….laat zich niet zo mooi op de foto zetten als ik wel
graag zou willen maar het leverde toch een mooie foto op.
Het Kasteel van Breda op de voormalige KMA in Breda. Gefotografeerd vanuit het Valkenberg.
De processie gaat naadloos over in de markt.
Natuurlijk zijn de mensen al druk bezig hun kerstinkopen te doen
terwijl de marktlui tegelijk oog houden voor de toeristen.
In 2018 schreef ik:
De avond ging over in de ochtend. Het vuurwerk, de muziek, al het lawaai ging gewoon door. Tel daar de bussen met de claxons bij. Knappe jongen als je daar door heen slaapt. Ik niet dus. Maar dat de vroege ochtend onrustig zou zijn had ik al wel ingecalculeerd in verband met de zondagsmarkt. De markt was druk, kleurrijk, gewoon leuk. Ik heb er nog gesproken met een vrouw uit Haiti (die al vier houten maskers gekocht had) over de maskers en hun prijs. Wij vinden de maskers te groot. Dus nog even niets gekocht.
De markt is druk.
Er zijn groenten te vinden en fruit en vlees, textiel, huishoudelijke producten, aardewerk en al het andere wat je maar kunt bedenken.
Op de trappen van de Iglesia Santo Tomas kun je bloemen kopen.
Volgens mij zijn de gedachten van de mensen nog voor een deel bij het feest van Santo Tomas en voor een deel al bij het kerstfeest.
De sfeer is ontspannen.
Deze maskers zijn voor de toeristen bedoeld. We waren nog maar net in Guatemala dus kochten we er hier geen. Uiteindelijk zullen we dat nog doen op het vliegveld terwijl we onderweg naar huis zijn.
Onder andere deze kalkoenen achter op een pick-up, zijn het vlees waar ik eerder over sprak. Er was een hele hoek van de markt met mensen die kippen en kalkoenen verkochten.
Deze kip is goed bevonden en verkocht.
Dat deze verkoopster haar ogen dicht heeft was niet de bedoeling van de fotograaf.
Chichicastenango, grote brug over de hoofdweg.
Hij is een beetje dik aangezet, de titel van de tentoonstelling
in het Stedelijk Museum Breda.
Maar het museum komt van ver en maakt een inhaalslag met deze goede
tentoonstelling over de schilders die halverwege de 19de eeuw
naar het dorp Dongen trokken om er het ongerepte Brabantse land
met eigen ogen te zien en te schilderen.
Een kunstenaarsdorp in de 19e eeuw.
Het Noord-Brabantse dorp Dongen was ooit een geliefd kunstenaarsoord.
Schilders kwamen van heinde en verre om hier studies te maken van het landschap en de bewoners.
Dongen was al vroeg in de 19e eeuw in trek.
Passend bij de romantische trend van die tijd vonden schilders er pittoreske bos- en heidegezichten, oude boerderijen en een bijzonder duingebied.
De omgeving lokte ook talrijke veeschilders.Toen meer interesse ontstond voor binnenhuis- en volkstaferelen, vonden de kunstenaars onder de dorpsbewoners volop excentrieke types.
August Allebé ontdekte hier zijn ‘toverkol’.
Deze oude boerin met haar karakteristieke Dongense muts poseerde onder meer voor Petrus van der Velden, Johannes Albert Neuhuys en Suze Robertson.Ook oude ambachten zijn vaak verbeeld op de Dongense schilderijen.
De Duitser Max Liebermann schilderde een Schoenmakerswerkplaats, dat op de Parijse Salon werd geprezen vanwege de losse, impressionistische stijl.
Jozef Israëls vond er zijn schoenmakersgezin aan de aardappelmaaltijd.
Hiermee inspireerde hij op zijn beurt Vincent van Gogh tot diens beroemde Aardappeleters.
De interesse voor het Brabantse land werd onder andere aangewakkerd door de legering van troepen in Brabant rond de Belgische opstand. Willen de Klerk, Bivak in een bos bij Breda, 1832, olieverf op doek.
Willem de Klerk had als bijnaam de ‘Dordtse Koekkoek’: in zijn werk is de invloed merkbaar van Barend Koekkoek.
De Klerk woonde tijdens de Belgische Opstand twee jaar in Breda.
In die periode schilderde hij in de bosrijke omgeving dit tafereel van een militaire bivak.
Een van zijn studenten was de Dordtse veeschilder Frans Lebret, die ook in Dongen heeft gewoond.
Constant C. Huijsmans was een van de eerste die Dongen als bijzonder dorp zag. Op deze foto een van zijn schetsboeken, 1832 – 1850.
Constant C. Huijsmans werkte onder andere als tekenleraar aan de KMA in Breda. Voor zijn tekenpnderwijs ontwikkelde hij een methode. Die methode is hier op de foto te zien: ‘Het Landschap – Eene volgreeks van oorspronkelijke voorbeelden en studien voor het teekenen met potlood vormende eenen leercursus in dit genre’.
Dit is fragment van een van de voorbeelden in de methode ‘Het landschap’ van Constant Huijsmans.
Voorbeeld van een Brabantse muts. Verder op de tentoonstelling wordt de muts van de Dongense boerinnen vaker genoemd. Ik heb wat moeite deze muts te herkennen op de schilderijen en tekeningen.
Jan Veth, Lezende boerin, Dongen, 1885, ets op papier.
August Allebé, Staande boerin – Vrouw Muskens, 1869, krijttekening op papier.
August Allebé, Buurpraatje, 1869, olieverf op paneel.
August Allebé, Bij de waterput, 1869, olieverf op paneel.
A. Smits, Vrouw Verdiesen voor de Haansche Hoef te Dongen, 1905.
De toverkol
Bijgeloof speelde in de 19de eeuw nog een belangrijke rol op het Brabantse platteland.
Binnen de katholieke religie leefden oude heidense gebruiken gewoon voort.
Zo kalkten mensen naast de deur van hun boerderij heidense tekens om boze geesten af te weren.
Ook het geloof in spoken en heksen was nog niet uitgedoofd.
August Allebé, die Dongen typeerde als het ‘Heksenland’, speelde hier als eerste op in door een oude boerenvrouw als toverkol af te beelden.
Zijn model Pieternella Verhoeven (‘Pietje Verhoef uit de Biezen’) kreeg vervolgens diverse andere schilders op bezoek.
Ook in hun werk heeft zij de rol van sprookjesachtig type: de heks van Dongen.
August Allebé, Binnenhuis te Dongen, 1868, olieverf op doek.
August Allebé, Studies van een knielende en staande boerin – Dongen, 1868, gewassen pentekening.
Remigius Haanen, Op weg naar het dorp, 1834 – 1836, olieverf op doek.
Dit is de lijst met kunstenaars die op de een of andere manier ook op de tentoonstelling aan de orde komen.
Johannes Christiaan Karel Klinkenberg, Landschap met boerderij in Dongen, 1871 – 1872, olieverf op doek.
Een fysiek groot werk in mijn geheugen dat veel indruk maakt: Jakob Smits, Christus bij de boeren, circa 1920, olieverf op doek. Afmetingen 103 x 128 cm.
Max Liebermann, De spinster, 1880, olieverf op paneel.
Als er dan iets af re dingen is op de tentoonstelling dan is het wel de catalogus. Het boek bevat mooie afbeeldingen van de werken op de tentoonstelling maar de teksten zijn hetzelfde als op de tentoonstelling. Niet verkeerd maar je verwacht een catalogus om meer diepgang te krijgen.
Diepgang is er op een aantal punten nog zeker te realiseren.
Bijvoorbeeld rond de tekencursus van Huijsmans of de ‘heidens tekens’
die Brabanders naast hun deur schilderden.
Op de tentoonstelling zijn er voorbeelden van.
Op mijn foto’s staan er twee voorbeelden:
Dit wordt genoemd als een afbeelding van de levensboom.
Voor dit teken was geen duiding aanwezig.
Aan de tentoonstelling is ook een kleinere tentoonstelling
gekoppeld met modern werk: ‘Dongen revisited’.
Ook deze publicatie blijft wat aan de oppervlakte.
Marenne Welten, Do not come closer series – Lemon, 2016, olieverf op doek.
Tessa Chaplin, ZT, 2019, olieverf op doek.
Al bij al een goede tentoonstelling.
een goed startpunt voor nog een aantal kleinere en grote
vervolgtentoonstellingen.
Deze eerste fase van een ster, gemaakt van snijafval van een boek, gaat de basis vormen voor een komeet.
De strokenster hangt intussen. Deels metallic grijs gespoten.
De komeet hangt. De ster is eerst grijs gespoten en daarna met een paar kleuren ecoline gespat. Maar er ontbreekt nog iets. Nu staan op het terrein van de FutureDome een aantal bushaltes. Die dienden als schuilplaats voor de gevangenen op de luchtplaatsen. Bij een van de bushaltes is een paar weken geleden een grote ruit gesneuveld. het glas ligt er nog. Kan ik daar iets mee?
In het kerst-boekselboekje staat een manier om een soort 3D-ster te maken. Mijn stroken zijn te kort, ik heb de lussen verkeerd gelijmd maar de vorm vind ik leuk. Ik heb al langere stroken afvalpapier gevonden en daar ga ik er binnenkort nog een mee maken. Dan in combinatie met verf of opnieuw spatwerk.
Hier ligt het glas, dat zo mooi brokkelt, op een kleine handdoek zodat de stukken goed kunnen drogen.
Er zijn al een paar stukken glas op de komeet gelijmd. Ben benieuwd of die blijven zitten.
Vandaag las ik een stuk in ‘De Brandmeester’,
de gedundrukte uitgave van Van Oorschot van het beste van Bomans.
Het begin van het verhaal ‘Nederlanders in Rome’ viel me op.
Een klein stukje (pagina 29):
Wat ons bij een vreemd volk allereerst in het oog springt, is maar een klein segment van zijn karakter, namelijk het gedeelte dat niet met onze eigen aard samenvalt. Het is nuttig deze eenvoudige waarheid eens te overwegen. Consequent doorgedacht moet zij tot de conclusie leiden dat de beste waarnemer van deze dunne schijf de man is die niets van het land weet en bovendien net is aangekomen. …. Wat is ‘raar’? Raar is al datgene wat in Bussum niet gebeurt. U kunt zich nu wel voorstellen wat een rare stad. … wel is.
Volgens mij zou het goed zijn als een deel van het Nederlandse volk
deze waarheid eens in zijn oren zou knopen.
Daarnaast is het een soort van leeshulp voor mensen die de foto’s
in dit artikel gaan bekijken.
We hadden de eerste baldakijn zien vertrekken. Hoe een en ander precies in zijn werk gaat is me nog niet helemaal duidelijk. Ik sta hier nog tussen de toeschouwers en de mensen die de ‘processie’ vormen.
Ik kijk mijn ogen uit.
Op de trappen van de kerk staan de oudere pelgrims nog steeds opgesteld en maakt de tweede baldakijn aanstalten om bij de ‘processie’ aan te sluiten.
Met vuurwerk gaat de stoet van San Tomas naar beneden.
Deze erewacht staat meer in de schaduw.
Iedere groep heeft zijn eigen muziek bij zich. Met versterking.
Terwijl de baldakijn al beneden is wordt er nog steeds vuurwerk afgestoken.
Er is niet veel ruimte en tegenover de kerk San Tomas zie je in de verte links een volgende kerk. Uiteindelijk zullen we beide bezoeken en nemen we plaats op de trappen van de tweede kerk om van het uitzicht te genieten. Maar nu zitten we nog midden in de drukte.
Er zijn veel mensen in traditionele kleding, maar niet iedereen. De muziek in de ‘processie’ zou ik omschrijven als typisch Latijns-Amerikaans.
Dit is een stuk moderner. Het ziet er gelikter uit, de muziek is keihard (oorpijn). Veel blazers en zang in hoog tempo. De sfeer zit er in. De bands wisselen elkaar af op de podia die tegenover elkaar zijn opgesteld.
Langzaam keert het feest zich weg van de ‘processie’. Tussen de twee kerken staat een hoge paal. Daarin zijn mensen bezig met touwen.
Een eind verder op is het rustig. Het is ook markt. Hier een eenzame kraam met aardewerk.
Op de muur, vlak bij het lokale museum, staat deze muurschildering. Rust in al die drukte.
Gewroet met touwen op hoogte.
Dan verschijnt deze doodskist. Ik vermoed dat een van de waaghalzen die straks capriolen gaan uithalen hoog in die paal, op deze manier zijn entree maakt.
De paal voor Iglesia Santo Tomas. We hebben een tijd staan wachten om te zien wat er gaat gebeuren, maar het duurde ons te lang.
Onderweg naar het hotel (even de weg terug zoeken) zagen we dit grappige reclamebord voor een tandarts.
We zijn in ons hotel aangekomen.
Zijn eigenlijk verbluft door het hotel en de optocht die
onder ons raam voorbij ging.
We besloten het dorp, het stadje maar eens te gaan bekijken.
Wat we konden verwachten was een beetje onduidelijk.
Blijkbaar lag een groot deel van het dorp veel lager dan ons hotel.
Behalve de bussen op de doorgaande wegen was het er niet druk. Dit is een lokale slagerij. Carniceria.
We kwamen in een deel van de stad waar ook kraampjes langs de weg stonden. Er werden veel tortilla’s bereid.
De zon is fel. De lokale mensen zoeken allemaal de schaduw op.
In de verte werd het steeds drukken. Links, hoog, was een kerk. Het bleek de Inglesia Santo Tomas te zijn. Het centrum van de festiviteiten.
Bovenaan de trappen stonden drie kleurrijke baldakijnen met heiligenbeelden. Deze zullen even later door de stad gedragen worden.
Terwijl de baldakijnen nog stil staan loopt een van de ouderen over de trappen terwijl hij vuurwerk ontsteekt. We zullen tijdens ons hele verblijf vuurwerk horen afgaan. Dag en nacht. Zonder overdrijving.
Dan komt de eerste baldakijn in beweging. De jonge mannen dragen het gevaarte van de trappen naar beneden. De oudere mannen van het gezelschap, de vrouwen en kinderen, samen met de muziek, volgen. Het is een ongelofelijk spektakel.
Het eerste deel van de processie is vertrokken.
De meeste toeschouwers zijn traditionele of moderne lokale bezoekers.
Daar zijn ze weer: de kleurrijk verkleedde, gemaskerde mannen met kostuums vol met touwen.
Chichicastenango in Guatemala op 22 december 2018.
Er volgt nog meer.
Bij het snijden van een boekblok voor een tweetal
boekjes ontstond er was snijafval.
Die kon ik weer gebruiken bij het boekselen:
knutselen met boeken.
Dit was het snijafval: smalle stroken papier, een deel dubbelgevouwen.
Al eerder ben ik begonnen aan een slinger. De eerste slinger bestaat uit de tekst “PRETTIGE”, de tweede gaat denk ik ‘feestdagen’ worden. Deze uitgesneden letters moeten nog een bestemming krijgen.
Hier hangt de eerste slinger. Gelukkig is hij in het echt beter te lezen.
De strokenster.
Een hotel of hotelkamer beschrijven zal ik niet zo snel doen.
Dan moet er echt wel iets bijzonders zijn.
Santo Tomas in Chichicastenango is heel bijzonder.
Het hotel ligt bij het busstation van het dorp.
Die bussen rijden overigens erg hard en houden nauwelijks rekening
met voetgangers. Dus opgepast.
Het hotel is groot, met een aantal verdiepingen maar het is geen
modern gebouw maar een gebouw dat net geen doolhof is.
Veel trappen, heel verschillende kamers en met grote algemene ruimtes.
Al die ruimtes zijn gevuld met herinneringen aan het verleden:
veel beelden uit kerken en/of kloosters, veel oude gebruiksvoorwerpen,
vaak in groepen van 5 of 6 dezelfde voorwerpen maar van
een andere kleur en uitvoering.
Kijk mee.
In onze kamer stond deze kerststal. Ook in de algemene ruimtes zag je die regelmatig. In allerlei groottes.
Boven de open haard hing een stola die een priester normaal gesproken draagt tijdens een dienst. Ook veel voorwerpen van natuurlijke materialen. Sommige zag je in de souvenirshop maar alles bij elkaar gaf het een soort van authentiek beeld.
Bij die groene stola van de vorige foto hoort deze groene kazuifel, op de muur ertegenover.
In een van de gangen hingen deze maskers in groep.
De gangen die niet altijd helemaal inpandig waren, stonden vol met dit soort combinaties van voorwerpen.
Muziekinstrumenten, heiligenbeelden.
De gangen liggen rond een goed onderhouden binnentuin. Regelmatig worden er in de tuin ara’s op hun stok gezet op de gasten te vermaken. Ara’s hebben een bijzondere betekenis voor de Maya’s.
Hotel Santo Tomas.
Een kerststal boven de brandende open haard.
Twee van de ara’s die regelmatig in de tuin te bewonderen waren.
Naar ons idee kwamen we aan in Chichicastenango op de dag
na het feest van Santo Tomas.
Dat kon niet anders met de reserveringen.
Wel zou er de dag na aankomst een markt zijn.
Het liep een beetje anders.
Misschien is Nederlands een heel moeilijke taal maar het gemak
waarmee je in onze taal woorden kunt maken die meteen voor iedereen
ook een betekenis hebben, is overweldigend.
‘Kunstkameraden’ is zo’n prachtig woord en tegelijk een project
om kinderen te laten samenwerken met een kunstenaar.
In het Stedelijk Museum Breda zijn resultaten van de samenwerking
met een kunstenaar te zien.
Het project stelt zich voor.
Ik werd op de tentoonstelling enthousiast over een kastje, misschien ooit een televisiekastje, dat een soort aquarium is geworden met als achtergrond een film. Die achtergrond is op mijn foto wat vager geworden dan dat het filmpje in het echt is. Maar de naam van dit werk, schitterend: Glinsterende Zeedroom.
Het begrip ‘Glinsterende Zeedroom’ staat in geen enkel woordenboek.
Toch roept het meteen beelden op en beschrijft het prima wat
op de tentoonstelling te zien is in de kast.
Glinsterende Zeedroom, Leonie en Husna, object en film met mixed media, 2019.
De stenen die binnen de vormen van de metalen bloembakken liggen en waar de vormen niet op steunen, zijn weggehaald. Daarna worden de vormen gevuld met aarde. Ik kan me zo voorstellen dat later deze week of begin volgende week de aanplanting dan kan beginnen.
De herfstbladeren bemoeien zich intensief met het werk.
De bedoeling is om ‘Van den vos Reynaerde’ – dit jaar is er een
versie in losse katernen uitgegeven door Atelier de Ganzenweide –
in te binden volgens de instructies van Peter Goddijn
voor een boek met een Romaanse binding:
1.2 Band met houten platkernen, gesloten scharnieren, opliggende bindingen,
vaste rug, romaanse aanrijging, chevronkapitaal,
platsluiting en titelraampje (11e eeuw).
Omdat mijn kennis en ervaring te beperkt is besloot ik eerst
een kleine dummy te maken met blanco pagina’s.
Daarbij heb ik ervaring opgedaan met verschillende aspecten
die hierboven genoemd worden en heb ik een doe-het-zelf
sluiting op het boek aangebracht (Atelier Libri).
Dit was het resultaat.
Vervolgens wilde ik de opgedane kennis en ervaring toepassen op
een tekst en een formaat dat lijkt op ‘Van den vos Reynaerde’.
De afgelopen weken ben ik hier mee bezig geweest en zaterdag
heb ik het afgerond. Nog zonder titelraampje en zonder chevronkapitaal.
De laatste hobbel die ik moest nemen was de messing afwerking van
de sluitriem. Naast gebrek aan ervaring speelt ook een grote rol
dat ik niet altijd het juiste gereedschap heb en soms de te volgen
werkwijze nog moet uitzoeken.
Het resultaat:
De oplossing is anders dan Peter Goddijn die beschreef. Het messing dat hier om de riem zit bestaat bij Goddijn uit twee plaatjes. De messing in zijn oplossing is dikker maar ik slaagde er niet in om van die dikkere messing mooie, gelijke plaatjes te maken en daar dan ook nog eens de gaatjes in te maken. Daarnaast is het opmeten/passen, van de riem en waar het gat precies moet komen, ingewikkelder dan gedacht. Dat leverde een beschadiging van het riempje op, waarvan je met mijn oplossing niets ziet. Ik moet nog zien hoe ik dit ga oplossen bij ‘Van den vos Reynaerde’.
Bij voorbeelden van andere boekbinders zie ik dat men de bindingen op de rug en de platten beter aanzet dan bij mijn boek. Bij de poging het chevronkapitaal te maken lukte het mij onvoldoende op mijn proeflapjes. Maar hier heb ik in ieder geval voor het eerst een integraal meegebonden kapitaalkern gemaakt en voorzien van een eenvoudige kapitaalsteek. Dat ga ik natuurlijk bij ‘Van den vos Reynaerde’ proberen te verbeteren.
Ik ben blij met het resultaat. Nu voor het echte werk. Op naar het derde boek.
Hieronder volgt de tekst van een klein boekje dat
ik aan het maken ben naar aanleiding van een missaal
die ik een tijdje heb mogen inzien.
Pen(nen)
over een
Kerkboek
Missale Romanum in ‘Justinus van Nassau’ aan het Kasteelplein in Breda
Deze zomer hebben we een boek te logeren.
Het is een groot, dik boek dat van een buurvrouw is.
Toen we bij haar op visite waren zag ze dat het boek me interesseerde.
Daarom is het deze zomer een tijd bij ons.
Het is een kerkboek, een Romeins missaal.
Volgens Wikipedia is een missaal:
“Een missaal of misboek is de benaming voor het boek waarin de liturgische gebeden voor de mis staan opgetekend.”
Een van de vormen is het zogenaamde ‘Altaarmissaal’:
“Het altaarmissaal wordt door de priester van de viering gebruikt. Dit altaarmissaal bevindt zich gedurende de viering op het altaar. De priester leest uit dit tamelijke grote boekwerk de bij de dag behorende gebeden en/of zangverzen voor, alsook de (evangelie)lezingen van de betreffende dag. De grote oude altaarmissaals waren vóór 1968 in de meeste rooms-katholieke kerken in het Latijn uitgevoerd en hadden een groot lettertype. Het missaal wisselt volgens de Tridentijnse ritus geregeld van plaats.”
“De Tridentijnse ritus (ook wel klassieke Romeinse Ritus) is de liturgie van de katholieke eredienst zoals die door paus Pius V gestandaardiseerd en veralgemeend werd in 1570 voor het verreweg grootste deel van de Latijnse Kerk. De benaming Tridentijns slaat erop dat deze liturgie geassocieerd wordt met de bepalingen van het Concilie van Trente (1545-1563). Andere benamingen die in gebruik zijn voor deze ritus zijn bijvoorbeeld traditionele Latijnse mis, oude Romeinse ritus, enz.”
De boekbinder
Het boek is volgens de eigenaresse afkomstig uit een kerk uit Tilburg.
Daarvan is een aanwijzing te vinden in het boek.
Het boek is namelijk ingebonden door J. van Laarhoven.
Veel heb ik niet kunnen vinden over deze boekbindfirma.
Maar er zijn een paar afbeeldingen die bewijzen dat het bedrijf heeft bestaan.
Op https://www.regionaalarchieftilburg.nl kun je foto 011279 vinden:
De stand van de Firma J. van Laarhoven, Wilhelminapark, papierhandel en drukkerij te Tilburg, op de tentoonstelling Stad Tilburg 1909.
Foto 060551 toont een brievenhoofd van het bedrijf:
Een andere website geeft de geschiedenis van het bedrijf weer en heeft nog meer foto’s.
Website: http://www.cubra.nl/De-paap-van-gramschap/l.htm#Laarhoven,_Jan_van
Het eerste deel van de tekst is gepubliceerd in 1988:
De tegenwoordige boekhandel, kantoorboekhandel, kantoormeubelzaak en sneldrukkerij Jevel-Jan van Laarhoven B.V. aan het Wilhelminapark 7, is ontstaan uit de firma Jan van Laarhoven die op 13 augustus 1863 werd opgericht door Jan van Laarhoven.
Hij werd geboren op 16 maart 1828 te Tilburg, was oorspronkelijk huiswever van beroep en begon in zijn huis aan de Hoeksestraat met het inbinden van boeken.
In 1875 verhuisde hij naar het Smidspad, waar hij de boekbinderij met een papierhandel uitbreidde.
Hij kreeg vanwege het inbinden van boeken in de stad al gauw de populaire bijnaam ‘Jan Plek’.
Daarna vestigde hij zijn bedrijf aan het Wilhelminapark.
In 1893 traden twee van zijn neven toe tot het bedrijf.
De eerste drukpers werd in 1907 geplaatst en in 1913 ontstonden de zetterij, linieerinrichting en de fabricage-afdeling van kantoorboeken.
Jan van Laarhoven overleed op 24 mei 1915 te Tilburg.
In 1986 werd Jevel-Jan van Laarhoven overgenomen door Welpeja Holding B.V.
Belangrijke activiteit is het inbinden van boeken voor meer dan 130 bibliotheken in onze provincie.
In 2001 werd daar aan toegevoegd:
Drukkerij Van Laarhoven verhuisde in juni 1993 naar de Jan Asselbergsweg op industrieterrein Het Laar.
Begin 1993 is de drukkerij verkocht aan JCT BV Klundert.De drukkerij werd failliet verklaard in juli 1995 en werd toen overgenomen door de Thieme-groep uit Den Haag.
Geheel los van de drukkerij staat Jan van Laarhoven Boeken BV, gevestigd op industrieterrein Loven aan de Jules Verneweg 5-5a.Deze bibliotheek-boekhandel werd in 1987 door de PW Groep (Pieter Jan Wassing Groep) overgenomen en is gespecialiseerd in het inkopen en met harde geplastificeerde kaften inbinden van boeken voor de Provinciale Bibliotheek Centrale (PBC).
In 2015 werd daar nog aan toegevoegd:
Als gespecialiseerde boekbinder voor bibliotheken gaf Van Laarhoven jaarlijks een boekje uit voor relaties onder redactie van Riki Slenders, als monografie of als thematische bundel met bijdragen van diverse Brabantse auteurs.
Deze uitgaven kwamen niet in de handel.
Auteurs die aan de reeks meewerkten zijn onder anderen: Jan Naaijkens, Cor Swanenberg, Cornelis Verhoeven, Michel de Koning, Paul Spapens, Jan Carstens, Ed Schilders, A.F.Th. van der Heijden, Jace van de Ven.
De uitgaven werden geïllustreerd door Nelleke de Laat.
De inhoud
Het missaal bestaat uit verschillende delen.
Dat kan er op duiden dat je een dergelijk boek min of meer zelf kon samenstellen.
De delen die te herkennen zijn, kun je herkennen aan de paginanummering, de lettertypes en de opmaak van de pagina’s.
De opmaak en tekst zijn hoofdzakelijk in twee kleuren uitgevoerd: rood en zwart.
Geïnspireerd op de middeleeuwse handschriften met rode hoofdletters en zwarte tekst.
Veel pagina’s hebben de tekst in een rood kader staan.
De algemene inleiding, de eerste 48 pagina’s. Nummering midden onderaan de pagina’s tussen haakjes. Dit deel beschrijft wat er allemaal nodig is bij een viering.
Dit deel is in Duitsland gedrukt. In de tekst komt het jaar 1932 voor.
De ‘Proprium de tempore’. de volgende 751 pagina’s. Nummering bovenaan de pagina binnen het kader. Vanaf pagina 65 zijn er 4 bladen die een andere nummering hebben. Aan deze pagina’s zijn ook 2 klavieren (bladwijzers) te vinden. De Proprium de tempore begint met de eerste zondag van de advent.
Het bevat de specifieke teksten voor de verschillende zon- en weekdagen.
Het is in dit deel van de tekst dat je de klavieren ziet uitsteken. Dertien in totaal.
Tussen pagina 94 en 95 vind ik een wikkel van een Trefin chocolaatje.
De ‘Commune Sanctorum’. 216 pagina’s. Nummering bovenaan de pagina binnen het kader in rechte haken.
Dit deel bevat de teksten voor feestdagen van de heiligen.
Dan volgt het ‘Missae propriae dioecesis Buscoducensis’. Feestdagen speciaal voor het Bisdom Den Bosch. 16 pagina’s, genummerd bovenaan de pagina. Elk nummer gevolgd door een asterisk (*), Op pagina 16 staat een inhoudsopgave van de 16 pagina’s. Daarop staat als datum eind april 1921 vermeld.
Aan het begin van deze reeks lijkt een extra pagina ingevoegd. Na het nummerloze eerste blad volgt pagina ‘2*’, dan volgt opnieuw een nummerloos blad waarop de achterkant weer als paginanummer ‘2*’ staat.
Appendix Cantus ad libitum (Printed in Germany). 39 pagina’s.
Daar ligt tussen 22 en 23 ligt een los vel met drie uitgeknipte stukken Latijnse tekst van vermoedelijk Gregoriaanse gezangen.
Op de pagina’s waarop datums vermeld staan staat ook vaak de naam ‘Ratisbonae’. Dat is Latijn voor de Duitse plaatsnaam ‘Regensburg’.
Daarbij staat de naam ‘Frederici Pustet’. ‘Friedrich Pustet GmbH & Co’ is een Duitse drukkerij. In 1870 verwerft Friedrich Pustet de titel “Typographus S. R. Congregationis” en het Vaticaan gaf hem de opdracht om alle ‘editio typica’ van alle liturgische werken te printen. Dit boek is daar een voorbeeld van.
De uitgeverij/drukkerij bestaat nog steeds.
Index alphabeticus omnium festorium, 4 pagina’s, genummerd bovenaan iedere pagina met een nummer gevolgd door twee asterisken (**).
De staat van boek.
Het boek is redelijke staat.
In het voorplat van de omslag zitten vier gaten. Dat zou er op kunnen duiden dat er nog meer beslag op het boek aangebracht was dan de twee klampsloten.
Ook in het achterplat zitten dezelfde vier gaten.
Van de twee klampsloten is er nog één werkend aanwezig. De klamparm van het onderste klampslot is afwezig. Het aanzetstuk, waarmee de klamparm aan het boek bevestigd zat, ontbreekt ook. De muiter is aanwezig.
//embedr.flickr.com/assets/client-code.js
In het aanzetstuk van de bovenste klamparm zijn twee van de drie spijkertjes weg.
De boeksneden tonen resten van verguldsel.
er zijn in het boek nog drie leeslinten aanwezig. Die zijn losgeraakt van het aanhechtpunt.
Er zijn een paar bladen ingescheurd, er zijn bladen met lijmresten van verdwenen klavieren.
De leeftijd van het boek
In deze missaal worden regelmatig datums genoemd. Vooral van het begin van de 20ste eeuw. De meest recente datum die genoemd wordt is 1932.
Daaruit mag je afleiden dat het boek in 1932 of later gedrukt is in Duitsland en daarna ingebonden in Tilburg.
In mijn reisdagboek schreef ik:
Als we de snelweg verlaten, volgt een smalle weg met veel verkeersheuvels om in een druk Chichicastenango te komen. We hebben een kamer in het fantastische hotel San Tomas. Het hotel staat vol met oude beelden, schilderijen, meubels, naaimachines, weegschalen, enz, enz. Waarom LP (Lonely Planet) het hotel niet noemt? Op onze kamer worden we verrast door een kleurrijke en luidruchtige groep mensen. Door het raam maken we wat foto’s.
De foto’s die ik hier noem, zie je hieronder.
Voor ons was toen nog volledig onduidelijk wat we zagen.
Guatemala, Chichicastenango. De optocht was al even bezig.
Ik deed nog pogingen om een individueel persoon op de foto te krijgen maar vanuit het perspectief van het hotelraam was dat eigenlijk niet mogelijk. Ons idee was dat het feest van San Tomas op 21 december werd gevierd en wij waren er 22 december.
Achter de mensen in die fantastische pakken, liep de muziek.
Daar weer achter de vrouwen en kinderen.
Je was helaas niet thuis
We hebben elkaar gemist
Helaas…..u was niet thuis
We hebben u gemist
Allemaal boodschappen die we van een pakketbezorger kunnen krijgen.
Vaak op een klein formuliertje met een afhaaladres of
een nieuw aflevermoment.
In het Engels heet dat bijvoorbeeld: ‘Sorry, we missed you’.
De film van Ken Loach was niet slecht maar laat mensen zichzelf
wel erg in een slachtofferrol drukken.
Het gevolg is een nogal deprimerende film die niet wordt gekenmerkt
door groot cinematografisch werk.
Sorry we missed you, Ken Loach.
**
Nieuwe Kerstboom op een soort plateau met als slinger een eenvoudig rood-wit touwtje en een kralensliert met kralen van aluminiumfolie.
De boekband van de taalgids Mandarijn-Chinees hergebruikt. Grijs metallic gespoten en toen er een kerstboom in gelijmd. Boekje kan open en dicht.
Het zal duidelijk zijn dat ik aan het knutselen met boeken (boekselen) ben geweest. Hier een kleine ster.
Daar kun je natuurlijk ook een grote versie van maken.
‘Eiland in beweging’ is de naam van de tentoonstelling over de
geschiedenis van Cyprus in het RijksMuseum van Oudheden
in Leiden.
Op 9 november was ik in Leiden voor de BoekKunstBeurs en heb
toen in de middag deze tentoonstelling bezocht.
Zoals vaak maakte ik er ook wat foto’s, en nu ik terugkijk
in de catalogus, veel te weinig foto’s.
De periode van bewoning van Cyprus is lang en er zijn dan ook voorwerpen die heel ver terug gaan in de geschiedenis. Dit beeldje met duidelijke trekken van een mens dateert van 2000 – 1750 voor Christus.
Beeldje van een vrouw met een vogelbek, aardewerk, Kazaphani, 1650 – 1050 voor Christus. Prachtige vorm.
Mengvat of krater met octopus, aardewerk, 1300 – 1200 voor Christus.
Kom je net van de BoekKunstBeurs en tref je op de tentoonstelling naalden en een priem aan. Basisgereedschappen voor een boekbinder. Naalden en priem van been, Khirokitia, 4000 – 3000 voor Christus.
Vrouwenportret, terracotta, Kyra-Agios Georgios Rigatos, 625 – 600 voor Christus.
Mannenportret met getrimde haardracht en een lach om de lippen die aan een Egyptische glimlach doet denken. Kalksteen, 575 – 550 voor Christus.
Mannenportret met een krans van eikenblad rond het hoofd. Daarom zou dit een Priester van Zeus kunnen zijn. De baard is typisch Perzisch. Kalksteen, Athienou, 470 – 460 voor Christus.
Vrouwenportret (meer dan levensgroot) in oosterse stijl. Kalksteen, Marchellos (?), omgeving Palaepaphos, 550 – 500 voor Christus.
Krijgers te voet (wijgeschenken). Terracotta uit diverse vindplaatsen. 600 – 500 voor Christus.
Cyprus, rituele vaas, Pygos, 2500 – 2000 voor Christus. Limassol. Op de vaas zijn scenes te zien die uitbeelden het persen van druiven, ploegen en bijvoorbeeld het kneden van deeg.
Detail met zwaarbeladen ezel en het persen van druiven.
Beeld van Aphrodite, marmer, 200 – 50 voor Christus, gevonden in de haven van Paphos.
Gehoornde man op troon. Kalksteen, 400 – 200 voor Christus.
Europa op de stier, terracotta, 600 – 475 voor Christus.
Plankvormig figuurtje, terracotta, 2500 – 2000 voor Christus.
De tentoonstelling heet niet voor niets ‘Eiland in beweging’.
Het toont de ontwikkeling in de tijd maar ook de invloeden
van omliggende landen, die op hun beurt ook voor ‘beweging’ zorgen.
Letterlijk zie je Cyprus op de golven
van de Middellandse Zee meebewegen.
Die golven werken door tot op de dag van vandaag.
Plankvormige dubbelfiguur, terracotta, Deneia, 2100 – 2000 voor Christus.
Theatermasker, terracotta, 330 – 100 voor Christus.
De foto is misschien niet zo mooi maar deze kan is prachtig. Al die geometrische figuren. Wijnkan, aardewerk, 600 – 475 voor Christus.
Wijnkan, aardewerk, 1650 – 1050 voor Christus.
Grafbeeld van een jongen met vogeltje, terracotta, Polis Chrysochous, 400 – 300 voor Christus.
Grafmonument voor een overleden vrouw in de vorm van een tempel, kalksteen, Marion, 450 – 400 voor Christus.
Cyprus. Leeuw, kalksteen, Tamassos, 550 – 500 voor Christus.
Schalen, aardewerk met faience, 13e – 15e eeuw. Beweging in glazuur.
Op de tentoonstelling werd dit werk en ander aardewerk vergeleken met veel moderner aardewerk van bijvoorbeeld Picasso.
Kan met geit en lotus, aardewerk, Cypro-archaïsch, circa 8e – 7e eeuw voor Christus.
Kan met vogel, aardewerk, 600 – 475 voor Christus.
Pablo Picasso, plaquette met gezicht, aardewerk, 1955 – 1965.
Pyxis, aardewerk. Bellepais Vounous, graf 64, nummer 138 (opgegraven door een Franse missie), Midden Bronstijd, circa 1900 voor Christus.
Duo presentatie: Torso van Aphrodite, marmer, 2e eeuw na Christus, links en Yves Klein: Venus bleue pigment op gips, 1970, rechts.
Als je meer wilt zien of weten: de tentoonstelling loopt nog een tijd en dit is de catalogus die er bij verschenen is. Ga kijken! De redactie van het boek was in handen van Ruurd Binnert Halbertsma en Despina Pilides.