’
Dat leverde enorm veel zoekresultaten op.
De zoekmachine op de startpagina begint te zoeken met ‘KB’,
zo lijkt het.
Toen zocht ik met ’78 D48′
Het 7de resultaat is dan een set boeken met dezelfde titel.
Het is een ander boek. Een topstuk van de KB.
De set van 3 boeken heeft 48 houtsneden en is gedrukt
in 1486.
De website toont al wel snel Het Paard.
Maar terug naar het boek dat nu in Breda is.
Zou dat gedigitaliseerd zijn?
Ik kom bij de catalogus.
Ik zoek op ‘Raoul Lefévre’. Dat levert niets op.
Ik zoek op ‘Recueil des histoires de Troyes’. 4 resultaten.
Ywee redelijk recente publicaties en éém uit ’24 dec. 1485 en 24 juli 1486′
en één uit circa 1470.
Daar ben ik naar op zoek. Hendrik III was een van de eigenaren en
er staat 62 miniaturen in en 1 penwerkinitiaal.
Er zijn afbeeldingen online!
De afbeelding hierboven is denk ik:
‘Paris sets from Troy; the abduction of Helen’, Fol. 169v.
‘Parijs vertrekt naar Troie’ en de ‘Ontvoering van Helena’.
Kortom de eerste vraag over de afbeelding is beantwoord.
Waarom het boek op de tentoonstelling op die pagina open
ligt blijft interessant.
Tweede vraag naar het paard blijft nog onduidelijk.
Er zijn afbeeldingen met een paard, maar een houten paard???
Weer even terug naar Florence.
Vorige zomer was ik kort voor het bezoek aan Florence
naar een paar zomerschool-sessies geweest waar het
onder andere ging over dieren in boeken.
En toen zag ik in Florence een zee-paard en nog
een heleboel andere dingen.
‘An open book’ met mooie kapitalen, muziek, miniaturen en decoraties. Van een onbekende schilder, uit het eerste kwartaal van de 16e eeuw. Oil on panel.
Florence, Uffizi, Albrecht Dürer, Adoration of the Magi, 1504, oil on panel.
Roman statue of a Nereid (zeenymf) on a sea-horse so called Galatea, Greek marble. Vooral de voorpoten en de staart vond ik heel bijzonder.
Allard Pierson, Open Kaart: Leo Belgicus, Hendrick Doncker, eind 17e eeuw.
Dit is een enorm boek met kaarten: Atlas Nouveau, Pieter Mortier, Guillaume Sanson. De datering was me onduidelijk maar in ieder geval eind 17e eeuw of kort daarna. Kaarten van een Franse kartograaf uitgegeven in Nederland. Met mooie afbeeldingen.
Hier wordt 1695 genoemd. Maar of dat iets te maken heeft met de originele Franse productie of met de druk die op de tentoonstelling te zien is……
Hoe Holland in die tijd (eind 1700) bekend stond vertelt
deze kaart: geen ASML of Philips. Maar sommige dingen
veranderen niet.
Holland op de Nieuwe geografische kaart van Europa, AFW Crome, 1783, Schuurman: Veefokkerij – Meekrap – Tabak = Ooft (fruit) – IJzer – Turf – Visschen.