India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 06

– over beelden die reizen en wegen openen, terwijl wij een stukje meelopen –

De stupa op het voorhoofd

In het Archaeological Museum van Sarnath staat deze Bodhisattva Maitreya
uit de 5e eeuw, een prachtig voorbeeld van de verfijnde Gupta‑stijl.
De iconografie klopt tot in de details:
het dierenvel over de schouder,
de kalasha (flacon) in de linkerhand,
het (beschadigde) gebedssnoer in de rechterhand
en de kleine stupa op het voorhoofd
die naar zijn toekomstige Boeddhaschap verwijst.

DSC01755IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaMaitreya5thCentCESandstoneAccNo6697
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Bodhisattva Maitreya, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 6697.
DSC01756 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaMaitreya5thCentCESandstoneAccNo6697
DSC01756 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaMaitreya5thCentCESandstoneAccNo6697
DSC01756 03 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaMaitreya5thCentCESandstoneAccNo6697
DSC01756 04 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaMaitreya5thCentCESandstoneAccNo6697

Wat hier bijzonder opvalt, is het haar
— niet de golvende lokken die we kennen uit Gandhara,
en ook niet de zware strengen van Mathura,
maar een gladde, compacte coiffure
die als een rustige massa om het hoofd ligt.
Het past perfect bij de zachte modellering
en de serene expressie die Sarnath in deze periode zo kenmerkt:
alles is gericht op verstilling, op een innerlijke helderheid
die de bodhisattva bijna lichtend maakt.


#Notalion

In dit levendige Gupta‑reliëf uit Sarnath zien we een leogryph,
een mythisch wezen dat de kracht van de leeuw
met de elegantie van een paard verenigt.
Het dier is in volle beweging weergegeven, met gestileerde manen
en een ritmische, bijna dansende contour.

DSC01758 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathRiderOnLeogryph5thCentCESandstoneAccNo4924
Rider on leogryph, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 4924.
DSC01758 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathRiderOnLeogryph5thCentCESandstoneAccNo4924
DSC01760IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathRiderOnLeogryph5thCentCESandstoneAccNo4924

Op zijn rug zit een berijder die een zwaard of staf vasthoudt,
terwijl onder het dier een tweede figuur verschijnt,
eveneens gewapend, alsof hij het wezen ondersteunt of beteugelt.
Beide gezichten lopen licht spits naar voren,
een kenmerkende Gupta‑vorm die de figuren een alertheid en richting geeft,
alsof ze net uit de steen treden.
De scène is dynamisch maar blijft gedragen door de zachte modellering
en de serene expressie die Sarnath in de 5e eeuw zo typeert:
zelfs in actie is er een ondertoon van rust en innerlijke concentratie.

Naar de rest van Azië

In Sarnath zie je al hoe de gezichten van menselijke en mythische figuren
licht naar voren hellen, de wangen taps toelopen
en de blik een subtiele projectie krijgt.
Het is een Gupta‑motief dat niet op zichzelf staat,
maar zich langs de oude handelsroutes verder verfijnt:
via Sri Lanka en Zuidoost‑Azië naar Java,
waar in Borobudur en Prambanan de gezichten
nog slanker, spitser en eleganter worden, bijna als een gestileerde vlam.
Die lijn — van India naar Indonesië — laat precies zien
wat Dalrymple in The Golden Road beschrijft:
een wereld waarin vormen, geloof en verbeelding
niet abrupt verspringen, maar zich als een gouden stroom verplaatsen,
telkens aangepast aan de lokale hand, maar herkenbaar in hun oorsprong.


Pelgrimage in steen

In deze stele uit Sarnath is het leven van de Boeddha
samengebracht in acht compacte scènes,
van zijn geboorte in Lumbini
tot zijn mahāparinirvāṇa
— zijn serene heengaan in Kushinagar, het moment waarop hij
volledig in nirvāṇa binnengaat.
Elk paneel is een stil moment van inzicht:
de leerrede in Sarnath met het dharmawiel en de herten,
de verlichting onder de bodhiboom in Gaya,
de wonderen,
de afdaling uit de hemel,
de honingofferende aap in Vaishali.
Samen vormen ze een ritme van geboorte, openbaring en bevrijding
— een pelgrimage in steen.

DSC01761IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathLifeSceneOfBuddha5th-6thCentCeSandstoneAccNo261-Argus
Life scene of Buddha, 5th – 6th century CE, sandstone. Acc. No. 261.
DSC01763IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathLifeSceneOfBuddha5th-6thCentCeSandstoneAccNo261 DetailFirstSermonInSarnath
Detail: the first sermon in Sarnath.

Dat dit reliëf juist hier in Sarnath staat,
en dat Bodhgaya later op mijn route ligt,
verbindt de reis van de Boeddha met die van mij:
de plaatsen worden schakels in één lange stroom van herinnering
en verbeelding, zoals Dalrymple beschrijft in The Golden Road
— een weg waarop vorm, geloof en ervaring zich blijven verplaatsen,
maar herkenbaar blijven in hun oorsprong.

DSC01764IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathLifeSceneOfBuddha5th-6thCentCeSandstoneAccNo261 SceneDescriptions
DSC01765IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathLifeSceneOfBuddha5th-6thCentCeSandstoneAccNo261 SceneDescriptions

India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 05

– over paraplu’s die meer geven dan schaduw: een glimp van betekenis –

DSC01740IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPostureUmbrellaAndPillar5thCenturyCESandstoneAccNo344-354-460
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Buddha in protection giving posture, umbrella and pillar, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 344, 354 and 460.
DSC01741IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPostureUmbrellaAndPillar5thCenturyCESandstoneAccNo344-354-460

De Boeddha als een levende stupa

In dit Gupta‑beeld uit Sarnath wordt de Boeddha voorgesteld
als een levende stupa:
een verticale as waarin
lichaam, licht (aureool) en bescherming (chatra) samenvallen.

Zijn houding is slank en ritmisch, de gelaatstrekken zacht en sereen,
en het kleed valt als een bijna gewichtloze sluier
die hij met een verfijnde handgreep vasthoudt
— een typisch Gupta‑gebaar van beheersing en innerlijke rust.

Achter hem straalt een rijk uitgewerkte aureool,
opgebouwd uit dubbele cirkels met florale motieven
die het licht van de Boeddha zichtbaar maken:
geen ornament, maar een beeldtaal waarin zijn innerlijke verlichting
wordt vertaald naar het ritme, de vorm en de beweging van de aureool.

Boven dit alles verheft zich de chatra,
de stenen paraplu die de hemel verbeeldt,
gedragen door een pilaar die de aarde en de hemel verbindt
— een topstuk dat de hele verticale structuur van het beeld voltooit.

De hand in abhaya‑mudrā sluit deze compositie af,
want het is het gebaar waarin de bescherming van de Boeddha
de wereld van de kijker bereikt.
Zo wordt de Boeddha zelf het centrum van richting en verlichting
— een menselijk lichaam
dat de structuur en betekenis van een heilig monument draagt.

Wat de Gupta‑beeldhouwkunst kenmerkt

De Gupta‑beeldhouwkunst, die tussen de 4e en 6e eeuw
in Noord‑India tot bloei kwam,
wordt vaak gezien als het klassieke hoogtepunt van de Indiase sculptuur.

De figuren krijgen een slank en vloeiend lichaam,
met zachte, natuurlijke overgangen die rust en innerlijke balans uitstralen.
De gezichten zijn sereen en licht naar binnen gekeerd,
met een subtiele glimlach en halfgesloten ogen
die contemplatie suggereren.
Het kleed ligt als een dunne, bijna doorzichtige sluier
over het lichaam, waardoor de vorm zichtbaar blijft
maar toch een gevoel van verfijning ontstaat.
En het haar wordt weergegeven in kleine, regelmatige krullen
die het hoofd een ritmische, bijna geometrische structuur geven.

Samen vormen deze vier elementen een stijl
waarin eenvoud en verfijning samenvloeien,
en waarin spiritualiteit zichtbaar wordt gemaakt in houding, proportie en detail.

DSC01750 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348
Stone umbrella, 1st century CE, sandstone. Acc. No. 348.
DSC01750 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348
DSC01751IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348 Detail
DSC01752IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348 Detail
DSC01753IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348 Detail
DSC01754IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathStoneUmbrella1stCenturyCESandstoneAccNo348 Detail

De ringen van de chatra

De stenen chatra uit de 1e eeuw staat in het museum los van haar oorspronkelijke context,
maar de onderzijde
— de kant die zichtbaar was voor iedereen die onder de paraplu stond —
is nog bijna volledig intact.

In het midden bevindt zich een bevestigingsholte voor de staander (yasti):
een uitsparing waarin de bovenkant van de staander werd verankerd
om de chatra te dragen.

Daarom is de binnenste ring, bijna een halve bol, rond deze holte zo robuust:
zij moest het gewicht en de krachten van de chatra zelf opvangen
en verdelen, zodat de stenen paraplu stabiel op de staander rustte.

Daaromheen ligt een lotuskrans,
een ring van radiaal uitgesneden bloembladen
die duidelijk laat zien waar de constructie ophoudt en de decoratie begint.
De lotus introduceert meteen de kosmische betekenis van de chatra:
het ontvouwen van zuiverheid, groei en het ontstaan van de wereld.

In de volgende ring verschijnen mythische dieren,
waaronder een paardachtig wezen dat lijkt te zwemmen of te zweven.
Zulke hybride figuren — verwant aan de makara of vyala —
fungeren in vroege Indiase kunst als bewakers van de kosmos:
grenswezens die de overgang markeren tussen het aardse
en het hemelse domein.
Tussen deze wezens liggen rozetten, kleine florale knoppen
die het ritme van de ring versterken.

Nog een ring verder staan twee vissen, naar elkaar toe gericht
en verbonden door een lus.
In latere boeddhistische iconografie kunnen vissen een vrijheidsmotief zijn,
maar hier functioneren ze eerder als kosmische ornamenten:
symmetrische waterdieren die leven, balans
en de aanwezigheid van de Ganga oproepen.
Hun plaats in de ring versterkt de indruk van een geordende wereld
onder de paraplu.

Daarna volgt een ring met gebundelde planten,
sierlijke gestileerde stengels en takken
die niet als agrarisch motief bedoeld zijn,
maar als een decoratieve verbeelding van groei en samenkomst.
Deze vegetatieve vormen geven de ring een ritmische levendigheid
en verbinden de chatra met het idee van voortdurende vitaliteit.

Aan de buitenzijde loopt tenslotte een reeks concentrische banden
met geometrische patronen:
kleine driehoeken, parelrijen en herhalende lijnen.
Deze ornamenten worden afgesloten door een opstaande rand
(in oorspronkelijke opstelling afhangende),
een stenen zoom die de schijf visueel begrenst en technisch versterkt.
Deze rand vormt de uiterste grens van de hemelkoepel
en geeft de chatra haar ritmische, kosmische afronding.

Van binnen naar buiten ontvouwt zich zo een gelaagde ordening:

bevestigingsholte → bolvormige draagring → lotus → mythische wezens
→ rozetten → vissen → gebundelde planten → geometrische buitenrand
→ afhangende rand.

Het is een kosmische doorsnede in steen
— een paraplu die ooit hoog boven een pilaar of stupa stond,
maar waarvan de onderzijde nog steeds
het ritme, de symboliek en de bescherming van een hemelkoepel draagt.

Een vroeg Kushana‑fragment

Deze chatra behoort tot een veel vroegere fase van Sarnath:
het Kushana‑tijdperk (1e eeuw CE),
ruim vier eeuwen vóór de verfijnde Gupta‑chatra
die boven de Boeddha in het museum staat.
Dat verschil in tijd is zichtbaar in de stijl.

De ringen die je in dit fragment ziet
— van de draagring en de lotus tot de dierenband,
de vissen, de gebundelde planten en de geometrische buitenrand —
tonen een daadwerkelijke ring‑voor‑ring‑opbouw
die kenmerkend is voor vroege Kushana‑steenhouwwerk.
De steenhouwer werkte waarschijnlijk van binnen naar buiten:
eerst de constructieve kern, daarna de symbolische zones,
en tenslotte de ornamenten en de afhangende rand.
Deze concentrische structuur is dus geen algemeen kunsthistorisch principe, maar een direct gevolg van hoe dit specifieke fragment is gemaakt.

Het resultaat is een vroeg, krachtig stuk van een hemelkoepel
dat ooit op een pilaar, boven een beeld of een stupa was geplaatst,
en waarvan de onderzijde nog steeds de ritmiek en beeldtaal
van het Kushana‑Sarnath laat zien.

Kushana: oorsprong en stijl

De Kushana’s waren een dynastie van Centraal‑Aziatische oorsprong
die zich in de 1e eeuw CE vestigde in Noord‑India.
Hun rijk lag op een kruispunt van culturen:
de Iraanse wereld, de Grieks‑Bactrische traditie
(uit het gebied dat nu grotendeels Afghanistan is)
en de vroege Indiase kunst.
Daardoor ontwikkelde zich een stijl die kosmopolitisch is
en tegelijk krachtig en ritmisch.
Figuren en ornamenten krijgen vaak een duidelijke contour,
volumes zijn stevig gemodelleerd,
en dieren, planten en symbolen worden weergegeven
met een directe, bijna emblematische helderheid.

De Kushana‑koningen gebruikten paraplu’s, baldakijnen en zuilen
als tekens van koninklijke status, en die wereldlijke beeldtaal
sijpelde door in religieuze contexten zoals Sarnath.

De sobere Gupta‑chatra boven de Boeddha

De chatra boven de Boeddha in het museum is opvallend sober:
een gladde, ongedecoreerde schijf die vooral als architectonisch teken
van status en bescherming fungeert.
Dat past bij de Gupta‑stijl (4e–6e eeuw CE),
waarin de kosmische en florale ornamentiek
niet op de chatra zelf wordt aangebracht,
maar wordt verplaatst naar het aureool achter de Boeddha.
Daar verschijnen de sierlijke patronen, de lichtsymboliek
en de verfijnde florale motieven die de Boeddha omgeven.
De chatra blijft daardoor bewust eenvoudig,
zodat hij de Boeddha markeert zonder hem te overstemmen.

Dit maakt het contrast met de vier eeuwen oudere Kushana‑chatra
des te groter:
in de Kushana‑tijd lag de betekenis juist in de concentrische decoratie
van de paraplu zelf,
terwijl de Gupta‑chatra boven het beeld een strakke,
koninklijke baldakijn vormt — een teken van eer, niet van ornament.


India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 04

– over het licht dat sterren doet ontstaan –

Inleiding

Twee beelden uit Sarnath.
Gescheiden door minstens 5 eeuwen in de tijd.
Elk op hun eigen manier een concentratiepunt van boeddhistische kunst.

Het eerste, een laat‑Pāla‑fragment van Tara,
toont een dynamische bodhisattva die optreedt, beschermt en begeleidt:
een figuur vol beweging, attributen
en subtiele details die uitnodigen tot reconstructie.

Het tweede, een Gupta‑beeld van de Boeddha.
Dit is juist opvallend sereen.
Geen verhalende ornamenten, geen begeleidende figuren,
maar een gestalte die volledig gericht is op het verlichte bewustzijn.

Samen, toevallig door mij gefotografeerd tussen al die andere beelden,
vormen ze een tweeluik van handelen en inzicht.

DSC01735 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTara11thCenturyCESandStoneAccNo24
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Tara, 11th century CE, sandstone. Acc. No. 24.
DSC01735 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTara11thCenturyCESandStoneAccNo24
DSC01735 03 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTara11thCenturyCESandStoneAccNo24 Begeleidster

Het verhaal achter Tara

Binnen de laat‑Indiase Vajrayāna‑traditie verschijnt Tara
als een krachtige vrouwelijke bodhisattva
die staat voor bescherming, compassie en snelle hulp.
In teksten uit de Pāla‑periode wordt zij
niet als een afzonderlijke godin
met een eigen mythologische oorsprong beschreven,
maar eerder als een vrouwelijke manifestatie van mededogen,
nauw verbonden met Avalokiteśvara.
Haar aanwezigheid in Noord‑India vanaf de 8e eeuw
weerspiegelt een bredere ontwikkeling binnen het boeddhisme,
waarin vrouwelijke figuren een steeds prominentere rol krijgen
in rituelen, meditatie en iconografie.
In Sarnath, een belangrijk centrum van boeddhistische kunst en leer,
werd Tara vaak uitgebeeld als een sierlijke, staande bodhisattva
met rijke juwelen, een lotus als attribuut
en een entourage van kleinere begeleidsters
die haar beschermende en actieve aard onderstrepen.

Duidelijkheden en onduidelijkheden van dit specifieke beeld

Het fragment uit Sarnath toont Tara
in een elegante, licht contrapposto‑houding,
met een rijk uitgewerkte kroon
en sieraden die kenmerkend zijn voor de 11e‑eeuwse stijl.
Ze staat op een dubbele lotus, een voetstuk dat in de Pāla‑kunst standaard is
voor bodhisattva’s en vrouwelijke godheden:
een brede onderste lotus die de basis vormt,
en een tweede lotus waarop de godin daadwerkelijk staat.
Deze dubbele lotus benadrukt haar verheven maar toch handelende aard
— zij staat boven de wereld, maar is er niet van afgescheiden.

Maar het beeld is zwaar beschadigd,
waardoor veel iconografische elementen slechts in sporen aanwezig zijn.
De armen ontbreken, maar de schouderstand en bevestigingsgaten
suggereren dat het oorspronkelijk een complexe,
mogelijk vierarmige compositie was
— een variant die in de latere Vajrayāna‑kunst voorkomt.
Aan de linkerzijde zijn twee schouderzones zichtbaar,
wat wijst op een achterste arm;
aan de rechterzijde is die volledig verdwenen.

De bloem‑ of sterrozetten boven haar oren lijken niet
op de kroonband te rusten, maar op een achterplaat of halo‑basis
die nu verloren is gegaan.
Die ster is geen toeval: Tārā betekent ‘ster’ in het Sanskriet,
een baken in de duisternis, een figuur die richting geeft.
In dit fragment verschijnt dat motief niet als deel van een sterrenhemel,
maar als onderdeel van haar juwelen
— een subtiele echo van haar naam
en haar rol als begeleidende bodhisattva.

Rechts naast haar been loopt een verticale stengel met
helemaal bovenaan het beeld een klein restant van een krul
en onderaan een mogelijk diermotief,
heel waarschijnlijk een makara‑lotusstengel.
Deze decoratiedie vaker de lotus ondersteunt die Tara in haar hand draagt.

Aan haar voeten staan twee kleine vrouwelijke begeleidsters,
miniatuur‑bodhisattva’s of yakṣiṇī‑figuren
die haar rol als beschermende en handelende bodhisattva versterken.

Zo blijft het beeld herkenbaar in houding en uitstraling,
maar omgeven door fragmenten
die uitnodigen tot een zorgvuldige reconstructie
van wat ooit een rijk uitgewerkte, devotionele compositie moet zijn geweest.


DSC01737IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
Buddha in protection giving posture, 5th century CE, sandstone. Acc. No. 342.
DSC01738 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
DSC01738 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
DSC01738 03 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342
DSC01738 04 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBuddhaInProtectionGivingPosture5thCentCESandstoneAccNo342

Boeddha

Het Boeddha‑beeld uit Sarnath,
gehouwen in zandsteen in de Gupta‑periode (5e eeuw),
toont een serene, bijna gewichtloze gestalte.

Het hoofd is bedekt met kleine, regelmatige krullen
die zich tot een gladde topknot verheffen
— het teken van zijn verlichting.
De gelaatstrekken zijn volmaakt symmetrisch:
gesloten ogen, een zachte glimlach,
een neus die vloeiend overgaat in het voorhoofd.
De lange oorlellen herinneren aan zijn vroegere wereldse status,
maar de uitdrukking is volledig verstild.
De gladde huid van het gezicht en de hals
contrasteert met de fijn bewerkte halo achter het hoofd,
waarin bloemranken en parelbanden het licht als het ware laten uitwaaieren.

De Boeddha staat in een houding van bescherming en geruststelling,
met de rechterhand opgeheven in abhaya‑mudrā
en de linkerhand die de rand van het gewaad vasthoudt
— een dunne, bijna onzichtbare sluier
die pas onderaan in plooien zichtbaar wordt.

Zo wordt zijn gestalte niet alleen door licht omgeven,
maar lijkt zij zelf een bron van licht te zijn
— een lichaam dat niet meer volledig aan de aarde toebehoort,
maar haar nog zacht aanraakt.

Opvallend aan dit Boeddha‑beeld is de bijna volledige afwezigheid
van verhalende details.
Geen begeleidende figuren, geen symbolische attributen,
geen decoratieve overdaad
— alleen de gestalte zelf, omgeven door een fijn bewerkte halo
die het innerlijke licht laat uitwaaieren.
Waar veel Indiase beelden uit dezelfde periode rijk zijn aan ornamenten
en iconografische verwijzingen, kiest dit werk voor een radicale eenvoud.
Het is geen beeld dat een verhaal wil vertellen of een wonder wil tonen,
maar een beeld dat volledig gericht is op het verlichte bewustzijn.
De gladde huid, de gesloten ogen, de perfecte symmetrie:
alles is geconcentreerd op de staat van inzicht die de Boeddha belichaamt.
Daardoor krijgt het iets bijna theologisch
— een vorm die niet bedoeld lijkt voor een grote devotionele menigte,
maar voor de stille blik van iemand die wil begrijpen
wat verlichting betekent.
Het is een beeld dat niet spreekt, maar stilte onderwijst.

Afsluiting

Wanneer deze twee beelden naast elkaar worden bekeken,
ontstaat een onverwachte samenhang.

Tara, wier naam in het Sanskriet “ster” betekent,
verschijnt als een baken in de duisternis: een figuur die richting geeft,
die optreedt en begeleidt.
De Boeddha daarentegen straalt het licht zelf uit
— een stille bron die al het handelen ondersteunt.

In het ene beeld is de wereld nog aanwezig, met attributen, stengels, begeleidsters
en fragmenten die uitnodigen tot reconstrueren;
in het andere is de wereld bijna verdwenen, opgelost in een gestalte
die uit licht lijkt gehouwen.

Zo vormen deze twee beelden, toevallig na elkaar gefotografeerd,
een tweeluik waarin Boeddha en Tara, licht en ster,
elkaar ontmoeten:
het inzicht dat alles mogelijk maakt, het handelen dat wijst.


India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 03

– over het leeuwenkapiteel van Ashoka –

De rit naar Sarnath was met een rickshaw.
De chauffeur wilde zo snel mogelijk terug.
Een nieuwe klant betekent meer inkomen. Begrijpelijk.
maar voor mij is het Archaeological Museum Sarnath net zo belangrijk
als de Dharmarajika- en Dhamekh stupa.

Het Archaeological Museum Sarnath begon voor mij bij de galerij 5.
Gewoon omdat deze het dichtst bij de ingang van het complex ligt.
Maar nu kom ik bij galerij 3.
Daar worden de vondsten met betrekking tot
de beroemde Ashoka Pillar van Sarnath bewaard.
Met het leeuwenkapiteel dat ook op munt- en papiergeld in India staat.

IMG_3528IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnath MuseumTicketOnPhone
Museumkaartje op mijn telefoon.
IndianMoney
Het leeuwenkapiteel op Indiaas munt- en papiergeld.
DSC01722IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTextOnMuseumAndFloorPlan
IMG_3529IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnath
Het museumgebouw vanaf de kaartverkoop.

Het beroemde leeuwenkapiteel uit Sarnath,
is vervaardigd rond 250 v.Chr. in de tijd van keizer Aśoka.
Het kwam niet in één keer aan het licht.

De plek werd al in de jaren 1830–1860 bezocht
door Britse reizigers en vroege onderzoekers,
onder wie Alexander Cunningham,
de eerste directeur van de Archaeological Survey of India.
Cunningham identificeerde de ruïnes van het oude kloostercomplex
en de Dhamekh‑stupa,
en hij noteerde de aanwezigheid van grote zuilfragmenten die hij — terecht —
aan de tijd van keizer Aśoka toeschreef.
Maar systematische opgravingen waren toen nog niet mogelijk:
hij kon slechts registreren wat zichtbaar was aan de oppervlakte.

De daadwerkelijke ontdekking van het kapiteel zelf gebeurde later,
tijdens de eerste moderne, methodische opgravingen in 1904–1905,
uitgevoerd door F.O. Oertel.
Zijn team legde de gebroken schacht van de Aśoka‑zuil bloot
en vond daarbij de zwaar beschadigde
maar herkenbare delen van het kapiteel:
de vier rug‑aan‑rug staande leeuwen,
de lotusbasis
en fragmenten van het Dharmachakra‑wiel.
Oertels documentatie maakte het mogelijk om het geheel te reconstrueren
en te begrijpen als een hoogtepunt van Maurya‑kunst.

Het kapiteel toont vier rug‑aan‑rug staande leeuwen,
symbool van koninklijke kracht
en de verspreiding van de dharma in alle richtingen.
Oorspronkelijk droeg het de wielvormige Dharmachakra,
waarvan resten eveneens in Sarnath zijn gevonden.
Uitgevoerd in gepolijst zandsteen uit Chunar,
getuigt het werk van uitzonderlijke technische beheersing
en stilistische verfijning
— de glans van het oppervlak en de ritmische krullen van de manen
zijn kenmerkend voor de Maurya‑periode.

DSC01724IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarLionCapital
Ashoka pillar ith lion capital.
DSC01723IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTextLionCapital
DSC01725IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarFragmentaryUmbrellaAccNo109 Ma junadeva
Ashoka pillar, gragmentary umbrella. Acc. No. 109.
DSC01726IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarFragmentaryUmbrellaAccNo109 Ma junadeva Txt
DSC01728IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarUmbrellaRemainsPaliInscriptionChunarSandstoneAccNo401 Fragment
Pali-inscription, chunar sandstone. Acc. No. 401.
DSC01729IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarUmbrellaRemainsPaliInscriptionChunarSandstoneAccNo401 FragmentDetail
DSC01727IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarUmbrellaRemainsPaliInscriptionChunarSandstoneAccNo401 Txt
DSC01790IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathTextLionCapital Detail
Nog even terug naar het leeuwenkapiteel.
DSC01743IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathSchematischOverzichtAshokanPillarWithLionCapital
Schematische reconstructie van de Ashoka-pillar van Sarnath.
DSC01744IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarLionCapital Abacus Paard Chakra
Op de abacus het paard en de chakra.
DSC01745IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarLionCapital Abacus Bull
De stier.
DSC01746IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathAshokaPillarLionCapital Abacus Olifant
De olifant.
DSC01747IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathPiecesOfChakraOfLionCapital3rdCentBCESandStoneAccNo6639to6644
Pieces of the chakra of lion capital, 3rd century BCE, sandstone. Acc. No. 6639 to 6644.
DSC01749IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDetailsOfWheelOfLionCapital Txt

Afdeksteen en zuilfragmenten uit de Śuṅga‑periode

Naast de Aśoka‑zuil werd in Sarnath
ook een afdeksteen met bijbehorende zuilfragmenten
uit de Śuṅga‑periode (ca. 185–73 v.Chr.) gevonden.
Deze elementen maakten deel uit van een stenen omheining
die het heilige gebied rond de stupa en de zuil afbakende.
De Śuṅga‑tijd ligt ongeveer een eeuw na Aśoka,
maar de plek bleef al die tijd een actief pelgrimsoord;
lokale gemeenschappen breidden het heiligdom uit
met nieuwe architectonische onderdelen.
De afdeksteen vormde de bovenrand van de balustrade,
terwijl de zuiltjes eronder waren versierd met typische Śuṅga‑motieven:
lotussen, geometrische patronen en symbolen van de dharma.

De fragmenten met inventarisnummers 418–420–423
werden tijdens de opgravingen van F.O. Oertel (1904–1905) blootgelegd,
in de directe nabijheid van de Aśoka‑zuil.
Ze tonen hoe het heiligdom zich in de eeuwen na Aśoka
verder ontwikkelde: van keizerlijke monumentaliteit
naar een rijk gedecoreerde, door de gemeenschap onderhouden cultusplaats.

DSC01730IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCopingStoneWithRailingPillarSungaPeriod185–73BCESandStoneAccNo418-420-423 Detail

Ruiters op leeuwen

Langs de rechterzijde van de afdeksteen is een herhaald motief te zien:
een menselijke figuur die een leeuw berijdt, vier keer achter elkaar.
Aan de linkerzijde komt dezelfde combinatie drie keer voor.
De leeuw staat voor kracht en bescherming,
terwijl de ruiter waarschijnlijk een yakṣa, een beschermgeest, verbeeldt.
Door het motief ritmisch te herhalen langs de bovenrand van de balustrade
ontstaat een levendige omlijsting van het heiligdom,
waarin menselijke en beschermende figuren
als een processie lijken op te trekken richting de stupa.

DSC01732IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCopingStoneWithRailingPillarSungaPeriod185–73BCESandStoneAccNo418-420-423 Detail

Stupa en Dharmachakra

In het midden van de afdeksteen is een stupa afgebeeld,
het vroegste symbool van Boeddha’s aanwezigheid.
De halfronde koepel rust op een vierkante basis
en wordt bekroond door een kleine harmika
– het platform waarop het Dharmachakra‑wiel rust.
Dat wiel is hier nog schematisch weergegeven:
een eenvoudige ovale ring met een verticale as,
eerder een idee dan een natuurgetrouwe voorstelling.

Aan weerszijden staan twee figuren in aanbidding,
elk met een offerkrans of bloemenbundel.
Hun gebaren drukken eerbied uit voor de stupa,
die in deze periode het centrale object van devotie was.
De voorstelling behoort tot de Śuṅga‑stijl:
eenvoudig, frontaal en met nadruk op symbool en ritueel.
De ruwe korrel van de zandsteen versterkt het archaïsche karakter
van het reliëf, dat de overgang markeert van keizerlijke monumentaliteit
naar een meer gemeenschapsgerichte verering.

DSC01731IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCopingStoneWithRailingPillarSungaPeriod185–73BCESandStoneAccNo418-420-423 Detail

Gevleugelde figuur met pauwstaart

Aan weerszijden van de stupa met vereerders staat
op de afdeksteen een composiet wezen
met vleugels, een prachtige pauwstaart, duidelijk zichtbare poten
en een menselijk hoofd met een statige, aardse houding.
De combinatie van menselijke en dierlijke elementen maakt het
een passende figuur binnen de ornamentiek van de Śuṅga‑periode,
waar grenswezens vaak de overgang tussen het aardse ritueel
en het heilige domein markeren.
Ze lijken de processie te begeleiden in een stille,
ceremoniële wachtershouding
die de devotie op de steen omlijst met mythische waardigheid.

DSC01734IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCopingStoneWithRailingPillarSungaPeriod185–73BCESandStoneAccNo418-420-423
Als afsluiting de hele railing: Coping stone with railing pillars, Sunga period, 185 – 73 BCE, sandstone. Acc. No. 418, 420 and 423.

India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 02

– over nissen, bekroningen, deurstijlen en reliëfs: Gupta‑decoratie uit het Sarnath‑complex –

Veel van de sculpturen in het museum van Sarnath behoren tot de Gupta‑stijl,
de verfijnde vormentaal die in de 4e–6e eeuw
zowel hindoeïstische, boeddhistische als jaïnistische kunst vorm gaf.
In dit bericht over het site‑museum, zie je vooral architectonische fragmenten:
deurstijlen, nissen, bekroningen en reliëfs die ooit deel uitmaakten
van grotere gebouwen.
Sommige tonen duidelijk boeddhistische iconen,
andere zijn moeilijker te plaatsen en zouden in theorie
ook uit hindoeïstische contexten kunnen komen.

Veel van de fragmenten zijn dus geen zelfstandige beelden,
In een site‑museum zie je precies dit soort stukken
— de stille restanten van gebouwen die allang verdwenen zijn,
maar waarvan de sculptuur nog getuigt van de oorspronkelijke rijkdom.
Het zijn fragmenten die je in een nationaal museum zelden aantreft,
omdat ze zo sterk verbonden zijn met hun oorspronkelijke plaats:
ze markeerden drempels, omlijstten heilige zones,
begeleidden de bezoeker van het aardse naar het sacralere domein.
Juist in Sarnath, waar de Boeddha zijn eerste onderricht gaf,
vormen deze brokstukken een bijna archeologische poëzie:
losse stenen die samen een verdwenen architectuur oproepen.

DSC01694IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathGargoyle7thCenturyCEAccNo686
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Gargoyle, 7th century CE. Acc. No. 686.

Regenwaterafvoer

Dit fragment is een regenwaterafvoer uit de stupa‑architectuur:
een blok waarvan de voorzijde is vormgegeven als een fabeldier
dat het water van het dak liet stromen.
De kop is expressief en licht dreigend,
precies het soort beschermend wezen dat in boeddhistische bouwkunst
vaak de overgang tussen dak en muur markeert.
Het dier wordt ook wel een makara genoemd, een mythisch waterwezen
dat in deze context de stupa symbolisch beschermt.

De tweede foto toont de praktische constructie:
het kanaal bovenaan waar het water doorheen liep,
en de stempels die het museum gebruikt om het fragment te registreren.
Samen maken ze duidelijk dat dit niet alleen een decoratief element was, maar een functioneel onderdeel van een groter architectonisch geheel.

DSC01695IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathGargoyle7thCenturyCEAccNo686

DSC01697IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone9th-10thCenturyCEAccNo683
Face stone, 9th – 10th century CE. Acc. No. 683.

Wandbekleding ?

Dit fragment toont een zorgvuldig bewerkte steen met een ritmisch patroon
van vierkanten en bloemmotieven.
De vijf uitsparingen in elk vierkant — als de vijf van een dobbelsteen —
zijn niet doorboord maar slechts uitgehold,
wat erop wijst dat het motief decoratief bedoeld was.

In Indiase kunst kan dit schema verwijzen
naar de vijf richtingen of vijf elementen,
maar het functioneert hier vooral als ornament dat orde en symmetrie uitdrukt.

Onderaan zijn drie kleine nissen zichtbaar, afwisselend gevuld en leeg.
De middelste bevat een reliëf dat nog net herkenbaar is,
mogelijk een gestileerde figuur.
Die afwisseling tussen leegte en aanwezigheid lijkt bewust gekozen
en versterkt het ritme van de compositie.

De bovenrand is ruw en onregelmatig, zonder sporen van bevestiging
of afwerking.
Dat wijst erop dat de steen geen sokkel was waarop een beeld rustte,
maar eerder een deel van een wandbekleding of architectonisch paneel
dat ooit in een groter geheel was opgenomen.

Het fragment combineert geometrie, symboliek en ambacht
— een stille echo van de verfijnde Sarnath‑stijl uit de 9e–10e eeuw.


DSC01699IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo679
Fragment, 6th century CE. Acc. No. 679.

Gestileerde leeuwenkop

Dit architectonische fragment uit de 6e eeuw toont
een fijn bewerkte omlijsting met bloem‑ en vlechtmotieven,
waarschijnlijk afkomstig van een deur‑ of raamzone.
Tussen de geometrische patronen verschijnt een klein gezichtje
— een vroege leeuwenkop of kīrtimukha,
het beschermende wezen dat in Indiase architectuur
vaak boven openingen of op randen voorkomt.
Hier heeft het nog een zachte, bijna menselijke expressie,
passend bij de serene stijl van Sarnath.

De combinatie van ornament en figuur maakt duidelijk
dat dit geen sokkel was, maar een decoratief paneel
dat de overgang markeerde tussen binnen en buiten, materieel en spiritueel.
Zelfs in dit kleine detail leeft het idee van bescherming en glorie voort
— een glimlach in steen die de stilte van het heiligdom bewaakte.


DSC01701IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathPediment7thCenturyCEAccNo674
Pediment, 7th century CE. Acc. No. 674.

Kijk eens naar deze bloem!

Dit pedimentfragment uit de 7e eeuw toont een vrouwelijke figuur
in een rustige, symmetrische zithouding.
Haar linkerhand rust ontspannen op het been,
een gebaar dat stabiliteit en kalmte uitdrukt.
In de rechterhand houdt zij een bloem, als een presenterend gebaar
— alsof zij het attribuut toont, een stille uitnodiging om te zien wat zij draagt.

De hoge haardracht en de sierlijke omlijsting boven haar
geven de figuur een verheven, bijna hemelse uitstraling.
Samen met de decoratieve band boven haar
— als een licht golvende bekroning —
suggereert dit dat het fragment ooit deel uitmaakte van een pilaar-
of nisbekroning waarin de figuur fungeerde
als een gracieus, beschermend aanwezigheidsmotief.

Het is een mooi voorbeeld van de Sarnath‑stijl
waarin goddelijke figuren niet nadrukkelijk autoritair worden weergegeven,
maar eerder open, mild en uitnodigend,
met een attribuut dat hun betekenis zacht maar duidelijk markeert.


DSC01703IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragmentWithSwastik7thCenturyCEAccNo673
Fragment with swastik, 7th century CE. Acc. No. 673.

Swastika of niet?

Waar de haakse lijnen elkaar kruisen,
is telkens een klein bloemmotief ingevoegd.
Dat detail verzacht niet alleen de geometrie,
maar geeft het patroon ook een subtiele draaiing:
de bloem lijkt als het ware het knooppunt te laten “ademen”,
waardoor de omliggende lijnen visueel gaan roteren.
Zo ontstaat vanzelf een swastika‑achtige dynamiek
— niet als een expliciet symbool, maar als een optisch effect
dat voortkomt uit de wisselwerking
tussen strakke geometrie en organische accenten.

Die draaiing herinnert aan een oud, cyclisch principe
dat in de Indiase beeldtaal veel voorkomt:
het idee dat energie zich niet lineair beweegt, maar in herhalende cirkels,
spiralen en terugkerende patronen.
De swastika is in dat opzicht geen teken van richting, maar van continuïteit
— een visuele metafoor voor het ritme van ontstaan, bestaan en vergaan.
In dit fragment is dat principe niet letterlijk uitgebeeld,
maar opgeroepen door de manier
waarop lijnen en bloemen elkaar in beweging zetten.


DSC01705IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo672
Architectural fragment, 6th century CE. Acc. No. 672.

Kīrtimukha‑achtige of bhūtafiguur?

Het gezicht is krachtig en geladen met spanning:
de open mond, de opgetrokken wenkbrauwen
en de korte, gekrulde baard geven het een levendige,
bijna bezwerende expressie.
Aan weerszijden van de mond lijken kleine slagtanden te zien
— een detail dat het gelaat een afschrikwekkende,
beschermende kracht verleent.
Zulke tanden komen vaker voor bij kīrtimukha‑achtige figuren
of bhūta’s, wezens die de ingang van een heilig domein bewaken.

Samen met het kleine doodshoofd boven op het hoofd
vormt dit een beeld van transformatie en bescherming:
leven en dood, dreiging en sereniteit in één gezicht verenigd.
Het fragment belichaamt zo de Sarnath‑stijl van de 6e eeuw,
waarin zelfs ornamenten een rituele intensiteit dragen
— niet enkel decoratief, maar geladen met symbolische energie
die de ruimte moest zuiveren en beveiligen.

DSC01706IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathArchitecturalFragment6thCenturyCEAccNo672

DSC01708IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01709IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01710IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01711IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670 Detail
DSC01713IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathDoorJam6thCenturyCEAccNo670
Door jam, 6th century CE. Acc. No. 670.

Kom binnen, je betreedt een heiligdom.

Deze deurstijl uit de 6e eeuw, rijk versierd met figuren en rankmotieven,
vormde ooit de ingang van een tempel.
De reliëfs tonen kleine, mollige wachters en dansende wezens
— yakṣa’s en hemelse figuren —
die de drempel bewaken en zegenen.
Hun aanwezigheid is niet louter decoratief:
zij verbeelden de levenskracht en bescherming
die de bezoeker begeleidt bij het betreden van het heiligdom.

De sierlijke krullen aan de rand symboliseren de energie van groei
en beweging, terwijl de verhalende scènes in de middenstrook
verwijzen naar rituele handelingen en menselijke gebaren van eerbied.
Zo wordt de deurstijl zelf een visuele poort
tussen wereld en sacrale ruimte,
een steen geworden overgang
waarin het aardse en het goddelijke elkaar raken.


DSC01715IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo666 Detail
Face stone, 6th century CE. Acc. No. 666.

Verheffende zuivering

Het gelaat is compact en bijna kikkerachtig van vorm:
hoge, boogvormige wenkbrauwen drukken de ronde ogen naar beneden,
terwijl een kleine diamant tussen de ogen
de symmetrie van het voorhoofd markeert.
Onder de neus ligt een snorachtige band
die de spanning tussen neus en mond versterkt;
daaronder opent zich een brede mond met een ornament of tong
die naar buiten lijkt te komen
— een typisch kīrtimukha‑motief dat onzuivere krachten verslindt.
Rondom het hoofd waaieren golvende krullen uit als manen,
waardoor het wezen een dierlijke, bezwerende energie krijgt.

Aan de zijkant duikt een sierlijke zwaan op,
de hamsa, symbool van zuiverheid en spirituele onderscheidingskracht.
Samen vormen zij een hybride poortwachter:
het monster dat zuivert en de vogel die verheft.
Zulke motieven sierden architectonische drempels
binnen het tempelcomplex — deurstijlen, nissen en bekroningen —
en markeerden de overgang naar een heilige zone binnen het gebouw,
nog vóór men de eigenlijke cultusruimte bereikte.

DSC01716IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo666

DSC01718IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo657 Detail
Face stone, 6th century CE. Acc. No. 657.

Energie

De Boeddha zit in een rustige, compacte meditatiehouding:
één hand rust in de schoot, de andere ligt ontspannen op de knie.
Achter hem, binnen de ronde nis, verschijnen twee opvallende vormen
die als gestileerde vlammen of vleugelachtige contouren
kunnen worden gelezen.
Ze sluiten nauw aan tegen het lichaam
en lijken de Boeddha als het ware te omlijsten,
waardoor een subtiel energieveld ontstaat dat zijn aanwezigheid versterkt.
In de Gupta‑tijd functioneren zulke vormen vaak
als lotus‑ of aureoolmotieven,
ornamentale emanaties die de heilige status van de figuur markeren.
In deze kleine nis krijgen ze een bijna beschermende rol:
ze maken de Boeddha tot het stille centrum van de compositie
en benadrukken dat dit fragment ooit deel uitmaakte
van een architectonische drempel binnen het tempelcomplex
— een plek waar de overgang
naar een meer sacraal domein werd aangeduid.

DSC01719IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone6thCenturyCEAccNo657

Afsluiting

Zo ontstaat uit losse stenen een contour van wat Sarnath ooit was:
een tempellandschap waarin ornamenten de drempels bewaakten
en kleine Boeddha‑nissen de muren tot leven brachten.
De reeks in dit bericht vormt de aanloop naar het monument
dat alles samenbindt
— het leeuwenkapiteel van Ashoka,
waar de geschiedenis van de plek zich in één sculptuur verdicht.


India 24/25: Varanasi, dag 3 – Archaeological Museum Sarnath 01

– over hoe steen zich opent: drie Sarnath‑fragmenten over vorm en betekenis –

Terwijl ik de archeologische site van Sarnath bezocht
ben ik ook gaan kijken in het museum dat er vlak bij ligt.
Dat vraagt om wat achtergrondinformatie over dat museum
omdat ik wat voorwerpen daarvan wil laten zien:

Het Archaeological Museum Sarnath is vrijwel volledig gewijd
aan vondsten uit Sarnath zelf.
De instelling werd in de Britse tijd opgericht door
de Archaeological Survey of India (ASI)
om de resultaten van opgravingen op die ene site te bewaren.

De collectie omvat:

  • Sculpturen, reliëfs en fragmenten uit de Dhamekh‑stupa, Dharmarajika‑stupa, en omliggende kloostercomplexen.
  • Objecten uit latere periodes (Gupta, post‑Gupta, Pāla) die in dezelfde zone zijn gevonden.
  • Enkele stukken uit de directe omgeving van Varanasi, maar altijd binnen het bredere Sarnath‑veld.

Kort gezegd:
het is geen regionaal museum van heel Varanasi, maar een site‑museum
— alles wat er staat komt uit of rond de archeologische zone van Sarnath.
Als een object in dat museum staat zonder verdere herkomstvermelding,
mag je er met redelijke zekerheid van uitgaan dat het uit Sarnath komt.
Alleen bij uitzonderingen (bijv. vergelijkingsstukken uit andere plaatsen)
wordt dat expliciet vermeld op het label.

Dat laatste woord, label, is de aanleiding voor deze inleiding op het museum.
De labels bij de objecten zijn heel summier.
Dat laat ik bij het eerste object even zien:

  • geen vermelding van de plaats waar het object gevonden is;
  • geen aanduiding van het materiaal waaruit het gemaakt is;
  • geen beschrijving van de voorstelling;
  • en geen beschrijving van de omstandigheden waaronder het gevonden is.

Misschien is al die informatie er wel maar is die (nog) niet online beschikbaar.

DSC01687IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone7thCentCEAccNo654
India, Varanasi, Archaeological Museum Sarnath, Face stone, 7th century CE. Acc. No. 654.
DSC01688IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathFaceStone7thCentCEAccNo654

Face stone

Wat we hier zien is een mogelijke Boeddha,
zittend op een lotus‑basis binnen een architectonische nis.
De nis is omlijst met kralenranden en florale ornamenten,
en bovenaan bevindt zich een boogvorm met een centraal kopmotief.
Dat hoofd lijkt op een gestileerde slang of een ander mythisch wezen.
Het fragment is te beperkt om het motief met zekerheid te identificeren,
maar de combinatie van kralenranden, florale details en de boogvorm
plaatst de Boeddha duidelijk binnen een architectonisch kader
dat bedoeld was om hem te omlijsten en te markeren.
De houding is overwegend rustig en symmetrisch,
in lijn met de idealen van innerlijke kalmte die zo kenmerkend zijn
voor de Sarnath‑stijl.

De steen — waarschijnlijk Chunar‑zandsteen —
toont slijtage en kleine beschadigingen,
sporen van een lange geschiedenis van blootstelling en gebruik.
Alles samen geeft het fragment de indruk ooit deel te zijn geweest
van een grotere sculpturale structuur,
mogelijk een stupa‑bekleding of een tempelwand met meerdere nissen.

Wanneer je een Boeddha ziet die rustig en symmetrisch zit,
is de eerste reflex om te denken aan de dhyāna‑mudrā,
de klassieke meditatiehouding waarin beide handen in de schoot liggen,
palmen naar boven, duimen licht tegen elkaar.
Veel Sarnath‑beelden uit de 7e eeuw tonen precies deze mudrā,
en de serene compositie van het fragment
lijkt die interpretatie te ondersteunen.
De rechterarm is afgebroken, wat de gedachte voedt dat de rechterhand
ooit boven de linkerhand lag
en dat het gebaar door de breuk verloren is gegaan.
Maar zodra je naar de linkerhand kijkt, ontstaat frictie.
Die hand ligt laag, op de enkel van de linkervoet,
en toont geen spoor van een tweede hand die er ooit bovenop lag.
Een beeldhouwer werkt in één blok: als er iets bovenop had gelegen,
zou de linkerhand zelf beschadigd zijn of een afdruk tonen.
Dat is hier niet het geval.
De dhyāna‑mudrā blijft dus mogelijk, maar niet zonder spanning
— en die spanning is precies het punt waarop een fragment ons uitnodigt
om verder te kijken dan de canon.

Wanneer je de iconografische verwachting loslaat
en puur kijkt naar de plastische logica van het fragment,
ontstaat een tweede, minstens even plausibele interpretatie.
De rechterarm stopt abrupt, maar de breuklijn
en de positie van de schouders suggereren
dat de arm niet naar de schoot liep, maar eerder diagonaal naar voren,
met de elleboog rustend op het rechterbeen.
In dat scenario zou de rechterhand licht naar voren hebben gestoken
— een uitstekende vorm die bij breuk als eerste verdwijnt.
De linkerhand, laag op de enkel, vormt dan geen deel van een mudrā
maar van een natuurlijke rusthouding.
Zulke informele, ontspannen poses komen in Sarnath‑sculptuur vaker voor,
vooral in architectonische nissen waar de doctrinaire gebaren
minder strikt worden toegepast.

Door beide lezingen als mogelijkheden open te laten,
wordt het fragment zelf een dialoog tussen iconografie en steen:
tussen de canon die een meditatiehouding suggereert
en de materiële aanwijzingen
die op een meer ontspannen, natuurlijke pose wijzen.


DSC01689 01 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694
Corner stone, 6th century CE. Acc. No. 694.
DSC01689 02 IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694
DSC01691IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathCornerStone6thCentCEAccNo694Detail

Hoeksteen

Deze hoeksteen maakt deel uit van een architectonische omlijsting
waarin decoratie en diermotief naadloos in elkaar overvloeien.
Het wezen dat hier verschijnt heeft duidelijke leeuwentrekken
— de krachtige houding, de manen die in ornament overgaan,
de kop die zich naar een verticale guirlande buigt —
maar het is geen natuurgetrouwe leeuw.
Het grijpt het decoratieve element met een klauw
en lijkt het bijna te “verslinden”,
een beweging die eerder symbolisch is dan realistisch:
een manier om levenskracht, bescherming
en spanning in het steenwerk te brengen.

Dat past binnen een bredere Indiase fascinatie voor de leeuw,
toen en nu nog.
In Sarnath is de leeuw zelfs een centraal symbool,
van de Ashoka‑kapiteel tot de vele bewaker‑wezens in nissen en friezen.
Tegen die achtergrond krijgt ook deze hoeksteen betekenis:
als een gestileerd, hybride leeuwwezen
dat de architectuur bezielt en het heiligdom visueel bewaakt.


DSC01692IndiaVaranasiArchaeologicalMuseumSarnathBodhisattvaInPilaster8thCentCEAccNo690
Bodhisattva in pilaster, 8th century CE. Acc. No. 690.

Drie eeuwen Sarnath in drie fragmenten

Samen tonen deze drie fragmenten – de leeuw, de Boeddha, de Bodhisattva –
hoe de beeldhouwkunst van Sarnath
zich tussen de 6e, 7e en 8e eeuw ontwikkelt.

In de 6e eeuw overheerst het architectonische reliëf:
de hoeksteen met zijn gestileerde leeuwwezen
is nog volledig onderdeel van de bouwstructuur,
een decoratief motief dat kracht en bescherming uitdrukt
maar gebonden blijft aan het vlak.

In de 7e eeuw verschijnt een ander ideaal:
de verfijnde, serene Boeddha‑stijl van Sarnath,
waarin het gezicht zacht gemodelleerd is
en de figuur zich al iets losmaakt van de achtergrond
— een overgang van ornament naar icoon.

In de 8e eeuw krijgt de sculptuur een nieuwe ruimtelijkheid:
de Bodhisattva in de pilaster heeft volume, sieraden,
een duidelijke houding en een bijna driedimensionale aanwezigheid,
een voorbode van de expressieve Pāla‑stijl.

Zo vormen deze drie stenen samen een kleine tijdlijn:
van reliëf naar beeld,
van architectonische functie naar spirituele aanwezigheid,
van decoratieve kracht naar persoonlijke expressie.


Foundation Hubert Looser: verf, materie en dan nu gebaar

Inleiding

Na een reeks werken van onder anderen Chamberlain, Fontana,
De Kooning, Scully, Rothko, Pollock, Newman, Warhol, Richter,
Penone en Kiefer — elk met hun eigen oplossingen,
opent zich een andere ruimte:
minder massief, maar niet minder geladen.

Hier hangt onder andere eerst
Sunset Series Part II Bay of Naples (Rome), 1960
van Cy Twombly, gevolgd door
Revised Undiscovered Genius of the Mississippi Delta, 1983
van Jean-Michel Basquiat.
Ze hangen hier in Kunsthaus Zürich niet naast elkaar, maar wel in elkaars nabijheid.

Twombly is afkomstig uit de collectie van de Foundation Hubert Looser;
Basquiat uit particulier bezit.
Toch is hun plaatsing geen toeval.
Eerder werden ook niet-Looser werken tussen Looser-stukken gepresenteerd.
Een keuze van de tentoonstellingsmaker die aanzet tot dialoog.

Twombly en Basquiat zijn visueel en temperamentvol
elkaars tegenpolen:
de één stil, ritmisch, verankerd in mediterrane lichtval en
antieke echo’s;
de ander luid, fragmentarisch, geworteld in straatcultuur.

Maar beide werken spreken in gebaren, in sporen, in ritmes
die zich niet laten vangen in één verhaal.

Maar pas op.
Wie kijkt, wordt niet geleid maar uitgedaagd.
Er is geen vaste ingang, geen veilige interpretatie.
De leegte bij Twombly is geen stilte, maar een echo.
De doorhaling bij Basquiat is geen correctie, maar een nadruk.
Beide kunstenaars laten iets achter: een spoor, een gebaar, een ritme,
dat zich niet laat bezitten.

Cy Twombly: kijken zonder verhaal

Twombly maakt geen kunst die meteen een verhaal vertelt
of indruk wil maken.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld middeleeuwse kunst,
waar herkenbare beelden vaak een religieus of moreel punt maken,
laat Twombly veel weg.
Geen scènes, geen uitleg, geen duidelijke boodschap.
Zijn werk vraagt niet om geloof of begrip, maar om aandacht.

In 1960 woonde Twombly in Rome, omringd door antieke inscripties,
mediterrane lichtval en klassieke architectuur.
Die wereld beïnvloedde zijn denken, maar in
Sunset Series Part II Bay of Naples (Rome), 1960 zie je daar weinig
direct van terug.
Geen mythologische figuren, geen poëtische citaten.
Wel lijnen, kleurvlakken en cijfers. “A queen for a day
Twombly werkt hier niet met herkenbare verwijzingen,
maar met een visuele taal die zich eerder stil houdt dan spreekt.
Misschien is dat precies zijn punt:
niet alles hoeft zichtbaar te zijn om aanwezig te zijn.

DSC05261KunsthausZürichCyTwomblySunsetSeriesPartIIBayOfNaples(Rome)1960BleistiftWachsstiftUndÖlfarbeAufLeinwand

Kunsthaus Zürich, Cy Twombly, Sunset series part II Bay of Naples (Rome), 1960, Bleistift, Wachsstift und ölfarbe auf Leinwand.

Je ziet geen zonsondergang in de klassieke zin.
Wel zie je kleurvlakken in blauw en groen die doen denken aan lucht,
water of vegetatie.
Maar zonder dat ze iets voorstellen.
Je ziet lijnen die lijken te trillen, cijfers die bijvoorbeeld oplopen
van 11 tot 15, en vormen die lijken op vliegtuigen of vogels,
maar het niet precies zijn.
Twombly wrijft verf uit, haalt dingen weg, laat sporen achter.
Zijn werk is geen plaatje, maar een moment dat zich uitstrekt.

DSC05261KunsthausZürichCyTwomblySunsetSeriesPartIIBayOfNaples(Rome)1960BleistiftWachsstiftUndÖlfarbeAufLeinwand01QueenForADay

Detail ‘Queen for a day’.

Twombly werkte met verf en doek omdat hij daarmee kon denken in beweging.
Zijn lijnen zijn geen illustraties, maar gebaren.
Hij wilde tijd zichtbaar maken, herinnering oproepen,
ruimte laten voor interpretatie.
Geen uitleg, geen spektakel, wel ritme, herhaling, uitwissing.

DSC05261KunsthausZürichCyTwomblySunsetSeriesPartIIBayOfNaples(Rome)1960BleistiftWachsstiftUndÖlfarbeAufLeinwand02UFO

Detail ‘vliegtuig of vogel’

Dat maakt hem voor veel mensen moeilijk te “zien”.
Zoals curator Kirk Varnedoe voormalig hoofdcurator van schilderkunst
en beeldhouwkunst bij MoMA het ooit zei tijdens zijn lezing
Pictures of Nothing (2003):

“Influential among artists, discomfiting to many critics and truculently difficult not just for a broad public, but for sophisticated initiates of postwar art as well.”
“Invloedrijk onder kunstenaars, ongemakkelijk voor veel critici, en koppig moeilijk—niet alleen voor een breed publiek, maar zelfs voor doorgewinterde kenners van naoorlogse kunst.”

DSC05261KunsthausZürichCyTwomblySunsetSeriesPartIIBayOfNaples(Rome)1960BleistiftWachsstiftUndÖlfarbeAufLeinwand03Kleur

Detail ‘trillende lijnen, cijfers en kleuren’

Twombly is geen publiekslieveling.
Zijn naam komt zelden voor in populaire lijsten, maar zijn invloed is diep.
Zijn werk hangt in MoMA, Tate, het Louvre en het Kunsthaus Zürich.
Hij bestaat buiten het zicht, als een soort onderstroom.
Voor wie bereid is te kijken,
opent zich een wereld die niet communiceert, maar broeit.

Zoals Twombly zelf zei:

“It’s more like I’m having a conversation with the painting.”
“Het is meer alsof ik een gesprek voer met het schilderij.”

En wie kijkt, wordt deel van die conversatie.

Jean-Michel Basquiat: tweeluik met graffiti-energie

Dit werk bestaat uit twee doeken die met scharnieren aan elkaar zitten.
Samen vormen ze het tweeluik
Revised Undiscovered Genius of the Mississippi Delta (1983).
Een titel die tussen de vele ‘Untitled’ klinkt als
een manifest, een correctie, een aanklacht.
Wie is de “undiscovered genius” (onontdekt genie)?
Waarom moet hij worden “revised” (aangepast)?
En wat heeft de Mississippi Delta ermee te maken?

Op het linkerdoek hangt een grote haak aan een horizontale stang.
Daaronder, rechtsonder in het doek, verschijnt een expressief gezicht:
opgebouwd uit rode, blauwe en zwarte lijnen,
met open mond en zichtbare tanden.
Het kijkt niet weg, maar ook niet recht aan.
Eerder alsof het ergens tussenin hangt.
Een klein deel van dit gezicht loopt door op het rechterdoek,
waardoor de twee panelen visueel met elkaar verbonden zijn.
De achtergrond is wit, met vegen en vage tekens.
Is dat links een Dollarteken?
Het voelt als een scène waarin iets wacht,
iets hangt, iets wordt bekeken.

DSC05263KunsthausZüricJMBasquiatRevisedUndiscoveredGeniusOfTheMississippiDelta1983PinselInAcrylÖlstiftUndPapiercollageAufZweiMitScharnierenBefestigtenLeinwänden

Jean-Michel Basquiat, Revised undiscovered genius of the Mississippi Delta, 1983, pinsel in acryl, ölstift und papiercollage auf zwei mit scharnieren befestigten leinwänden.

Op het rechterdoek verschijnen figuren die balanceren
tussen herkenning en vervorming:
een vis met cartoonachtige trekken,
het industrieel achterlijf van het sfinx-achtige hoofd
architectuur vormen die aan flats doen denken, en
het woord “CATFISH” (meerval), geschreven in blauw en doorgestreept met rood.
Die doorhaling is geen correctie, maar een accent—zoals Basquiat zelf zei:

“I cross out words so you will see them more.”
“Ik streep woorden door zodat je ze beter ziet.”

Catfish is geen neutraal woord.
Het verwijst naar een dier dat zich ophoudt in modderige wateren,
vaak onzichtbaar tot het beweegt.
In de Amerikaanse zuidelijke context—waar de Mississippi Delta zich bevindt,
is het ook een cultureel symbool: van overleving, camouflage,
identiteit die zich niet zomaar laat vangen.
In hedendaagse digitale cultuur is het zelfs een term voor misleiding,
een valse identiteit.
Door het woord te schrijven én door te halen,
maakt Basquiat het zichtbaar én ongrijpbaar.

DSC05264KunsthausZürichJMBasquiatRevisedUndiscoveredGeniusOfTheMississippiDelta1983PinselInAcrylÖlstiftUndPapiercollageAufZweiMitScharnierenBefestigtenLeinwändenDtl

Detail ‘hoofd van industriële sfinx’

Wat opvalt in dit werk, en wat in het detail van foto 2 extra zichtbaar wordt,
is de visuele energie die doet denken aan graffiti.
De ruwe lijnen, het ontbreken van afwerking, de directe blik:
het voelt als een spontane uitroep, een visuele tag.
Dat is geen toeval.
Basquiat begon op straat, onder het pseudoniem SAMO© (Same Old Shit),
en bracht die esthetiek mee naar het doek.
Wat ooit als marginaal werd gezien, is inmiddels een erkende beeldtaal,
en een reden waarom veel mensen zich aangetrokken voelen tot zijn werk.

Die herkenbaarheid heeft ook invloed op de kunstmarkt.
De afgelopen jaren is graffiti als beeldtaal breder geaccepteerd,
en Basquiat’s werk is daarin meegegroeid.
Zijn doeken worden verkocht voor tientallen miljoenen dollars.
Maar de kracht zit niet in de prijs, maar in de urgentie:
hij schildert alsof hij móét spreken.

Basquiat werkt niet met één beeld of verhaal, maar met botsende elementen.
De haak hangt, het gezicht kijkt, het woord “CATFISH” roept iets op
van jagen, verbergen, benoemen.
Maar niets wordt uitgelegd.
De vormen zijn herkenbaar, maar niet eenduidig.
De lijnen zijn expressief, maar niet illustratief.
Het werk spreekt in fragmenten.

En wie kijkt, ziet geen uitleg,
maar een veld van betekenissen: verspreid, overlappend, onaf.

Afsluiting

Wat deze twee werken verbindt, is niet stijl of herkomst,
maar een gedeeld vertrouwen in het onvolledige.
Twombly laat leegtes en uitwissing spreken;
Basquiat streept woorden door zodat je ze beter ziet.

Waar eerdere werken in de tentoonstelling hun accenten leggen
via verf, materie of monumentaliteit, kiezen Twombly en Basquiat
voor schrift, ritme en fragmentatie.
Het zijn andere middelen, dezelfde openheid.

Al die oplossingen bestaan naast elkaar.
De oplossingen van Twombly en Basquiat als grafische aanvulling
op de schilderkunstige en materiële werken die eraan voorafgingen.
Niet als contrast, maar als uitbreiding.

Van het verhaal naar het gebaar.