Vandaag heb ik in mijn werkplaats in de FutureDome in Breda
de poster van de Boek Kunst Beurs opgehangen.
Niet vergeten:
Zaterdag 10 en Zondag 11 november in de Pieterskerk in Leiden.
Speciale gast: Tomas Lieske.
Maar ik heb nog steeds van het eerste artikel een aantal woorden
over en die wil ik allemaal verwerken in mijn ‘dichtbundel’
met Dadagedichten (dadadicht).
Ook als plots de woorden op zijn ontstaat er straks
een bijzondere situatie die volledig op toeval berust.
Ik heb nu de woorden gebruikt om de tekst ‘Da’ te maken. Ik zal daar nog bij schrijven ‘maal 2’. De lengte van de woorden en soms de grootte van het wit dat nog aan de knipsels zat, vormden de toevalsfactoren. Vervolgens begon ik een vrij figuur dat eindigde als een soort muurtje. Hier heb ik al een afbakening gemaakt met papier zodat de vorm mooi uitkomt.
Dit is de huidige stand van de pagina. Voor de bundel moet ik nog twee of drie pagina’s maken en dan schrijf ik nog een katern vol (?) met wat ideeën over ‘toeval’.
‘Perkament in stukken’ is een tentoonstelling in Het Utrechts Archief
en een boek onder redactie van Bart Jaski, Marco Mosterd en Kaj van Vliet.
Beide gaan over ‘Teruggevonden middeleeuwse handschriftfragmenten’.
Of zoals in het boek te lezen is:
Het waren ‘onnutte boeken’ (libri inutiles) geworden, om wat voor reden dan ook.
Maar hun teksten hadden dan wel geen nut meer. het materiaal waarop ze geschreven werden, had dat nog wel.
In de vroege middeleeuwen werd beschreven papyrus gebruikt om latere handschriften in te binden, en van op perkament geschreven teksten kon de tekst worden verwijderd om zo plaats te maken voor nieuwe tekst.
Zo’n nieuwe tekst heet een palimpsest.
De teksten die oorspronkelijk op het hergebruikte papyrus, perkament, en later ook wel papier waren geschreven, bleven vaak nog leesbaar.
Uiteraard ging het bij dat hergebruik niet om de oorspronkelijke teksten; die zijn daarom vaak slechts fragmentarisch bewaard gebleven.
En vooral perkament had eigenschappen, die het ook tot nuttig materiaal voor het luchtdicht bewaren van voedsel maakte, voor het luchtdicht maken van orgelpijpen, of voor enveloppen.
Of men kon er vliegers van maken.
Marco Mosterd, Perkament in stukken, pagina 14.
Gisteren bezocht ik de tentoonstelling en maakte er wat foto’s.
De foto’s zijn niet zo goed gelukt als de foto’s in het boek of
de boeken in het echt.
Mijn advies: ga kijken in Utrecht.
Om goede redenen is de ruimte schaars verlicht en wordt de
temperatuur en luchtvochtigheid goed in de gaten gehouden.
Dit boek staat bekend als UBU 109 E 2. Universiteitsbibliotheek Utrecht. In het boek ‘Perkament in stukken’ schrijft Marisa Mol er een verhaal over met de titel ‘In de ban(d) van de Calvinistische kanunnik’. Het boek omvat twee bijbelcommentaren. Maar hier is het even om de band te doen. Die wordt onder andere gevormd door twee handschriftfragmenten. De buitenkant met zware zwarte letters, de binnenkant in een sierlijker handschrift.
De twee bijbelcommentaren zijn:
= een tekst van Johannes Calvijn over het evangelie van Johannes uit Genève
= een tekst van Wolfgang Musculus, aanhanger van Luther,
over de brieven van Paulus aan de Romeinen, gedrukt in Bazel, 1555.
Het fragment wat we aan de buitenkant zien is geschreven in een gotische schrijfwijze
gecombineerd met gregoriaanse muzieknotatie.
Daarmee plaatst men dit fragment in de 15e eeuw.
Het is een onderdeel geweest van een Graduale, een boek voor een koor.
Het fragment aan de binnenkant zijn twee teksten uit de Moralia in Job,
geschreven door Paus Gregorius tussen 578 en 595. Dit fragment
dateert waarschijnlijk uit de late elfde eeuw of vroege 12de eeuw.
Er is dus nog veel meer over dit boek te vertellen.
Ik weet niet van alle voorbeelden wat precies hun bibliotheeksnummer is. Maar ook zonder detailtoelichting zie je al snel dat het hier om materiaal gaat dat eerder is beschreven en later op maat gemaakt is om een boek te kaften.
Ik weet niet of alle voorbeelden van de tentoonstelling ook in het boek besproken worden. Ik heb het boek alleen nog maar globaal bekeken. Maar hier is een voorbeeld van een oudere tekst die als band voor een boek is gebruikt.
Dit is eenvoudig in het boek terug te vinden door de afdruk van een (!) leren bril die waarschijnlijk door een lezer is vergeten en die een tijd in het boek gezeten heeft. Los van dit bijzonder kenmerk is het ook een bijzondere tekst: UBU Hs Fr 8.6: Sulpicius Severus, Vita Sancti Martini (het leven van de heilige Martinus), 11e eeuw. Deze tekst was gebruikt om twee boeken die in 1487 zijn gedrukt in te binden.
Dit is een voorbeeld van een oudere tekst die hergebruikt is en waar later op een helft een afbeelding is geplakt (links).
Dit is heel bizar: een stuk gregoriaanse muziek waar een envelop van is gemaakt. Dit is UBU Hs Fr 7.1. Perkament op folioformaat, de muziek maakt deel uit van een antifonaria.
Een snoekenbek. Door de manier van inbinden zijn de binnenste katernen dieper in de rug van de binding komen te liggen. Maar er is nog een andere reden waarom deze binding zo bijzonder is. De tekst op het materiaal dat gebruikt is om de binding te maken vertelt over een schenking aan de Utrechtse Dom. HUA Toegang 216, nr 665-4.
Het Utrechts Archief is ondergebracht in een interessant gebouw. Een deel van de voormalige Paulusabdij. Hier zie je een stuk van de voorraadkamer.
Bij deze boekband zie je op sommige plaatsen de tekst die gebruikt is om de boekband meer volume te geven, door het leer heen komen, .
Dit is een convoluut. Dat is een boek samengesteld uit meerdere teksten die niet iets met elkaar te maken hebben. UBU HQU 205 is ingebonden met een oudere tekst als omslag.
Nog een voorbeeld van een convoluut. Hier zie je dat een andere tekst is gebruikt als schutblad. UBU FQU 102.
Dit is echt een supervondst. Dit is een met de hand geschreven plan om een boek te zetten en drukken met een serie afbeeldingen. UBU Hs Fr 3-65. De tekst is een wereldkroniek. Je ziet bijvoorbeeld op de rechterpagina, in de linkerkolom, helemaal bovenaan de regenboog die Noah ziet vanuit de Ark en die het teken is dat het gestopt is met regenen.
Hier zie je een versie van die wereldkroniek van Werner Rolevinck, Fascicukus Temporum, UBU Tho Rar 11-27 qu. Een wereldgeschiedenis waarbij je op de rechterpagina de regenboog ziet terugkomen.
Dit is het boek dat samen met de tentoonstelling verschenen is. Mooie grote foto’s en ook voor een leek goed te volgen verhalen onder de redactie van Bart Jaski, Marco Mosterd en Kaj van Vliet: Perkament in stukken – Teruggevonden middeleeuwse handschriftfragmenten.
Als je het boek opent dan lijkt het er een beetje op of men een oudere tekst gebruikt heeft als schutblad.
Alle info over boek en tentoonstelling nog even bij elkaar.
Het Utrechts Archief.
Over een paar weken is hij er weer. (of is het een zij?)
De Boek Kunst Beurs in Leiden.
De jaarlijkse beurs voor lezers van margedrukwerk, margedrukkers en boekbinders.
Je kunt er prachtige boekwerken kopen, heel mooie materialen (Papier!)
en gereedschappen, de beursuitgave van Tomas Lieske ophalen en inbinden,
een van de verschillende workshops volgen of vrienden en bekenden ontmoeten.
De Boek Kunst Beurs is ook dit jaar weer in de Pieterskerk in Leiden op zaterdag 11 en zondag 12 november. De beurs wordt georganiseerd door Stichting Drukwerk in de Marge en Stichting Handboekbinden.
Ik heb mijn toegangsbewijs al.
Het doel van mijn bezoek aan Utrecht was de schitterende tentoonstelling
‘Perkament in stukken’ over het hergebruik van stukken beschreven
middeleeuws perkament bij het binden van andere boeken of
archiefstukken.
Perkament in stukken. Een tentoonstelling in het Archief van Utrecht.
Verdeeld over 4 thema’s zijn voorbeelden te zien van het
verstevigen van een binding, de opvulling van een leren boekband
met oudere stukken beschreven of bedrukt perkament
en ook een paar hele bijzondere vondsten
(alsof die andere vondsten al niet bijzonder genoeg zijn).
Zo is er een blad te zien met daarop in een Nederlands handschrift
hoe de drukker van plan is een gedeelte van de tekst van een wereldkroniek
te gaan drukken en zetten. Het boek dat vervolgens gemaakt
en ingebonden is, kun je er ook zien.
Op een video geeft de onderzoeker aan wat hij ontdekt heeft.
Indrukwekkend.
Ik heb er wat foto’s gemaakt en die volgen waarschijnlijk morgen.
Maar dit wilde ik alvast met iedereen delen.
De afgelopen tijd heb ik wel wat vorderingen gemaakt maar doordat dingen ook af en toe moeten drogen duurt het dan even voor er weer eens resultaten zijn. Vandaag was ik in staat om weer eens een paar pagina’s af te maken.
Als drager voor de composities gebruik is steeds gewoon printpapier. Maar dat is niet stevig genoeg. Zeker als ik iets maak waarbij ook stukken handgeschept papier betrokken zijn dan is het gewicht van de drager en de compositie uit balans. Nu is dat nog prima maar op termijn hou je dat niet vol. Die pagina’s gaan krom staan van het gewicht.
Dit is een combinatie van handgeschept papier (zelf gemaakt op een workshop bij Marieke de Hoop) met een zwaarder papier (een restant van papier dat ik speciaal voor een boek gekocht heb) met drukinkt en ecoline-resten. De open vorm in het bruine papier is een sjabloon dat ik op andere pagina’s gebruikt heb.
Dada: gescheurd krantenpapier, verdunde drukinkt. Bij dit boekje heb ik ook bewust geen plan gemaakt van wat precies op welke pagina komt. Alles om meer toeval in de teksten, de plaats van de teksten en de illustraties toe te laten. Ik probeer ook zoveel mogelijk niets weg te gooien maar te hergebruiken bij een andere compositie.
Of ik dit ga gebruiken weet ik nog niet. Het zal in ieder geval een stuk kleiner moeten worden.
Opstaande pagina’s, van boven op de foto.
Vorige keer eindigde ik met een foto met een stuk
handgeschept papier, overwegend blauw en
een stuk krantenpapier met rode inkt.
Dat werden twee losse pagina’s.
letters, gebeeldhouwd begrip, lijnen in orde, gebogen inkt, strepen, tekens, woord.
Hier ligt de inkt en de lijm te drogen boven op de letterbak.
Het dada gedicht ‘Uitgelicht’ op een stuk van een papieren zakje. Niet uitgesneden maar uitgescheurd.
Het vreemde aan het bezig zijn met dit experiment
is dat, al weet je dat natuurlijk wel, je hard geconfronteerd
wordt met het gegeven, dat naast de betekenis van het individuele woord,
de structuur waarin de woorden gepresenteerd worden, misschien wel
net zo belangrijk zijn als die woorden zelf.
De individuele woorden zijn ongewijzigd.
Het is alleen de structuur die nu anders is.
De structuur is nu eens niet door een schrijver of dichter aangebracht
maar is het gevolg van toeval.
Dan gebeurt er nog iets bijzonders.
Omdat de structuur van de schrijver ontbreekt, lijkt het wel
of sommige woorden ineens meer betekenis krijgen.
Dat is natuurlijk heel individueel. Bij mij zullen andere woorden
opvallen dan bij iemand anders.
Net als bij een regulier gedicht is het blijkbaar aan de lezer
om betekenis aan het gedicht te geven en daarom zal
dat voor lezer A anders zijn dan voor lezer B.
Het stokpaardje of dada.
Hetzelfde stokpaardje maar nu in de finale versie. Het papier zal nog wel kleiner moeten worden om in de bundel opgenomen te worden.
‘Klaar’
Als je met drukinkt bezig geweest bent dan zit er aan het eind van de ochtend altijd nog wat inkt op de glasplaat. Die kun je net zo goed even afdrukken op een stuk krantenpapier. Soms geeft dat heel verrassende resultaten. Toeval. Nu moet ik nog beslissen wat ik er mee ga doen. Het papier ligt hier op de foto op een stuk handgeschept papier (Marieke de Hoop) met daarin vilt en vezels van spijkergoed verwerkt.
Toeval is een centraal element in de kunst die we
aanduiden met de term Dada.
Vooral de Roemeense dichter Tristan Tzara (Sami Rosenstock)
wordt gezien als een centrale figuur binnen Dada en van hem is ook
de instructie die ik volg om een aantal gedichten te maken.
Daarbij worden eigenlijk geen instructies gegeven over de vorm
van het gedicht. Logisch maar dat leidde ertoe dat
ik een beetje op onderzoek uit ging naar dichtvormen.
Zo kwam ik bijvoorbeeld uit bij ‘Elfje’.
Ik heb geprobeerd een elfje te maken en gebruik die tekst
om een aantal pagina’s van mijn ‘dichtbundel’ te vullen.
Om toeval nog meer kan te geven gebruikte ik verschillende
soorten papier, soms afval, als ondergrond om de tekst
op te drukken.
Zo gebruikte ik een stuk decoratiepapier, een papieren zak,
een velletje uit een schrift, een stuk keukenpapier enz.
Zonder het eerst uit te proberen.
Nu de teksten droog waren moest ik besluiten er iets mee
te doen. Ik dacht terug naar de lezing van Alan Kitching
die iets zei in de trend van ‘als je kunt moet je
papier scheuren’.
Nou dat wilde ik best proberen. Als je papier scheurt krijg
je mooie ongelijke randen die als het ware de binnenkant
van het papier tonen.
Het kan ook goed mis gaan.
Kraftpapier en zaansch bord scheuren heel mooi.
Afgelopen zaterdag was de open dag of donateursdag
van de Stichting Handboekbinden.
Daar ben ik naar toe gegaan.
Dit was de tweede of derde keer.
Deze keer leverde het me niet zoveel op.
Dat is jammer.
Ontbijt in de trein. De dag is in de Gruyterfabriek in Den Bosch. Een mooie locatie met heel veel startende ondernemers. Leuke sfeer. Zelfs als de meeste kantoren gesloten zijn. De afstand van het station naar de fabriek viel tegen. Dat was niet de beloofde 10 minuten maar meer 40 minuten. En dan. Waar was de ingang?
Onderweg had ik dus genoeg tijd voor een selfie.
De Gruyterfabriek heeft een mooie brasserie. Jammer dat die soort van dicht was. Je kon er koffie kopen maar het eten was beperkt tot het lunchpakket.
Een agenda was er ook niet echt. Eigenlijk waren er alleen wat stands van ‘commerciële’ partijen: boeken over boekbinden, handgeschept papier en veel onderwijs. Er waren twee sessies maar de start- en eindtijden werden pas ter plaatse duidelijk. Een sessie ging over het Boekje in boekje. De andere sessie over koud ‘vergulden’.
Omdat er te weinig tijd was om het boekje te maken heb ik het mee naar huis genomen om het er af te maken. Daar bleek dat ik het materiaal voor de sluiting niet had meegenomen (wist niet dat het er bij hoorde). Het is een beetje een onduidelijk boekje. een concertina met groter katern en een klein katern. Dat kleine katern komt als het ware op een standaard te liggen. Individueel leuk gevonden maar als boekje….
Als bijvangst van mijn klein Dada-projectje had ik een kleine tekst klaarstaan op de pers. Die heb ik voor de boekjes gebruikt.
De tekst is een zogenaamd elfje.
Elf woorden over 5 regels:
1 regel met 1 woord
1 regel met twee woorden
1 regel met 3 woorden
1 regel met vier woorden
en de laatste regel met 1 samenvattend woord.
Mijn tekst is:
letters
gebeeldhouwd begrip
lijnen in orde
gebogen inkt, strepen, tekens
woord
Om het dada-karakter te benadrukken heb ik de tekst gezet
in kolommen waarbij de woordbreedte de kolombreedte bepaald.
Woordbreedte is kolombreedte.
Met een titel en het boekje is gereed.
Volgend jaar nog eens zien of ik nog naar de open dag ga.
Donderdag ontving ik een paar boeken van de Folio Society.
Ik had ze een tijdje geleden besteld.
Een van de boeken is een facsimile uitgave van de
Rubaiyat van de Perzische dichter/schrijver
Omar Khayyam.
Op de deels Nederlandstalige website van Hans van Rossum
Staat het een en ander over de schrijver en het boek.
Het kleine boekje zit in een omdoos.
Dit is de boekband zoals je die ziet als je het boekje uit de doos haalt. Helaas doet de scanner geen recht aan de gouddruk op de band.
De Engelse tekst die in dit boekje gebruikt wordt is die van de vertaling uit 1859 van Edward Fitzgerald.
De pagina’s zijn gekalligrafeerd door William Morris (die van de Arts-and-craftsbeweging). Figuren in de marge (niet op de foto) zijn ontworpen door William Moris en Sir Edward Burne-Jones en geschilderd door Charles Fairfax Murray. Dit boek is gebaseerd op de versie in het British Library, MS 37832, gemaakt in 1872.
Tot nu toe had ik 1 galei.
Een galei is een soort metalen dienblad waarop je een tekst
voor korte of langere tijd kunt bewaren nadat je die tekst gezet hebt.
Hij is zo ontworpen dat je de tekst relatief eenvoudig
van de galei naar de pers kunt overbrengen.
Maar op 1 been kun je niet staan.
Toen er deze week op Drukwerk in de Marge een paar galeien
werden aangeboden met insluitwit, heb ik die gekocht.
Galeien met insluitwit.
Insluitwit zijn stroken metaal die worden gebruikt om op de pers
de tekst (die met de hand gezet is uit losse loden letters, leestekens
en spaties en misschien wel met cliche’s (=afbeeldingen)) goed vast
te zetten (in te sluiten).
Op de plaats van het insluitwit komt als het goed is geen inkt
en het papier waarop je drukt, raakt dat metaal niet.
Die ruimte op het papier die boven het insluitwit zit,
blijven na het drukken dus wit.
De Grafische Werkplaats Amsterdam heeft dit najaar een serie
presentaties en workshops onder de naam: ‘Resist the Mac’.
De titel vind ik goed gevonden.
De Apple machine is natuurlijk hét gereedschap van de
moderne grafisch ontwerper.
Maar met al die techniek dreigt het oude ambacht van handzetten
en met de hand de drukpers bedienen te verdwijnen.
Alan Kitching is een Engelse ontwerper en drukker met
een eigen werkplaats die zijn brood verdient met het met
de hand ontwerpen en maken van zijn werk.
Een aantal jaren geleden verscheen er met en over hem een boek
waarvan ik een exemplaar kocht.
Afgelopen vrijdag kon ik zijn presentatie bijwonen.
Mijn exemplaar kwam in deze doos met op de buitenkant werk van Alan Kitching. Dit is de voorkant van de doos.
Dit is de achterkant met een soort letterproef.
Dit is het boek met een speciale ‘Dust jacket’, stofomslag. Alan Kitching A life in Letterpress. Zijn naam is op zijn karakteristieke manier gezet en gedrukt.
Als je de omslag eraf haalt zie je het boek met een heel stevige band.
Dit is een foto uit het boek. Het woord ‘Fire’, vuur is op de typische manier van Alan Kitching gecomponeerd. De omgekeerde ‘R’ in rood en geel is een illustratie van het begrip vuur.
Hier zie je de speciale omslag helemaal opengevouwen. Het boek staat bij mij in de boekenkast met doos en omslag, helemaal compleet.
Terug naar vrijdagavond. Rond 19:00 uur was ik bij Grafische Werkplaats Amsterdam. Een hele mooie werkplaats.
Je ziet hier een aantal persen opgesteld. Achter in de werkplaats zijn de loden en houten letters te vinden. Vooral die laatste, daar ben ik erg jaloers op.
Dit is de plaats voor de presentatie.
Toen ik deze foto maakte, wist ik niet dat ik zelf, later op de avond, de kans zou krijgen, om mijn eigen Alan Kitching-poster te maken.
De coördinator gaf een korte inleiding. Haar naam weet ik niet meer maar op de site staat dat de coördinatie ligt bij Corine Elemans.
Alan Kitching vertelde bevlogen over zijn werk.
Gisteren heb ik de poster die ik maakte, in mijn werkplaats opgehangen.
Dit is de poster: Alan Kitching talks letterpress. Als de werkplaats dichter bij huis was zou ik bijvoorbeeld zeker naar de presentatie of de workshop gaan van Herman van Bostelen // Gorilla half november. Zoek op internet maar even naar ‘Resist the mac’.
Gisteren weer even kunnen werken aan de dada dichtbundel.
Toeval speelt daarbij een grote rol.
Zo heb ik gisteren stukken afvalpapier verwerkt tot
een afbeeldingen waarbij ik gebruik maak van toevallige
lijnen in de restanten papier die ik gebruikt heb bij het
spatten en rollen om bepaalde gebieden van de pagina
waar ik op dat moment mee bezig ben af te schermen.
Die toevallige lijnen laat ik dan op elkaar aansluiten.
Ik ben begonnen het spatwerk voor te bereiden voor de tekst ‘Dada’.
De vorm die ik gesneden heb uit bruin papier dekt niet de hele pagina af. Daarom gebruik ik resten van ander papier om de pagina helemaal af te dekken zodat alleen daar de ecoline komt waar ik het wil.
Dit is dan bijvoorbeeld zo’n resultaat.
Nog een.
Hier heb ik vormen uit het papier gesneden dat eerder is gebruikt om bij spatten het onderliggende papier te beschermen. Deze vormen die ik uitgesneden heb gebruik ik vervolgens weer om een compositie te maken.
In de compositie ‘Ezeloor’ (bewust foute spelling, de titel moet 7 posities of letters lang zijn) gebruik ik de toevallige lijnen die eerder ontstaan zijn, als leidraad voor de compositie. De uitsnijding van de individuele stukken papier laat ik afhangen van de verfresten op de verschillende papiersoorten.
Afgelopen woensdag ben ik weer bezig geweest met
nieuwe pagina’s voor de bundel Dada(ge)dicht.
Krantenartikel, woorden uitknippen, husselen in zakje,
dan een voor een er uit halen naargelang de behoefte.
In het geval van een ‘elfje’, 11 woorden: 1 op regel 1,
2 op regel 2, dan 3, dan 4 en op regel 5 één woord.
Het Dadadicht ‘achterneef’ gedrukt.
Hier tegen een achtergrond.
Hier over spatwerk met ecoline en links een afbeelding gemaakt met drukinkt. Gemaakt met de roller en stukken sjabloon.
Nog een pagina.
Veel romans lees ik niet.
Maar omdat ik me verdiep in Hella Haasse en ik dit boek zag
in een boekwinkel dat zo duidelijk aangeeft een
historische roman te zijn, besloot ik het te kopen en lezen.
Hella Haasse heeft een aantal historische romans geschreven.
Maar ik heb er nog geen gelezen.
Wel heb ik werk van haar gelezen dat over Indië gaat.
Bij een historische roman loop je, denk ik, het risico dat
de schrijver al snel feitjes gaat opschrijven en dan ben
je een geschiedenisboek aan het schrijven en geen roman.
Dus een beetje als voorbereiding las ik Antons Tweestrijd
van Peter van de Steenoven.
Het boek is dit jaar verschenen en speelt zich voor een
groot deel af in en rond Breda.
De hoofdpersoon heeft een kantoor in de Katerstraat (de
huidige Catharinastraat) en zijn belangrijkste klant
woont in de Veemarktstraat.
Peter van de Steenoven, Antons tweestrijd, 2018.
Over de Katerstraat zegt erfgoed.breda.nl het volgende:
De naam Katerstraat komt al voor in een oorkonde in het archief van het Begijnhof uit 1355. Volgens de Bredase historicus Jac. van Hooydonk hangt de aanleg van de Katerstraat nauw samen met de burcht van Breda, die voor het eerst wordt vermeld in 1196, maar vermoedelijk al een halve eeuw ouder is. Bij archeologisch onderzoek bleek dat er nog 13e eeuwse sloten diagonaal de Catharinastraat kruisen. Dat wijst erop dat deze straat toen nog niet aanwezig was. Pas in de tweede helft van de 13 eeuw wordt de straatloop zichtbaar aan de hand van evenwijdig lopende sloten.
De meest voor de hand liggende reden voor de aanleg van de Catharinastraat is om het burchtterrein en de oudste haven aan te sluiten op de ontsluitingsweg naar het oosten, de huidige Boschstraat.Kater, keuter of kouter
Scherft zegt dat de naam Katerstraat afgeleid is van katers of keuters, keuterboeren dus, die hier gewoond hebben. Brekelmans geeft als verklaring dat kater verband houdt met het woord kouter, afgeleid van ‘cultura’, dat is de door de heer geëxploiteerde grond rondom diens hof. De naam Katerstraat vindt men ook in Baarle en in Zundert.
Verbasterd
De Katerstraat bleef zeer naamvast tot ver in de negentiende eeuw. In 1812 werd de naam echter op de straatnaambordjes in het Frans verkeerd vertaald als Rue St. Cathérine. In de volkstellingen van 1829 en 1839 komt hij nog voor als Katerstraat, maar in het bevolkingsregister van 1848 en alle latere officiële bronnen sindsdien is het definitief Catharinastraat. De naam Katerstraat bleef echter tot in het begin van de twintigste eeuw in de volksmond de enige gebruikte naam.
De schrijver weet goed de vaart in het verhaal te houden
dat draait om keuzes die de jonge advocaat moet (gaan)
maken. Keuzes die te maken hebben met de heersende moraal
van de standenmaatschappij in het Nederland van rond 1828.
Op pagina 112, in een deel dat zich afspeelt in een slaapkamer,
wordt gesproken over
‘een schilderij met een allegorische voorstelling met schaars geklede dames van ene Françios Boucher’.
Welk schilderij precies bedoeld wordt door de schrijver weet ik niet.
na even rondgekeken te hebben op internet blijkt dat veel van de werken
van Boucher dezelfde stijl volgen.
Het volgende schilderij had best in de Veemarktstraat kunnen hangen.
Nu is het te vinden in The J. Paul Getty Museum
Francois Boucher, The bird catchers, 1748.
Responding to the contemporary rage for pastoral scenes depicting amorous countryside games, François Boucher here exhibited young, fashionable couples in the act of catching birds. In the 1700s, small birds played an important symbolic role in courtship ritual: the gift of a caged bird from a man to a woman signified her capture of his heart.
Het schilderij heeft een duidelijk erotisch element.
Het symbool van vogeltjes die gevangen zitten staat
voor het hart van de man dat door de vrouw gevangen is.
De website legt het hierboven een beetje omslachtig uit.
In het boek komen een aantal keren literaire werken voor
uit die tijd. Zo lezen we over:
– Adolphe van Benjamin Constant
– geen titel vermeld maar het gaat om een boek van Rhijnvis Feith
– Julie ou la nouvelle Héloise van Jean-Jacques Rousseau
Op pagina 111 legt een van de hoofdpersonen uit wat er
volgens haar, zo goed is aan het boek Adolphe en de ideeën
van Benjamin Constant. Naar mijn smaak komt daar de schoolmeester,
het gevaar van een historische roman, iets te veel om de
hoek kijken.
Of iemand in 1828 het volgende zou denken of zeggen,
weet ik niet (pag. 56) “Bij nat weer waren de dijken
super modderig”.
Ik heb het boek met veel plezier gelezen!
De omslag is goed gekozen, een harde kaft had ik
prettiger gevonden maar dat doet niets af aan de inhoud.
De omslag komt meerdere keren in het boek terug.
Steeds een beetje anders.
Graag las ik iedere keer weer een volgende pagina.
Dat is voor mij een goed teken. Dan zit er vaart in het boek
en het maakt me nieuwsgierig. Ik wil meer.
Hopelijk heb je zelf ook deze ervaring.
Vandaag heb ik eerst met de hand de tekst van mijn eerste dada(ge)dicht gezet. Zeven regels van elk zeven woorden.
De eerste proefdruk gaf aan dat er wat correcties nodig waren. Die heb ik in de tekst aangebracht.
Vervolgens nog een paar proefdrukken gemaakt om te zien of de correcties goed zijn aangebracht en om te zien hoe ik het best de druk kan verhogen tijdens het drukken.
Vervolgens heb ik een sjabloon gesneden van een stokpaardje (=dada) en het sjabloon dan gebruikt om de vorm te spatten over de tekst heen. Deze tekst (proefdruk) was niet heel donker maar de tekst blijft prima leesbaar. Misschien iets minder spatten. Maar dat is erg afhankelijk van de kleur ecoline die ik gebruik. Heel leuk vind ik de grotere en kleinere spatten.
Sjabloon van een stokpaardje.
Misschien hier beter te zien op een witte achtergrond. Komende week het stokpaardje spatten op de definitieve tekst.
Het werk aan het eerste dadagedicht ben ik gisteren
gelijk gestart. Zoals ik aangaf volg ik de richtlijnen
van Tristan Tzara niet helemaal.
Het artikel dat ik verknipt heb wordt de basis
voor een dadaïstische dichtbundel.
In deze plastic zak zit het verknipte artikel uit Argus over Verweesde boeken.
Het eerste gedicht dat ik ga maken heeft 7 zinnen van 7 woorden.
De woorden heb ik uit de zak gehaald en op het eerste katern geplakt.
Dan is dit het resultaat.
voetbalbestuurder Nederlandse verweesde het voegen een zeventien
toevoeging terecht meer hij van van aantal
vooral het zulke verweesde boekenplanken spelen sinds
eraan letters tussen verraste dat tien las
een boeken niet elkaar die onderdeel antiquariaat
voor voetbalboekjes jaar verhuisden boek wel boeken
de ezelsoor boven op het raakt want
Zoals je kunt zien had Tristan Tzara gelijk:
The poem will look like you
And there you are — an infinitely original author endowed with a charming sensibility though beyond the understanding of the vulgar.
Voor een toelichting op Dada ging ik naar Wikipedia:
Het dadaïsme of kortweg dada was een culturele beweging die tijdens de Eerste Wereldoorlog begon in Zürich in het neutrale Zwitserland.
De beweging was ongeveer tussen 1916 en 1920 op haar hoogtepunt. De kunstenaars van dada hielden zich bezig met mengvormen van beeldende kunst, poëzie, theater en grafisch ontwerp. De beweging toont qua geesteshouding verwantschap met het nihilisme door het opzettelijk irrationele en het ondergraven van de algemeen geaccepteerde standaarden.
Hoewel de beweging slechts korte tijd heeft bestaan, is haar invloed zeer groot geweest. Dada is een kunst net onder de realiteit. Kunstenaars hielden zich bezig met het gebruik van voorwerpen die eigenlijk al bestonden. Zij maakten er net iets anders van dan het eigenlijk moest voorstellen.
De naam is uit een Frans-Duits woordenboek geprikt. Op een willekeurige pagina kwam men bij het Franse woord dada, dat speelgoedpaard en ook figuurlijk stokpaardje betekent.
Als iemand al eerder mijn blog bezocht heeft
dan weet die persoon waarschijnlijk dat aan mij
geen schrijver verloren is gegaan.
Laat staan een dichter.
Maar deze week keek ik naar het werk van een
Nederlandse margedrukker: Pluuspers.
Ik ken haar niet maar zag op haar website
een geweldig idee:
Neem een krant, mee, een schaar. Bijna als een recept staat er een serie hints om zelf een gedicht te maken. Het idee is van Tristan Tzara.
Wat staat er precies op de kaart:
Zo schrijft u een dadaïstisch gedicht:
NEEM EEN KRANT
NEEM EEN SCHAAR
Kies een artikel uit de krant dat even lang is als de beoogde lengte van het gedicht.
Knip het artikel uit.
Knip vervolgens zorgvuldig alle woorden van het artikel uit en stop ze in een zak.
Schud voorzichtig.
Haal vervolgens de snippers een voor een uit de zak.
Schrijf de woorden nauwgezet over in de volgorde waarin ze uit de zak zijn gekomen.
Het gedicht zal op u lijken.
En kijk, daar bent u een buitengewoon origineel en fijngevoelig schrijver, hoewel onbegrepen door de plebs.
Tristan Tzara
Sjors en Sjimmie en de baanbrekers, Frans Piët.
Nieuwsgierig geworden wilde ik wel weten wie Tristan Tzara
eigenlijk is. Wikipedia bracht zoals altijd uitkomst:
Tristan Tzara, pseudoniem van Sami Rosenstock, (Moinești, 16 april 1896 – Parijs, 25 december 1963), was een Roemeens dichter, essayist en performanceartiest die het grootste deel van zijn leven in Frankrijk leefde.
Hij is vooral bekend geworden als een van de stichters van het dadaïsme.
Een Roemeense dichter.
Ik schaam me, ik had nooit van hem gehoord.
Vermoedelijk schreef hij niet in het Engels, maar deze
Engelse tekst ligt waarschijnlijk ten grondslag aan de Nederlandse.
To Make a Poem
Take a newspaper
Take a pair of scissors
Choose from the paper an article as long as you are planning to make your poem
Cut the article out
Next carefully cut out each of the words that make up the article and put them in a bag
Shake gently
Next take each clipping out one after another in the order in which they left the bag
Copy conscientiously
The poem will look like you
And there you are — an infinitely original author endowed with a charming sensibility though beyond the understanding of the vulgar.
Tristan Tzara
Sjors, Sjimmie en de tijger.
Ik vond het een geweldig idee.
Toevallig lag de laatste editie van Argus op tafel.
Ik zocht naar een geschikt artikel en koos een artikel
uit de serie ‘Verweesde boeken’.
Dit artikel van Theo Dersjant gaat over een versie van ‘Sjors en Sjimmie als journalisten’. Op de kaft van het boek staat een naam en in het artikel wordt achterhaald wie die persoon is en wat die herinnert van het boek. Ik herinner me veel van het boek. Dit boek en drie andere heb ik nog steeds en hebben al eerder op mijn weblog gestaan.
Eerst heb ik die stukken van het artikel afgeknipt die ik toch niet ga gebruiken. Bijvoorbeeld de foto.
Maar ik heb me meer regels opgelegd.
Misschien niet erg Dada maar om ‘leuke’ gedichten te krijgen
heb ik:
– woorden met grote beginkapitalen aan het begin van een alinea
weggelaten;
– alle leestekens weggelaten;
– als een woord aan het eind van een regel wordt afgebroken en er ontstaan
twee woorden met ieder een eigen betekenis dan zijn dit twee woorden;
– de titels heb ik gewoon meegenomen. Ze zijn afwijkend van grootte
maar dat is de ‘snipperversie’ van het gedicht misschien wel leuk;
– Eigennamen, plaatsnamen en merknamen (ed) laat ik weg,
behalve als het om woorden gaat die ook een andere betekenis hebben;
– jaartallen en afkortingen zijn weggelaten;
– ge- (van een voltooid deelwoord aan het einde van een regel)
heb ik weggelaten.
Dit zijn de stukken tekst van het artikel die ik ga verknippen.
De achterkanten van de stukken tekst heb ik eerst gearceerd. Je kunt ook teveel toeval toelaten. Op deze manier vergis ik me niet in het selecteren van de juiste woorden.
Bij het knippen vallen dan nog steeds stukjes tekst af. Hier op onze glazen tafel.
Sjors en Sjimmie naar de Pintoplaneet.
Blijft er voor mij nog wel een probleem over.
Het artikel uitzoeken op lengte voor een gedicht vond
ik niet zo praktisch.
Op onderwerp vond ik leuker.
Daarom dit artikel over een Sjors en Sjimmieboek.
Maar dat betekent wel dat ik nog regels moet bedenken
voor het maximaal aantal woorden in een gedicht
en het maximaal aantal regels.
Dit is mijn exemplaar van Sjors en Sjimmie als journalisten.