Een foto van mijn leporello zat er gisteren niet meer in.
Daarom vandaag twee foto’s.
De leporello is het resultaat van een dagje linosnijden bij Cohen Boekwerk in Rotterdam waar ik een workshop volgde onder leiding van Titi Zaadnoordijk.
De pas gekochte regletten en slotjes maken het veel eenvoudiger en beter om de tekst vast te zetten op de proefpers.
Het lukt nu steeds beter duidelijk te krijgen welke letters er precies in de twee letterkasten zitten die ik pas gekocht heb. En – niet onbelangrijk – waar de letters precies in de kast zitten. Ik heb nu alle letters gezet die in de bak voorkomen. Met de afdruk kan ik dan in de letterkast kaartjes leggen met de letter, daar dan straks een foto van maken en groot laten afdrukken. Als een soort plattegrond.
Maar eerst even goed zien wat er in de eerste kast zit, eventueel de letters herschikken en vervolgens de letters misschien aanvullen mert de letters uit letterkast twee. Wat er in letterbak twee zit weet ik nog niet.
Detail van de hoofdletters en wat cijfers. Je ziet ook dat niet alle vakje gevuld zijn. Overigens ben ik niet tevreden over de moet (drukkersterm voor door de letters in het papier gedrukt spiegelbeeldig reliƫf, Wikipedia). Die gaat veel te diep in het papier.
Gisteren heb ik deelgenomen aan een workshop linosnijden.
De workshop was georganiseerd door Jonna Cohen van Cohen Boekwerk
in Rotterdam.
De workshop werd gegeven door Titi Zaadnoordijk.
De rode draad van de dag was het maken van een leporello.
Maar er was veel aandacht voor de techniek van het snijden,
hoe de afbeelding te maken, hoe het boekje samen te stellen en
er was een heerlijke maaltijd tussen de middag.
Toen ik van de tram naar het adres van Cohen Boekwerk liep zag ik deze kerstboom liggen. Ze zijn er vroeg bij dit jaar in Rotterdam!.
Jonna heeft een prachtig atelier waar we de hele dag makkelijk met de groep deelnemers aan de slag konden. Ik had eigenlijk geen thema bedacht. Aan de ene kant wilde ik een drukkersvignet maken maar daarmee vul je geen leporello. Dus heb ik de fietstocht naar Meersel-Dreef er maar mee gecombineerd.
Dit is het gereedschap en het materiaal. Het leuke is dat je niet heel speciaal gereedschap nodig hebt om met kurklinoleum aan de slag te gaan. Het is veel zachter dan het traditionele linoleum. Dat levert natuurlijk tegelijkertijd ook weer zo zijn eigenschappen op: een korrelige structuur, snel kunnen werken, maar grover.
Als je vanuit Breda naar Meersel-Dreef fietst, een vertrouwd evenement voor veel Bredanaars, dan fietsen de meesten langs de rivier de Mark. Daar zul je soms vissen zien zoals hier op mijn eerste probeersel met kurklino.
Een eerste argusvlinder (te groot als drukkersvignet).
Hier hangt een eerste proefdruk aan het wasrek te drogen.
Van de tweede argusvlinder zie je hier de afdruk met gelijk daarnaast de gesneden lino.
Dit is het fietspad met rechts de Mark. Het lino werkt erg snel. Daar moet je wel aan wennen. Voor een leporello heb je zo’n 5 a 6 lino’s nodig.
Als je dan in Meersel-Dreef aankomt staat een goed glas trappist (of een ander drankje) op je te wachten. De Paterskerk, tuin en de vele cafe’s maken Meersel-Dreef een populaire bestemming op de zondagen. Vooral in de zomer.
De linos zijn inge-inkt, vervolgens leg je de leporello op de pers en de linos daar weer bovenop. Let op leg wel de onderkant van iedere lino aan dezelfde kant. De kurklino rekt wel wat uit op de pers. Daar moet je rekening mee houden. Overigens heb je geen pers nodig om deze linos thuis af te drukken.
Mijn leporello staat nog te drogen dus het eindresultaat
zie je binnenkort.
Samenvattend was het een erg leuke dag waar
ik weer veel van geleerd heb.
Ook deze woensdagavond ben ik weer met lino in de weer geweest.
Deze keer de drie lino’s voor de letter O voorbereid.
De binnenletter. De kleur van de binnenletter gaat ook buiten de letter stralen. Niet rond heel de letter maar in het gebied boven de diagonaal die van linksboven naar rechtsonder loopt.
De buitenletter en het floraal motief ga ik op dezelfde manier behandelen als de letter H hiervoor. Zo bouw ik het een beetje op. Ik heb al een idee voor de letter N maar dat zie je binnenkort wel.
Misschien ga ik morgen iets doen met deze foto. De foto is gemaakt door Jan Parie in Bergschenhoek op 17 september 2009. Het is een Argusvlinder en wel de zeer zeldzame vorm ‘Albescens’.
Sommige vaste bezoekers zullen al een tijdje denken “wanneer gaan
we nu eindelijk eens resultaten zien?”.
Nou vandaag zie je de eerste proefdrukken van de letter H.
Drie lino’s, drie kleuren die samen 1 beeld gaan vormen.
Ik heb bewust gekozen voor een traditionele, haast
Middeleeuwse sfeer rond deze letter.
De kleuren zijn nog even niet van belang.
Het gaat me er eerst om erevaring op te bouwen met het
afdrukken van de letters, het positioneren van de lino’s,
de overlap in kleuren enz.
Ik heb 1 vel gemaakt waarop de positie van de lino is aangegeven. Ik geef ook aan waar de linkse hoek van de lino moet komen (die is op de achterkant als dusdanig gemarkeerd).
Vervolgens heb ik een mal gemaakt om de inkt niet op de randen te laten komen. Die zijn, doordat ze helemaal weggesneden zijn, aan de zijkanten overal laag. Daarnaast heb ik naast de opening in de mal smalle stroken papier geplakt om de roller minder kans te geven op die plaatsten te komen waar het lino is weggesneden. De roller is ongeveer even breed als de lino.
Ik ga nu aan de slag met de tweede proef, nog steeds de binnenkant van de letter. Links ligrt de lino goed gepositioneerd en rechts ligt de mal.
De eerste twee proefafdrukken. Ik vind het leuk.
Ik begin met drie proefdrukken vanavond.
Het eerste resultaat van drukgang nummer 2: de buitenkant van de letter in een soort van rode kleur.
De af te drukken lino en alle hulppapieren liggen op een oud stripverhaal met een harde kaft. Die gebruik ik om het geheel, zonder te verschuiven, in de handpers te zetten.
Je ziet verschillen tussen de overlap tussen de letters. Bij een is de overlap bijna volledig. Welke vind je de mooiste?
De derde drukgang moet een floraal motief op de letter aanbrengen. Hier ligt het floraal motief helemaal boven op de letter. Dat kan straks anders worden. Om eerlijk te zijn ligt het motief niet goed op de letter. Ik moet nog uitzoeken wat ik fout doe.
In de ochtend heb ik weer gewerkt aan het zetwerk
voor mijn boekje:
‘een spokende zwarte hond met eenen sleutel in den mond’.
Het duurt nog even voordat we er de werkelijke resultaten van zien.
Dat het zetwerk nog niet af is, is voor mij nog niet zo’n ramp
want het papier dat ik wil hebben wordt maar niet bezorgd.
Aan de andere kant raken de loden letters op.
Dilemma.
De eerste regels zetwerk van deze woensdag zijn gereed.
Aan het eind van de ochtend bindt mijn instructeur het zetwerk op zodat ik er een volgende keer mee door kan. Dit zetwerk wordt gezet bij het Nederlands Drukkerij Museum in Etten-Leur.
Een paar weken terug ging ik een aantal sites af van margedrukkers
in Nederland. Gewoon om rond te neuzen.
Zo kwam ik ook op de site van Uitgeverij Vleugels.
Mijn aandacht werd getrokken naar een boek uit de Franse Reeks.
Nu ben ik niet zo francofoon ingesteld maar de samenvatting
van een van de verhalen (achteraf bleek, het eerste verhaal)
sprak me erg aan.
Van Boris Vian had ik nog nooit gehoord.
Ik kocht via het internet het boekje:
Boris Vian, De man die van het Empire State Building sprong en andere verhalen.

Boris Vian, De man die van het Empire State Building sprong en andere verhalen. Uitgeverij Vleugels. Zaterdag zag ik hen nog op de Boekkunstbeurs in Leiden.
Het is een hele aparte bundel met verhalen.
Ik kende de man helemaal niet.
Wikipedia, die kent hem wel:
Boris Paul Vian (Ville-d’Avray, 10 maart 1920 – nabij Parijs, 23 juni 1959) was een Frans schrijver, ingenieur, dichter, chansonnier en jazztrompettist. Hij heeft ook onder het pseudoniem Vernon Sullivan gepubliceerd.
Als je zijn verhalen leest komt een term als surrealistisch in je op.
Het openingsverhaal vertelt van een man die van de Empire State Building
afspringt en tijdens zijn val tijd heeft om binnen te kijken.
Dan vliegt hij op etage 17 naar binnen.
Later maakt hij de vlucht nog een keer maar nu om door te blijven vliegen.
Het boek begint met een verhaal dat nog vrij luchtig is,
maar de sfeer wordt steeds donkerder. Tot aardedonker.
Dood, verderf, zinloosheid,….
Tegelijkertijd wordt je getroffen door de gebeurtenissen met
alledaagse voorwerpen en de vervreemdende sfeer die dit oproept.
Een klein voorbeeld:
Pagina 130:
Het bed begon als een kat aan de vloer te krabben, door zijn poten te kromnmen en daarna achtereenvolgens licht op te tillen en met een zekere regelmaat heen en weer te wippen. Hat parket zou morgen hellemaal beschadigd zijn en de poten zakten er langzaam in weg.
Om dat tegen te gaan ging Andre eerst staan en daarna op de grond liggen. Steeds als het bed een poot optilde, schoof hij er gauw een oude schoen onder…..
Hoe dan ook als je er aan begint dan wil je het uitlezen.
Dat is voor mij het ultime kenmerk van een goed boek (en goede vertaling).
Ook in de Volkskrant was er aandacht voor het boek.
Wineke de Boer schreef in Sir Edmund op 29 oktober 2016 het volgende:




Het boek is van een kleine drukkerij maar er is behoorlijk
hard gewerkt om dit boek voor elkaar te krijgen.
Dat zie je bijvoorbeeld aan het Colofon:

Vertaling: Kiki Coumans, tekstredactie: Mieke Peeters, vormgeving: Marc Vleugels, drukwerk: Drukkerij Econoom en inbinden: Boekbinderij M. van den Berg.
Al een tijd terug kost ik een enorm boek:
enorm groot;
enorm interessant;
enorm oud (althans het origineel dat stamt uit 1705);
enorm mooi:
Maria Sibylla Merian
Metamorphosis insectorum Surinamensium
of ‘Verandering der Surinaamsche insecten’, 1705.
Hier staat het boek regen de kast. Het boek zit in een stevige doos.
Voor degene die beter het belang van het boek en van de schilderes
wil begrijpen de volgende toelichting:
Wikipedia:
Anna Maria Sibylla Merian (Frankfurt am Main, 2 april 1647 ā Amsterdam, 13 januari 1717) was een Duitse kunstenares en entomologe die planten en insecten bestudeerde en daar gedetailleerde tekeningen van vervaardigde.
In haar publicaties gebruikte zij zelf nooit haar eerste naam Anna.
Haar observaties en documentatie van de metamorfose van rupsen tot vlinders zijn een belangrijke, zij het niet algemeen bekende bijdrage aan de entomologie.
Zij was voor zover bekend de eerste die de insecten tekende samen met de plant waar ze op gedijden.
Maria Sibylla Merian, Metamorphosis insectorum Surinamensium, Plate LX. Dit is de 60ste en laatste plaat uit de gedigitaliseerde versie van de Nederlandse versie van het boek uit 1705.
Vervolg van Wikipedia:
In 1699 maakte Merian op 52-jarige leeftijd een reis naar Suriname samen met haar jongste dochter, Dorothea Maria Graff.
De bootreis duurde in die tijd twee maanden.
Vanuit de hoofdstad Paramaribo trokken de vrouwen in diverse excursies het binnenland in.
Merian documenteerde alles wat ze over de metamorfose van tropische insecten kon ontdekken en maakte een groot aantal tekeningen en aquarellen.
In 1701 werd ze echter ziek- wellicht had ze malaria opgelopen – en moest naar huis terugkeren samen met haar dochter.
Het was ook belangrijk om snel huiswaarts te keren omdat een oorlog tussen de Nederlanden, Engeland en Frankrijk dreigde uit te breken die het zeeverkeer voor een groot deel stil zou leggen.
Merian nam volgens de passagierslijst van het koopvaardijschip De Vrede waar ze op voeren ook “een Indianin” mee naar Nederland.
Het was in die tijd niet ongewoon om een inheemse bediende mee terug te nemen naar het thuisland.
Waarschijnlijk deed ze dit omdat zij in Amsterdam nog gebruik wilde maken van de kennis van deze vrouw voor haar Surinaamse Insectenboek.Haar tekeningen en schetsen dienden nu als bron voor een prachtwerk in groot formaat over de Surinaamse flora en fauna.
Met behulp van verschillende Amsterdamse kopergraveurs kon het boek na drie jaar hard werk in 1705 in Amsterdam verschijnen.
Haar hoofdwerk is getiteld: Metamorphosis insectorum Surinamensium.Ze schreef in het voorwoord:
“In het maaken van dit Werk heb ik niet eigenbaatzugtig geweest, zullende vergenoegt zyn, wanneer maar myne gedaane onkosten wederom krijg; ik heb geen onkosten in het uitvoeren van dit Werk gespaart, maar heb de Plaaten door de beroemste Meesters doen snyden, en het beste Papier daartoe genoomen, op dat zo wel aan de Kenders der Kunst, als aan de Liefhebbers der Insecten en Planten plaisier en genoegen zoude geefen, gelyk ik my dan verblyden zal, wanneer ik hoore, dat ik mijn oogmerk berykt, en te gelyk genoegen gegeeven zal hebben.”
Er verscheen een Nederlandse (‘Verandering der Surinaamsche Insecten’) en een Latijnse editie.
Maria Sibylla Merian, Metamorphosis insectorum Surinamensium of ‘Verandering der Surinaamsche insecten’, 1705.
Voilgens Het Ideale Boek – Honderd jaar PRIVATE PRESS
in Nederland, 1910-2010,
wordt de identiteit van een private press bepaald
door een aantal elementen waarvan er enkele aanwezig moeten zijn.
Die elementen bevatten onder andere:
een algemeen doel, niet commerciele drijfveren, een eigen drukpers,
een specifielke eigen naam, een eigen vignet, een eigen lettertype
of de publicatie van een letterproef, handgemaakt papier, speciale inkt,
speciale tekstkeuze, exclusiviteit van teksten, een kleine oplage,
een getrouwe kring verzamelaars, speciale nadruk op vormgeving,…..
Het citaat hierboven is van pagina 9. Het Ideale Boek – Honderd jaar PRIVATE PRESS
in Nederland, 1910-2010
Omdat ik geen eigen lettertype heb ga ik maar een Letterproef maken.
Dat helpt mij ook om vast te stellen welke letters precies
waar in de letterbak liggen.
Ik neem aan dat het typisch Nederlandse stramien is aangehouden maar
dat zie je pas goed als je de letter afdrukt.
Vandaag een eerste afdruk gemaakt van de vier regels,
een regel voor ieder deel van de letterbak.
Terwijl ik nog niet in staat ben de letters goed vast te zetten
op de pers viel me de eerste afdruk niet tegen.
De decoratieve lijnen heb ik gisteren op de Boekkunstbeurs gekocht. Hoofdletter B en C zijn omgevallen en de twee lijnen direct naast de letters horen er niet in thuis.
Ieder jaar organiseren Drukwerk in de Marge en Stichting
Handboekbinden de Boekkunstbeurs in Leiden. In de Pieterskerk.
De leden van Drukwerk in de Marge zijn drukkers die uit hobby
drukwerk verzorgen. Van boeken, kaarten, etsen, linosnedes,
tot literaire uitgaven. Dit jaar was er ook iemand met papieren
sierraden maar dat is iemand met fascinatie voor papier,
niet noodzakelijk een lid van Drukwerk in de Marge.
De leden van de Stichting Handboekbinen, binden, zoals de naam al zegt,
met de hand boeken in. Soms heel creatieve bindingen, soms heel
traditionele middeleeuwse bindingen.
De exposanten zijn mnaast leden van de twee organisaties vooral ook
leveranciers van papier (al dan niet handgeschept), leer,
gereedschap en kleine werktuigen.
Dus ben ik weer thuis gekomen met allerlei moois.
In willekeurige volgorde:
Interlinies, regletten en decoratieve lijntjes. Gebruikt, gekocht van een collega drukker.
Twee drukwerkjes van Enkidu-pers uit Philippine. Dit boekje is uit 1995: Multatuli, Het gebed van den onwetende.
De foto’s zijn vanochtend gemaakt toen nog niet iedereen op was. Boekje gemaakt bij de gelegenheid van de tentoonstelling: Monument voor Tine. De tentoonstelling opende op 4 maart 2000 in Multatuli Museum in Den Haag. Enkidu-pers. Multatuli, Monument voor Tine.
Ieder jaar is er ook een beursuitgave. Een meer of minder
bekende schrijver wordt gevraagd een kort verhaal te schrijven.
Soms wordt het verhaal voorzien van illustraties.
Iedere bezoeker ontvangt een versie van het verhaal en verschillende
leden van Drukwerk in de Marge ontwerpen en maken een omslag.
Ook dit jaar waren er dus meerdere omslagen om uit te kiezen.
In koos de omslag van Pluuspers.
Een medewerkster van Stichting Handboekbinden bedenkt dan een
binswijze en maakt een instructie.
Gedurende de manifestatie kan men het boekje onder begeleiding inbinden.
Vandaag zal de schrijver aanwezig zijn om het werk te ondertekenen.
Wouter Klootwijk, Het houten woord. Mijn ingebonden versie. Een leuke bindwijze met een stokje op de rug van het katern. De tekst is gezet met Sabon en Gill Sans.
Eric Gill, Verhandeling over Typologie. Dit is een Nederlandse vertaling van An Essay on Typography.
Omar Khayyam Genootschap, Jaarboek 7, uitgegeven door Avalon Pers in 2015 bij de gelegenheid van het 25 jaar bestaan van het Omar Khayyam Genootschap.
Omar Khayyam is (Wikipedia) geboren 18 mei 1048 en overleed op 4 december 1123 (aangenomen data), werd geboren in Nisjapoer in de streek Khorasan van PerziĆ« (nu Iran) en was een Perzisch wiskundige, astronoom, filosoof, schrijver en dichter. Van Omar Khayyam wordt beweerd dat hij duizend vierregelige verzen schreef. In het Westen kreeg hij in de negentiende eeuw grote bekendheid door een kleine selectie daaruit, die door Edward FitzGerald op eigenzinnige wijze naar het Engels vertaald werd onder de titel “The RubĆ”iyĆ”t of Omar KhayyĆ”m” (1859).
Illustratie door Hossein Behzad.
Wikipedia:
Hossein Behzad 1894 ā 13 October 1968, vooraanstaand Iraans schilder die de kunst van miniatuurschilderen oppakte om niet te laten verdwijnen.
Illustratie door Hossein Behzad.
Colofon van Jaarboek 7: Avalon Pers (Jan Keijser).
Dat lijkt me weer heel wat stof tot nadenken.
Na de ochtendsessie volgt dan de avondsessie.
Linosnijden.
De letter H.
De eerste serie linos, op de juiste maat, zijn nu gesneden.
Volgende week ga ik daar een proefafdruk van maken.
Gisteren ben ik begonnen met de laatste uit de serie van die linos die samen een driekleuren afbeelding moeten gaan vormen. Het ontwerp is misschien iets te iel.
Hier is al wat gesneden. Het eind van de avond was niet zo’n succes. Toen ik rond 22:00 uur naar huis wilde met de NS, vond er op/na Tilburg Universiteit een aanrijding plaats met een persoon. Het leek mee te vallen: verbrijzelde arm. Maar ik was pas om 00:30 uur thuis. Bijn 2 uur opgesloten gezeten in een trein waar ook nog eens een tijd het licht uitging en waarbij bij aankomst in Breda eerst de deuren niet open wilden. Weer een goede week voor de NS (vanavond 8 minuten vertraging).
Zo goed als gereed.
In volgorde van drukken (en kleur). Van boven naar beneden. Ik vind ze zonder inkt al mooi.
Ook deze week was de woensdag weer creatief.
In de ochtend het corrigeren van het handzetwerk.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het mijn leermeester is
die de correcties in de tekst uitvoert.
Ik ben hierbij de aangever.
De tekst. Moeilijkheid hierbij is dat er wel 4 lettertypes worden gebruikt in de verschillende teksten.
Hier gebeurt het echte werk. De teksten zijn nu allemaal gecorrigeerd. Volgende week kan ik verder met het zetten en kan ik een eerste instructie aan de drukker gaan geven om de teksten gedrukt te krijgen. Intussen hoop ik dat het papier dat ik hiervoor besteld heb snel geleverd wordt.
In het jaar van het boek zijn er allerlei activiteiten
en publicaties van boeken en boekjes.
Echt een feest van het boek.
Zo kocht ik pas geleden een klein boekje waarin PostNL
een aantal boeken en hun schrijvers even kort in het licht zet
en hun boeken via postzegels.
Eenvoudig maar leuk idee.
Persoonlijk vind ik de omslag van het boekje niet mooi: de tekst ‘Jaar van het boek’ is een beetje in een hoekje gedrukt en is daardoor minder leesbaar. Dan is het logo van PostNL geen sierraad voor de omslag.
Voorbeeld van een pagina met twee postzegels. Op deze manier komen werken van Jan Wolkers (Turks Fruit), Hendrik Werkman (Chassidische legenden), Karel van Mander (Het Schilder-boeck), Anne Frank (Het Achterhuis), H. de Roos (De Schippers van de Kameleon), Herman Gorter (Mei), B. de Spinoza (Opera posthuma met Ethica), Jac P. Thijsse (Zomer), Jacob van Maerlant (Der naturen bloeme) en Max Euwe (Oom Jan leert zijn neefje schaken) aan de orde.
Eerder dit jaar kocht ik twee letterbakken.
Ze bevatten loden letters van het lettertype Gill, 12 punts.
Ik was er nog niet eerder aan toe gekomen de letterbakken
uit het plastic te halen.
Vandaag is de eerste bak geinstalleerd en uit het plastic gehaald.
Mijn letterbak met het lettertype Gill, 12 punts. De letterbak bestaat uit 4 groepen, althans dat is zoals ik het nu even indeel. Meestal liggen de hoofdletters linksboven, cijfers rechtsboven en de kleine letters en spaties onder rechts en links. Om uit te zoeken hoe de letters in deze bak liggen heb ik 4 regels met de hand gezet. Een regel voor ieder deel van de letterbak. Dat ga ik dan eerst eens afdrukken om goed te kunnen zien wat waar ligt. Daarna ga ik de tweede letterbak eens uit het plastic halen om daarvan ook te zien wat er precies in zit. Die bak is maar deels gevuld.
De vier regels met de letters in de volgorde van de letterbak. Zoals je ziet zijn sommige van de letters nog nooit gebruikt om af te drukken.
Gistermiddag nog even gewerkt aan de bok.
De bok is niet zo zwaar maar wel onhandig groot.
Maar als hij straks helemaal staat maakt dat niet meer uit.
Ik heb nog een opstaand randje aan de voorkant aangebracht. Dan kan de letterbak er straks niet afglijden.
Even de letterbak passen. Zoals je op deze foto ook kunt zien zijn de poten verder verstevigd door ze aan elkaar te maken. Zowel rechts, links als aan de achterkant.
Zo komt hij dan in de nis te staan. De proefpers op zijn tafeltje past er precies onder. Nu moet ik alleen de letterbak er nog op zetten en dan kan ik de letters gaan inventrariseren. Private Press de Argusvlinder kan bijna beginnen.
Gisteravond heb ik nog even aan mijn bok gewerkt.
Het wordt een soort lessenaar waarop ik 1 letterkast
kan leggen. De letterkast moet dan op werkhoogte liggen
en de tafel met de proefpers moet onder de lessenaar passen.
De poten waren al gezaagd.
Wat een beetje tegenvalt is dat de steigerplanken
wel heel erg krom zijn. Maar het is gelukt.
Ik heb, net als alle andere verbindingen, de houten delen
aan elkaar gelijmd en met spijkers vast getimmerd.

Houtlijm tegen het blad en de draagconstructie.

Vervolgens timmer ik de poot aan het blad en aan de draagconstructie.

Hier zie je de eerste twee poten aan het blad vast zitten. Bij de volgende twee poten zal ik de afwerking pas later kunnen uitvoeren. De lijm moet eerst droog zijn.

De bok staat. De twee rechtse poten (die op de voorgrond van de foto) zitten hier nog niet aan de lessenaar vast. Dat is gisteravond nog wel gebeurd. Morgen wil ik dan nog extra versteviging aanbrengen tussen de poten onderling.
Het idee is dat de bok schuin oploopt
uit twee steigerplanken ga ik de vier poten zagen die er voor
moeten zorgen dat het gewenste effect wordt bereikt.
Bovendien moet mijn proefpers er onder te rijden zijn.
Door onderhoud kan ik de foto’s niet uploaden naar Photobucket.
Update 27/10/2016:
De steigerplanken zijn niet helemaal recht afgezaagd. Dus daar moet eerst wat aan gedaan worden. Gelukkig zijn de planken lang genoeg.
Zo gaat dat mooi recht worden.
Dan teken ik de twee planken tegelijk af. Iedere plank levert een kleine en een grote poot op (en dan blijft er nog een stukje over).
Dus van de eerste plank is de korte poot gelijk goed op maat maar moet ik de langste nog op maat zagen. Bij de tweede plank is dat precies omgekeerd.
De vier poten zijn gereed. Eens gaan kijken of ik er vanavond nog iets aan kan doen.
Toen ik pas in Meermanno was zag ik in de winkel een mooi
boek te koop:
Arnoud Vrolijk, Jan Schmidt en Karin Scheper, Turcksche Boucken, De oosterse verzameling van Levinus Warner, Nederlands diplomaat in zeventiende-eeuws Istanbul.
Turcksche Boucken, De oosterse verzameling van Levinus Warner.
Dat kon ik niet laten liggen en ik heb het net uit.
Levinus Warner is een van oorsprong Duits geleerde die een belanngrijk
deel van zijn opleiding in Leiden genoot.
In 1638 meldt Levinus Warner zich in Leiden.
Naast Latijn en Grieks kreeg hij ook onderwijs in Hebreeuws,
Arabisch, Syrisch, Aramees en Perzisch.
Het niveau van al die talen is onduidelijk.
Al in Nederland kocht Levinus Warner zijn eerste oosterse handschrift.
Later als hij als Nederlands ambassadeur is aangesteld zal hij met
het verzamelen van manuscripten doorgaan.
Zijn omvangrijke bibliotheek (38 meter plankruimte)
laat hij bij zijn overlijden na aan de Universiteit van Leiden.
Daar is zijn verzameling nog steeds een belangrijk deel
van de collectie.
Het grootste deel van de verzameling van Levinus Warner wordt gevormd
door handschriften in het Arabisch – de cultuurtaal van de Islamitische wereld.
Handschriften in het Perzisch vormden ook een groot deel –
Perzisch de literaire taal in het oostelijke deel van de Middellandse Zee gebied
(de Levant), gevolgd door teksten in het Osmaans-Turks (de bestuurstaal).
Turcksche Boucken verschijnt bij de tentoonstelling in Meermanno
met dezelfde naam die loopt van december 2012 tot maart 2013.
Een hoofdstuk ‘Het maken van boeken’, geschreven door Karin Scheper
staat stil bij aspecten die nog niet goed onderzocht zijn.
Leuk is dat ze dit recht probeert te zetten in een boek van haar hand
dat in 2015 verscheen. Dat was ik toevallig ook al aan het lezen:
Karin Scheper, The Technique of Islamic Bookbinding – Methods, Materials and Regional Varieties. Een prachtig boek maar wel een tikkeltje moeilijker dan het makkelijk te lezen boek over Levinus Warner.
Een tijdje terug heb ik twee letterbakken met loden letters gekocht.
Voor mijn eigen private press.
Kort daarvoor kocht ik een proefpers. Daar heb ik een tijdje terug
een tafel voor gemaakt.
Nu nog een oplossing voor de letterbak.
Inderdaad, letterbak. Want een van de twee bakken is slechts voor
een deel gevuld. Die ga ik samenvoegen.
Het lettertype is Gill, een letter ontworpen door Eric Gill.
Wikipedia:
Arthur Eric Rowton Gill (22 februari 1882 – 17 november 1940) was een Engelse beeldhouwer, letterontwerper en ontwerper van uithangborden.
Leven en werk
Gill werd geboren in Brighton. De familie Gill verhuisde in 1897 naar Chichester, waar hij de Technical and Art School bezocht. In 1900 startte hij in Londen een praktijkopleiding architectuur bij W.D. Caroe. Hij bezocht ’s avonds een opleiding tot steenbeeldhouwer aan het Westminster Technical Institute en een opleiding kalligrafie aan de Central School of Arts and Crafts.
Gill werd in deze periode sterk beĆÆnvloed door Edward Johnston, de ‘vader’ van de moderne kalligrafie en schepper van de belettering van de London Underground. In 1903 stopte Gill zijn studie architectuur en begon zijn carriĆØre als letterontwerper en beeldhouwer.
Ontwerper
Gill was ontwerper voor de Golden Cockerel Press en runde samen met zijn zwager een eigen drukkerij, Hague & Gill.
Zijn bekendste letterontwerpen zijn door Monotype gefabriceerd, maar Gill ontwierp ook speciaal voor drukkerijen.
Het lettertype Gill Sans is zijn beroemdste creatie, en is sterk geĆÆnspireerd op de London Transport belettering van zijn meester Johnston. Andere bekende lettertypes van Gill zijn Perpetua en Joanna.
Nu heb ik het volgende idee.
Ik maak een soort lessenaar. Groot genoeg om de letterbak te dragen.
Ik maak hem iets hoger dan het tafeltje en de proefpers.
Als ik ze dan niet gebruik nemen ze samen de plaats van 1 in.
Gisteren even hout gehaald en vandaag begonnen met het blad.
Dat is inmiddels gereed. De poten moeten er nog onder.
Hopelijk heb ik daar zaterdag tijd voor zodat ik aan mijn
eerste drukwerk kan gaan beginnen: een soort letterproef.
Vanavond laat Photobucket het afweten.
Zij hosten mijn afbeeldingen maar ze zijn in onderhoud.
Daarom kan ik de foto’s niet uploaden en aan jullie tonen.
Daar moet je dan nog even op wachten.
25/10/2016: update met foto’s.
Dit is de plaat waaruit ik het lessenaarblad wil gaan maken.
Het uitzagen van het blad was eenvoudig.
Nu ga ik onder het blad een kleine constructie plakken en vasttimmeren om straks de poten van de lessenaar er aan te kunnen bevestigen.
Daarbij laat ik aan de zij- en achterkant van het blad ruimte vrij om daar de poten (van steigerhout) aan te kunnen bevestigen.
Eerst de ribben aan de zijkant. Dan pas ik de achterzijde en voorzijde af om die ook te zagen, schuren en bevestigen.
Even alles op een rijtje zetten.
Aan het blad en aan elkaar bevestigen. Van alle spijkers die ik heb gebruikt ging er maar 1 fout. Voor mij is dat een prestatie.
Zo, het blad van de lessenaar is gereed. Aan de voorkant heb ik het hout bewust kleiner gehouden dan aan de zij- en achterkanten. Aan de voorkant komt er geen poot en er moet voldoende ruimte overblijven om de tafel met de proefpers er onder te kunnen rijden. So far, so good.
De tekst van mijn boekje zet ik met de hand op de woensdagochtenden.
Op de woensdagavonden ben ik bezig de letters van het belangrijkste woord
van mijn boek, in lino uit te voeren.
Lino’s die ik in drie kleuren ga afdrukken.
Moeten ze wel goed op elkaar passen.
Ik wil 10 boekjes gaan maken en elk boekje wordt anders.
De teskt is in ieder boekje gelijk maar de ‘illustraties’ en
de bindwijze kan/zal steeds verschillen.
Dit is de letter ‘H’ aan het begin van de avond.
Het gaat hier om de tweede lino. Dit zal een donkere kleur worden en zal de letter zijn kleur geven. De eerste lino geeft de vulling van de letter zijn kleur. Daarbij zal ik een lichte kleur gebruiken (dat is nu het idee).
Vulling en letter.
De derde lino waarvoor ik hier de tekening op het lino heb gezet, zal een florale versiering aan de letter toevoegen. Hier is de tekening gefixeerd op het lino zodat het snijden eenvoudiger uit te voeren is. Ga voorlopig maar uit van de kleur groen.