Of er richtlijnen zijn voor het aanbrengen van de bevestigingsstrookjes, weet ik niet. Maar wellicht zijn er adviezen voor de breedte en lengte van de stroken, de plaatsing van de stroken op de stengel en hoe om y gaan met de bloem. Hoe doe je dat het best bij blad dat nauwelijks een stegel heeft. Zowel vanuit het standpunt van de bevestiging/bescherming als vanuit esthetisch of het oogpunt van bestudeerbaarheid. Mijn bloemen en bladeren zijn niet heel bijzonder natuurlijk. Maar toch.
Categorie archief: Boeken
Verdorven markiezin
Een tijd terug kocht ik, na het kopen van een aantal tweede hands boeken van Hella S. Haasse, ook een map met krantenknipsels over de schrijfster en haar werk. Omdat ik onlangs het boek ‘Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-bergse brieven’ kocht ging ik door de knipsels om te zien of er knipsels tussen zaten over dit boek. Ik vond er twee. Het eerste zie je vandaag hier.
Het knipsel vermeldt de schrijver: Han Jonkers. Maar geen datum en ik kan ook de krant waarin het verscheen niet achterhalen. Ook op Delpher kan ik het artikel niet vinden (misschien niet goed gezocht?). Dus opnieuw vermoed in het Brabants Dagblad en 1976.
De laatste foto is het originele artikel waarvan ik dit bericht maak.
Er zitten wel een paar typefouten, of beter gezegd ‘zetfouten’,
in het artikel (bijvoorbeeld: letterkende, werrechtelijk, fostbaarheden).
Eerste katernen gereed
De eerste twee katernen met de gedroogde bloemen en planten
zijn gereed.
Het liefst zou je de bloemen en planten helemaal insmeren
met lijm en dan opplakken. Maar dan krijg je ze er nooit
meer uit (zou je dat willen dan?) maar je krijgt dat
ook nooit mooi ingeplakt. Sommige bloemen bevatten hele
kleine pluisjes en die laten zich niet zomaar lijmen.
Dus zet ik de bloemen en planten vast met kleine strookjes
papier die ik dan wel vastlijm op de ondergrond.
Daarbij probeer ik er voor te zorgen dat per katern
de twee ingeplakte bladeren niet over elkaar vallen.
Dat zou voor extra verdikking in de katernen zorgen.
De test zal moeten uitwijzen of dit de juiste
acties zijn.
Voor de test laat ik me inspireren door de beschrijving
van het ‘Vitrineboek’ in het meest recente nummer
van het tijdschrift ‘Handboekbinden’ van de
Stichting Handboekbinden.
Het kwartaal tijdschrift van de Stichting Handboekbinden. Hierin staat een artikel over het ‘Vitrineboek’ van Boekbindcollectief 14 x 14.
Mijn test bevat 5 katernen. Ik heb 10 gedroogde bloemen, planten of bladen. Dus per katern 2 gedroogde objecten. Ze zijn verzameld in twee wandelingen. Drie, vooral bloemen, zijn verzameld tijdens een bezoek in 2022 in Leiden. De overige zeven zijn verzameld tijdens een wandeling in 2022 langs de singels van Breda. De eerste drie zijn relatief klein en dun. Die gaan niet voor heel veel opdikking zorgen.
De strookjes plak ik in de richting van de plant mee. Ik maak ze zo dun mogelijk om het beeld o weinig mogelijk te verstoren. Wel probeer ik de strookjes in zoveel mogelijke richtingen te plakken om de gedroogde objecten geen kans te geven er uit de schieten. Maar het zijn allemaal pogingen van een hobbybinder. Als iemand ervaringen heeft die naar een andere oplossing wijzen dan hoor ik die graag.
Het papier van de test is dun dus moet ik ook de achterkant in de gaten houden voor eventueel lekken van de lijm en omdat dit ook een leuk beeld is.
Rekening houdend met de relatieve positie van de objecten binnen een katern.
In katern 2 worden de gedroogde takken groter en verschillen ze meer van dikte. Je kunt niet overal waar je zou willen de stroken plakken. Steeds de afweging tussen de takken zo vast mogelijk inplakken en het beeld van de gedroogde tak.
Kittige rolletjes
NRC, Henk van Gelder, Achterpagina, De kittige rolletjes van Hella Haasse, zaterdag 12 maart 1994. Een artikel over de eerste acteerprestatie van Hella S. Haasse en de manier waarop dit door de bezetter werd gebruikt in ‘Cinema & Theater’, ‘Weekblad voor film, tooneel, dans, opera, operette, concerten, radio, revue, variété en cabaret’, 1943. ‘De jeugdige actrice Hella Haasse, die in Utrecht bij de opvoering van de “Ghesellen van den spele”, in den Kloosterhof als Mariken van Nimwegen op schitterende wijze debuteerde’
Het acteerdebuut van Hella S. Haasse vond plaats als actrice
van het toneelgezelschap ‘Ghesellen van den spele’, een gezelschap in Utrecht.
Haasse speelt de rol van Mariken in Mariken van Nimwegen.
Ik kende de term ‘Ghesellen van den spele’ niet.
Op DBNL vond ik de ‘Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde’,
Deel 2: De middeleeuwen, 1889, van W.J.A. Jonckbloet:
IV. Door wie werden deze spelen vertoond?
Op het eind van het tweede hoofdstuk zagen wij, dat priesters en ‘ghesellen’ in de kerkelijke drama’s optraden: dit noopt ons om de vraag in ’t algemeen te onderzoeken, wie de vertooners dezer spelen waren, waarbij wij dan nog nader zullen zien, hoe het wereldlijk drama zich aan het geestelijke vastknoopt.
Zoo in den beginne alleen priesters en andere kerkelijke personen aan de vertooning der mysterie-spelen deel namen, gaandeweg werd dit anders. Toen bij de uitbreiding der stukken gebrek ontstond aan een voldoend getal kerkelijke personen om alle rollen te bezetten, heeft men wel de hulp moeten inroepen van leeken. Aanvankelijk zullen ’t wel de koorzangers of akolythen geweest zijn, de ‘ghesellen van den choere’ of ‘vander kercken’, zooals zij genoemd worden. Bij verdere uitbreiding van het spel moest nog van anderen medewerking worden gevraagd.
Die leeken-gezellen vormden in den beginne natuurlijk geene blijvende vereeniging: zoodra het mysterie vertoond, en daarmeê hunne taak afgeloopen was, gingen zij weder uiteen. Zoo schijnt het, althans op sommige plaatsen, geruimen tijd gebleven te zijn.
En die vereenigingen, dezelfde gezellen, speelden zoowel wereldlijke als geestelijke stukken. Daarom worden zoowel zij, die aan geestelijke vertooningen meêwerkten, als zij, die wereldlijke spelen vertoonden, met denzelfden naam ghesellen vanden spele of vander conste genoemd.
Willem Joseph Andries Jonckbloet (Den Haag, 6 juli 1817 – Wiesbaden, 19 oktober 1885) was de eerste hoogleraar Nederlandse taal- en letterkunde. Daarnaast was hij liberaal volksvertegenwoordiger in het Nederlandse parlement.
Jonckbloet is belangrijk geweest voor de serieuze bestudering van de Nederlandse literatuur. Zijn Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (twee delen, 1868-1872) zette de standaard voor latere overzichtswerken. Jonckbloets wetenschappelijke aanpak was een bron van inspiratie voor de studie van het literaire erfgoed van de Lage Landen.
In de online Theaterencyclopedie.nl vond ik gegevens over de uitvoering:
Zo ziet het originele NRC krantenknipsel er uit.
Inbinden
In mijn vorige bericht liet ik nog niet zien wat ik
wil gaan inbinden in mijn testboek dat rekening moet
gaan houden met onregelmatigheden en verdikking.
In de zomer van 2022 heb ik tijdens een korte wandeling in
Leiden en tijdens een wandeling langs de singels in Breda,
wat bloemen en planten geplukt.
Wat ik toen geplukt heb heeft al die tijd in een boekenpers
of onder bezwaar liggen drogen.
Sommige takjes waren hier al eens eerder te zien.
Nog even een samenvatting.
Sommige takjes zijn klein, plat maar nog met kleur. Anderen zijn veel dikker en groter.
Voldoende om de 5 katernen te voorzien van planten.
Ik heb een probleem
Dit is mijn probleem. Dit jaar ben ik op vakantie naar China geweest. Voor de voorbereiding en de aantekeningen tijdens mijn reis heb ik twee, bijna identieke boeken gemaakt. Goed gelukt en goed gebruikt. Maar zoals je hierboven ziet doen de verzamelde tickets, toegangsbewijzen, enz, geen goed aan het boek. Daar ga ik een oplossing voor maken.
Zo’n 10 jaar geleden was ik ook in China. Toen kocht ik een stapel papier in Baotou, dat tot nu toe, behalve het eerste vel dat je hier ziet, niet gebruikt is. Het papier is bedoeld om te leren Chinese karakters te schrijven.
Hier zie je dat op het dunne papier al kaders en lijnen staan die de gebruiker moeten helpen om de karakters correct te schrijven. Deze vellen wil ik gaan gebruiken als boekblok voor een boek waarin ik de tickets ed kan onderbengen. Het probleem dat je dan moet oplossen is het verschil in dikte van de pagina’s dat veroorzaakte gaat worden door de tickets.
Vorige week was ik bij een winkel waar ik vloeipapier kon meenemen. Daar ga ik daarom een test mee uitvoeren. Het probleem los je niet alleen op met het papier maar vooral met de rug. Je moet er voor zorgen dat daar voldoende ruimte in zit om de verdikking en de ongelijkheid van de pagina’s op te vangen.
De eerste stap is om te kijken hoe ik het boekblok kan maken met het vloeipapier: vouwen en dan op maat snijden.
Het eerste katern is gesneden.
Dit is een boekblokje met 5 katernen.
Hoe ga ik proberen een rug te maken die ruimte mogelijk maakt.
Daarvoor gebruik ik de methode die ook bij sommige
fotoboeken wordt gebruikt: de rug maak ik uit een stevig
materiaal, Zaansch bord. Met papier maak ik een soort
van harmonica waarbij ik op de bergvouwen de katernen
ga binden. De rug wordt 1 ongebruikte bergvouw, dan
1 bergvouw voor een katern, dan weer een leeg katern en
de volgende bergvouw is dan voor een katern.
Voor een boekblok van 5 katernen zijn dan (5 x 2) + 2
externe bergvouwen nodig.
Ik kies voor stroken van 1,5 cm.
Zaansch Bord, papier gemaakt in papiermolen De Schoolmeester. Het papier wordt gemaakt van oud katoen, lompen. Het wordt gemaakt in diverse kleuren.
Even een testje met een stuk koekjesdoos.
Het ontwerp uitzetten op het Zaansch bord.
Dit wordt de rug.
Give Me My Blues (Albert Collins, Gwendolyn Louise Collins)
Af en toe koop ik een boek.
Dan koop ik niet alleen boeken die je in de boekhandel vindt
of op de best sellers lijsten.
Soms koop ik een boek dat iemand in eigen beheer gemaakt heeft.
Deze week was dat het boek ‘Valwind’ van Katarina Rudebeck.
Heel veel informatie heb ik er niet over behalve dan
dat op het kaartje bij het boek een citaat staat van
het bluesnummer ‘Give Me My Blues’.
Albert Collins voerde het uit maar de copyright van de tekst
wijst naar zijn vrouw: Gwendolyn Louise Collins.
De tekst spreekt van een soort van dwang, de aandrang
om bluesmuziek te maken.
Katarina Rudebeck, Valwind, 2023.
De aandrang die spreekt uit ‘Give Me My Blues’ interpreteer ik breder. Niet beperkt tot muziek maar als een aandrang om kunst (met grote of kleine ‘k’) te moeten maken.
De bindwijze is heel effectief. Het boekbok is ingebonden met een cahiersteek. Zowel de band als het buitenste blad van het boekblok zijn van stavig papier. Dat maakt het mogelijk de laatste pagina van het boekblok op twee plaatsen vast te zetten op de band. Je ziet dat hier op de laatste foto. Dat ga ik ook eens proberen.
Dalen en bergen in Den Haag
Afgelopen week zag ik een Twitter-bericht van Karin Vingerhoets.
Ik ken haar niet maar ze schreef over een aantal nieuwe pagina’s
op de website http://www.literatuurgeschiedenis.org.
Een van die pagina’s gaaat over werk van Hella S. Haasse.
Daar moest ik even gaan kijken.
Het is een overzichtspagina met informatie over de schrijverscarriere
van Hella S. Haasse.
Mijn aandacht werd getrokken door een podcast van Fixdit over
‘Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven’.
Een brievenroman die doorgaat waar ‘Les liaisons dangereuses’ eindigt.
In de podcast praat Annelies Verbeke met Haasse-biograaf Aleid Truijens,
met Vamba Sherif en met Fleur Speet over de roman die gaat over
de rol van de vrouw met daarin een heel eigen standpunt
van Hella S. Haasse.
Deze week kocht ik een exemplaar via Boekwinkeltjes.nl.
Al in de titel speelt Haasse direct in de titel met de naam ‘Valmont’, de achternaam van de mannelijke hoofdrol in het boek van Pierre Choderlos de Laclos: ‘Val’= vallei of dal en ‘mont’= berg. De toon is gezet.
Het boek is een pocketuitgave uit 1976. Dus een boek van al weer meer dan 40 jaar oud. Mijn exemplaar is in redelijke staat (maar zeker niet nieuw). Maar leuk is dan weer de Boekhandelszegel. Links onder.
De zegel is van De Bergensche boekhandel aan de Oude Prinslaan 11 in Bergen. Dat vind ik dan weer leuk. Het spel met Berg en Dal gaat ook fysiek door!
Op internet (DBNL) is nog een interessante bespreking
van het boek te vinden….
De boekhandel waar mijn exemplaar gekocht is, bestaat nog.
Zelfs het telefoonnummer is ongewijzigd, alleen aangevuld met
een aantal voorloopcijfers.
De boekhandel is ook actief op het gebied van marginaal drukwerk
(bibliofiele boeken zoals ze het zelf noemen)!
Het belooft weer een prachtig leesavontuur te worden.
Kinder zwerfboek station
Terug naar de kust
Lang geleden (1976) verscheen er de LP (!) ‘Zing je moerstaal’.
Ik was toen nog radio-amateur en de combinatie Nederlandstalige muziek en
literatuur sprak me wel aan.
Er stond een nummer op waarvan ik zeker weet dat het een soort van hit werd:
‘Terug naar de kust’.
Uitgevoerd door Maggie MacNeal en naar ik afgelopen week heb ontdekt,
geschreven door Theun de Winter.
Hoe ik daar achter kwam?
Uitgeverij Statenhofpers (Jaap Schipper en Christianne Duchateau) nodigde
mij (en veel anderen) uit om in te tekenen op een boek.
De titel en auteur hielden ze nog even geheim.
Het zou in omvang hun grootste boek worden.
Gezien de kwaliteit van eerdere projecten, tekende ik meteen in.
Het was al weer even geleden dus toen het boek tijdens mijn vakantie
kwam was ik eerst verbaasd.
Het was de dichtbundel ‘Licht van Troost’ met teksten van Theun de Winter.
De illustraties zijn van Iris Le Rütte.
Ergens in de introductie of in de ‘fanzine’ wordt gesproken over
het lied dat helaas niet in het boek is opgenomen.
Waarschijnlijk een rechtendingetje.
Het boek is mooi uitgevoerd. Mooie typografie en een prachtige band
met Bhutaans papier.
Veel van de teksten gaan idolaat over een Amsterdamse voetbalclub maar
voetbal is niet mijn eerste interesse.
Dus of het steeds het niveau van Terug naar de kust bereikt?
Oordeel zelf.
Ik weet niet wat het is maar er is iets mis
Hoe zou dat komen
‘T Liefst loop ik alleen, niemand om me heen
In mezelf te dromen
‘K Wil terug naar de kust
Heel ongerust zoek ik de weg naar de kust
Bijna niet bewust van de dreiging dat daar m’n jeugd voorbijging‘K Voel me hier niet goed waar ik wonen moet
Tussen al die mensen
Laat me nu maar gaan achter de meeuwen aan
En mijn vage wensen
‘K Wil terug naar de kust
Heel ongerust zoek ik de weg naar de kust
Bijna niet bewust van de dreiging dat daar m’n jeugd voorbijgingOh, hoe kom ik hier vandaan
Was ik maar niet weggegaan
‘K Hoor de branding in m’n hoofd
Had ik eerder maar geloofd
Wat die stem toen heeft voorspeld
Dat geluk verdwijnt voor geld
Mist en regen, westenwind
Zeg mij of ik ’t ooit weer vindIk wil terug naar de kust
Heel ongerust
Zoek ik de weg naar de kust
Bijna niet bewust van de dreiging dat daar m’n jeugd voorbij gingOh, hoe kom ik hier vandaan
Was ik maar niet weggegaan
‘K Hoor de branding in m’n hoofd
Had ik eerder maar geloofd
Wat die stem toen heeft voorspeld
Dat geluk verdwijnt voor geld
Mist en regen, westenwind
Zeg mij of ik ’t ooit weer vind
Mist en regen, westenwind
Zeg mij of ik ’t ooit weer vind
Zou die muziek nog ergens te vinden zijn?
kant 1:
“Boezem” van Harry Mulisch door Kayak
“Fred” van Jan Kal door Lucifer
“Rond” van Bert Schierbeek door Bots
“Maar één maand” van Kees Buddingh’ door Alexander Curly
“De tijd zegt niets” van Judith Herzberg door Earth & Fire
“Terug naar de kust” van Theun de Winter door Maggie MacNeal
kant 2:
“De Kinderballade” van Gerrit Komrij door Boudewijn de Groot
“Het Dorp” van Wim de Vries door Fungus
“Perpetuum mobile” van Hans Dorrestijn door Peter Koelewijn
“Avondrood” van Jules Deelder door Focus
“Sober Leven” van Nico Scheepmaker door Drs. P
“Juffrouw Nifterink” van Simon Carmiggelt door Robert Long
Vier en vijf november
Huurders en onderhuurders II
Huurders en onderhuurders I
In een pakket krantenknipsels (mijn pak van Sjaalman) zit
ook onderstaand knipsel.
Waarschijnlijk is het uit 1971, het jaar waarin ‘Huurders en
onderhuurders’ van Hella S. Haasse verscheen.
Het krantenknipsel is uit het Brabants Dagblad (vermoed ik).
Op Delpher kon ik het niet vinden maar misschien heb ik
niet goed genoeg gezocht.
Ik neem het hier op in twee berichten.
Het krantenknipsel is digitaal opgeknipt en daar waar mogelijk
zijn de stukken een beetje afgestoft.
Aan de foto is niets gedaan.
Dit is deel 1.
Hieronder een deel van het artikel op basis waarvan
dit bericht is gemaakt.
Men heeft in Vriesland veel voetpaden, doch de boeren weeten er geen dan die om hun dorp zijn.
Vorige maand was ik in Den Haag.
Ik ging even langs de Nationale Bibliotheek.
Ik ervaar het gebouw als erg gesloten maar zelf beweren ze
dat ze heel open zijn. Dus ik probeer iedere keer weer te
zien waar ze dan zo open zijn.
Deze keer heb ik er koffie gedronken en heb de tentoonstelling
‘Op de kaart’ bezocht.
Vreemd genoeg heeft het Alard Pierson museum in Amsterdam,
gelijktijdig, een tentoonstelling met bijna dezelfde titel.
De twee tentoonstellingen kunnen niet meer van elkaar verschillen.
Zouden die mensen niet met elkaar spreken?
In Amsterdam is iedere vierkante centimeter benut om nog
een interessante kaart te tonen.
In Den Haag is de grote ruimte bezet door een paar eilanden
met een gelimiteerd aantal kaarten.
Op hun website kan ik niets over de tentoonstelling vinden.
Beide tentoonstellingen zijn de moeite waard om te bezoeken.
De schrijver van dit reisverslag is een heel interessant figuur. Zoek het maar eens op. Reisverslag door Dirk van Hagendorp, 1823. Dat touwtje als boekenlegger/leeslint trok meteen mijn aandacht.
‘Men heeft in Vriesland veel voetpaden, doch de boeren weeten er geen dan die om hun dorp zijn. Men dient dus in alle dorpen naar de weg te vragen.’
Nog een reisverslag in een mooi handschrift. Dat is te lezen lijkt me.
Het gaat over Afrika, meer precies Het Koninkrijk Mutapa. Monomotapa was een koninkrijk tussen de rivieren Zambezi en Limpopo in het tegenwoordige Zimbabwe en Mozambique. Het werd bevolkt door de Shona. Het betreft het verslag van de zoektocht van Johannes Monna en Leendert Spruit naar Monomotapa, 1728.
Dit is een heel andere kaart. Niet gemaakt door westerse kaartenmakers. Deze kaart betreft Indië, het district Selotiga op Java. Werkelijk een kunstwerk. Maker onbekend, Tinkir en omgeving, 15 april 1825.
De volgende foto’s zijn van een heel belangrijk stuk geschiedschrijving.
Een zeekaart van het WIC voor de handel in slaafgemaakten.
Maar het is ook een mooie kaart.
A Jacobsz, West Indische Paskaert, 1650. WIC zeekaart voor de handel in slaafgemaakten.
Mr. Floris Balthasar, Kaartboek Hoogheemraadschappen Rijnland, Delfland en Schieland, 1611.
Olivia Ettema, Muurbloemen, Mixed media, geinspireerd door de Flora Batava, 1800 – 1934.
Roodkapje: werk altijd van binnen naar buiten
Zoals ik al eerder aangaf dacht ik in het begin dat de
uitvoering van Roodkapje veel weg had van een bouwdoos:
alles mooi voorbereid.
Alles was mooi voorbereid maar ik had moeten blijven
passen en meten. En ik heb onvoldoende gemeten.
Maar goed ik wilde wel het boek ‘redden’.
Vandaar wat extra hulp bij de omslagen.
Maar nu was het tijd de omslag af te maken.
Hier moeten de omslagen nog gelijmd en om geslagen worden. Het resultaat is toen onder bezwaar gegaan om goed te drogen.
Dat leverde deze (nog lege) boekband op.
Uiteindelijk wilde ik zien hoe de boekband er uit zag om te bepalen hoe ik het boekblok zou gaan snijden. Had ik eerst het boekband gesneden, daarna eventueel de platten op maat gemaakt met een smallere kneep, dan had de boekbekleding gepast. Maar dat kun je achteraf niet meer aanpassen.
Hier gebeurt veel: het boekblok is gesneden, aan een kant al gelijmd in de band, keukenpapier geplaatst tussen het schublad achter om het vocht niet in het boek te laten trekken, het karton geplaatst bij De lotgevallen van Roodkapje (het kleine boekje) om de moet te voorkomen, dan het keukenpapier plaatsen aan de voorkant, lijmen en de band sluiten. Dat gaat dan 24 uur in de boekenpers.
Het resultaat: Roodkapje van Anneke de Groot, uitgegeven door Uitgeverij Boekblok.
Hele leuke schutbladen.
Het titelblad.
Het kleine boekje: ‘Lotgevallen van Roodkapje’in het midden van het boek.
Wat heb ik geleerd:
= werk van binnen naar buiten
= vertrouw de afmetingen nooit
= 7 mm is veel voor een kneep in een smal boek als dit
= pas op met papieren bekleding (werk nauwkeurig en schoon)
De foto van Leo
Met de post kwam mijn nieuwste boek:
‘De foto vn Leo’, een uitgave van de Carmiggeltvrienden.
Zij hebben onderzoek gedaan naar de oudste publicatie van
Simon Carmiggelt en vonden een verhaal met als titel
‘De foto van Leo’. Het verscheen op maandag 24 november 1930
in het Nieuwsblad van het Zuiden.
Als je mijn leeftijd hebt dan is de kans groot dat
bij de naam Simon Carmiggelt meteen ‘In a Sentimental Mood’
in je hoofd hoort. De jazz standard van Duke Ellington.
Ook als ik een tekst van Carmiggelt lees, dan hoor ik hem
die tekst uitspreken zoals hij zijn korte verhalen
voorlas op televisie.
Vandaag ontving ik mijn exemplaar van ‘De foto vn Leo’ van S. Carmiggelt. Voor het eerst verschenen in het Nieuwsblad van het Zuiden. Zorgvuldig gevouwen in een stuk pakpapier en vervolgens opgestuurd in een envelop met zes postzegels. Als je nog niet in een sentimenteel/nostalgische stemming bent, word je het wel.
Vooral het einde van het verhaal is zo echt Carmiggelt.
Carmiggelt maakt ruimte in zijn schrijven voor de stiltes die
zich in het echte leven vaak voordoen:
“….Meneer is goed voor me en ik hoop m’n hoofd hier nog eens neer te leggen.” De oude tuinman zweeg. Hij had zijn verhaal verteld. Om ons heen slierten de bladeren. “t Wordt al weer frisser”, zei hij na een lange stilte. En toen harkte hij weer door.
Als Carmiggelt het verhaal zou voorlezen dan zou je bij
deze regels het verhaal tot stilstand horen komen.
Roodkapje
De vorige keer heb ik laten zien dat ik de bekleding
voor de boekband op maat gesneden heb.
Dat kan wel eens niet helemaal de bedoeling zijn
geweest. Aan de platten had ik niets gedaan en
die maten komen overeen met de opgegeven buitenmaten
van het boek.
Hoe dan ook…
Als ik de basis voor de boekband op de bekleding leg dan steekt er maar weinig over van de bekleding. Als ik die zo vastlijm dan past het misschien net maar dan moeten de schutbladen groter zijn dan het boekblok. Daarvoor heb ik niet echt een goede methode voorhanden. Ik ben gewend de schutbladen te bevestigen op het boekblok en dat dan in een keer op maat te snijden. Om dat te kunnen doen bouw ik een voorzorgmaatregel in: een extra strookje papier.
Het strookje snij ik van het snijafval van de bekleding en is hoofdzakelijk wit met een klein randje van de afbeelding.
Dat stukje afbeelding laat ik over de rand uitsteken en lijm het dan op de rand vast. Op deze manier wil ik voorkomen dat ergens het grijs van de platten straks zichtbaar wordt.
De extra randen zijn bevestigd. Nu de bekleding op de basis lijmen en dan kan dat een tijdje onder bezwaar.
Na drogen is dit dan de boekband voor Roodkapje van Anneke de Groot, Uitgeverij Boekblok.
Dit is dan de binnenkant. Het probleem nu is dat als ik het boekblok snijd langs de snijmarkeringen het boekblok te klein zal zijn om de volledige grijze ruimte van de boekband te vullen. Daar moet ik een list op verzinnen. Mijn probleem is dat ik er van uit ging dat het boek een soort van bouwdoos was en dst ik daarom niet steeds alles nagemeten heb. Zien hoe ik dat ga redden…
Redden ga ik het. Het boek heb ik vanmorgen in elkaar gezet.
Het zit nu in de boekenpers.
Hoe dat verliep zie je de volgende keer.
Roodkapje
Meestal lopen mijn foto’s in gelijke tred met de werkelijkheid
maar op dit moment lopen de foto’s een beetje achter.
Ik ben al verder dan de foto’s die ik hier laat zien.
Daarom kan ik al laten doorschemeren dat er sprake is van
een dreigende lucht rond het boek Roodkapje van
Uitgeverij Boekblok.
Vandaag schoot me te binnen dat ik misschien de platten op
maat had moeten snijden. Ik ben er vanuit gegaan dat de twee
stukken karton al de juiste afmetingen hebben.
Dat is misschien niet waar.
Na het binden van het boekblok kon ik me gaan toeleggen
op de schutbladen en het gaas.
‘Gecacheerd gaas’, de term kende ik. Ik heb zelfs ooit
gecacheerd gaas gemaakt. Maar the real stuff had ik eerder
niet gezien. Weer wat geleerd.
Gecacheerd gaas is gaas waar een laagje papier op is aangebracht. Ik moet zeggen, het levert een mooiere afwerking op.
Het stuk gaas was naar mijn idee te groot dus heb ik het ingekort en op het gaas afgetekend waar de rug van het boekblok wordt gelijmd. Het gaas, samen met de schutbladen, gaat de verbinding realiseren tussen het boekblok en de boekband.
De boekband is kleiner dan het boekblok maar dat klopt. Het boekblok moet nog op maat gesneden worden (zei hij optimistisch).
Vervolgens ging mijn aandacht uit naar de papieren bekleding van de boekband. Je ziet dat het papier nog een beetje rond staat maar verder is van de opgerolde status niets meer te zien. Na het lijmen trekt dit mooi strak.
In het pakket van Roodkapje zit ook een dunne strook karton. “Te gebruiken bij het afpersen.”, staat bij de opsomming van de onderdelen. Voor wie dat niet weet. ‘Afpersen’ is hier geen criminele activiteit maar het in de pers zetten van het boek om bijvoorbeeld de lijm goed te laten drogen. Daarbij ontstaat er druk op het boek en als de dikte van het boek niet overal gelijk is ontstaan er mogelijk ‘vouwen’ of een ‘moet’. Je ziet dat het karton perfect past naast het kleine boekje en er zo voor zorgt dat de dikte van het boek overal gelijk is.
De papieren bekleding bevat snijmarkeringen: de dunne lijntjes bij iedere hoek van de afbeelding. Ondanks de heel kleine marge die er na het snijden overblijft besloot ik toch de bekleding te snijden langs de snijmarkeringen. Dat had wel wat gevolgen.
Roodkapje
Bij het pakket zit ook een streng met naaigaren. Ik ben niet zo gewend om met naaigaren een boek in te binden. Dus een leermoment voor mij. Dan is het idee om de kettingsteek te gebruiken. Die ken ik wel maar ik gebruik hem niet vaak. Ik heb een video opgezocht en vond een video van Sea Lemon. Ze begint met de draad dubbel te vouwen en er een knoop in te leggen. Dat doe ik niet. Ik vermoed dat we de lengte nodig hebben.
Het kleine boekje heeft extra aandacht nodig. Het gat dicht tegen de boven- en onderkant van het boekje kun je makkelijk uitsnijden. Het naaigaren is scherp dus extra opletten.
Uiteindelijk lukte het prima. Het boekblok, in zijn ruwe vorm, is gereed.
De kettingsteek moet ik nog wel eens oefenen op een boek met een bredere rug. Het is een mooie steek, Je maakt bijna een raster van garen tegen en met de losse bladen. Dan is er tijd om aan de rug te werken.
Het stevige stuk kraftpapier is groter dan de hoogte van de rug. Ik heb hem niet ingekost maar het papier om de rug en platten terug gevouwen en glijmd. Hier is het kraftpapier afgetekend om het in de lijm te zetten.
Voor de ruimte tussen de rug en de platten (de voor- en achterkant van de boekband) heb ik op 7 mm gehouden. Je noemt die ruimte de ‘kneep’. Dat is meer dan ik normaal doe. Ik ben benieuwd hoe dat uitvalt.
Roodkapje
De versie van Roodkapje van Uitgeverij Boekblok bestaat
uit twee boeken:
= een beschrijving van het ontstaan en de ontwikkeling van
Roodkapje-souvenirs van Anneke de Groot. Met veel foto’s;
= het kleine boekje ‘Lotgevallen van Roodkapje’ van
Uitgeverij D. Allart uit 1860.
Vanwege het verschil in formaat, de papiersoort en
de dikte van ‘Lotgevallen van Roodkapje’ besloot ik dat
boekje eerst eens met de hand op maat te snijden.
Lotgevallen van Roodkapje’ van Uitgeverij D. Allart uit 1860.
Rechtsonder zie je de snijmarkeringen. Als je die volgt dan zal het boeje de juiste afmetingen hebben.
Vervolgens is het ‘grote’ boek aan de beurt. Die ga ik niet meteen snijden. Eerst alle vijf de katernen maar eens prikken zodat ze aan elkaar genaaid kunnen worden om zo het boekblok te vormen. Het kleine boekje wordt meegenaaid (of gebonden).
Ook het grote boek heeft snijmarkeringen.
Voor het kleine boekje is er een extra sterk middenkatern opgenomen. Het is een enkel, groot en dubbel blad waartussen het kleine boekje straks komt. Het papier is mooi stevig.
De papieren prikmal is helemaal op maar voor het grote en kleine boekje. Ik gebruik het in combinatie met het ‘onderstel’ van mijn houten prikmal. Dat hoeft niet. Dat vind ik prettig.
Zo heb ik ook het kleine boekje geprikt. Zie dt de buitenste gaten erg dicht te gen rand zitten. Waarom dat precies is weet ik niet maar het werkt wel. Gewoon voorzichtig zijn bij het naaien.





























































































































