– over een eerste verkenning voorafgaand aan TURF Breda –
Op verkenning
De uitnodiging voor TURF Breda bereikte mij via KOP,
het Kunstenaars Ontwikkel Platform uit Breda.
Hun introductie is even enthousiast als beknopt:
KOP zit niet stil, dat zitten we eigenlijk nooit.
Dat blijkt ook uit het programma.
Tussen activiteiten op de Dutch Design Week, bijeenkomsten bij Bloos
en plannen voor nieuwe kunstprojecten in december
kondigt KOP een middag aan over AI en het makersperspectief.
Mijn eerste reactie was vooral nieuwsgierigheid.
Niet zozeer naar AI zelf,
maar naar de manier waarop er binnen de culturele sector
over AI wordt gesproken.
De uitnodiging gebruikt woorden als verbinding, verbeelding, regie
en toekomst.
Dat is begrijpelijk voor een wervende tekst,
maar het maakte mij ook benieuwd naar de mensen,
organisaties en ideeën achter het programma.
Daarom besloot ik niet alleen de uitnodiging te lezen,
maar ook de aangekondigde sessies, de deelnemende organisaties
en enkele van hun projecten nader te bekijken.
Wat voor beeld van AI komt daaruit naar voren?
Welke vragen worden gesteld?
En welke aannames lijken daarbij vanzelfsprekend te worden gevonden?
De notities die volgen zijn nog geen verslag van het festival,
maar een eerste verkenning vooraf.
De informatie op de programmapagina van TURF:
AI en het makersperspectief
vormde daarbij het uitgangspunt voor de notities die volgen.
AI en het makersperspectief
Een uitnodiging voor een cultureel evenement heeft een lastige taak.
In enkele alinea’s moet belangstelling worden gewekt
voor een programma.
Grote woorden, een zekere urgentie en een positieve toon
horen daar bijna onvermijdelijk bij.
Toch viel mij op hoe snel de tekst verschuift van het onderwerp
naar de gemeenschap.
De eerste alinea gaat nog over Artificial Intelligence.
De tweede alinea draait vooral om een collectief “wij”:
“de tussenruimte”, “elkaar vinden”, “elkaar verrijken”,
“elkaar oproepen tot actie”, “welke toekomst willen wij vormgeven”
en “hoe pakken wij de regie terug?”
Dat roept voor mij een eenvoudige vraag op: wie zijn dat “wij” eigenlijk?
De tekst spreekt over “makers” en “de culturele sector”,
alsof die vanzelfsprekend één gemeenschap vormen
met gedeelde belangen en zorgen.
Maar is dat zo?
En hoor ik daar zelf eigenlijk bij?
Wat verder opvalt, is dat begrippen als verbinding, verbeelding,
kracht, toekomst en regie allemaal positief geladen woorden zijn.
Ze roepen instemming op, maar laten veel ruimte voor interpretatie.
Wie zou tegen verbinding of verbeelding zijn?
Daardoor ontstaat een merkwaardige spanning.
De bijeenkomst presenteert zich als een plaats voor verkenning
en gesprek, maar de uitnodiging legt weinig nadruk op verschil van inzicht,
twijfel of kritiek.
Woorden als discussie, debat, tegenspraak of meningsverschil
ontbreken vrijwel geheel.
Dat hoeft geen probleem te zijn.
Een uitnodiging is geen wetenschappelijk artikel.
Toch bleef na het lezen bij mij de vraag hangen
waar precies de ruimte ligt voor het fundamentele gesprek.
Gaat het erom samen een positie te ontwikkelen tegenover AI,
of juist om uiteenlopende opvattingen naast elkaar zichtbaar te maken?
Misschien blijkt dat pas tijdens de bijeenkomst zelf.
Maar de uitnodiging lijkt vooral gericht
op het creëren van een gevoel van gezamenlijkheid.
En dat is iets anders dan het organiseren van een debat.
Eerste blik op het programma
Na mijn aanvankelijke scepsis over de uitnodiging
besloot ik naar het programma zelf te kijken.
Dat levert een genuanceerder beeld op.
De uitnodiging zette sterk in op woorden als verbinding, verbeelding,
regie en gezamenlijkheid.
Daardoor kreeg ik de indruk dat de bijeenkomst vooral gericht was
op het vormen van een collectief “wij” rond AI.
In het programma zelf blijken echter ook enkele sprekers te staan
die juist bestaande opvattingen ter discussie lijken te willen stellen.
Met name de keynote van Alan Warburton trok mijn aandacht.
In de toelichting staat dat hij gangbare ideeën
over begrippen als “worldbuilding” en “storytelling” problematiseert.
Dat is interessant.
Veel gesprekken over AI blijven steken in optimisme of pessimisme.
De vraag welke aannames schuilgaan achter populaire begrippen
lijkt mij vruchtbaarder.
Ook de bijdrage van Danielle Arets wekt nieuwsgierigheid,
AI vanuit een andere invalshoek.
Zij vertrekt vanuit het advies Kunstzinnig boven Kunstmatig
van de Raad voor Cultuur.
Daarmee lijkt de aandacht te verschuiven
van de technische mogelijkheden van AI
naar de waarden die de culturele sector belangrijk vindt.
Dat kan interessante vragen oproepen:
over auteurschap, creativiteit, eigenaarschap
en publieke verantwoordelijkheid.
Tegelijkertijd blijft een vraag hangen.
Het programma draait vrijwel volledig om makers, beleidsmakers
en culturele instellingen.
Dat is begrijpelijk gezien de doelgroep,
maar het maakt minder duidelijk
waar de fundamentele tegenspraak zich bevindt.
Wie vertegenwoordigt het afwijkende standpunt?
Wie bevraagt de aannames achter het gesprek zelf?
Misschien is dat ook niet de opzet van de bijeenkomst.
Steeds sterker krijg ik de indruk dat deze middag niet bedoeld is
als debat over AI,
maar als een collectieve verkenning van de positie van makers
tegenover AI.
Dat is iets anders.
Het gaat minder over de vraag wie gelijk heeft
en meer over hoe een culturele gemeenschap
zich wil verhouden tot een technologische ontwikkeling.
Of daarbij voldoende ruimte ontstaat voor twijfel, kritiek
en meningsverschil, zal uiteindelijk niet uit de uitnodiging
of het programma blijken, maar uit de gesprekken zelf.
Voorlopig blijft daarom voor mij niet de vraag hangen
of deze bijeenkomst vóór of tegen AI is.
Interessanter is de vraag hoeveel intellectuele wrijving
men bereid is toe te laten.
Juist daar zal blijken of de middag meer wordt
dan een verzameling gelijkgestemde stemmen.
Eerste indruk verdiepende sessies
Van de aangekondigde verdiepende sessies spreken vooral
AIxDESIGN en MU Hybrid Art House mij aan.
AIxDESIGN
AIxDESIGN roept vragen op die verder gaan
dan de gebruikelijke discussie over de mogelijkheden en gevaren van AI.
Centraal staat de vraag hoe de taalmodellen die wij gebruiken
ons denken beïnvloeden.
Dat lijkt mij een relevante vraag.
Wie regelmatig met een AI-systeem werkt,
merkt al snel dat zo’n systeem niet alleen antwoorden geeft,
maar ook een bepaalde manier van formuleren, argumenteren
en kijken naar problemen suggereert.
Toch roept de beschrijving meteen nieuwe vragen op.
AIxDESIGN wil deelnemers helpen hun eigen waarden
en filosofie te operationaliseren, zodat een AI-systeem
beter aansluit bij hun werkwijze.
Maar wat betekent dat precies?
Hoe voorkom je dat je niet simpelweg een systeem bouwt
dat je bestaande overtuigingen bevestigt?
Leren begint immers vaak juist bij frictie, twijfel en confrontatie
met andere perspectieven.
Bij het bekijken van hun website werd mijn belangstelling groter.
Achter de slogans blijken projecten schuil te gaan
rond archieven, erfgoed, bibliotheken
en de manier waarop kennis wordt georganiseerd.
Dat spreekt mij meer aan dan de zoveelste discussie
over de vraag of AI goed of slecht is.
In een project rond muziek uit de Kashmiri diaspora
stond bijvoorbeeld niet het model zelf centraal,
maar de vraag hoe je culturele betekenis vastlegt in een dataset.
Dat zijn wezenlijke vragen over geheugen, classificatie en representatie.
Tegelijkertijd bleef ik nadenken over de duurzaamheid
van dergelijke projecten.
Veel AI-initiatieven zijn sterk verbonden
met de technologie van het moment.
Over enkele jaren zullen de gebruikte modellen
waarschijnlijk verouderd zijn.
Wat blijft er dan over?
Misschien niet de technologie, maar wel de archieven,
de verzamelde verhalen en de inzichten
over hoe mensen betekenis geven aan cultuur.
Dat lijkt ook zichtbaar in een lopend project van AIxDESIGN
met de Koninklijke Bibliotheek.
Daar verschuift de aandacht van AI als spectaculaire innovatie
naar een oudere vraag:
hoe organiseren samenlevingen hun kennis?
In dat perspectief wordt AI minder een wondermachine
en meer een nieuwe episode in een veel langere geschiedenis
van archieven, catalogi en zoeksystemen.
Mijn eerste indruk is daarom positief kritisch.
Achter termen als “praktische radicalen”
en “een derde plek tussen techno-utopie en techno-dystopie”
schuilt soms de gebruikelijke taal van projectbeschrijvingen.
Maar achter die taal lijken ook concrete experimenten
met gebruikers schuil te gaan, waarin wordt onderzocht
hoe technologie, cultuur en kennis elkaar beïnvloeden.
Voorlopig maakt dat deze sessie voor mij interessanter
dan veel algemene gesprekken over AI.
Tegelijkertijd blijft voor mij de vraag in hoeverre
zulke projecten hun betekenis behouden
wanneer de onderliggende technologie veroudert.
Misschien ligt hun werkelijke waarde uiteindelijk
niet in de gebruikte modellen, maar in de manier
waarop zij ons laten nadenken over kennis, herinnering,
classificatie en cultuur.
Juist die vragen lijken mij duurzamer dan de technologieën
waarmee zij op een bepaald moment worden onderzocht.
MU Hybrid Art House
Bij MU Hybrid Art House liep ik tegen een ander probleem aan.
Waar AIxDESIGN zich relatief gemakkelijk laat plaatsen
als een organisatie die werkt op het snijvlak van ontwerp,
technologie en onderzoek,
bleef voor mij aanvankelijk onduidelijk wat MU precies is.
De website bood daar niet direct helderheid over.
Er wordt gesproken over tentoonstellingen, artistiek onderzoek,
essays, films en maatschappelijke ontwikkelingen,
maar de rol van de organisatie blijft enigszins diffuus.
Produceert MU zelf werk?
Schrijven zij zelf essays?
Maken zij films?
Of bieden zij vooral een platform aan kunstenaars die dat doen?
Ook bleef voor mij aanvankelijk onduidelijk
wie er precies achter de organisatie schuilgaan.
Pas na enig verder zoeken werd duidelijk dat MU
in de eerste plaats een presentatie-instelling voor hedendaagse kunst
in Eindhoven is.
Daarmee ontstaat meer houvast.
Tegelijkertijd roept dat nieuwe vragen op over de verhouding
tussen de instelling, de kunstenaars
en de ideeën die in de projecten worden ontwikkeld.
De introductietekst voor de sessie doet daar nog een schep bovenop:
Het besef dat machines intelligent gedrag kunnen vertonen, heeft ons mensen doen beseffen dat intelligentie zich ook in dieren, schimmels of wortelnetwerken kan manifesteren.
Dat is misschien wel de opvallendste zin uit de gehele beschrijving.
Niet omdat de gedachte op zichzelf vreemd is.
Integendeel.
Dat dieren, schimmels en zelfs wortelnetwerken
gedrag kunnen vertonen dat wij als intelligent zouden kunnen omschrijven,
lijkt mij een legitiem onderwerp van onderzoek.
Mijn scepsis betreft vooral de manier
waarop deze gedachte wordt gekoppeld aan AI.
De tekst suggereert dat de opkomst van kunstmatige intelligentie
ons tot dat inzicht heeft gebracht.
Dat is geen verband dat ik onmiddellijk herken.
Ik vermoed dat veel bezoekers zich daar
evenmin direct in zullen herkennen.
Onderzoek naar dierlijke intelligentie, collectief gedrag,
schimmelnetwerken en ecologische systemen
bestaat immers al veel langer dan de huidige golf van AI-toepassingen.
Juist daarom voelt de formulering enigszins gekunsteld.
Niet omdat de achterliggende gedachte oninteressant zou zijn,
maar omdat de redenering voor mijn gevoel onvoldoende wordt uitgewerkt.
De zin klinkt diepzinnig, maar overtuigt niet direct.
Toch maakt juist dat mijn nieuwsgierigheid naar de sessie groter.
Anders dan AIxDESIGN lijkt MU minder geïnteresseerd
in de praktische toepassingen van AI
en meer in de vraag wat intelligentie eigenlijk is.
Daarmee verschuift het gesprek van technologie naar filosofie,
biologie en de manier waarop mensen hun plaats
in een groter geheel begrijpen.
Of dat leidt tot nieuwe inzichten of vooral tot nieuwe metaforen,
zal waarschijnlijk pas tijdens de sessie zelf blijken.
Voorlopig blijft vooral de vraag hangen wat MU precies bedoelt
met die “andere intelligenties”
en hoe zij die gedachte artistiek en inhoudelijk handen en voeten geeft.
Ticket of niet?
Hoe meer ik mij in het programma verdiepte,
hoe minder mijn belangstelling nog uitsluitend over AI ging.
Interessanter werd de vraag hoe kunstenaars, ontwerpers,
instellingen en onderzoekers proberen betekenis te geven
aan een technologie die volop in ontwikkeling is.
Daar zitten aannames tussen die ik niet altijd deel,
maar ook vragen die de moeite waard lijken om verder te onderzoeken.
Inmiddels heb ik een kaartje gekocht.
Niet uit overtuiging, maar uit nieuwsgierigheid.
De uitnodiging heeft in elk geval bereikt
wat een goede uitnodiging moet doen:
mij ertoe verleiden zelf te gaan kijken.
Wordt vervolgd
Inmiddels heb ik ontdekt dat een van de sprekers, Danielle Arets,
lid was van de adviescommissie achter
Kunstzinnig boven Kunstmatig.
Naar een waardengedreven toepassing van AI
in de culturele en creatieve sector.
Dat rapport van de Raad voor Cultuur
lijkt een belangrijke intellectuele achtergrond
van deze bijeenkomst te vormen.
Het ligt daarom voor de hand om daar de komende tijd eens in te duiken.
Misschien leveren de sessies straks antwoorden op.
Maar misschien is het minstens zo interessant
om eerst te onderzoeken welke vragen,
waarden en aannames al in het rapport besloten liggen.