De soep van de week is goulashsoep.
Uitgangspunt was een pakket van de grootgrutter.
Met extra paprika, ui, tomaten, tomatenpuree,
risottorijst, knoflook en sambal.
Niet op de foto te zien.
Goulashsoep. Inmiddels op. Was heerlijk.
Hoe meer ik met deze tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent
bezig ben, hoe meer voorbeelden ik tegen kom van de slordigheid
(ik zeg het netjes) bij het samenstellen van het publieksboekje en
de catalogus van deze tentoonstelling.
In het publieksboekje wordt een werk beschreven al ‘Beurs van
Amsterdam’. Het werk heet in de catalogus ‘De Dam te Amsterdam
met het nieuwe stadhuis in aanbouw’.
Die titel van de catalogus is ook wat je ziet op het werk.
Het werk heeft niets met de beurs te maken.
Tel daarbij op de de nummering van de werken op de tentoonstelling
die afwijkt van de catalogus, een catalogus zonder register.
Deze tentoonstelling helpt bezoekers niet waardering op te brengen
voor de prachtige werken, het maakt het alleen moeilijker.
Eerder had ik niet deze ervaring bij Museum Catharijneconvent.
Naar Michiel van Mierevelt, Prins Willem van Oranje, circa 1630 – 1645. The Phoebus Foundation.
Op eerste gezicht een chaotisch schilderij.
Er gebeurd veel, niet alles maakt je vrolijk.
Het gaat over vraatzucht, luiheid, afgunst, gierigheid,
hoogmoed, toorn en onkuisheid. De zeven hoofdzonden.
Gillis Mostaert, De Hooiwagen, circa 1575, Museum Catharijneconvent.
’t Is al hooi.
Uit de 16e eeuw zijn gravures van religieuze processies waarbij een hooiwagen meereed, bestuurd door een duivelfiguur en omringd door allerlei lieden die hebberig aan het hooi plukten. Daarmee werd gesymboliseerd dat aardse eerbewijzen en wereldse bezittingen “al hooy” waren, allemaal waardeloos en bovendien duivels. Het symbool schijnt terug te gaan op een Bijbelpassage waar de sterfelijke mens wordt vergeleken met het vergankelijke gras.
Karel van Mander, Calvarieberg, 1592. The Phoebus Foundation.
Toegeschreven aan Jacob van der Ulft, De Dam te Amsterdam met het nieuwe stadhuis in aanbouw, circa 1656, olieverf op doek, Amsterdam Museum.
Adriaen Thomasz Key, Burgemeesterspaar Jacob Bas Claesz. en Grietje Codde, 1586. Privécollectie.
Claes Moeyaert, Pastoor Leonardus Marius, 1647, Museum Catharijneconvent. Voor mij maakt de pastoor dit schilderij niet zo bijzonder maar zijn boeken wel. Vooral omdat je goed kunt zien dat men vroeger de boeken met de rug naar achter in de boekenkast wegzetten.
In de Nederlandse taal kun je zo eenvoudig nieuwe woorden
maken die vervolgens door alle Nederlanders ook begrepen
kunnen worden.
Soms komt zo’n nieuw woord in aanmerking voor meerdere
interpretaties.
Zou een ‘kerstboomhoogwerker’ een soort trap zijn van
waaraf je makkelijk een kerstboom kunt decoreren?
Of is een ‘kerstboomhoogwerker’ een hoogwerker die
zijn best doet om zich als kerstboom te vermommen?
Breda, hoek Keizerstraat/Houtmarkt, voormalig PTT-gebouw.
Van een van de drukkers aangesloten bij DidM (Drukwerk
in de marge, een vereniging van mardedrukkers) kocht ik
het Möbiusbandje ‘Opnieuw’. Deze week kwam het met de post.
Het zat in een mooie, bruine envelop.
Bertie van der Meij van Junipers, Opnieuw.
Bertie van der Meij, ‘Opnieuw’ is een dichtregel op een Möbiusbandje (kijk het eens na op Wikipedia). Gedrukt als nieuwjaarsuitgave op Nepalees geschept papier. Het doosje is van Zaans Bord.
Het gaat een van mijn boekenkasten opvrolijken.
Gistermorgen tijdens mijn ochtendwandeling maakte ik
de volgende drie foto’s.
Breda, Markendaalseweg, ijs. Je ziet geen scheur in het ijs maar daar lijkt het wel op. Het is een schaduw van een pas aangeplant boompje.
Breda, Markendaalseweg, Verlengde Mark ter hoogte van het Franciscanessenplein (links).
Hier kom ik mijn belofte deze week geen foto’s meer te plaatsen van de Grote Kerk niet na. Hier zijn restauratiewerkwaamheden aan de gang. Goed ingepakt en uitgerust met zagen die de stenen mantel van de kerk kunnen doorzagen. De netten, het stof, zo zonder zon maar wel met veel kunstlicht. Iemand die net zo nieuwsgierig is als ik.
Gisteravond werd de documentaire ‘Indië verloren’ vertoond in Chassé Cinema in Breda. Het was een vertoning met een nabespreking. Indië verloren – Selling a colonial war, een film van In-Soo Radstake.
Na een korte introductie keken we naar de documentaire. De titel en de ondertitel geven samen goed aan waar de film over gaat: het gaat over hoe Nederland de oorlog in Indonesië verloor en tegelijkertijd hoe de Nederlandse regering probeerde deze oorlog te verkopen in een tijd zonder internet en social media.
De Nederlandse regering maakte veel werk van het verkopen
van de koloniale oorlog die we ‘politionele actie’ noemden.
Wikipedia licht de term ‘framing’ toe:
Framing of denkraam is een overtuigingstechniek in communicatie waarbij woorden en beelden zo gekozen worden, dat daarbij impliciet een aantal aspecten van het beschrevene wordt uitgelicht. Deze uitgelichte aspecten helpen om een bepaalde lezing van het beschrevene of een mening daarover te propageren. Onder meer in de politiek, de journalistiek en de reclame wordt van framing bewust (en onbewust) gebruikgemaakt.
Dat framing (het zorgvuldig benadrukken van een (klein)
deel van de werkelijkheid) is erg actueel:
– Poetin die zegt dat de Oekraïne van Rusland is (omdat
Rusland het gebied lang geleden al een keer deels bezet had);
– Covid-complotdenkers die de logische afwezigheid van
alle kennis bij een pandemie met een onbekend virus misbruiken;
– GeertW die spreekt over een tsunami omdat dat lekker bekt en
mensen werkelijke, complexe cijfers maar vervelend en saai vinden.
Daarnaast laat de documentaire zien dat het niet een eenvoudige
vrijheidsstrijd was. Niet aan de kant van wat we nu Indonesië
noemen (bijvoorbeeld omdat er meerdere partijen actief waren en
de rol van Japan en de mensen die achter Japan stonden) en
ook niet aan de kant van Nederland (de internationale factor
(de Verenigde Staten, de VN, India, Australië en de UK),
Nederland kwam zelf net uit een bezettingstijd en probeerde een
positie terug te krijgen in een land dat veranderd was.
Nabespreking.
Dat ook nu de gebeurtenissen in Indonesië nog actueel
zijn bleek wel in de nabespreking waarin iemand van
Molukse afkomst aandacht vroeg voor de positie van
de Molukkers, de heel diverse samenstelling van het
Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en de
behandeling van Raymond Westerling (en de betrokkenheid
van Prins Bernhard?).
Terwijl iemand anders aandacht vroeg voor de jonge mannen
die als dienstplichtigen met de belofte van een dienst
van minder dan één jaar, dachten een positieve bijdrage
aan Nederland te gaan leveren. Maar drie jaar in Indonesië
moesten verbleven en bij terugkomst, na een verloren oorlog,
met de nek werden aangekeken en van oorlogsmisdaden werden
beschuldigd.
Het zat deze sprekers duidelijk hoog.
Frames rond onder andere kolonialisme en Aziatisch nationalisme
van meer dan 80 jaar geleden, beïnvloeden nog
steeds het leven van mensen in Nederland (en ik neem
aan ook in Indonesië).
De manier waarop In-Soo Radstake het framing in de documentaire
introduceert, als een echte spin doctor, is interessant om
te zien. Maar daar ga ik hier maar niet op in.
Ga de documentaire zien!
Vanmorgen liep ik eens een andere route en in de andere richting.
Dat leverde een korte serie foto’s op met als speciaal
aandachtspunt: is er al ijs?
Maar het begon met een foto van het Begijnhof in Breda. Ook door de kou was het erg rustig op straat.
Twee maal de Veemarktstraat.
Sint Janstraat.
Na de Grote Markt Zuid (let op geen Grote Kerk te zien) ging ik even bij een grootgrutter binnen.
Het werd snel licht. De Oude Haven vanaf de tijdelijke voetgangersbrug. Meer IJs!
Vanaf het verlaagde deel van de Oude Haven.
Dan afsluitend met steeds meer ijs bij het Spanjaardsgat en de meeuwen.
Gisteren had ik beloofd deze week geen foto’s meer
op mijn weblog te zetten van de Grote Kerk van Breda.
Ik heb er vanmorgen tijdens mijn wandeling wel een
gemaakt en die is te zien op X, maar niet hier.
Vanmorgen stond ik op met dezelfde vraag als gisteren:
‘zou er al ijs zijn in Breda’.
Het water bij de Stadhouderspoort van de KMA is zo ongeveer het dichtsbijzijnde water. Dus de eerste plaats om te gaan kijken. Maar hier was nog geen ijs.
In de Cingelstraat zag ik een vreemde weerkaatsing van het licht op de lens van de camera.
Achteraan in de Schoolstraat werd al gewerkt. Vooraan een vreemd ‘gevonden voorwerp’.
Bij het Spanjaardsgat was al wel iets te zien. Niet dat het water helemaal bevroren was. Maar er zaten wel meeuwen midden op het water op een dun laagje ijs.
Deze foto is niet helemaal scherp maar het is wel een beetje ijs.
Een stuk verderop, aan het eind van de Verlengde Mark. Daar is dit klein stuk stilstaand water. Tussen drie kademuren en metalen schotten. IJs. Maar waarschijnlijk zal de zon daar later op de dag wel raad mee weten.
Na de fresco’s in de omgang van het klooster gaat deroute
naar de zolder. De slaapvertrekken van de monniken met één
heel bekende monnik en een legendarische bibliotheek.
Maar onderweg daar naar toe twee bijzondere kunstwerken.
Florence, Museo di San Marco, Lorenzo Lippi (nier verwarren met vader en zoon Filippo en Filippino Lippi), Crocifissione con le Marie e San Giovanni, circa 1647. Olieverf op linnen. De titel van het werk heb ik nog twee keer gecontroleerd omdat ik op internet ook andere titels tegenkwam. Maar volgens Google translate staat hier ‘Kruisiging met de Maria’s en Johannes’. Dat komt overeen met bijvoorbeeld de titel: ‘Crocifissione con Maria, Giovanni e la Maddalena dolenti’. Dat betekent dan weer ‘Kruisiging met Maria, Johannes en Maria Magdalena in rouw’. De Italiaanse Wikipedia-pagina over Lorenzo Lippi zal het dus wel over hetzelfde werk hebben als ik hier laat zien.
Als je dan de trap op gaat kom je boven dit tegen:
Beato Angelico (Fra Angelico), Annunciation, circa 1442, fresco.
Vijf foto’s die gemaakt zijn tijdens een
ochtendwandeling in het centrum van Breda.
De eerste foto is op 2 januari van dit jaar gemaakt.
De andere foto’s zijn van vanmorgen.
Breda, Vismarktstraat en de Grote Kerk.
Vanmorgen vanuit een iets andere plaats.
Op de radio had ik berichten van ijs gehoord. Het stromend water in Breda was niet bevroren. Maar een klein stuk stilstaand water bij de werkzaamheden aan de Verlengde Mark was wel bevroren.
Breda, Verlengde Mark aan de Markendaalseweg.
Ik beloof voor de rest van de week geen foto’s van de Grote Kerk meer te plaatsen.
Het laatste stripboek dat ik las van Erik Kriek zat me dwars.
Het was niet goed.
Maar gelukkig had ik een stapel boeken gekocht voor de kerstperiode.
Dit is duidelijk van een ander niveau. ‘De laatste farao’ is niet gemaakt door Edgar P. Jacobs maar het boek moet wel passen in de lijn van ‘Blake en Mortimer’. Het verhaal moet kwaliteit hebben, zowel voor wat betreft het verhaal als voor wat betreft de uitvering. Daarin slagen Schuiten, Van Dormael, Gunzig en Durieux.
Het verhaal is spannend en loopt goed. Het is goed getekend. Misschien is de tekenstijl niet vernieuwend maar het is goed gedaan.
Een heel andere manier van tekenen en inkleuren is ‘De kunst van het oorlogvoeren’ van Floc’h, Fromental en Bocquet. Ook een boek dat geinspireerd is door ‘Blake en Mortimer’ van Edgar P. Jacobs.
Toen ik me door de stapel stripboeken heen werkte bleek
dat ik nog een boek van Erik Kriek gekocht had:
Het had zelfs DWDD gehaald. Dat had een waarschuwing moeten zijn. Erik Kriek, In the pines – 5 murder ballads. Op basis van 5 Engelstalige balades maakte Kriek een CD en 5 verhalen. Die CD werd opgenomen door Nederlandse muzikanten. Tot zover het verhaal van DWDD. De stripverhalen hadden, de een meer dan het ander, het zelfde probleem dat het vorige besproken boek ook had: de verhalen lopen niet. Het gaat met horten en stoten en dat is bij korte verhalen nog meer storend dan bij een lang verhaal.
Fragment uit Pretty Polly en de scheepstimmerman.
Het verhaal is deels een kopie van de speculaties rond Marilyn Monroe (al heet ze in het boek anders) en dreigt het soms te gekunsteld te worden maar Jacques Martin houdt het verhaal overeind. Dat doet hij met C. Alves en F. Corteggiani. Het boek heet ‘De weg naar Los Angeles’.
Waarschijnlijk gebruikt men voor Lefranc steeds dezelfde achterkant maar Venetië heeft niets met dit verhaal te maken. Jammer. Het stripboek is wel vermakelijk.
Als het gaat vriezen dan is er nog meer reden om
erwtensoep te bereiden en eten dan anders.
Dit weekend pas ik mijn normale routine aan:
ik eet maar twe keer van de soep want de meeste
kou komt komende week.
De groente, deel 1. Met als uitspringend ingredient: gember. De sambal staat niet op de foto.
De spliterwten en de laurierbladeren zitten al in het water.
Rest mij nog de knolselder, ui, gember, wortel en prei te snijden.
De peterselie en rookworst gaan er als laatsten bij.
Laat de sneeuw en het ijs maar komen.
De advents/kerstkrans heb ik vanochtend ontmanteld en onder de katjes lagen nog de herfstbladeren. Die heb ik vanmorgen opgeruimd maar voor ik ze weggegooid heb, maakte ik nog een soort van compositie. Prachtig de verschillende kleurtonen en de mooie vormen en structuren.
De restanten van de kaarsen heb ik bij elkaar gezet op een eenvoudige ondergrond.
Ook vandaag twee kunstwerpen, gemaakt in Antwerpen.
Beide van Maerten de Vos zoals het Museum Catharijne Convent zegt,
of Maarten de Vos volgens de catalogus aangeeft.
Maerten de Vos, Allogorie van de zeven vrije kunsten, circa 1590, The Phoebus Foundation.
Deze vrij centrale figuur staat voor Astrologia (astrologie). Een aantal van de vrije kunsten hebben op hun kleding staan welke kunst ze vertegenwoordigen. Maar in dit geval heb je aan de sterren in haar diadeem voldoende.
Dialectica (redeneerkunst), op welke manier de vogel daar iets mee te maken heeft, weet ik niet. Daarnaast is er nog de slang aan haar arm. Daar ging de catalogus ook niet op in. Gelukkig staat de term op haar mouw.
Je denkt misschien: ‘wat een druk schilderij!’, maar het is dan ook erg groot. Inclusief de originele lijst is het ruim 1 meter 70 bij bijna 2.60 m breed. Maerten de Vos, Mozes met de tafelen der Wet te midden van de Israëlieten als ‘Portraits Histories’ verbeeld door de Antwerpse families Hooftman en Panhuys met verwanten en vrienden. 1574 / 1575. Olieverf op paneel. Museum Catharijneconvent.
Wikipedia:
Een portrait historié is een portretschilderij van individuen die uitgebeeld worden als mythologische, Bijbelse, legendarische, historische of literaire figuren. De term ontstond in Frankrijk in de late 18e eeuw.
Detail met de wettekst van Mozes.
De welvaart van de twee families straalt van het schilderij af.
De handel komt van ver naar Antwerpen.
Maarten de Vos heeft zichzelf afgebeeld op het werk.
Zowat alles aan dit museum is apart en bijzonder.
De meesterwerken vallen zowat over elkaar heen.
Alles om je heen is (kunst)geschiedenis.
Zelfs na dit bericht (en alle voorgaande) volgen
nog een aantal ruimtes met heel bijzondere werken.
Maar eerst maar eens de twee frescos voor dit bericht.
Een lunette met deze afbeelding was al in een vorig bericht te zien. Alleen dit is het origineel. Florence, Museo di San Marco, Beato Angelico, Christ as a pilgrim received by Dominicans, 1441 – 1443. Frescoed lunette, detached.
De volgende muurschildering is enorm.
In omvang maar ook in het programma dat het bevat.
Het draait om de kruisiging van Christus maar is verworden tot
een soort van religieus manifest waarbij de orde der Dominicanen
centraal staat.
De kwaliteit van de foto is helaas niet best. Beato Angelico, Fresco with Crucifixion with saints, 1441 – 1442.
Voor de verklarende tekst hebben alle onderdelen van de fresco een letter of een nummer gekregen. Er zijn naast de kruisiging met Christus, Maria, aportelen en de aanwezigen zoals vermeld in het evangelie, profeten, pausen (vooral van de Medici-familie) en heiligen die naast Dominicus deel uitmaken of betrokken zijn bij de orde.
De volgende twee foto’s geven een beetje een beeld
van de grootte van deze muurschildering.
De heiligen onder aan het werk (17 in totaal) zijn verbonden door een grote tak. Dominicus, de oprichter van de orde der dominicanen is de centrale figuur die de tak vast heeft waarmee alle heiligen verbonden worden. Hier zie je Dominicus in het midden. Van links naar rechts zie je hier Paus Innocenzo V, San Domenico en Paus Benedetto XI.
Als vijfde van rechts zie je hier nogmaals Dominicus. Daarnaast vanf links: Paus Benedetto XI, Kardinaal Giovanni Dominici, Dominicaans theoloog en aartsbisschop Pietro della Palude en Dominicaan, filosoof en theoloog Alberto Magno (Albertus Magnus).
Koenraad Tinel, Scheisseimer, Getekende herinneringen aan een oorlog, Een stripboek met een leeslint.
De lijnen naar het heden zijn overduidelijk en de gevolgen
ervan, hoewel dit geen compleet beeld geeft, zijn vernietigend.
In dit stripboek of graphic novel vertelt Koenraad Tinel, toen
een Vlaams kind in Gent, het verhaal van zijn foute familie in
de aanloop naar, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.
Zijn familie, het gezin waarin hij opgroeide, steunde het fascisme.
Ze waren niet ongeschonden uit de Eerste Wereldoorlog gekomen.
Ze steunde de analyse van die maatschappelijke en politieke
groeperingen die groepen apart zetten in de maatschappij om uiteindelijk
tot een ‘endlösung’ te komen.
Hun grootste zorg was waarschijnlijk niet meteen de Joden in Vlaanderen.
Hun drijfveren waren anti-communisme, de positie van Vlaanderen in
België, de veranderende tijd, het gevoel controle te verliezen.
Ze namen er de Jodenhaat van de sterke man op de koop toe.
Tinel komt uit een creatieve familie, vooral muzikanten, maar is
zelf beeldend kunstenaar.
Dit boek (de tweede versie) en de theatervoorstellingen gebaseerd
op zijn verhaal, zijn de manier voor Tinel om met het verleden
en zijn schuld en die van zijn familie in het reine te komen.
In een grove, expressieve tekenstijl, schetst Tinel de sfeer in het gezin. Tinel was het jongste kind. Deze tekening verbeeldt het goed: het fascisme als ideologie, de kerk, de positieve houding tegenover geweld en een vader die tegen zijn schoolgaande zonen zegt: ‘In uw plaats, ik ging’ (in de jeugdbeweging, in dienst, in de Sicherheitsdienst (SD), naar het Oostfront).
In aanloop naar dit moment vertelt Tinel door welke
‘denkers’ zijn ouders beinvloed werden. Namen die ons in
Nederland niet veel zeggen maar je kunt ze vinden
op het internet.
Het zijn figuren die sterk lijken op de goeroes van
Geert W. en andere extreem rechtse figuren.
Het is in die sfeer dat groepen mensen apart gezet worden. De grootste groep zijn de Joden maar ook communisten, Roma, homoseksuelen enz, worden uit de maatschappij gedrukt. Helemaal in lijn met de ‘Willen jullie meer of minder…..’-uitspraak van Geert W.
Een van zijn broers gaat bij de SD. De medewerkers van de Sicherheitsdienst verlenen hun diensten bij het ophalen, in kampen opsluiten en naar de vernietigingskampen afvoeren van Joden en de andere groepen.
Ook Tinel laat zien dat hij ontvankelijk was voor, op zijn minst, de uiterlijke verschijnselen van deze vaart der volkeren: met een omgekeerde pan op zijn hoofd en een stok als wapen staat hij op wacht, in de stromende regen. Wat zou hij gedaan hebben als hij ouder was geweest?
Voor de groepen mensen die afgevoerd werden liep het niet goed
af: de vernietigingskampen. Voor de handlangers van de bezetters
ook niet: op de vlucht naar Duitsland, in de schuilkelders voor
de bombardementen, gewond en blijvend invalide aan het Oostfront,
honger, op de vlucht voor de Russen, in de gavangenis na de oorlog.
in België. Schooiers.
Wat in het boek niet aan de orde komt is het verhaal daarna.
Hoe leef je met die schuld, slechts zijdelings komen de
overtuigingen van zijn vader aan de orde die (na de oorlog)
nog steeds denkt dat Hitler leeft.
Hoe kun je dan je kinderen nog aankijken?
Misschien iets voor een volgend boek.
Want fout zijn voor dat zaken uit de hand lopen, stopt
daar niet. De keuze, die Scheisseimer blijft bij je.
Prachtig album dat nog veel meer stof tot nadenken geeft.
Zoals andere kloosters is het San Marco een gebouwencomplex
met heel verschillende ruimtes.
De werken die tot nu toe te zien zijn geweest in mijn
berichten, zijn vandaag te zien in de grote kloosterruimtes
van het voormalige dominicanenklooster in Florence.
Maar er zijn ook andere ruimtes: de slaapruimtes, de binnenplaatsen,
de bibliotheek en bijvoorbeeld de kapellen.
De fresco’s van Beato Angelico, Fra Giovanni da Fiesole of Fra Angelico,
zijn te bewonderen in de overkappingen van de binnenplaats.
Deze foto geeft een beeld van de fresco’s onder de overkappingen, half tegen het plafond.
Maar het is voor de toeschouwer een complexe puzzel. De werken zijn door verschillende kunstenaars/ambachtslieden gemaakt, in verschillende tijden. Dit portret van een kardinaal is nu achter een stang te zien. Is het origineel zo aangebracht of is de stang een latere toevoeging? Maker en naam van de persoon die hier is afgebeeld, zijn bij mij niet bekend.
Dit zijn twee werken om elkaar heen. Centraal zie je een werk waarvan ik de titel op internet vond: Florence, Museo di San Marco, Christ pilgrim received by two dominicans. Fresco. Christus als pelgrim wordt ontvangen door twee dominicanen.
Opnieuw twee fresco’s. Boven een deur. Wie was er het eerst?
Dit is het fresco dat is gemaakt door Beato Angelico, Lunette with Saint Thomas Aquinas, 1442 – 1443.
Voor een ‘lunette’ vind ik in het Nederlands meerdere woorden:
Boogveld, Boogfries, Boogtrommel.
Ook in het Engels is het niet eenvoudig een eenduidige beschrijving
te vinden maar ik vermoed dat wat je hier ziet, als volgt
beschreven kan worden:
The term is also employed to describe the section of interior wall between the curves of a vault and its springing line.
Dit deel van de muur is van een veel latere tijd: Giovanbattista Vanni, Lunette with ‘The miracle of the lost key found inside the belly of the fish’, mid 17th century.
Dit is dan de sleutel in de vissenmaag.
Een altaar, een fresco, een rand van stucwerk, fresco’s er om heen: Beato Angelico, Lunette with Saint Dominic adoring the crucifix, 1442 – 1443.
Hetzelfde werk maar meer in focus.
In het museum zijn ook een aantal werken van Fra Angelico die
origineel niet voor dit klooster gemaakt zijn.
Fra Angelico maakt deze op latere leeftijd.
Beato Angelico / Fra Bartolomeo, Santa Caterina d’Alessandria, circa 1506 – 1507.
Fra Angelico, Ecce homo, circa 1503 – 1504.
Fra Angelico, San Giovanni Battista, circa 1509.
Bij dit en het volgende werk is de ondergrond anders: terracotta. Dat lijkt me gladder en dat zie je dan ook meteen. Fra Angelico, Madonna col Bambino, circa 1516 – 1517. Affresco su terracotta.
Fra Angelico, Madonna col Bambino, circa 1516 – 1517. Affresco su terracotta.
Beato Angelico / Fra Bartolomeo, Madonna col Bambino Santa Anna e i santi protettori di Firenze. Ook wel het Pala della Signoria genoemd. 1510 – 1513.
Op de website van Paul Verheijen (die ik verder niet ken)
vond ik een Nederlandse tekst over de ‘Pala della Signoria’.
Er volgt nog meer over dit fantastische museum.
Een prent gepubliceerd op X door Huis van het Boek.
‘Boekbinder’ uit het boek met ‘Emblemata’: Menschelyke Beezigheeden, Haarlem, 1695, Huis van het Boek, MMW 148 E 9.
Men vind veel ongebonden boeken (of lees: ‘slecht gebonden’)
onwaardig om ze te onderzoeken;
maar die te binden is mijn plicht
ik sta mijzelven niet in ’t licht