Pas geleden volgde ik op de de donateursdag van de Stichting Handboekbinden
de sessie met Tine Noreille.
Deze Belgische docent ‘Creatief boekbinden’ heeft een methode ontwikkeld
om beter papier en karton te kunnen snijden.
Centraal in die methode staan een goede roestvrijstalen lineaal
en goede rechte driehoeken (haakse hoek).
Via de Stichting Handboekbinden heb ik twee driehoeken gekocht
en die zijn gisteren bezorgd.
Het knopje op kleine driehoek heb ik er zelf opgezet (stukje stoelpoot).
Nu nog een grotere snijmat kopen en dan kan ik aan de slag.
De DVD van Tine Noreille bij de hand.
Categorie archief: Boeken
Tilburg: de Letter ‘C’
Aan het eind van de avond maakte ik nog een ‘C’ in de inkt die nog op de glasplaat zat. Een vel papier erover en dit is de afdruk. Een sterrenstelsel met de letter ‘C’.
Hier was ik vorige week aan begonnen. Nu is het een ‘Cee van bloemen’.
Om het bloempatroon te doorbreken ging ik nu op een andere manier om met de ronde vorm. Nu de meer kwetsbare kant. Letters ‘C’ zijn eigenlijk nauwelijks te stapelen. Ze hebben dan de neiging om te vallen. Een studie voor een monument voor de letter ‘C’. Een monument is immers wel het laatste wat kwetsbaar kan zijn.
Een groot monument voor de letter ‘C’.
Een monumentje voor de letter ‘C’.
Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur
Vorige week zondag ben ik op de fiets naar het
Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur geweest.
Pas heel kort voor de zondag kwam ik erachter dat dit museum bestaat.
Het is er al bijna 40 jaar!
Omdat ik toen nog druk bezig was met de Amsterdamse Krulletter
besloot in onderweg foto’s te maken van grafische uitingen.
Die foto’s zitten tussen de foto’s van het museum door.
Het eerste wat ik zag toen ik de grote ruimte met de verschillende drukpersen binnenliep, was deze kast. Dit is kast 13 die het museum heeft overgenomen van een drukkeij. Ze bevatten Chinese karakters. Voor de 12.000 Chinese karakters zijn er dus ten minste 13 van dergelijke kasten nodig om alle karakters in op te slaan.
Er waren die zondagmiddag, vanwege het mooie weer waarschijnlijk,
niet veel bezoekers. Dus had ik geruime tijd beide medewerkers
van het museum ter beschikking voor de rondleiding.
Heel interessant en leuk.
Een linotype zetmachine. In plaats van met de hand, letter voor letter een zin samen te stellen, kon met dat met deze zetmachine veel sneller. Door het toetsenbord te gebruiken werden de matrijzen op volgorde gelegd. Inclusief spaties etc. Vervolgens werd daar, als de zin gereed was, vloeibaar lood tegenaan gespoten. Zo gauw dat een beetje afkoelt is de zin hard genoeg om uit de machine te nemen.
Intertype regelzetmachine met links op de foto de loodeenheid. Daar wordt het lood constant op zo’n 270 graden gehouden.
Het toetsenbord van de Linotype zetmachine. Geen qwerty of azerty.
Intertype regelzetmachine.
Degelpers. Gemaakt in 1920 in Brussel. Het mooie is dat alle persen nog werken!
Een complete handdrukkerij.
Hier de zethaak. Hierin werden alle letters geplaatst door de handzetter.
De te drukken tekst in lood. Ingebonden.
Hier zie je de te drukken tekst in de drukpers.
Een overzicht van de grote zaal met al de drukpersen.
De Chinese karakters laten me niet los.
De bovenverdieping wordt gebruikt voor tentoonstellingen.
Binnenkort begint er een nieuwe tentoonstelling dus
was de ruimte nu nog leeg.
Maar er zit ook een boekbindatelier en nog een paar
speciale hoekjes. Bijvoorbeeld over het vergulden.
Je ziet er bijvoorbeeld ook, aan de hand van een pagina van De Stem, de verschillende stadia die bedrijven zijn doorlopen van het werken met lood naar nieuwe druktechnieken.
De vrijwilligers van het museum hebben vaak
zelf in het drukkersvak gewerkt.
Sommige hebben bij De Stem gewerkt, andere bij het Brabants Nieuwsblad
of bij kleinere en/of industriele drukkerijen.
Dat merk je goed tijdens de rondleiding.
De mensen weten waar ze over praten en hebben veel leuke aneKdotes.
In het boekbindatelier lag een boek met een speciale binding: springrug. Het voordeel van deze rug is dat het boek op iedere pagina volledig vlak gelegd kan worden. Dat is wel handig bij bijvoorbeeld een kasboek.
Dit is een voorbeeld van een voorpagina van De Stem. Helemaal met loden letters gezet.
Het Nederlands Drukkerij Museum is ondergebracht in een voormalige boerderij. De wijk om de boerderij is helemaal ‘nieuw’.
Tijdens de rondleiding werden er twee afdrukken gemaakt.
De eerste is aan het begin van deze blog te zien.
De tweede is een prent van een 17e eeuwse drukkerswerkplaats.
Het museum maakt zelf af en toe boekjes.
Een paar heb ik er gekocht en daar kom ik vast nog eens op terug.
De letter ‘C’
Gisteravond, ondanks het warme weer toch bezig geweest
met mijn ABCDarium: de letter C.
Eerst de letters uitgeprobeerd.
Ik liep al een paar weken rond met het idee van een bloem (vakantie).
Dat bleek heel redelijk te werken.
Is het 1 bloem, een plant met bloemen of een bos bloemen?
Een bloempje. Zo een van Tante Terry en Nonkel Bob (Klein, klein Kleutertje).
Er is nog een bloem in aanbouw. De letters werken goed met het papier dat weinig inkt opneemt waardoor al snel plekken ontstaan zonder inkt en onduidelijke afdrukken een soort silhouet vormen.
Sultans of Deccan India / De Sultans van de Deccan in India
The Metropolitan Museum Of Art in New York
heeft een grote tentoonstelling op dit moment over India.
Meer precies over de Deccan.
Wikipedia:
De naam “Dekan” of “Deccan” komt van het Sanskriet woord “dakshina”, wat “het zuiden” betekent.
Het Hoogland van Dekan of Deccan is grofweg het midden en zuiden
van India. Lange tijd hebben de lokale sultans daar de macht gehad.
Hun kunst en cultuur werd beinvloed door Perzie en in de
tentoonstelling in New York wordt daar uitgebreid aandacht aan besteed.
Als je in de gelegenheid bent: GAAN!.
Onlangs kocht ik In de US de prachtige catalogus van de
tentoonstelling. Een indrukwekkend boek.
Sultans of Deccan India, 1500 – 1700: Opulence and fantasy. Vaste gasten van mijn weblog staan niet verbaasd over de keuze van dit boek. De laatste twee vakanties in India waren in dit gebied.
Zo is hier de Gol Gumbaz te zien.
Dit is mijn foto uit 2012 van dit grafmonument.
Een van de deuren van de Bibi-Ka-Maqbara in Aurangabad.
Detail.
En dit is mijn foto uit 2012 van misschien wel dezelfde deur.
Naar aanleiding van deze tentoonstelling
las ik vorige week een blog over gemarmerd papier en het gebruik
ervan in de Indiase miniaturen.
De voorbeelden die werden gegeven had ik nog nooit gezien.
Eerst de tekst:
Marbleized paper, known as ebru, which translates to “the art of clouds” (“cloud” is ebr in Turkish and abri in Persian), has a long tradition in Turkey and came to be much favored for calligraphic work. The marbling used for the outer borders throughout this album is stunning in its variety of shapes and magnificent display of both organic and inorganic colors and bold rhythms. The patterns are the result of color floated on the marble bath (a viscous solution of carrageenan moss/algae) and then carefully transferred to the surface of the paper. Delicious and intense pink, orange, yellow, blue, and orange hues swirl and flow into and around each other to create blossoming flowers, traditional combed peacocks and getgels (a series of combed parallel lines bisected by another series of combed parallel lines that run in the opposite direction), and sprinkled and speckled stone.
What is it about marbling that has such a universal appeal? Perhaps part of its mystique is related to the indispensable and elemental role that water plays in the process of its formation, and the rhythmic beauty of the fluid dynamics in which the artist both participates and yields to in its random outcome.
Ebru masters enjoyed celebrated stature within the hierarchical framework of artists and craftsmen. For many centuries, artists in Persia, particularly those involved in the production of books, had enjoyed official patronage. This tradition also became established in Turkey and India, where artists and craftspeople set themselves up under the authority of sultans who provided a brilliant court and active encouragement; calligraphers, illuminators, painters, bookbinders, and gilders all contributed to the decoration of books. In the fifteenth and sixteenth centuries, the cities of Herat (Afghanistan) and Shiraz (Persia) exported manuscripts to Turkey and even India, where their painted albums enjoyed great popularity in the seventeenth century.
Whether simple or sophisticated, marbled paper—named as such because of its imitation of the vein sequence found in colored marble—has always been the product of great imagination and skill on the part of the marbler. Marbled papers find their way into many facets of the book arts—from the paper onto which graceful calligraphy will be penned and incorporated into a decorative border or inlay, to endpapers, end leaves, and paste-downs in bound manuscripts.
Handmade marbled papers are made one sheet at a time in the following manner: a bath of gum (usually tragacanth) or algae (carrageenan moss) is prepared, the colors for the pattern are sprinkled and dropped upon this mucilaginous dense surface, and patterns are made by combing or some other means of regularizing the design. The paper is then let down carefully into the marbling bath and the design is transferred.
In the Deccan, a particularly original form of marbling developed: pictures composed of mixed media that incorporated marbling and ink drawing, highly skilled, technical masterpieces utilizing positive and negative stencil methods that left the viewer amazed by their precision and inventiveness. A very rare technique with few examples known to exist today, these artistic curiosities continue to fascinate and bedazzle viewers. Take advantage of the rare opportunity to feast your eyes on a number of marbled images in the gorgeous exhibition
En een aantal voorbeelden van de tentoonstelling met gemarmerd papier
toon ik hier. Ik heb dergelijke werken nog nooit in het echt gezien.
Ascetic riding a nag. Illustrated album leaf. Mid 17th century. India, Deccan, Bijapur. Het gemarmerd papier als achtergrond.
Dervish seated in contemplation. Folio of illustrated manuscript. Mid 17th century. India, Bijapur. Het gemarmerd papier als kleding.
Elephant trampling a horse. Illustrated album leaf. Mid 17th century. India, Deccan, Bijapur.
Emaciated horse and rider. Illustrated single work. Circa 1625. India, Deccan, Bijapur.
Misschien wel het best geslaagde voorbeeld: Lady carrying a peacock. Illustrated album leaf, late 17th – early 18th century. India, Deccan, probably Hyderabad. Zowel de rand van het blad als de kleding van de centrale figuur in hetzelfde gemarmerde papier.
De Amsterdamse Krulletter
Al eerder besprak ik dit boek aan de hand van een artikel in de Volkskrant.
In het boek van Ramiro Espinoza en Rob Becker staan twee schilders
en hun productie centraal:
Ramiro Espinoza en Rob Becker: De Amsterdamse Krulletter. The Curly Letter of Amsterdam.
Visser was het zesde kind van huisschilder Joannes Augustinus Visser en Susanna Peters. Hij wilde graag naar de kunstacademie, maar de financiele beperkingen van een gezin met zestien kinderen hielden in dat hij op twaalfjarige leeftijd in de zaak van zijn vader moest werken. In 1941 vond hij dat hij daar genoeg had opgestoken en besloot voor zichzelf te beginnen met een schildersbedrijf, gevestigd op de Da Costakade 134. Deze nieuwe zaak was een succes, met in drukke perioden niet minder dan vierentwintig werknemers. Letters schilderen was Vissers grote liefde, maar omdat deze activiteit niet genoeg inkomsten genereerde, deed het bedrijf voornamelijk in huisschilderwerk. De grootste klant was de Amstelbrouwerij, die de raamdecoratie bekostigde van cafes die hun bier verkochten – een indertijd veel voorkomende praktijk. … Het zijn de ramen van deze cafes waar we voor het eerst de knap geschilderde cursieve letters kunnen aantreffen, op foto’s uit de vroege jaren vijftig.
De ‘opvolger’ van Jan Willem (Wim) Joseph Visser (1911 – 1987)
was Leonardus (Leo) Petrus Beukeboom (1943).
Leo Beukeboom omschrijft zichzelf als allergisch voor hierarchische structuren; hij heeft altijd genoten van de vrijheid en onafhankelijkheid van de kleine zelfstandige. Hij heeft nooit assistenten of leerlingen in dienst gehad (met uitzondering van Marly, een jong meisje dat op een boot op de Amstel woonde en hem een paar maanden heeft geholpen). … Beukeboom heeft zichzelf nooit gezien als kunstenaar, maar als een goed ambachtsman die eer met zijn werk inlegde. Zijn werkrelatie met Heineken heeft voortgeduurd tot 1989. Toen is het bedrijf gestopt met het gratis aanbieden van raambeschilderingen aan cafes – een zware slag voor Beukebooms carriere.
Los van de geschiedenis die in het boek wordt vastgelegd
is de analyse van de bronnen van het schrift en het vastleggen
van het schrift in het boek, het belangrijkste onderdeel.
De Amsterdamse Krulletter is verschenen in een oplage van 1000 stuks. Als onderdeel van het boek heeft Ramiro Espinoza een model opgenomen van het alfabet met hoofdletters (kapitalen), kleine letters (onderkast) en cijfers onder het motto ‘Alcohol is je grootste vijand. Heb je vijanden lief’.
Detail van het letter- en cijfermodel.
Daarnaast bevat het boek een grote serie foto’s
waarmee de nu nog bestaande raamdecoraties worden gedocumenteerd.
Niet alleen in Amsterdam maar ook in Maastricht en Gent.
De foto’s zijn het werk van Rob Becker.
Letters
Magistraal die stok van de G
Afgelopen zaterdag stond er een leuk artikel in de Volkskrant
met de titel: Magistraal die stok van de g.
Het artikel is geschreven door Bob Witman.
Het is een boekbespreking van het boek met de titel:
De Amsterdamse krulletter.
Magistraal die stok van de g. Ramiro Espinoza en Rob Becker.
Het boek ‘De Amsterdamse krulletter’ is geschreven door Ramiro Espinoza
(verkeerd gespeld in de krant) en Rob Becker (fotograaf, denk ik).
Het gaat over de namen van cafe’s die in Amsterdam op de ruiten verschenen.
Dat ging heel vaak vanuit de brouwerij en daardoor steeds met hetzelfde lettertype
(variant op Cancellaresca).
Hieronder nog twee voorbeelden.
Cafe ’t Sluisje.
Knopenwinkel Peppie.
Ik heb het boek gauw gekocht.
Charles Dickens: Little Dorrit
Uitgeverij De Geus
Onlangs was ik bij Uitgeverij de Geus
en ben toen ook even in de prachtige, grote tuin geweest.
Twee dingen vielen me op:
= een voormalige (?) voordeur van de uitgeverij
= een beeld van een kunstenaar met de naam Hofland
dat in 2004 is gemaakt en dat een lezer voorstelt.
Een spiegelende lezer. Daar zitten heel wat diepere betekenissen achter.
Barnaby Rudge
Oliver Twist
Martin Chuzzlewit
Mark Tapley, een vrolijke optimist die net ontslag heeft genomen bij een herberg. Samen besluiten ze om naar de Verenigde Staten te reizen, om daar hun fortuin te zoeken.
Wikipedia:
The Life and Adventures of Martin Chuzzlewit, meestal Martin Chuzzlewit genoemd, is de titel van wat wordt beschouwd als de laatste schelmenroman van de Britse schrijver Charles Dickens. Het boek verscheen aanvankelijk, zoals de meeste romans van Dickens, in afzonderlijke delen en werden van januari 1843 tot juli 1844 maandelijks in tijdschriftvorm gepubliceerd. In 1844 werd het ook in boekvorm uitgegeven.
Zelf beschouwde Dickens de roman als zijn beste werk, maar het werd matig ontvangen door de lezers. De eerste delen verkochten zo teleurstellend dat Dickens besloot om het verhaal een wending te geven en de avonturen van de jonge Martin Chuzzlewit deels in de Verenigde Staten te laten afspelen. Zo kreeg Dickens de mogelijkheid om dit land, dat hij zelf in 1842 had bezocht, op een satirische wijze te beschrijven als een land vol egoïsten en misdadigers.
Mr. Pecksniff, weduwnaar met twee dochters die een grote rol spelen in dit boek.
Mrs. Gamp.
Er is op internet veel te vinden over de personages uit de boeken
van Charles Dickens.
Zo staat op Wikipedia:
Sarah Gamp is de aan alcohol verslaafde vroedvrouw en verpleegster. Zij heeft het regelmatig over een zekere Mevrouw Harris, maar haar omgeving twijfelt aan het bestaan van deze vrouw. Na het publiceren van het boek werd het woord gamp een favoriete uitdrukking voor een paraplu, een favoriet voorwerp van Sarah Gamp. Als voorbeeld voor Gamps karakter gebruikte Charles Dickens een echte verpleegster die zijn vriendin Angela Georgina Burdett-Coutts aan hem had beschreven.
Maar ook belangrijk is de afbeelding van Mrs. Gamp op Wikipedia.
Die lijkt namelijk nogal op de afbeelding die ik hier plaats.
Als referentie staat er bij: Illustratie door Joseph Clayton Clarke uit Character Sketches from Charles Dickens, Pourtrayed by Kyd (1889)
Maar ze zijn niet aan elkaar gelijk.
Helaas.
Want is zou er graag achterkomen door wie de serie is gemaakt
die ik in bezit heb.
Uriah Heep (niet de band)
Het heeft heel wat jaren gekost voordat ik door had
dat Uriah Heep niet alleen een band was die in
de jaren 70 van de vorige eeuw succesvol was.
Het is namelijk ook een van de karakters uit David Copperfield.
Een boek van Charles Dickens.
Uriah Heep.
Wikipedia:
David Copperfield is een victoriaanse roman van Charles Dickens uit 1850. Zoals in vroeger eeuwen tamelijk gebruikelijk was, had het boek in werkelijkheid een lange titel: The Personal History, Adventures, Experience and Observation of David Copperfield the Younger of Blunderstone Rookery (which he never meant to be published on any account). Zoals de meeste van de boeken van Dickens verscheen het eerst als feuilleton; in dit geval in de periode 1848-1850. In dit boek komen nogal wat elementen voor uit Dickens’ eigen leven, en daarmee is David Copperfield waarschijnlijk de meest autobiografische roman van Dickens. Zowel voor als na David Copperfield schreef Dickens zeven romans. David Copperfield is dus letterlijk het middelpunt van zijn werk en het werd door Dickens gezien als zijn favoriete boek.
Uriah Heep is een jonge man en boekhouder van beroep.
Hij gedraagt zich, evenals zijn moeder, heel onderdanig en nederig,
gluiperig.
Later blijkt hij geld te hebben gestolen en verdwijnt daarvoor in de gevangenis.
Charles Dickens: The Pickwick Papers
The Posthumous Papers of the Pickwick Club, ook wel The Pickwick Papers
(Nederlands: De nagelaten papieren van de Pickwick Club)
is de eerste roman van de Engelse schrijver Charles Dickens uit 1836.
Wikipedia:
Dickens werd in 1836 uitgenodigd de begeleidende tekst te schrijven bij een serie prenten over ‘de komische wederwaardigheden tijdens de jacht en visvangst’ van de Londense ‘Nimrod Club’, van de hand van de bekende tekenaar Robert Seymour. Hij stemde toe in het schrijven van een serie vermakelijk schetsen, maar alleen onder de voorwaarde dat Seymour zijn teksten zou volgen in plaats van andersom.
Het werk zou verschijnen in een voor die tijd vrij nieuwe vorm van goedkope maandelijkse afleveringen, waarvan de eerste verscheen op 31 maart 1836. De samenwerking met Seymour duurde echter niet lang: hij pleegde zelfmoord op 20 april en werd opgevolgd door Hablot K. Browne (‘Phiz’), die vervolgens 23 jaar lang Dickens’ illustrator zou blijven.
Een van de hoofdpersonen van dit boek is Mr. Pickwick (Samuel Pickwick).
In de serie prenten die ik onlangs kocht zitten er 2 die met die boek
te maken heeft:
Mr. Samuel Pickwick.
Weller Senior.
De vrienden van Mr Pickwick zijn de ‘vurige’ Tracy Tupman,
de ‘dichterlijke’ Augustus Snodgrass en de ‘sportieve’ Nathaniël Winkle.
Tijdens hun avonturen ontmoeten ze Sam Weller.
Diens vader is Tony Weller. Een koetsier.
Wat een prachtig boek!
Pas geleden kocht ik dit hele mooie boek.
Ik wil graag de kaft en een aantal pagina’s met je delen.
Het gaat om het boek van R van der Meulen,
Over de liefhebberij voor boeken.
Het boek is gedrukt door A. W. Sijthof in 1896.
Het boek heeft platten (kaften) die van hout gemaakt lijken.
R. van der Meulen, Over de liefhebberij voor boeken, 1896.
De kaft is niet van hout maar is wel heel mooi uitgevoerd.
Binnen in het boek zijn meer dan 200 afbeeldingen in de tekst verwerkt
en zijn ook nog 18 zogenaamde ‘kunstbijlagen’ toegevoegd.
Op de kaft, een zonsopkomst, gezien door een venster met op de vensterbank wat boeken.
De schutbladeren zijn prachtig.
De titelpagina: Over de Liefhebberij voor boeken voornamelijk met het oog op Het boek voor onze dagen beschreven en afgebeeld door R van der Meulen. Schrijver van “Het boek in onze dagen”. Met ruim 200 in den tekst gedrukte afbeeldingen, benevens 18 tusschengevoegde kunstbijlagen. Leiden. A. W. Sijthoff. 1896.
Mijn uitvoering heeft een heel kleine stempel: Alg. Boekh. Schroder, Rokin 50, Amsterdam. Eigenlijk is de naam van de boekhandel Schröder.
Het boek is ouderwets prachtig verzorgd.
Ieder hoofdstuk begint steeds met een illustratie, vignetten genaamd
of in het Frans en-tetes.
Vignetten aan het eind van een hoofdstuk heten dan weer culs de lampe.
Zo ook bij het Voorbericht:
En natuurlijk op het einde van het Voorbericht.
Het boek behandelt in zeven hoofdstukken:
De boeken en hun stoffelijke waarde
De belangrijkst pleegvaders van de boeken (zeg maar de boekgeschiedenis)
Bibliofilie
Bibliomanie
Engelse boeken (en in het bijzonder de kaften)
Franse boeken
Duitse en Nederlandse boeken.
In al die hoofdstukken prachtige illustraties van de besproken
onderwerpen:
Gutenbergs latijnse bijbel uit 1455. Een pagina van Lukas, vers 1-11.
Een portret en het wapen van Christophe Plantijn.
Een kopergravure waarin boekhandelaar Jan Evertsen Kloppenburch wordt genoemd uit 1624.
Voorbeelden van vignetten.
Proeve van chromolithographie, Eckstein & Stahle te Stuttgart.
Proeve van de band voor Vondels werken, J. H. W. Unger.
Band om het feestalbum Mr. Mouthaan, 1893, rood Levantijnsch marokijn uit de hand gekolfd en verguld door Jan Mensing van de Firma C. J. Mensing.
Proeve der inktfabriek van Hermann Gauger te Ulm.
R. van der Meulen: Over de liefhebberij voor boeken. Een schat.
De Nieuwe Veste: ook voor grafiek
Het was me niet eerder opgevallen maar de Nieuwe Veste
heeft ook een behoorlijk aantal letterkasten
met loden letters.
Tijdens de open dag vandaag zag ik dat.
Van wie dit werk is werd me niet duidelijk maar ik vond het mooi. Van keramiek, brieven en rollen ‘papier’ met daarop tekst. Samengebonden met ijzerdraad. Kunst en schrift. Werkt altijd bij mij.
De letter B van Beeldscherm
Ook deze week weer actief geweest met letters en mijn ABCdarium.
Nu was het de beurt aan de afbeelding met de letters B.
Ik ben begonnen met een wat oud scherm.
Die nieuwe breedbeeldschermen zijn niet zo interessant.
Dat is namelijk een groot rechthoek.
De oudere toestellen hebben meer dynamiek:
Dit is het vertrekpunt.
Misschien dat ik de centrale B op het beeldscherm nog wat verder uitwerk naar een soort Eurovisie testbeeld. Maar daar moet ik nog eens over slapen.
Gezien: Far from the madding crowd
De film schijnt gemaakt te zijn naar een bekend boek.
Ik ken het boek alleen niet. (Gebaseerd op het klassieke
liefdesverhaal van Thomas Hardy)
Maar de film is alles wat ik verwachtte.
Een van de bedrijven die meewerkte aan de film
is BBC Film, het boek speelt in het Engeland van de 19e eeuw.
Dus kostuums, prachtige landschappen, boerderijen enz.
Een goed gemaakte, romantische film.
Ik heb de film vrijdagavond tijdens het Jazz Festival Breda gezien.
Dat vond ik goed bij elkaar passen: de ‘madding crowd’ (gekmakende menigte)
van de film en de bezoekers van het festival in het centrum van Breda.
Veel plezier als je de film gaat zien!
Ik heb me 2 uur goed vermaakt.
Wikipedia:
Far from the Madding Crowd is een roman uit 1874 van de Engelse schrijver Thomas Hardy. Het was zijn vierde roman en het werk wordt algemeen beschouwd als zijn beste tot op dat moment, hoewel Henry James de roman destijds fel bekritiseerde in een recensie voor ‘The Nation’
Dickens and his illustrators van Frederic G. Kitton
Al kort na het overlijden van Charles Dickens
werd erkend dat de illustraties van zijn publicaties,
belangrijk hebben bijgedragen aan het succes van zijn schrijversschap.
Dickens had zelf ook een groot aandeel
in het proces dat leidde tot de illustraties.
In 1899 verscheen er een boek dat een overzicht geeft van alle
illustratoren die met Dickens hebben samengewerkt:
Charles Dickens and his illustrators.
Dat kan dan gaan om zijn belangrijke werken (de romans)
maar ook om illustraties bij goedkope edities, verhalen,
artikelen, satirische bladen, speciale uitgaven enz.
Van dat boek verscheen in 1972 in Amsterdam een herdruk.
Daar heb ik nu een exemplaar gekocht.
Charles Dickens from a scarce lithograph by S. Eytinge Jr. / Charles Dickens op een zeldzame steendruk door S. Eytinge Jr, 1867 – 1868.
De opmerking over de zeldzaamheid van de steendruk is voor rekening
van Frederic G. Kitton.
Uitgegeven door S. Emmering in 1972.
De illustratoren die de meeste aandacht krijgen zijn: Cruikshank, Seymour, Buss, Phiz, Cattermole, Leech, Doyle, Stanfield, Maclise, Tenniel, Frank Stone, Landseer, Palmer, Topham, Marcus Stone, Luke Fildes.
Bij het boek ontving ik ook 21 kaarten met afbeeldingen
van bekende personen uit de boeken van Dickens.
Vandaag een eerste serie:
Dombey and Son, Mr Carker.
Dit is de hele kaart.
Van de volgende figuren toon ik alleen de afbeelding.
De kaarten zijn nogal vuil.
Volgens de boekverkoper gaat het hier om:
een serie van 21 gelithografeerde kaarten
uit de eerste helft van de 20e eeuw, 16.5 x 10.5 cm.
In goede staat met roestvlekjes.
Dombey and Son, Mrs Pipchin.
Nicholas Nickleby, Mr Lenville.
Nicholas Nickleby, Mr Ralph Nickleby.
Nicholas Nickleby, Mr Squeers.






















































































































