Eerlijk gezegd smokkel ik een beetje,
deze foto maakte ik gisteren in de avond.
Lokaal was het nog 1 december maar
in Nederland was het al een dag later.
Mexico, Oaxaca.
De huidige naam van de straat
waar ik vanochtend door liep
is Av. Miguél Hidalgo.
Maar de wit-blauwe tegeltjes geven aan
dat dit niet altijd zo was.
DE STRAAT VAN SINTERKLAAS.
Er staat:
Esta calle se llamo hasta 1884
CALLE DE SAN NICOLAS
Homenaje del lic. Miquel Aleman a Ciudad de Oaxaca
Año de Juárez 1956
Deze straat heette tot 1884 zo:
STRAAT VAN SINTERKLAAS
Een eerbetoon van Mr. Miguel Alemán Valdés,
jurist (president van Mexico 1946–1952)
aan de stad Oaxaca
Bij gelegenheid van het ‘Juárez-jaar 1956’.
Over Michelangelo’s lijnen, houdingen en vragen die blijven hangen
Elke tekening roept vragen op.
Dat maakt de collectie van Teylers en de gellende werken
in de tentoonstelling zo’n feest.
Bij de laatste tekening van dit bericht
sta ik wat langer stil.
Haarlem, Teylers Museum, De mannen van Michelangelo, Mannelijk naakt met aangegeven verhoudingen, circa 1515 – 1520, rood krijt op papier.
Hier zie je hoe de verhoudingen zijn aangegeven.
Op de tekeningen staan vaak allerlei houdingen maar hier is meer aan de hand. Mannelijk naakt (naar Massaccio) en twee andere figuren, circa 1492 – 1496, pen in bruine inkt, gewassen, op papier.
Een toelichting over Massaccio op Wikipedia:
Masaccio wordt beschouwd als de eerste belangrijke Italiaanse meester van de 15e eeuw, van belang vanwege de manier waarop hij de personages in zijn schilderingen afbeeldde, en vanwege het gebruik van het licht in zijn werken. Het meeste belang wordt echter gehecht aan het gebruik van het perspectief, waarmee hij een radicale ommezwaai in de Florentijnse schilderkunst teweegbracht.
Masaccio was een van de eerste schilders die gebruikmaakte van het lijnperspectief. Waarschijnlijk nam hij de principes van het perspectief over uit het werk van de architect Filippo Brunelleschi, die als ontdekker van het lijnperspectief wordt beschouwd.
Het is fantastisch om van dicht bij te kunnen zien hoe met schijnbaar eenvoudige middelen, Mischelangelo zulke plastische figuren kan wegzetten.
Mannelijk naakt en een vrouw met een schoffel, circa 1517 – 1523, pen in bruine inkt, zwart krijt, op papier.
Twee vooroverbuigende figuren, circa 1496 – 1503, pen in bruine inkt, op papier.
Een beetje vreemde tekening is deze laatste.
Ik kan er maar moeilijk mijn vinger op leggen waarom.
Slechts enkele tekeningen in de tentoonstelling tonen figuren in kleding.
Ik vermoed dat de naakten vooral bedoeld zijn om te doorgronden
hoe de anatomie het uiterlijk beïnvloedt.
Als iemand in deze houding staat, wat betekent dat dan
voor de spieren in de bovenarmen? En omgekeerd?
Welk effect hebben de spieren van de bovenarm
op de houding die ik graag wil afbeelden?
Ook in de tekening die ik in mijn eerste bericht
over de tentoonstelling in Teylers Museum besprak,
is de centrale figuur gekleed.
Maar daar is de kleding opvallend:
op meerdere plaatsen is de stof zo ‘vastgezet’ dat
de kleding niet recht omlaag valt maar
juist in allerlei plooien.
Hier valt de kleding recht omlaag.
De onderkant van het kleed is ook maar globaal aangegeven.
Daar zijn geen details uitgewerkt.
Wat maakt deze schets het waard om er een heel vel aan te wijden?
Detail.
Wat mij wel opvalt is de uitdrukking van het gezicht.
Het lijkt wel een karikatuur.
Michelangelo gebruikt maar een beperkt aantal lijnen.
In plaats van de platte neus uit de vorige tekening,
is deze opvallend spits.
De ogen wijd gesperd.
De mondhoeken omlaag.
Is het afgrijzen? Is het ongeloof?
Iedere tekening roept nieuwe vragen op.
Ik ben benieuwd welke van de vragen al een keer beantwoord zijn.
Om antwoorden te vinden, zal ik me verder verdiepen in de catalogi.
Een eerste blik
Gevouwen handen, een gesprek, een scène
Het is al even geleden dat ik de tentoonstelling bezocht.
Op 17 oktober.
De tentoonstelling was net voor de derde dag open.
Haarlem. Teylers Museum, Drie figuren in aanbidding, circa 1495 – 1503, pen in bruine inkt, zwart krijt op papier.
Bidden deze mannen?
De figuur die we het best zien
lijkt zijn handen gevouwen te hebben.
Houdt hij iets vast?
Hij kijkt niet in devotie vooruit,
niet naar een beeld in de verte.
Hij lijkt in gesprek met de figuur rechts.
die zijn blik beantwoordt.
Luisterend misschien.
De knielende figuur links
blijft buiten het gesprek.
Zijn handen zijn vaag,
de vingers niet herkenbaar.
Wikimedia noemt dezelfde tekening iets terughoudender:
Drie geklede figuren, de handen gevouwen,
linker figuur geknield, de anderen staand.
Ik heb gezocht in beide catalogi (2005 en 2025)
maar (nog) geen gedetailleerde beschrijving bevonden.
De titel van Teylers — in aanbidding — suggereert devotie.
Maar waar blijkt die uit?
Is het een conventionele toewijzing,
of een interpretatie van houding en gebaar?
De datering schuift.
In 2005: ca. 1495–1500.
In 2025: ca. 1496–1503.
Ook de zaaltekst volgt die latere marge.
Wat verklaart deze verschuiving?
Een nieuw inzicht in stijl, papier, of context?
Of een herijking van Michelangelo’s vroege jaren?
Je kunt je voorstellen dat gevouwen handen
en een knielende houding
snel ‘aanbidding’ genoemd worden.
Maar bij Michelangelo
— met zijn aandacht voor details —
is het de vraag of we niet eerder een gesprek zien.
Een scène.
Een moment van uitwisseling.
– De laatste stenen beelden voor de bronzen. Met aandacht voor restitutie. –
Het zal niet zo zijn dat in mijn verslag van mijn vakantie in India
na vandaag geen stenen beelden meer te zien zullen zijn.
Wat de ondertitel bedoelt is dat totdat ik bij de opstelling
met de bronzen beelden in het National Museum kwam,
ik een reeks van stenen beelden fotografeerden.
Vandaag de laatste drie uit die reeks.
India, New Delhi, National Museum, Tipurantaka, Early Westen Chalukya, 8th century AD, Aihole, stone.
Voor de informatie in dit bericht vertrouw ik vooral
op de informatie die Copilot voor me verzamelde.
Tripurantaka (ook wel Tripurāntaka of Tripurari) is een manifestatie
van de god Shiva als vernietiger van de drie demonische steden Tripura.
Hij wordt afgebeeld als een machtige boogschutter
die met één kosmische pijl de drie steden vernietigt,
waarmee hij de overwinning van kennis en kosmische orde
op onwetendheid en chaos symboliseert.
Voor het idee:
hoogte van dit relief is 112 cm, de breedte 56 cm en diepte 23,5 cm.
Siva Parvati and family, Early Western Chalukya, 10th century AD, Aihole, stone.
Een relief met veel veehalen en onverbelicht.
De naam ‘Siva Parvati and family’ wordt zo gebruikt door het museum.
Als ik daar op ga zoeken dan antwoord internet spontaan met:
Shiva en Parvati – de twee grote figuren, zittend naast elkaar,
in een liefdevolle houding.
Ze vormen het hart van de voorstelling en van de familie.
Nu dacht ik eerst dat de twee kleine figuren, aan de bovenkant,
bij die familie behoorden.
Maar dat is niet zo.
In de iconografie van deze voorstelling komen wel heel vaak
meerdere figuren voor maar de kinderen van Shiva en Parvati
staan aan de onderhant afgebeeld.
Het olifantje, helemaal links, is Ganesha,
hun zoon, herkenbaar aan zijn olifantenhoofd.
Hij staat vaak, zoals hier, aan de voeten van zijn ouders
of iets opzij.
Het sketel-achtige figuurtje komt ook regelmatig
terug op deze voorstelling.
De voet van Shiva op het hoofd doet denken aan de
Shiva Nataraj.
Dan aan de rechterkant, het figuurtje op een vogel:
Kartikeya (Skanda/Murugan), de andere zoon,
die traditioneel rijdt op een pauw (vahana).
Yogini Vrishanana, Pratihara, 10th – 11th century AD, Lokhari district, Banda, Uttar Pradesh, stone.
Yogini Vrishanana is een 10e-eeuwse stenen sculptuur
van een vrouwelijke godheid met een buffelhoofd en
een menselijk lichaam.
Ze maakte deel uit van een Chausath Yogini-tempel in Lokhari
(Uttar Pradesh, India),
werd in de jaren ’80 gestolen en in 2013 teruggebracht naar India.
Vandaag staat ze in het Nationaal Museum in New Delhi
Vrishanana is een Yogini, een van de 64 godinnen
die in tantrische tradities worden vereerd.
Ze wordt afgebeeld met een buffelhoofd en een menselijk lichaam,
een zeldzame iconografie die kracht en mystiek symboliseert
Ze zit in de lalitasana-houding (een ontspannen, koninklijke pose).
In haar linkerhand houdt ze een knots,
terwijl haar rechterhand een vrucht aanbiedt aan haar zwaan (vahana)
– Met onder andere negen kosmische krachten van de Vedische traditie –
Wat een schoonheid!
India, New Delhi, National Museum, Female head, Gupta, 5th – 6th century AD, North-India, terracotta. Zelfverzekerd.
Yama – God of death, Pratihara, 10th century AD, Jhalawar, Rajasthan, stone.
Detail van een ‘lintel’, een deurpost.
Wederom een fysiek groot voorwerp dat je niet eenvoudig op een foto zet. De details zijn schitterend. Die laat ik in dit bericht een paar zien. Hoogte 58 cm, breedte 180 cm en 31 cm diep.
Lintel showing Navagrahas, Pratohara, 8th century AD, Chittorgarh, Rajasthan, stone. Ik bvroeg me af wie of wat de ‘Navagrahas’ zijn en toen kwam copilot met het volgende overzicht:
– Nog twee voorwerpen uit Nagarjunakonda, Andhra Pradesh –
Vergelijkbare stenen zag ik eerder in het Britisch Museum. Ik meldde dat eerder. India, New Delhi, National Museum, Adoration of the stupa, Ikshvaku, 3rd century AD, Nagarjunakonda, Andhra Pradesh, limestone. ‘Adoration of the stupa’ verbeeldt het vereren van een Boeddhistische stupa.
Er gebeurt heel veel op deze steen.
Centraal zie je een viertal leeuwen.
Twee met de koppen naar elkaar gericht.
Tussen hen in een voorstelling met Buddha (?)
De andere twee leeuwen kijken de toeschouwer aan.
Boven de koepel, aan beide kanten, zie je menselijke figuren.
Gewone mensen zijn het niet.
Maar wat het wel zijn weet ik niet.
Het kunnen Yaksha of Yakshi zijn, natuurgeesten.
De lichamen zijn gevormd naar de beschikbare ruimte.
Als engelen.
Mandapa pillar showing dwarf Yaksha and Scythian figures, Ikshvaku, 3rd century AD, NagarjunaKonda, Andhra Pradesh, brownish grey limestone.
– Van koloniale handel tot museale vitrine –
Provenance, restitutie, roofkunst,
het heeft vele gezichten.
Man steelt schilderij.
Dief hangt schilderij boven zijn bed.
Politie vindt schilderij na tip en
geeft schilderij terug aan eigenaar…
Nee, zo eenvoudig gaat dat vaak niet.
Als je kennis wilt maken met wat er kan spelen
rond provenance, restitutie en roofkunst,
dan zou je kunnen overwegen de volgende
drie podcasts te beluisteren.
De onderwerpen die deze series aansnijden
hebben direct of indirect te maken
met echtheid en eigenaarschap van kunst:
Ik kan ze alle drie aanraden.
Het granieten beeld waar dit bericht over gaat
is voor mij een groot vraagteken:
Maar ook:
De eerste vraag ‘Wat stelt het voor’
begint met het vaststellen
van wat ik zie.
Zürich, Museum Rietberg, Dvarapala, South India, Tamil Nadu, Chola dynasty, 9th – 10th century, granit.
Observatie
Het eerste wat me opvalt bij het Dvarapala-beeld
is het aureool met vlammen en lotusknoppen (mogelijk lotusknoppen?)
De wenkbrauwen in fronsende stand en
de open mond toont bewust de grote hoektanden.
Op het hoofd een hoge kroon.
In het linkeroor een groot oorsierraad.
Rond het rechteroor zijn beschadigingen.
Het maakt je direct behoedzaam.
Dat is ook precies de bedoeling van deze tempelwachter.
Het beschermen van de tempel door
het tonen van kracht.
Rond de hals sierraden.
Opvallend is een dunne ring op de rechterschouder.
Een heilig koord van drie strengen,
met bloemen versierd,
hangt als een guirlande over de torso.
Origineel had het beeld waarschijnlijk vier armen,
maar vandaag zien we twee bovenarmen.
Die zijn versierd.
De navel kijkt naar links.
De onderbenen zijn bijna helemaal weg.
Vermoedelijk rustte het rechterbeen,
links, op een voetsteun.
De houding van het bovenbeen hint daarnaar.
Er is een verbinding tussen een arm en het
opgeheven beeld.
De zichtbare verbinding zou een knots of
een zwaard kunnen zijn geweest
van deze tempelwachter.
Geschenk Eduard von der Heydt
Hinduistische Tempel werden van dvarapalas, Angst einflössenden Wächterfiguren, bewacht. Sie stehen an der Eingangspforte zum Tempelinnern.
Hindoeïstische tempels werden bewaakt door dvarapalas, angstaanjagende wachtersfiguren. Zij staan bij de toegangspoort tot het binnenste van de tempel.
Over de rol van Eduard von der Heydt heb
ik al eens een bericht geschreven.
Blijft de vraag staan over hoe kunstvoorwerpen
in de koloniale tijd in westerse verzamelingen kwamen.
Het boek ‘Oog in oog met de goden‘ geschreven door
Alexander Reeuwijk, geeft een inkijk.
Zuid-India stond toen nog deels onder Franse controle.
In Tamil Nadu werden beelden ‘gekocht’ en uitgevoerd
naar West Europa en de Verenigde Staten.
Daar werd de kunst verkocht aan rijke verzamelaars en
grote musea.
Op Tzum wordt het avontuur van Alexander Reeuwijk
zo samengevat:
Een zoektocht naar handelaars in aziatica leidt hem naar Parijs, waar hij behoorlijk vasthoudend moest zijn om informatie te verkrijgen over de omstreden praktijken van de handelaars Gabriel Jouveau-Dubreuil en de Chinese C.T. Loo.
De ooit in tijden van gevaar begraven beelden worden nog dagelijks gevonden bij werkzaamheden.
Veel beelden zijn in de koloniale periode geroofd, de grenzen over gesmokkeld en verhandeld.
Hoe Eduard von der Heydt precies dit beeld
in zijn collectie kreeg, weet ik niet.
De catalogus van Museum Rietberg
‘Shiva Nataraja – Der kosmische Tänzer‘
toont op pagina 25 drie portretten:
Ching-Tsai Loo, Jouveau-Dubreuil en Eduard von der Heydt.
Museumcatalogus 2005/2006: Shiva Nataraja – Der kosmische Tänzer, Museum Rietberg, pagina 25.
Even verderop begint een nieuw hoofdstuk:
Kunstliebhaber und Händler
Nachdem Künstler und Intellektuelle die mytischen Qualitäten des Orients entdeckt hatten, began sich auch der Kunsthandel fÜr die südasiatische Kultur zu interessieren. In der Folge entstanden enige bedeutende Privatsammlungen indischer Kunst, in denen Shiva-Skulpturen eine zentrale Rolle einnahmen. De Mäzen und Kunstsammler Baron Eduard van der Heydt ist hierfür das beste Beispiel. Um 1930 erwarb van der Heydt beim Kunsthändler Ching-Tsai Loo in Paris die Bronzestatue eines tanzenden Shiva.
Vertaald naar het Nederlands:
Nadat kunstenaars en intellectuelen de mythische kwaliteiten van het Oosten hadden ontdekt, begon ook de kunsthandel zich voor de Zuid-Aziatische cultuur te interesseren. In de daaropvolgende periode ontstonden enkele belangrijke privécollecties van Indiase kunst, waarin Shiva‑sculpturen een centrale rol innamen. De mecenas en kunstverzamelaar baron Eduard van der Heydt is hiervan het beste voorbeeld. Rond 1930 verwierf Van der Heydt bij de kunsthandelaar Ching‑Tsai Loo in Parijs het bronzen standbeeld van een dansende Shiva.
Pagina 26 begin met twee foto’s van Mata Hari
die een dans uitvoert in museum Guimet.
Een museum met een bijzondere rol in de
kunsthandel van C.T.Loo.
Dass für van der Heydt die intellektuelle Auseinandersetzung vor der ästhetischen Wertschätzung kam, liefert auch den Schlüssel, und seine folgende Äusserung zu verstehen: ‘Die Indische Plastik darf nicht nach den Gesetzen der europäischen Kunst beurteilt werden. Sie ist rein religiös. Alle ihre Schöpfungen haben irgendwelchen Bezug auf die grossen Epen Ramayana und Mahabharata, auf die Puranas oder auf die buddhistischen Sutras aus allen Zeiten, also auf die heiligen Schriften der indischen Religionen. Man trifft aber neben den auch für unser Empfinden sakralen Darstellungen der Gottheiten – seien es Vishnu und Shiva mit ihrem Anhang oder seien es Jainas, Buddhas oder Bodhisattvas mit ihrem Gefolge- auch zierlich oder wollüstig bewegte oder tanzende Frauengestalten, von sinnlichem Leben sprühend, order man findet Menschenpaare in höchsten Glanze körperlicher Schönheit aneinandergeschmiegt oder eng umschlungen.’
Vertaald naar het Nederlands:
Dat voor Van der Heydt de intellectuele confrontatie vóór de esthetische waardering kwam, levert ook de sleutel om zijn volgende uitlating te begrijpen: “De Indische plastiek mag niet naar de wetten van de Europese kunst beoordeeld worden. Zij is puur religieus. Al haar scheppingen hebben enig verband met de grote epen Ramayana en Mahabharata, met de Puranas of met de boeddhistische soetra’s uit alle tijden, dus met de heilige geschriften van de Indische religies. Men treft echter naast de ook voor ons gevoel sacrale voorstellingen van de godheden – hetzij Vishnu en Shiva met hun aanhang, hetzij Jainas, Boeddha’s of Bodhisattva’s met hun gevolg – ook sierlijke of wellustig bewogen of dansende vrouwengestalten, sprankelend van zinnelijk leven, of men vindt mensenparen in hoogste glans van lichamelijke schoonheid tegen elkaar aangedrukt of innig omstrengeld.”
Voetnoot: Het Duitse woord Plastik (hier vertaald als “plastiek”) werd in de kunsthistorische context van de vroege 20e eeuw gebruikt als aanduiding voor beeldhouwkunst. In hedendaags Nederlands klinkt “plastiek” enigszins archaïsch, maar het behoud ervan weerspiegelt de historische toon van het citaat.
Kortom, Eduard von der Heydt is een voorbeeld van hoe,
kunstcollecties met focus op Azië, begin 20st eeuw, ontstonden.
Hij kocht via C.T. Loo de Shiva die in Museum Rietberg staat.
C.T. Loo verkocht ook een Shiva aan het Rijksmuseum.
De interesse van Von der Heydt beperkte zich duidelijk
niet tot Shiva.
Dus ik ging kijken in Zürich naar de Shiva Nataraj en
bezoek graag het Rijksmuseum om daar een
vergelijkbaar beeld te bekijken.
Museum Guimet wil ik begin komend jaar bezoeken.
Dat die beelden in die musea staan
maken ze heel toegankelijk voor ons in het westen
maar hadden ze niet beter in India kunnen blijven staan?
– Een volgende Chola-sculptuur in Museum Rietberg –
Zürich, Museum Rietberg, God Vishnu with conch horn, India, Tamil Nadu, Chola dynasty, 11th century, granit.
Vishnu, einer der wichtigsten Götter im Hinduismus, erscheint vierarmig in Gestalt eines schönen Jünglings. In einer hand trägt er das für ihn charakteristische Muschelhorn.
Vishnu, een van de belangrijkste goden in het hindoeïsme, verschijnt met vier armen in de gedaante van een mooie jongeman. In één hand draagt hij de voor hem kenmerkende schelp.
In Museum Rietberg zijn in één zaal
een aantal manshoge stenen beelden opgesteld.
Allemaal uit India, uit Tamil Nadu, uit de Chola Dynasty,
Bij Vishnu ontbreken de onderbenen en een hand;
vermoedelijk was het beeld oorspronkelijk
tegen een achtergrond geplaatst.
Vishnu draagt een hoog hoofddeksel.
De bovenkant is niet versierd,
glad en rond.
Is dit de kirita-mukuta?
Mogelijk heeft het hoofddeksel
een afbeelding aan de voorkant.
Door verwering zijn de details
moeilijk te herkennen
Een gezicht? Een aureool? Twee voorwerpen?
Of is het een leeuw? Een zon?
Het hoofddeksel lijkt versierd met lussen.
Op het hoofd eindigt het hoofddeksel in een band.
Het linkeroor is goed zichtbaar
met een langwerpig gat, mogelijk voor een sieraad.
Rode verfstof, hier en daar.
Misschien een onderlaag,
de oorspronkelijk zichtbare kleuren zijn verdwenen.
De mond glimlacht.
De hals is ruim voorzien van sierraden.
Het heilige koord loopt diagonaal,
sierlijk slingerend,
van linker schouder naar rechter taille (yajnopavita).
Een horizontale band onder de borst,
doorlopend op de arm,
mogelijk een kledingstuk.
Kleding op heupen en bovenbenen.
Rechts geknoopt. Links?
Misschien achter de hand.
Centraal: een gestileerde kop.
Half onder de kleding,
een voorwerp?
De voorste linkerarm heeft de hand op de heup.
De achterste arm houdt de schelp in de lucht.
Een klassiek gebaar, een goddelijk attribuut.
Rechts, de handpalm zichtbaar, een gebaar.
De achterste arm: deels verdwenen
Armbanden aan elke arm.
En aan de duimen, een ring.
Soms moet er ook ruimte zijn voor een minder zinvol bericht.
Nou, u leest er een.
In september was ik een paar dagen in Zwitserland om
een musea te bezoeken.
De kassabonnen en toegangsbewijzen heb ik bewaard.
Die vond ik vanmorgen weer.
Met de klok mee, te beginnen linksboven: Kunsthaus Zürich, Kunstmuseum Basel en Museum Rietberg. Sticker, sticker, klem.
Tobias en de engel, Mari Andriessen, Breda, Valkenberg, 1972.
Gistermiddag liep ik door het Valkenberg.
Op mijn blog was het beeld Tobias en de engel al eerder te zien.
Het is niet echt verstopt, want het bevindt zich direct
aan een van de grote doorgaande paden van het park.
Maar gisteren wierp de zon een accent op het beeld.
Tobias stond in het licht van de zon.
De engel staat bij dit beeld bescheidener naar achter.
Gisteren trad hij letterlijk uit de stralen van de zon.
Het is niet de engel die het middelpunt is van het verhaal:
het is Tobias die op reis gaat
het is Tobias die de vis vangt
Het is Tobias die met de vis zijn vader heelt.
Misschien is dat de stille boodschap van het verhaal.
Het oudtestamentisch bijbelverhaal begint bij vader Tobit en zijn zoon Tobias. Tobit, oud en blind geworden, heeft in het verleden een kleine schat achtergelaten bij iemand in Medië en stuurt zijn zoon Tobias op pad om die op te halen. Op zijn reis krijgt Tobias gezelschap van de aartsengel Rafaël. Tobias herkent hem echter niet. Rafaël is gestuurd na gebeden van Tobit én van diens vrouw. Met hulp van Rafaël brengt Tobias zijn vaders schat naar huis. Met de gal van een vis die hij samen met Rafaël heeft gevangen, geneest Tobias zijn vaders blindheid. Een deel van de schat wordt als aalmoezen weggegeven.
– Zoektocht naar ritme, klank en betekenis.
Van whispers naar sussend, van deed naar was, van Grounding naar STANDVAST –
Een paar weken geleden kocht ik van Helen Moss
een drukker uit Schotland een boekje.
De titel is Grounding.
Ze noemt het zelf een pamflet.
Laura M.R, Harrison (poem) and Helen Moss (engraving, printing) , Grounding, Awen Press, Creetown, Scotland, 2025.
Het boekje bevat een gedicht en een gravure en
het is gedrukt door de private press / margedrukker
Awen Press.
Na wat gedoe met invoerrechten had ik vandaag
tijd er nog eens goed naar te kijken.
Het boekje is een eenvoudige binding maar
met heel veel zorg gemaakt en gedrukt.
Al bladerend wilde ik zeker weten of ik
het gedicht begreep en besloot het te vertalen.
Watermerk in het papier.
Door in dit bericht mijn proces te beschrijven
komen er misschien lezers op suggesties.
Ik hoor ze graag.
Ik las en werkte met Copilot.
Vandaag begon ik met het lezen
van het gedicht van Laura M.R. Harrison:
Grounding
I stand ground in place
And the earth whispers
As wisely as it ever did
De eerste stap was het analyseren van
de structuur en het ritme.
De eerste twee regels hebben een cadans
van 123, 12 / 123, 12.
(I stand ground= 123, in place= 12)
Waarbij de slotwoorden (in place, whispers)
kort afbreken.
De derde regel wijkt bewust af van dit patroon.
Dat ritme, dat is natuurlijk interpretatie
In de eerste twee regels van Harrison
staan daarvoor geen aanwijzingen.
Maar in de Nederlandse versie benadruk ik
het ritme met extra spaties.
Daarna onderzocht ik de klankkleur.
Het Engelse ‘whispers’ heeft zachte s‑klanken,
die de regel ademend en vloeiend afsluiten.
Terwijl het voor de hand liggende, Nederlandse ‘fluistert’
harder eindigt met een t en de regel abrupt afsluit.
Daarom koos ik voor ‘sussend’.
Daarmee blijft de adem open, de klank zachter,
en de cadans dichter bij het origineel.
De eerste vertaling van de slotzin was
“Zo wijs als ze altijd deed”.
Waarbij ‘deed’ terug voerde op het Engelse ‘did’.
Daarmee verwees de wijsheid van de slotzin,
naar het handelen van whispers zelf.
Toch klonk dit in het Nederlands stroef:
‘deed’ sluit hard af en legt de nadruk op een handeling
die niet goed past bij het zachte ‘sussend’.
Daarom koos ik uiteindelijk voor
“Zo wijs als ze altijd was”.
Daarmee verschuift de betekenis van een handeling
naar een toestand: de aarde ís wijs, en blijft dat.
Het resultaat klinkt natuurlijker in het Nederlands en
behoudt de kwaliteit van Harrison’s slotregel.
Ten slotte de titel.
Waar Harrison ‘Grounding’ gebruikt
— een proces van aarden —
kies ik voor STANDVAST.
Dit woord is ongebruikelijk, maar prikkelend:
het suggereert zowel standhouden als een verankering.
De hoofdletters ondersteunen dat.
Het past bij de eerste regel ‘Ik sta vast plaats rust’ en
geeft de vertaling een eigen kracht.
Dan nog even over de gravure.
Helen Moss koos voor de meidoorn.
Een struik of boom met stevige doornen.
Daardoor is hij moeilijk te snoeien
of te verwijderen.
Dat fysieke “weerbarstige” karakter kan
heel goed aansluiten bij het gedicht:
een beeld van iets dat standhoudt.
Eindresultaat
STANDVAST
Ik sta vast plaats rust
De aarde sussend
Zo wijs als ze altijd was
— Notities langs de fotowanden —
Op een ochtend liep ik door het Valkenberg.
Aan de rand van het park vielen me een aantal witte ‘wanden’ op.
Van dichtbij bleek het de reizende tentoonstelling Queer Realities te zijn.
Op witte, trapeziumvormige panelen — gebogen en ritmisch opgesteld —
ontvouwen zich foto’s en teksten.
De witte panelen staken af tegen de vaalbruin-gele herfstkleur.
Zo rond acht uur was de zon nog gedimd, deels achter wolken.
Breda, Valkenberg.
Supranav Dash, Eros and its discontents, India.
Voor mij is deze foto herkenbaar voor veel mensen.
De omgeving is wat statisch en enigszins statig.
De lambrisering met de rechte vlakken kun je overal tegenkomen.
Misschien zijn de slang, de cactus, de kraaien,
de tafeltjes met fruit, voor de maker heel belangrijk.
Maar mij trof het beeld van twee mensen die gevangen zitten
in de waslijnen.
Het web van waslijnen is voor mij
een beeld van geschreven en ongeschreven regels.
Regels die mensen kunnen beperken in hun vrijheden.
Dat kunnen zowel wettelijke regels zijn als sociale conventies.
Ohm Phanphiroj, You will be there, USA.
Het duurde even voordat ik zag dat er een persoon
aan het eind van de tafel zat.
In een bijzondere houding.
Je ziet slechts de handen, armen en schouders.
Het levert een geometrisch beeld op van een jong persoon.
De persoon is niet opvallend gespierd maar de huid is egaal.
De titel is: You will be there….
Melissa Ianniello, Wish it was a coming iut, Italy.
De houding van de man is niet comfortabel.
Armen over elkaar, gesloten.
Hij kijkt bedachtzaam opzij.
In bad, op het punt van… misschien opstaan.
Su Cassiano, Love harder, France/Italy.
Een portret van twee mannen.
Ze lijken op hun gemak bij elkaar.
De teksten op hun t-shirts troffen mij:
fragile en home,
kwetsbaar en thuis.
‘Love harder’ is een uitdagende boodschap.
Tamta Gokadze, Sadness and fear, Georgia.
Akanksha Pandey, My daughter Bonita, India.
Vincent Wechselberger, Ready, Germany/Austria.
Je ziet een foto met een persoon op een bed
maar het gezicht blijft verborgen.
Eronder staan drie gezichten.
Kijk ik naar een menselijke menukaart?
Ik kan me voorstellen dat sekswerkers zichzelf zo ervaren:
Slechts één voorwerp, met zeven onbekende verhalen, een Ayaga fries
De eerste vraag die zich aandient…
Waar komt de naam vandaan?
Het blijkt een soortnaam te zijn,
dus geen unieke roepnaam.
Ayaga komt van het Sanskriet:
āyāgapaṭṭa (āyāga-patta),
letterlijk “offeringsplaat”
of “devotie-paneel”.
Het werd gevonden in Nagarjunakonda, Andhra Pradesh.
Dat is een archeologische site in Zuid-India
waar stupa’s en kloosters opgegraven zijn.
De Ikshvaku-dynastie: een mythisch-historisch koningshuis.
Zij schreven hun oorsprong toe aan de zonnegod.
Ze leverden volgens de traditie de eerste menselijke koningen.
Ook Rama zou volgens de overlevering deel van die familie zijn.
Volgens de beschrijving zou de fries verhalen uitbeelden
uit het leven van Boeddha.
Ook uit zijn vorige levens, beschreven in de Jātakas — een canon van verhalen.
Omdat mijn kennis beperkt is,
geef ik slechts weer wat ik erin meen te zien.
India, New Delhi, National Museum, Ayaga Frieze depicting scenes from Buddha’s life and from the Jatakas, Ikshvaku, 3rd century AD, Nagarjunakonda, Andhra Pradesh, greyish limestone. Acc. No 50.18. Hoogte 40 cm, breedte 332 cm, diepte 18 cm.
Structuur van de Frieze
De fries heeft een kort begin en eindstuk.
Dat stuk is minder diep dan het er tussenliggende deel van de fries.
Het centrale deel van de fries bestaat uit zeven panelen met steeds
tussen twee panelen een smal tussenpaneel.
Er zijn 6 tussenpanelen.
Die tussenpanelen (en dat ik ook zo bij het begin- en eindstuk),
tonen 2 figuren, steeds een man en een vrouw.
De fries is gebroken en gerestaureerd waarbij van links af
tussenstuk 2 en paneel 3 beschadigd zijn geraakt.
De fries ‘steunt’ op een serie van 28 leeuwen (begin en eind ontbreken
dus het zijn er waarschijnlijk origineel meer geweest).
Van de leeuwen zijn de kop, de ogen, de manen en klauwen zichtbaar.
Op de ruggen van de leeuwen rust de vloer van de panelen waarbij
aan de kant van de leeuwen een floraal motief te herkennen is.
De fries wordt door pilaren ingedeeld in panelen.
De nu 14 pilaren zijn floraal gedecoreerd.
Beginstuk
Compositie:
Vrouw en man, staand naast elkaar.
Het lijkt alsof het aan de onderkant smal is en
aan de bovenkant breed genoeg is voor twee figuren.
Misschien ontbreekt een stuk door beschadiging.
Paneel 1
Centrale figuur:
Zittend op een verhoogd platform zonder leuning;
torso helt licht naar rechts.
Linkerarm rust in de zij;
rechterarm steunt op bovenbeen.
Benedenpartij:
Eén voet rust in/bij het water; de andere voet is op het platform.
Kledij en sieraden:
Draagsporen van textielplooien langs heup en dij; armbanden.
Omringende figuren:
Meerdere vrouwen in gebogen houdingen,
rouwend of devoot; hoofden vaak gericht op centrale figuur.
Linksboven, vrouw met bundel/schaal boven het hoofd in draaghouding.
Rechts onder, twee vrouwen half in het water;
één reikt een kom aan de ander.
De aanbiedende vrouw lijkt een traan onder het oog te hebben (?).
Bij het been van de centrale figuur,
vrouw met een eend in de arm, snavel naar buiten gericht.
Sieraden:
Vrouwen dragen grote enkelsieraden; enkele met armbanden en kettingen.
Omgeving:
Onderzone: Waterpartij met deels ondergedompelde figuren;
golvende lijn als waterindicatie.
Tussenstuk 1
Compositie:
Twee figuren, man met kom voor de borst, vrouw gewicht op één heup.
Compacte, intieme opstelling; leest als een paar.
Hoofden kijken niet naar elkaar.
Sieraden:
Vrouw: enkelsieraden en armbanden prominent.
Man: armband
Paneel 2
Centrale figuur:
Zittend op een gedecoreerde stoel met leuning (troon).
Eén voet rust op een kussen.
Rechterhand opgeheven met uitgestrekte wijsvinger.
Draagt hoofdtooi en sieraden.
Omringende figuren:
Meerdere personen, vaak gericht naar de centrale figuur.
Twee figuren, bovenaan, wuiven koelte toe (chowries).
Links en rechts: geknielde figuur met gevouwen handen.
Tussenstuk 2
Compositie:
Twee figuren: vrouw en man, half naar elkaar toe gekeerd.
Vrouw met oen hand; de arm van de man dichtst bij de toeschouwer is beschadigd.
Hoofddeksel van de man lijkt sterk op dat van de centrale figuur van Paneel 2.
Hier begint de breuk die verder door paneel 3 loopt.
Paneel 3
Het paneel is beschadigd, met meerdere figuren
gedeeltelijk of geheel onherkenbaar.
Centrale figuur:
Zittend in het midden; sporen van een aureool achter hoofd zichtbaar;
linkerarm in de zij; rechterarm houdt kruik omhoog; geplooid gewaad;
rechterbeen op steun.
Dit deel heb ik niet apart gefotografeerd. Dit is een detail van de eerste foto in dit bericht dat een totaaloverzicht geeft van de fries.
Omringende figuren:
Meerdere figuren, de meesten met aureolen;
links egale aureolen, rechts gespaakte aureolen.
Door de aanwezigheid van aureolen lijkt dit paneel een scène te tonen
waarin alle zichtbare figuren een verheven status hebben
Tussenstuk 3
Compositie:
Twee figuren (man en vrouw in omarming);
man leunt tegen pilaar, rechterarm opgeheven tegen plafond;
houding nonchalant,
vrouw dicht tegen hem aan.
Paneel 4
Centrale figuur:
Zittend op troon met achterleuning; aureool achter hoofd;
rechterhand opgeheven (abhaya mudra); linkerhand tegen schouder/borst;
benen gekruist, maken geen gebruik van de voetsteun;
geplooid gewaad; voorhoofd met cirkelvormig merkteken (ūrṇā).
Stoelpoten volledig gemodelleerd als kleine leeuwtjes.
Kop, schouders, voor- en achterpoot zichtbaar
Omringende figuren:
Geen aureolen; enkele met gevouwen handen;
kegelvormige hoofddeksels met geruit motief;
één toewaaiende figuur met afwijkend, groter hoofddeksel.
Omgeving:
achter de aureool takken en bladeren van een boom zichtbaar.
Narratieve kenmerken: Boeddha in onderricht of zegen;
boomtakken achter aureool verbinden hem met natuur en verlichting.
Tussenstuk 4
Compositie:
Twee figuren in een dynamische pose:
de voorste — een vrouw met sieraden en hoofdtooi —
staat licht gedraaid met één arm opgeheven.
De achterste figuur staat dicht achter haar,
in een houding die zowel ondersteunend als omvattend is.
Gebaren en houding:
De opgeheven arm en de nabijheid van de achterste figuur
suggereren een ritmische, lichamelijke interactie.
De scène is lichamelijk geladen, maar niet expliciet:
er is geen directe seksuele handeling zichtbaar.
Paneel 5
Centrale figuur:
Zittend op een troon, met één been dop een voetsteun .
Rechterarm gestrekt omhoog, raakt het plafond.
Linkerarm gebogen naast het torso gehouden,
de linkerhand houdt een schede vast, die op het linker bovenbeen ligt.
Het zwaard ligt vóór de troon, los van de hand, steunend op de voetsteun.
Draagt een hoofdtooi en sieraden, wat op een verheven status wijst.
Omringende figuren
Rechterbovenhoek:
Twee figuren met verticale, segmentvormige kapsels
— mogelijk gevlochten of gestileerde kronen.
Daarvoor:
Twee figuren met ronde, gesloten hoofddeksels —
tulbandachtig of ceremoniële kap.
Linkerzijde:
Figuren zonder hoofddeksels, met zichtbaar haar in eenvoudige stijl.
Mogelijk lagere status, of andere rol.
Onderrand en dierlijke aanwezigheid:
Kleine figuren onderaan.
Helemaal in de hoek linksonder is een vogel zichtbaar —
klein, maar zorgvuldig uitgewerkt.
Tussenstuk 5
Compositie:
Twee figuren, man en vrouw, in een compacte en ritmische opstelling.
Man links, met het gezicht naar de toeschouwer,
een zeldzame frontale blik in deze frieze.
Vrouw rechts, met de rug naar de toeschouwer.
Gebaren en houding:
Gedeeltelijke omarming.
Paneel 6
Centrale figuur:
Zittend op een troon met rugleuning, één been opgetrokken.
Rechterhand in zegenhouding (abhaya mudra?), linkerhand rustend op het bovenbeen.
Draagt alleen een lendedoek.
Draagt een rijk versierd hoofddeksel en sieraden.
Er is geen aureool zichtbaar.
Onderaan de troon bevinden zich twee kleine figuren,
mogelijk kinderen of ondergeschikten — één kijkt omhoog, de ander zit.
Omringende figuren:
Meerdere figuren, staand en zittend, meestal met hoofddeksels.
De figuren zijn gericht naar de centrale figuur.
Rechts onder knielt een figuur die een dierachtig object aanbiedt —
mogelijk een opgerolde slang, vogel of hybride wezen.
Links onder twee figuren in een gewaad met in het ene hand een voorwerp
en maakt met het andere hand een gebaar vergelijkbaar met dat
van de centrale figuur.
Tussenstuk 6 (zie links op volgende foto)
Compositie:
Twee figuren, een vrouw links en een man rechts,
beide staand en rechtop.
De vrouw staat met het gezicht licht afgewend,
haar houding is ontvankelijk en gebogen.
De man staat tegenover haar, met een hand om haar hals of onder haar kin.
De scène is intiem en geladen, zonder erotiek.
Gebaren en houding:
De man reikt naar haar gezicht,
zijn gebaar is zacht en omvattend, niet dwingend.
De vrouw lijkt stil te staan in overgave,
haar houding suggereert ontvangst of voorbereiding.
Paneel 7
Centrale figuren:
Op een bank, man (achterover leunend) en vrouw achter hem.
Geen gewaden.
Omringende figuren:
Figuren achter of naast de bank, niet erop.
Een figuur rust tegen de leuning.
Meerdere wijzende gebaren, omhoog.
Links een figuur met een kruik in de hand.
Voorgrondobjecten:
Schaal: Ronde schaal vóór het platform met minstens drie bolvormige objecten.
Bloemen/kruiden onwaarschijnlijk; eerder fruit/groente (ronde vruchten of knollen).
Fles/karaf: Smalle korte hals, naast de schaal.
Eindstuk
Compositie:
Vrouw en man, staand naast elkaar.
Ze houden elkaars linkerhand vast.
Samenvattend:
De figuren zijn scherp uitgewerkt,
met duidelijke details — vooral aan het hoofd en de sieraden
Het middelste reliëf verwijst vermoedelijk naar de Boeddha:
een bodhi tree, een groot aureool, de houding, en
figuren die aandachtig naar hem kijken.
Maar aan de overige panelen durf ik me niet te wagen.
Stel ik moet de individuele grote panelen een naam geven,
dan kies ik:
Paneel 1: Ga naar het water
Paneel 2: Luister naar de leraar
Paneel 3: Zie het gebroken paneel
Paneel 4: Eer Boeddha in stralend midden
Paneel 5: Leg het zwaard neer
Paneel 6: Hoor een vaders verhaal
Paneel 7: Kijk naar de hemel
|
Over verschillende soorten restitutie |
Nederlands Dagblad. Het artikel mocht ik niet lezen of ik moest betalend lid worden….
Afgelopen weekend kondigde het Vaticaan een restitutie aan.
Het gaat om 62 objecten die worden teruggegeven
aan inheemse gemeenschappen in Canada
De NOS was goedkoper voor me.
Dit soort berichten laat zien dat er
verschillende soorten restitutie zijn te onderscheiden:
Institutionele gebaren
Vaak gaat het om objecten die al generaties in museale depots lagen.
Hun terugkeer betekent geen wezenlijk verlies
omdat ze niet tot de kern van de collectie behoren.
Het gebaar is vooral een ritueel gebaar,
vooral symbolisch en diplomatiek.
Voorbeelden:
Kunstwerken met marktwaarde
Hier speelt niet alleen symboliek, maar ook economische en ook culturele waarde.
Een schilderij in een museum is een publiekstrekker,
een deel van de identiteit van de instelling.
Het teruggeven voelt dan als een verlies, en
leidt vaak tot felle discussie.
Voorbeelden:
Nationaal erfgoed
Dit raakt direct aan koloniale geschiedenis en machtsverhoudingen.
Het gaat niet alleen om objecten, maar ook om de erkenning van
uitbuiting en ongelijkheid.
De teruggave heeft een zware politieke en morele lading.
Voorbeelden:
De teruggave aan Canada is een goede zaak,
maar vooral een diplomatiek gebaar.
Daar is niets mis mee.
Wereldwijd blijven veel restitutiezaken onopgelost
omdat ze te pijnlijk worden gevonden.
De actie van de Paus verandert daar niets aan.