Kunst, AI en de waarde van twijfel

– over een eerste verkenning voorafgaand aan TURF Breda –

Op verkenning

De uitnodiging voor TURF Breda bereikte mij via KOP,
het Kunstenaars Ontwikkel Platform uit Breda.
Hun introductie is even enthousiast als beknopt:

KOP zit niet stil, dat zitten we eigenlijk nooit.

Dat blijkt ook uit het programma.
Tussen activiteiten op de Dutch Design Week, bijeenkomsten bij Bloos
en plannen voor nieuwe kunstprojecten in december
kondigt KOP een middag aan over AI en het makersperspectief.

Mijn eerste reactie was vooral nieuwsgierigheid.
Niet zozeer naar AI zelf,
maar naar de manier waarop er binnen de culturele sector
over AI wordt gesproken.
De uitnodiging gebruikt woorden als verbinding, verbeelding, regie
en toekomst.
Dat is begrijpelijk voor een wervende tekst,
maar het maakte mij ook benieuwd naar de mensen,
organisaties en ideeën achter het programma.

Daarom besloot ik niet alleen de uitnodiging te lezen,
maar ook de aangekondigde sessies, de deelnemende organisaties
en enkele van hun projecten nader te bekijken.
Wat voor beeld van AI komt daaruit naar voren?
Welke vragen worden gesteld?
En welke aannames lijken daarbij vanzelfsprekend te worden gevonden?

De notities die volgen zijn nog geen verslag van het festival,
maar een eerste verkenning vooraf.

De informatie op de programmapagina van TURF:
AI en het makersperspectief
vormde daarbij het uitgangspunt voor de notities die volgen.

AI en het makersperspectief

Een uitnodiging voor een cultureel evenement heeft een lastige taak.
In enkele alinea’s moet belangstelling worden gewekt
voor een programma.
Grote woorden, een zekere urgentie en een positieve toon
horen daar bijna onvermijdelijk bij.

Toch viel mij op hoe snel de tekst verschuift van het onderwerp
naar de gemeenschap.
De eerste alinea gaat nog over Artificial Intelligence.
De tweede alinea draait vooral om een collectief “wij”:

“de tussenruimte”, “elkaar vinden”, “elkaar verrijken”,
“elkaar oproepen tot actie”, “welke toekomst willen wij vormgeven”
en “hoe pakken wij de regie terug?”

Dat roept voor mij een eenvoudige vraag op: wie zijn dat “wij” eigenlijk?

De tekst spreekt over “makers” en “de culturele sector”,
alsof die vanzelfsprekend één gemeenschap vormen
met gedeelde belangen en zorgen.
Maar is dat zo?
En hoor ik daar zelf eigenlijk bij?

Wat verder opvalt, is dat begrippen als verbinding, verbeelding,
kracht, toekomst en regie allemaal positief geladen woorden zijn.
Ze roepen instemming op, maar laten veel ruimte voor interpretatie.
Wie zou tegen verbinding of verbeelding zijn?

Daardoor ontstaat een merkwaardige spanning.
De bijeenkomst presenteert zich als een plaats voor verkenning
en gesprek, maar de uitnodiging legt weinig nadruk op verschil van inzicht,
twijfel of kritiek.
Woorden als discussie, debat, tegenspraak of meningsverschil
ontbreken vrijwel geheel.

Dat hoeft geen probleem te zijn.
Een uitnodiging is geen wetenschappelijk artikel.
Toch bleef na het lezen bij mij de vraag hangen
waar precies de ruimte ligt voor het fundamentele gesprek.
Gaat het erom samen een positie te ontwikkelen tegenover AI,
of juist om uiteenlopende opvattingen naast elkaar zichtbaar te maken?

Misschien blijkt dat pas tijdens de bijeenkomst zelf.
Maar de uitnodiging lijkt vooral gericht
op het creëren van een gevoel van gezamenlijkheid.
En dat is iets anders dan het organiseren van een debat.

Eerste blik op het programma

Na mijn aanvankelijke scepsis over de uitnodiging
besloot ik naar het programma zelf te kijken.
Dat levert een genuanceerder beeld op.

De uitnodiging zette sterk in op woorden als verbinding, verbeelding,
regie en gezamenlijkheid.
Daardoor kreeg ik de indruk dat de bijeenkomst vooral gericht was
op het vormen van een collectief “wij” rond AI.
In het programma zelf blijken echter ook enkele sprekers te staan
die juist bestaande opvattingen ter discussie lijken te willen stellen.

Met name de keynote van Alan Warburton trok mijn aandacht.
In de toelichting staat dat hij gangbare ideeën
over begrippen als “worldbuilding” en “storytelling” problematiseert.
Dat is interessant.
Veel gesprekken over AI blijven steken in optimisme of pessimisme.
De vraag welke aannames schuilgaan achter populaire begrippen
lijkt mij vruchtbaarder.

Ook de bijdrage van Danielle Arets wekt nieuwsgierigheid,
AI vanuit een andere invalshoek.
Zij vertrekt vanuit het advies Kunstzinnig boven Kunstmatig
van de Raad voor Cultuur.
Daarmee lijkt de aandacht te verschuiven
van de technische mogelijkheden van AI
naar de waarden die de culturele sector belangrijk vindt.
Dat kan interessante vragen oproepen:
over auteurschap, creativiteit, eigenaarschap
en publieke verantwoordelijkheid.

Tegelijkertijd blijft een vraag hangen.
Het programma draait vrijwel volledig om makers, beleidsmakers
en culturele instellingen.
Dat is begrijpelijk gezien de doelgroep,
maar het maakt minder duidelijk
waar de fundamentele tegenspraak zich bevindt.
Wie vertegenwoordigt het afwijkende standpunt?
Wie bevraagt de aannames achter het gesprek zelf?

Misschien is dat ook niet de opzet van de bijeenkomst.
Steeds sterker krijg ik de indruk dat deze middag niet bedoeld is
als debat over AI,
maar als een collectieve verkenning van de positie van makers
tegenover AI.
Dat is iets anders.
Het gaat minder over de vraag wie gelijk heeft
en meer over hoe een culturele gemeenschap
zich wil verhouden tot een technologische ontwikkeling.

Of daarbij voldoende ruimte ontstaat voor twijfel, kritiek
en meningsverschil, zal uiteindelijk niet uit de uitnodiging
of het programma blijken, maar uit de gesprekken zelf.

Voorlopig blijft daarom voor mij niet de vraag hangen
of deze bijeenkomst vóór of tegen AI is.
Interessanter is de vraag hoeveel intellectuele wrijving
men bereid is toe te laten.
Juist daar zal blijken of de middag meer wordt
dan een verzameling gelijkgestemde stemmen.

Eerste indruk verdiepende sessies

Van de aangekondigde verdiepende sessies spreken vooral
AIxDESIGN en MU Hybrid Art House mij aan.

AIxDESIGN

AIxDESIGN roept vragen op die verder gaan
dan de gebruikelijke discussie over de mogelijkheden en gevaren van AI.

Centraal staat de vraag hoe de taalmodellen die wij gebruiken
ons denken beïnvloeden.
Dat lijkt mij een relevante vraag.
Wie regelmatig met een AI-systeem werkt,
merkt al snel dat zo’n systeem niet alleen antwoorden geeft,
maar ook een bepaalde manier van formuleren, argumenteren
en kijken naar problemen suggereert.

Toch roept de beschrijving meteen nieuwe vragen op.
AIxDESIGN wil deelnemers helpen hun eigen waarden
en filosofie te operationaliseren, zodat een AI-systeem
beter aansluit bij hun werkwijze.
Maar wat betekent dat precies?
Hoe voorkom je dat je niet simpelweg een systeem bouwt
dat je bestaande overtuigingen bevestigt?
Leren begint immers vaak juist bij frictie, twijfel en confrontatie
met andere perspectieven.

Bij het bekijken van hun website werd mijn belangstelling groter.
Achter de slogans blijken projecten schuil te gaan
rond archieven, erfgoed, bibliotheken
en de manier waarop kennis wordt georganiseerd.
Dat spreekt mij meer aan dan de zoveelste discussie
over de vraag of AI goed of slecht is.
In een project rond muziek uit de Kashmiri diaspora
stond bijvoorbeeld niet het model zelf centraal,
maar de vraag hoe je culturele betekenis vastlegt in een dataset.
Dat zijn wezenlijke vragen over geheugen, classificatie en representatie.

Tegelijkertijd bleef ik nadenken over de duurzaamheid
van dergelijke projecten.
Veel AI-initiatieven zijn sterk verbonden
met de technologie van het moment.
Over enkele jaren zullen de gebruikte modellen
waarschijnlijk verouderd zijn.
Wat blijft er dan over?
Misschien niet de technologie, maar wel de archieven,
de verzamelde verhalen en de inzichten
over hoe mensen betekenis geven aan cultuur.

Dat lijkt ook zichtbaar in een lopend project van AIxDESIGN
met de Koninklijke Bibliotheek.
Daar verschuift de aandacht van AI als spectaculaire innovatie
naar een oudere vraag:
hoe organiseren samenlevingen hun kennis?
In dat perspectief wordt AI minder een wondermachine
en meer een nieuwe episode in een veel langere geschiedenis
van archieven, catalogi en zoeksystemen.

Mijn eerste indruk is daarom positief kritisch.
Achter termen als “praktische radicalen”
en “een derde plek tussen techno-utopie en techno-dystopie”
schuilt soms de gebruikelijke taal van projectbeschrijvingen.
Maar achter die taal lijken ook concrete experimenten
met gebruikers schuil te gaan, waarin wordt onderzocht
hoe technologie, cultuur en kennis elkaar beïnvloeden.
Voorlopig maakt dat deze sessie voor mij interessanter
dan veel algemene gesprekken over AI.

Tegelijkertijd blijft voor mij de vraag in hoeverre
zulke projecten hun betekenis behouden
wanneer de onderliggende technologie veroudert.
Misschien ligt hun werkelijke waarde uiteindelijk
niet in de gebruikte modellen, maar in de manier
waarop zij ons laten nadenken over kennis, herinnering,
classificatie en cultuur.
Juist die vragen lijken mij duurzamer dan de technologieën
waarmee zij op een bepaald moment worden onderzocht.

MU Hybrid Art House

Bij MU Hybrid Art House liep ik tegen een ander probleem aan.
Waar AIxDESIGN zich relatief gemakkelijk laat plaatsen
als een organisatie die werkt op het snijvlak van ontwerp,
technologie en onderzoek,
bleef voor mij aanvankelijk onduidelijk wat MU precies is.

De website bood daar niet direct helderheid over.
Er wordt gesproken over tentoonstellingen, artistiek onderzoek,
essays, films en maatschappelijke ontwikkelingen,
maar de rol van de organisatie blijft enigszins diffuus.
Produceert MU zelf werk?
Schrijven zij zelf essays?
Maken zij films?
Of bieden zij vooral een platform aan kunstenaars die dat doen?
Ook bleef voor mij aanvankelijk onduidelijk
wie er precies achter de organisatie schuilgaan.

Pas na enig verder zoeken werd duidelijk dat MU
in de eerste plaats een presentatie-instelling voor hedendaagse kunst
in Eindhoven is.
Daarmee ontstaat meer houvast.
Tegelijkertijd roept dat nieuwe vragen op over de verhouding
tussen de instelling, de kunstenaars
en de ideeën die in de projecten worden ontwikkeld.

De introductietekst voor de sessie doet daar nog een schep bovenop:

Het besef dat machines intelligent gedrag kunnen vertonen, heeft ons mensen doen beseffen dat intelligentie zich ook in dieren, schimmels of wortelnetwerken kan manifesteren.

Dat is misschien wel de opvallendste zin uit de gehele beschrijving.
Niet omdat de gedachte op zichzelf vreemd is.
Integendeel.
Dat dieren, schimmels en zelfs wortelnetwerken
gedrag kunnen vertonen dat wij als intelligent zouden kunnen omschrijven,
lijkt mij een legitiem onderwerp van onderzoek.

Mijn scepsis betreft vooral de manier
waarop deze gedachte wordt gekoppeld aan AI.
De tekst suggereert dat de opkomst van kunstmatige intelligentie
ons tot dat inzicht heeft gebracht.
Dat is geen verband dat ik onmiddellijk herken.
Ik vermoed dat veel bezoekers zich daar
evenmin direct in zullen herkennen.
Onderzoek naar dierlijke intelligentie, collectief gedrag,
schimmelnetwerken en ecologische systemen
bestaat immers al veel langer dan de huidige golf van AI-toepassingen.

Juist daarom voelt de formulering enigszins gekunsteld.
Niet omdat de achterliggende gedachte oninteressant zou zijn,
maar omdat de redenering voor mijn gevoel onvoldoende wordt uitgewerkt.
De zin klinkt diepzinnig, maar overtuigt niet direct.

Toch maakt juist dat mijn nieuwsgierigheid naar de sessie groter.
Anders dan AIxDESIGN lijkt MU minder geïnteresseerd
in de praktische toepassingen van AI
en meer in de vraag wat intelligentie eigenlijk is.
Daarmee verschuift het gesprek van technologie naar filosofie,
biologie en de manier waarop mensen hun plaats
in een groter geheel begrijpen.

Of dat leidt tot nieuwe inzichten of vooral tot nieuwe metaforen,
zal waarschijnlijk pas tijdens de sessie zelf blijken.
Voorlopig blijft vooral de vraag hangen wat MU precies bedoelt
met die “andere intelligenties”
en hoe zij die gedachte artistiek en inhoudelijk handen en voeten geeft.

Ticket of niet?

Hoe meer ik mij in het programma verdiepte,
hoe minder mijn belangstelling nog uitsluitend over AI ging.
Interessanter werd de vraag hoe kunstenaars, ontwerpers,
instellingen en onderzoekers proberen betekenis te geven
aan een technologie die volop in ontwikkeling is.
Daar zitten aannames tussen die ik niet altijd deel,
maar ook vragen die de moeite waard lijken om verder te onderzoeken.

Inmiddels heb ik een kaartje gekocht.
Niet uit overtuiging, maar uit nieuwsgierigheid.
De uitnodiging heeft in elk geval bereikt
wat een goede uitnodiging moet doen:
mij ertoe verleiden zelf te gaan kijken.

Wordt vervolgd

Inmiddels heb ik ontdekt dat een van de sprekers, Danielle Arets,
lid was van de adviescommissie achter
Kunstzinnig boven Kunstmatig.
Naar een waardengedreven toepassing van AI
in de culturele en creatieve sector.
Dat rapport van de Raad voor Cultuur
lijkt een belangrijke intellectuele achtergrond
van deze bijeenkomst te vormen.

Het ligt daarom voor de hand om daar de komende tijd eens in te duiken.
Misschien leveren de sessies straks antwoorden op.
Maar misschien is het minstens zo interessant
om eerst te onderzoeken welke vragen,
waarden en aannames al in het rapport besloten liggen.


Zelfgemaakte Paprikasoep: Eenvoudig en Lekker

IMG_6758Paprikasoep

Niet alle paprika’s zijn in de soep beland. De ingredienten zijn: winterwortel, paprika, trostomaat, knoflook, gember, ui, biologische kip, sambal, gerookte paprikapoeder.


IMG_6759Paprikasoep

Op de markt verkocht de kaasboer gisteren belegen kaas die ze Joekel noemden. Er lag ook een enorme kaas op een tafeltje voor de kraam. Ik eet een stuk daarvan bij mijn soep.


De titel is gemaakt door de Artificial Intelligence-oplossing van WordPress.
De AI-oplossing wil dat ik instructies geef over hoe de soep te maken
maar de soep is zo eenvoudig en bovendien er zijn heel veel wegen
om tot een paprikasoep te komen. Kies je eigen weg!

I need a raincoat II

De interpretatie van Copilot van het woord ‘avontuurlijker’
leidde tot een soort Harry Potter-invalshoek.
Daar was ik niet naar op zoek.
“I need a raincoat” roept een sfeer op die om een serieuzere
invulling vraagt.

Vandaar dat ik het nog een keer probeer met als verwijzing de
film ‘Brief encounter’. Een film uit 1945 van David Lean
waarin een getrouwde man een getrouwde vrouw kort ontmoet,
terwijl ze elkaar eerder niet kenden.
Een relatie tussen twee mensen die op dat moment beide
getrouwd zijn met anderen was maatschappelijk onacceptabel.

Dus iets wat op het eerste gezicht oppervlakkig is:
twee mensen die elkaar spreken, een vogeltje geklemd achter
een reclamebord, kan een diepere invulling krijgen.

Graag een short story van 500 regels in het Nederlands dat begint met “I need a raincoat,” en dat gaandeweg uitlegt hoe bijgaande foto te verklaren is vanuit het verhaal. Ik zoek een avontuurlijk verhaal op een manier die doet denken aan de film “Brief Encounter” zonder dat plot over te nemen.

Copilot:

“I need a raincoat,” fluisterde hij tegen zichzelf terwijl hij door de drukke straten van de stad liep. De regen viel met bakken uit de hemel en de wind rukte aan zijn jas. Hij zocht naar een schuilplaats, ergens waar hij even kon opwarmen en tot rust kon komen.

Aan de overkant van de straat zag hij een klein, uitnodigend café. Hij haastte zich ernaartoe en duwde de zware deur open. Een warme golf van koffiegeur en zachte muziek begroette hem. Hij schudde het water van zijn jas en keek om zich heen op zoek naar een vrije tafel.

In een hoek zag hij een vrouw zitten, verdiept in een boek. Er was iets aan haar dat zijn aandacht trok; misschien was het de manier waarop haar ogen af en toe dromerig naar buiten staarden, alsof ze iets of iemand zocht. Hij besloot de gok te wagen en liep naar haar toe.

“Pardon,” begon hij, “is deze stoel vrij?”

Ze keek op, enigszins verrast, maar knikte toen. “Ja, ga je gang.”

Hij nam plaats en bestelde een koffie. Terwijl hij wachtte, probeerde hij een gesprek te beginnen. “Is het oké als ik hier zit? Ik kon nergens anders een vrije plek vinden.”

Ze glimlachte. “Natuurlijk. Het is zo’n weer vandaag dat iedereen binnen schuilt.”

Ze raakten aan de praat en ontdekten al snel dat ze meer gemeen hadden dan ze ooit hadden gedacht. Hun gesprekken gingen over alles, van favoriete boeken tot levensdoelen. De tijd leek voorbij te vliegen, en voor ze het wisten, hadden ze uren in het café doorgebracht.

Terwijl ze zich klaarmaakten om te vertrekken, zag hij iets vreemds aan een paal hangen, net buiten het café. Het was een handgemaakt stoffen duifje, zorgvuldig genaaid en met geborduurde vleugels. Het zag er verloren en eenzaam uit, bungelend aan de paal naast een bord van de parkeerapp RingGo.

“Wat is dat?” vroeg hij, wijzend naar de paal.

Ze draaide zich om en haar ogen werden groot. “Dat… dat is van mij! Ik had het gemaakt voor een speciaal iemand, maar ik verloor het een paar dagen geleden. Wat doet het daar?”

Samen liepen ze naar de paal en haalden het duifje voorzichtig naar beneden. Ze hield het dicht tegen haar borst en keek hem dankbaar aan. “Dank je wel. Dit betekent veel voor me.”

Hij glimlachte. “Het lijkt erop dat dit duifje ons beiden iets heeft gebracht vandaag.”

Vanaf dat moment waren hun levens onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze bleven elkaar ontmoeten in dat kleine café, hun band werd sterker met elk gesprek en elke gedeelde glimlach. De stad met zijn regen en parkeerborden werd een stille getuige van hun groeiende avontuur.

Je ziet dat Copilot steeds terugvalt op teksten die ergens anders
al gevormd zijn. In dit voorbeeld de plot van de film.
H/zij slaagt er niet in de drie elementen: quote, film en foto echt
tot een natuurlijke eenheid te maken.
Natuurlijk breit h/zij die elementen wel aan elkaar maar het wordt
niet echt een verhaal.
Het sturen van de output is ook best ingewikkeld en als je weet
waar je naar toe wilt, kun je het misschien beter
zelf proberen te schrijven.
Verder ‘doet’ Copilot weinig met de ingredienten. Ze worden bijna
letterlijk overgenomen maar er ontstaan geen nieuwe invalshoeken
of ideeën. De interpretatie van de vogel als een engel (zie eerste
bericht) leek creatief maar bleek niet meer dan een ‘leesfout’.
In deze versie van Copilot zie je niet welke bronnen er gebruikt
zijn bij het maken van het verhaal. Had ik misschien moeten vragen…

I need a raincoat

De afgelopen dagen was ik in Londen.
Er is een tentoonstelling in het British Museum met als titel
Silk Roads (let op de laatste ‘S’).
Maar dit bericht heeft daar niets mee te maken.
Het heeft te maken met een foto die ik er maakte op straat.
Terwijl ik terug liep naar mijn hotel zag ik een soort
van pop, geklemd tussen een parkeerbord en de paal
van de verkeerslichten. De pop was een vogel.
Geen idee waarom het daar was of wat het moet betekenen.

Als ik een paar dagen weg ben neem ik mijn iPod mee, nog
zo’n heel oud model, een clickwheel.
Daar staat best veel muziek op en ik val goed in slaap
bij de Counting Crows. ‘Across a wire’ werkt erg goed.
In het nummer ‘Raining in Baltimore’ komt de zinsnede
‘I need a raincoat’ vaak terug.
De tekst is onbegrijpelijk maar dat het deprimerende muziek
is, dat is wel duidelijk.

“This circus is falling down on its knees,
The big top is crumbling down,
It’s raining in Baltimore fifteen miles east,
Where you should be, no one’s around.
I need a phone call,
I need a raincoat,
I need a big love,
I need a phone call.”

Wat zou AI nou maken van ‘I need a raincoat’ en
mijn foto? 500 woorden.

IMG_3180INeedARaincoatLonden

Londen, pay to park.


Eerste vraag:

Kun je een kort en avontuurlijk verhaal schrijven dat begint met een quote van de Counting Crows ‘I need a raincoat’ en dat de foto verklaart. 500 worden in het Nederlands

Short story:

“I need a raincoat,” zong hij zachtjes terwijl hij door de straten van de stad liep. De lucht was grijs en dreigend, en de eerste druppels regen begonnen al te vallen. Hij trok zijn kraag omhoog en versnelde zijn pas, op zoek naar een schuilplaats.

Plotseling viel zijn oog op een klein, wit figuurtje dat aan een paal hing. Het was een handgemaakt engeltje, zorgvuldig geborduurd met groene en gouden draad. Het hing daar, half verborgen achter een bord dat reclame maakte voor een parkeerapp genaamd RingGo. “Pay to park with your phone,” stond er in grote letters op het bord. Hij glimlachte om de ironie; zelfs engelen moesten tegenwoordig betalen om te parkeren.

Hij stapte dichterbij om het engeltje beter te bekijken. Het was duidelijk met liefde gemaakt, misschien door een kind of een grootouder. De regen begon nu harder te vallen, en hij voelde een drang om het engeltje te beschermen tegen de elementen. Hij keek om zich heen, op zoek naar een plek waar hij het veilig kon opbergen.

Terwijl hij daar stond, hoorde hij een zacht geritsel achter zich. Hij draaide zich om en zag een klein meisje, niet ouder dan zeven, met grote ogen naar hem kijken. Ze droeg een felgele regenjas en hield een paraplu vast die veel te groot voor haar was. “Dat is mijn engeltje,” zei ze zachtjes. “Ik heb het gemaakt voor mijn oma, maar ik ben het verloren.”

Hij knielde neer zodat hij op ooghoogte met haar was. “Je hebt het prachtig gemaakt,” zei hij. “Waarom hing het hier aan deze paal?”

Het meisje haalde haar schouders op. “Ik weet het niet. Misschien wilde het gewoon vliegen.”

Hij glimlachte en gaf haar het engeltje terug. “Hier, zorg goed voor het. En misschien moet je oma het een mooi plekje geven waar het niet kan wegvliegen.”

Het meisje knikte en nam het engeltje voorzichtig aan. “Dank je wel, meneer,” zei ze voordat ze wegrende, haar paraplu wiebelend in de wind.

Hij stond op en keek haar na, een gevoel van voldoening overviel hem. De regen viel nu met volle kracht, maar hij voelde zich warm van binnen. Hij trok zijn kraag nog wat hoger op en vervolgde zijn weg, de woorden van het liedje nog steeds in zijn hoofd. “I need a raincoat,” zong hij opnieuw, maar deze keer met een glimlach op zijn gezicht.

De stad was vol verrassingen, dacht hij. En soms, als je goed oplette, kon je zelfs een klein wonder vinden aan een simpele paal met een parkeerbord.

Tweede poging:

Mag het avontuurlijker en het engeltje is een vogeltje?

“I need a raincoat,” zong hij zachtjes terwijl hij door de straten van de stad liep. De lucht was donker en dreigend, en de regen begon met grote druppels neer te vallen. Hij versnelde zijn pas, op zoek naar een schuilplaats.

Opeens viel zijn blik op een paal met een bord van de parkeerapp RingGo: “Pay to park with your phone.” Maar wat hem echt opviel, was een klein, wit vogeltje dat angstig aan de paal vastzat. Het diertje was doorweekt en zag er uitgeput uit.

Hij voelde een golf van medeleven en besloot het vogeltje te bevrijden. Hij worstelde met de harde regen en probeerde het vogeltje voorzichtig van de paal los te maken. Na een paar minuten slaagde hij erin en hield hij het trillende diertje in zijn handen. Het leek een duifje, maar met de meest ongebruikelijke groene en gouden veren die hij ooit had gezien.

Net toen hij dacht dat hij het vogeltje in veiligheid had gebracht, hoorde hij een luid geraas boven zijn hoofd. Hij keek omhoog en zag een gigantische zwarte schaduw die over de stad cirkelde. Het was een arend, en niet zomaar een arend, maar een roofvogel met een spanwijdte zo groot als een auto.

Het vogeltje begon in zijn handen te fladderen en hij besefte dat het arend op zoek was naar zijn prooi. Met een vastberaden blik in zijn ogen rende hij naar de dichtstbijzijnde steeg, het vogeltje beschermend tegen zijn borst gedrukt. De steeg was smal en vol obstakels, maar hij manoeuvreerde behendig, wetende dat hij het vogeltje moest redden.

Plotseling hoorde hij het oorverdovende gekrijs van de arend die dichterbij kwam. In een laatste wanhopige poging dook hij onder een afdak van een verlaten gebouw. Hij bleef daar hijgend staan, terwijl de arend woedend boven hem bleef cirkelen.

Nadat het gevaar geweken was, keek hij naar het vogeltje in zijn handen. “Je bent veilig nu,” fluisterde hij. Hij vond een oude kartonnen doos en legde het vogeltje erin, terwijl hij er een paar droge doeken overheen legde die hij in de steeg had gevonden.

De regen was eindelijk gestopt en een straal zonlicht brak door de wolken. Hij keek omhoog en glimlachte. Het vogeltje leek te ontspannen in zijn geïmproviseerde nest. “Misschien is het tijd om terug te vliegen,” zei hij zachtjes. En alsof het diertje hem begreep, fladderde het uit de doos en vloog de zon tegemoet.

Met een gevoel van voldoening stond hij op en trok zijn kraag omhoog. De stad was vol verrassingen, dacht hij. En soms, als je goed oplette, kon je zelfs een klein wonder vinden aan een simpele paal met een parkeerbord.

Dit is het nog niet helemaal.
Later nog eens meer experimenteren.
AI is hier Copilot.

Paleis van Typografisch Metselwerk

Met deze derde serie foto’s maak ik mijn serie over
de tentoonstelling ‘Paleis van Typografisch Metselwerk’ rond.
Geniet van al het werk van organisator Graphic Matters
en bedenker en ontwerper Richard Niessen.
Natuurlijk speelt de Grote Kerk ook een grote rol.

DSC06827PaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerkBibliotheekVanOnOntwarbareBoeken

‘Onontwarbare boeken’, dat is een intrigerend begrip. Waar moet ik dan aan denken? Niet-niet warbaar? Dus boeken die je niet kunt verwarren? Een kluwen boeken die je niet fysiek uit elkaar kunt halen?


DSC06828PaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerkDeurVanDeBibliotheekVanOnOntwarbareBoeken

Dit is een detail van een paneel van een kast in de Grote Kerk maar in mijn fantasie is dit de deur naar de ‘Bibliotheek van Onontwarbare boeken’. Dit is toch een veel betere deur dan de lelijke deur die in ‘In de naam van de Roos’ de toegang vanuit het sciptorium naar de bibliotheek verspert? Ga binnen zou ik zeggen.


DSC06829BredaGroteKerk

Ik loop door de tentoonstelling en tegelijk door de Grote Kerk. Ze zijn onontwarbaar (okay flauwe grap, laatste keer dat ik hem in dit bericht maak). Ik ben een onschuldige engel.


DSC06830PaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerkVideoAnthonBeekeIliasAfficheToneelgroepAmsterdam1994Zeefdruk

Op de plaats waar in een Katholieke kerk het hoofdaltaar staat en in een Protestantse kerk is dit misschien de plaats van de Avondmaalstafel. In de tentoonstelling staan hier die videoschermen. Ze tonen werk van drie kunstenaars die in hun loopbaan druk in weer gaan met typografie. Hier zie je de affiche die Anthon Beeke maakte: Ilias. Dit is gemaakt bij een voorstelling van Toneelgroep Amsterdam. 1994. Zeefdruk.


DSC06831PaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerkVideoOotjeOxenaarVuurtoren250Gulden

De video’s zijn een heel goed gekozen middel om een boodschap over typografie (en vooral de breedte van het onderwerp typografie) aan publiek over te brengen. Dit is een heel geslaagd onderdeel van de tentoonstelling. Ootje Oxenaar is de ontwerper die voor de biljetten van de Nederlandse gulden een nieuw ontwerp kon maken en realiseren. Veel mensen denken met goede herinneringen terug naar de kleurige biljetten met prachtige afbeeldingen, structuren en ornamenten. Op de foto onder andere de Vuurtoren, 250 gulden.


Dit is wat Bing AI schrijft naar aanleiding van mijn vraag:
‘Wat doet Irma boom met Cover Cover op het Paleis van Typografisch Metselwerk?’

Bing AI kan niet denken maar wel slim zoeken. Dat geeft de software ook aan.
Het zoekt op basis van mijn vraag naar:
‘Irma boom Cover Cover Paleis van Typografisch Metselwerk’

Feitelijk krijg ik als reactie twee ‘antwoorden’:

Irma Boom is een bekende Nederlandse grafisch ontwerper die onder andere boeken heeft ontworpen voor Viktor&Rolf. Cover Cover is een boek dat zij maakte over het werk van dit mode-duo. Het boek heeft een bijzondere vormgeving met verschillende lagen en kleuren.

Het Paleis van Typografisch Metselwerk is een tentoonstelling die grafische voorwerpen verzamelt die kenmerkend zijn voor de visuele communicatie van grafisch ontwerpers. De tentoonstelling is gemaakt door Richard Niessen en wordt gepresenteerd door Graphic Matters in samenwerking met de Grote Kerk Breda. De tentoonstelling bevat werk van Irma Boom en andere bekende Nederlandse en internationale ontwerpers.

Nu is het weer mijn beurt.

DSC06832PaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerkVideoIrmaBoomCoverCoverViktor&Rolf

Als derde video zie je Irma Boom, de ontwerpster, door haar boek ‘Cover Cover’ gaan en uitleggen waarom ze het boek voor Viktor&Rolf gemaakt heeft zoals ze laat zien. Hoe het boek is opgebouwd uit omslagen (cover, boekband), georganiseerd naar collectie. Het boek presenteert de collecties alsof het een catwalk is maar de ‘lezer/kijker’ heeft ook een rol: door het selectief omslaan en dichtklappen speel je met kleuren, afbeeldingen (positief en negatief) en andere grafische elementen. Een heel ingenieus boek dat hoge eisen stelt aan het drukproces van nu. Een topprestatie dus.


DSC06833BredaGroteKerkVersieringKlapstoelDSC06834BredaGroteKerkVersieringKlapstoelDSC06835BredaGroteKerkVersieringKlapstoelDSC06836BredaGroteKerkVersieringKlapstoel

Versieringen aan banken in de Grote Kerk.


DSC06838HetPaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerkCosmographicChambers

Dit is de lade met ‘Cosmographic Chambers’.


DSC06837HetPaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerkCosmographicChamberVraag

In een grafmonument op de achtergrond zag ik ook een Cosmographic Chamber.


DSC06839HetPaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerk

Soms gebruiken kunstenaars abstracte (schrift)tekens in hun kunstwerken die niet bedoeld zijn om te lezen en begrijpen maar die er zijn om hun vorm. In de Grote Kerk ‘maakte’ ik zo’n schriftteken.


DSC06840HetPaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerk

Hier komt het ‘teken’ vandaan.


DSC06841HetPaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerkDSC06842HetPaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerkDSC06843HetPaleisVanTypografischMetselwerkBredaGroteKerk

Toen werd het tijd om naar huis te gaan. Veel plezier bij je bezoek!