India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XLII

– over wat er ontbreekt aan de banieren die we zien –

Toen ik in mijn vorige bericht over mijn Indiareis mijn indrukken beschreef
van een van de zijden banieren uit het National Museum in New Delhi,
deed ik een schokkende ontdekking.
De meeste van de banieren die ik de afgelopen weken hier toonden
bleken oorspronkelijk heel anders te zijn opgebouwd.
De rechthoekige stukken beschilderde zijde waren maar een deel
van de hele banier.
Misschien wel het meest interessante deel, maar toch.
Ik realiseerde me dit toen ik Aurel Steins beschrijving las
in Serindia, bij banier Ch.i.001: Bhaishajyaguru the healing Buddha
(Dunhuang, 7th – 10th century CE).

AurelSteinSerindiaVol2Pag1008Chi001

Aurel Stein, Serindia, vol 2, pagina 1008, Ch.i.001.


Het was vooral het begin van zijn beschrijving dat dit duidelijk maakte::

Painted silk banner, with bottom streamers of plain indigo silk and weighted board orn. with enclosed palmette pattern in black on partly red ground. Upper end of painting and all other accessories lost. Remainder in excellent condition;

In het Nederlands:

Beschilderde zijden banier, met onderaan stroken van effen indigozijde en een verzwaard plankje, versierd met een ingesloten palmetmotief in zwart
op een deels rode achtergrond. Het bovenste uiteinde van de schildering en alle andere accessoires zijn verloren gegaan. Het resterende deel is in uitstekende staat;

Daarom wil ik vandaag stilstaan bij de volgende vraag:

Hoe is een Dunhuang‑banier opgebouwd?

Een traditionele boeddhistische banier uit Dunhuang
bestaat uit vier hoofdonderdelen.
Ik beschrijf ze hieronder van boven naar beneden.
Ik gebruik hier Nederlandse termen,
met tussen haakjes de Engelse termen die musea en vakliteratuur hanteren:

  1. Ophangsysteem (hanging apparatus):
    Er bestaan twee manieren om een banier op te hangen:
    met een driehoekige top van textiel (headpiece) boven de stok,
    of met koorden die direct aan de stok zijn bevestigd.Van boven naar beneden bestaat het ophangsysteem
    uit een katoenen lus of koordconstructie,
    daaronder soms een driehoekige top van textiel (headpiece),
    gevolgd door een stok die door een tunnel
    aan de bovenrand van het schildersdoek loopt.
  2. Rechthoekig zijden schildersdoek (painted silk panel):
    het te beschilderen deel van de banier,
    en meestal het enige deel dat musea bewaren.
  3. Stroken (streamers):
    smalle stroken zijde die onderaan het schildersdoek hangen
    en zacht meebewegen wanneer er lucht langs stroomt.
  4. Contragewicht (weighted ornament):
    een verzwaard element onderaan de stroken
    dat de beweging van de stroken beperkt
    en ervoor zorgt dat de banier strak naar beneden hangt.

Samen vormen deze vier onderdelen een ritueel object
dat zowel functioneel als esthetisch is.
In musea zien we meestal alleen het rechthoekige zijden schildersdoek, omdat de andere onderdelen kwetsbaar zijn en vaak verloren zijn gegaan.

Ophangsysteem

Mijn eerste associatie was die van een kleerhanger:
driehoekig van vorm en bedoeld om textiel op te hangen.
Maar misschien is een vergelijking met een koordje nog treffender,
zoals bovenaan een kalender.
Van het ophangsysteem zijn dan ook twee uitvoeringen:

  • de textiele driehoek van mijn schema
  • een ophanging met een koordje

Ophangsysteem

Schematische weergave van een ophangsysteem in de vorm van een textiele driehoek. Met in grijs de stof die in de driehoek dient als extra decoratie en de plaats waar de lus zal worden bevestigd.


Dit type ophangsysteem zie je niet vaak in museumopstellingen.
Op mijn foto’s van de tentoongestelde zijden en papieren banieren
in de collectie van het National Museum in New Delhi
zijn er vier voorbeelden te zien.
Zie hieronder.
Mijn foto’s zijn mijn selectie, er kunnen er dus meer te zien zijn op zaal.
De voorbeelden die ik heb zijn soms incompleet of juist uitgebreid.

DSC01340IndiaNewDelhiNationalMuseumAvalokiteshvaraBannerDunhuang9th-10thCenturyCEPaintedOnRamieCh.lxiv.001LusStrokenDoorlopendeDriehoekBanier

India, New Delhi, National Museum, Avalokiteshvara banner, Dunhuang, 9th – 10th century CE, painted on ramie, Ch.lxiv.001. Hier zijn duidelijk de twee op elkaar genaaide stapeltjes zijde te zien die samen het ‘dakje’ van de driehoekige ophangconstructie vormen. Bovenaan zit een lus waarmee de banier kon worden opgehangen. De zijden lagen zijn langer dan strikt nodig en steken daarom iets uit. Opvallend is dat het lijkt alsof het schildersdoek zelf in een driehoek eindigt die tegen de stroken is vastgezet, waardoor het doek dus niet uit een rechthoekig stuk zijde lijkt te bestaan. De afbeelding van Amitābha loopt door over de plek waar je normaal de overgang van rechthoek naar driehoekig ophangsysteem zou verwachten.


DSC01348IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingBodhisattvaDunhuang7th-10thCenturyCEPaintingOnSilkCh.lviv.002LusOphangsysteemRechthoekAchterDakje

India, New Delhi, National Museum, Standing Bodhisattva, Dunhuang 7th – 10th century CE, painting on silk, Ch.lviv.002. Bij deze banier is het ophangsysteem vrijwel compleet bewaard. De twee stapeltjes zijde zijn omwikkeld met stof in hetzelfde patroon, waardoor het ‘dakje’ als één geheel oogt. In de driehoek die door deze zijden bundels wordt gevormd, past een driehoekige lap stof met een eigen florale beschildering en een lotusmotief in het midden. Het dakje steekt breed uit voorbij de randen van het rechthoekige schildersdoek. Aan beide bovenhoeken lijkt het doek achter het ophangsysteem te verdwijnen.


DSC01364IndiaNewDelhiNationalMuseumStandingAvalokiteshvaraDunhuang8th-10thCenturyCEPaintingOnSilkCh.i.0013ExtraZijstroken

India, New Delhi, National Museum, Standing Avalokiteshvara, Dunhuang, 8th – 10th century CE, painting on silk, Ch.i.0013. Bij deze banier lijkt het ophangsysteem uit meerdere onderdelen te bestaan. Het driehoekige ‘dakje’ is aanwezig, mogelijk met een beschilderde vulling van wolkenmotieven. Daaronder volgt een zone met geometrische patronen in lichte kleuren, die kan duiden op een extra horizontale strook — vergelijkbaar met de twee zijstroken naast het rechthoekige schildersdoek. De zijstroken vullen het driehoekige dakje bijna volledig op, waardoor de overgang tussen ophangsysteem en schildering visueel wordt verzacht.


DSC01398IndiaNewDelhiNationalMuseumVotiveBodhisattvaBannerDunhuang8th-9thCenturyCESilkPaintingCh.lv.0036

India, New Delhi, National Museum, Votive Bodhisattva banner, Dunhuang, 8th – 9th century CE, silk painting, Ch.lv.0036. Deze banier is nog niet eerder op mijn blog besproken. Hier zien we de driehoek aan de bovenkant van het rechthoekige schildersdoek. Opvallend is dat het gebruikelijke ‘dakje’ ontbreekt, evenals de lus waarmee de banier normaal wordt opgehangen. De driehoek sluit direct aan op het doek zelf.


Rechthoekig zijden schildersdoek

Een tijd geleden ben ik bijna een hele dag bezig geweest
om de verschillen in afmetingen te begrijpen tussen de vermelding
van een banier in Serindia (Aurel Stein) en het museumlabel uit New Delhi.
Nu het tipje van de sluier is opgelicht als het gaat om
de originele opbouw van een banier, zijn die verschillen
beter te begrijpen:

  • het ophangsysteem ontbreekt in de museumopstelling
  • delen van het ophangsysteem zijn niet bewaard
  • de stroken en het contragewicht ontbreken volledig

01ZijdenSchildersdoek

Schematische weergave vanhet rechthoekige schildersdoek.


Voorbeeld:

Aurel Stein schrijft:

Painting 1′ 11 and a quarter” x 8″, length with streamers 5′ 2 and a quarter”, of

Schildering: 59,1 centimeter hoog en 20,3 cm breed,
lengte met stroken: 158,1 centimeter hoog.

Het museum vermeldt in de zaaltekst:

79 x 37,5 centimeter.

Ik heb me er maar bij neergelegd dat ik de maatveschillen
alleen kan begrijpen als iemand het precieze proces van vondst
naar museumopstelling uitlegt
en dat die kennis mij nu eenvoudigweg ontbreekt.
Ik weet niet precies wat Stein opmat en of hij alle informatie vermeldde
die hij tot zijn beschikking had.
Dat is geen beschuldiging gezien de omstandigheden van zijn expedities.
Het is slechts een vaststelling.
Het zou interessant zijn om na te gaan hoe dit ging bij Paul Pelliot,
Albert von Le Coq of Sergei Oldenburg.

02ZijdenSchildersdoekMetAfb

Nogmaals het schildersdoek in schema maar nu met een projectie van hoe daarom een schildering op werd gemaakt. Bij wat we vandaag zien in een museumopstelling zijn regelmatig de bovenkant, bijvoorbeeld het baldakijn waaronder de afgebeelde figuur zich bevindt, en de onderkant, bijvoorbeeld de lotus waarop de Boeddha staat of de florale of geometrische decoratie, nog maar deels te zien door beschadiging.


De tunnel is een brede zoom aan de bovenkant van het schilderdoek
die aan beide kanten wordt opengelaten.
Op het schema is de ruimte daarvoor met een stippellijn aangegeven.
In de tunnel kon een stok (bamboe bijvoorbeeld) worden doorgevoerd.
Als er geen gebruik werd gemaakt van het zijden ophangsysteem,
zoals eerder geschetst, dan kon aan beide uiteinden van de stok
of aan het schildersdoek (bij de tunnelopening), een koord worden bevestigd.

Stroken

ZijdenStroken

Schematische weergave van de stroken. Vaak drie of vij. In geval van drie is de middelste vaak breder dan de twee buitenste. Op mijn schematische voorstelling is daarvoor niet gekozen.


Ik heb de stroken zelf nog nooit gezien.
Gelukkig vond Copilot voor mij een voorbeeld op de website
van het Victoria & Albert museum in Londen.
Het object maakt deel uit van hun Aurel Stein collectie en
het is afkomstig uit Dunhuang:

Banner fragment, bottom streamers of plain-weave silk (juan) with weighting board of painted wood, found in Cave 17 of the Mogao Grottoes, Dunhuang, 800-900.

Op hun website beschrijven ze het object als volgt:

This textile fragment is of plain woven silk and painted wood. It would have formed the bottom section of a Buddhist ritual banner. Silk banners were used by pious donors as offerings to honour the Buddha. They were carried aloft hooked on a staff and they also fluttered from the tops of stupa (domed memorial shrines). The painted wooden board across the bottom of the banners prevented the streamers becoming tangled and helped to keep the banner in place.
This silk banner piece from Cave 17 of the Mogao Grottoes. This shrine site is one of China’s great Buddhist pilgrimage complexes and is situated near the oasis town of Dunhuang.
The site is also part of an area now referred to as the Silk Road, a series of overland trade routes that crossed Asia, from China to Europe. The most notable item traded was silk. Camels and horses were used as pack animals and merchants passed their goods from oasis to oasis. The Silk Road was also important for the exchange of ideas – while silk textiles travelled west from China, Buddhism entered China from India in this way.
This object was brought back from Central Asia by the explorer and archaeologist Sir Marc Aurel Stein (1862–1943). The Victoria and Albert Museum has around 600 ancient and medieval textiles recovered by Stein at the beginning of the twentieth century. The textiles range in date from the second century BC to the twelfth century AD. Some are silk while others are made from the wool of a variety of different animals.

In het Nederlands leest dit dan als volgt:

Dit textielfragment bestaat uit effen geweven zijde en beschilderd hout. Het vormde ooit het onderste gedeelte van een boeddhistische rituele banier. Zijdebanieren werden door vrome schenkers geofferd ter ere van de Boeddha. Ze werden omhoog gedragen, gehaakt aan een staf, en wapperden ook vanaf de toppen van stupa’s (koepelvormige herdenkingsmonumenten). De beschilderde houten lat aan de onderzijde van de banieren voorkwam dat de stroken verstrikt raakten en hielp de banier op zijn plaats te houden.

 

Dit zijdefragment komt uit Grot 17 van de Mogao‑grotten. Deze heiligdommen vormen een van China’s grote boeddhistische pelgrimsoorden en liggen bij de oasestad Dunhuang.

 

De vindplaats maakt deel uit van het gebied dat tegenwoordig wordt aangeduid als de Zijderoute: een netwerk van handelsroutes over land dat Azië doorkruiste, van China tot Europa. Het meest opvallende handelsproduct was zijde. Kamelen en paarden werden gebruikt als lastdieren, en kooplieden brachten hun goederen van oase naar oase. De Zijderoute was ook belangrijk voor de uitwisseling van ideeën — terwijl zijden textiel westwaarts reisde vanuit China, bereikte het boeddhisme China vanuit India via dezelfde routes.

 

Dit object werd meegebracht uit Centraal‑Azië door de ontdekkingsreiziger en archeoloog Sir Marc Aurel Stein (1862–1943). Het Victoria and Albert Museum bezit ongeveer 600 antieke en middeleeuwse textielvondsten die Stein aan het begin van de twintigste eeuw verzamelde. De textielen dateren van de tweede eeuw voor Christus tot de twaalfde eeuw na Christus. Sommige zijn van zijde, andere zijn gemaakt van wol van verschillende diersoorten.

VandAAurelSteinStreamersAndPaintedWeightedboard

Victoria & Albert museum, Aurel Stein, Streamers and painted weighted board.


Contragewicht

Contragewicht

De beschrijving van de stroken hierboven noemt meteen ook
de verzwaring onderaan de stroken.
Het voorbeeld van het V&A is beschilderd met florale motieven
en de uiteinden zijn sierlijk schuin afgewerkt.

VAndAWeightingBoardOfPaintedWoodCave17MogaoGrottoesDunhuangChina800-900CE

Victoria & Albert museum, Weighting board of painted wood, Cave 17, Mogao Grottoes, Dunhuang, China, 800 – 900 CE.


Afronding

Alles bij elkaar, ophangsysteem, schildersdoek, stroken en contragewicht,
kon het een groot object vormen van gemakkelijk anderhalf of twee meter.
Daarvan zien we dan vaak in een museum slechts een kwart tot een derde.
Gelukkig betreft dat wel het kunsthistorisch belangrijkste deel.


The Great Game — macht, kaarten en de witte gebieden ertussen

– over waarom Groenland niet zo ver van Afghanistan ligt –

In de reeks blogposts over het National Museum in New Delhi
komen verschillende voorwerpen uit Dunhuang voorbij:
schilderingen, fragmenten, manuscripten.
Het is bijzonder dat ze hier liggen, duizenden kilometers van hun oorsprong.
Dat is geen toeval.
We kennen deze objecten omdat ze rond 1900 opnieuw ontdekt zijn
door westerse ontdekkingsreizigers en wetenschappers.
Hun werk was geen losse archeologische hobby,
maar onderdeel van een groter machtsspel.

The Great Game

Kijk naar de kaart hieronder:
twee grote gekleurde blokken domineren het beeld.
Beneden zie je het gele gebied van Brits-Indië.
Boven zie je het blauwe gebied van het Russische Rijk.
En daartussen ligt een enorme strook wit
— geen leegte, maar een zone die beide rijken probeerden te begrijpen,
te beïnvloeden en soms te beheersen.

GreatGame06

Een globale indicatie van de twee machtsblokken die in Azië allerlei activiteiten ontplooiden om hun invloed uit te breiden. De grensen van het Britse en Rissische rijk veranderde steeds, invloedssferen omvatten ook ‘bevriende’ landen, gebieden, volken en stammen. De kleurindicaties zijn niet bedoeld om historisch-geografisch correct te zijn. Als basis gebruikte ik de kaart die beschikbaar is op Wiki Commons: Map of Asia showing the route of Sven Hedin’s first expedition.

In de negentiende en vroege twintigste eeuw werd dit witte gebied
het toneel van een geopolitiek machtsspel
dat later The Great Game werd genoemd.
Geen open oorlog, maar een strijd om invloed, informatie en controle.
Beide rijken hadden hun eigen ambities.
Het Britse Rijk wilde zijn macht in India beschermen
en zo nodig uitbreiden naar het noorden.
Het Russische Rijk wilde zijn invloed vanuit het noorden
naar het zuiden vergroten, richting warmere gebieden en nieuwe routes.
Op de kaart lijken het twee kleurvlakken die naar elkaar toe schuiven
— in werkelijkheid waren het twee grootmachten die elkaar tegelijk
vreesden, bestudeerden en probeerden voor te blijven.
Maar wat op de kaart lijkt op een paar grote kleurvlakken,
was in werkelijkheid een ingewikkeld landschap
van bergpassen, woestijnen, karavaanroutes en lokale machtsstructuren.
De witte zones waren geen niemandsland
— ze waren juist het hart van het spel.
Omdat legers daar moeilijk konden opereren,
werd de strijd uitgevochten met kaarten, expedities en kennis. Ontdekkingsreizigers, linguïsten en spionnen trokken door de witte gebieden,
vaak vermomd als pelgrims of kooplieden.
Ze verzamelden informatie die in Londen en St. Petersburg
net zo waardevol was als een fort of een garnizoen.
En precies in die context moet je de grote expedities
naar de Zijderoute zien.
De vondst van de verzegelde bibliotheekgrot in Dunhuang rond 1900
— aan de rand van het witte gebied — werd een nieuwe ronde in het spel.
Daarbij vertrok Stein vanuit het gele blok (Delhi),
Pelliot via het blauwe blok (Rusland), en anderen volgden.
Ze waren wetenschappers, maar hun werk werd gestuurd
door de logica van imperiale rivaliteit.
Het is verleidelijk om dit als geschiedenis af te doen,
maar de manier waarop machthebbers naar kaarten kijken
is nauwelijks veranderd.
Ook vandaag worden grenzen, invloedsferen en “strategische zones”
vaak gezien als kleurvlakken op een kaart
— terwijl de werkelijkheid ter plekke altijd complexer is.
Vraag het aan Nederlandse soldaten die in Kandahar stonden:
wat op de kaart een corridor lijkt, is in het veld
een wereld van lokale dynamiek, risico’s en onverwachte krachten.

Afsluiting:

De expedities die de grotten van Dunhuang openden voor het Westen,
maakten deel uit van dezelfde logica
die de gekleurde blokken op de kaart bepaalde.
Wat in de vitrines van New Delhi ligt, is dus niet alleen kunst
— het is ook een echo van The Great Game.

De echo van The Great Game klinkt dus nog steeds door.
Niet omdat de wereld hetzelfde is gebleven,
maar omdat de manier waarop macht naar kaarten kijkt
verrassend weinig verandert.
De witte gebieden tussen de gekleurde blokken
blijven de plekken waar de werkelijkheid zich niet laat vangen
door lijnen en kleuren — toen niet, en nu nog steeds niet.

Argus in China

Afgelopen september/oktober ben ik China geweest.
Een soort van ‘zijderoute’-reis.
Die vakantie begon in Dunhuang.
Daar bezocht ik onder andere het Dunhuang Museum.
De foto’s uit dit bericht heb ik in dat museum gemaakt.

DSC07563ArgusInChinaDunhuangMuseumFigurineOfHeavenlyKingTangDynasty618-907ADCollected

Dunhuang Museum, Figurine of Heavenly King, Tang dynasty, 618 – 907 AD, collected. Bij een aantal voorwerpen die vandaag aan de orde komen staan provenance-opmerkingen die vragen oproepen. Bij voorwerpen wil je weten waar ze vandaan komen. Een opmerking als ‘collected’ (verzameld) zegt natuurlijk niets.

DSC07564ArgusInChinaDunhuangMuseumFigurineOfHeavenlyKingTangDynasty618-907ADCollectedTxt


DSC07565-01ArgusInChinaDunhuangMuseumTombGuardTangDynasty618-907ADCollectedDSC07565-02ArgusInChinaDunhuangMuseumTombGuardTangDynasty618-907ADCollected

Tomb guard, Tang dynasty, 618 – 907 AD, collected. De datering naar dynasty is voor iemand die de Chinese geschiedenis goed kent, verzeggend maar die datering is nogal ruim. Neemt niet weg dat dit fantastische beelden zijn.


DSC07569ArgusInChinaDunhuangMuseumBrickWithPhoenixDesignFiveDynasties907-979ADCollectedAtLaijuntangTaoistTempleOnMountSanwei

Brick with phoenix design, Five dynasties, 907 – 979 AD, collected at Laijuntang Taoist Temple on Mount Sanwei. Volgens Google Maps is er een ‘Mountain peak’ niet ver van Dunhuang met die naam.


DSC07571ArgusInChinaDunhuangMuseumBrickWithDragonDesignFiveDynasties907-979ADCollectedAtLaijuntangTaoistTempleOnMountSanwei

Brick with dragon design, Five dynasties, 907 – 979 AD, collected at Laijuntang Taoist Temple on Mount Sanwei.


DSC07573ArgusInChinaDunhuangMuseumMarcoPoloSachionProvinceTanguth

De verwijzing naar Marco Polo en zijn verslag. In hoofdstuk 40 (XL) zou sprake zijn van de plaats Sachion in de provincie Tanguth. Mijn Amerikaanse vertaling, ‘The travels of Marco Polo – The Venetian’, vertaald en geregigeerd door William Marsden, heeft ook een hoofdstuk XL in Boek 2 maar dat lijkt over een andere ervaring te gaan. Dit moet ik nog verder uitzoeken.


DSC07574ArgusInChinaDunhuangMuseumWoodcutBlockWithRuniInSanscritYuanDynastyUnearthedAtMajuanwanIn1979

Woodcut block with rune in sanscrit, Yuan dynasty, 1271 – 1368 AD, unearthed at Majuanwan in 1979. Van de houtblok was een afdruk gemaakt.

DSC07575-01ArgusInChinaDunhuangMuseumWoodcutBlockWithRuniInSanscritYuanDynastyUnearthedAtMajuanwanIn1979MetAfdrukDSC07575-02ArgusInChinaDunhuangMuseumWoodcutBlockWithRuniInSanscritYuanDynastyUnearthedAtMajuanwanIn1979MetDetailVanAfdruk

Daarop zie je de boeddhistische afbeelding in het centrum van het houtblok het best.


DSC07577ArgusInChinaDunhuangMuseumBronzePagodaOfTinetanBuddhismNoDate

Bronze pagoda of Tibetan Buddhism, het museum vermeldde geen datum.


DSC07579-01ArgusInChinaDunhuangMuseumBronzeStatueOfFourArmedAvalokitesvaraMingDynasty13681644ADDonatedDSC07579-02ArgusInChinaDunhuangMuseumBronzeStatueOfFourArmedAvalokitesvaraMingDynasty13681644ADDonated

Bronze statue of four-armed Avalokitesvara, Ming dynasty, 1368 – 1644 AD, donated. Dat is een geweldig geschenk!


DSC07581ArgusInChinaDunhuangMuseumBronzeStatueOfSakyamuniBuddhaMingDynasty13681644ADCollected

Bronze statue of Sakyamuni Buddha, Ming dynasty, 1368 – 1644 AD, collected.

DSC07586ArgusInChinaDunhuangMuseumBronzeStatueOfSakyamuniBuddhaMingDynasty13681644ADCollected


DSC07583ArgusInChinaDunhuangMuseumPorcelainChanticleerMingDynasty13681644ADTransferredByCountyGovernmentOfficeIn1951

Porcelain Chanticleer, Ming dynasty, 1368 – 1644 AD, transferred by County Government Office in 1951. Wat zou er bedoeld worden met ‘transferred by County Government Office’? Ik zou het iets genoemd hebben als ‘stel kippen’, ‘twee kippen’ of ‘een koppel kippen’.


DSC07587ArgusInChinaDunhuangMuseumJadeSculptureOfGuanyuf(MarticalValour)QingDynasty1644–1911ADDonated

De Engelse naam op het informatiebordje(Guanyuf) kan ik niet plaatsen en ‘Martical Valour’ komt uit bij krijgshaftig. Dit is een puzzel. Op internet zie ik beeldjes die ‘judge’ of rechter genoemd worden en die er erg op lijken. ‘Guanyu’ of ‘Guan Yu’, dus zonder de ‘f’ is de god van oorlog.


DSC07589ArgusInChinaDunhuangMuseumWoodenLatticeWindowQingDynasty1644–1911ADDonatedByXiyunTaoistTempleIn1958

Wooden lattice window, Qing dynasty 1644 – 1911 AD, donated by Xiyun Taoist Temple in 1958.


DSC07591ArgusInChinaDunhuangMuseumWoodenLionQingDynasty1644–1911AD#NotALion

#notalion

DSC07592ArgusInChinaDunhuangMuseumWoodenLionQingDynasty1644–1911AD#NotALion

Wooden lion, Qing dynasty, 1644 – 1911 AD.

DSC07593ArgusInChinaDunhuangMuseumWoodenLionQingDynasty1644–1911AD#NotALion


DSC07595ArgusInChinaDunhuangMuseumTxtArchaeologicalDescoveryOfEarly20thCentury

De reden voor mij om naar Dunhuang te gaan was de vondst van duizenden (50.000) documenten in grot 17 van Dunhuang. Onder die documenten was een Lotus Sutra: de Diamond Sutra, een tekst gedrukt in 868. De tekst die je hier ziet gaat daar over en over hoe de teksten werden ‘ontdekt’.


DSC07596ArgusInChinaDunhuangMuseumTaoistPriestWangYuanlu

Dit is de foto die in 1907 gemaakt is van beheerder/abt Wang Yuanlu, door Marc Aurel Stein, een Hongaarse archeoloog die in opdracht van Groot Brittannië reisde door China. Hij kocht een deel van de manuscripten die nu in de British Library zijn.


DSC07597ArgusInChinaDunhuangMuseumSelfShotPictureByPaulPelliotInTheLibraryCaveMogao1908

Self shot picture by Paul Pelliot tn the Library Cave, Mogao, 1908. Deze foto’s zijn heel bekend en ik vand een andere website waar deze foto te zien is. De foto is van een iets andere hoek. Ik weet niet of het dezelfde foto is. Maar de omschrijving is dan iets anders.

ArgusInChinaDunhuangMuseumPaulPelliot(1878-1945)ShownSeatedInCave17AtDunhuangIn1908ReadingTheManuscripts

Paul Pelliot (1878-1945) shown seated in Cave 17 at Dunhuang in 1908 reading the manuscripts. Paul Pelliot was een andere onderzoeker en die herhaalde de actie van Stein.


Maar ik wil nog even stilstaan bij Wang Yuanlu. Op
Wikipedia staat het volgende:

Wang Yuanli ((±1849-1931) was een Chinese monnik, die zich had opgeworpen als beheerder van de honderden Mogao-grotten en met zeer beperkte middelen enkele daarvan trachtte te restaureren. Vanaf de vierde eeuw hadden boeddhistische monniken hier honderden grotten gecreëerd en gedecoreerd met onder meer sculpturen en muurschilderingen.

In 1900 ontdekte hij een afgesloten grot met rond 50.000 manuscripten, de zogenaamde manuscripten van Dunhuang . De grot had vooral als een opslagplaats gefunctioneerd voor voornamelijk boeddhistische documenten, zoals soetra’s. Inwoners van Dunhuang en omgeving, reizigers, pelgrims en anderen moeten in de loop van de eeuwen duizenden, wellicht tienduizenden documenten hebben geschonken aan de boeddhistische instituten aldaar.

Na enige tijd was er geen andere oplossing dan die te bewaren in een opslagplaats, de grot 17. Aurel Stein introduceerde daarvoor de sindsdien gangbare term sacred waste. Dit soort opslagplaatsen komen in meer culturen voor, zoals de joodse genizah. De vondsten in de grot bij Dunhuang zijn dan ook vaak vergeleken met die van de genizah van Caïro.

In 1908 hoorde de Brits-Hongaarse oriëntalist Aurel Stein tijdens een expeditie in Centraal-Azië van deze vondst. Stein reisde onmiddellijk naar Dunhuang. In zijn ontmoetingen met Wang Yuanlu vergeleek Stein zichzelf voortdurend met Xuanzang, een beroemde Chinese monnik die in de 7e eeuw naar India reisde en in China gezien werd als de belangrijkste vertaler van soetras in het Chinees. Gecombineerd met wat financiële giften, waardoor Wang Yuanlu enige restauratiewerkzaamheden kon voortzetten, bracht dat Aurel Stein in het bezit van een zeer omvangrijke collectie documenten.

Ruim een half jaar later werd hij gevolgd door Paul Pelliot, die ook met een zeer omvangrijke collectie vertrok. Op de terugreis naar Parijs liet Pelliot in 1909 in Peking enkele documenten aan Chinese geleerden zien. Die informeerden de Chinese regering. Deze gaf het bevel alle nog resterende documenten naar Peking te zenden, Dat bevel werd niet geheel uitgevoerd. Als gevolg daarvan werden er in de jaren daarna ook nog kleinere hoeveelheden documenten verkocht aan Russische en Japanse onderzoekers.

Het afsluiten van de grot had waarschijnlijk vooral prozaïsche en triviale redenen. De grot had zijn functie vervuld. Uit de plattegronden die Aurel Stein van de grot maakte, wordt duidelijk dat die vrijwel geheel gevuld was met documenten en een aantal kunstvoorwerpen. Het is ook bekend, dat in het begin van de 11e eeuw de onmiddellijk daarnaast gelegen grot 16 gerestaureerd werd en nieuwe muurschilderingen kreeg. Ook esthetische redenen kunnen dus een reden voor sluiting van grot 17 zijn geweest. De grot moet kort na 1002 afgesloten zijn.


DSC07598ArgusInChinaDunhuangMuseumSouvenirs

Als je aan het eind van de collectie komt, wordt je naar de souvenirshop geleid.


Het ontstaan van het boek

Hoe boeken, in de vorm zoals we die vandaag kennen, zijn ontstaan
vind ik een interessant onderwerp om te onderzoeken.
Daarom ben ik blij dat ik gestuit ben op het
International Dunhuang Project.

Sinds enige tijd ben ik op het spoor gekomen van Chinese
boekbindtechnieken.
Daar ben ik tegen aan gelopen op de site van IDP.
Een Engelstalige website:
The International Dunhuang Project: The Silk Road Online.
Deze website is een samenwerkingsverband van musea en instituten
van over de hele wereld, die manuscripten (in allerlei vormen),
textiel en afbeeldingen beheren die afkomstig zijn van de Chinese plaats
Dunhuang en andere plaatsen aan de Zijderoute.
Veel van deze voorwerpen zijn door ontdekkingsreizigers gekocht
en/of meegenomen tussen 1900 en 1940.

 photo DunHuangInChina.jpg

Dit is de locatie van Dunhuang in China. Aan de Zijderoute.


Op Wikipedia is geen Nederlandse informatie voorhanden bij
de term International Dunhuang Project. Wel in het Engels:

The International Dunhuang Project (IDP) is an international collaborative effort to conserve, catalogue and digitise manuscripts, printed texts, paintings, textiles and artefacts from Dunhuang and various other archaeological sites at the eastern end of the Silk Road. The project was established by the British Library in 1994, and now includes twenty-two institutions in twelve countries. As of 1 March 2016 the online IDP database comprised 137,812 catalogue entries and 483,721 images. Most of the manuscripts in the IDP database are texts written in Chinese, but more than fifteen different scripts and languages are represented, including Brahmi, Kharosthi, Khotanese, Sanskrit, Tangut, Tibetan, Tocharian and Old Uyghur.

Maar even doorzoeken en dan vind je:

Dunhuang is een stad in een oase in de provincie Gansu in het middenwesten van China. De bevolking bedraagt 100.000 personen. Dunhuang is onafhankelijk geweest, maar behoorde in bepaalde tijden ook tot zowel China als Tibet.

Het is gelegen nabij een kruising van de zijderoute en heeft daaraan, en aan de militaire impact die hierbij hoorde, zijn faam te danken.

De manuscripten van Dunhuang:

De manuscripten van Dunhuang zijn een verzameling historische en religieuze manuscripten uit de 5e tot 11e eeuw die in het begin van de 20e eeuw werden herontdekt. De manuscripten waren al die tijd opgeslagen in de Mogao-grotten bij Dunhuang (in de Chinese provincie Gansu), voornamelijk in grot 17.

 

De manuscripten zijn van grote historische, filologische en literaire betekenis. Het gaat om werken waarvan gedacht werd dat ze verloren waren geraakt, zoals de taoïstische boeken Hua Hu Jing en Tao Te Ching. Verder werden in de grot oude edities van klassieke werken gevonden, zoals van de Gesprekken van Confucius. Ook kwamen er onbekende talen uit Centraal-Azië aan het licht, zoals het Hotanees. Tussen de handgeschreven manuscripten werd het oudste compleet bewaard gebleven gedrukte werk ter wereld aangetroffen, een Diamantsoetra uit de tijd van de Tang-dynastie.

 

Twee belangrijke Tibetaanse teksten uit de vondst zijn de Tibetaanse annalen en de Oude Tibetaanse kroniek. Tot de vondst van de annalen en de kroniek werd de geschiedenis van Tibet voor een groot deel gebaseerd op de Rode annalen, Nieuwe rode annalen en de Blauwe annalen. Op basis van de manuscripten van Dunhuang schreef Gendün Chöpel in de eerste helft van de 20e eeuw zijn versie van de geschiedenis van Tibet neer in de Witte annalen.

 photo BritishLibraryOr8210S5451ff1-17VajracchedikaprajnaparamitasutraT235.jpg

British Library: Or.8210/S.5451 ff.1-17 Vajracchedikaprajnaparamitasutra (T.235). Een butterfly binding.


In 2009 werden in de collectie van de Dunhuang-documenten in de British Library enkele delen ontdekt van de tot nu toe oudst bekende versie van het Testament van Ba, de belangrijkste bron van kennis over de Tibetaanse samenleving in de tweede helft van de 8e eeuw.

 

De manuscripten zijn in 1900 ontdekt door de monnik Wang Yuanlu die zich had opgeworpen als beheerder van de honderden Mogao-grotten en met zeer beperkte middelen enkele daarvan trachtte te restaureren. Hij trof ongeveer 50.000 manuscripten aan die zo’n duizend jaar geleden waren ingemetseld en verborgen gehouden.

 

De ontdekking van het zogenaamde Bower manuscript door Hamilton Bower en de publicatie daarvan in 1897 had tot wetenschappelijke aandacht nieuwsgierigheid geleid naar haast vergeten boeddhistische beschavingen aan de zijderoute. In het eerste decennium van de twintigste eeuw waren er dus meerdere expedities in het gebied om naar restanten van die beschavingen te zoeken. In 1908 hoorde de Brits-Hongaarse oriëntalist Aurel Stein tijdens een expeditie in Centraal-Azië van deze vondst. Stein reisde onmiddellijk naar Dunhuang. In zijn ontmoetingen met Wang Yuanlu vergeleek Stein zichzelf voortdurend met Xuanzang, een beroemde Chinese monnik die in de 7e eeuw naar India reisde en in China gezien werd als de belangrijkste vertaler van soetras in het Chinees. Gecombineerd met wat financiële giften, waardoor Wang Yuanlu enige restauratiewerkzaamheden kon voortzetten, bracht dat Aurel Stein in het bezit van een zeer omvangrijke collectie documenten.

 photo BritishLibraryOr8210S5646.jpg

British Library: Or.8210/S.5646 (de nummering van bioeken en hun pagina’s is een vak apart) met hieronder een detail van de foto waarop te zien is dat het hier gaat om een zogenaamde butterfly binding met stab stitching. Nou, daar kom ik later nog op terug.

 photo BritishLibraryOr8210S5646Detail.jpg


Ruim een half jaar later werd hij gevolgd door Paul Pelliot, die ook met een zeer omvangrijke collectie vertrok. Op de terugreis naar Parijs liet Pelliot in 1909 in Peking enkele documenten aan Chinese geleerden zien. Die informeerden de Chinese regering. Deze gaf het bevel alle nog resterende Chinese documenten naar Peking te zenden, Dat bevel werd niet geheel uitgevoerd. Als gevolg daarvan werden er in de jaren daarna ook nog kleinere hoeveelheden documenten verkocht aan Russische en Japanse onderzoekers. De nog resterende Tibetaanse documenten bleven achter in kleinere provinciale musea in Gansu.

 

Deze manuscripten worden sindsdien bewaard door instituten over de gehele wereld, zoals de Nationale Bibliotheek van China, de British Library, de Bibliothèque nationale de France, en het Instituut voor Oriëntaalse Manuscripten in Sint-Petersburg. De door Aurel Stein verworven kunstvoorwerpen uit de grot, voornamelijk schilderijen, maken nu deel uit van de collectie van het British Museum. Paul Pelliot had aanzienlijk meer tijd dan Aurel Stein om gewenste manuscripten te selecteren. In tegenstelling ook tot Pelliot, die een perfecte beheersing had van Chinees, beheerste Stein het maar zeer matig. Het gevolg is dat in de collectie in Londen er veel kopieën zijn van steeds eenzelfde soetra. Alleen van de Diamant Soetra zijn er al ruim 500 in Londen aanwezig.

De website van het IDP kun je hier vinden: http://idp.bl.uk/

De tekst die ik daarover gelezen heb is van Colin Chinnery
en de afbeeldingen zijn van Li Yi en Colin Chinnery.
Al is het waarschijnlijk niet het eerste doel van de tekst die ik las,
de teksten zijn behoorlijk ‘boekbindervriendelijk’.
Mooi is dat de tekst vaak verwijst naar gedigitaliseerde voorbeelden
die je in detail kunt bekijken.
Soms met röntgen foto’s, een grote foto in geval van een rol, enzovoort.

 photo BritishLibraryOr8210S5556.jpg

British Library: Or.8210/S.5556, infrarode opname van het boek.


Wat mij zo interesseert is dat de tekst aan de hand van
de verschillende ‘boekvormen’ de brug probeert te slaan
tussen de rol en een gebonden boek.
En dat men die weg in verschillende stappen heeft gemaakt en
dat verklaard wordt waarom mensen die stappen namen.
Dat vertelt ons veel over de ontwikkeling van het boek.

De vormen die men onderscheidt zijn in de gevonden artefacten zijn:

de vlinderbinding of butterfly binding (hudie zhuang)
ingenaaide boek (aan de rug of door genaaide katernen) of
stitched binding (xian zhuang)
het palmblad boek, The Chinese pothi (fanjia zhuang)
de wervelwind binding, whirlwind binding (xuanfeng zhuang)
de accordion of concertine binding, concertina binding (jingzhe zhuang)
de omgedraaide vlinderbinding, wrapped-back binding (baobei zhuang)

De Nederlandse termen hierboven zijn van mij.
Als iemand betere termen er voor heeft dan hoor ik die graag.
Een van mijn volgende projecten wordt om van elk van bovengenoemde
vormen eens een hedendaagse versie te maken.
Dus een zeven- of achttal verschillende boeken
gebaseerd op deze boekvormen.