
Laura Worthington, Al Fresco Bold.

Laura Worthington, Al Fresco Bold.
Voor mij was het meer een cultuuravond.
Na een week werken, zit een cultuurnacht er niet meer in.

Deze keer heb ik me beperkt tot het centrum van de stad.
De zesde cultuurnacht brengt niet veel nieuws.
Het was dan ook vooral een lange wandeling.
Toch heb ik wel leuke dingen gezien en gehoord.
Een fotoverslag.

Even langs de buren lopen: Koningin Wilhelmina Paviljoen aan het Kasteelplein.

In de Grote Kerk heb ik een passepartout gekocht.

Men was er in afwachting van een voorstelling.

In de St. Janstraat ontdekte ik een glas-in-lood raam met de Heilige Antonius als onderwerp.


In het tijdelijke onderkomen van het Carnaval Museum zag ik de Raad van elluf en de Burgemeester en deze tuba.


Onderweg naar het Breda’s Museum heb ik nog twee foto’s uit de hand gemaakt van het Chasse Theater.

Chasse Theater met Kloosterkazerne in Breda.

Voor het eerst bezocht ik het SBK / Galerie 48.

Daar ging de Argusvlinder zelf ook nog op de foto, maar daar heb ik geen bewijs van.

Hoek Odilia van Salmstraat, Markendaalseweg.
In galerie Ecker zag ik een soort performance.
Op de website lees ik:
Achter in de galerie presenteert ‘OnVoorZien’ speciaal voor de cultuurnacht een 3 uur durende performance door 3 actrices in een zich herhalende en uitputtende setting op zoek naar het wezen achter de mythe:
‘ig fie neia’Spel: Teunie de Brouwer, Lotte de Krom, Nikki Poppelaars.
Concept en regie: Juup Luijten.Juup: ‘Deze performance zie ik als beeld waar je steeds opnieuw in kunt duiken, hoe kort en intens ook’.
De performance speelde zich af in een driehoekige ruimte,
voor de toeschouwer achter plastic.



Voor mij het meest interessante van de avond.

Waterzuiveringsgemaal aan de Markendaalseweg.

Philippe Bonifay & Thibaud de Rochebrune: Pinokkio
Philippe Bonifay & Stephane Duval: Blauwbaard
Philippe Bonifay & Fabrice Meddour: Sneeuwwitje
De ondertitel van deze drie stripverhalen is:
waar sprookjes vandaan komen.

In drie verhalen wordt achterhaal waar de betreffende sprookjes
vandaan zouden kunnen komen.
Geen wetenschappelijke analyse maar een gedachtenspinsel.
Stel dat de auteurs behoorlijk wat
dichterlijke vrijheid namen
om ervaringen, volksverhalen en verzinsels
om te toveren in lieve kinderverhaaltjes?
Dan zouden deze drie verhalen best wel eens kunnen kloppen.
Ik heb genoten.
Waarschuwing:
voor kinderen zijn de verhalen niet bedoeld.

Philippe Bonifay & Fabrice Meddour: De heks in Sneeuwwitje.

Thema van 2014: Ut wor plakke of dweile.
Soep, maar wel een beetje bijzonder!
Hier een fotografisch recept:

Leg twee kippenpoten (ongeveer 300 gram) in water met zout en peper en laat die een half uur opstaan. Tegen koken aan.

Haal de poten uit de bouillon.

Haal het vlees van de botten en stop de vellen en het vlees terug in de bouillon.
Voeg 1 laurierblad toe met 1 kleingesneden blokje gesuikerde gember.
Een scheut olijfolie, naar smaak grove mosterd en sambal oelek.
Voeg dan 350 gram grof gesneden boerensoepgroente toe (350 gram).

250 gram kastanjechampignons.

De champignons grof snijden.

Gevolgd door 200 gram verse doperwten (dat iemand dat spul uit die potjes nog eet!).
Voeg een handvol Conchigliette of vermicelli toe en
15 gram verse, grof gesneden, koriander.
Niet te lang laten opstaan zodat de doperwten zo lekker
knapperig in je mond blijven.


Ik heb ze voor mezelf opgediend met kroepoek.
Een kleine maar bijzondere kunstvaria vandaag.
Ik volg al een tijdje een serie filmpjes die het
Metropolitan Museum of Art in New York maakt en publiceert
om werken in de collectie in het spotlicht te zetten.
De serie met 100 filmpjes is onlangs afgesloten.
De serie heet 82nd&fifth. Dat zijn de straatnamen waaraan
het museumgebouw gelegen is.
In 100 afleveringen worden 100 kunstvoorwerpen geintroduceerd
door 100 curatoren.
Het is een fantastische reis langs werken die bij het grote publiek,
of laat ik voor mezelf spreken, voor mij, onbekend zijn.
De volgende url brengt je bij de museumsite
met de 100 filmpjes van 2 minuten: http://82nd-and-fifth.metmuseum.org/
Maar als gevolg daarvan ontving ik een nieuwsbrief met een overzicht
van hun tentoonstellingen.
Daar komen de werken van vandaag vandaan:
![]()
Burhan Dogançay, Ribbon Mania, 1982, acrylic on canvas.
Deze Turkse kunstenaar laat zich inspireren door taal
en dat trekt me altijd erg aan.
In de serie van vandaag staat dit werk op zichzelf.
Burhan Dogançay is one of Turkey’s most acclaimed
contemporary artists.
His works are included in the permanent collections
of almost one hundred museums around the world.
In the 1960’s, he started exploring the social, cultural,
and political transformation of modern
and contemporary urban culture
through the lens of urban walls.
The artist traveled to countless cities around the world
with the particular intention of studying their walls,
which he saw as a mirror of society.
Dogançay was drawn to the ways in which walls depict
personal narratives and messages that shape
public spaces and transform urban life.This artwork is part of Fifty Years of Collecting Islamic Art
of The Metropolitan Museum of Art in New York.
In het Nederlands:
De kunstenaar die in veel musea is terug te vinden,
onderzoekt al vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw,
veranderingen in de stedelijke cultuur (politiek, cultureel en sociaal)
aand de hand van muren in verschillende steden.
Hiervoor is hij vele steden afgereisd.
De volgende werken horen bij elkaar in de zin dat ze
allemaal deel uitmaken van een tentoonstelling die nu loopt:
The Nelson A. Rockefeller Vision
In Pursuit of the Best in the Arts of Africa, Oceania, and the Americas
October 8, 2013–October 5, 2014.

Kopar or Angoram people, figure, late 19th – early 20th century, wood, paint.
The distinctive figures with lithe attenuated bodies
and long beak-like noses created by the Kopar
and Angoram peoples,
who live near the mouth of the Sepik River
in northeastern New Guinea,
are said to portray powerful spirits.
Werk uit Papoea Nieuw Guinea.
Een verbeelding van krachtige geesten.

Edo peoples, Nigeria, Court of Benin, Plaque: Equestrian Oba and Attendants, 1550 – 1680, brass.
Over the course of the sixteenth and seventeenth centuries
a remarkable series of some nine hundred
rectangular brass plaques were cast in relief
at the Court of Benin by a guild of brass casters
for display across at the facade of the royal palace.
A seventeenth-century Dutch visitor to the court
described the sprawling palace complex,
with its many large courtyards and galleries.
In the largest rooms, wooden pillars were covered
from top to bottom with works depicting
the array of officials at the court in great detail.
In this example, the king mounting a horse
is flanked by attendants rendered on a hierarchical scale
that designated their relative rank.
Een koning uit Nigeria te paard, in het midden
van dienaren en ambtenaren.
Een bronzen plaquette, een van de velen
die de wanden van het koninklijk paleis ooit hebben versierd
samen met houtsnijwerk.

Baule peoples, Côte d’Ivoire, Bandama River region, Mblo Twin Mask (Nda), 19th–20th century, Wood, metal, patina stain.
In Baule communities, Mblo performances feature
masked dancers who impersonate familiar subjects
that range from animals to human caricatures.
Mblo dances culminate in a performance
that pays tribute to the community’s most admired member.
The individual thus honored is referenced by a mask
that is conceived as his or her artistic “double” or “namesake.”
The highly stylized compositions of double-faced twin masks
are the abstract projection of ideas relating
to complementary opposites.
The right red side of this mask has greater dominance
given its higher placement and taller coiffure.
That subtle formal asymmetry imbues the composition
with dynamism.
Een masker dat gebruikt werd door dansers in Ivoorkust.
De dansers dragen maskers die hen bekende onderwerpen afbeelden.
Vaak dieren maar ook mensen.
De dans leidt tot een hoogtepunt waarin een bewonderde stamgenoot
wordt vereerd.
Voor die persoon werd een dergelijk dubbelmasker gemaakt.
Mooi is hier te zien hoe abstract die maskers zijn.
Het kleine hoogteverschil tussen de twee koppen
geeft dit masker zijn dynamiek.

Baule peoples, Mblo Twin Mask, 19th–20th century.

Vrijdag 15 december

Parkeerplaats voor tweewielers.
We laten ons naar het ‘Old Palace’ rijden.
Aan het oude paleis is op zich niet zo veel te zien
maar het ligt naast de Mahal Laksmi-tempel.

Old Palace, Kolhapur, sporen uit een ver en groots verleden.

Waterspuwer.

Kolhapur, Mahal Laksmi-tempel.
In de straten daarom heen, overal marktkramen
met kant-en-klare offerpakketten
in verschillende prijsklassen voor de pelgrims.
Het is er druk.
Al is dat op zichzelf een opmerking
zonder veel waarde in India (het is er bijna altijd, overal, druk).

Tempelingang.


Vooral deze pilaren roepen vragen bij me op. Die heb ik in India niet eerder gezien.
We hebben vooral veel gewandeld.
We hebben de tempel bezocht maar mochten er als toerist
geen foto’s maken.
Er is in de jaren veel veranderd of misschien
hebben we te maken met lokale verschillen.
In eerdere jaren was naast het dragen van schoenen
ook het dragen van bijvoorbeeld een leren riem een probleem.
Nu nergens.
Nergens mag je eigenlijk nog met een rugzak naar binnen.
Dat is voor een westerse toerist knap lastig.
Er zijn natuurlijk altijd mensen die op je tas willen passen
maar hoe betrouwbaar zijn die?



Offersierraden? Of voor de huistempel? Of gewoon voor jezelf?

Prachtige bloemen om als offer te gebruiken.

De offerandes staan klaar in alle maten en soorten.
Ook hier vrouwen in burqa maar veel minder
dan in Hyderabad.

De politie was er actief met het verwijderen van bromfietsen /scooters die verkeerd geparkeerd stonden.

Overal is de voormalige koninklijke familie te zien.

Het stadhuis van Kolhapur. Ik neem aan het voormalige stadhuis. Maar ambtelijke activiteiten vinden er nog steeds plaats. Als wij er zijn is het gebouw dicht vanwege de middagpauze.

De vijver met reiger (?).

Dan plotseling een stukje koloniale geschiedenis die wat serieuzer is dan de bouwstijl van het stadhuis.

From this town 409 men went to the Great War 1914 – 1919. Of these some gave up their lives. Vanuit deze stad gingen 409 mannen naar de slagvelden van de Grote Oorlog (WOI). 1914 – 1919. Van hen verloren sommige hun leven.
In de middag kwamen we uitgelopen bij een park met een gebouw erin.
Het is het stadhuis (Townhall).
Een wat klein gebouw uit de Engelse tijd, voor een stad
met ruim 500.000 inwoners.

De toppen van de bomen waar we onder zaten in het park.
De toppen van de bomen in het park hangen vol
met grote vleermuizen die continue krijsen.

Vleerhonden of Vliegende honden.

Het was buiten het krijsen van de dieren, heerlijk zitten daar onder die bomen. Het duurde dan ook even voor we doorhadden wat de veroorzakers waren van het geluid.

Kolhapur centrum.


Aanvulling op 10 december
In het Salar Jung Museum geweest.
Het museum heet een mooie collectie.
Heel erg de moeite waard.
Het vertelt net zoveel over de ontwikkeling van India,
Hyderabad in het bijzonder, als over de werken die er hangen.
Ik heb er een set afbeeldingen gekocht van miniaturen.
Jammer genoeg heeft het museum geen catalogus en
de overzichten van de miniaturen zijn erg beperkt.
Maar beter iets dan niets,
Hier volgt een korte indruk.



Soms kom je op het web prachtige foto’s tegen.
Vandaag vond ik deze twee foto’s van Marion Luttenberger.
Haar ideeen lijken me erg bruikbaar in reclame.

Marion Luttenberger, Olive.

Marion Luttenberger, Writing Water/Wasser with waterdrops.

Na een tafeltje van papier nu een vaas waarvan
de decoratie van papier gemaakt is.

Ik heb dit seizoen niet gezien tijdens de VPRO Dexter marathon.
Ik heb hem van DVD gezien.
Helees zette de lijn van voorgaande seizoenen hier hard door.
Vaak een ongeloofwaardig plot, heel veel toevalligheden.
Ook nu weer is het einde van de laatste aflevering verrassend.
Ik wil dus ook seizoen 8 zien.
Vanaf morgen kan dat bij de VPRO.
Die zenden het laatste seizoen uit.
Helaas doen ze dat om 23:05 uur. Dan slaap ik al.
Ik zal voor seizoen 8 dus een andere methode moeten zoeken.


Vanavond zag ik bij het weerbericht,
onderdeel van het 6 uur journaal,
een foto van de Grote Markt in Breda met marktkramen.
In de stralende zon.
Dat had ik vanochtend om half 8 niet kunnen vermoeden.
Toen ben ik namelijk foto’s gaan maken.
Van het opbouwen van de markt.
Mooi met het licht van de kramen,
de kleiren van het tentdoek en de reclame
en het donker(blauw) van de lucht.

Vis uitstallen.

Hier kunt U pinnen.

Nog even bijpraten voor de klanten komen.

Kaas.

Vrijdagmarkt in opbouw op de Grote Markt van Breda met de Antonius op de achtergrond.

Kleding.

Groente en fruit.


Vanaf de aanhanger.

Fleece.

Stoffen.


Veel stoffen.

Judith.

Brood. Het rook er heerlijk!

Een eerste klant voor kaas.

8 uur.

Vanaf de trappen van het stadhuis.
Naar nieuwe horeca in het centrum van Breda
zijn we altijd nieuwsgierig.
Stel dat er weer eens een goede zaak bijkomt.
Als dan de nieuwe gelegenheid zich vestigt op de Grote Markt
in een pand dat de Walliser Stube als een van de voorgangers heeft.
Dan wordt de lat hoog gelegd.

We hebben een soort haat/liefde verhoudig met wijnbars.
We houden van wijn. Zeker wit.
Wijnbars in Nederland hebben echter de neiging een inrichting te hebben
die meer lijkt op dat van een restaurant dan op een bar.
Dat is bij Pinot ook het geval.
Ze noemen zich naast wijnbar ook wijnrestaurant.
Er staan twee lage tafels met lage barkrukken
naast alle andere gewone restauranttafels.
Daarmee wordt bewust of onbewust gekozen voor een publiek
dat aan tafel wil gaan zitten om iets te drinken.
Ik ervaar dat meer als een belemmering om te genieten
dan als een hulp bij het genieten.
40 open wijnen en drie mensen in de bediening is misschien wat veel.
Zo groot is het pand nu ook weer niet.
Waarom niet een meer beperkte, goed beschreven aantal open wijnen
met een grote groep (met misschien ook minder bekende) wijnen op de fles.
Uitgevoerd in klein en groter formaat.
De prijzen zijn vriendelijk, maar waar is de rose?
Moet je echt en Argentijnse en Chileense en Amerikaanse wijnen hebben?
Weer een Grüner Veltliner uit Oostenrijk.
Natuurlijk, allemaal lekker, maar er is nog zoveel meer.
Gegeten hebben we er nog niet, maar dat gaan we vast een keer proberen.
Lekkere welkom bubbels.
De bediening was goed. Dat mag ook wel eens gezegd worden.
Dat valt vaak niet mee.
Met kennis van wijn en prettig in de omgang.
Je wordt er goed verzorgd, dus ga eens proberen!

Op internet kwam ik een fotoproject tegen
met als titel: Someone I Know.
De curator van dit project is Stuart Pilkington.
Mij volledig onbekend.
Maar dat zegt waarschijnlijk meer van mij dan van Stuart.
Fotografen van over de hele wereld deden mee met het project
en het levert een website op met veel foto’s.
Ik toon hier mijn selectie.
De foto’s die ik koos zijn of technisch erg mooi of
tonen een opzienbarende verschijning.
Kijk maar!

Adam Jahiel, Offstage.
Verticaal.

Brian Widdis, He said I hate the sun.
Zonnelicht.

Colleen Plumb, Elsa in the living room, 2013.
Positie.

Corey Arnold, Greg on the Klickitat.
Verschijning.

Emily Graham, Isabel, Gravesend.
Compositie.

Igor Starkov, Maxim Ksuta-Noscov, 2012.
Stereotype.

Jeremy & Claire Weiss, Joe Steinbrick.
Techniek.

Kevin O. Mooney, Meg.
Vierkant.

Laura Pannack, Tess.
Mystery Land.

Maury Gortemiller, Mom in the backyard.
Cindy.

Rona Chang, Ross, sheets.
Soldaat.

Steve Davis, John, 37.
Verschijning.

Susana Raab, Jorge Luis Quispe, Playa Agua Dulce, Lima, Peru, 2013.
Flits.

Susan Worsham, Georgia, the day after the family dog died.
Compositie.
Het heeft even geduurd maar het boek
‘De Bonobo en de 10 geboden’ heb ik nu helemaal gelezen.
Het centraal punt dat Frans de Waal wil maken in zijn boek
is dat de moraliteit, zeg maar ons idee van goed en kwaad,
niet de vrucht is van religies,
maar onderdeel is van onze natuur.
Het is dus niet, volgens De Waal,
omdat Mozes van de berg afkwam met stenen tafelen
met daarop de 10 geboden,
dat wij als mensheid morele regels hebben.
De religie bevestigt eerder gedragingen of opvattingen
die we al van nature in ons hebben.

De Waal uit zijn opvatting niet vanuit het perspectief
van een rechter die oordeelt over wie er gelijk heeft,
maar vanuit een belangstelling voor de verschillende invalshoeken
en om te zien wie zoal welke element bijdraagt.

De Meester van De Hooiwagen, De Hooiwagen, detail waarop paus, keizer en koning de hooiwagen volgen, 1515 – 1520, uit Meesterwerk van Till-lHolger Borchert.
In het boek vat De Waal dit als volgt samen.
Hoofdstuk ‘Moraal van onderop’, pagina 246 – 247:
‘De moraal ontstond eerst, en de moderne religie sprong er bovenop. De grote religies gaven ons geen morele wetten, maar werden bedacht om die wetten te ondersteunen. We weten nog maar sinds kort dat de religie dat doet door mensen te binden en goed gedrag af te dwingen. Het is allerminst mijn bedoeling die rol te bagatalliseren, die in het verleden van groot belang is geweest en dat waarschijnlijk zal blijven, maar religie de oorsprong van de moraal zit er helemaal naast.’

Mensen bestormen en graaien naar De Hooiwagen.
Het is overigens niet alleen de religie die denkt het alleenrecht op moraliteit te hebben.
Ook de filosofie zit er volgens De Waal vaak naast.
Hoofdstuk ‘Het dilemma van de atheist’”
‘Volgens de meeste filosofen komen we via de rede bij de morele waarheid. Zelfs al halen ze God er niet bij, toch gaan die filosofen uit van een van bovenaf opgelegd proces: eerst formuleren we algemen principes, die we vervolgens opleggen aan menselijk gedrag.’

Fantasiewezens trekken de kar in de richting van de hel.
De Waal schrijft over een mogelijk zwaar en complex onderwerp
een opvallend luchtig boek.
Veel hoofdstukken hebben goed gevonden titels.
Wat te denken van:
‘Losing my religion’, song titel van de band REM (1991)
‘De parabel van de barmhartige primaat’,
variant op het Bijbelverhaal over de barmhartige Samaritaan.
‘Vogelpoep in een koekoeksklok’,
over het passend maken van wetenschappelijk bewijs
en de manier waarop de wetenschappelijke wereld
met het uitroeien van die praktijk worstelt.

De Meester van De Hooiwagen, Drinkende monnik terwijl nonnen een (zijn?) zak met hooi vullen. Gesigneerd met JHERONIMUS BOSCH.
Sommige (historische) conflicten tussen biologen, filosofen
of journalisten, enz, worden breed uitgemeten in het boek.
Ik heb geen reden om aan te nemen dat De Waal
een correcte of incorrecte weergave geeft
van het verloop van die conflicten.
Maar soms wordt het wel erg gedetailleerd zonder dat
het de inhoud van het boek verbeterd.
Gevolg is dat het boek soms veel meer voorkennis vraagt
dan de meeste luchtige delen doen vermoeden.
Ik werd aangenaam verrast door De Waals interesse in Jeroen Bosch.
Zo schrijft hij op pagina 232 het volgende:
‘Bosch maakte dromen werkelijkheid en schilderde de eeuwige zwaktes van de mensheid op de manier waarop zijn tijdgenoot Erasmus ze beschreef.’
‘Een goed voorbeeld is het andere drieluik van Bosch dat in zaal 56 hangt, De Hooiwagen. Het toont een kar met een enorme stapel hooi erop die tussen een mensenmenigte door rijdt. Bij nadere beschouwing zien we dat de mensen om strootjes vechten. In het Middelnederlands staat ‘hoy’ voor ijdelheid, nietigheid en leegte. Het schilderij beeldt mensen uit die elkaar slechts om wat hooi naar de keel vliegen, messen trekken en elkaar afranselen, terwijl andere onder de karrenwielen worden vermorzeld. De geestelijkheid doet net zo hard aan het gedrang mee, zoals een dikke monnik die wacht tot nonnen zijn hooizak vullen. Edelen en de paus volgen de wagen in het volle vertoon van hun waardigheid om te laten zien dat zij zich niet tussen het gepeupel hoeven te begeven om te krijgen wat ze willen. De wagen rijdt verder en lokt iedereen als een rattenvanger naar het rechterpaneel, waar de hel wacht.’

De Meester van De Hooiwagen, detail waarop een persoon verpletterd wordt onder een wagenwiel.
In de noten van het boek staat het spreekwoord ‘Tis al hoy en stof’ als voorbeeld.
Zie ook http://www.dbnl.org/tekst/plei001laat01_01/plei001laat01_01_0001.php
In het artikel ‘De laatmiddeleeuwse rederijkersliteratuur als vroeg-humanistische overtuigingskunst’ van Herman Pleij worden de volgende dichtregels genoemd:
Tis al hoy en stof
Sijdi van den danssers keert u daer of
Tis titeliken lof
Toeval wil dat in het onlangs verschenen boek ‘Meesterwerk’
van Till-Holger Borchert aandacht wordt besteed aan het zelfde schilderij.
Daar lees je:
‘De hooiwagen mag dan onderaan rechts gesigneerd zijn met JHERONIMUS BOSCH, recent onderzoek heeft uitgewezen dat het geen eigenhandig werk van de Brabantse meester is.
Het werd geschilderd door een bijzonder getalenteerde ‘discipulus’ of navolger die bewust van de populariteit van Bosch profiteerde en die reeds in de 16e eeuw geprezen werd om zijn perfecte nabootsing van diens schilderstijl.’
Deze navolger wordt ‘De Meester van de Hooiwagen’ genoemd.
Even verder:
‘Het hooi symboliseert hier duidelijk geld en rijkdom,
zoals in de uitdrukking ‘geld als hooi bezitten’.
Die uitdrukking kende ik niet.
Dus eens gezocht. Ik vond: http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/geld1
‘Volgens Joos zegt men in Vlaanderen geld hebben gelijk zaad, zand;
geld winnen gelijk hooi, water, slijk;
vgl. Teirl. 465: geld winne gelijk more (modder), gelijk slijk;
Schuermans, Bijv. 92: ik heb geld zoo lang als hooi in de omstr. van Gent);’
Het werk ‘De Hooiwagen’ is overigens een drieluik:

De Meester van De Hooiwagen, De Hooiwagen, 1515 – 1520, uit Meesterwerk van Till-Holger Borchert.
Links:
Het paradijs met de val van de engel Lucifer, de geboorte van Eva,
de zondeval en de verwijdering van Adam en Eva uit het paradijs.
Midden:
De allegorische voorstelling van de Hooiwagen
over het najagen van geld en rijkdom.
Vanuit de hemel kijkt Christus als Man van Smarten toe.
Christus toont zijn littekens als gevolg van de kruisiging
maar ondanks zijn offer gaat de zondigheid gewoon door,
zo wil de schilder ons zeggen.
Rechts:
De hel.

De Meester van De Hooiwagen, De Hooiwagen, gesloten luiken, 1515 – 1520, uit Meesterwerk van Till-Holgert Borchert.

Kyat is de geldeenheid in Myanmar, het vroegere Birma.
Een kennis van mij was er onlangs op vakantie en
bracht een paar biljetten voor me mee.
1 Euro is ongeveer 1200 kyat.



Myanmar, 200 Kyats.

Myanmar, 200 Kyats.

Myanmar, 50 Kyats.

Myanmar, 50 Kyats. Detail.


Myanmar, 50 Kyats.

Myanmar, 200 Kyats.

Myanmar, 200 Kyats.

Detail van een 200 kyats biljet.

Hoorcollege van Prof. dr. mr. Herman Philipse met als titel Filosofen van de 20e eeuw.
Voor mijn werk zit ik veel in de auto.
Eigenlijk wel iedere doordeweekse dag.
Dan is het prettig om wat afleiding te hebben en
dit hoorcollege geeft daartoe alle aanleiding.
Leven en werken van 8 filosofen worden besproken.
Sommige heel bekend, andere minder of helemaal niet.
Bertrand Russel
Edmund Husserl
Ludwig Wittgenstein
Martin Heidegger
Hans Reichenbach (Logisch positivisten)
Jean-Paul Sartre
Karl Popper
Willard Van Orman Quine
Ondanks dat het zware kost is, waarbij meerdere malen luisteren
naar hetzelfde college helpt, krijg je een interessant overzicht.
Philipse heeft een herkenbare stijl.
Hoog tempo, in staccato worden we door leven en werken van de acht geleid.
Op dit moment is het hoorcollege afgeprijsd. Aanrader dus!

Argusvlinder is het antwoord,
wat maakt het uit wat de vraag is.

De tweede tentoonstelling die ik afgelopen zaterdag
in Brussel in het Bozar bezocht heeft als titel Indomania.
Het wil een beeld geven van hoe het westen aangekeken heeft
tegen India, met alle wilde ideeen en misinterpretaties.
De tentoonstelling laat ook zien op welke manier
onze westerse kunst en cultuur beinvloed zijn door India.
Dat gaat dan van Rembrandt, via The Beatles tot bijvoorbeeld Rauschenberg.
Heel interessant.
De tentoonstelling en catalogus zijn gemaakt door onder andere
Deepak Ananth en Dirk Vermaelen.

Een India-verslaafde maakt je met alles uit of over India blij. Zo ook met deze tas.

Catalogus Indomania door Deepak Ananth en Dirk Vermaelen. Op de omslag ‘John Wombwell in Indiaas kostuum met een hookah (waterpijp)’, Lucknow, Uttar Pradesh, Circa 1790, gouache gehoogd met goud.


Hoort eigenlijk niet hier. Uit de folder over de twee tentoonstellingen ‘India belichaamd’en ‘Indomania’. Folio ‘Rhino Hunting’ (Neushoornjacht) uit de Baburnama, National Museum, Delhi, 1598, gouache op papier.

In het kader van Europalia is er een fantastische tentoonstelling
Indiaase kunst in Brussel. De titel van de tentoonstelling is
‘India belichaamd’ of ‘The body in Indian art’ (het lichaam in de Indiase kunst).

Afgelopen zaterdag was dat mijn belangrijkste doel in Brussel.
De thema’s die behandeld werden in de tentoonstelling zijn allemaal
terug te voeren op de titel.
Een curator uit India (Naman P. Ahuja) is de drijvende kracht
achter de geweldige tentoonstelling en bijbehorende catalogus.
Hier geen oppervlakkig overzicht van de kunst in India maar
uitgebreide essays over de verschillende thema’s en veel,
heel veel afbeeldingen van voorwerpen.
Er zullen nog maanden overheen gaan voor ik dit gelezen heb.
Een prachtig naslagwerk.

Naman P. Ahuja, India belichaamd (catalogus).
Voor mij is het onvoorstelbaar dat deze tentoonstelling /
deze kunstmanifestatie (want dans, muziek, tentoonstellingen, literatuur, enz),
zo weinig aandacht krijgt in Nederland.
De tentoonstelling is nog te zien in Bozar tot 5 januari 2014.
Snel gaan dus.
