Lize Spelt: Het Smelt

Hoe een boek vier maanden op 1 in België kan staan
zonder dat Nederland het kent.

En hoe we met een experiment daar als uitgever iets aan willen doen.

Er is iets unieks gaande in de boekenwereld: een jonge schrijfster van wie tot voor kort niemand had gehoord, staat met haar debuut al vier maanden op nummer 1 in de Vlaamse bestsellerlijst.

Het boek wordt zelfs verfilmd en verschijnt binnenkort in acht landen, waaronder Engeland —waar normaal alleen Nederlandstalige sellers als Herman Koch worden uitgegeven. Wie uitgeverij Das Mag kent weet om welk boek het gaat: Het smelt van de jonge Lize Spit. Het beleeft een uitzonderlijke triomftocht. Toch kennen maar weinig Hollandse lezers het boek: van de inmiddels meer dan 60.000 verkochte exemplaren, werd maar 9% in Nederland verkocht. Dus gaan we een experiment doen.

Aan de ontvangst in Nederland kan het niet liggen: zowel NRC als Het Parool gaven het boek vier sterren en De Telegraaf noemde het ‘dé literaire sensatie’. Inmiddels is Lize Spit haar thuisland een Bekende Vlaming en staat ze er wekelijks in de krant — de Gazet van Antwerpen ging zelfs naar haar geboortedorp om oude buren te interviewen. In Nederland not so much. Gezond chauvinisme natuurlijk, ook de Vlaamse bladen staan niet vol over de nummer 1 van Nederland, Fajah Lourens. Maar wel héél jammer, want keer op keer blijkt dat lezers van Het smelt omver geblazen worden door het boek en de choquerende afloop:

 photo LizeSpitHetSmelt01.jpg

 photo LizeSpitHetSmelt02.jpg

 photo LizeSpitHetSmelt03.jpg

 photo LizeSpitHetSmelt04.jpg

Daarom laten we deze en vele andere tweets half juni op posterformaat verspreiden op 50 treinstations door heel Nederland. En omdat we vinden dat de reacties voor zich spreken, doen we dat zonder context of websitevermelding. De cover staat er niet zo prominent op als bij gangbare boekenposters, alle focus gaat naar het enthousiasme van de lezers. Tegelijkertijd leggen we honderden exemplaren van Het smelt in treinen als verrassing voor reizigers. Zal zo’n afwijkende campagne Nederlanders laten smelten (hihi haha) voor Lize Spit? We gaan het zien. Als uitgevers zijn we niet vies van een experiment — als de campagne voorbij is, laten we het je weten.

Creatieve woensdag 02

In de avond begonnen met het ontwerpen van de eerste
van vier linosnedes. De letter H.
Versierd met klimop.
Ik heb geen ervaring met linosnedes dus zie dit vooral
als een eerste proefje.

 photo WP_20160608_003DeLetterHFase1.jpg

 photo WP_20160608_004DeLetterHFase2.jpg

 photo WP_20160608_005DeLetterHFase3.jpg

Potlood op kalkpapier.


Creatieve Woensdag 02

Afgelopen woensdag in de ochtend bezig geweest met het handzetten
van een tekst. Een belangrijke zin daarin is….

 photo WP_20160608_001IkBenJanDeWijs.jpg

Ik ben Jan de Wijs. Je ziet hier goed de individuele losse letters, het uitvullen aan het eind (de regel vullen met spaties zodat die ruimte onbedrukt zal blijven), de ruimte tussen de regels (interlinie).


 photo WP_20160608_00212En10PuntsHandzetwerk.jpg

Hier zie je het resultaat van de afgelopen woensdagen naast elkaar: links een tekst in 12 punts en rechts de tekst waar ik nu aan werk in 10 punts.


 photo WP_20160608_00212En10PuntsHandzetwerkDetail01.jpg

Vermoedelijk moet dit zetwerk nog goed schoongemaakt worden voor het voor het drukken kan worden gebruikt. De letters zijn vuil.


Creatieve Woensdag 03 I

Op woensdag ben ik weer druk in de weer met
het met de hand zetten van teksten.
Ik doe dat bij het Nederlands Drukkerij Museum in
Etten-Leur.
De teksten zullen in mijn volgende boekje komen dat
als titel zal hebben:
een spokende zwarte Hond met eenen sleutel in den mond.

Zo’n titel, daar moet een verhaal achter zitten.
Het eerste deel van dat verhaal lees je hier:

De reeks ‘Onze volksverhalen’ bestaat uit 14 boeken
met verhalen uit Nederland en Vlaanderen.
Het deel dat ik heb heet:
‘Volksverhalen uit Noord-Brabant’ en is uit 1980.
De redactie was door Dr. Tjaard W. R. de Haan en
mijn deeltje is samengesteld door Willem de Blecourt.
In de inleiding wordt beschreven hoe de belangstelling
voor volksverhalen in het zuiden ontstond en daarbij
wordt ook stilgestaan bij opvallende gebeurtenissen of
waanvoorstellingen.
Zo ook bij
‘een spokende zwarte Hond met eenen sleutel in den mond’.
En de titel van dit boek was geboren (Nicolaus Westendorp,
predikant en schoolopziener, 1830.)

 photo WP_20160525_001DeTekstIsNogNietCompleet.jpg

De eerste tekst (van 4) is al ver af.


 photo WP_20160525_002DelaatsteDrieRegels.jpg

De laatste drie regels op de zethaak maken de tekst compleet.


 photo WP_20160525_003GaleiMetTekst.jpg

Hier ligt de volledige tekst op de galei. Het is qua lengte het middelste verhaal. Het is een soort thriller die zich afspeelt op de grens tussen Belgie en Nederland.


 photo WP_20160525_004DeCompleteTekstMetEenTouwtjeOpbinden.jpg

De complete tekst bestaande uit losse letters en spaties opbinden met een stukje touw vraagt oefening. Veel oefening. Ik ben dan ook blij dat een echte handzetter dat voor mij doet.


 photo WP_20160525_005TekstVanDeGaleiNaarDeProefpers.jpg

De tekst gaat nu voor de eerste keer naar een drukpers. In dit geval een kleine proefpers. Van de galei wordt de tekst op de pers overgebracht.


 photo WP_20160525_006Dresseren.jpg

Hier wordt het zetwerk gedresseerd. Alle letters, spaties en de interlinies (de loden of aluminiumstrips die er voor zorgen dat er straks voldoende ruimte tussen de regels zit om de tekst goed te kunnen lezen) moeten aan de bovenkant dezelfde hoogte hebben om goed afgedrukt te kunnen worden. Dat gelijk maken heet dresseren.


 photo WP_20160525_007Inkten.jpg

Het inkten van de tekst.


 photo WP_20160525_008DeEersteDrukproefGereedVoorCorrectie.jpg

Zo ontstaat de eerste drukproef.


Kaft nog niet gelukt

 photo DSC_0214NogMaarEvenBijgelijmd.jpg

Zoals op de foto hierboven te zien is was de afbeelding los op twee plaatsen. Een kant is hier goed te zien. Ik heb dus nog maar een beetje bijgeplakt. Het ligt weer onder bezwaar. Dus morgenavond maar eens zien of ik er verder mee kan.


Kaft voor mijn boek

Als je een boek inbindt dan zit ik nog vaak met een lege kaft.
Daarom dat ik eens wil proberen of ik met een Transfer Medium
een zelf samengestelde afbeelding kan overbrengen op het
boekbinderslinnen.
Eerst maar eens een afbeelding maken:

 photo IndiaCompilatieTest01.jpg

Dit is een compilatie van foto’s van een landkaart van India met foto’s van de laatste vakantie. Zo kun je bijvoorbeeld het kenmerk van Chandigarh zien (het Open Hand-monument), het Paleis van Justitie van Chandigarh, Sangam in Allahabad, de stupa in Sanchi, een rotstekening uit Bhimbetka, Aarti in Varanasi, pelgrim in Haridwar, beeld uit het museum in Bhopal enz.


Dat beeld heb ik nodig in spiegelschrift. Want als je het gaat
overbrengen dan komt het pas correct te staan.
Dus de afbeelding waar ik aan werkte ziet er als volgt uit.

 photo IndiaCompilatieTest02.jpg


 photo DSC_0210HetBoekbindlinnenLigtGereedOpDePlankEnBakpapierOmStraksEenEnAnderOnderBezwaarTeLeggen.jpg

Ik heb een stuk boekbindlinnen op maat gemaakt. Dat leg ik op een houten plaat. Op die plaat ligt een stuk bakpapier om ongewenst plakken tegen te gaan. Straks kan hier dus nog een plaat hout bovenop en een stapel boeken.


 photo DSC_0211AfbeeldingNogEvenPositionerenVoorAanbrengenTransferMedium.jpg

De afbeelding nog even nauwkeurig positioneren. De liniaal en driehoek moeten me dadelijk helpen om na het aanbrengen van het medium de afbeelding snel weg te kunnen leggen.


 photo DSC_0212VolgesmeerdMetCollallTransferMediumEnOpLinnenGeplaatst.jpg

De afbeelding is goed ingesmeerd met medium (vind ik) maar droogt al snel en het papier scheurt in. Het geeft al met al niet zo’n goed gevoel. Morgenochtend maar zien of het onder bezwaar goed gedroogd is, of het papier zich laat verwijderen en of de afbeelding dan overgebracht is.


Victor Klemperer: Zo zag de waarheid er op donderdag uit

Zo zag de waarheid er op donderdag uit
Dagboek van een revolutie
1919

Victor Klemperer is een Duitser, een protestant geworden jood,
die geboren is in 1881 en in het najaar van 1918 en begin 1919
in onder andere München was.
De Eerste Wereldoorlog loopt op zijn einde, generaals
(Veldmaarschalk Paul von Hindenburg en Generaal Erich Ludendorff)
beheersen feitelijk het politieke leven in Duitsland.
Maar de mensen zijn het zat en willen verandering.
In die golf van veranderingen ontstaat in München een radenrepubliek
die al snel bloedig wordt neergeslagen door vrijkorpsen.
De sfeer was daar, de wieg voor het nationaalsocialisme, de Shoah
en de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, stond klaar.

De faculteitszitting, waarop ik me erg had verheugd, was een teleurstelling.
Later ervoer ik herhaaldelijk dat zulke ‘algemene’ of ‘grote’ faculteitszittingen altijd alleen maar schijngevechten zijn.
De besluiten worden vooraf in de kleine kring van hoogleraren genomen, de discussie van de gentes minores (Argusvlinder: het gewone volk) wordt gestuurd, er is nauwelijks tegenspraak te vrezen, en een stemming al helemaal niet, want iedere privaatdocent wil ooit hoogleraar worden en iedere buitengewoon hoogleraar ooit gewoon hoogleraar, en de ministeries van Cultuur van de afzonderlijke bondsstaten schikken zich naar de faculteiten, dat wil zeggen van de hoogleraren, en de faculteiten van de afzonderlijke universiteiten staan voortdurend in contact met elkaar.
Als privaatdocent Schulze in Tubingen de naam krijgt een querulant te zijn, wordt hij niet alleen in Tubingen nooit meer buitengewoon hoogleraar, maar komt hij ook nooit in aanmerking voor een benoeming op een leerstoel in Erlangen of Rostock.

Pagina 40 – 41.

Dit eerste fragment geeft aan dat een belangrijk instituut als de
universitaire wereld in het Duitsland van 1918 – 1919 niet gezond was.
Als dit breed voorkomt in een democratische samenleving kun je
je de vraag stellen of het niet de verkeerde kant opgaat.

 photo WP_20160512_001VictorKlempererZoZagDeWaarheidErDonderdagUit.jpg

Victor Klemperer – Zo zag de waarheid er op donderdag uit – Dagboek van een revolutie – 1919


Het volgende fragment laat zien hoe scherp Klemperer observeert, hier in mei 1919.

Terwijl een vrolijke stroom mensen door de Ludwigstrasse trok en tevreden het aanplakbiljet van de regering-Hoffmann las, volgens welk Beierse troepen onder leiding van generaal Von Möhl en Pruisische troepen onder leiding van luitenant-kolonel Oven waren binnengetrokken, alleen om de orde te herstellen, en waarop tegelijkertijd het standrecht en de komst van treinen met levensmiddelen en kolen werden aangekondigd, hoorden we steeds krachtiger ontploffingen in een steeds hoger tempo.
Ik maakte later nog een oriënterende wandeling in de richting van de Stachus.
Overal groepjes mensen die terugdeinsden als het gegier en geknetter te dichtbij kwamen en later hun neus weer lieten zien, en er waren enkele dapperen of roekelozen die zich verder waagden, zwarte rook boven het station en omgeving.

En onderwijl marcheren, rijden en galopperen nieuwe troepen met mortieren, geschut, foeragewagens en veldkeukens door de Ludwigstrasse, soms met muziek, en bij de Siegetor stopt een EHBO-team, en in alle straten verdelen flinke patrouilles en afdelingen verschillende wapens onder elkaar en op alle hoeken, waar dekking is en toch uitzicht, verdringt het publiek zich, soms met een toneelkijker in de hand.
Als er een verkoper met de Post verschijnt, ontstaat er gedrang, soms zelfs een vechtpartij, om de altijd weer te weinig exemplaren.

Pagina 164 – 165.

Meestal lees ik meerdere boeken tegelijkertijd. Dat wil zeggen ik heb een boek
voor de zaterdagochtend en eventueel de rest van het weekend, een bij mijn bed
en een in mijn tas voor in de trein of onderweg.
Toevallig lees ik dus nu ook het boek ‘Het einde van de rode mens’ van
Svetlana Alexijevitsj. De ondertitel van het boek is:
‘Leven op de puinhopen van de Sovjet-Unie’.
Een ongelofelijk boek. Ik zou meer willen begrijpen over de manier
waarop ze van interviews tot deze teksten komt.

Het volgende fragment van Svetlana Alexijevitsj lijkt heel sterk
op de algemene, wat naief ‘vrolijke’ stemming in München die Klemperer
beschrijft uit 1919 maar die dan ineens heel serieus kan worden.
Hier een scene uit Moskou in 1993:

Allemaal net als in 1991.
We gingen er heen, ik ging erheen.
Er waren duizenden mensen.
Ik herinner me dat ik met de massa een kant op rende.
Ik struikelde en viel op een bord met ‘Voor een Rusland zonder rijke stinkerds!’
Ik stelde me meteen voor wat ons wachtte als generaal Makasjov zou winnen…
(Argusvlinder: Makasjov was de leider van de opstand tegen Jeltsin als Minister van Oorlog in de tegenregering; en had zich verschanst in het Witte Huis in Moskou)
Ik zag een gewonde jongen die niet meer kon lopen en droeg hem.
‘Voor wie ben jij,’ ‘voor Jeltsin of voor Makasjov?’
Hij was voor Makasjov…
We waren dus vijanden.
‘Flikker maar op!’ zei ik.
En Verder?
We raakten snel verdeeld in witten en roden.
Naast een ambulance lagen tientallen gewonden.
Ik weet nog goed dat ze allemaal afgetrapte schoenen droegen, allemaal eenvoudige lui.
Arme mensen.
Iemand vroeg me weer: ‘Stond de vent die jij droeg aan onze kant?
Gewonden van de andere kant namen ze pas op het laatst, die lagen te bloeden op het asfalt…
‘Zijn jullie gek geworden!’ – ‘Dat zijn toch onze vijanden?’
In die twee dagen gebeurde er iets met de mensen, er veranderde sowieso iets in de lucht.
de mensen om me heen waren volstrekt anders dan de lui met wie ik twee jaar geleden bij het Witte huis had gestaan.
Deze mensen liepen met shanks (Argusvlinder: steekwapen) en met echte machinegeweren, uitgedeeld vanaf een vrachtwagen.
Het was oorlog!
Het was ernst.
De doden werden naast een telefooncel opgestapeld.
Die hadden ook afgetrapte schoenen.
Niet ver van het Witte Huis waren de cafés geopend, daar werden gewoon biertjes gedronken.
Nieuwsgierigen keken vanaf de balkons toe wat er gebeurde, alsof ze in de schouwburg zaten.
Voor mijn ogen zag ik twee mannen uit het Witte Huis komen met een televisietoestel.
Uit hun jaszakken puilden telefoonhoorns.
De plunderaars werden van boven flink onder vuur genomen.

Pagina 285.
Het boek ‘Het einde van de rode mens’ heb ik nog niet uit.
Daar kom ik later nog wel een keer op terug.
Maar de overeenkomt is frapant.

 photo WP_20160513_002SvetlanaAlexijevitsjHetEindeVanDeRodeMensLevenOpDePuinhopenVanDeSovjet-Unie.jpg

Svetlana Alexijevitsj – Het einde van de rode mens – Leven op de puinhopen van de Sovjet-Unie


ABCdarium

Aan mijn ABCdarium wordt al lang gewerkt
maar het einde is in zicht.
Het boek bevat drie boekblokken.
Ieder boekblok bestaat uit verschillende afdrukken van een letter
op verschillende kleuren en soorten papier,
die vervolgens uitgesneden zijn;
een ‘gedichtje’ dat bij de betreffende letter hoort;
en een paar pagina’s met foto’s die gemaakt zijn
tijdens het drukproces en die vervolgens versneden zijn
tot compilaties, nieuwe vormen enz.

Hieronder zie je het boekblok voor de letter A:

 photo DSC_0206ABCDariumLetterA 01Voorkanten.jpg

Het drukwerk en uitsnijden van de letters en foto’s is uitgevoerd onder coördinatie van Annette Paulsen in Tilburg, het drukwerk van de tekst is met de hand gezet onder leiding van Cees Smolders, de drukker is Cees Mathijssen, coördinatie Cees Jochems, bij het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur.


 photo DSC_0207ABCDariumLetterA 02Achterkanten.jpg

De letter A die nog met de andere boekblokken moet worden ingebonden. Hier de achterkanten van de bladen.


Creatieve Woensdag

Tot nu toe is het weer een creatieve week geweest.
Gisterochtend naar het Nederlands Drukkerij Museum geweest
in Etten Leur waar ik me bezig hou met een nieuw project.
Ik ben nu een van de drie teksten aan het zetten met de hand.
Foto’s heb ik er deze keer niet gemaakt behalve deze tekening
van het interieur van een drukkerij in laten we zeggen 1650 – 1700.

 photo WP_20160504_001DrukkerijInLateMiddeleeuwen.jpg


Daarnaast ben ik woensdagavond in Tilburg geweest.
Daar in het atelier werk ik al veel maanden aan mijn ABCdarium.
Het nadert zijn voltooiing.
Ik heb met houten en loden letters figuren gedrukt.
Met de hand. Met de letters A, B en C.
Vervolgens zijn die gefotografeerd.
De gedrukte resultaten zijn vervolgens versneden.
Soms gecombineerd, soms breed uitgesneden in nieuwe figuren.
Vergelijkbare dingen zijn er gebeurd met de foto’s.
Mijn boek krijgt drie katernen die elk individueel
worden ingebonden. 1 Maal Japans, 2 maal met cahiersteek.
De tekst op de kaft en in de katernen zijn met de hand gezet.
Op dit moment ben ik de laatste letters aan het versnijden
en opplakken.
Daar wat foto’s van.

 photo WP_20160504_002IntertwinedB.jpg

Intertwined B, Gevlochten B (het vlechtwerk ontbreekt hier nog. Hier alleen de gesneden stroken. Het vlechtwerk heb ik vandaag uitgevoerd).


 photo WP_20160504_003ColorfullBorder.jpg

Colorfull border for C, Gekleurd Katern voor C.


 photo WP_20160504_004FromTheCuttingFloor.jpg

From the cutting floor, Van de snijvloer.


 photo WP_20160504_006PerfectImperfection.jpg

Perfect imperfaction, Perfecte imperfectie.


 photo WP_20160504_007TheCMonument.jpg

Monument for C, Monument voor C.


 photo WP_20160505_001DeInTePlakkenPaginasC.jpg

Hier liggen de in te plakken pagina’s voor letter C gereed.


 photo WP_20160505_002BuitenkantC.jpg

De buitenkant van het katern voor de letter C.


 photo WP_20160505_003LetterC.jpg

Letter C, binnenpagina.


 photo WP_20160505_005LetterC.jpg

Letter C, binnenpagina.


 photo WP_20160505_006PerfectImperfections.jpg

De pagina Perfect Imperfection is niet gesneden of geknipt maar is de enige pagina waar de letters zijn uitgescheurd.


 photo WP_20160505_008CKatern.jpg

Binnenkant C-katern.


 photo WP_20160505_013BStaatVoorBeeldscherm.jpg

B is voor Beeldscherm. Hier een foto van de eerste stappen van wat uiteindelijk de voorpagina van het Katern van de letter B is geworden. De pagina’s voor de letter B worden maar aan 1 kant voorzien van afbeeldingen. Aan een kant is een strook open gehouden. De pagina’s worden met de Japanse bindwijze gebonden en dat vraagt ruimte.


 photo WP_20160505_017DePaginasLetterBZijnOokGereed.jpg

De 8 pagina’s voor de letter B zijn gereed. Ze liggen nu onder bezwaar om goed te drogen.


C is van Computer

Afgelopen weekend bezig geweest met mijn ABCdarium.
Het was zonnig genoeg en er was weinig wind dus
kon ik zondag aan de slag met lijmspray (spuitbus waar lijm uit komt).
Die spray zorgt voor een heel mooi egaal laagje lijm waardoor
mijn papier niet gaat bobbelen.

 photo WP_20160501_001CIsVanComputer.jpg

Ik begon met de C van Computer. Maar helaas was de spuitbus al snel leeg en de hobbywinkel is nooit open op zondag.


 photo WP_20160501_004DrHBrugmansHetStaatkundigEnMaatschappelijkLeven.jpg

Dus lagen er maar twee bladen ondere deze ‘inburgingscursus’: Dr H. Brugmans, Het staatkundig en maatschappelijk leven. Die diende als bezwaar.


Vanmiddag gauw even naar de hobbywinkel geweest en een noieuwe bus gekocht.
Dus Hemelvaart kom ik wel creatief door.

Gelezen en gezien: Gentlemen prefer blondes.

Gentlemen prefer blondes. The illuminating diary of a professional lady.

We kennen deze titel waarschijnlijk het best van de film maar het is een boek
geschreven door Anita Loos. Het verscheen eerst in Harper´s Bazaar in 1925
en later in boekvorm in 1959.
De uitgave die ik net gelezen heb is de uitgave uit 2015 door de Folio Society.

 photo WP_20160430_001AnitaLoosGentlemenPreferBlondes.jpg

Anita Loos, Gentlemen prefer blondes. De uitgave van Folio Society.


De humor in het boek is erg leuk en heel erg eerste helft 20ste eeuw.
Je herkent die humor uit de films over die tijd zoals de film naar
dit boek: Gentlemen prefer blondes uit 1953 met Jane Russell en Marilyn Monroe.
Ook Charles Coburn dient vermeld te worden als Sir Francis ‘Piggy’ Beekman.
De film is gemaakt door Howard Hawks en bevat de beroemde scene
waarin Marilyn Monroe in roze outfit Diamonds are a girls best friend zingt.

 photo WP_20160430_003GentlemenPreferBlondes.jpg

Dat roze is ook de kleur van het boek zoals uitgegeven door de Folio Society
in hun serie Folio collectables. De reguliere uitgaves van Folio
hebben extra aandacht voor allereerst goede, bijzondere boeken en daarnaast
een goed verzorgde uitgave± aandacht voor de typografie, de illustraties,
het papier, het druk- en bindwerk.Vaak zijn de boeken voorzien van
een doos (slip case) waar het boek nog meer bescherming heeft.
In de serie Folio collectables is de slip case niet aanwezig en gaat het
bijna altijd om kortere teksten.

 photo WP_20160430_002AnitaLoosGentlemenPreferBlondesFFolkes.jpg

De illustraties in de Folio uitgave zijn van Michael ffolkes.


De film ‘Gentlemen prefer blondes’, op zijn beurt,
is gebaseerd op de musical die op het boek is gebaseerd.
In 1928 was er al een stomme film van gemaakt. Maar van deze film bestaan
geen exemplaren meer.

 photo gentlemenPreferBlondesFilmposterVanDeStommeFilmUit1928.jpg

This is a theatrical poster for the 1928 film Gentlemen Prefer Blondes featuring a scene with actors Ruth Taylor and Holmes Herbert. The theatrical poster copyright is believed to belong to the distributor of the film or the publisher of the film.


De film uit 1953 is ook erg grappig en neemt de karakters over van het boek, delen
van het verhaal maar past het verhaal ook sterk aan (niet de strekking) en
neemt ook grappen over. Zoals die over het hoedje van mevrouw Beekman.

Een paar voorbeelden van die humor:

Lorelei Lee (Marilyn Monroe) en Dorothy Shaw (Jane Russell)
zijn de twee hoofdrolspelers. Lorelei heeft weinig boekenkennis maar
weet zich goed in de wereld te redden. Dorothy is de meer
doorgewinterde van het stel.
Op hun avonturen gaan ze naar London. Hoofdstuk 3 heet dan ook:
London is really nothing.

Well, Dorothy and I are really at London.
I mean we got to London on the train yesterday as the boat does not come clear up to London but it stops on the beach and you have to take a train.
I mean everything is much better in New York and I am really beginning to think that London is not so educational after all. …
So Dorothy and I came to the Ritz and it is delightfully full of Americans. I mean you would really think it was New York because I always think that the most delightful thing about traveling is to always be running into Americans and to always feel at home.

Pagina 40

In hoofdstuk 4 zijn ze in Parijs.
Dat is andere koek. Hoofdstuk 4 heet dan ook: Paris is devine.

So the veecount (dit woord is geen Engels, het is de verbastering van viscount, burggraaf) was really delightful after all. So then we rode around and we saw Paris and we saw how devine it really is.
I mean the Eyefull Tower (Eiffeltoren is hier verbasterd naar een Oogvolle Toren) is devine and it is much more educational than the London Tower, because you can not even see the London Tower if you happen to be two blocks away.

Pagina 76-77


Lees het boek en zie de film!

 photo WP_20160430_004GentlemenPreferBlondes.jpg

De rug van Gentlemen prefer blondes in de Folio-uitgave.


 photo 1953FilmPoster.jpg

De ruggen op de filmposter uit 1953 met een ervaren Jane Russell en de beginneling: Marilyn Monroe.


Will Eisner

Will Eisner, voor hen die hem niet kennen,
is een pionier op het gebied van strips en graphic novels.
Het is een Amerikaan die onder andere de strip The Spirit
en de graphic novel A Contract with God heeft gemaakt.
Dat laatste boek is eerder besproken op mijn blog.

Spirit is een gemaskerde held die vanaf 1940 – 1952 verscheen in
Amerikaanse weekendkranten.

A Contract with God (1978) wordt bedchouwd als de eerste Amerikaanse graphic novel.

 photo TheLostWorkOfWillEisnerFromTheCollectionOfJosephMGetsinger.jpg

The lost work of Will Eisner from the collection of Joseph M. Getsinger.


Een tijd terug kwam ik een crowdsfunding actie tegen op Kickstarter.
Er was een verzamelaar die een grote hoeveelheid cliches in bezit
had van strips die nauwelijks bekend waren.
Met deze originele cliches is nu een boekje gemaakt en de
Kickstarter actie ging erom dit mogelijk te maken.
Onze naam staat ook in het boek.

Er staat een serie cartoons in die in de jaren 1930 verschenen
onder het pseudoniem Carl Heck. De strip heette Uncle Otto.

 photo TheLostWorkOfWillEisnerCarlHeckUncleOtto.jpg

Een voorbeeldje van de strip Uncle Otto. De strip bestaat uit 4 plaatjes die hier vanwege de breedte van mijn blog 2 aan 2 onder elkaar staan. Origineel staan de 4 plaatjes naast elkaar.


Daarnaast is een serie opgenomen over een detective:
Harry Karry, onder pseudoniem Willis B. Rensie.

 photo TheLostWorkOfWillEisnerWillisBRensieHarryKarry.jpg

Dit is een voorbeeldje van Harry Karry. Deze strip ziet er veel beter getekend uit en bevat ook meer tekst. Ook deze stonden origineel allemaal naast elkaar.


 photo TheLostWorksOfWillEisnerLocustMoon.jpg

Een van de twee pagina’s met namen van mijn mede crowd funders.


 photo TheLostWorksOfWillEisnerLocustMoonDetail.jpg

Argus staat er tussen. De uitgever van dit boekje is Locust Moon. Op de website van deze stripwinkel zie je nog meer voorbeelden.


Boekomslagen

Af en toe kijk ik met extra aandacht naar blogs en sites
die zich bezig houden met het ontwerpen van de omdlag
van boeken. Deze week zag ik de volgende twee boekomslagen.
Prachtig door hun eenvoud.

 photo HarryMulishTheAssaultDeAanslag.jpg

Harry Mulisch, The Assault (de Aanslag).


 photo BarneyNorrisFiveRiversOnAWoodedPlain.jpg

Barney Norris, Five rivers on a wooden plain. Vijf rivieren op een houten vlakte. Ik ken nog de auteur nog de titel. Maar mooi is de omslag wel.


Amazon UK:

“The five rivers which meet around Salisbury symbolise the five people and the stories of their life over a few months of the summer. The novel is bookended by one of them, Liam, with a brief enigmatic introduction, and a longer conclusion where he muses over the impact the other four have had on him. Each of the other four has a separate chapter to tell their own tale. The five meet together only once, at the central dramatic moment, but there are several individual meetings, some before the novel’s timeframe (some of which have been forgotten until now). This happens like the five rivers, which as Liam says “[although they] never come together in the same place at the same time, disappear instead back into the greater body of water they came from, and make their way out to the sea.”

Creatieve woensdag 02

Afgelopen woensdag 4 ontwerpen gemaakt voor mijn
ABCdarium met afdrukken van loden en houten letters
en met foto’s die gemaakt zijn tijdens het drukproces.
Daarmee is de letter B ongeveer halverwege.
Hieronder de resultaten:

 photo WP_20160420_002BBow.jpg

BBow.


 photo WP_20160420_003BSmear.jpg

BSmear.


 photo WP_20160420_004BijnaKubistisch.jpg

BCube. Bijna cubistisch. Naar mijn smaak de pagina die het best gelukt is van het stel.


 photo WP_20160420_005Bbbbb.jpg

BBbbbb.


De titels van de pagina’s is natuurlijk onzin.
Vier maal de letter(s) B.

Aan de bovenkant van de pagina’s is witte ruimte vrij gehouden
omdat daar de Japanse binding gebruikt gaat worden.
De afbeeldingen liggen nog los.
Misschien, als het droog is, een activiteit voor Koningsdag.

Gelezen: Radetzkymars

 photo WP_20160417_001JosephRothRadetzkyMars.jpg

Joseph Roth, Radetzkymars, zestiende druk juli 2014. Vertaald door W. Wielek-Berg. Vertaling herzien door Elly Schippers.

En de luitenant ging langzaam zijn zware gang. Het was drie uur in de middag. De kleine kooplieden wachtten mistroostig en verkleumd voor hun winkels op de schaarse klanten. Uit de werkplaatsen van de handwerkers kwamen vertrouwde en vruchtbare geluiden. In de smidse werd vrolijk gehamerd, bij de blikslager dreunde het hol, uit de kelder van de schoenmaker kwam haastig geklop en bij de timmerman zoemden de zagen. Alle gezichten en alle geluiden van de werkplaatsen kende de luitenant. Hij reed er elke dag tweemaal langs. Vanuit het zadel kon hij over de oude blauw-witte uithangborden kijken, waar zijn hoofd boven uitstak. Elke ochtend keek hij in de huiskamers op de eerste verdieping, hij zag de bedden, de koffiekannen, de mannen in hun hemd, de vrouwen met loshangend haar, de bloempotten op de vensterbank, gedroogde vruchten en ingelegde augurken achter versierd rasterwerk.
Nu stond hij voor de villa van dokter Demant. Het hek knarste. Hij ging naar binnen. De oppasser deed open. De luitenant wachtte. Mevrouw Demant kwam. Hij beefde een beetje. Hij herinnerde zich het condoleancebezoek aan wachtmeester Slama. Hij voelde de zware. vochtige, koude, slappe hand van de wachtmeester. Hij zag de donkere gang en de roodachtige salon. Hij proefde de muffe nasmaak van de frambozenlimonade. Ze is dus niet in Wenen, dacht de luitenant pas op het moment dat hij de weduwe zag. Haar zwarte japon verraste hem. Het was alsof hij nu pas ontdekte dat mevrouw Demant de weduwe was van de regimentsarts. Ook de kamer waar hij naartoe werd gebracht was niet de kamer waar hij gezeten had toen zijn vriend nog leefde. Aan de muur hing, zwart omfloerst, het grote portret van de dode. Het schoof steeds verder weg, net als de keizer in het casino, alsof het niet dicht bij de ogen en grijpbaar voor de handen was, maar onbereikbaar ver achter de muur, als door een raam gezien. ‘Ik dank dat u gekomen bent!’ zei mevrouw Demant. ‘Ik kom afscheid nemen,’ antwoordde Trotta. Mevrouw Demant hief haar bleke gezicht op. De luitenant zag de mooie, grijze, stralende glans van haar grote ogen. Ze waren recht op zijn gezicht gericht, twee ronde lichten van glanzend ijs. In de winterse namiddagschemering van de kamer brandden alleen de ogen van de vrouw. De blik van de luitenant vluchtte naar haar smalle, witte voorhoofd en verder naar de muur, naar het verre portret van de dode man. De begroeting duurde veel te lang, het werd hoog tijd dat mevrouw Demant hem verzocht te gaan zitten. Maar ze zei niets. Intussen voelde hij hoe de duisternis van de naderende avond door het raam viel en hij was zo bang als een kind dat in dit huis nooit een licht aangestoken zou worden. Geen passend woord kwam de luitenant te hulp. Hij hoorde de zachte ademhaling van de vrouw. ‘wat staan we hier toch,’ zei ze eindelijk. ‘Laten we gaan zitten!’ Ze gingen tegenover elkaar aan tafel zitten. Daar zat Carl Joseph zoals ooit bij wachtmeester Slama, met de deur in zijn rug. En net als toen voelde hij de deur als een bedreiging. Van tijd tot tijd leek hij zomaar geruisloos open te gaan en even geruisloos weer dicht. Donkerder kleurde zich de schemering. De zwarte japon van mevrouw Eva Demant vloeide erin over. Nu was ze gekleed door de schemering zelf. Haar witte gezicht zweefde naakt, ontbloot op het donkere oppervlak van de avond. Verdwenen was het portret van de dode man aan de muur tegenover hem. ‘Mijn man,’ zei de stem van mevrouw Demant in de duisternis. De luitenant kon haar tanden zien blinken; ze waren witter dan haar gezicht. Allengs onderscheidde hij ook weer de stralende glans van haar ogen. ‘U was zijn enige vriend! Hij heeft het vaak gezegd! Hij had het zo vaak over u! Als u dat eens wist! ik kan niet begrijpen dat hij dood is. En’- ze fluisterde -‘dat ik daaraan schuldig ben!’
‘Ik draag de schuld!’ zei de luitenant. Zijn stem was zeer luid en hard en klonk hem zelf vreemd in de oren. Het was geen troost voor de weduwe Demant. ‘Ik draag de schuld!’ herhaalde hij. ‘Ik had u voorzichtiger naar huis moeten brengen. Niet langs het casino.’
De vrouw begon te snikken. Hij zag haar bleke gezicht, dat zich steeds dieper over de tafel boog, als een grote, witte, ovale, langzaam omlaagzakkende bloem. Plotseling verschenen links en rechts haar witte handen, ze namen het omlaagzakkende gezicht in ontvangst en vlijden het neer. En daarna was er een tijdlang, een minuut en nog een, niets anders te horen dan het gesnik van de vrouw. Een eeuwigheid voor de luitenant. Ik moet opstaan en haar laten huilen en weggaan, dacht hij. Hij stond inderdaad op. Meteen vielen haar handen op tafel. Met een rustige stem, die schijnbaar uit een andere keel kwam dan het gesnik, vroeg ze: ‘Waar gaat u heen?’
‘Het licht aansteken!’ zei Trotta.
Ze stond op, liep om de tafel, rakelings langs hem heen. Hij rook een zacht vleugje parfum, weg was het, opgelost. Het licht was fel; Trotta dwong zichzelf recht in de lampen te kijken. Mevrouw Demant hield haar hand voor haar ogen. ‘Doe het licht boven de console aan,’ beval ze. De luitenant gehoorzaamde. Ze wachtte bij de deur, met haar hand boven haar ogen. Toen het kleine lampje onder de zachte, goudgele kap brandde, knipte ze de plafondlamp uit. Ze nam haar hand van haar ogen zoals een vizier wordt afgenomen. Ze zag er weer resoluut uit in haar zwarte japon, met haar bleke gezicht, dat ze naar Trotta ophief. Vertoornd en dapper was ze. Op haar wangen zag hij de kleine sporen van opgedroogde tranen. Haar ogen straalden, zoals altijd.
‘Ga daar zitten, op de divan!’ beval mevrouw Demant. Carl Joseph ging zitten. De behaaglijke kussens gleden van alle kanten, van de leuning, uit de hoeken, arglistig en behoedzaam tegen de luitenant aan. Hij voelde dat het gevaarlijk was om hier te zitten, schoof resoluut naar de uiterste rand, legde zijn handen op de korf van zijn sabel, die hij tussen zijn benen had gezet, en zag mevrouw Eva komen. Ze leek de gevaarlijke bevelhebber van al die kussens en bekledingen. Aan de muur, rechts van de divan, hing het portret van zijn dode vriend. Mevrouw Eva ging zitten. Een zacht kussentje lag tussen hen in. Trotta verroerde zich niet. Zoals altijd wanneer hij geen uitweg zag uit een van de talrijke, pijnlijke situaties waarin hij verzeild placht te raken, stelde hij zich steeds voor dat hij wel in staat was om weg te gaan.
‘U wordt dus overgeplaatst?’ vroeg mevrouw Demant.
‘Ik laat me overplaatsen!’ zei hij, met zijn blik op het tapijt, zijn kin in zijn handen en zijn handen op de korf van de sabel.
‘Moet dat?’
‘Ja, dat moet!’
‘Dat spijt me! Dat spijt me zeer!’
Mevrouw Demant zat, net als hij, met haar ellebogen op haar knieën, haar kin in haar handen en haar blik op het tapijt gericht. Ze wachtte waarschijnlijk op een woord van troost, op een aalmoes. Hij zweeg. Hij genoot van het heerlijke gevoel de dood van zijn vriend door zijn wrede zwijgen op een verschrikkelijke manier te wreken. Er schoten hem verhalen te binnen over gevaarlijke, kleine, mooie vrouwen die mannen vermoordden, verhalen die in de gesprekken van zijn kameraden steeds terugkeerden. Zij behoorde hoogstwaarschijnlijk tot de gevaarlijke categorie van de zwakke moordenaressen. Hij moest proberen zich ogenblikkelijk aan haar macht te onttrekken. Hij maakte zich gereed om weg te gaan. Op dat moment veranderde mevrouw Demant van tactiek. Ze nam haar handen van haar kin. Haar linkerhand begon zacht en systematisch het zijden galon glad te strijken waarmee de divan was afgezet. Haar vingers volgden het smalle, glanzende pad dat van haar naar luitenant Trotta leidde, op en neer, regelmatig en langzaam. Ze slopen in zijn gezichtsveld, hij wou dat hij oogkleppen droeg. De witte vingers verwikkelden hem in een zwijgend gesprek, dat onmogelijk kon worden afgebroken. Een sigaret opsteken; een uitstekend idee! Hij haalde zijn sigarettenetui tevoorschijn, de lucifers. ‘Geef mij er een!’ zei mevrouw Demant. Hij moest haar aankijken toen hij haar vuur gaf. Hij vond het ongepast dat ze rookte, alsof nicotinegenot tijdens de rouw verboden was. En de manier waarop ze de eerste trek deed, waarop ze haar lippen rondde tot een kleine, rode kring waaruit de ijle, blauwe wolk kwam, was overmoedig en verdorven.
‘Hebt u een idee waarheen u wordt overgeplaatst?’
‘Nee,’ zei de luitenant, ‘maar ik zal mijn best doen om heel ver weg te gaan!’
‘Heel ver? Waarheen bijvoorbeeld?’
‘Misschien naar Bosnië.’
‘Denkt u dat u daar gelukkig kunt zijn?’
‘Ik denk niet dat ik ergens gelukkig kan zijn!’
‘Ik hoop dat u het wordt!’ zei ze snel, heel snel, naar het Trotta voorkwam.
Ze stond op, kwam terug met een asbak, zette hem op de grond tussen hen in en zei: ‘Wij zullen elkaar dus waarschijnlijk nooit meer zien!’
Nooit meer! Het woord, het gevreesde woord, de oeverloze, dode zee van de lege eeuwigheid! Nooit meer zou hij Katharina zien, dokter Demant, deze vrouw! Carl Joseph zei: ‘Waarschijnlijk niet! Helaas!’ Hij wilde eraan toevoegen: ook Max Demant zal ik nooit meer zien! Weduwen moeten verbrand worden! een van de vermetele uitspraken van Taittinger, schoot hem op hetzelfde moment door het hoofd.

Pagina 135 – 139.
Een lang fragment. Maar schitterend geschreven.
Hier zijn Joseph Roth en de vertaler op stoom.

Creatieve Woensdag

Eindelijk, na een groot aantal weken, heb ik de creatieve
woensdag weer opgepakt:
in de ochtend naar het Nederlands Drukkerij Museum
in de avond naar een workshop in Tilburg.

Natuurlijk heb ik ook weer wat foto’s gemaakt:

 photo WP_20160413_001DeVoesenekken.jpg

In Etten-Leur ben ik aan een nieuw project begonnen. Ik ga een klein boekje maken in een beperkte oplage. Het onderwerp is de ontstaansgeschiedenis van het klooster in Meersel-Dreef. Van oudsher is Meersel-Dreef een begip in Breda. Deze grensplaats ligt in Belgie en wordt , zeker op zondag, dooor veel mensen bezocht.


 photo WP_20160413_002HetBeginVanHetLangsteVerhaal.jpg

In een boekje vond ik 2 oude volksverhalen over het ontstaan van het klooster. Ze verschillen een beetje van elkaar maar hebben ook gemeenschappelijke elementen. Vooral het langere verhaal loopt niet zo lekker, dus ik ga aan de bestaande verhalen een derde versie toevoegen.


 photo WP_20160413_004WeerDrieRegelsErbij.jpg

Ik ben dan wel geen schrijver en ook geen fotograaf maar 1 verhaal zal van mij zijn en de foto’s ook. De teksten ga ik met de hand zetten en daar is gisteren een begin mee gemaakt.


 photo WP_20160413_005HetBeginIsGemaakt.jpg

Dat zal nog heel wat tijd vragen.


 photo WP_20160413_006Taalfout.jpg

In de avond ben ik begonnen aan mijn derde letter, mijn derde boekblok van mijn ABCdarium.


 photo WP_20160413_007BStaatVoorBeeldscherm.jpg

Met houten en loden letters heb ik vormen gedrukt. Soms werkelijke voorwerpen uitbeeldend, soms fantasiefiguren. Die zijn gefotografeerd. Zowel de originele werken als de foto’s snij ik uit. Met de uitgesneden vormen worden dan weer afbeeldingen gemaakt.


 photo WP_20160413_008.jpg

De letter B leent zich heel goed voor florale motieven.


 photo WP_20160413_009BeDeLetterBZijnFloraleMotievenNooitVerWeg.jpg

Deze moeten nog wel vastgeplakt worden. Daarna, als alle bladen af zijn, gaat alles ingebonden worden. Twee boekblokken met een eenvoudige cahiersteek en een in een Japanse binding. De kaft zal nog gerild en gevouwen moeten worden. Het drukwerk is gereed en de kaft is al wel op maat.


India-boekje vol symboliek

Pas geleden was op mijn weblog een serie van 9 foto’s te zien
van mijn vakantie in India.
Van iedere stad die we aangedaan hebben, had ik een karakteristieke
foto uitgekozen.
Op vakantie hebben we een paar souvenirs gekocht.
Een is een typische moslim boekstandaard.
In deze boekstandaard is het teken van het Sikh-geloof uitgesneden.
We hebben de standaard in Amritsar, in de Punjab, gekocht.
Dat tekend van het Sikh-geloof heet Deg Tegh Fateh.

 photo Deg Tegh Fateh.jpg

Deg Tegh Fateh, een geabstraheerd voorbeeld. Het jaar 1699 is belangrijk in het Sikh-geloof.


 photo DSC_0143BoekstandaardMetSikhSymbool.jpg

Hier zie je hetzelfde teken in de boekstandaard uitgesneden. Je ziet dergelijke boekstandaarden in de Moslim-wereld maar ook op veel plaatsen in Azie.


Om de functie van de standaard beter te laten uitkomen heb ik een boekje gemaakt.
De 9 foto’s met elk een korte tekst, vormen ieder een katern.
De katernen zijn aan elkaar genaaid met een oranje draad (die daar niet
zo geschikt voor bleek). Deze draad heb ik in Haridwar gekocht.
Drie strengen draad, oranje, geel en gebroken wit.
De draad is eigenlijk bedoeld om sieraden te maken.
De katernen zijn vervolgens voorzien van een kaft.
Daarvoor heb ik net als anders karton gebruikt maar dat vervolgens niet
ingebonden met linnen maar met papier.
Op de tentoonstelling Anatolia (Brussel, Europalia) werden boeken
verkocht met uitneembare vellen pakpapier met Turkse en Moslim-motieven.
Een van de vellen met Moslimmotieven heb ik gebruikt.
Omdat de katernen met oranje draad waren gebonden heb ik in de rug
een soort raampje gemaakt. Je kunt het resultaat van het
naaien dus langs de buitenkant zien.
Om voldoende sterkte te behouden heb ik de kaft met boeklon afgewerkt.
Heel sterk is het boekje niet maar op het eerste gezicht
ziet het er leuk uit en het ligt er puur voor de sier.

 photo DSC_0144PapierMetMoslimMotievenBoeklon.jpg

Hier ligt het boekje op de standaard om de Moslim-motieven te laten zien.


 photo DSC_0145OpengewerkteRugOranjeDraad.jpg

Als je goed kijkt zie je in de rug de open ruimte waar de witte katernen door te zien zijn en het oranje stiksel waarmee de katernen aan elkaar vast zitten. De schutbladen zijn extra sterke witte vellen papier.


 photo DSC_0146Lucknow.jpg

Zo hoort het boekje op de standaard, open te liggen. Hier liggen de pagina’s over Lucknow open.


Gelezen: As in Tas

De titel is wel leuk maar geen palindroom zoals zijn
vader zo graag maakte.
Zijn vader maakte bijvoorbeeld de zin:
I’m a dad, am I? (Battus)
Je kunt die zin van links naar rechts en andersom lezen,
met hetzelfde resultaat: ik ben vader, niet dan?

Jelle Brandt Corstius schreef een erg leuk boek(je)
over zijn fietstocht van Amsterdam naar de Middellandse Zee.
Hij gaat daar een deel van de as van zijn gecremeerde vader
in de zee uitstrooien.
Jelle is bekend van zijn wat droge interview en vertelstijl
in zijn reisprogramma’s over bijvoorbeeld Rusland en India.
Leuke gebeurtenissen, terugmijmeringen en veel zelfspot brengen ons vanuit
Amsterdam naar Saint-Maries-de-la-Mer.

Een van de stukje die ik erg leuk vond is hierna te lezen.
Vooral zijn conclusie in de laatste zin vond ik leuk,
al ben ik het met zijn analyse niet eens.

Dat is misschien wat ik in Nederland het meeste mis: de wildernis.
Plekken die geen bestemming hebben.
Ik denk dat wij het enige land ter wereld zijn waar elke vierkante meter een bestemmingsplan heeft.
Thuis fiets ik wel eens een rondje in de buurt.
Een groot deel van de tocht gaat dan over de Diemerzeedijk aan de rand van Amsterdam.
Op het eerste gezicht kom je er dan door een prachtig natuurgebied.
Auto’s mogen er niet rijden, en altijd zie ik wel ergens een konijntje langshuppelen.
Maar aan mijn rechterkant loopt een door mensen gegraven kanaal waar binnenvaartschepen varen.
Aan mijn linkerkant ligt een door mensen gemaakt eiland, IJburg.
Achter mij hoor ik het gedreun van de ringweg van Amsterdam.
Voor mij: de schoorstenen van de energiecentrale.
Boven mij: de hoogspanningsmasten die Amsterdam van energie voorzien.
En onder mij – en dat is het meest bijzondere – een voormalige vuilnisbelt.
In plaats van het te saneren hebben ze dit gebied in plastic verpakt en is er een park op gebouwd.
Hier en daar steekt een schoorsteen uit de grond die het ingepakte afval moet ontluchten.
Voor een kinderprogramma was ik er ooit op stap met een bioloog die vertelde dat ze geen idee hebben wat voor chemische processen zich precies in de gifkuil afspelen.
In elk ander land zou dit een stedelijke wildernis zijn; grond die niemand wil hebben.
Hooguit geschikt om nog meer afval te storten, of misschien als informele tippelzone.
Fietsend over de Diemerzeedijk kan ik genieten van zoveel inventiviteit, maar soms raak ik ook gedeprimeerd omdat ik naar deze vuilnisbelt moet om van de natuur te genieten.
Nederland is de natte droom van elke ingenieur.
Of Nederland is India met infrastructuur, het is maar hoe je het bekijkt.

Jelle Brandt Corstius, As in tas, pagina 130 – 131.

 photo WP_20160327_002JelleBrandtCorstiusAsInTas.jpg


Vergelijkbaar maar oh zo verschillend

Twee srtripboeken, allebei vormen van journalistiek,
maar zo verschillend in uitwerking.

Ik las van Jules Calis het boek ‘Van Brabant naar Afghanistan…en terug’.
Strips die zich voornamelijk in Afghanistan afsprelen en die gebaseerd zijn
op gesprekken met militairen die uitgezonden zijn geweest.
Daartussen informatie over wapens, een kort verhaal.
De ene strip is beter geslaagd dan de andere. De tekenstijl is druk en
heel gedetailleerd.

Daarnaast las ik ‘De Arabier van de toekomst 2’ van Riad Sattouf.
Een enorme bestseller in Frankrijk.
Riad werd geboren in Parijs. Zijn vader is Syrisch, zijn moeder Frans.
Hij bracht zijn jeugd door Libie en Syrie en daar schrijft hij over
in dit boek.
De belevenissen van het kind in Syrie zijn niet spannender dat die van
de militairen in Afghanistan. Toch boeit Riad Sattouf enorm
en Jules Calis veel minder
Tekenstijl: strak en eenvoudig van lijn.

 photo WP_20160214_001JulesCalisVanBrabantNaarAfghanistanEnTerug.jpg

Jules Calis, Van Brabant naar Afghanistan…en terug.


 photo WP_20160214_001RiadSattoufDeArabierVanDeToekomst2.jpg

Riad Sattouf, De Arabier van de toekomst 2.