
Breda, Reigerstraat, voormalige bioscoop Casino.

Breda, Reigerstraat, voormalige bioscoop Casino.
‘Smanneke’ is de naam die wij aan een designlamp
van Tom L’Istelle hebben gegeven.
We hebben de lamp een tijd geleden in zijn winkel gezien.
Het is een soort wandelend vogelhuisje.
De lamp is een beetje aangepast naar onze wensen en hij gaat
nog op een trapje komen te staan.
Vandaag afgesproken hoie dat er uit komt te zien.
Vandaag kwam eerst de lamp zelf.

‘Smanneke’ wordt in elkaar gezet.

Tom L’Istelle.

Hij begint al een beetje te lopen, maar de eerste stapjes zijn moeilijk.

Het vogelhuisje met lamp.

Afgelopen week zijn mijn vader en ik
naar het Maritiem Museum Rotterdam geweest.

Overal maakt men reclame dat dit zo’n top-instituut is
dat zo veel, heel bijzondere scheepsmodellen bezit.
Zo zie je dat bijvoorbeeld op de website:

De tekst een beetje op leesbare grootte.


Wat is de werkelijkheid.
Het museum is een grote speeltuin.
Letterlijk in een hoekje staan tussen de 30 en 40
modellen opgesteld. Van hoge kwaliteit.
Een brede selectie schepen:
van VOC-schepen tot containerschepen.
Maar het is een erg kleine selectie.
Net of je naar het nieuw geopende Rijksmuseum gaat,
daar een brede collectie verwacht,
maar aangekomen alleen de Nachtwacht
van Rembrandt te zien krijgt.
Geen kwaad woord over de kwaliteit maar
alleen de Nachtwacht is een beetje beperkt.

Als je als museum je volledig wilt richten op kinderen
en het in stand houden van schepen in de oude havens van Rotterdam,
dan is dat een fantastische doelstelling.
Die is niet in lijn met het hebben van een grote collectie
scheepsmodellen van hoge kwaliteit.
Het is begrijpelijk dat tussen de twee manieren
waarop je het museum kunt inrichten
grote economische verschillen zitten.
Een kinderattractiepark trekt andere bezoekers(aantallen)
dan saaie scheepsmodellen.
De combinatie werkt duidelijk niet in Rotterdam.
Waarschijnlijk is het beter de collectie over te doen
aan het Amsterdamse Scheepvaartmuseum.

De ‘collectie’ buiten was nog het meest interessant.

Mooi versierde boeg.

De ligging is fantastisch, met uitzicht op ‘De verwoeste stad’ van Ossip Zadkine.

Hele uiteenlopende schepen en havenattributen zoals kranen en zelfs een trein.

De Z447 is dringend aan herstel toe. Hieronder even ingezoemd.


Ossip Zadkine, De verwoeste Stad.
Het goede nieuws is dat op de website van het museum
een aantal foto’s staan van de ‘Topmodellen’.

Brik 1810, foto Maritiem Museum Rotterdam.
Dit model staat in een glazen kistje ter bescherming.
Franse, Duitse, Noorse en Nederlandse zeelieden bouwden tweehonderd jaar geleden in gevangenissen scheepsmodellen van ivoor. Ze waren gevangen genomen door de Britten die in oorlog waren met het Frankrijk van Napoleon Bonaparte. Om in hun levensonderhoud te voorzien maakten ze modellen van de schepen die ze als zeeman kenden.

Kuilkorvet 1829, foto Maritiem Museum Rotterdam.
Dit model heet de ‘Prins Willem Frederik Hendrik’. Het heeft deze naam gekregen omdat het in 1859 aan deze prins, die beter bekend stond als prins Hendrik de Zeevaarder (1820-1879), geschonken is. Het model is zeer gedetailleerd en mooi gemaakt. Echt een prinsengeschenk. Een kuilkorvet met deze naam heeft echter nooit gevaren.

Kuilkorvet (detail) 1829, foto Maritiem Museum Rotterdam.

Robin Cook, Manipulatie, voor uitzetting. Vandaag nog geen reactie op Bookcrossing.

‘Tweelingboeken’: Overdosis en Manipulatie. Beide van Robin Cook.
Op gezette tijden krijg ik de nieuwsbrief van de website
RechterTie.nl en op 10/04/2013 stond er het verhaal in van
Marco Huysmans die uitgenodigd was voor een symposium
in China over Robert van Gulik en zijn betekenis
voor de Chinese cultuur.
Daarnaast kondigde hij een bibliofiele uitgave aan
van het verhaal The Hot Springs Of Odawara.
Dat ging als volgt:
Nieuwsbrief RechterTie.nl van 10/04/2013.
Odawara
Toen ik bijgekomen was van de schok gevraagd
te zijn als spreker op een conferentie in China,
kreeg ik een ideetje dat de kriebels uit het begin
van deze nieuwsbrief verbond met de conferentie.
Als ik nu eens een mooie uitgave zou
maken van The Hot Springs of Odawara? Of
nog beter, als ik nu eens het Engelse origineel
zou uitgeven in combinatie met een Chinese
vertaling? Dat zou een boekje worden dat je in
twee richtingen kunt lezen (aangenomen dat je
het Chinees machtig bent): Chinees lees je immers
traditioneel van rechts naar links.
Om te beginnen vroeg ik Sunny of zij wist van
een Chinese vertaling. Die was er volgens haar
niet, maar ze bood direct spontaan aan om er
zelf een te maken, in klassiek Chinees met de
traditionele karakters. Dat aanbod greep ik
natuurlijk met beide handen aan, en ik ging
direct enthousiast aan de slag met de rest van
de voorbereidingen. Er moest een layout/bladspiegel
gekozen worden, papiersoorten, lettertypen,
enzovoort. Ik zal u hier niet met de details
vermoeien. Op de website zult u te zijner
tijd kunnen lezen wat de uitgangspunten van
het ontwerp waren en hoe die zijn vertaald in
concrete keuzes.
Eén ding stond bij voorbaat vast: het zou een
boekje worden dat gebonden was op klassieke
Chinese wijze. Al snel vond ik in de buurt een
ambachtelijke boekbinder die zijn vak geleerd
had op de abdij van Berne in Heeswijk. Hij
vond het een interessante uitdaging en kwam
met allerlei uitstekende ideeën voor de uitvoering.
Een echte vakman.
Gisteren was het zover: ik kreeg een mailtje dat
de eerste batch van 160 exemplaren klaar was.
Ik heb twee versies laten maken: een gewone,
met enkelvoudige Chinese binding; en een
luxe, met dubbele omslag en dubbele Chinese
binding. U ziet hieronder plaatjes van de Engelse
voorkant van de luxe editie en de Chinese
voorkant van de gewone versie.
De luxe editie verschijnt in een beperkte oplage
van 50 genummerde en gesigneerde exemplaren,
plus tien exemplaren hors commerce voor
familie en vrienden. Van de normale versie heb
ik voorlopig 100 exemplaren laten inbinden; er
zijn meer exemplaren gedrukt, maar ik wacht
met het inbinden daarvan tot ik beter kan inschatten
of er überhaupt belangstelling is voor
dit boekje. Het inbinden is handwerk en daarom
tamelijk prijzig: het is duurder dan het
drukken!
Maar het resultaat mag er wezen, toch?

Deze week was het dan zover.
Mijn exemplaren zijn gearriveerd.
Ik heb nummer 27 van de 50 genummerde en
gesigneerde exemplaren met dubbele omslag
en dubbele Chinese binding.
Daarnaast heb ik twee versies met enkele omslag
en enkele Chinese binding.

Prachtig verpakt.
De toelichting op de website op het ontwerp
van het boekje gaat als volgt:

Met als zegel het Shou symbol, het symbool voor ‘een lang leven’.

The Hot Springs of Odawara — Ontwerp
Uitgangspunten
Het ontwerp is gebaseerd op de voorliefde van Van Gulik voor de traditie.
Waar een keuze gemaakt moest worden tussen klassiek
en modern is consequent voor klassiek gekozen.

The Hot Springs Of Odawara
Schreefletters in plaats van schreefloze;
traditionele Chinese karakters in plaats van vereenvoudigde;
een strak tekstbeeld gebaseerd op een vaste mathematische verhouding;
een klassiek papier in natuurlijke tinten;
gebonden op traditionele Chinese wijze.

Een Engels-Chinese uitgave van het verhaal.
Pagina-layout
Het ontwerp van The Hot Springs of Odawara
is gebaseerd op het werk van Jan Tschichold.
Hij formuleerde een ontwerp voor “het perfecte boek”,
geheel gebaseerd op de verhouding 2:3.
Opengeslagen is de bladspiegel
zoals Tschichold die bedacht heeft.
Een tekstblok heeft als afmetingen 3″ × 4.5″.
De afmetingen van het boekje (5.5″ × 6.75″)
voldoen ook aan de 2:3-regel mits men
de ruimte voor de binding wegdenkt (1″).

Chinese boekbindtechniek: dubbele binding.
Lettertypen
De Engelse tekst is gezet in 12-punts Adobe Garamond Pro
met een regelafstand van 16pt.
De Chinese tekst is gezet in 12-punts PMingLiU
met een regelafstand van 21pt.
De Chinese tekst is op de klassieke wijze gezet:
van boven naar onder en van rechts naar links.
Alleen het onderschrift bij het plaatje
wordt van links naar rechts gelezen.

Nummer 27 van de serie van 50, gesigneerd door de uitgever Marco Huysmans.
Kleinkapitalen
Op diverse plaatsen is gebruik gemaakt van kleinkapitalen
(small caps) om accenten aan te brengen.
De omslag en de titelpagina zijn geheel in kleinkapitalen gezet.
Verder zijn de eerste paar woorden van elk deel
van de tekst in kleinkapitalen gezet
met een vetgedrukte en vergrote initiaal.

Voorin staat de Engelse uitgave.
Ligaturen
Er is gebruik gemaakt van ligaturen
voor diverse lettercombinaties.
De combinatie van een c en een t
wordt bijvoorbeeld zo weergegeven:

Cijfers
Cijfers zijn gezet in oldstyle figures.
Dit zijn cijfers die niet allemaal even hoog zijn
maar soms uitsteken boven het maaiveld (de letter “m”)
en soms onder de baseline komen.
Ter vergelijking ziet u hieronder eerst de normale cijfers
en dan de oldstyle cijfers in het lettertype van het boekje.

Hier alleen een voorbeeld van de Oldstyle cijfers.
Uitlijning
De uitlijning van de tekst is fully justified.
De tekst is optisch uitgelijnd; dat betekent
dat leestekens soms een stukje in de marge gezet zijn
om de uitlijning voor het menselijke oog beter te laten lijken.
Inspringen
Nieuwe paragrafen springen 24 pt in.
De regelafstand (16 pt) verhoudt zich tot deze indentatie als 2:3.

Achterin (voor Westerse lezers zoals ik) de Chinese uitgave.
Paginanummers
Er zijn geen paginanummers.
Deze keuze houdt verband met het onderwerp
van het essay: het ontbreken van paginanummers
illustreert de continuïteit van de natuur
tegenover de begrensdheid van het menselijke bestaan.
Daarnaast is het essay zo kort
dat het ontbreken van een paginanummering
nauwelijks onthandt.
Het kan immers gemakkelijk (en wat mij betreft bij voorkeur)
in één zitting gelezen worden.
Chinees karakter
Het Chinese karakter dat op de omslag
en enkele andere plaatsen gebruikt is,
is een gestileerde versie van het karakter 寿 (shou)
dat “lang leven” betekent.
Van Gulik gebruikte het voor de uitgave van
Moord op Oudejaarsavond, ’s-Gravenhage 1958.
Papier
Het gebruikte papier is Gmund Savanna.
De omslag is gedrukt op 200-grams Arena Structuros,
voor het binnenwerk is gekozen voor 100-grams Cascara structuros.
Drukker
Het drukwerk is van Drukkerij Zeeland.
Binding
Het boekje is op traditionele Chinese wijze gebonden
door Jos van den Berg
van Handboekbinderij “De Boekenlegger”.
De luxe editie heeft een dubbele omslag en
is met een dubbele steek genaaid.

Een wat pessimistisch aandoende titel die misschien wel het begin
van het stripverhaal goed afdekt maar toch zeker niet het einde.
Dat is namelijk een soort modern happy end.
Het is nog niet happy maar het gaat wel de goede kant op.
Het verhaal is goed maar niet sterk.
Er wordt te veel aan karakterontwikkeling doorgemaakt
in een te beperkt aantal plaatjes.
Daarmee wordt het ongeloofwaardig als je niet oppast.
Hier kan het net.
Scenario: Olivier Jouvray
Tekeningen: Fred Salsedo
Inkleuring: Greg Salsedo
De titel is een aanhaling van een regel uit soort levensfilosofie
van een van de personages in het boek.
Die filosofie gaat als volgt:
“We hebben geen oorlog en geen revolutie,
geen vijanden te bestrijden,
geen ouders om ons tegen af te zetten.
Als je je wilt onderscheiden via een merk schoenen
of een deodorant,
is er altijd wel iemand als de kippen bij
om er een massa-artikel van te maken…
…Die oude fantasie moeten we begraven.
We moeten ons verblijf op aarde
op een andere manier tot een succes maken.
Helden worden we toch nooit.”
De volgende passage vond ik grappig en gaat over India.
De hoofdpersonen willen hun gereserveerde kamer in een hotel in Delhi.



Leuk is de Scarface-achtige poster in de laatste tekening.
Het is niet alleen erg lekker, makkelijk, snel klaar, gezond,
maar het is ook erg mooi.
Kijk eens hoe mooi die paksoi is als hij gewassen is.
De kleuren van de peper, lente-ui en gember.
De geur van de gember en koriander.
Bijna zonde om te wokken en op te eten.
Maar dat hebben we toch maar gedaan.





Helaas kan ik geen filmpjes plaatsen op mijn weblog
die ergens anders op het internet staan.
Maar dit is de link waar het filmpje te zien is:
http://www.geschiedenis24.nl/speler.program.7028162.html
Dit zijn de fragmenten: Enthousiaste bevolking van Breda versiert de straten met vlaggen. Jeugd wuift met vlaggetjes. De burgers juichen de Poolse troepen toe, die de stad binnentrekken. Menigte staat voor het stadhuis. De burgemeester en de divisiecommandant schudden elkaar de hand.
BESCHRIJVING:
00.00 Bewoners bevestigen vlaggestok met grote Nederlandse vlag en oranjewimpel aan balkon boven winkel
00.10 Kapper versiert zijn winkelruit
00.23 Feestelijk met vlagge versierde Karrestraat
00.28 Shermantank M4A gevolgd door Sherman Fireflytank van 1 Pol Armd Div rollen over Karrestraat toegejuicht door inwoners van Breda
00.42 Met vlaggetjes en sjerpen uitgedoste jeugd
00.47 Poolse divisie-MP onthaalt meisje uit de menigte
00.58 Burgemeester van Slobbe en divisiecommandant gen.maj Maczek treden uit gemeentehuis naar buiten en groeten de menigte
01.05 Die komt aanstormen, roept, wuift en met vlaggetjes zwaait
01.22 Burgemeester leidt het zingen van Oranje Boven. Naast hem officieren van het Militair Gezag
01.30 Hunber gepantserde verkenningsauto rijdt door hagen toeschouwers
01.35 De twee MG-officieren
01.37 Burgemeester roept hoera
01.42 Roepende, schreeuwende, lachende, vlaggtjes zwaaiende menigte
02.01 Officieren brengen de groet terwijl burgemeester en Bredanaars het volkslied zingen
02.24 Burgemeester en Maczek schudden elkaar de hand
02.36 Militaire Commissaris van het Militair Gezag, brengt, staande alleen op het bordes, de groet, wacht tot het gejuich bedaard is en begint menigte toe te spreken meteen onderbroken door gejuich
02.53 Overzicht van de menigte tijdens toespraak majoor
03.02 Menigte juicht en zwaait
Vandaag ben ik met mijn vader in Rotterdam geweest.
Dat was een goede gelegenheid om mijn eerste boek
uit te zetten, los te laten.
Toevallig liepen we in de buurt van het beeld
‘De verwoeste Stad’ van Ossip Zadkine.

De oplettende luisteraar ziet het boek al staan.
We zullen even inzoemen:

Nog iets verder.

We zijn gisteren naar de recptie geweest
van Cafe de Beyerd.
Het cafe bestaat 175 jaar.
Reden genoeg voor een feestje.
Ik heb er een paar foto’s gemaakt:

De receptie was vanzelfsprekend goed bezocht. Wel veel ‘oude koppen’.

Vele verschillende bieren werden er geschonken. Binnen en buiten.

Bijvoorbgeeld het Willembier.

Buiten was het ook druk.

Net toen we weggingen werd er een muzikale hulde gebracht.

Familie de Jongh.

Gisteren heb ik een boek gekocht op de vrijmarkt.
Niet zomaar een boek.
Het is van dezelfde schrijver als het boek
dat ik onlangs vond en dat gestuurd werd met Bookcrossing.
Tussen een stapel andere boeken viel me dit boek van Robin Cook op.
Het is een boek dat ik zelf niet snel zal lezen.
Het is een ‘medische thriller’.

Robin Cook, Overdosis, is voor mij een soort ‘Tweeling’-boek met het boek Manipulatie.
Daarom heb ik er de andere helft van het blad in verwerkt
dat ik eerst gebruikt heb om het boek Manipulatie te versieren.

Verder heb ik de BCID bepaald (Bookcrossing ID)
en dat vastgelegd op en in het boek.


Het wachten is nu op het uitzetten van het boek.
Deze integrale uitvoering van Matz & Wilson vertelt
een spannend en snel verhaal.
Matz (Alexis Nolent) schreef het verhaal dat Colin Wilson illustreert.
Het verhaal is uiteindelijk ook verfilmd
met in de hoofdrol Sylvester Stallone.
Dat geeft wel een beetje aan in welke richting het verhaal gaat.
Dik hout en planken, en zo.
Maar dat neemt niet weg dat het een sterk verhaal is dat prachtig is getekend.

In de tweede helft van de middag ben ik nogmaals door de stad
en het Valkenberg gewandeld.
Ik heb er de volgende foto’s gemaakt.

Nu veel drukker op het Kasteelplein.

Grote Markt – Noord

Te druk in de Vismarktstraat.

Hanekam.

De Nieuwe Haven werd goed bezocht.

Als je haar maar goed zit…

Grote Markt – Zuid.

Grote Kerk vanaf het Stadserf.

Grote Markt – Midden.

Voor sommige zit de Vrijmarkt er al weer op.

Maar niet voor iedereen. Dit jong talent fluit er nog op los.

De koningslinde.

Sommige zijn al naar huis maar laten een puinhoop achter.
Allemaal voor Cambodja?


Ceremoniemeester van het evenement op de KMA.

Kasteel van Breda.

Zit m’n haar goed?

Kronen in alle maten en soorten.

Kadetten.

Nog meer kadetten.

Proost op de koning, maar niet van harte?

Vrijmarkt in het Valkenberg vanaf de KMA gezien.

Burgemeester van der Velden.

Eerste kadet wordt onwel.

Koningin, uh Prinses Beatrix.

Vlag van Breda.

Kadetten van verschillende krijgsmachtonderdelen waren aanwezig.

De Grote Kerk van Breda vanaf het Terrein van de KMA.

In vol ornaat.

Parachutisten.


Het dichtst dat ik vandaag bij een gouden kroon ben geweest.

De Stichting D’n Vuilen Oek heeft vreemde gasten.

Op de koffie bij Defensie in het Kasteel van Breda.
Oftewel, de opbouw van de Bredase vrijmarkt
nog voor de abdicatie.

Op het Kasteelplein is het nog rustig maar het is dan ook nog geen tijd om te eten.

De laatste attracties zijn nog in opbouw.

Het is al druk en sommige hebben grootse koop- en verkoopplannen.

09:15 uur.

Motte gij nog un zitzak?

Broches van Otje.

Er worden vandaag heel bijzondere verzamelingen te koop aangeboden.


Koninklijke lekkernijen.

De boy-band One Direction kan bekogeld worden.
En inderdaad, er wordt maar in 1 richting gegooid.

Er is volop ruimte voor jong talent.

Koningsvriendjes.

Slapend rijk worden. Dat gaat vandaag vast lukken.
Spectaculair.

De lichtshow op de gevel van het Koningin Wilhelmina Paviljoen gaat zo beginnen.

De kleurrijke verlichting op het Blokhuis van de KMA.

De verlichtte KMA gefotografeerd vanaf de loopbrug naar het kasteel.

Met weerspiegeling in het water.

De Lion King breekt door de gevel.

Rood.

Jazz.

Met de verlichting wordt de indruk gewekt of men de gevel kan manipuleren.

Verschillende elementen uit de geschiedenis van Breda trekken voorbij. Hier neemt Beatrix afscheid.

Nederlandse vlag.

Veel mensen vonden het een leuk idee de KMA in het licht te zetten.

De Grote Kerk vanaf de hoek Grote Markt – Reigerstraat.

Drukt op de Havermarkt.

Onder de Toren met een lange Oranje loper.

Onder De Toren, op de hoek bij De Bruine Pij.

Oranjegekte bij de middenstand.

Grote Markt – Midden.

Grote Markt – Zuid.

Grote Markt.

Terug op het Kasteelplein. Stadswapen.

NAC.

Gevelmanipulatie.

Blauw.

De KMA, vanaf de trappen van de kadettenflat.

Het Kasteelplein is nog leeg en rustig. Later werd duidelijk waarom.

Crowd control: de ingang van het centrum aan Kasteelplein / Reigerstraat.

Hoek Grote Markt – Veemarktstraat: men is er klaar voor.

Aan de Grote Markt Zuid treffen we de eerste grotere groepen bezoekers aan. Hier ‘begon’ het programma dan ook om 19:00 uur.

De DJ in een stellage. Grote Markt Zuid.

Zo versier je het balkon (Houtmarkt).

De Vismarkt in het Oranje.

De Vismarktstraat en Havermarkt zijn nog rustig.

Tegen de gevel van een kroeg.

Mooi open weer. Het zal nog koud worden vannacht. Grote Kerk vanuit de Reigerstraat.
William Dalrymple
The Guardian, Saturday 8 December 2007
Toch realiseerden zich sommige, eind jaren 30,
dat de wereld van de Nizam niet kon blijven bestaan.
Zo zegt Iris Portal, de zuster van de Britse politicus Rab Butler,
“Hij was zo gek als een deur en zijn eerste vrouw was geschift.”
Iris Portal werkte in Hyderabad voor de onafhankelijkheid van India:
“Het was als leven in Frankrijk op de vooravond voor de revolutie.
Al de macht was in handen van de Moslim adel.
Ze gaven geld uit als water, en waren verschrikkelijk
onverantwoordelijke, landeigenaren.
Maar konden tegelijkertijd ook charmant en geraffineerd zijn.
Ze spraken over jachtpartijen en over hun trips naar Engeland,
of naar Cannes en Parijs, terwijl op allerlei gebied
Hyderabad nog met een been in de Middeleeuwen stond
en de dorpen die we passeerden verschrikkelijk arm waren.
Het gevoel dat deze hele groteske barokstructuur
elk moment in elkaar kon zaken, was onvermijdelijk.”
Portal raakte bevriend met Prinses Niloufer,
de schoondochter van de Nizam en het nichtje van de kalief.
Op een dag nam de prinses haar mee om naar een van de schatten
van de Nizam te gaan kijken, een schat verborgen in een van de paleizen.
Ze daalden af via trappen, langs Bedouin wachtposten
en kwamen zo bij een enorme ondergrondse kluis,
die vol stond met trucks en aanhangwagens.
De vrachtwagens waren verwaarloosd
en stonden onder een dikke laag stof,
hun banden leeg, maar toen de vrouwen een dekzeil opzij trokken,
zagen ze dat de wagens vol edelstenen, parels en gouden munten zaten.
De Nizam had plannen gemaakt om in geval van een revolutie
of een overname door India, een deel van zijn rijkdom
in veiligheid te kunnen brengen buiten India.
Om een of andere reden had hij dat idee laten varen
en de auto’s stonden weg te roesten.
Het uiteenvallen van de staat en de versnippering
van de rijkdom van de Nizam, de zevende in de dynastieke stamboom,
is een van de meest dramatische wendingen
van het lot in de twintigste eeuw.
Na maanden van mislukte onderhandelingen, viel India in 1948
Hyderabad binnen en verving het autoritaire regime van de Nizam
door een parlementaire democratie.
Zesentwintig jaar later, in 1974, schaft India de titel van Nizam af,
alsook die van de andere prinsen in India,
stopten hun staatspensioenen en onderwierp hen aan nieuwe belastingen
en verlammende landwetten.
Hierdoor gedwongen moesten de meeste voormalige staatshoofden
en hun adel, al hun land en andere bezittingen verkopen.
Toen in 1967 de zevende Nizam overleed,
raakte zijn kleinzoon en opvolger Mukarram Jah,
snel diep in de schulden en financiële chaos.
Hij had een erfenis met een belachelijk aantal bedienden:
14.718 stafmedewerkers om precies te zijn
en daarnaast 42 concubines en meer dan 100 kinderen.
Alleen het belangrijkste paleis, het Chowmahalla,
had al 6000 werknemers.
Er waren 3000 Arabische lijfwachten, 28 mensen wiens werk het was
drinkwater te halen en 38 om de kroonluchters af te stoffen.
Zo waren er ook mensen die er voor moesten zorgen dat de walnoten
voor de Nizam werden gemalen.
Alles was ongeregeld geraakt: de garages van de Nizam kostten
alleen al 45.000 Pond aan benzine en reserveonderdelen
voor de 60 auto’s waarvan er slechts 4 werkelijk konden rijden.
De limousine die de Nizam naar zijn kroning moest brengen kreeg onderweg pech.
Het meest slopend waren alle juridische stappen die ondernomen werden
door de duizenden afstammelingen van de verschillende Nizams.
De meeste claimden een deel van de erfenis.
De vader van Jah die werd overgeslagen in het testament van de zevende Nizam,
en een tante leidden de juridische strijd tegen hem.
Het was haast onmogelijk voor de nieuwe Nizam om geld
voor zijn eigen onderhoud vrij te krijgen.
Het enorme fortuin zat vast in 54 fondsen waarvan de controle
werd aangevochten.
Er zat niets anders op dan constant juwelen en erfstukken
te verkopen om rond te komen.

Praalgraf en het drieluik van Jan van Scorel.

Door de plaats en positie van het enorme schilderij laat het zich heel moeilijk mooi fotograferen. Het licht dat van achter door de ramen komt, maakt het heel moeilijk het schilderij goed te zien. De laatste keer dat ik het zag, op de grote tentoonstelling in Utrecht, was het veel beter te zien. Maar het werk hoort in de Grote Kerk thuis.
Het linkerpaneel van Jan van Scorel’s De vinding van het Ware Kruis toont de zoon van Keizerin-moeder Barbara (Constantijn) die een strijd levert over de Ponte Milvio. Deze slag markeerde de bekering van Constantijn naar het Christendom.

Het schilderij is bijna een stripverhaal. Ieder paneel, ook dit middenpaneel, vertelt een deel van het verhaal. Hier zie je dat de Keizerin-moeder Barbara in het jaar 324 de drie kruisen van Golgotha vindt.

Het rechterpaneel toont het moment waarop het kruis van Christus wordt geidentificeerd en er tegelijkertijd iemand uit de dode opstaat.
Het schilderij dateert uit ongeveer 1540.

Het drieluik “De Vinding van het ware kruis”(Ca 1535) van Jan van Scorel is een altaarstuk dat gemaakt is voor het nieuwe Herenkoor van de Grote Kerk.
De meest waarschijnlijke opdrachtgever is Rene van Nassau Chalon, de eerste Prins van Oranje, zoon van Hendrik III van Nassau. Het drieluik werd geschilderd in het atelier van Jan van Scorel in Utrecht. Het is een van de drie bewaard gebleven monumentale altaarstukken die in de jaren veertig en vijftig van de 16e eeuw in de werkplaats van Jan van Scorel werden gemaakt. Alle andere zijn waarschijnlijk verloren gegaan tijdens de Beeldenstorm (1566).


Als je er dan toch bent, loop je even rond door de Grote Kerk. Je ziet er iedere keer weer nieuwe dingen. Peeter Janssen van der Locht.


Zouden de voorbereidingen voor de Koningsboom
in het Valkenberg al begonnen zijn.
Een korte zoektocht leverde wel foto’s op
maar nog geen voorbereidingen.

Kasteel van Breda

Kasteel van Breda

Doordat de bomen in het Valkenberg nog maar weinig of geen blad hebben is de Grote Toren er goed te zien.

Op het Kasteelplein staat al een eerste Koninginnedag bouwsel. Geluidsapparatuur(?) met bewaking.

Breda’s stadhuis uitgedost met Nassau-vaandel.

Is de eerste Koninginnedag-gekte al gesignaleerd?

Kasteelplein in Breda.