Een verloren wereld / The lost world (deel 3)

William Dalrymple
The Guardian, Saturday 8 December 2007

Uiteindelijk in 1973 verhuisde Jah
naar een schapenboerderij in Perth, Australië.
Verbitterd door de aanklachten en familievetes.
Daar droeg hij blauwe overalls en bracht zijn dagen door
met het repareren van auto’s of bulldozers.
John Zubrzycki (zijn biograaf) schreef in het boek
The Last Nizam:
“Zijn grootvader schreef coupletten in het Perzisch
over onbeantwoorde liefde.
Maar bij Jah klonk het gedreun van een dieselmotor
als poëzie in zijn oren.”

Jah ontsloeg de meeste van de 14000 stafleden in India
en scheidde van zijn eerste vrouw (de Turkse prinses Esra
die geen reden zag om te verhuizen naar een Australische schaapsboerderij).
De twee decennia daarna trouwde hij nog eens vier keer.
Een van die vrouwen, Helen Simmons, een secretaresse,
overleed aan een AIDS-gerelateerde ziekte in 1989.
Wat er natuurlijk toe leidde dat de Australische tabloids
vol stonden met intieme details over dat huwelijk.
De vijf huwelijken voegde alleen maar meer rechtszaken toe
aan de al grote stapel en iedereen eiste enorme bedragen aan alimentatie.

De eigendommen van de familie, werden in afwezigheid van Jah,
geplunderd en raakten versplinterd door een reeks
van incompetente, oneerlijke en verdachte adviseurs.

Toen Jackie Kennedy een aantal jaren later op privé bezoek kwam
in Hyderabad, legde ze haar impressies van de ineenzakking
en het stuurloze overblijfsel van de erfenis,
vast in een brief aan een vriend:
“We hadden een avond met de oude hofadel…” zo schrijft ze.
“In het maanlicht speelde drie klassieke muzikanten
die de eeuwenoude Indiase muziek speelden.
De edelen spraken over hoe hun wereld verdween,
hoe de jongeren geen waardering meer hadden voor de gebruiken
van hun oude cultuur en hoe hun chefkoks verdwenen naar de Emiraten….
Het was een dieptrieste avond.
Mijn zoon John, vertelde me de volgende dag
dat de zonen van het huis hem meegenomen hadden
naar hun kamers omdat ze de klassieke muziek niet konden aanhoren
– ze boden hem grote glazen gevuld met whiskey aan
en zette een pornovideo aan terwijl de Rolling Stones speelde
op het cassettedeck.
Ze droegen kleding van Italiaanse makelij en hun hemden wijd open…

“Toen ik (William Dalrymple) in 1997 voor het eerst Hyderabad bezocht,
was de plundering van de bezittingen van de Nizam zo wat compleet.
Het gonsde in de stad nog van de verhalen over de onbetaalbare juwelen,
het Lodewijk XIV-meubilair en de kroonluchters van de Nizam-paleizen
die op de markt te koop werden aangeboden.
De paleizen zelf waren in verval – sommige waren verzegeld door de rechtbank,
andere waren verkocht en weer andere overwoekerd.

Tussen 1967 en 2001 kromp het Chowmahalla van 54 tot 12 hectare
omdat binnenplaats voor binnenplaats, danszalen en stallencomplexen
– zelfs de beroemde “mijl-lange” banketzaal –
werden aangekocht door projectontwikkelaars,
die de 18e eeuwse gebouwen sloopten en er betonnen appartementen
voor in de plaats zetten.
Ik bezocht het enorme Victoriaanse Falaknuma Paleis,
ten zuiden van de stad (het complex is nu een hotel.
Falak-numa betekent in Urdu “Zoals het hemelgewelf”
of “spiegel van de hemel”).
Het complex torent boven de stad uit op zijn eigen acropolis.
Het verviel tot een ruïne waarvan ieder raam en deur
verzegeld was met rode zegellak.
Als je de ramen schoonveegde zag je binnen de spinnewebben,
zo groot als beddelakens, in de hoeken van de kamers hangen.
De overblijfselen van Victoriaanse sofas en leunstoelen
lagen verspreid over de parketvloeren,
hun stoffering weggevreten door witte mieren.
De tuinen waren overwoekerd en de fonteinen stonden zonder water
terwijl de verf overal afbladderde.
Het was een melancholisch aangezicht,
een vervallen Ruritanië (fictief Centraal-Europees land
in de boeken van Anthony Hope
zoals bijvoorbeeld ‘The Prisoner of Zenda’. Zeg maar:
een paradijs in verval).

In 2001, tijdens een andere onderzoeksreis in Hyderabad,
werd ik gebeld door een vriend.
De eerste vrouw van de toenmalige Nizam, Prinses Esra
was onverwacht in de stad aangekomen
na dertig jaar afwezigheid.
Met haar kwam ook de gevierde Indiase advocaat Vijay Shankardass.
Prinses Esra had recent haar man gesproken op het huwelijk
van hun zoon Azmet in London.
Ze was geschokt door de stand van Jah’s zaken.
Hij was inmiddels gedwongen zijn schaapsboerderij te verkopen
en was op de vlucht van zijn schuldeisers.
Een gedeeltelijke hereniging was het gevolg
en Esra kreeg de bevoegdheid om zoveel mogelijk
van de erfenis te redden voor hun kinderen
voordat de laatste restanten in Hyderabad ook zouden zijn verdwenen.
Ze wilde de vele lopende rechtzaken afhandelen,
de paleizen openen en het Falaknuma verhuren aan een hotelketen.
Het Chowmahalla moest een museum worden.

Vijay Shankardass is een gevierd Indiase advocaat
die klanten had zoals de Nizam van Hyderabad,
schrijver Salman Rushdie, acteur Michael Douglas,
Amnesty International, Taj Hotels Resorts and Palaces,
Penguin Books en Virgin Group.
Hij was getrouwd met Rani Dhavan Shankardass.
Kleinkind van Shanti Swaroop Dhavan,
gouverneur van West Bengalen en ambassadeur
voor het Verenigd Koninkrijk.
Ze was achterkleinkind van Rai Bahadur (Prins)
Bali Ram Dhavan van de voormalige Indiase
North West Frontier Province (nu onderdeel van Pakistan).

The lost world van William Dalrymple (deel 2)

William Dalrymple
The Guardian, Saturday 8 December 2007

Toch realiseerden zich sommige, eind jaren 30,
dat de wereld van de Nizam niet kon blijven bestaan.
Zo zegt Iris Portal, de zuster van de Britse politicus Rab Butler,
“Hij was zo gek als een deur en zijn eerste vrouw was geschift.”
Iris Portal werkte in Hyderabad voor de onafhankelijkheid van India:
“Het was als leven in Frankrijk op de vooravond voor de revolutie.
Al de macht was in handen van de Moslim adel.
Ze gaven geld uit als water, en waren verschrikkelijk
onverantwoordelijke, landeigenaren.
Maar konden tegelijkertijd ook charmant en geraffineerd zijn.
Ze spraken over jachtpartijen en over hun trips naar Engeland,
of naar Cannes en Parijs, terwijl op allerlei gebied
Hyderabad nog met een been in de Middeleeuwen stond
en de dorpen die we passeerden verschrikkelijk arm waren.
Het gevoel dat deze hele groteske barokstructuur
elk moment in elkaar kon zaken, was onvermijdelijk.”

Portal raakte bevriend met Prinses Niloufer,
de schoondochter van de Nizam en het nichtje van de kalief.
Op een dag nam de prinses haar mee om naar een van de schatten
van de Nizam te gaan kijken, een schat verborgen in een van de paleizen.
Ze daalden af via trappen, langs Bedouin wachtposten
en kwamen zo bij een enorme ondergrondse kluis,
die vol stond met trucks en aanhangwagens.
De vrachtwagens waren verwaarloosd
en stonden onder een dikke laag stof,
hun banden leeg, maar toen de vrouwen een dekzeil opzij trokken,
zagen ze dat de wagens vol edelstenen, parels en gouden munten zaten.
De Nizam had plannen gemaakt om in geval van een revolutie
of een overname door India, een deel van zijn rijkdom
in veiligheid te kunnen brengen buiten India.
Om een of andere reden had hij dat idee laten varen
en de auto’s stonden weg te roesten.

Het uiteenvallen van de staat en de versnippering
van de rijkdom van de Nizam, de zevende in de dynastieke stamboom,
is een van de meest dramatische wendingen
van het lot in de twintigste eeuw.
Na maanden van mislukte onderhandelingen, viel India in 1948
Hyderabad binnen en verving het autoritaire regime van de Nizam
door een parlementaire democratie.
Zesentwintig jaar later, in 1974, schaft India de titel van Nizam af,
alsook die van de andere prinsen in India,
stopten hun staatspensioenen en onderwierp hen aan nieuwe belastingen
en verlammende landwetten.
Hierdoor gedwongen moesten de meeste voormalige staatshoofden
en hun adel, al hun land en andere bezittingen verkopen.

Toen in 1967 de zevende Nizam overleed,
raakte zijn kleinzoon en opvolger Mukarram Jah,
snel diep in de schulden en financiële chaos.
Hij had een erfenis met een belachelijk aantal bedienden:
14.718 stafmedewerkers om precies te zijn
en daarnaast 42 concubines en meer dan 100 kinderen.
Alleen het belangrijkste paleis, het Chowmahalla,
had al 6000 werknemers.
Er waren 3000 Arabische lijfwachten, 28 mensen wiens werk het was
drinkwater te halen en 38 om de kroonluchters af te stoffen.
Zo waren er ook mensen die er voor moesten zorgen dat de walnoten
voor de Nizam werden gemalen.
Alles was ongeregeld geraakt: de garages van de Nizam kostten
alleen al 45.000 Pond aan benzine en reserveonderdelen
voor de 60 auto’s waarvan er slechts 4 werkelijk konden rijden.
De limousine die de Nizam naar zijn kroning moest brengen kreeg onderweg pech.

Het meest slopend waren alle juridische stappen die ondernomen werden
door de duizenden afstammelingen van de verschillende Nizams.
De meeste claimden een deel van de erfenis.
De vader van Jah die werd overgeslagen in het testament van de zevende Nizam,
en een tante leidden de juridische strijd tegen hem.
Het was haast onmogelijk voor de nieuwe Nizam om geld
voor zijn eigen onderhoud vrij te krijgen.
Het enorme fortuin zat vast in 54 fondsen waarvan de controle
werd aangevochten.
Er zat niets anders op dan constant juwelen en erfstukken
te verkopen om rond te komen.

Interessant verhaal over Hyderabad en de Nizam

Omdat ik nog steeds druk bezig ben met mijn reisverslag
over India 2012 – 2013, lees je zo af en toe een erg interessant artikel.
Ditmaal een Engelstalig artikel van de hand van William Dalrymple.
Het artikel gaat over de dynastie die heerste over Hyderabad
en in het bijzonder over de laatste Nizam die in Hyderabad
hoofd van de koninklijke familie was.

Ik ga het lange artikel proberen te vertalen in
een paar grotere stukken.
De naam van het artikel is: ‘The lost world’.

Een verloren wereld

De machthebbers van Hyderabad,
eens de rijkste mensen van de wereld,
werden geruïneerd door politiek gekrakeel
en familieruzies.
Nu is hun culturele erfenis gerestaureerd.

Geschreven door William Dalrymple

William Dalrymple
The Guardian, zaterdag 8 december 2007.

Zestig jaar geleden,
vier maanden nadat de Britse overheersing van India eindigde,
weigerde de Nizam (titel van het staatshoofd van Hyderabad),
de dan rijkste mens op de wereld,
deel uit te maken van het nieuwe verenigde India.
Sir Osman Ali Khan zag geen reden waarom Hyderabad
gedwongen werd deel te worden van India of Pakistan.
Zijn staat, die semi-onafhankelijk was gebleven ten tijde
van de Britse overheersing (Raj),
had een economie zo groot als Belgie
en zijn persoonlijk vermogen was
volgens een schatting van een tijdgenoot,
ten minste 100 miljoen Britse Ponden in goud en zilver
en 400 miljoen in edelstenen.
De meeste edelstenen kwamen van zijn eigen mijnen,
de mijnen waar de Koh-i-Noor en de Great Mogul diamond,
dan de grootste diamand ooit gevonden,
gedolven waren.
Hij bezat een van de grootste kunstcollecties in de Islamitische wereld,
bibliotheken vol met onbetaalbare Indiase miniaturen
(Mughal en van de Deccan), geïllustreerde Korans,
en de meest zeldzame en esoterische Indo-Islamitische manuscripten.

Deels vanwege deze buitengewone rijkdom,
werd de Nizam door de Britse overheersers
altijd ontvangen als de belangrijkste vorst van India
en werd aan hem de voorkeur gegeven boven zijn rivalen.
Meer dan drie eeuwen regeerden zijn voorouders
als absolute monarchen over een land net zo groot als Italië,
waarbij ze, zeker als het om interne aangelegenheden ging,
aan niemand anders dan zichzelf verantwoording aflegden.
Terwijl 15 miljoen onderdanen trouw waren aan hen.

In de jaren voor de Tweede wereldoorlog werd de Nizam
door vele beschouwd als het gezicht van de Moslim wereld.
In 1921 werden zijn beide zoons naar Nice gestuurd
waar ze trouwden met de dochter en het nichtje van
Abdul Majid II, de laatste Kalief van Turkije.
De kalief was recent het Topkapi paleis uitgestuurd door Atatürk,
en hij leefde daarom in ballingschap in Nice.
Onderdeel van de huwelijkse voorwaarden was
dat de zoon van de Nizam de erfgenaam van het Kalifaat werd.
Hiermee werd de hoogste geestelijk leider van de Moslim wereld
met de grootste concentratie van rijkdom gecombineerd.
De dynastie leek onaantastbaar.

 photo NawabMirOsmanAliKhanBahadur.jpg

Nizam, Nawab Mir Osman Ali Khan Bahadur.

Einde van het eerste deel van de vertaling.