De bibliofiele exorcist, corrector van de zetduivel

Bonaventura Kruitwagen verzamelde teksten over zetfouten, typografische missers en de beruchte ‘zetduivel’ — maar deed dat niet uit louter fascinatie. Hij had een uitgesproken afkeer van slordigheid in drukwerk. Zijn werk was ook een vorm van zuivering: het opsporen, benoemen en corrigeren van fouten als ritueel gebaar. Niet om te veroordelen, maar om het boek zijn waardigheid terug te geven.

De titel is gebaseerd op een zin van Ed Schilders op pagina 109 van het volgende boek.

IMG_7893StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagen

Stichting Desiderata, Ed Schilders, Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen.


Een paar keer per jaar ontvang ik een e-mail van de stichting Desiderata.
Ze brengen met regelmaat een boek uit over boeken of mensen
die in het verleden op bijzondere manier omgingen met boeken.
Het zijn steeds goed leesbare boeken (ik ben geen boekhistoricus)
in een heel mooie uitvoering.
Daarom lees ik de mail vluchtig en koop het boek.

IMG_7894StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagenStofomslag

Het boek komt met een heel mooie stofomslag. Meester E.S., Duitse prentmaker, Detail van een ingekleurde gravure van St. Antonius de heremiet.

Daardoor was ik verrast een doos te ontvangen met een boek en een op naam
gestelde envelop. Wat is dit? Wat heeft die brief, in de envelop,
een soort van kopie uit een oud vloeistofkopieerapparaat,
precies met het boek te maken. En van wie is die handtekening op de achterkant?

IMG_7899BonaventuraKruitwagenEncycliekInDeEnvelop

Het duurde even voor ik door had wat ik in mijn handen had:
het boek van Ed Schilders over Bonaventura Kruitwagen met daarin
een aantal van de publicaties van deze boekhistoricus.

IMG_7895 01 StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagenSchutbladZetduiveltjes

Het schutblad bestaat uit een verzameling zetduiveltjes.

De brief bij het boek is het eerste levensteken van Kruitwagen na het
bombardement van Rotterdam.
Het bombardement was 14 mei 1940. Het huis waarin hij woonde werd
volledig verwoest, met alles wat er in stond of lag.
Pas op 20 juni 1940 verstuurde Kruitwagen de versie waarvan ik nu
een kopie kreeg.
In de brief beschrijft hij, met een plattegrond, wat hij meemaakte,
waar de bommen vielen en hoe al zijn boeken verdwenen.

De intrigerende titel van het boek van Schilders is:
Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen.

IMG_7895 02 StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagenSchutbladZetduiveltjes

Detail van het schutblad.

Ik wil deze boekintroductie beginnen met te vertellen wie
Bonaventura Kruitwagen precies was:

Bonaventura Kruitwagen: boekhistoricus in de marge van het geheugen

Bonaventura Kruitwagen (1874–1954), geboren als Franciscus Josephus Kruitwagen, was een Nederlandse franciscaan en boekhistoricus die zich toelegde op de studie van oude drukken en religieuze teksten. Zijn aandacht ging uit naar incunabelen—boeken gedrukt vóór 1501, zoals vroege Latijnse missalen—en typografische curiosa: zetfouten, marginalia en eigenaardige lettervormen die hij niet als imperfecties zag, maar als sporen van menselijke aanwezigheid in het boek. Ook liturgische teksten, zoals handgeschreven gebedenboeken en gedrukt kerkelijk materiaal, vormden een belangrijk deel van zijn onderzoek.

Als lid van de kloosterorde der Minderbroeders in Wijchen, volgelingen van Franciscus van Assisi, en later werkzaam in Rotterdam, bouwde hij een bibliotheek van circa 9.000 boeken, voornamelijk religieuze drukken, liturgische handschriften, incunabelen en typografisch merkwaardige uitgaven. Deze verzameling weerspiegelde niet alleen zijn wetenschappelijke belangstelling, maar ook zijn rituele omgang met het boek als drager van menselijke sporen. De bibliotheek ging verloren bij het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940.

Kort daarna schreef hij een brief aan vrienden en kennissen, zijn zogenaamde ‘encycliek’, waarin hij verslag deed van zijn toestand en het verlies. Deze brief vormt het hart van Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen, een postuum eerbetoon samengesteld door Ed Schilders en uitgegeven door Stichting Desiderata.

Kruitwagen was geen canonieke geleerde, maar een rituele lezer: iemand die boeken niet alleen bestudeerde om te bestuderen, maar bewoonde. Zijn nalatenschap leeft voort in de typografische sporen die hij achterliet, en in de reconstructie van zijn leespraktijk door latere boekenvrienden.

De titel ‘boekhistoricus in de marge van het geheugen’ vat zijn positie treffend samen. ‘In de marge’ verwijst naar zijn aandacht voor zowel de letterlijke boekmarge—zetfouten, colofons, typografische eigenaardigheden—als de figuurlijke: boeken en drukken die buiten de canon vallen. ‘Van het geheugen’ wijst op zijn omgang met wat dreigt vergeten te worden. Zijn leespraktijk was geen reconstructie van het verleden, maar een rituele herbeleving van wat nog net aanwezig is—een vorm van herinneren die zich nestelt in typografische sporen, in verloren bibliotheken, in de brief na het bombardement. Zo werd zijn bibliotheek een geheugenarchief, en zijn encycliek een performatief gebed voor wat niet vergeten mocht worden.

Het avontuur van Ed Schilders leidde uiteindelijk tot het boek waar
dit bericht over gaat.
Centraal daarin staat de tweede Cambell van Kruitwagen.

IMG_7897BonaventuraKruitwagenDeTweedeCambellAnnalesDeLaTypographieNéerlandaiseAuXVeSiècle1874

De tweede Cambell, Annales de la typographie Néerlandaise au XVe siècle, 1874.

De Campbell verwijst naar het bibliografische standaardwerk van Marijn Campbell,
getiteld Annales de la typographie néerlandaise au XVe siècle (1874).
Het is een overzicht van Nederlandse incunabelen—boeken gedrukt in de 15e eeuw,
vlak na de uitvinding van de boekdrukkunst.
Campbell was directeur van de Koninklijke Bibliotheek en zijn werk geldt
als een fundament voor de studie van wiegendrukken.

Kruitwagen bezat een handexemplaar van dit boek dat verloren ging
in het bombardement. Later verving hij het door een ander exemplaar.
Waarin hij aantekeningen maakte en correspondentie in bewaarde.
Dat exemplaar werd decennia later teruggevonden door Ed Schilders.

IMG_7896StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagen

Het boek is afwisselend van toon. Naast het bombardement komen er ook
luchtigere onderwerpen aan bod.
Zoals de zetduivel en de bijbehorende citaten.

IMG_7900BonaventuraKruitwagenEncycliekInDeEnvelop

Vandaag is de productie van een boek al een heel karwei.
Maar voor bijvoorbeeld Erasmus (geboren rond 1467 – 1536)
was het vaak nog veel ingewikkelder.
Het proces was veel gevoeliger voor fouten dan vandaag.

Als je een tekst schreef moest je er op vertrouwen dat de drukker goed werk
leverde. Natuurlijk, kon je je zelf actief bezighouden met bijvoorbeeld de
correctie van de drukproeven, maar reizen was in die tijd een hele onderneming.
De drukker zat meestal niet om de hoek.

Vaak was je dan dus afhankelijk van de zetter (de persoon die de loden letters,
een voor een, in de juiste volgorde moest zetten).
Dan had je een corrector nodig die de drukproef moest controleren. Die moest wel
de taal machtig zijn en het hielp als die de tekst ook begreep.

Vervolgens kostte al het werk natuurlijk geld en
de drukker wilde een snel resultaat.

IMG_7901BonaventuraKruitwagenVoorbeeldVanDeEncycliek

De encycliek.

Zetfouten (typo’s) zijn al aan de orde van de dag in mijn blog.
In boeken kwamen die natuurlijk dan ook voor.
Vaak werden de bekende zetfouten in een lijstje in het boek opgenomen.
Bij dat lijstje stond soms een inleiding met een verklaring voor de fouten.
De zetduivel, de (luie) drukker, de zetter en de corrector kregen met regelmaat de schuld.
Soms moest de lezer maar beter oppassen.

Kruitwagen verzamelde dit soort teksten en schreef er artikelen over.
In het boek zijn enkele van deze teksten opgenomen:

Zo beroept de Augustijn Matthijs Pauli (dat was een monnik, geen letterkorps) zich op zijn afwezigheid als hij zegt:
Goet-vvilligen Leser daer sijn door mijn af-vvesenin de tvveeden stuck ingedronghen sommighe Fouten die V.L. [Ulieden] aldus sal believen te verbeteren.

Pagina 95.

De tusschen-komende ziekte des Schryvers is oorzaak, dat de volgende en andere drukfouten die de goedgunstige lezer zal gelieven te verschoonen, zijn ingesloopen.

Pagina 97.

De Drukfouten, die door het uitlaaten of byvoegen van een n of e in den laatsen lettergreep, ook wel taalfouten kunnen maaken, zal men hier en elders mooglyk ook wel ontmoeten, alhoewel ons dus verre geene merkelyke fouten, die den zin veranderen, zyn voorgekoomen; doch Geleerde en Bescheide [= oordeelkundig] mannen, weetende, hoe gemeen dit gebrek is, en hoe bezwaarlyk het zy, een Werk zonder Drukfeilen in ’t licht te brengen, zullen de zelve met heusheid by zich selven gaarne verbeteren. Aan knibbelzuchtigen, die men nooit kan behaagen of voldoen, zullen wy ons niet kreunen.

Pagina 98-99.

….lezen we precies waarom Erasmus zijn lezers kon boeien: door zijn openhartigheid. Geen duiveltjes maar drukkertjes. Hij zei waarop het volgens hem stond, en schreef als een Rotterdammer:

De wet draagt er zorg voor dat niemand een schoen maakt of een kast vervaardigt die niet bevoegd verklaard is door het desbetreffende gilde. Maar de geschriften van zulke belangrijke auteurs, ten opzichte van welk een vrome eerbied op zijn plaats zou zijn, verspreiden ze terwijl ze zo ongeletterd zijn dat ze zelfs niet kunnen lezen, zo lui dat ze zelfs geen lust hebben om over te lezen wat gedrukt wordt[namelijk de proef corrigeren], en zo gierig dat ze liever dulden dar een goede tekst wemelt van fouten dan dat ze voor een paar goudstukken een corrector zouden huren. En juist de brutaalste tekstverknoeiers doen op hun titelpagina’s de schitterendste beloften.

Pagina 119.

Op pagina 109 noemt Ed Schilders Bonaventura Kruitwagen
“de bibliofiele excorsist, corrector van de zetduivel.”
Het is een rake typering, maar ook een ironische.
Want juist in dat citaat sluipt een zetfout binnen:
“excorsist” in plaats van “exorcist.”
Een slip van de pen?
Een echo van de zetduivel zelf?
Of een typografisch eerbetoon aan Kruitwagens obsessie met correctie en imperfectie?

Daarom sluit ik af met een foto van die pagina.
Niet als bewijs van slordigheid, maar als uitnodiging tot herlezing.
Want zelfs de corrector van de zetduivel ontkomt niet aan diens aanwezigheid.

IMG_7903StichtingDesiderataEdSchildersHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagenBibliofieleExorcistCorrectorVanDeZetduivel


Het kabinet in de kinderwagen

Een leesverslag in drie lagen: proza, poëtica en parafrase.

Als ik iedereen mag geloven, gaat de verhalenbundel ‘Het aanwezige been’
van Arnon Grunberg over gemis.
Volgens de achterflap gaat het over ‘verleiding, verraad en verlies’.

In het titelverhaal (het tweede verhaal in de bundel) speelt
Grunberg met een been: een been dat er is. En ook niet is.
Als het been er niet is, dan is dat zeker een gemis
voor een cellospeelster.

IMG_7776ArnonGrunbergHetAanwezigeBeen

Het eerste verhaal in deze verhalenbundel ‘The Waste Land
laat zich ook lezen als een verhaal over gemis:

het kind dat de vrouw nooit had en dat ze als een gemis heeft ervaren.
En dan: krijgt ze het.

Of het doel in het leven dat de vrouw ooit had als jonge ambtenaar,
dat ze intussen was verloren en mist. Vervolgens hervindt ze het als
vrijwilligster bij een niet-gouvernementele organisatie (NGO).

Of het verloren land van de man die in Londen studeerde en
daar humanist werd genoemd, maar intussen een blinde krijgsheer
en oorlogsmisdadiger was geworden, die op punt staat zijn
land te verliezen.

Allemaal vormen van gemis die in dit korte verhaal te vinden zijn.
Grunberg schetst met weinig zinnen een hele wereld met allerlei
belangen, besluiten en belevenissen.

Hij vertelt veel. En tegelijk: heel weinig
Daarom lees ik het ook als een moderne parabel.

Volgens Wikipedia:

Een parabel is een kort, symbolisch verhaal dat bedoeld is om een morele, religieuze of filosofische les over te brengen. Het verhaal speelt zich vaak af in een alledaagse context en gebruikt herkenbare situaties om abstracte ideeën aanschouwelijk te maken.

Als ik niet wist dat het verhaal in 2022 al was geschreven,
dan zou ik mijn uitleg misschien overtuigender vinden.
Ik leg het hieronder even uit:

Het verhaal ‘The Waste Land’ gaat over het kabinet Schoof.

De hoofdpersoon in het verhaal is een vrouw op leeftijd,
zelfbenoemd topambtenaar, ontevreden, uitgeblust zonder idealen.

‘- als haar werk in Den Haag haar iets had geleerd was het wel dat je nooit moet rekenen op andermans morele instincten en eigenlijk ook niet op die van jezelf -‘

De hoofdpersoon, lees: Dick Schoof.

De hoofdpersoon, meer dan overtuigd van het eigen kunnen,
‘krijgt’ een kind, het grote gemis in haar leven.

‘En toen ze iemand ontmoette met wie ze het (een kind maken, argus) wel wilde, wilde hij niet. Ze had er drie nachten om gehuild,’

‘We moeten het met elkaar doen. fluistert ze tegen het slapende kind, we moeten elkaar een beetje helpen. Je moet me helpen. Ik moet van je gaan houden en ik zal van je gaan houden.’

Het kind, lees: het kabinet.

De hoofdpersoon bindt nauwe banden aan met de blinde krijgsheer
en oorlogsmisdadiger.

‘De minnares van een blinde krijgsheer. Ze werd het met overgave, een onvoorwaardelijkheid die ze niet van zichzelf kende. Dat het geluk, het grote geluk, de vorm kan aannemen van een krijgsheer, een oorlogsmisdadiger, ze kon het amper geloven en ze wenste het niet te bevragen. Als het geluk eenmaal voor je staat moet je er niet te veel vragen over stellen.’

De krijgsheer/oorlogsmisdadiger, lees: Geert Wilders.

Natuurlijk kan dat niet goed blijven gaan.
Er wordt een coup gepleegd en de hoofdpersoon vlucht
met het kind, naar de luchthaven,
waar ze in een fuik terecht komt. Afloop: onbekend.

‘Naarmate ze dichter bij het vliegveld komt, neemt de drukte toe. … Ze tilt het schreeuwende kind uit de kinderwagen. Ze moet de kinderwagen hier achterlaten, anders komt ze er niet doorheen. … Ze drukt het kind stevig tegen zich aan, ook haar kleine koffer zal ze hier achterlaten. Alleen zij en het kind moeten erdoor. … En ze duwt, ze duwt met alle kracht tegen de mensen voor haar.’

De kinderwagen achterlaten, lees: het kabinet wordt demissionair.
Haar kleine koffer achterlaten, lees: kabinet voor een tweede maal gevallen.

De zielloze geschiedenis van het Kabinet Schoof valt
helemaal samen met het verhaal The Waste Land.
Dat kun je met literatuur doen.

Proza
Je kunt het verhaal lezen en genieten van de manier waarop
Grunberg het verhaal in elkaar zet, en blijven bij de betekenis
van de eerste lezing.
De tekst zoals die zich toont—zonder duiding, zonder versiering.

Poëtica
Je kunt achter de verhalen in de verhalenbundel een gezamenlijk
thema proberen te vinden.
Op zoek gaan naar de vorm, het ritmiek en de stilistische keuzes
die de verhaal dragen.

Parafrase
Maar je kunt ook vrij associëren en zoeken naar symboliek met
misschien een boodschap. Een lezing die naast het origineel mag bestaan

Je kunt het ook allemaal tegelijk doen en waarschijnlijk
zijn er nog veel meer manieren om met de tekst om te gaan.

Dat was nog maar verhaal 1 van de bundel met meer dan twintig verhalen!

Een titel die niet trekt, maar blijft trekken

Over grammatica, ontwerp en de kracht van twijfel.

IMG_7860UitgevrijFragmentOmHetOmslagJaapJungcurtKarelBeunisFrankVanInghHanSteenbruggen

Uitgevrij Fragment, met essay door Han Steenbruggen: Om het omslag – De omslagontwerpen van Jaap Jungcurt en Karel Beunis voor de reeks Literaire Pockets van De Bezige Bij 1957-1966,


Het boekje ontving ik vorige week.
Naast mijn stoel, op een steeds groeiende stapel boeken,
ligt het boekje.
Er komen meer boeken uit dan je kunt lezen.
Het lukt me niet een boek in een ruk uit te lezen.
Zelfs niet als het om het werkje ‘Om het omslag’ gaat.
De ondertitel vertelt je meteen waar het boekje om gaat:
De omslagontwerpen van Jaap Jungcurt en Karel Beunis
voor de reeks Literaire Pockets van De Bezige Bij 1957-1966.

DeBezigeBijLiterairePocketsJaapJungcurtKarelBeunisSybrenPoletKoncretePoezieLP781962

De Bezige Bij, reeks Literaire Pockets: Sybren Polet, Konkrete poezie (LP 78, 1962)


Maar het boekje trekt wel steeds mijn aandacht.
De titel wringt.
Had de titel niet ‘Om de omslag’ moeten zijn,
‘de’ in plaats van ‘het’?
Het blijft knagen tot ik vandaag besluit het eens
nader te onderzoeken.

Al snel blijkt dat het gevoel goed is:
als de betekenis een kaf of boekband is dan is de juiste
schrijfwijze ‘de omslag’.
Maar er zijn ook andere omslagen: het weer kan omslaan
en we kennen ook een omslag in de economie.

DeBezigeBijLiterairePocketsJaapJungcurtKarelBeunisGustGilsDriePartiturenLP961962

De Bezige Bij, reeks Literaire Pockets: Gust Gils, Drie partituren (LP 96, 1962)


Waarom deze keuze? Het is geen fout.
Het kan niet anders dan een bewuste keuze zijn.
De uitgeverij is Uitgeverij Fragment (Frank van Ingh).
Van hen koop ik vaker een boek vanwege de mooie uitvoering.
Het boek verschijnt bij een tentoonstelling rondom
de omslagen in Museum Belvédère.
De directeur van het museum, Han Steenbruggen,
schrijft het essay bij de afbeeldingen in het boek.
Er is te lang aan gewerkt: de eerste plannen voor een
tentoonstelling, bij het Groninger Museum,
dateren al van voor 2008.

IMG_7858UitgevrijFragmentOmHetOmslagPagina21

In de tekst wordt consequent ‘het’ gebruikt bij het
enkelvoudige woord ‘omslag’, bij meervoud gebruikt men ‘de’.
Een vermoedelijk, bewuste typografische keuze.

Wat de reden precies is, weet ik niet.
Maar ik kan enkele mogelijkheden bedenken::

– pockets waren in de jaren 50 een grote omslag.
Ze waren goedkoop, hadden een modern (Amerikaans?) imago
en waren heel succesvol.
– pocketreeksen waren daarbij ook nieuw en binnen de reeksen
in Nederland sprongen de Literaire Pockets van De Bezige Bij
er uit door hun moderne inhoud en vormgeving.
– de ontwerpers, Jaap Jungcurt (beeld) en Karel Beunis
(typografie) maakten in de serie drie keer een omslag:
de eerste serie werd ontworpen met de collagetechniek,
de tweede door gebruik van viltstift, de derde serie door het
werken op basis van tekeningen en de laatste omslagen
kenmerken zich door een zwart-wit beeld.
– door de jaren heen verandert de waardering voor de omslagen
van pockets. In het boek staat een citaat van Dick Bruna,
ontwerper van de omslagen van de ‘Zwarte beertjes’ waarin
hij beschrijft hoe de waardering omslaat: ‘Nu verbaas ik me
er weleens over dat er zo gewichtig over wordt gedaan.’ (pag 22)

Wat precies de reden is, daar zal ik wel niet achter komen.
Misschien moet ik daarvoor de tentoonstelling in
Museum Belvédère bezoeken.

Even over de inhoud, waarom waren die ontwerpen zo bijzonder?

‘In zijn ontwerpen verloor Jungcurt zich zelden in decoratie of routine. Steeds weer wist hij binnen het gekozen stramien van formaat en techniek nieuwe beeldoplossingen te vinden, waarin veelal het vermoeden sluimert van figuratie. Omdat de beelden nooit eenduidig zijn, geven ze alle ruimte tot associeren en dagen ze uit tot onderzoekend kijken.
De composities….., bestaan uit configuraties van scherp tegen elkaar afgezette, heldere kleurvlakken. Ze concentreren zich rond een of enkele motieven, maar zijn afgesneden aan de randen, waardoor ze de indruk wekken zich buiten de randen van het beeldvlak voort te zetten – in de meeste gevallen lijken de composities van in elkaar grijpende kleurvlakken fragmenten van een groter bestel van vormen en vlakken. De spanning die dat oplevert, draagt bij aan de expressieve kracht van elk ontwerp….’

Pagina 11.

Als ik dan toch iets te klagen heb: het gekozen lettertype.
Met name de cijfers ervan.
Als je kijkt naar bijvoorbeeld de jaartallen dan lijkt
de ‘1’ in ‘1958-1961’ visueel los te komen van de rest.
Dat wordt nog versterkt door het koppelteken dat wel heel
dicht aanschuift tegen de ‘8’ van ‘1958’.

IMG_7859UitgevrijFragmentOmHetOmslagPagina27

Verder is het een mooi boek geworden met veel afbeeldingen
ter ondersteuning van de tekst, een overzicht met paginagrootte
afbeeldingen van omslagontwerpen van Jaap Jungcurt en Karel Beunis
en een overzicht van alle deeltjes in de reeks Literaire Pockets.
Aanrader!

DeBezigeBijLiterairePocketsJaapJungcurtKarelBeunisWillemElsschotLijmenEnHetBeenLP561961

De Bezige Bij, reeks Literaire Pockets: Willem Elsschot, Lijmen en het been (LP 56, 1961). De foto’s van de omslagen komen van de website van Museum Belvédère.


Heb ik nou een halve Siebold gelezen?

Over boeken, gezinnen en de onvoltooide echo van een verzamelaar.

Een beetje ongelukkig verschenen in Nederland tegelijk
twee boeken over het leven, de carrière en de gezinnen van
Philipp Franz von Siebold.

Ik wist dat er een boek over Siebold was verschenen.
In een boekenwinkel zag ik er een liggen en kocht het,
niet wetende dat er op dat moment twee tegelijk waren uitgekomen.

De naam Siebold kende ik, ik ben een aantal keren in het
Japanmuseum Sieboldhuis in Leiden geweest.
Maar verder dan ‘iets met Japan’ reikte mijn kennis niet.

Intussen weet ik meer:
over het milieu van de Duitse familie Von Siebold,
zijn ambitie en opdracht als scheepsarts en
verzamelaar van kennis op Deshima.
Over zijn contacten met Japanse wetenschappers,
zijn Japanse gezin en de verbanning uit Japan.
Over zijn voortdurende geldnood,
zijn Europese gezin en zijn tweede bezoek aan Japan.

Hij doet denken aan Indiana Jones: altijd nieuwe plannen,
en steeds weer is Japan belangrijker dan alles,
zelfs belangrijker dan zijn families.

Het boek heb ik met veel plezier gelezen.

IMG_7826ArletteKouwenhovenBrandendeIJverSieboldDeBiografie

Arlette Kouwenhoven, Brandende IJver – Siebold de biografie.


Zwemmen of Baden: Over de Fijnheid van Herhaling

In Archiefstuk 001 van mijn Bouillonistisch Archief
werd het boek Charms, 50 verhalen al genoemd.
Het allereerste verhaal, en meteen de allereerste zin, staat
op een absurdistische wijze stil bij soep.
Nu ik de 50 verhalen gelezen heb blijkt dat dit
eerste verhaal meteen een van de meest aansprekende is.

IMG_7800DaniilCharms50verhalenStatenhofpers

Daniil Charms, 50 verhalen, Statenhofpers. In de vertaling vanuit het Russisch door Jan Paul Hinrichs die ook het nawoord verzorgd.

Er is veel te genieten aan deze kleine parels van verhalen.
Steeds slaagt Charms erin je op het verkeerde been te zetten.
Een verhaal springt er wat mij betreft echt uit, een kort verhaal
van vier zinnen waarin Charms vrijwel dezelfde geschiedenis
twee keer verteld.
Het is heel ontregelend voor de lezer. Het is een techniek die
Charms op meer plaatsen inzet.
Toegegeven: als je deze techniek een paar keer voorbij ziet
komen verliest hij aan kracht.
Maar de 4 zinnen zijn top:

Op een keer ging Semjonov wandelen. Het was een heel warme dag en daarom besloot Semjonov te gaan zwemmen in de rivier.
Semjonov wandelde heel lang, werd uiteindelijk moe en ging uitrusten op het gras langs de rivier.
Het was een warme dag en Semjonov besloot te baden in de rivier.

Het subtiele verschil: eerst ‘zwemmen’, later ‘baden’.
Een verschuiving die nauwelijks betekenis draagt,
maar des te meer bijdraagt aan de ontregeling.

Op andere plaatsen waar je deze techniek ziet is er soms een
meer algemeen deel en een meer specifiek deel.
Zoals het heel specifiek gedateerde verhaal van 8 maart 1938.
Deel 1 begin bijvoorbeeld met ‘Wanneer iemand de slaap niet kan vatten’,
terwijl deel 2 begint met ‘Iemand die Oknov heet lag op bed, de benen
dom uitgestrekt en probeerde in te slapen.’

In de verhalen ligt de nadruk op het ontregelen. Het zijn
absurdistische, korte verhalen. Wat ik lastig vond,
was dat ik gaandeweg steeds meer weerzin voelde opkomen
tegen het mensbeeld dat Charms hanteert.
De meeste mensen in zijn verhalen zijn niet slim, ze laten
het onheil dat hen overkomt, gelaten over zich heen komen.
Natuurlijk, dergelijke typetjes zijn gewillige slachtoffers
in komische situaties.
Zou Charms dit soort verhalen ook hebben kunnen schrijven
over intelligente en actieve mensen?

IMG_7778JanHanloBesteAdvisandaStatenhofpers

Jan Hanlo, Beste advisanda, Brieven aan Hajo Wong (en Willem K. Coumans), Statenhofpers. Voorzien van toelichtingen door Wiel Kusters.

Het tweede boek: Hanlo, Beste advisanda, Brieven aan Hajo Wong
(en Willem K. Coumans) heb ik ook met veel plezier gelezen.
Gelukkig lost Hanlo zelf de vraag op die mij vanaf het begin
bezighield: wat wordt bedoeld met ‘advisanda’?

Het komt nog al eens voor dat een verzameling brieven van
een schrijver vooral gaat over ditjes en datjes.
Bij Hanlo is dat niet. Zelfs de teksten van de briefkaarten
gaan over literatuur. Daardoor vond ik ze veel leuker om te lezen.

Soms in het wel Taalkunde met hoofdletter ‘T’,
maar het blijft steeds inhoudelijk relevant.
Zoals bijvoorbeeld in de brief van 20 januari 1960 waarin Hanlo
al schrijvend over spelfouten een definitie van een
dichter of schrijver geeft:

Niemand kan een dichteres of dichter of schrijver tenslotte de les lezen: als zij geen komma’s willen schrijven, doen ze ’t niet, zij maken de nieuwe spel-gewoonten (zij niet alleen , ook het volk, maar niet de boekjes).

IMG_7777JanHanloBesteAdvisandaStatenhofpers

Zoals steeds verzorgt Chang Chi Lan-Ying het zetwerk, leent met van Helmut Salden de letters voor de boekband en drukt Jan de Jong de tekst. De fijnste letter vond ik die van Charms, 50 verhalen (het lettertype wordt in de reeks, per boek aangepast naar de inhoud).


Nagekomen informatie over eerste stuk in het Amuseregister: het andere been

Wel schrijven over een boek maar het zelf niet kopen dat
kan voor mij niet. Dus heb ik gisteren Het aanwezige been
gekocht.
De winkelier wees me nog met trots op het
mannequinbeen in de etalage met handtekening.
Toen ik hem vroeg of het aanwezige been een stunt
van de uitgever was, bevestigde hij dit.
Er was in Breda ten minste nog één boekhandel
die een been heeft gekregen.

IMG_7776ArnonGrunbergHetAanwezigeBeenIMG_7795HetAanwezigeBeen

Toevallig liep ik vanmiddag langs die andere boekhandel en maakte er bovenstaande foto’s.


Grunberg in de etalage

Hoe een toevallige ontmoeting de jury voor het blok zette

Inleiding – Een been in de etalage

Als ik door de winkelstraten bij mij om de hoek loop,
kijk ik eigenlijk altijd even wat langer naar binnen bij de vaste winkels.
Natuurlijk ben ik ook benieuwd naar nieuwe zaken,
maar dat zijn tegenwoordig toch vaak daghoreca of modewinkels en
die trekken niet zo mijn aandacht.
Ik stop liever bij de groentenwinkel, de patissiers, de kookwinkel
en de betere boekhandel.

Zo liep ik deze week langs de boekhandel en zag daar een been
in de etalage liggen. Dat trekt om meerdere redenen de aandacht.
Wie kijkt er niet graag naar een elegant been met een lichtblauwe jarretel?
Bij beter kijken zag ik op de achtergrond het nieuwe boek
van Arnon Grunberg liggen, met de titel Het aanwezige been.
Het drong nog niet meteen tot me door dat ik voor de zomer
de bibliofiele uitgave van het titelverhaal gekocht had,
een uitgave van de Statenhofpers,
prachtig vormgegeven en typografisch dampend.

Nu komen deze twee zaken samen:
het been in de etalage en het been in de typografie.
Maar is het soep? Nee. Toch beroert het de lepel.

Overgang – Van soep naar amuse

Gisteren bedacht ik net het Bouillonistisch Archief,
een plek voor ritueel gebonden literatuur —
dampend, vloeibaar, en canoniek.
Maar wat doe je met zeer aansprekende titels of
bijzondere vondsten die niet helemaal voldoen aan
het Manifesto voor de Bouillonistische Literatuur?
Ik kan de regels van het Manifesto niet al bij
een tweede voorbeeld overtreden. Dat zou de lepel ontregelen.

Alle reden dus om daar een aparte lijst voor in het leven te roepen:
een zusterlijst, een voorgerechtenwand, een plek voor werken
die dampen maar niet drijven.
Zo ontstaat Het Amuseregister — een ritueel register voor amuse-werken,
licht verteerbaar en typografisch geladen, maar niet gebonden met bouillon.
Daarvoor ga ik vandaag de eerste inschrijving vastleggen.


Ceremonieel Openingsdocument

Het Amuseregister – Voorgerechten van de Archiefwand

Doel:
Het Amuseregister documenteert literaire, visuele en typografische werken
die ritueel relevant zijn, maar niet voldoen aan alle
bouillonistische criteria voor opname in het hoofdarchief.
Ze zijn geen soep — maar ze dampen.
Ze beroeren de lepel, zonder hem te vullen.

Kenmerken van een amuse-werk:
Licht verteerbaar, esthetisch geserveerd
Ritueel geladen, maar niet gebonden met bouillon
Visueel, typografisch, of absurdistisch van aard
Kan een zusterstuk zijn van een archiefstuk
Wordt besproken, maar niet opgenomen


Eerste opname in Het Amuseregister

Titel:
Het Aanwezige Been

Auteur:
Arnon Grunberg

Uitgave & visuele motief:

Bibliofiele editie door de Statenhofpers, deel 21
Typografie: Monotype Goudy Old Style
Papier: Geschept Madrid Litho
Bindwijze: Halflinnen met handgeschept Nepalees Khadi
Bijdrage: Piëzografie van fictieve kunstenaar Gregory Cole
(Nuffield 65 frontloader)
Signatuur: Arnon Grunberg én Gregory Cole

Etalage van De Vrije Boekhandel, Breda
Gesigneerd mannequinbeen, horizontaal gepositioneerd
Visuele echo van het verhaal, ritueel verlengstuk van de uitgave

IMG_7171StatenhofpersArnonGrunbergHetAanwezigeBeen

Typografisch reliek in halflinnen

IMG_7173StatenhofpersArnonGrunbergHetAanwezigeBeenIMG_7174StatenhofpersArnonGrunbergHetAanwezigeBeenGabriëlKousbroekTraktorschilderij

De tractor als pigmentmotief

IMG_7175StatenhofpersArnonGrunbergHetAanwezigeBeen

De typografische keten, met handtekening als rituele sluiting

IMG_7768HetBeenIsBehoorlijkAanwezig

Het been, gesigneerd en horizontaal — ritueel aanwezig, maar niet gebonden

Status:
Niet opgenomen in het Bouillonistisch Archief, wel eervol vermeld
in Het Amuseregister

Juryoverweging:
Het werk dampte, beroerde de lepel, en zinderde van ritueel.
Maar het voldeed niet aan alle bouillonistische criteria.
Het werd met liefde geweigerd, en met typografische ernst opgenomen
in Het Amuseregister.

Samenstelling van de jury:
De curator (met beenwarmer)
De zilveren lepel
Gregory Cole (fictief, maar aanwezig)
Een worm met beenambities
Het been
De etalageruit (als archiefwand)


Slotparagraaf – Het toeval en de volgende kandidaat

Het toeval van een bibliofiele uitgave en een been in de etalage
bleek een terechte kandidaat voor het Amuseregister.
Het werk dampte, beroerde de lepel, en zinderde van ritueel —
maar bleef net te droog voor opname in het Bouillonistisch Archief.
Daarom kreeg het een plek in de marge,
met typografische ernst en visuele bevestiging.

Natuurlijk staat het iedereen vrij om de jury voorstellen te doen,
voor het Bouillonistisch Archief of voor het Amuseregister.
Suggesties, zusterstukken, visuele echo’s, typografische vondsten:
ze zijn welkom. De lepel blijft alert.

Ik ga in ieder geval op zoek naar de volgende kandidaten.
Eerlijk gezegd zat er in Archiefstuk nr. 001 al een
verborgen kandidaat — maar daarover later meer.

Manifesto voor de Bouillonistische Literatuur

Hoe heet de soep gegeten wordt, of hoe men soep tot genre verheft

Iedere week maak ik soep.
Ik fotografeer haar ingrediënten en het resultaat van het kookavontuur.
Ik serveer haar, en publiceer haar onder het motto ‘Soep van de week’.
Maar vandaag kwam er iets bijzonders bij de post:
een klein boekje van Daniil Charms, deel 21 in een reeks
van de Statenhofpers.
En ineens smaakte de soep anders — alsof ze niet alleen gegeten,
maar ook gelezen kan worden.

Ik stelde me de vraag:
Is het verzamelen van verhalen over/met soep wel een hobby?

Het antwoord is JA.

Een hobby is in wezen een activiteit die iemand met plezier en regelmaat doet
in zijn of haar vrije tijd, vaak zonder direct praktisch doel.

Dus ik ga actief op zoek naar verhalen waarin soep een rol speelt.
Ik verzamel ze, categoriseer of analyseer ze.
Misschien ga ik zelf verhalen schrijven of illustraties maken.
Natuurlijk deel ik het Bouillonistisch Archief op mijn blog.

Je zou het zelfs kunnen omschrijven als een vorm van verhalencuratie.
Daarbij is Soep dan het verbindende motief — een soort glibberige rode draad.

En zoals elke hobby vraagt om een kader, een canon, een menukaart
voor een eenvoudig en voedzaam voorgerecht,
ontstond het volgende Manifesto voor de Bouillonistische Literatuur

Hoe heet de soep gegeten wordt, of hoe men soep tot genre verheft

1. De soep is het begin.
Niet als gerecht, maar als gedachte. Een vloeibare logica waarin alles kan drijven: vermicelli uit de 14e eeuw, een vergeten wortel, een lepel die zijn eigen schaduw roert. De soep is een ritueel — gemaakt in het weekend, gefotografeerd in twee fasen: ingrediënten en kom. Soms met brood. Soms met kaas. Soms met niets. Ze is het begin van een hobby, een verzameling, een genre-in-wording.

2. Bouillonisme is geen stijl, maar een toestand.
Wie bouillonistisch leest of schrijft, begeeft zich in een mentale soep — troebel, troostend, soms helder als consommé. Het is een manier van kijken: soep als lens, als ritueel, als genre. Soms absurd, soms lyrisch, soms documentair.

3. De soep mag spreken.
Of zwijgen. Of verdwijnen. Haar rol is niet vastgelegd. Ze kan decor zijn, metafoor, personage, of afwezigheid.

4. Korte verhalen zijn volwaardige bouillonistische universa.
Een zin kan een wereld zijn. Een dialoog een revolutie. Elk bouillonistisch verhaal is een kom op zichzelf — dampend, afgerond, en klaar om gelezen te worden.

5. De lezer is een lepel.
Niet om te consumeren, maar om te roeren. Bouillonistische literatuur vraagt om actieve verwarring, om interpretatie zonder houvast. De lepel is geen instrument, maar een houding.

6. Bouillonisme leeft vaak in de marge.
In kleine boekjes, obscure reeksen, typografische knipogen. Maar ook in het andere uiterste: de 24-delige encyclopedie van Larousse, waar soep verschijnt als lemma, als cultuurgoed, als classificatie. Of in een Sovjet-handleiding voor veldrantsoenen, waarin bouillon wordt beschreven als tactisch element, als draagbare troost. Bouillonistische literatuur nestelt zich overal waar taal begint te dampen — in de voetnoten, in de index, in de typografie van een vergeten reeks.

7. De canon is vloeibaar.
Ze groeit met elk archiefstuk: recepten, etiketten, handleidingen, brieven, typografische gebaren. Alles kan bouillonistisch zijn — mits met de juiste blik en een lichte roering.

8. Humor is ernst in soepvorm.
Lachen is toegestaan. Verwarring is gewenst. Ontregeling is een vorm van inzicht. De bouillonist glimlacht met een lepel in de hand.

9. De bouillonist verzamelt, schrijft, leest, zingt.
Een hobby, ja. Maar ook een levenshouding. Een manier om de wereld te benaderen via de damp van het absurde. De soep is een archief — van verhalen, van rituelen, van smaak.

10. Tot slot: soep is nooit zomaar soep.
Ze is een genre, een motief, een glibberige rode draad. Wie haar serieus neemt, heeft het begrepen. Wie haar niet begrijpt, mag gerust nog een lepel nemen.

Nu het Manifesto dampend op tafel ligt, is het tijd voor de eerste lepel.
De soep is verklaard tot genre, de lepel tot houding,
de canon tot vloeibaar beginsel.

En zoals het een goed ritueel betaamt, dient zich meteen een kans aan:
Vanochtend las ik het eerste verhaal in Deel 21 van de Salden-reeks,
Verhalen geschreven door Daniil Charms, uit het Russisch vertaald en
van een nawoord voorzien door Jan Paul Hinrichs

Het verhaal begon met een vraag over soep.
En eindigde met een meisje, een worm, en een fiets.
Het was kort, absurd, dampend.
Het was klaar om opgenomen te worden in het Bouillonistisch Archief.

IMG_7770HanloBesteAdvisandaCharms50VerhalenStatenhofpersDenHaag2025

Maar ik ontving niet één, maar twee boekjes.
Naast Charms verscheen ook Hanlo, als Deel 20,
een jubileumuitgave, niet in de handel verkrijgbaar.

Dat riep vragen op.
Waarom Hanlo en Charms, samen?
Waarom juist nu?
Is er een typografisch verband, een rituele reden, een canonieke knipoog?

Ik ging op zoek en las voor het eerst iets van Hanlo.
Het gedicht ‘Waarover zal ik zingen’ trof me direct.
Ritmisch, herhalend, zoekend.
Een opsomming van motieven, een inventaris van mogelijkheden,
als een lepelbeweging door de taal.

Waarover zal ik zingen

Waarover zal ik zingen
over regenjassen over het lover van geboomte
of zal ik van de liefde zingen

Waarover zal ik zingen over vliegmachines
blinkend aluminium in de zon en blauwe lucht
of zal ik zingen over de liefde

Over auto’s over steden en historie
of zal ik zingen over de liefde

Over vele vreemde dingen
over de gewone
of zal ik zingen over de liefde

Over bloemen over water
over mooie dingen of wat droevig is
of zal ik zingen over de liefde

Over tabak en vriendschap
over geur en wijn
over schepen zeilen meeuwen over ellende
over de ouderdom over de jeugd
of zal ik over de liefde zingen

Jan Hanlo
uit: Verzamelde gedichten
Amsterdam, Van Oorschot 2006

Hoewel Hanlo nog niet is opgenomen in het Bouillonistisch Archief,
roept dit gedicht een verwantschap op.
De herhaling, de opsomming, de twijfel — het is als een ritueel van roeren.
Maar het is geen soep, het had misschien de bereiding van soep kunnen zijn.

Hanlo’s gedicht is een menukaart van motieven,
een ritueel van afweging.
Maar het draait steeds om één zin:

of zal ik zingen over de liefde.

En hoewel die zin ritmisch verwant is aan het bouillonistisch roeren,
is de liefde hier geen soep.

Daarom blijft Hanlo voorlopig buiten het archief — als motiefverwant,
als een tekst die misschien later alsnog mag dampen.

En terwijl Hanlo nog in de marge blijft sudderen,
dient zich een verhaal aan dat klaar is om opgediend te worden.
Het is kort, absurd, en opent met een vraag over soep.
Het verscheen in Deel 21 van de Salden-reeks.

IMG_7771Charms50VerhalenUitHetRussischVertaaldEnVanEenNawoordVoorzienDoorJanPaulHinrichsStatenhofpersDenHaad2025Colofon

Het is tijd voor de eerste officiële opname in het Bouillonistisch Archief.


Officiële Opname in het Bouillonistisch Archief

Stuk nr. 001:
Daniil Charms
Titel:
Bobrov liep op straat en vroeg zich af waarom soep niet meer goed smaakt als men er zand in strooit.

Auteur:
Daniil Charms Vertaling: Jan Paul Hinrichs Uitgave: Statenhofpers, deel 21 Datum van opname: 25 september 2025 Locatie: Breda, Nederland

Reden van opname:
Dit verhaal opent met een bouillonistische kernvraag. Het is kort, ontregelend, dampend. De soep is geen decor, maar een katalysator voor verwarring. De typografie is marginaal en precies. De lepel trilt. De kom knikt. De worm applaudisseert.

Ceremonieel besluit:
Met dit document wordt het verhaal van Charms officieel opgenomen als Archiefstuk nr. 001 in het Bouillonistisch Archief. Het dient als begin, als bewijs, als bouillonistisch ijkpunt. Het mag herlezen worden bij elke zanderige lepel. Het mag geciteerd worden in toekomstige inducties. Het mag dampen in de marge.

Ondertekend door:
– De curator (in weekendkledij)
– De zilveren lepel
– De typografische ornamenten van Salden
– De worm met literaire ambities
– De soepkom, halfvol

Dan volgt hier het verhaal:

Bobrov liep op straat en vroeg zich af waarom soep niet meer goed smaakt als men er zand in strooit.
Intussen zag hij een heel klein meisje op straat zitten dat een worm in de hand had en luid huilde.
‘Waarom huil je’ vroeg Bobrov het kleine meisje.
‘Ik huil niet, ik zing,’ zei het kleine meisje.
‘Waarom zing je dan zo?’ vroeg Bobrov.
‘Om de worm wat op te vrolijken,’ zei het meisje, ‘en ik heet Natasja.’
‘Ach, dat zit zo?’ zei Bobrov verwonderd.
‘Ja, dat zit zo,’ zei het meisje, ‘tot ziens.’ Het meisje sprong op, stapte op haar fiets en reed weg.
Zo klein en al op een fiets rijden, dacht Bobrov.

Daniil Charms (pseudoniem van Daniil Ivanovitsj Joevatsjov), 1930, vertaald door Jan Paul Hinrichs.

IMG_7772HanloBesteAdvisandaCharms50VerhalenStatenhofpersDenHaag2025


Basler Papiermühle: een middagje ambacht, geschiedenis en vakmanschap

Tijdens mijn eendaagse bezoek aan Bazel afgelopen week,
bracht ik ook een bezoek aan de Basler Papiermühle.

BaslerPapiermühleLogo

Vanuit de binnenstad leidt een lange, geleidelijk
aflopende weg naar de Rijn, waar je een restaurant,
papiermolen en atelier vindt.
Vanuit het centrum staat de route met bordjes aangegeven.

IMG_7710BazelRijn

Wat het museum bijzonder maakt, is dat je naast een
grote, oude en nog werkende papiermolen ook een moderne
werkplaats ziet waar papierpulp wordt gemaakt en geschept.

De werkplaats bevindt zich op de benedenverdieping.
Een verdieping hoger draait alles om schrift en schrijven,
compleet met een scriptorium zoals je dat misschien kent
van het Huis van het Boek in Den Haag.

IMG_7711BaslerPapiermühle

Op de volgende verdieping kom je in een zetterij en drukkerij.
Een alleen Duitssprekende medewerker goot er met de hand letters,
omringd door een indrukwekkende reeks machines,
van handdegels tot een Linotype.

IMG_7712BaslerPapiermühle

Helemaal boven bevond zich de boekbinderij.
Een professionele boekbindster liet een prachtig
ingebonden werk zien aan de bezoekers,
terwijl ze tegelijkertijd aan een nieuw boek werkte.
Het tentoongestelde boek was rijk versierd met
gouddruk op de rug — een staaltje vakmanschap.

IMG_7713BaslerPapiermühle

Tussen de groepen bezoekers door sprak ik kort
met de boekbindster.
Ze kende in Zwitserland geen vergelijkbare groep van
(hobby)boekbinders zoals de Stichting Handboekbinden,
en was jaloers op de regelmatige uitgaven
in losse katernen van die stichting en van Uitgeverij Boekblok
(Atelier De Ganzenweide van Rob Koch).
Een mooi voorbeeld van iets waar we in Nederland
best trots op mogen zijn.

Als je eens in Bazel bent en wat tijd hebt,
loop dan zeker even binnen bij deze prachtige plek
aan de Rijn. je zult er geen spijt van krijgen.

Kapitaalband II

IMG_7555DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKapitaalbandDraadLigtGereed

De draad ligt gereed.


IMG_7556DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKapitaalbandKernRondgezet

De kern voor de kapitaalband heeft 2 weken onder een elastiek rond een flacon gezeten. Daarom staat die nu mooi rond. Dat is voor mijn boekband nu niet perse nodig maar het is een eenvoudig trucje dat werkt.


IMG_7557DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKapitaalbandEindjesEraf

Bij kapitaalband I nog even de eindjes afgeknipt en een beetje lijm op de uiteindes gedaan.


IMG_7558DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKapitaalband

De katernen voorgeprikt en de video nog even bekeken.


IMG_7559DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKapitaalband

Kapitaalband II, de zwarte draad aan het eind te strak getrokken. We leren het wel!


Kapitaalband: nu de werkelijkheid

In een vorig bericht beschreef ik hoe ik denk, op basis van
genoemde video, je een kapitaalband met de hand kunt maken.
Nu moet ik de daad bij het woord voegen.
Resultaat: ik ben tevreden, kan altijd beter.

IMG_7514DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKapitaalbandTrucje

Dit lijkt een weinig zeggende foto maar het is werk in uitvoer. De bedoeling is natuurlijk om zowel aan de kop als aan de staart een kapitaalband te maken. Tot nu toe had ik pas een kern gemaakt. Vorige week ben ik begonnen met het maken van de tweede en die zit verstopt onder de rode stiek. Ik probeer de kern een beetje tond te zetten. Voor mijn dummy is dat niet zo nodig maar hopelijk zal dat voor Denken over oorlog en vrede van Hugo de Groot wel nodig zijn. Dus je ziet hier een kern er alles aan doen om zichzelf rond te zetten. Wordt vervolgt.


IMG_7515DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKapitaalbandVoorprikken

Op de video zie ik de boekbinder moeiteloos het juiste katern aansteken zonder het uitgewaaierde katern kapot te steken. Ik weet dat ik dat niet kan, zelfs niet als het katern recht is. Dus heb ik het begin en eind voorgeprikt. Om de gaatjes eenvoudig te kunnen vinden heb ik er even een tandenstoker in gestoken. Je kunt goed zien dat de gaten onder de kettingsteek zijn aangebracht. Natuurlijk had ik de gaten op gelijke hoogte moeten proberen voor te prikken. Dat is voor de volgende keer. Ik besloot geen tussentijdse verankering aan te brengen. Mijn boekblok is erg smal.


IMG_7516DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKapitaalbandHetBegin

Het boekblok staat in een ‘derde handje’. Het beeld is wat druk met die spitsels die uitsteken maar die zitten niet in de weg. Je bent zelf aan de bovenkant bezig. Je ziet hier dat ik de borduurdraden zwart en rood (die van mij zijn van katoen) aan elkaar geknoopt heb. ieder stuk garen was ongeveer 40 centimeter lang. Voor de kapitaalband heb je niet veel lengte nodig bij dit smalle boekblok. Maar om de draden op zijn plaats te krijgen en houden is die lengte wel handig. De zwarte draad is in het eerste katern gestoken tot aan de knoop in het garen.


IMG_7517DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKapitaalbandVerankering

Hier ligt de kern in de lus die je met de rode draad maakt. On het begin is dit een beetje wiebelig. Gewoon volhouden en regelmatig goed aantrekken. Overigens kun je wel goed zien dat het garen dat ik nu gebruik veel dikker is dan dat wat in de videi gebruikt werd. Nog eens in de winkel gaan kijken of ze verschillende diktes verkopen. Gewoon om te experimenteren.


IMG_7518DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKapitaalbandIMG_7519DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKapitaalband

De afsluitende zwarte wikkels hadden strakker gemogen. Maar voor het eerste kapitaalband sinds heel lange tijd, klaag ik niet. Het moet wel handwerk blijven….


Nu de staart nog (de onderkant van het boekblok).

Mijn binder is een ellendeling; hij schiet niet op en ik heb ruzie met hem gemaakt;

Een uitspraak over een boekbinder. ik voel me wel een beetje aangesproken.
Natuurlijk, ik ben slechts een hobby-binder maar opschieten is er
niet echt bij en daar voel ik me soms schuldig over.

Maar de uitspraak gaat gelukkig niet over mij. Het is een uitspraak die ik las
in een van de twee boeken over boekgeschiedenis die ik de afgelopen weken
heb ontvangen.

Eerst was er:
Ed Schilders & Bonaventura Kruitwagen,
Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen,
compleet met ‘encycliek’.
Gisteren kwam dan:
Reinder Storm, Dit is zéér belangrijk
– De ‘bibliophielen-gevoeligheidjes’ van E. du Perron
met daarin een brieffragment waar mijn titel vandaan komt.

IMG_7513EdSchildersBonaventuraKruitwagenHetVerlorenLezenVanBonaventuraKruitwagenReinderStormDitIsZéérBelangrijkDeBibliophielenGevoeligheidjesVanEDuPerron

Ed Schilders & Bonaventura Kruitwagen, Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen, Stichting Desiderata. Met de aan mij persoonlijk gerichte encycliek in aparte envelop. Reinder Storm, Dit is zéér belangrijk – De ‘bibliophielen-gevoeligheidjes’ van E. du Perron, Uitgeverij Fragment.


Beide heel verschillende boeken gaan ook over gewoontes van boekenlezers.
Ik dacht dat mijn aantekeningen, onderstrepingen en opmerkingen al ver
gaan voor iemand die graag boeken leest.
Maar het kan nog veel verder gaan.

Bonaventura Kruitwagen, een soort godfather van de boekwetenschappen,
had een heel systeem met kleuren, om op- en aanmerkingen over boeken
vast te leggen.
Eddy de Perron ging blijkbaar nog veel verder.
Die verbouwde boeken volledig door ze terug te brengen tot wat hij
belangrijk vond in het boek. Hij liet delen weg, voegde nieuwe
titelpagina en auteurfoto’s toe. Bracht stukken uit meerdere
boeken samen tot één uniek exemplaar dat hij vervolgens
weer liet inbinden.
Dan zijn mijn markeringen maar kinderspel.

Beide boeken zijn prima verzorgd.
Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen, vertelt hoe Kruitwagen
in het bombardement op Rotterdam in mei 1940 zijn 9000 (geleende)
boeken en aantekeningen over boeken verloor.
Kruitwagen bericht daar later in 1940 over in een uitgebreide brief
(encycliek, Kruitwagen was een katholiek priester en Minderbroeder)
die meerdere versies kende. Een facsimile van de brief in een
op naam gestelde envelop met de paraaf van Kruitwagen,
ontvang je bij dit heel interessante boek.
Dit is zéér belangrijk, heb ik zowat met open mond zitten lezen.
Prachtige anecdotes en illustraties over de ‘bibliophielen-gevoeligheidjes’
van Du Perron komen voorbij.
Het is weer genieten.

Ik kan alleen afsluiten met mijn laatste aantekening in een boek.
Het is te vinden in J. Slauerhoff, Het verboden rijk,
dat ik vorige week kocht.
Het staat op pagina 21 en de markering betreft
een hele mooie passage waarin de fictieve hoofdpersoon,
een toekomstige Portugese zeevaarder, zijn beklag doet
aan de lezer over de gewoonte aan het hof voor dames
om zich bezig te houden met het maken van gedichten:

Wat is de poëzie voor een volk, dat wel wat anders te doen heeft dan het vechten met een weerbarstige maat, dat eeuwenlang op een smalle landstrook samengedrongen, met het geweld van Moren, Spanjaarden en zeeën heeft gevochten, welke taal door een vreemde speling der natuur trouwens al zangerig genoeg is! Zelfs de taal der bloemen wordt genoemd!

Dat de vrouwen, die niets hebben dan een weefwerk, dit afwisselen met het borduren op het stramien van taal, in navolging hun seksegenoten aan de talloze kleine Italiaanse hoven, is nog tot daar aan toe. Maar dat mannen ook aan deze ijdele bezigheid doen, terwijl er nog zoveel landen zijn te veroveren, te ontdekken, en de Moren nog vlak aan de overkant genesteld zijn, dat is erger.

Er zijn 2 dingen die ik heel mooi vond in deze passage.
De hoofdpersoon vind het dichten van de vrouwen aan het hof
eigenlijk maar niets. Maar in plaats van dat zo,
recht voor zijn raap, te zeggen, schrijft hij bovenstaande regels.

Slauerhoff was een liefhebber van de Portugese taal en
was in zijn tijd vooral bekend als dichter.

Daarom schrijft hij dat het Portugees eigenlijk geen poëzie
nodig heeft. Portugees is immers zangerig en
de taal der bloemen‘.
Dat laatste is een prachtige beeldspraak, want niemand noemt
het Portugees werkelijk zo — maar het klinkt
overtuigend en poëtisch.

De volgende beeldspraak is ook prachtig. Hij vergelijkt het
werk van dames van stand met dichten dat logisch in elkaars
verlengde ligt. Weven en borduren doe je met een stramien
als startpunt en leidraad.
Dichten omschrijft hij dan heel mooi als ‘het borduren op
het stramien van taal‘.

Meerdere lagen van betekenis is één citaat die perfect passen
in de verhaallijn en tegelijk de lezer iets zeggen over de
opvattingen van de schrijver zelf.

IMG_7520JSlauerhoffHetVerbodenRijkPagina21


Kapitaalband met de hand: een ode aan boekbinden in spitselbandstijl

Door de hoge temperaturen van de afgelopen week ben ik
niet toegekomen aan de volgende stap in het boekbindproces:
het handmatig maken van kapitaalband.

IMG_7509DenkenOverOorlogEnVredeInbindenBorduurgarenPerkamentresten

Vorig weekend ben ik nog wel borduurgaren gaan kopen. Twee kleuren: zwart en rood. Zeker voor een eerste kapitaalband is het handig om met twee kleuren te werken. Dat maakt het overzichtelijk en je ziet meteen je voortgang goed. Van de bindingen heb ik de snijrestjes apart gehouden. Die zijn groot genoeg om er de kern voor het kapitaalband van te maken.


Wel heb ik de video die ik eerder vermeldde, een aantal malen
bekeken. Als je ook kapitaalband met de hand wil maken op
een boek en het is, net als bij mij, al weer een tijdje geleden dat
je die gemaakt hebt, dan is het aan te raden de video te bekijken.

De kern van de kapitaalband bestaat uit twee smalle stroken
perkament, ruim van lengte. De stroken zijn met de harige
zijdes (vleeszijdes) op elkaar gelijmd.

IMG_7510DenkenOverOorlogEnVredeInbindenKernKapitaaband

Niet de spannendste foto: de kern van het kapitaalband. Twee reepjes perkament van 2 mm op elkaar gelijmd. Ruim breder dan de rug van mijn dummy.


Ik volg de eerder genoemde video.
Om niet steeds opnieuw naar de video te hoeven kijken
heb ik een de video voor mezelf in stappen opgedeeld
en hieronder uitgeschreven.
Niet om de video te vervangen maar als geheugensteun.
Mijn tekst is dus geen instructie.

Ik gebruik de termen ‘voor’ en ‘achter’ de rug. De betekenis
van die termen is gekozen op basis van de positie van de
maker van het kapitaalband ten opzichte van het boek.
Als maker kijk ik op de rug van het boek voor mij.
Dan is de bolle kant van de rug ‘voor’.
Dan is de holle kant van de rug ‘achter’.

Orientatie

Wat je gaat doen is een kleurige rand aan de onder-
en bovenkant van het boek maken. Die rand zit er straks, om het
boek te beschermen tegen stof, tegen beschadigingen van het
hanteren van het boek en ter decoratie.

Ik ga een kapitaalband maken met twee kleuren maar je kunt het
ook met één kleur maken. De kleuren laat ik in een gelijk
ritme van kleur veranderen. Maar daar zijn keuzes in te maken.
Mensen maken soms ook kapitaalband met meerdere kernen.
Allemaal een kwestie van smaak.
Kapitaalband kun je ook kopen in de winkel maar bij een
volledig handgebonden boek is dit zelf maken leuker.

Je begint aan de rechterkant (zie afbeelding). Steeds wikkel
je de draad om de kern heen, bijvoorbeeld steeds twee
slagen zwart gevolgd door twee slagen rood. De wikkelingen duw
je steeds goed tegen elkaar aan. Zo ontstaat een ononderbroken
reeks van kleur, van rechts naar links aan één kant van
het boek. Bijvoorbeeld eerst aan de staart (de onderkant) van
het boek. Vervolgens herhaal je het proces aan de kop (de
bovenkant van het boek).
Aan het begin, een aantal keren onderweg (afhankelijk van
de breedte van de rug) en aan het eind,
veranker je de kapitaalband aan het boek door de naald
door een katern te steken, onderlangs de kettingsteek.

IMG_7511DenkenOverOorlogEnVredeInbinden2KleurenBorduurgarenNaaldenKernKapitaalband

Ik heb de strengen borduurgaren afgerold en op een kaartje gerold. In dit geval is het kaartje een stuk opgevouwen restpapier. Snijafval. Door aan 1 kant een insnijding te maken kan ik het uiteinde van de draad er doorheen halen. Dat trek ik dan lichtjes aan waardoor de draad vast blijft zitten. Zo zoek ik nooit naar het begin en raakt de draad niet in de war.


Wat zie je op de video?

Stap
In dit geval werk ik met twee kleuren zijde: zwart en rood.
Dat zijn ook de kleuren van de inkt waarmee ik geschreven heb in het boekblok.
Kies van beide kleuren een lengte (ik heb nog geen idee hoe die lengte
te bepalen maar ik vermoed dat de meeste lengte nodig is voor het
naaien van de kapitaalband, niet voor de paar centimeters die ik nodig
heb voor dit boekblok).
Knoop de twee kleuren met twee uiteindes aan elkaar.

Stap
Bevestig aan iedere kleur een naald of wissel dadelijk de naald
van kleur
Begin met de naald waar de donkere kleur (zwart) aan zit en steek
die naald in het eerste katern, onder de kettingsteek, van voor de rug
(zie afbeelding) en haal de hele lengte van de donkere kleur door de rug.

Stap
Verwissel de naald van kleur of ga verder met de lichte kleur (rood).
Steek de naald in het katern maar deze keer via de achterkant van
de rug. De naald gaat dus eerst tussen de pagina’s van het katern
om aan de holle kant van de rug, door het katern te steken. Daarna
komt de naald er aan de bolle kant van de rug uit.
Trek de draad door de rug terwijl er een kleine lus boven aan de
rug overblijft. Steek daar de kern van het kapitaalband door en
trek de lus aan terwijl je de kern boven op de rug houdt.

Wat je hier doet is dat je de kettingsteek verbindt met het
kapitaalband. Maar het moet nog steviger en daar gaan de volgende
stappen voor zorgen.

Stap
Ga door met de lichte kleur (rood). Leidt de draad over de kern
naar achter de rug en leg de draad op het boekblok.

Stap
Neem de donkere kleur (zwart). Zorg dat de donkere kleur eerst
onder de lichte draad gaat. Vervolgens over de lichte draad en
links onder de kern door. De draad kan dan aan de voorkant van de rug
strak getrokken worden.

Stap
Ga nu met de donkere kleur (zwart) rechts onder de kern door en
meteen weer links. Trek de draad aan.

Wat je nu doet is dat je de kern van de kapitaalband niet alleen
verbindt met de kettingsteek maar dat je de twee kleuren van
het garen ook gebruikt om de kern op zijn plaats te houden.

Stap
Voor het eerst ga je met de donkere kleur nu over de kern heen.
Ga meteen naar links (u gaat niet langs start, grapje) en
breng de donkere draad weer naar de voorkant van de rug.

Stap
Neem de donkere draad over de kern en leg hem op het boekblok.
Steeds als je met een draad over de kern gaat, voeg je een
‘gekleurde rij’ op de kern toe. Zorg dat de ‘rijtjes’ tegen
elkaar aansluiten.
De eerste verankering is gereed en je bent begonnen met het
‘wikkelen’ van de twee kleuren om de kern.

Stap
Neem de lichte draad (rood) over de donkere draad, langs links
onder de kern door naar de voorkant van de rug. Trek aan.

Stap
Neem de lichte draad over de kern, dan naar links onder de kern
naar voor en trek aan. Dit was een wikkel. Herhaal dit
zo vaak als voor het patroon nodig is en vervolg dan
met de andere kleur.

Het tussentijds verankeren van het kapitaalband met het
boekblok heet in de video ‘tagging’.
Het begint op een punt waar je in het wikkelen gaat veranderen
van kleur. Je brengt de draad onder de kern door naar voor.
Je gaat vervolgens over de kern om dan vanaf de holle kant
van de rug, dus midden in een katern, de naald naar buiten
te steken. Daarna kun je verder met ‘wikkelen’.

Als het morgen hetzelfde weer is als vandaag, dan ga ik morgen
het kapitaalband maken.
Binnenkort meer.

Resultaten van mijn boekbindplan

De laatste keer dat ik over de dummy voor
Denken over oorlog en vrede schreef, had ik een plan:

Plan van aanpak (op basis van wat ik gelezen heb):

1. lijm de rug van het boekblok tussen de bindingen
als de bindingen niet verankerd waren op de
schutbladkaternen door de extra steken dwars door
de spitsels en achtersteeksels, dan had je die nog door
het garen van de binding kunnen bewegen
2. Laat de lijm drogen totdat hij plakkering is
of maak na het volledig drogen van de rug de lijm
een beetje vochtig
3. rond het boekblok aan beide schutbladkanten wat af
4. bepaal de grootte voor stroken perkament
die tussen de bindingen de rug gaan versterken.
Snij de stukken 3 cm breder dan de breedte van de rug
5. bepaal de grootte van de stroken shirting
die tussen buitenste binding en kop/staart komen.
Snij ze net zo breed als de perkamenten stroken
6. bevestig stroken perkament en shirting

Stap 4 is gelukt maar ik heb me nog wat meer verdiept in ‘het
rondzetten van het boekblok’ en ‘het knepen van het boekblok’.
Geholpen oor mijn moeizame ervaring en een heel duidelijke
video (Bookbinder’s Chronicle: making headbands) kan ik straks
bij het binden van het werkelijke boek, een stuk verder komen.
Daarvan ben ik overtuigd.

De termen (rondzetten, kneep maken) vond ik tot nu toe verwarrend.
De Engelse termen (rounding, backing) hielpen me ook niet.
Volgens mij zit het als volgt in elkaar:

Als je papier vouwt (probeer maar eens een paar vellen), dan zul
je ervaren dat de vouw dikker blijft dan het andere uiteinde
van het papier.
Als je dan een katern gaat inbinden met nog een aantal katernen
wordt het effect nog sterker doordat in de vouw ook nog het garen
komt te zitten. Deze zwelling is niet te voorkomen.

Rondzetten van het boekblok gaat de katernen een beetje verschuiven
zodat ze beter in elkaar passen en de totale zwelling van het
boekblok minder lijkt.

Rounding

In de tekening overdrijf ik een beetje maar door de buitenste katernen door duwen en trekken en door voorzichting de hamer te gebruiken (denk aan de afbeelding uit Diehl die ik eerder liet zien), te verschuiven ten opzichte van elkaar, lijkt de zwelling minder. Boven zie je de katernen die dikker zijn aan de kant van de vouw. Onder zie je de katernen ten opzichte van elkaar verschoven. De vorm van ieder individueel katern blijft behouden. Zowel de achterkant (bij de vouw) als aan de voorkant (waar de lezer straks het boek opent) ontstaat een ronde vorm. Bol aan de rug, hol aan de voorkant.


Door het boekblok vervolgens tussen kneepplanken in een
blokpers te zetten, kun je met een hamer een rug aan het
boekblok maken, Daarbij gebeuren er twee dingen: er ontstaat
een kneep doordat de kneepplanken zich in het boekblok duwen,
en met een hamer kun je de achterkanten van de katernen
laten uitwaaieren.

Backing

De ronde vorm aan de achterijde van het boekblok wordt verder benadrukt. Voor de dummy was dit niet perse nodig maar een volgende keer ga ik dit opnieuw proberen.


Was er dan geen voortgang?
Zeker wel. Kijk maar mee.

IMG_7417DenkenOverOorlogEnVredeInbindenBlokpers

Dit is mijn blokpers. Het ziet er erg interessant uit maar om nou te zeggen dat het een handig ding is…..


IMG_7418DenkenOverOorlogEnVredeInbindenBlokpersMetDriehoekLangeKantBijna42CM

De lange kant van de metalen driehoek is rond de 42 centimeter. Ik probeer hier gevoel te krijgen hoe lang ik de kneepplanken ga maken. Copilot zei op basis van advertentieteksten dat 50 centimeter een goede lengte voor de planken zou zijn. Dat zou ook net passen in de blokpers maar ik ga voor kortere planken. Zulke grote boeken maak ik niet.


IMG_7419DenkenOverOorlogEnVredeInbinden40CMRuimVoldoende

Hier ligt de driehoek op de losse katernen van Denken over oorlog en vrede: 40 cm is meer dan voldoende.


IMG_7420DenkenOverOorlogEnVredeInbindenWerkInUitvoer

Hier zaag ik de planken op maat. Deze ga ik als kneepplanken gebruiken.


IMG_7437DenkenOverOorlogEnVredeInbinden6MMAfgetekend

Dit is niet om te laten zien dat het garen door het papier is gescheurd bij het inbinden maar het ging me om het streepje, 6 mm vanaf de achterkant van de vouw. Dat is waar de kneepplank op komt te liggen.


IMG_7438DenkenOverOorlogEnVredeInbindenStrokenPerkamentTussenBindingen3CMAanBeideZijdes

Vervolgens ben ik de stukken perkament en shirting gaan snijden die straks tussen de bindingen en aan de kop en staart van de rug worden gelijmd om de rug te versterken.


IMG_7439DenkenOverOorlogEnVredeInbindenStrokenShirtingStrokenPerkament

Shirting (textiel), perkament, perkament en shirting.


IMG_7442DenkenOverOorlogEnVredeInbindenPogingRondTrekkenBoekblokZijde1ConformDiehls

De rug heb ik vervolgens ingelijmd en met de hand en hamer heb ik geprobeerd het boekblok een beetje rond te zetten.


IMG_7444DenkenOverOorlogEnVredeInbindenBlokpesInDeKeuken

Vervolgens ging het boekblok, tussen de kneepplanken (op 6 mm van de achterzijde). Dat ging in zijn geheel in de blokpers die hier met de uiteindes in de hoek van mijn l-vormig keukenblad ligt. De bindingen (met achtersteeksels) zijn vrij, ze zitten nergens tussen geklemd.


IMG_7445DenkenOverOorlogEnVredeInbindenPerkamentOnderBezwaar

Na rondzetten en knepen plak ik de stroken perkanent en textiel op de rug. De oplettende lezer heeft gemerkt dat ik het boekblok niet meer op maat gesneden heb. Maar als je dat wel wil doen moet dat eerder gebeuren.


IMG_7446DenkenOverOorlogEnVredeInbindenBoekblokInBlokpersHetLijktWelEenKunstwerk

Ik vind het er haast uitzien als een kunstwerk.


IMG_7449DenkenOverOorlogEnVredeInbindenUitstekendeAchtersteekselsWeggesneden

De uit-stekende delen van de ‘achtersteeksels’ heb ik weggesneden. Nu is het tijd om de kapitaalband te gaan maken. Daarover binnenkort meer.


Als het kapitaalband is ‘bestoken’ en de bindingen zijn versmald
tot spitsels, heb ik het eerste artikel van Karin Cox uitgevoerd.
Maar nu loop ik op de feiten vooruit.

Wat als De Nerée’s wereld een plek was waar je door kon dwalen?

De thematiek van Nerée — verval, stilering, mysterie — weerklinkt vandaag
in diverse culturele uitingen: in boeken, muziek, beeldcultuur en
persoonlijke expressievormen.

Niet dat dit in al zijn werken meteen en overduidelijk aanwezig is en
dat iedereen dat direct zal herkennen. Soms moet je zoeken.
Maar Sander Bink schrijft bijvoorbeeld in Verfijnde Lijnen op pagina 115 – 116:

Het meesterlijke en duistere Na het offer is een klassieke Carel de Nerée. ..… Bizar aan Na het offer is de gelijkenis met de heks Maleficent uit Walt Disney’s Doornroosje (1950).

IMG_7352CarelDeBeréeExtaseNaHetOfferDetail

Carel de Nerée tot Babberich, Extase – Na het offer (detail).

WaltDisneyMaleficent

Walt Disney, Maleficent, de heks uit Doornroosje.


De gelijkenis tussen Na het offer en Maleficent lijkt op het eerste gezicht
overduidelijk — een schot voor open doel.
Maar interpretatie is fluïde, en elke kijker werpt zijn eigen licht op
De Nerée’s schaduw.

Waar het om gaat is dat je in het werk veel elementen tegenkomt die ook mensen
van vandaag aanspreken:
de soms donkere, duistere sfeer, de stilistische vormgeving die aansluit bij
veel genres van stripverhalen, het dromerige, het naar binnen gekeerde, de
vrouwen, de bloemen en de mysterie.

Daarom kwam Copilot met het idee een wereld te beschrijven die heel goed de basis
voor een fantasyverhaal kan vormen en zich baseert op de esthetiek en symboliek
van Carel de Nerée tot Babberich.
Dit is die beschrijving:

Het Rijk van Lys Nocturne

In de schemerzone tussen droom en dood ligt Lys Nocturne, een verstilde wereld waar tijd geen richting kent en schoonheid een vorm van magie is. De lucht is er altijd fluweelachtig paars, als een eeuwige schemering, en de maan hangt laag en zwaar boven een landschap van zilveren bloemen en zwarte meren.

De Estheten van de Bleke Hof

De bewoners van Lys Nocturne zijn Estheten, wezens van porselein en zijde, met gezichten als maskers en ogen die nooit knipperen. Ze spreken in verzen, bewegen als dansers, en leven in paleizen van glas en ivoor. Hun macht komt voort uit symbolen: een lelie kan genezen, een masker kan herinneringen wissen, een gebaar kan een vloek zijn.

De Tuinen van Vergankelijkheid

Overal groeien bloemen die slechts één nacht bloeien — hun geur is bedwelmend, hun kleuren onnatuurlijk fel. De Estheten verzamelen ze niet, maar vereren hun verwelking als het hoogste moment van schoonheid. Alles in Lys Nocturne draait om het moment vóór het verval.

De Orde van het Zwijgende Masker

Een mysterieuze orde bewaakt de grenzen van het rijk. Ze dragen maskers die nooit worden afgezet, en hun ware gezichten zijn onbekend — misschien zijn ze leeg vanbinnen. Ze spreken niet, maar communiceren via symbolen en gebaren. Ze zijn de hoeders van de oude symboliek, en hun aanwezigheid roept zowel fascinatie als angst op.

Geen verleden, geen toekomst

In Lys Nocturne bestaat geen geschiedenis. Alles is eeuwig nu. Herinneringen zijn vluchtig, dromen zijn tastbaarder dan feiten. Kunst is de enige waarheid, en schoonheid is de enige wet.

Het podium voor een fantasyverhaal, een stripverhaal, een animatiefilm is daar.
De meest intrigerende zin in deze beschrijving van een fantastische wereld
vond ik:

maar vereren hun verwelking als het hoogste moment van schoonheid

Dat vraagt om een passage uit het fictieve boek dat zich
in Lys Nocturne afspeelt:

Uit: De Stilte van Lys Nocturne

De trappen van albast kraakten niet onder haar voeten — niets kraakte hier. Alles was stil, alsof het geluid zelf zich had teruggetrokken in de plooien van de gordijnen. Serelith, gehuld in een gewaad van nachtblauw fluweel, droeg een masker van zilverblad dat haar gezicht slechts gedeeltelijk verborg. Alleen haar ogen, groot en glanzend als zwarte opalen, keken de wereld in met een mengeling van verwondering en vermoeidheid.

Ze liep door de Galerij der Gebaren, waar elke nis een beeld bevatte van een hand in een andere houding: een gebaar van afscheid, van verlangen, van verraad. Geen namen, geen verklaringen. Alleen vorm. Alleen betekenis die zich onttrok aan woorden.

Buiten, in de Tuinen van Vergankelijkheid, bloeiden de lelies in het maanlicht. Hun bloemblaadjes glansden als ivoor, maar begonnen al te krullen aan de randen — schoonheid op het randje van verval. Serelith bleef staan bij een fontein waarin geen water stroomde, maar waar rook opsteeg in langzame spiralen. Ze ademde in. De geur was die van herinneringen die nooit van haar waren geweest.

Een figuur naderde, gehuld in een gewaad van spiegels. Geen gezicht, geen stem. Alleen een gebaar: een hand op het hart, een lichte buiging van het hoofd. De Orde van het Zwijgende Masker.

Serelith knikte. Ze wist wat dit betekende.

De droom was begonnen. Of misschien juist afgelopen. In Lys Nocturne vervaagt het verschil zoals mist in maanlicht.

Carel de Nerée tekende niet louter beelden; hij verbeeldde verhalen
die zich onttrekken aan taal. Zijn werk vertelt verhalen waarin verval,
stilering en mysterie de hoofdpersonen zijn. Die thema’s weerklinken
vandaag ook in diverse culturele uitingen: in boeken, muziek,
beeldcultuur en persoonlijke expressievormen.

De kracht van De Nerée’s beeldverhalen kan mensen van vandaag
aanspreken wanneer die gelegenheid ontstaat.
Als verteller door beelden laat Nerée zien dat betekenis niet altijd
uitgesproken hoeft te worden.
Zijn lijnen fluisteren, zijn symbolen ademen, zijn esthetiek leeft voort
— soms zichtbaar, soms verborgen, maar altijd aanwezig.

Met je neus in de boeken, een symbolistisch avontuur?

In de tentoonstelling van Carel de Nerée trekt een smaakvol gekozen
vitrine direct de aandacht in een ruime zaal.
Hij bracht mij ertoe de boeken in te duiken — en wie weet,
misschien zet dit bericht jou ook aan tot bladeren.

IMG_7374CarelDeNeréeTotBabberichVitrine

De vitrinetafel in het Dordrechts Museum.


De vitrine, een elegant, antieke vitrinetafel, bevat naast een aantal
documenten ook twee boeken. Wat mij direct trof waren de decoratieve
dwarsverbindingen aan de poten — kenmerkend voor het einde van de
19e en het begin van de 20ste eeuw.

Eén boek kende ik al, het andere was een onbekende titel voor mij:
Extase van Louis Couperus (1892) was me vertrouwd, maar
Johannes Viator – Het boek van de liefde van Frederik van Eeden,
eveneens uit 1892, kende ik nog niet.

IMG_7351CarelDeNeréeTotBabberichLouisCouperusExtase

Louis Couperus, Exta(z)se.


Ik heb Extase nog niet gelezen maar de kans is groot dat het er
in de toekomst no van komt. Voor nu even een korte samenvatting.

De roman volgt Cecile van Even, een jonge weduwe die in een sfeer van melancholie en introspectie leeft. Haar bestaan verandert wanneer ze Taco Quaerts ontmoet — een energieke, sensuele man die haar confronteert met haar diepste verlangens en spirituele idealen.
Het boek draait om de strijd tussen ziel en lichaam, tussen platonische liefde en aardse hartstocht. Cecile verlangt naar een zuivere, verheven liefde, terwijl Taco heen en weer geslingerd wordt tussen zijn spirituele kant en zijn dierlijke driften.
De titel verwijst naar de momenten van mystieke verbondenheid tussen Cecile en Taco — een geluk dat zo intens is, dat het bijna bovenmenselijk lijkt. Maar juist dat geluk is kwetsbaar: Taco verbreekt uiteindelijk het contact uit angst het te bezoedelen.

IMG_7351CarelDeNeréeTotBabberichLouisCouperusExtaseAfbeeldingBoekband


IMG_7350CarelDeNeréeTotBabberichJohannesViatorHetBoekVanDeLiefde

Frederik van Eeden, Johannes Viator – Het boek van de liefde.


Voor Johannes Viator – Het boek van de liefde kies ik voor een passage:

“Als ik iets moois vind in mijn wereld, dan is dat mooi mijn toevlucht, mijn rots, daarop bouw ik het huis mijner zaligheid… Maar er is een wil in mij, die mij omhoog houdt en doet leven, ondanks mijzelven, zonder dat ik weet hoe en waarom.”

IMG_7350CarelDeNeréeTotBabberichJohannesViatorHetBoekVanDeLiefdeIllustratieBoekband


De afbeelding op de omslag lijkt een waterlelie. Een veelgebruikt symbool.
De waterlelie staat met zijn wortels in de modder en hoog daarboven
drijft die mooie bloem. Dat is ook het streven van de hoofdpersoon:
‘Maar er is een wil in mij, die mij omhoog houdt en doet leven,…’
Kernbegrippen bij het waterleliesymbool zijn transcendentie, innerlijke
reinheid en spirituele ontwikkeling.

Deze boeken inspireerden Carel de Nerée tot een aantal werken. Ze zijn
niet perse bedoeld als illustraties op de boeken. Meer als vrije
interpretatie en inspiratie.

IMG_7343CarelDeNeréeTotBabberichJohannesViatorRenunciatie

Carel de Nerée tot Babberich, Johannes Viator, Renunciatie. Het beeld van een hoofd dat een waterlelie lijkt: met de voeten in het zand en met de bloem verheven. De titel Renunciatie staat voor afstand doen van bijvoorbeeld aardse genoegens of bezigheden. Een soort tansformatie ten behoeve van de ontwikkeling van de ziel om op te gaan in het spirituele. Het zwart zorgt er voor dat je ogen getrokken worden naar de bloem maar in de basale uitvoering van de stengel, de bladeren en het gezicht ligt de sleutel tot de invulling: het gaat niet om het fysieke maar om het verhaal dat wordt opgeroepen.


IMG_7359CarelDeNeréeTotBabberichPortretNaarFrederikVanEeden1900-1901Oost-indischeInktMetPen

Carel de Nerée tot Babberich, Portret naar Frederik van Eeden, 1900 – 1901, oost-indische inkt met pen. De afbeelding wordt genoemd ‘naar Frederik van Eeden’, niet ‘van’. Het is geen pasfoto, je zou kunnen zeggen: “het is niet eens af”, of….je kunt het ontbreken van details ook interpreteren als een poging de geestestoestand van Van Eeden weer te geven. Of hoe ‘dwingend’ De Nerée Van Eeden vindt met die priemende ogen….


IMG_7353CarelDeNeréeTotBabberichExtaseInleiding

Carel de Nerée tot Babberich, Extase – Inleiding, 1900 – 1901, oost-indische inkt met pen en penseel en aquarel. We zien een liggende vrouw. Ze lijkt te slapen. Een moment van rust. De ontspannen houding van iemand die open staat voor dingen die gaan gebeuren. Het bos op de achtergrond lijkt zich te spiegelen als schaduwen die zich vooruit werpen. Of het goed zal komen of fout zal aflopen is nog versluierd. De extase is nog afwezig. Het hoofd lijkt te rusten op een steun van mooie pauwenveren. Een stapel ‘ogen’ met iriserende veren. De aankondiging.


IMG_7352CarelDeNeréeTotBabberichExtaseNaHetOffer

Carel de Nerée tot Babberich, Extase – Na het offer, 1900 – 1901, oost-indische inkt met pen en penseel en aquarel. Met het offer geeft De Nerée het moment aan na de extase van het samenzijn van de twee geliefden. Even ging het perfect. Maar dan brengt men het offer: de geliefden besluiten niet meer samen verder te gaan. Als we een kleur zien bij deze vrouw dan is het paars-zwart. Haast een kleur van rouw. Het is dezelfde vrouw als van de inleiding maar de bezieling lijkt weg. De ‘ogen’ zijn weg, wat overblijft is ritmisch kant aan een enorme kraag die afstand creëert. Geen berusting maar onderkoelde woede.


Al met al heb ik weer veel tijd in allerlei boeken doorgebracht
om dit bericht samen te stellen.
Extase staat zeker op de lijst om in de toekomst nog te lezen.
Misschien dat mijn bericht je ook kan verleiden om het boek open te slaan.

Op zoek naar de perfecte kneep

Ik ga weer aan de slag met het inbinden van de dummy voor
mijn project ‘Denken over oorlog en vrede’.
Ik begin bij het artikel van Karin Cox (Handboekbinden nummer 3
– 2024, de uitgave van de Stichting Handboekbinden).

IMG_7407BoekblokOnderMetalenDriehoek

Intussen ligt mijn dummy te wachten op mijn werktafel.


Cox maakt een interessante opmerking over De Bray.
Hoewel die misschien complex klinkt,
laat ze juist de praktische kant van middeleeuws boekbinden zien.

Die opmerking is:

‘NB De Bray raadt voor dikke folianten alternerend naaien (naaiposities overslaan) aan…’

Dus: als het niet nodig is: niet doen.
Bij dikke boeken werd het naaien van de katernen soms eenvoudiger
gemaakt door meerdere katernen tegelijk te binden. Dat was sneller,
kostte minder materiaal en het resultaat was blijkbaar nog steeds goed.

De opmerking over De Bray geeft mij de kans om nog iets over hem te delen
met behulp van Copilot:

Dirck de Bray was een fascinerende figuur uit de Nederlandse Gouden Eeuw — een echte duizendpoot. Naast schilder, tekenaar en houtsnijder was hij ook boekbinder en prentkunstenaar. In 1658, toen hij nog leerjongen was, schreef hij een uniek handgeschreven en geïllustreerd boekje: Onderwijs van ’t boek-binden. Dit werk is bijzonder omdat het de enige volledige handleiding over boekbinden is van vóór de 18e eeuw.

Wat maakt het boekje zo speciaal?
Het bevat 56 bladen met 16 kleurrijke tekeningen, uitgevoerd met pen en waterverf.
De Bray beschrijft het standaard boekbinden, niet de luxe varianten.
Het manuscript wordt bewaard in het Noord-Hollands Archief in Haarlem.
In 1977 verscheen een facsimile met transcriptie en Engelse vertaling.
Later stopte De Bray met boekbinden en richtte hij zich op schilderkunst.
Rond 1680 trad hij zelfs toe tot een klooster in Brabant,
waar hij in 1694 overleed.

Het is de bedoeling om de rug rond te slaan.
Zowel Cox als Goddijn spreken over die stap.
Heel veel ruimte besteedt Cox niet aan de manier waarop je dat kunt doen.
Ik vermoed dat ze dat als bekend verondersteld.
De foto’s in het artikel tonen, naar mijn gevoel, op zijn best een
afronding van de hoeken van het boekblok:

AfgerondBoekblokHandboekbindenNummer3-2024Pag122-123Fig7

Afgerond boekblok, Handboekbinden, nummer 3 – 2024, pagina 122 – 123, fig 7.

AfgerondBoekblokHandboekbindenNummer3-2024Pag124-125Fig10

Afgerond (?) boekblok, Handboekbinden, nummer 3 – 2024, pagina 124 – 125, fig 10.


Goddijn beschrijft wel hoe je te werk kunt gaan.
Maar hij geeft aan (Pagina 156, 1e kolom, bovenaan):

“Ook moest de rug niet te rond worden geslagen.”

Een illustratie in het boek geeft dit beeld (ronder dan bij Cox):

IMG_7409PeterGoddijnPagina157

Peter Goddijn, pagina 157.


Beide doorspekken deze tekst met informatie over het lijmen
van de rug en de textiele en perkamenten stroken
die de rug gaan verstevigen.
Wat me opviel: de rug van een boekblok vertoont van nature
een neiging naar een kneep. Door het garen ontstaat in de vouw
van elk katern een verdikking — voelbaar als je het boekblok
tussen duim en vingers indrukt.

Het rondzetten is bedoeld om dit effect te versterken en
in goede banen te leiden.. Voel het maar eens, knijp
maar eens met je vingers in het katern.
Het rondzetten is een stap om naar een kneep toe te werken.

IMG_7408VoelGarenverdikkingInBoekblok

Voel de verdikking door het garen in de vouw van de ksternen.


Ik vond de teksten te veel ruimte voor interpretatie hebben om tot
een plan van aanpak te komen. Daarom nam ik er ook nog even het boek
van Edith Diehl bij (pagina 136, figuur 77c, d, e en f).

IMG_7410EdithDiehlPagina136Figuur77cdef

Edith Diehl, pagina 136, figuur 77-c, d, e en f.


De afbeeldingen tonen eigenlijk wat Goddijn beschrijft (pagina 156,
eerste kolom, net onder het midden:

“Leg het boek met de frontsnede naar de rand van de tafel sla met een brede hamer voorzichtig op de bovenliggende rand van de rug. Trek hierbij met de vingers van de vrije hand, die op het boek wordt geplaatst, het schutbladkatern (en daarmee de gehele bovenzijde van het boekblok) naar voren. De duim van dezelfde hand houdt tegelijkertijd de onderste helft van het boekblok tegen. Draai het boek om…….

Plan van aanpak (op basis van wat ik gelezen heb):

1. lijm de rug van het boekblok tussen de bindingen
als de bindingen niet verankerd waren op de
schutbladkaternen door de extra steken dwars door
de spitsels en achtersteeksels, dan had je die nog door
het garen van de binding kunnen bewegen
2. Laat de lijm drogen totdat hij plakkering is
of maak na het volledig drogen van de rug de lijm
een beetje vochtig
3. rond het boekblok aan beide schutbladkanten wat af
4. bepaal de grootte voor stroken perkament
die tussen de bindingen de rug gaan versterken.
Snij de stukken 3 cm breder dan de breedte van de rug
5. bepaal de grootte van de stroken shirting
die tussen buitenste binding en kop/staart komen.
Snij ze net zo breed als de perkamenten stroken
6. bevestig stroken perkament en shirting

De stap die hierna volgt is het maken van het kapitaalband.
Maar ik ga nu eerst de volgende zaken realiseren:

Vanmiddag heb ik een stuk beukenhout gehaald om kneepplanken
te maken. Ik kan geen winkel vinden die ze verkoopt.
De enkele keer dat oude kneepplanken worden aangeboden zijn ze bijna
onmiddellijk ook verkocht.

IMG_7413BeukenhoutVoorKneepplank

Beukenhout voor het zelf maken van boekenplanken of meubels. Een meter bij 20 cm breed en 1,8 centimeter dik.


Copilot maakte een schets voor de ideale kneepplank.
De maten moet ik nog wel eens langs mijn blokpers houden.
Want daarin ga ik ze gebruiken.

SchetsKneepplank Copilot_20250726_161850


Als de planken gereed zijn ga ik de stappen 1 tot en met 6
van hierboven uitvoeren.
Jullie zullen snel mijn avonturen met het maken van kneepplanken en
het rondzetten van mijn boekblok hier kunnen lezen.

Langs lijnen van geleidelijkheid

Couperus lees ik graag.
Ik lees Couperus niet dagelijks, maar telkens met plezier.
Vooral van ‘Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan…’
ben ik steeds weer onder de indruk.

De gesprekken tussen de oude Ottilie Dercksz en Emile Takma
gaan soms over koetjes en kalfjes, soms over serieuze zaken,
meestal in bedekt taalgebruik, de gesprekken ontrollen
zich langzaam en gaan meanderend over het papier.

Prachtig om te lezen!

Maar als ik naar de titels kijk van de werken van Couperus
dan springen er voor mij een paar uit:
1892 Extaze. Een boek van geluk
1896 Metamorfoze
1900 Langs lijnen van geleidelijkheid
1910 De berg van licht
1915 Iskander. De roman van Alexander den Groote
1918 Het zwevende schaakbord
1923 Het snoer der ontferming (verhalen)

In dit groepje is ‘Langs lijnen van geleidelijkheid’ de absolute topper.
Deze titel verwoordt zo mooi wat er gebeurt in ‘Van oude mensen,
de dingen die voorbijgaan…’,
maar ook in het werk van Carel de Nerée.

Zijn werk is gecentreerd rond de lijn als stijlelement.
Niet het vlak zoals bij Rothko, niet de punt zoals bij Seurat,
niet de lijn omdat het moet bij de etsen van Rembrandt,
niet de kleur zoals bij Vermeer, niet de toets zoals bij Van Gogh
en niet het lood zoals bij Anselm Kiefer.

Maar de lijn als een element dat zich langzaam, heel voorzichtig en
geleidelijk ontrolt over het papier.
De lijn die een eigen leven leidt. Die of het onderbewustzijn
van de Nerée volgt of misschien niet altijd doet
wat de Nerée wil, maar zijn eigen weg inslaat.
Zodat er afbeeldingen ontstaan die vreemd over kunnen komen.

Soms wil die lijn geen details en zien we ‘uitgemergelde’ portretten.
Portretten haast zonder vlees.
Soms wil de lijn juist veel details, veel kronkelende lijnen.
Soms staan er zaken op de werken die we niet kunnen verklaren,
wie zijn die mensen, en waarom dié mensen?

IMG_7399CarelDeNeréeTotBabberichSanderBinkVe rfijndeLijnenCarelDeNeréeTotBabberich1880-1909KunstEnLeven

Sander Bink, Verfijnde Lijnen – Carel de Nerée tot Babberich 1880 – 1909, Kunst en Leven.


Dat spel van lijnen kom je tegen in de literatuur maar
dus ook in andere kunstvormen.
Daarom noemen we dingen ‘Arabesken’, daarom noemt Sander Bink
zijn biografie ‘Verfijnde lijnen’, daarom gebruikt Couperus
‘Langs lijnen van geleidelijkheid’.

IMG_7403CarelDeNeréeTotBabberichLouisCoupeusHertalingAlbertKroezemannLangsLijnenVanGeleidelikheid

Louis Coupeus, hertaling door Albert Kroezemann, Langs lijnen van geleidelijkheid.


Ik wil in een landkaart die inzichten uit verschillende kunsten samenbrengen,
met hun overeenkomsten en verschillend bij elkaar.
Ik begin met een beschrijving….

Kaart van de Verfijnde Geleidelijkheid

Op onderstaande kaart zie je in het noorden van het continent
het ‘Koninkrijk van Arabesken’, waar de lijnen zich sierlijk kronkelen
als klimop rond marmeren zuilen.

Hier heerst de beeldtaal van de Art Nouveau: versieringen, krullen,
en het verlangen naar schoonheid als een manier van leven.

Meanderende rivieren liggen als gevlochten haarlokken in het land.
De ‘Rechtvaardigheidsrivier‘ combineert de schoonheid van het
heldere water en de natuur erin en eronder,
met de diepzinnigheid van de inwoners.

Ten zuiden daarvan komen de ‘Bergen van Licht’ in beeld.
Het gouden licht van de zon bedekt hun pieken.
Het is daar dat de grote Schrijvers wonen, die Denkers en Fantasten.
Hier blaast de literatuur mens en natuur het leven in.
Het verkent en beschrijft het onderbewustzijn van de
bewonderaars van de kunsten.

Aan de oostgrens ligt de ‘Metropool van Verfijnde Lijnen’,
een stad geboren uit het verlangen naar het volmaakte gebaar.
Hier leeft men met stijl, spreekt men in bloemrijke symbolen,
en beweegt men langs lijnen die fluisteren van verheven idealen.

Langs de westelijke rand slingert zich een pad — Lijn van Geleidelijkheid.
Geen snelweg, maar een serpenterende route die zich langzaam ontvouwt.
Hier wandelt de figuur van Carel de Nerée, soms zichtbaar,
soms schuilgaand achter een sluier van vergetelheid.
Zijn werk is hier geen monument,
maar een echo die zich pas toont door langzaam te kijken.

Aan de zuidwestelijke rand, waar het licht vervaagt en de lijnen
uitgegumd lijken, ligt het Bos van de Laatste Adem.
De bomen zijn hier gestold in hun groei, de wortels verweven met
restanten van vergeten zinnen.
Op sommige stammen lijkt nog een spoor van Oost-Indische inkt te rusten
— een lijn die nooit is afgemaakt, een krul die weigert te verdwijnen.
Wie hier afdaalt, stapt in een stilte die Nerée’s handschrift
nog even vasthoudt.

En ergens, bij al deze gebieden, ligt een nog onontdekt eiland:
Het Zwevende Schaakbord.
Een plek waar strategie, spel en mysterie samenkomen.
De regels zijn onbekend, de zetten intuïtief.
De stukken zijn niet van hout of steen, maar van intentie en taal.
Wie hier speelt, verplaatst geen pion — hij verschuift perspectief.
Soms staat een zet al klaar voor je haar bedenkt.
Soms blijft het bord zelf even zweven, wachtend op betekenis.

KaartVanVerfijndeGeleidelijkheid Blog


Het is in deze landschappen waar je als toeschouwer van Carel de Nerée
nog bijzondere scherven kunt vinden uit het verleden.
Ik laat je er een paar zien die ik gevonden heb en ben benieuwd
naar jouw vondsten:

‘Portretten haast zonder vlees.’

IMG_7333CarelDeNeréeTotBabberichVrijeStudeNaarEenOnbekend1900-1901Potlood

Carel de Nerée tot Babberich, Vrije studie naar een onbekend, 1900 – 1901, potlood.

IMG_7335CarelDeNeréeTotBabberichKijkenInDeZielTxt


‘Soms wil de lijn juist veel details, veel kronkelende lijnen.’

IMG_7345CarelDeNeréeTotBabberichAllegorischeVoorstellingMetFigurenEnEenPauwInEenTuin(Detail)1899-1901PotloodBruineInktMetPenRoeInktMetPenseelWitteDekverf

Carel de Nerée tot Babberich, Allegorische voorstelling met figuren en een pauw in een tuin (detail), 1899 – 1901, potlood; bruine inkt met pen; rode inkt met penseel; witte dekverf.

IMG_7346CarelDeNeréeTotBabberichAllegorischeVoorstellingMetFigurenEnEenPauwInEenTuin1899-1901PotloodBruineInktMetPenRoeInktMetPenseelWitteDekverfTxt


‘Soms staan er zaken op de werken die we niet kunnen verklaren, wie zijn die mensen?’

IMG_7372CarelDeNeréeTotBabberichConstanceDeNeréeTotBaberich-VanHoutenOntwerpBorduurwerkEnSchilderingOpZijdeLeVitrail1903-1904

Carel de Nerée tot Babberich (ontwerp) en Constance de Nerée tot Babberich – Van Houten (Borduurwerk en schildering op zijde), Le Vitrail (het glas-in-lood-raam), 1903 – 1904.

IMG_7373CarelDeNeréeTotBabberichConstanceDeNeréeTotBaberich-VanHoutenOntwerpBorduurwerkEnSchilderingOpZijdeLeVitrail1903-1904TxtGlasInLoodRaam


Vol verwondering kijk ik uit naar het volgende, mijn derde bericht
in de serie over de tentoonstelling ‘Anders dan de anderen’
in het Dordrechts Museum.

Als extra achtergrondinformatie tref je hier nog
een meer volledige lijst met titels van Couperus aan.

Welke titels spreken jou, intuïtief het meest aan?

CouperusTitels


Verstopt in het museum: De wereld van De Nerée

Onlangs bezocht ik in Dordrecht een intrigerende tentoonstelling met
werk van Carel de Nerée tot Babberich.
De naam zei me niets, maar gelukkig gold dat ook voor Femke
Hameetman. Zij is artistiek directeur van het Dordrechts Museum.

In een interview op NPO Radio 1 vertelde ze in april dat ze De Nerée
niet kende voordat ze aan dit project begon. Het geluidsfragment
is online nog steeds te beluisteren.

Waarom ging ik naar die tentoonstelling? Ik ken de kunstenaar niet,
het was een kleine tentoonstelling, geen evenement dat de
voorpagina’s haalt.

IMG_7394ArabeskenNummer65Juni2025


Mijn bezoek werd ingegeven door een artikel in ‘Arabesken’,
het tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap.
Geen blad dat je overal ziet liggen, maar vaak boordevol interessante stukken
over Couperus, Den Haag en de wereld rond 1900.

‘Arabesken’ zijn sierlijke, vaak symmetrische decoratieve motieven die bestaan uit gestileerde bladeren, ranken, bloemen en soms geometrische patronen.
In literatuur een stijl die verwant is aan de beeldende betekenis van een arabesk: sierlijk, fragmentarisch, en vaak met een dromerige of symbolische inslag.

In de ‘Arabesken’ van juni vond ik drie artikelen die me
meteen opvielen:

IMG_7395ArabeskenSimonMulderChaitaliSenguptaBoekenZijnGeweldigeVerbindersPag32-33

Arabesken, Simon Mulder, Chaitali Sengupta: Boeken zijn geweldige verbinders, pagina 32 – 33.


= een interview met vertaalster Chaitali Sengupta. ‘Boeken zijn
geweldige verbinders’ Ze vertaalt werk van Couperus voor de Indiase markt!
= een in memoriam voor bibliofiel drukker Boris Rousseeuw. Zijn druk van
‘Orchidee tussen de aardappels. Louis Couperus bespot in woord en beeld’
staat ook in mijn boekenkast
= een verslag van de openingsbijeenkomst van de tentoonstelling
‘Anders dan de anderen’ door Simon Mulder, waarin de link tussen De Nerée
en Couperus wordt gelegd.

IMG_7396ArabeskenEvertPaulVeltkampInMemoriamBibliofielDrukkerBorisRousseeuwPag46-47

Arabesken, Evert Paul Veltkamp, In memoriam bibliofiel drukker Boris Rousseeuw, pagina 46 – 47.


Dat én het feit dat Dordrecht vanuit Breda in slechts 30 minuten bereikbaar is,
maakten het een ideale bestemming voor een zondagmiddag.

IMG_7397ArabeskenSimonMulderLouisCouperusInHetMuseumPag52

Arabesken, Simon Mulder, Louis Couperus in het museum, pagina 52.


Van het station loop je al snel via de Gebroeders de Witt naar
de Groothoofdpoort in de haven. Een prachtige wandeling
door een belangrijke 17e-eeuwse stad met prachtige
panden en mooie verhalen. Uitzicht op havens en groot water.

IMG_7398ArabeskenSimonMulderLouisCouperusInHetMuseumPag53

Arabesken, Simon Mulder, Louis Couperus in het museum, pagina 53.


Op de weg terug liep ik naar het Dordrecht Museum. Een groot
museum waar ik de afgelopen jaren bijvoorbeeld een
grote tentoonstelling over het werk van Aelbert Cuyp zag. De
beroemde zoon van Dordrecht.

Ik kan niet zeggen dat ik het museum als mijn broekzak ken
maar de indeling van de ruimte roept ook nu weer bij
mij vragen op.
De tentoonstelling ‘Anders dan de anderen’ is met 40 werken,
veel van klein formaat, geen grote tentoonstelling.
Zeker niet in de betekenis van ruimtebeslag.

Om de tentoonstelling te bereiken ga je naar boven, loop je
door een tentoonstelling ‘de Galatea kunstprijs’, de
familietentoonstelling ‘Ik zie, ik zie’ (volgens mij heel leuk
met tenminste één Karel Appel die kinderen zal aanspreken)
en schamp je langs het staartje van ‘De wereld van Johan de Wit’.

IMG_7347CarelDeBeréTotBabberichSerpentineDetail1901-1904

Carel de Nerée tot Babberich, Serpentine (detail), 1901 – 1904.


Als je dan de tentoonstelling van De Nerée binnenloopt
hangt de introductie tekst niet echt op een intuïtieve plaats
en sta je een beetje plompverloren in een grote zaal.

IMG_7361CarelDeBeréTotBabberichTweeVrouwnDetail1904

Carel de Nerée tot Babberich, Twee vrouwn (detail), 1904.


Twee kleinere tentoonstellingsruimtes zijn een beetje in de
hoeken weggestopt.
De afgelopen jaren waren heel moeilijk voor musea en de
financiering is en blijft steeds behelpen.
Maar als museumdirectie zou ik de plattegrond van het
museum toch eens goed tegen het licht houden.

IMG_7363CarelDeBeréTotBabberichDeBruidDetail1901

Carel de Nerée tot Babberich, De bruid (detail), 1901.


Misschien is mijn introductie geen verkooppraatje,
maar het is wel mijn ervaring.
De werken spraken me zeer aan, en daarom zal ik in volgende
berichten dieper ingaan op uiteenlopende aspecten van
het werk van Carel de Nerée.
Mijn foto’s zul je daarbij steeds tegenkomen.
Ik nodig je van harte uit om mee te lezen.

Bindend verleden: een boekbindproject rond Hugo de Groot

In een serie berichten neem ik je mee op mijn boekbindavontuur.
Daarbij volg ik de Stichting Handboekbinden die het initiatief nam voor
een bijzonder boekbindtraject. Alle leden en belangstellenden kunnen meedoen.
Natuurlijk kozen ze er voor een boek in losse katernen beschikbaar
te maken rond een belangrijk historisch boek dat vandaag nog
steeds actueel is. Het project zal worden afgerond met een tentoonstelling
van alle handgebonden boeken in Rijksmuseum Slot Loevestein.

Het boek verschijnt ter gelegenheid van het feit dat in 2025 het
400 jaar geleden is dat het boek ‘de iure belli ac pacis’ van
Hugo de Groot verscheen.
Deze Nederlandse denker, over onder andere recht, schreef dit boek en
vanwege de grote invloed van het boek op ons denken over de
juridische kant van oorlog en vrede, werd dit in 1991 als deel 8 opgenomen
in de serie ‘Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland’.
De uitgave die ik wil gaan inbinden en die in losse katernen te koop is
bij de Stichting Handboekbinden, is verzorgd door en voorzien van
inleiding en annotaties door A.C. Eyffinger en B.P. Vermeulen.

Dus een dik en groot boek met een belangrijke inhoud.
Ik koos er voor om als bindwijze de ‘Spitselband’ te gebruiken.
Deze bindwijze was populair in oa Nederland in de 16e en
17e eeuw.

Omdat ik deze manier van binden niet eerder heb toegepast besloot ik
eerst een dummy te maken. De katernen zijn daarvoor gereed.
De spitsels en de ‘achtersteeksels’ zijn uit perkament gesneden en
de eerste katernen zijn al ingebonden met kettingsteek en rondslag.

Tijd om deze eerste stap in het inbinden af te ronden.
Het meest interessante deel voor mij was het laatste katern. In
dit geval is dat een schutbladkatern.
Bij beide schutbladkaternen wordt de rondslag iets anders uitgevoerd.
Deze keer ga ik niet zomaar rond de perkamenten spitsel maar begin je
door met de naald midden door achtersteeksel en spitsel te gaan.
Het geeft je de kans om de dikte van het boekblok vast te zetten
en om op een stevige manier het inbinden af te ronden.

Het afronden van deze eerste stap, zag er in foto’s als volgt uit:

IMG_7295DenkenOverOorlogEnVredeInbindenIMG_7296DenkenOverOorlogEnVredeInbindenIMG_7297DenkenOverOorlogEnVredeInbindenIMG_7298DenkenOverOorlogEnVredeInbindenSpitselVoorprikkenIMG_7299DenkenOverOorlogEnVredeInbindenStapEenGereed

Bij het laatste katern ging het helaas mis. Ik trok te hard en op de verkeerde manier aan het garen, met als gevolg dat de draad het katern een stuk inscheurt. Dat ziet er niet mooi uit en je verliest ook een beetje stevigheid. Maar het zorgt er niet voor dat ik niet verder kan. Dus op naar de volgende stap.


Aan mij de taak om het artikel van Karin Cox weer te vervolgen
en de inhoud ervan te vergelijken met het hoofdstuk van Peter Goddijn.
Zij zijn de twee bronnen waar ik me op baseer.
Natuurlijk lees je daar binnenkort weer over hier op mijn blog waarbij
ik de vergelijking tussen beide bronnen uitdiep.