Antons tweestrijd

Veel romans lees ik niet.
Maar omdat ik me verdiep in Hella Haasse en ik dit boek zag
in een boekwinkel dat zo duidelijk aangeeft een
historische roman te zijn, besloot ik het te kopen en lezen.
Hella Haasse heeft een aantal historische romans geschreven.
Maar ik heb er nog geen gelezen.
Wel heb ik werk van haar gelezen dat over Indië gaat.

Bij een historische roman loop je, denk ik, het risico dat
de schrijver al snel feitjes gaat opschrijven en dan ben
je een geschiedenisboek aan het schrijven en geen roman.
Dus een beetje als voorbereiding las ik Antons Tweestrijd
van Peter van de Steenoven.
Het boek is dit jaar verschenen en speelt zich voor een
groot deel af in en rond Breda.
De hoofdpersoon heeft een kantoor in de Katerstraat (de
huidige Catharinastraat) en zijn belangrijkste klant
woont in de Veemarktstraat.

PeterVanDeSteenovenAntonsTweestrijd

Peter van de Steenoven, Antons tweestrijd, 2018.


Over de Katerstraat zegt erfgoed.breda.nl het volgende:

De naam Katerstraat komt al voor in een oorkonde in het archief van het Begijnhof uit 1355. Volgens de Bredase historicus Jac. van Hooydonk hangt de aanleg van de Katerstraat nauw samen met de burcht van Breda, die voor het eerst wordt vermeld in 1196, maar vermoedelijk al een halve eeuw ouder is. Bij archeologisch onderzoek bleek dat er nog 13e eeuwse sloten diagonaal de Catharinastraat kruisen. Dat wijst erop dat deze straat toen nog niet aanwezig was. Pas in de tweede helft van de 13 eeuw wordt de straatloop zichtbaar aan de hand van evenwijdig lopende sloten.
De meest voor de hand liggende reden voor de aanleg van de Catharinastraat is om het burchtterrein en de oudste haven aan te sluiten op de ontsluitingsweg naar het oosten, de huidige Boschstraat.

Kater, keuter of kouter

Scherft zegt dat de naam Katerstraat afgeleid is van katers of keuters, keuterboeren dus, die hier gewoond hebben. Brekelmans geeft als verklaring dat kater verband houdt met het woord kouter, afgeleid van ‘cultura’, dat is de door de heer geëxploiteerde grond rondom diens hof. De naam Katerstraat vindt men ook in Baarle en in Zundert.

Verbasterd

De Katerstraat bleef zeer naamvast tot ver in de negentiende eeuw. In 1812 werd de naam echter op de straatnaambordjes in het Frans verkeerd vertaald als Rue St. Cathérine. In de volkstellingen van 1829 en 1839 komt hij nog voor als Katerstraat, maar in het bevolkingsregister van 1848 en alle latere officiële bronnen sindsdien is het definitief Catharinastraat. De naam Katerstraat bleef echter tot in het begin van de twintigste eeuw in de volksmond de enige gebruikte naam.

De schrijver weet goed de vaart in het verhaal te houden
dat draait om keuzes die de jonge advocaat moet (gaan)
maken. Keuzes die te maken hebben met de heersende moraal
van de standenmaatschappij in het Nederland van rond 1828.

Op pagina 112, in een deel dat zich afspeelt in een slaapkamer,
wordt gesproken over

‘een schilderij met een allegorische voorstelling met schaars geklede dames van ene Françios Boucher’.

Welk schilderij precies bedoeld wordt door de schrijver weet ik niet.
na even rondgekeken te hebben op internet blijkt dat veel van de werken
van Boucher dezelfde stijl volgen.
Het volgende schilderij had best in de Veemarktstraat kunnen hangen.
Nu is het te vinden in The J. Paul Getty Museum

FrancoisBoucherTheBirdCatchers1748

Francois Boucher, The bird catchers, 1748.


Responding to the contemporary rage for pastoral scenes depicting amorous countryside games, François Boucher here exhibited young, fashionable couples in the act of catching birds. In the 1700s, small birds played an important symbolic role in courtship ritual: the gift of a caged bird from a man to a woman signified her capture of his heart.

Het schilderij heeft een duidelijk erotisch element.
Het symbool van vogeltjes die gevangen zitten staat
voor het hart van de man dat door de vrouw gevangen is.
De website legt het hierboven een beetje omslachtig uit.

In het boek komen een aantal keren literaire werken voor
uit die tijd. Zo lezen we over:
– Adolphe van Benjamin Constant
– geen titel vermeld maar het gaat om een boek van Rhijnvis Feith
– Julie ou la nouvelle Héloise van Jean-Jacques Rousseau

Op pagina 111 legt een van de hoofdpersonen uit wat er
volgens haar, zo goed is aan het boek Adolphe en de ideeën
van Benjamin Constant. Naar mijn smaak komt daar de schoolmeester,
het gevaar van een historische roman, iets te veel om de
hoek kijken.

Of iemand in 1828 het volgende zou denken of zeggen,
weet ik niet (pag. 56) “Bij nat weer waren de dijken
super modderig”.

Ik heb het boek met veel plezier gelezen!

De omslag is goed gekozen, een harde kaft had ik
prettiger gevonden maar dat doet niets af aan de inhoud.
De omslag komt meerdere keren in het boek terug.
Steeds een beetje anders.

Graag las ik iedere keer weer een volgende pagina.
Dat is voor mij een goed teken. Dan zit er vaart in het boek
en het maakt me nieuwsgierig. Ik wil meer.
Hopelijk heb je zelf ook deze ervaring.