St. Josephschool maakt kunst voor het museum

En vandaag ben ik in het pop-up museum gaan kijken.
Ik maakte er de volgende foto’s:

 photo WP_20170326_011StJosephschoolMaaktKunstVoorHetMuseum.jpg

St. Josephschool maakt kunst voor het museum.


 photo WP_20170326_004.jpg

Ik zag er een hele serie grote figuren zoals dit duiveltje.


 photo WP_20170326_005Kijkdoos.jpg

Een serie kijkdozen zoals deze over Marokko.


 photo WP_20170326_006.jpg

Of deze moderne skyline met reclame.


 photo WP_20170326_007.jpg


 photo WP_20170326_008.jpg

Een serie ingekleurde foto’s. De originele foto’s bevinden zich in het Breda’s Museum dat op dit moment fuseert met Moti.


 photo WP_20170326_009.jpg

Series portretten.


 photo WP_20170326_010.jpg

Sommige kunstwerken waren heel groot zoals de superheld die uit het raam komt.


Afscheid van Breda’s Museum

Het Breda’s Museum wordt samengevoegd met Moti.
Volgens mij het failliet van de plannen rond Breda Grafiekstad.
Maar het is een economische en politieke realiteit
die velen vanaf het begin hebben zien aankomen.
Lastig is dan nu de pijnlijke samenvoeging waar
iedereen in de pers, tegen beter weten in, luchtig
over doet. Vooral pijnlijk voor het Breda’s Museum.
De verzameling Bredase kunst en historische stukken
zullen het met een veel, veel kleinere ruimte moeten doen.
Ik ben een liefhebber van grafiek maar wat heeft de
reconstructie van het Turfschip of het werk van
Petrus van Schendel of Teun Hocks te maken met
letterontwerp en pagina-opmaak?
Vandaag nog een laatste keer gaan kijken en wat op de foto
vastgelegd want wanneer krijgen we het weer te zien?
Overigens is het museum nog open tot eind van dit jaar.

Er zijn drie tentoonstellingen: een van fotografie,
de toepstukken en de historische tentoonstelling.
Ik ging door alle drie:

 photo WP_20161224_002RobinDePuyJan.jpg

Robin de Puy, Jan.


 photo WP_20161224_003RobinDePuyJan.jpg


 photo WP_20161224_004RobinDePuyJan.jpg

Vanwege de symboliek voor mij de mooiste foto uit de serie Jan.


 photo WP_20161224_005InstallationView.jpg

Indruk van een van de ruimtes boven.


 photo WP_20161224_006InpakkenEn.jpg

‘Inpakken en….’ is de tweede tentoonstelling. Dit is een serie topstukken van het museum maar naar mijn gevoel ontbreken er een hele hoop. De teksten zijn leuk opgemaakt als verzendlabels.


 photo WP_20161224_007DeKistenStaanAlKlaarVoorDeVerhuis.jpg

Links en rechts staan de kisten al klaar voor de verhuis.


 photo WP_20161224_008TeunHocksGeestUitDeFles1983-1984Papier.jpg

Teun Hocks, Geest uit de fles, 1983 – 1984, papier.


 photo WP_20161224_010DeTeolin.jpg

Een schildering die een indruk geeft van de activiteiten van de Teolin. Een voormalige lakkenfabriek in Breda.


 photo WP_20161224_012DioRoversDeVluchtOverzicht.jpg

Dan is er ook dit drieluik te zien van Dio Rovers, De Vlucht.

 photo WP_20161224_013DioRoversDeVlucht.jpg

 photo WP_20161224_012DioRoversDeVluchtLinks.jpg

Het linkerpaneel.

 photo WP_20161224_012DioRoversDeVluchtMidden.jpg

Het midden.

 photo WP_20161224_012DioRoversDeVluchtRechts.jpg

Het rechterpaneel.


 photo WP_20161224_014ReconstructieVanHetTurfschipMetOnderinDeSoldaten.jpg

Bij de historische stukken is ook het Turfschip te zien. Je kunt onderin de soldaten zien zitten.


 photo WP_20161224_015AnoniemJustinusVanNassau1600-1700OlieverfOpPaneel.jpg

Anoniem, Justinus van Nassau, 1600 – 1700, olieverf op paneel.

 photo WP_20161224_016PortretVanJustinusVanNassau1600-1700AnoniemOlieverfOpPaneel.jpg


 photo WP_20161224_017MijnLaatsteEntreebewijs.jpg

Mijn laatste toegangsbewijs.


Misschien wel een beetje raar

 photo WP_20160607_001SchroefUitHetWegdekVamDeVernieuwdeWillemsbrug.jpg

De foto is misschien een beetje raar. Weet u wat hier te zien is? Niet zomaar een schroef. Het is een soort hedendaags Breda’s erfgoed. Met de komst van het nieuwe (?) museum in Breda misschien erg actueel.


Maar alle gekheid op een stokje, wat is het nou?

Het is een schroef die ik deze week zag liggen bij de vernieuwde Willemsbrug.
De brug is ooit geopend in 1875 en is genoemd naar Koning Willem III.
Met het leggen van een nieuw wegdek, (nou ja, ze leggen delen al voor de derde keer)
is de overgang van brug naar de Acasemiesingel beschermd met een metalen plaat.
Die plaat is met vele schroeven vastgeschroefd.
Hierboven ziet u een van de schroeven. Ze laten blijkbaar eenvoudig los.
Al een tijd terug zag ik een schroef gewoon los op straat liggen.
Afgelopen week zag ik hem weer (of misschien is het een volgende).
Daar kan ik vast wat mee, al is het maar een blogje schrijven.

Triple Spits in het Breda’s Museum

Vandaag was er ter aanvulling van de tentoonstelling
Dat is ook een portret, een optreden van Triple Spits
in het Breda’s Museum. Daar ben ik gaan kijken.
Nu alvast even de foto’s van Triple Spits.

 photo WP_20160529_005RobertJanStipsWouterStipsJulianStips.jpg

Triple Spits zijn Robert-Jan Stips, Wouter Stips en Julian Stips.


 photo WP_20160529_006RobertJanStips.jpg

Robert-Jan Stips


Jan de Bie: Boekenlandschappen

 photo JanDeBieOnbegrensdeVerzamelingen.jpg

Afgelopen zondagmiddag zag ik de tentoonstelling van Jan de Bie
in het Breda’s Museum.
Volgens het boek bij de tentoonstelling is de volledige titel
van de tentoonstelling: Boekenlandschappen, Onbegrensde Verzamelingen.

Die titel kun je op verschillende manieren lezen:

Boek en landschappen
Boeken Landschappen
Boekenlandschappen

Boeken kunnen onbegrensde verzamelingen zijn.
Gemaakt door een of meerdere schrijvers.
De tentoonstelling werpt een licht op een aantal boeken:
Ulysses van James Joyce, de werken van Michel de Montaigne
en het werk van Jacob Campo Weyerman.
Een Modernist, een filosoof en een achttiende eeuwse
‘bloemschilder en een gevreesd en berucht auteur’.

Landschappen zijn ook onbegrensde verzamelingen,
al plaatsen mensen hier en daar grenzen.
Landschappen zijn verzamelingen van dingen, mensen en dieren.
Postduivenverenigingen bijvoorbeeld.

Kortom een bezoek dat weer heel wat bagage met zich meebrengt.
Een genot om door rond te lopen.
Zeker een tweede bezoek waard.
Bij Jan de Bie lopen de landschappen over in zeeën van boeken.
Beide verbergen, herbergen, onbegrensde verzamelingen,
waarin vrij geassocieerd kan worden.

 photo JanDeBieBoekenlandschappen.jpg

In het museum mag niet gefotografeerd worden
maar ik kan me niet inhouden.
Om vrij te kunnen associëren op mijn weblog heb ik
helaas wat ondersteuning nodig.
Foto’s van de werken die ik gezien heb,
afbeeldingen van de betrokken boeken.
Als trouwe bezoeker bent u niet anders gewend.

 photo WP_20141207_003JanDeBieDeAsgrauweValtOpDeklepNaLangWachtenVanNelemansEnVriendenEnVeewlBierJuni2005Houtdruk6van40.jpg

Jan de Bie, De ‘Asgrauwe’ valt op de klep. Na lang wachten van Nelemans en vrienden. En veel bier, juni 2005, houtdruk (6 van 40).


Niet van alle representatieve werken
heb ik een foto kunnen maken.
De tijd ontbrak daarvoor.
Maar een belangrijk deel van het werk van Jan de Bie van de
afgelopen jaren, wordt in beslag genomen door de notulen
en documenten van de postduivenvereniging.
Hier wordt het landschap een met die vereniging door de terugkeer
van de ‘Asgrauwe’, een prijspostduif.

 photo WP_20141207_003JanDeBieDeAsgrauweValtOpDeklepNaLangWachtenVanNelemansEnVriendenEnVeewlBierJuni2005Houtdruk6van40Detail.jpg

Jan de Bie, De ‘Asgrauwe’ valt op de klep. Na lang wachten van Nelemans en vrienden. En veel bier, juni 2005, houtdruk, detail.


 photo WP_20141207_008JanDeBieNotulenVanDeAsGrauwe.jpg

Hier een aanzet tot de notulen. De notulist zit er als een monnik in een scriptorium.


 photo WP_20141207_008JanDeBieNotulenVanDeAsGrauweDetail.jpg


 photo WP_20141207_007JanDeBieBoekEnLandschappen.jpg

Een van de boek-werken met daarin verwerkt landschappen.


 photo WP_20141207_007JanDeBieBoekEnLandschappenDetail.jpg

Detail van de vorige afbeelding: boeken en landschappen, samen, als een grote onbegrensde verzameling.


In mijn blogpost zijn de landschappen onderbelicht.
Het zijn de boeken die bij mij het meest indruk maken.

 photo WP_20141207_004JanDeBieYellowBooks.jpg

Jan de Bie, Yellow books, olieverf op paneel.


 photo WP_20141207_005JanDeBieMannetjesOpBibliotheektrappen.jpg

Jan de Bie, Mannetjes op bibliotheektrappen, 2010, olieverf op paneel.


 photo WP_20141207_006JanDeBieTroyesVoorAloys.jpg

Jan de Bie, Troyes (Voor Aloys).


 photo WP_20141207_009JanDeBieBibliotheek.jpg

Jan de Bie, Bibliotheek.


 photo JanDeBieUitgelezenExpositie.jpg

Voorlopig ben ik nog niet uitgelezen.
Een van de werken van De Bie toont de schrijver Jacob Campo Wyerman
die in het midden van een soort bibliotheek annex schilderijenverzameling zit.
Op de tentoonstelling wordt een boek met de titel
‘De vrolijke tuchtheer van de Abderieten’ aangeboden.
De schrijver is Frans Wetzels. Ik vermoed dat ik ooit les van hem heb gehad.
Dit boek heeft me nu al veel plezier gegeven.
bijvoorbeeld door de volgende tekst in de inleiding:

Deze monografie heeft niet de pretentie alles te vermelden over de schilder-schrijver Weyerman en zijn relatie met Breda, de stad die hij meestal met het anagram Abdera aanduidde. Dat deed hij om met de de Abderieten te spotten. In de klassieke oudheid gingen de inwoners van Abdera, een stad in Thracie, door voor uitzobderlijk domme mensen.

Of wat te denken van deze opvatting/waarschuwing over Weyerman
van een tijdgenoot, schrijver Jan van Hoogstraten:

wilt uw niet stooren,
Of de een, of de ander iets mogt hooren
Dat hem tot in zijn Veeren raakt:
Maar wilt het aan ’t Penseel vergeeven
Zo ’t uw getroffen heeft na ’t leeven:
Of denken, ‘k hebt ‘er na gemaakt.

Dat wordt wat!
Het portret van Weyerman was in meerdere vormen aanwezig:

 photo WP_20141207_010JanDeBiePortretVanJacobCampoWeyerman.jpg

In deze vitrine met werken van Weyerman.


 photo WP_20141207_010JanDeBiePortretVanJacobCampoWeyermanDetail.jpg

In detail.


 photo WP_20141208_001FransWetzelsDeVrolijkeTuchtheerVanDeAbderieten.jpg

Of in de vorm van dit boek.


Mocht je denken ‘Wat een gedoe voor een achttiende eeuwse schrijver’,
lees dan nog even door:

Voor Jacob Campo Weyerman, een veelzijdig en productief schrijver met recht gekwalificeerd als een van de schranderste geesten van de achttiende eeuw, was Breda een jeugdherinnering. Hij wooonde er vanaf 1680, toen hij drie jaar oud was, en ging er naar school. Tot zijn veertigste bezocht hij de stad regelmatig. De band met Breda ging pas verloren toen in 1723 zijn moeder stierf.

Een prachtige tentoonstelling met heel veel invalshoeken.
Mocht de komende maand nog dagen met verveling brengen
dan kan het Breda’s Museum u daar bij helpen.

Isabelle de Borchgrave

Afgelopen zondagmiddag heb ik een tentoonstelling bezocht
waar ik erg enthousiast over ben.
Het Breda’s museum heeft ontdenkt hoe ze interessante tentoonstellingen
kunnen organiseren over thema’s en kunstenaars die tegelijkertijd
interessant zijn en een groter publiek kunnen trekken.
Een voorbeeld was de tentoonstelling over Jaap de Vries en
dan nu het werk van Isabelle de Borchgrave.
Deze voor mij onbekende kunstenares maakt in haar atelier
reconstructies van modebeelden uit verschillende tijden uit papier.

 photo BredasMuseumPosterIsabelleDeBorchgrave.jpg

De tentoonstelling in het Breda’s Museum richt zich op een serie
reproducties die De Medici genoemd is.
De Medici is een belangrijke Italiaanse familie waaraan Florence
haar kunstbezit voor een groot deel aan dankt.
De waren belangrijke machthebbers en de familie telt drie pausen
en verschillende koningen en koninginnen.

Een van de stamvaders is Cosimo (Il Vecchio) die leefde van 1389 – 1464.
Hij is uitgekozen om een van de eerste klezingstukken te tonen.

 photo IsabelleDeBorchgraveCosimoDeMedici.jpg

Isabelle de Borchgrave, Cosimo (Il Vecchio).


Op de tentoonstelling mogen geen foto’s gemaakt worden.
Helaas een van de ouderwetse regels waaraan het Breda’s Museum nog vasthoudt.
Maar toen men mij daarover informeerde had ik al twee foto’s gemaakt.
Die zijn hier dan ook te zien.

 photo WP_20140323_002IsabelleDeBorchgrave.jpg

Isabelle de Borchgrave, Cosimo in een houppelande (een soort overgooier).


De detaillering die de Belgische kunstenaar aanbrengt
en de varieteit in gebruik van papiersoorten, behandelwijze en kniptechnieken
is verbluffend. Een voorbeeldje hiervan volgt hieronder.
Je ziet hier Eleonora van Toledo.
Het is gemaakt naar het schilderij van Agnolo Bronzino, Eleonore van Toledo
en haar zoon Giovanni.

 photo IsabelleDeBorchgraveEleonoraVanToledoAchterzijde.jpg

Isabelle de Borchgrave, Eleonora van Toledo, (van achter gezien) 1522 – 1562.

Haar kapsel en hoofdbedekking, de parelsnoer rond haar hals.
Die zien er als volgt uit:

 photo IsabelleDeBorchgraveEleonoraVanToledoDetailAchterzijde.jpg

Isabelle de Borchgrave, Eleonora van Toledo, haardracht.


 photo AgnoloBronzinoEleonoreVanToledo1545.jpg

Het schilderij dat als uitgangspunt is gebruikt: Agnolo Bronzino, Eleonore van Toledo
en haar zoon Giovanni, 1545.


Sommige van haar creaties zijn erg groot:

 photo WP_20140323_001IsabelleDeBorchgrave.jpg

Een slechte foto van Johannes VII Palaeologus, keizer van het Byzantijnse rijk.

Gaat het zien in het Breda’s Museum.

Cultuurnacht Breda 2014

Voor mij was het meer een cultuuravond.
Na een week werken, zit een cultuurnacht er niet meer in.

 photo DSC_3116Cultuurnacht2014012501.jpg

Deze keer heb ik me beperkt tot het centrum van de stad.
De zesde cultuurnacht brengt niet veel nieuws.
Het was dan ook vooral een lange wandeling.
Toch heb ik wel leuke dingen gezien en gehoord.
Een fotoverslag.

 photo DSC_3084KininginWilhelminaPaviljoenKasteelplein.jpg

Even langs de buren lopen: Koningin Wilhelmina Paviljoen aan het Kasteelplein.


 photo DSC_3086GroteKerkInAfwachtingVanVoorstelling.jpg

In de Grote Kerk heb ik een passepartout gekocht.

 photo DSC_3087GroteKerkInAfwachtingVanVoorstelling.jpg

Men was er in afwachting van een voorstelling.


 photo DSC_3094StJanstraat.jpg

In de St. Janstraat ontdekte ik een glas-in-lood raam met de Heilige Antonius als onderwerp.

 photo DSC_3093StAntoniusGlasInLood.jpg


 photo DSC_3096CarnavalsMuseumTuba.jpg

In het tijdelijke onderkomen van het Carnaval Museum zag ik de Raad van elluf en de Burgemeester en deze tuba.

 photo DSC_3101CarnavalsMuseum.jpg


 photo DSC_3102ChasseTheater.jpg

Onderweg naar het Breda’s Museum heb ik nog twee foto’s uit de hand gemaakt van het Chasse Theater.

 photo DSC_3103ChasseTheaterKloosterkazerne.jpg

Chasse Theater met Kloosterkazerne in Breda.


 photo DSC_3105SBKGalerie48.jpg

Voor het eerst bezocht ik het SBK / Galerie 48.

 photo DSC_3106SBKGalerie48.jpg

Daar ging de Argusvlinder zelf ook nog op de foto, maar daar heb ik geen bewijs van.


 photo DSC_3108OdiliaVanSalmstraatMarkendaalseweg.jpg

Hoek Odilia van Salmstraat, Markendaalseweg.


In galerie Ecker zag ik een soort performance.
Op de website lees ik:

Achter in de galerie presenteert ‘OnVoorZien’ speciaal voor de cultuurnacht een 3 uur durende performance door 3 actrices in een zich herhalende en uitputtende setting op zoek naar het wezen achter de mythe:
‘ig fie neia’

Spel: Teunie de Brouwer, Lotte de Krom, Nikki Poppelaars.
Concept en regie: Juup Luijten.

Juup: ‘Deze performance zie ik als beeld waar je steeds opnieuw in kunt duiken, hoe kort en intens ook’.

De performance speelde zich af in een driehoekige ruimte,
voor de toeschouwer achter plastic.

 photo DSC_3110JuupLuijten.jpg

 photo DSC_3111JuupLuijten.jpg

 photo DSC_3109JuupLuijtenD.jpg

Voor mij het meest interessante van de avond.


 photo DSC_3112WaterzuiveringsgemaalMarkendaalseweg.jpg

Waterzuiveringsgemaal aan de Markendaalseweg.


 photo DSC_3116Cultuurnacht2014012502.jpg

Blik in het duister

Het volgende artikel stond op Breda Vandaag
naar aanleiding van de tentoonstelling van werk van Jaap de Vries.
De tentoonstelling wordt gebracht als een overzichtstentoonstelling.
Dat vind ik niet een juiste benaming.
Daarvoor ligt de nadruk teveel op recent werk.
Dat maakt de tentoonstelling niet minder goed.
Het is een beleving om door de mooie ruimtes te lopen.

31/05/2013
Auteur: Wijnand Nijs

Het werk van de Bredase kunstenaar Jaap de Vries is confronterend.
Tientallen werken van De Vries in twee verdiepingen
van het Breda’s Museum zijn onvermijdelijk, haast verpletterend.
Zondag opent de eerste overzichtstentoonstelling.
De schilder over zijn motivatie en zijn leven.
“Verwarring, daar geniet ik van.”

 photo JaapDeVriesCelebration.jpg

Jaap de Vries, Celebration (Viering), 2012, waterverf, plakband en papier op aluminium.

“Vrouwen, vrouwen en vrouwen.”
Dat was het eerste werk van De Vries samengevat.
“Twee vrouwen die plassend op een Volkswagen staan,
drie bij vier meter groot.
‘Mooi geschilderd’, zeiden de docenten bij St. Joost.
Maar zou je niet eens een ander onderwerp kiezen.
Maar juist dan dacht ik: ‘Ik ben op de goede weg.
Daar moet ik op doorgaan’.”

En zo geschiedde.
Waarna nog meer vrouwen volgden.
Erotisch. Pornografisch.
Die stempel zou je het werk van De Vries kunnen geven.
Confronterend of verpletterend past ook.
Veel werk is groot.
Hij gaat voor een schilderij staan, spreidt zijn armen.
“Ik ben zelf ook groot. Dit kan ik aan.”
Je kunt er letterlijk niet omheen.

 photo DSC_0875JaapDeVriesHetAtelier.jpg

Het atelier van Jaap de Vries in Breda (foto uit boek van Breda’s Museum ter gelegenheid van de tentoonstelling uitgegeven)

Techniek
De Vries schildert met waterverf op aluminium.
Dat vergt een aparte techniek.
“Want het houdt niet, de verf.
Ik schilder mijn werk met de platen liggend op de grond.
Elke kleur moet lang drogen, als het water verdampt is,
blijft het pigment achter. Als het af is, fixeer ik het.
Pas dan is het blijvend.
Anders kun je het er met een nat washandje zo vanaf vegen.”

De Bredase kunstenaar zoekt de grenzen op in zijn werk.
“In kunst kun en mag je alles doen wat je wilt,
op mensen dood maken na dan.
Dat je als kunstenaar geen gebruik maakt
van die onbeperkte mogelijkheden, dat snap ik niet.
Ik snap niet dat je jezelf grenzen oplegt.
Denk niet teveel na, maar doe.”

 photo DSC_0877JaapDeVriesThreesome2012.jpg

Jaap de Vries, Threesome (Trio), 2012.

De schilder doet nog steeds.
Zijn werk verandert wel.
“Mijn werk is kleuriger geworden”, weet hij.
Mede ook door zijn wekelijkse internetwerken.
Want elke week plaatst hij een werk van 30 bij 40 cm
ter veiling op zijn website, te koop voor minstens 350 euro.
“Dat biedt ritme.
Ik kan ze ook maken in de tijd dat mijn andere werk ligt te drogen.”
Een paar van deze ‘schetsen’ hangen ook in het museum.
Grote kans dat ze daarna nog op de veiling belanden.

Landschappen als tegenpool
Het negatieve dat hem inspireert vloog
en vliegt hem ook wel eens aan.
Het resulteert in landschappen, die ook een plaats
hebben gekregen in deze tentoonstelling.
“Een tegenpool voor de negativiteit
waarin ik zelf ook verstrikt raakte”, zo vertelt hij.
“Het zijn werken die onschuldig bedoeld zijn.
Ik geef er zelf ook geen duiding aan.”

 photo DSC_0876JaapDeVriesPondIII2011WaterverfAcrylEnCollageOpAluminium.jpg

Jaap de Vries, Pond III (Vijver), 2011, waterverf, acryl en collage op aluminium.

Toch associeerden sommige kijkers het met zijn andere werk.
“‘Ik zou dat bos nooit ingaan’, vertelde iemand me over een werk.”
Terwijl het bijvoorbeeld ontsproot aan zijn maandagse
fietstochten door het Mastbos, iets dat hij jarenlang deed.
“Ik heb het bos zien veranderen.
Gezien hoe het water terugkwam.”

Geen duiding
Geen duiding dus over zijn werk.
Wel een duidelijke boodschap.
“Maar ik kom niet met oplossingen.
De esthetica van zinloosheid, het zoeken van houding
ten opzichte van elkaar en de houding ten opzichte van het leven.”

Al wandelend langs de tentoonstelling, geeft De Vries commentaar
of poneert hij een stelling.
“Ik heb me er nooit bij neergelegd dat de natuur de baas is.
Wij mensen zijn de baas.”
Het slaat ook op zijn eigen situatie.
De Vries is geopereerd aan een hersentumor en ondergaat chemo.
Het zorgt voor de uiterste verwarring die hij als kunstenaar zoekt,
maar dan in hem zelf.
“Daarom is deze periode ook niet negatief.
Ik heb vertrouwen. Die verwarring is ook mooi.”

“Het negatieve is altijd interessanter dan het positieve.
Kijk naar de films van Batman. Batman is een watje,
de Joker die is interessant.
Zeker zoals Jack Nicholson hem speelt.
Ik ben gefascineerd door wreedheid.
Dat mannen tot alles in staat zijn, bijvoorbeeld
dat ze bereid zijn om voor een stukje land oorlog te voeren.”

Schitteren
Zijn schilderijen schitteren door zijn manier van werken.
Het aluminium licht op in de spotlights
en geeft diepte aan het werk.
“Als je het in het daglicht bekijkt, ziet het er weer heel anders uit.”

Confronterend is ook het werk van het kind
dat als expositiebeeld is gekozen.
Indringend, gevoelens van verdriet oproepend.
Het is wat ook zijn andere kunst oproept.
“Je vindt iets mooi en gelijkertijd voel je dat het pijn doet.
Dat vind ik mooi.
Voor de vrouw die dit werk zag,
was dat de reden om het niet te kopen.
Voor mij zou het een reden zijn om het juist wel te kopen.
Het betekent dat je nog wat uit te zoeken hebt.
En wat is dan de aanschaf van een schilderij.
Dat scheelt je een psychiater.
Door er naar te kijken geef je het een plek.”

Jaap de Vries
Bik in het Duister, overzichtstentoonstelling
Breda’s Museum
2 juni tot en met 29 september

Petrus van Schendel: Brabantse meester van het avondlicht

De uit Breda afkomstige Petrus van Schendel heeft een uitzonderlijk schilderstalent. Hij zal uitgroeien tot een van Nederlands best betaalde schilders uit de negentiende eeuw. Bredax92s Museum exposeert voor het eerst een overzicht van zijn oeuvre. Bruiklenen komen uit heel Europa, want Van Schendel had in zijn tijd een internationale reputatie.

Photobucket

Petrus van Schendel komt op 21 april 1806 in Terheijden ter wereld. Na de dood van vader Gijsbertus gaat moeder Geertruida Brocx naar Breda waar de jonge Petrus al snel een uitzonderlijk tekentalent etaleert dat wordt ontdekt door een gepensioneerde Bredase officier. Maar wil je als Brabander in het begin van de negentiende eeuw gedegen kunstonderwijs volgen, dan moet je de provincie uit. Daarom vertrekt de jonge Petrus in 1822 naar Antwerpen. De academie daar is ideaal: dichtbij, het onderwijs is gratis en je kunt er, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Brussel of Luik, zowel met de Nederlandse als de Franse taal terecht.Ook Van Schendels stadgenoten, de schilders Willem Reinhardt Kleyn, Jacobus Huysmans en zijn zoon Constantinus Huysmans bezoeken de Antwerpse academie.

Weg uit Brabant
Na zijn studie stort Van Schendel zich volledig op de schilderkunst. Hij is zeer ambitieus en wil snel carrixe8re maken. Hoewel hij commercieel talent heeft, vinden zijn werken aanvankelijk weinig aftrek. Hij wordt er wanhopig van en zoekt heil bij de Haagse kunsthandelaar Johannes Immerzeel. Deze ziet er wel brood in, maar wil voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Wegens voortdurend geldgebrek is Van Schendel gedwongen zijn schilderijen ver onder de vraagprijs te verkopen. Hij accepteert overigens niet alles. Als Immerzeel opmerkingen maakt over fouten in het perspectief wijst Van Schendel hem terecht met de opmerking dat hij in 1828 op de academie een gouden medaille voor doorzichtkunde (perspectief) heeft ontvangen. De jonge Van Schendel blijft overtuigd van zijn kwaliteit en voorspelt Immerzeel dat zijn werk in de toekomst veel geld gaat opleveren. En hij krijgt gelijk, al tijdens zijn leven. Tussen 1858 en 1872 zal Van Schendel, samen met onder andere Jozef Israxebls, Diederik Jamin en Philip Sadxe9e, tot de best betaalde schilders van Nederland behoren.
Om door te dringen tot het kunstcircuit ziet Van Schendel zich genoodzaakt de provincie te verlaten. Maar hij verliest Brabant niet uit het oog. Hij exposeert in 1845 en 1863 in Breda en de parochiekerk van Terheijden schenkt hij het werk ‘Nachtbezoek van de H. Paulus aan de H. Antonius’.
Vanaf 1830 woont hij achtereenvolgens in Amsterdam, Rotterdam en in Den Haag. In 1845 vestigt hij zich met zijn gezin definitief in Brussel. Op dat moment heeft deze stad een grote internationale uitstraling.

Monsier Chandelle en zijn marktgezichten bij avond
In Brussel gaat het beter. Van Schendels atelier in Brussel bestaat uit twee kamers: een helverlicht vertrek voor het eigenlijke schilderwerk en een ruimte die hij kan verduisteren en kunstmatig belichten.
Van Schendel verwerft internationale roem als fijnschilder van kaars- en lamplichttaferelen. Dit in zijn tijd zeer gewaardeerd genre zal hij zijn hele leven trouw blijven. Ook Johannes Rosierse en Petrus Kiers, de Bredanaars Wilhelmus Kerremans en Andreas Vermeulen alsmede de Bosschenaren Jan Hendrik Grootvelt en Thomas van Leent zijn belangrijke vertegenwoordigers van deze stroming. Het kaarslicht wordt zijn handelsmerk en levert hem in Belgixeb en Frankrijk de bijnaam x91Monsieur Chandellex92 op. Ook noviteiten op het gebied van kunstlicht, zoals de elektrische booglamp, neemt hij in zijn werk op.
Het loont Van Schendels schilderijen lang te bekijken. Alleen zo zie je de fabelachtige wijze waarop hij kleding, personen en voorwerpen weergeeft. Zelfs in de donkere partijen ontdek je van alles. De lichtval klopt altijd. Van het felle schijnsel van de kaarsvlam tot het meest subtiele restje licht.
Het schilderij x91Jaarmarkt op de Grote Markt van Bredax92 is een realistische weergave van deze tweejaarlijkse markt zoals die in de negentiende eeuw in Breda werd gehouden. De stad heeft nog weinig winkels en de jaarmarkt is de gelegenheid voor aankopen en ontmoeting. We zien de plaatselijke bevolking in klederdracht, maar ook een muzikant uit Tirol waarvan we weten dat die op de jaarmarkten actief waren. Ook de Bredase Grote Markt met de huizen en de kerk op de achtergrond, is zeer natuurgetrouw weergegeven. Overigens is dit realisme in Van Schendels werk uitzonderlijk. Veel vaker maakt hij van zijn marktgezichten composities waarin hij elementen van verschillende herkomst tot een romantisch geheel combineert of waarin zijn figuren veel meer lijken te poseren. Voorbeeld daarvan is ‘De vogelverkoper in de Wagenstraat in Den Haag’ uit 1844, een schilderij dat koningin Victoria in 1845 kocht als verjaardagsgeschenk voor prins Albert en nu als bruikleen van de Royal Collection op de tentoonstelling te zien zal zijn.

Industrixeble revolutie
Breda’s Museum weet in 2008 de hand te leggen op een ander belangrijk schilderij van Van Schendel. Met steun van de Vereniging Rembrandt koopt het museum een werk waar de Engelse uitvinder van de stoommachine, James Watt, op is afgebeeld.
Wie zien de vijftienjarige Watt een haardtang tegen de tuit van een kokende waterketel houden waarbij hij de kracht van stoom ontdekt. Van Schendel legt het eureka-moment vast dat het begin inluidt van een nieuw tijdperk.
Van Schendel onderscheidt zich zelf ook als uitvinder op werktuigkundig gebied. In 1841 wordt hem een octrooi verleend voor zijn uitvinding tot verbetering van de schepraderen van stoomvaartuigen. Ook publiceert hij technische oplossingen ten behoeve van de droogmaking van de Haarlemmermeer. Veel erkenning voor de uitvindingen komt er echter niet. Hij spoort zijn zoon Thxe9odore aan een ingenieursstudie te volgen, in de hoop dat hij het met een goede achtergrond wel zal redden. En het feit dat hij deze Thxe9odore liet poseren voor de figuur van James Watt heeft daar waarschijnlijk alles mee te maken.

Photobucket

Meester van het perspectief
Techniek is een belangrijk aspect in de schilderkunst van Van Schendel. Hij ontwikkelt een methode om met behulp van wiskundige berekeningen te bepalen waar en hoe groot figuren in een tafereel moeten worden geplaatst. In de tentoonstelling zien we de methode terug in vele bewaard gebleven voorstudies: eigenlijk technische tekeningen voor zijn composities. In 1861 verschijnt de methode in boekvorm.
Zijn faam als kaarslichtschilder staat een bredere erkenning van andere facetten van zijn oeuvre een beetje in de weg. Op de tentoonstelling zijn ook mooie landschappen en portretten van zijn hand te zien. Kunstcritici verwijten hem teveel eenvormigheid met zijn markten bij kaarslicht. Daar hebben ze wel gelijk in, maar het neemt niet weg dat de schilder in dit genre zijn allermooiste stukken heeft gemaakt.
Petrus van Schendel sterft 28 december 1870 in Brussel, nadat hij drie maal in het huwelijk is getreden en twee vrouwen en menige zoon en dochter heeft overleefd. Op zijn laatste zelfportret schildert hij zichzelf met een stapeltje boeken. Op zijn revers zien we de Belgische koninklijke onderscheiding, die hij ontvangt nadat hij dit portret heeft voltooid. Van Schendel heeft die onderscheiding er dan ook later bij geschilderd. Tekenend voor zijn zucht naar erkenning als technisch begaafd kunstenaar en de wetenschappelijke aanpak die hij daarbij aan de dag legde.

Open dag Stadsarchief Breda

Vorige week was het stadsarchief open op zaterdag.
Men hiewld er een open dag met als thema: de Kwatta.

De open dag was ter gelegenheid van het 150 jarig bestaan.


Het valt natuurlijk niet mee om van een archief iets heel spannends te maken.
Toch slaagde men er best in.
Het thema Kwatta werd prima uitgewerkt met foto’s,
van de fabriek en de mensen die er werkten.
Vervolgens werd er ook chocolade gemaakt.

Voor iedere bezoeker was er zo’n heerlijk stuk chocolade.


In het archief zelf waren allerlei films te zien, oude zwart/wit films.
Een van de films was uit 1931 en betrof de onthulling van het ruiterstandbeeld
van Willem III op het Kasteelplein in Breda.

Je zou zin krijgen in een stuk.


In de stad reed een oude BBA-bus rond.
En tussen de routes door stond de bus voor het Breda’s Museum.
Nu verkocht men toevallig (toeval bestaat niet) boeken.
Oude voorraad. Er was een stapel nota’s over archiefinstellingen.
Er lag een stapel boekjes die bedoeld waren als onderdeel van een lesprogramma
over het industrieele erfgoed van Breda.
Er was een boekje dat ik eerst oversloeg.
Een deel van de voorkant van het boekje was er niet meer.
Bij nadere bestudering bleek het toch een interessant boekje te zijn.
De titel was:
Gids voor den bezoeker van het Ethnografisch Museum te Breda Kasteelplein 13.
Samengesteld door Dr. J. M. Somer,
conservator van het museum.
Het boekje werd uitgegeven in December 1940 en de prijs was toen 35 cent.

Gids voor den bezoeker van het Ethnografisch Museum te Breda.


In het boekje bevinden zich kaartjes met de indeling van het museum. Let wel, de indeling van 1940. Hier de benedenverdieping


Nog een stukje? Normaal maak ik geen reclame maar dit was erg lekker. Het is van de firma Soetkin in Kontich


De bovenverdieping.

Ik heb de indruk dat de indeling niet op ware schaal is.
Een aantal beeldbepalende eigenschappen van het gebouw,
zie ik in de tekening niet meer terug.
Het boekje heeft nog een aantal foto’s.
Afbeeldingen die betrekking hebben op de diverse volkeren in Indonesie
maar ook afbeeldingen van de collectie.
Alle foto’s zijn in zwart/wit.
Het zou leuk zijn een deel van die collectie
nog eens terug te kunnen zien in Leiden.
Nadat het museum gesloten werd ging de collectie immers over
op het Museum Volkenkunde in Leiden.


Hier een voorbeeld van een van de foto’s: Hoekje van de kamer voor Hindoe-Javaansche kunst, pagina 22. Deze foto, net als een groot aantal andere foto’s zijn gemaakt door N. v. Zijverden.


Voor de laatste keer een blik op de chocolade.


Toeval of niet. Tijdens mijn bezoek aan het archief zag ik deze folder liggen. Gelukkig gaat de tentoonstelling met het werk van de kunstenaar Petrus van Schendel door. Later dit jaar zal een verzameling van wel 60 schilderijen te zien zijn in het Breda’s Museum. De tentoonstelling is bij elkaar gebracht met medewerking van Dhr. J. de Meere. Hij brengt gelijktijdig met de tentoonstelling een boek over Petrus van Schendel op de markt: Petrus van Schendel (1807 – 1870): Een leven leven tussen licht en donker. De titel van de tentoonstelling is: In het licht van Petrus van Schendel.


Cultuurnacht: deel 2

Een tweede logje over de Cultuurnacht in Breda, afgelopen vrijdag.
Een heel bonte avond met erwtensoep (Breda’s museum), poffertjes (Vlaszak),
znigende apparaten (Lokaal01), een middeleeuwse muur (Gebouw F),
heksen en een moeras (Muziekschool), het lezen van tarotkaarten (De Geus),
lange rijen wachtenden (Grote Kerk) en een spook (KMA).
Kortom er was voor iedereeen wat te doen.

Na het Koningin Wilhelmina Paviljoen bezoocht ik Gebouw F.
Naast het lichtkunstwerk uit mijn eerste bericht was daar nog meer te zien.

Zo is er in dit voormalige kantoor van Dagblad De Stem een muur ondekt.
Volgens de ErfgoedBrief Breda (nummer 18) is hier sprake van een muur
die dateert uit de periode 1500 – 1700.
Er was niet veel aandacht voor in de drukte maar hij staat
er al even en dat zal nog wel even zo blijven.
Gelegenheid genoeg dus om de muur nog eens te gaan zien.

In Gebouw F was een fototentoonstelling met een bijbehorende film.
Een beetje saai.
Dan een aantal kunstenaars die met taal en illustraties bezig waren.
Daarnaast kleding van onder andere Magnus Dekker.
Gemaakt van iets dat lijkt op vilt, in felle kleuren,
sterk in vorm en uitstraling.

Onderweg naar Lokaal01 kwam ik langs nog een lichtkunstwerk.
In dit geval is het voorwerp waarop/-achter wordt geprojecteerd vlak.
De ruimtelijke werking wordt door het licht bereikt.
Je ziet kubussen zich vormen, openen en sluiten enz.
Maker bij mij onbekend.

In lokaal waren ook verschillende dingen te zien (en horen).
Ook hier was net als in Gebouw F een optreden gepland
(ik heb die overigens niet gezien of gehoord).

Een aantal kunstenaars maakten een werk onder de noemer Habitat.
Eehn van de kunstenaars is Rene Verberne.
Het werk heet:
‘Gehavende schimmen van langvergeten zomers’.
Het bestaat (volgens zijn website) uit:
‘Een op de kop hangend moeras vol rottende, bruine planten,
die langzaam op de vloer druppen.’

Het werk wat de meeste indruk maakte was dat van Chris Hendriks:
‘De droom van een wrak’.
Boven een kaart van de Biesbosch staat een machine.
Je hoort het water, de golven, eb en vloed.
De machine bestuurt vele draden die elk verbonden zijn
met een deel van een wrak.
Als een groep marionetten dansen de onderdelen van het wrak,
gerangschikt naar hun originele plaats in het wrak, op de imaginaire golven.
Mooi uitgelicht.

Op zolder was onder andere een video te zien van een performance
die eind vorig jaar plaats vond in Lokaal01:
‘It’s a wash out’ van Ton Vermeulen.

Volgens de website van Lokaal01:

It’s a wash out:
Een concert voor 3 wasmachines dat live wordt opgevoerd
op 12 november om 20 uur in de Geluidpost van Lokaal 01 Breda.
In samenwerking met Luc Houtkamp (saxofoon en electronica).

De titel roept bij mij wel wat vragen op.
‘Wash out’ staat voor het al dan niet bewust verkleuren van stoffen
als het gevolg van wassen. Zeg maar ‘verbleken’.
Zonder meer heel grappig.
Ik zie zo ‘The Supremes’ voor me.

In het Breda’s museum stond ik voor het eerst,
oog-in-oog met de tegels uit het renaissance paleis van het Kasteel van Breda:
de oogtegels:

En wat te denken van het portret van de naamgever van het gebouw
waarin ik nu woon: Justinus van Nassau.

In het Breda’s museum was ook nog een zaal met moderne, Breda’s, kunst.
Hier een paar werken uit zijn serie Metamorphosis: