Hier is hij dan. Mijn eerste poging een boekrol te maken. Ik ben nog niet tevreden over de proporties en ik wil over een week of zo eens zien hoe het papier en de afbeeldingen zich houden in opgerolde staat. De houten rollers zijn erg licht. Misschien moeten die zwaarder van gewicht zijn?
Tagarchief: boek
Boekrol
In mijn werkplaats werk ik ook aan een boekrol.
De afgelopen dagen hout gekocht voor de stokjes
waar de rol op wordt bevestigd.
Vandaag de drager van de tekst en afbeeldingen gemaakt.
Smalle stroken van een A3-vel papier aan elkaar geplakt
gaan die basis vormen. In totaal bijna 2 meter lang.
De basis van twee meter.
Bij boekbinden is het passen net zo belangrijk als het meten. Ik heb de lengte van het papier beredeneerd maar of het klopt zie je pas als je de teksten en afbeeldingen op de rol past. De tekst is hetzelfde als de tekst die ik gebruik bij Stringing together. Met dat verschil dat het hier alleen het Chinese verhaal is.
Intussen: wat plakt het best?
Zes keer spuug
De eerste zes exemplaren van het project
‘Stringing together’ zijn allemaal gereed.
De laatste handeling was om al de boekjes
een titel te geven: SPUUG.
Ieder boekje is anders. Kaft of geen kaft, ieder boekje heeft een titel gekregen die ik gemaakt heb met mijn foliepers. Er moet nog wel wat ervaring worden opgedaan voor dit perfect werkt.
In de tussentijd hangen ze allemaal voor mijn raam van mijn werkplaats in de FutureDome in Breda.
Bladerboek, schutblad
Bladerboek schutblad
Voor mijn bladerboek ga ik zelf een ontwerp
maken voor het schutblad.
Dat kan denk ik het best met bladeren,
herfstbladeren.
Met relatief kleine blaadjes van allemaal dezelfde vorm maak ik een soort sierslinger. De bladeren lijm ik aan elkaar. Ze gaan straks een deel van het sjabloon vormen.
Boven de sierslinger komt dan het centrale vignet. Dat zijn blaadjes van verschillende groottte en vorm.
Bladerboek weer een stap verder
Vandaag heb ik de geritste strook van de drager
van de herfstbladen voorzien van een stapeltje
op elkaar geplakte stroken groen papier.
Het groen geeft misschien een accent.
Als de bladen straks aan elkaar genaaid zijn
dan ga ik de geritste strook dichtplakken
en het groene papier garandeert me dan
een bepaalde dikte die er voor moet zorgen dat
het boek mooi dicht kan.
Genoeg gepraat. Wat bedoel je nou?
Hier zie je een willekeurige pagina als voorbeeld. Vijf kleine strookjes groen papier zijn gelijmd tot een dikke strook papier van zo’n 6 centimeter lang. Zowel aan de bovenkant als aan de onderkant van de pagina is zo’n dikke strook groen papier geplakt. De kant van de groen strook die je nu ziet wordt na het inbinden ingesmeerd met lijm en naar binnen geklapt op de drager. Dan gaat er iets ontstaan zoals je op de volgende foto ziet.
Het wordt een boek. Ik gebruik een aantal technieken die bij het maken van een boek worden toegepast. Maar sommige ook niet omdat de herfstbladen een aparte aanpak nodig hebben. De pagina’s zijn niet allemaal gelijk. Ik denk niet dat ik het boekblok straks kan schoonsnijden. Deze verschillen zal ik moeten accepteren. Toch zeker bij deze eerste versie.
Op deze foto is dat niet te zien. Dit is alleen een ander zicht op de stapel van het boekblok. Maar het boek krijgt schutbladen. Hetzelfde papier als de drager. Maar een deel ervan ga ik ‘illustreren’ met bladmotieven. Sommige bladeren zijn groter dan de drager. Dat is een bewuste keuze. Eigenlijk zou ik het liefst het boek maken zonder de drager. Maar inbinden wordt dan ingewikkeld. Bewust hou ik het gedeelte van het blad dat niet ondersteund wordt door de drager zo klein mogelijk. De drager geeft steun en bescherming aan de kwetsbare, want droge, bladeren. De schutbladen aan voor- en achterkant hebben de grootte van het grootste blad.
Bladerboek
Op dit moment werk ik aan een paar verschillende boeken.
Ze zijn allemaal in een verschillend stadium van ontwikkeling.
Het meest concreet is ‘Stringing together’.
Maar ik werk ook aan een boekrol, Free as a jail bird,
Jail house rock en dus het bladerboek.
Al een paar weken geleden ben ik begonnen met het
verzamelen van herfstbladeren.
In de geschiedenis zijn boeken van palmbladeren
een normaal verschijnsel. Onlangs nog waren er
op mijn blog een paar te zien.
Dit was een van die voorbeelden: Manuscript of the Atthakatha of Buddha, palm leaf, in Cambodian script, 19th century. Gift of Prince Darmrong of Siam.
Nu zijn bij die boeken van palmbladeren de bladeren gelijkvormig
en even groot. Bij onze herfstbladeren is dat natuurlijk niet.
Er op schrijven is ook een uitdaging.
Die bladeren zijn niet egaal.
Hoe conserveer en prepareer je de bladeren?
Maar ik ga toch een boek van onze hefstbladeren maken.
Vandaag heb ik een soort drager ontworpen.
Een blad van papier die mij in staat stelt alle bladeren,
grote sterke, kleine tere, in het boek op te nemen.
Bladen die ik aan elkaar kan naaien.
Maar ook bladen die het herfstblad centraal stellen
maar dat sterk genoeg is dat ik een plaats heb
om het blad vast te pakken en om te draaien.
Het ontwerp is nog in ontwikkeling maar aan de onderkant rechts, is witruimte voldoende om het blad straks om te kunnen draaien zonder het herfstblad te beschadigen. Links zitten twee stroken waarbinnen het begin van de nerf van het blad zal komen. Die stroken worden omgevouwen. Die twee stroken gaan het mogelijk maken de verschillende bladen aan elkaar te naaien terwijl de stroken tegelijkertijd voor extra dikte van het papier gaat zorgen zodat de bladeren mooier in het boek passen. Het esdoornblad hierboven is een van de grotere herfstbladeren.
Dit is een voorbeeld van een blad dat veel kleiner is. Dan is het de bedoeling om, zonder de structuur van de drager te veel aan te tasten, zoveel mogelijk van die drager weg te snijden of op een andere manier te benutten.
Hier ligt het ‘boek’ gekanteld. Weer een ander formaat blad. Ik heb niet gezocht naar perfecte herfstbladeren. De meeste hebben wel gaatjes of zelfs scheuren. In een enkel geval heb ik er voor gekozen een groep bladeren te gebruiken.
Hier ligt een van de bladeren op het stevige papier waarvan ik de dragers ga maken.
Van deze bladeren is de conservering grotendeels al afgerond. Ik heb geen idee wat er met de kleuren van de bladeren gaat gebeuren maar mijn verwachting is dat die verder zullen verdwijnen. Maar voor nu zijn die kleuren er in ieder geval nog. Je ziet ook dat ik in een aantal gevallen een tak met bladeren heb gekozen.
Schetsboeken van Isaac Israëls
Wikipedia:
Isaac Lazarus Israëls (Amsterdam, 3 februari 1865 – Den Haag, 7 oktober 1934) was een van de voornaamste Nederlandse schilders uit de groep van Amsterdamse Impressionisten. Naast zijn schilderwerk was hij tekenaar en aquarellist en maakte hij pastels, etsen en litho’s.
Wikipedia (vervolg):
Opgeleid in het atelier van zijn vader Jozef Israëls, een van de meesters uit de Haagse School, liep hij nauwelijks een paar jaar academie in Den Haag, van 1880 tot 1882. Hij bleef verder autodidact, naast zijn vader. In 1881 debuteerde hij met De repetitie van het signaal op de Tentoonstelling van Levende Meesters in Den Haag. Het schilderij werd, nog voor het af was, gekocht door Hendrik Willem Mesdag.
Een klein deel van de schetsboeken in de collectie van het Haags Gemeente Museum.
Wikipedia (vervolg):
Hij bleef in Amsterdam wonen tot 1908. Daar maakte hij kennis met het mondaine stadsleven en ontmoette er George Breitner en Willem de Zwart, die zijn schildersvrienden werden. Hij werd de schilder van het turbulente nachtleven met een vrije, zwierig impressionistische toets. In 1904 trok hij voor het eerst naar buiten met de schildersezel om er aan plein-airschilderen te doen en aldus het directe licht op doek te verwerken in strand- en duinenscènes.
Even inzoemen: een tafel met allerlei voorwerpen.
Wikipedia (vervolg):
Van 1905 tot 1913 leefde Israëls in Parijs, waar hij onder de indruk kwam van Edgar Degas en van het werk van Henri de Toulouse-Lautrec. Hij had er zijn atelier op de Boulevard de Clichy. Hij schilderde er de specifiek Parijse motieven: het publiek in de parken, de cafés, cabarets en bistro’s, naast de circus- en kermisacrobaten.
Schetsboek nummer 63 van Isaac Israëls.
Wikipedia (vervolg):
In 1923 keerde hij terug naar Den Haag. Hij ging voorgoed aan de Haagse Koninginnegracht 2 wonen, in het huis van zijn ouders, die eerder op Koninginnegracht nr. 6 woonden. In het koetshuis van nr. 2 hadden Isaac en zijn vader ieder een eigen atelier. De vader van Israëls was overleden in 1911. In 1928 won Isaac op het kunsttoernooi van de Olympische Spelen een gouden medaille in de categorie schilderkunst met het werk Ruiter in roode rok (ook wel getiteld Ruiter met de rode jas, De rode rijder of De roode ruiter).
Israëls overleed thuis, op 7 oktober 1934, twee dagen nadat hij werd aangereden door een auto, waar hij geen uitwendige verwondingen door had opgelopen.
Isaac Israëls, schets van een straatgezicht.
Free as a jail bird
Vandaag de volgende stap gemaakt
met het zetten van een titel op de band/kaft
van een boek.
Het waren nog tests maar ik ben tevreden met
de eerste resultaten.
De oefeningen doe ik in het atelier bij een boekbindster in Breda.
De foliepers die ze ter beschikking heeft is door iemand zelf gebouwd. Daar is een zetraam bij geleverd. Zeg maar een metalen kader waarin je de letters en afbeeldingen kunt klemmen die dan later verwarmd worden en onder druk folie kleven op de kaft van het boek. Hier zie het zetraam met de letters erin.
Ik ga een boek maken met vogelveren die ik in
de voormalige Koepelgevangenis in Breda gevonden heb.
Daarom krijgt het boek de titel Free as a jail bird.
Vrij als een gevangenisvogel.
Met die tekst kun je een vierkant maken: 4 zinnen
van 4 letters. Nou ja, als je ‘as’en ‘a’ en de
tussenliggende spatie allemaal als letter telt.
F===R===E===E
A===S=======A
J===A===I====L
B===I===R===D
De ‘=’-tekens ga ik natuurlijk niet in mijn zetsel opnemen
Maar spaties vindt de weblog een beetje moeilijk.
Na dat zetten ging prima. Ik nam een grotere letter
waarvan de boekbindster een boekbindpolis heeft.
Probleem was dat ik veel witruimte tussen de letter nodig heb
en dat de loden spaties beperkt beschikbaar waren.
Die spaties waren dan ook nog van een andere lettergrootte.
Je kunt op de foto zien dat ik de open ruimtes
aan het opvullen ben met strookjes papier.
Uiteindelijk ging dat prima.
Het zetraam heeft geen mechanisme om de letters zowel van boven naar onder en van links naar rechts in te klemmen. De leverancier van de foliepers heeft hier een vormsluitstuk bijgeleverd waarmee je in 1 richting de letters vast kunt zetten. Dat bleek overigens voldoende.
De foliepers voor een eerste test met wit papier en carbonpapier.
Bij de eerste poging zie je een ongelijke afdruk. Het woord ‘jail’ is duidelijk onvoldoende.
Bij de eerste poging met linnen was ik nog te voorzichtig. Te korte verwarming en te weinig druk.
De tweede test op linnen was veel beter.
Vervolgens een test met het materiaal dat ik eigenlijk wil gaan gebruiken. De groene ondergrond is Arbetex. Het lijkt een soort kunststof. De folie leg je met de glimmende kant naar boven. Aan de doffe kant zit de folie die op de ondergrond wordt gedrukt.

Bij de test met de groene Arbetex A heb ik te lang de letters op de folie laten rusten waardoor de letters een beetje vollopen. Bij de blauwe (Arbetex E) werkt het beter (onderaan). Alleen de laatste ‘E’ van ‘Free’ loopt vol.
Dit was het beste resultaat. Dit is Dainel Original. Het opervlakte van dit materiaal is zacht. Je drukt dus makkelijk wat in het materiaal. De kleuren werken hier ook goed. Maar de kleur was voor deze oefening niet van belang. Ik ben klaar (als ik materiaal heb) om het in mijn eigen werkplaats te gaan proberen. Het ontwerp voor het boek is nog niet af. Naast deze tekst is er nog een plannetje.
Gelezen: Valeria Luiselli, Vertel me het einde.
Valeria Luiselli, Vertel me het einde. Een essay in veertig vragen.
Alweer een blog over vluchtelingen.
Moet dat nou? Ja, dat moet.
Het vluchtelingen vraagstuk is een van de grote
vraagstukken van onze tijd en veel van de reacties
in de debatten zijn simpelweg te eenvoudig.
Daarnaast zijn er veel overeenkomsten tussen de
gebeurtenissen in Amerika en die we hier in
Europa en op de grens van Europa en Azie zien.
‘Vertel me het einde’ is misschien niet het meest
brilliante boek ooit geschreven maar lees even mee:
De schrijfster is zelf van Mexicaanse afkomst.
Terwijl ze in de Verenigde Staten verblijft maar nog geen
‘green card’ (verblijfsvergunning) heeft, gaat ze aan
het werk als tolk bij een organisatie die Spaanstalige kinderen
helpt, die vanuit Midden-Amerika proberen veilig naar de
VS te komen. Haar man en kinderen
hebben ook nog geen verblijfsvergunnig.
Tijdens de regering Obama neemt het aantal kindvluchtelingen
ineens toe. ‘……tussen april 2014 en augustus 2015 meer dan
102.000 minderjarigen aan de grens waren opgepakt….’
Deze kinderen hebben in hun thuisland te maken met
gebroken gezinnen, drugs, mishandeling, bendegeweld enz.
Daarom gaan ze op de vlucht naar de VS.
Soms naar hun familie die daar al woont.
Tijdens hun reis door Mexico
en over de Amerikaanse grens zijn ze vaak slachtoffer
van bendes, mensenhandelaren, ‘rechtgeaarde’ blanke
Amerikaanse burgers en de politie (aan beide zijdes
van de grens).
Eenmaal veilig in Amerika moet hun zaak voorkomen bij een
rechter. Om de verdediging mogelijk te maken worden
veertig vragen gesteld. De schrijfster stelt dus die
vragen en gebruikt de vragen in haar essay als structuur
voor het boek.
Aan de hand van de vragen vertelt ze het verhaal van zichzelf,
haar gezin en de vluchtelingen.
Een citaat:
De media-aandacht voor de migratiecrisis bood een algemeen beeld en concrete informatie over omvang, maar liet niet zien wat de diepere oorzaken en de gevolgen ervan waren.
De waarom-vraag bleef onbeantwoord.
Het begrip ‘immigratiecrisis’ sloeg alleen maar op de plotselinge toename in de hoeveelheid kinderen die vanuit Centraal-Amerika de Verenigde Staten binnenkwamen.
Vanaf het allereerste moment werd de crisis enkel en alleen gezien als een institutionele hindernis, een probleem waar Homeland Security onder te lijden had en dat het Congres en de immigratierechters moesten oplossen.
In weinig artikelen werd moeite gedaan om het verhaal om te draaien en de crisis te tonen vanuit het perspectief van de kinderen.
Het politieke antwoord op de crisis draaide daarom altijd maar om één vraag: wat moeten we nu met al deze kinderen?
Of botweg: hoe komen we van ze af, of hoe krijgen we ze zover dat ze niet meer komen?
De vragen negen, tien en elf op het intakeformulier zijn ‘Vind je het leuk waar je nu woont?’, ‘Ben je hier gelukkig?’ en ‘Voel je je veilig?’
Het is moeilijk voor te stellen dat deze kinderen, die door de overheid als hinderlijk worden gezien en door een groot deel van de gemeenschap waarin ze net zijn terechtgekomen als ongewenste indringers, en die zich weldra voor een rechter zullen moeten verdedigen tegen een uitzettingsbevel, het inderdaad ‘leuk vinden waar ze nu wonen’.
In de media en in een groot deel van het politieke discours heeft het woord ‘illegaal’ de voorkeur boven ‘ongeregistreerd’ en het woord ‘immigrant’ boven ‘vluchteling’.
Hoe moet iemand die gestigmatiseerd wordt als ‘illegale immigrant’ zich hier ‘veilig’ of ‘gelukkig’ voelen?
Maar de kinderen beantwoorden deze drie vragen meestal met ja.
Valeria Luiselli, Vertel me het einde, pagina 48-49.
Dan, meer filosofisch:
Er zijn dingen die je alleen maar kunt begrijpen als je ze in retrospectief bekijkt, wanneer er jaren overheen zijn gegaan en het verhaal al is afgesproken.
Voordat dat het geval is, en zolang het verhaal nog verder gaat, is het enige wat je kunt doen het steeds opnieuw vertellen terwijl het zich ontwikkelt, zich opsplitst, met zichzelf in de knoop raakt.
Want voor iets begrepen kan worden moet het vele keren verteld worden, in veel verschillende woorden en vanuit alle verschillende hoeken en door heel verschillende geesten.
Valeria Luiselli, Vertel me het einde, pagina 105.
Of ik het met dit laatste citaat eens ben weet ik nog niet.
De tekst klinkt mij wat afwachtend. Maar dat is Luiselli
in het boek en in haar acties (als ik het essay mag geloven)
helemaal niet.
Schrijnend, haast cynisch wordt het wanneer Luiselli
het taalgebruik op de korrel neemt van de mensen die zich met
migratie bezig houden.
De omslag van het boek is eenvoudig maar geeft heel goed
aan in wat voor een positie kindvluchtelingen zitten.
Sommige pijltjes houden, ineens, zomaar op!
Het boek is een uitgave van Das Mag.
Wat mij bezig hield zijn de overeenkomsten tussen
Amerika en Europa die zo duidelijk worden in het boek:
= de historische rol van Amerika en Europa in de landen van herkomst;
= de institutionele oplossingen die we toepassen;
= de harde reactie op de mensen.
Lees dit boek!
Letters op kaft
Vandaag was het zo ver: de eerste sessie met
kaften en folie.
Er zijn meerdere manieren om met de folie te werken.
Deze week heb ik een foliepen geprobeerd.
Een foliepen is een soort soldeerbout met verschillende
uiteindes. Die uiteindes kunnen verschillende vormen
hebben. Zeg maar van een scherpe punt tot bijvoorbeeld
een vlak, rond oppervlak of een kleine sierafbeelding.
De pen die ik geprobeerd heb is een relatief eenvoudige
met drie verschillende uiteindes. Daarvan heb ik er maar
een gebruikt.
Maar het begint met het maken van een ontwerp.
Ik wil de techniek leren dus het ontwerp in niet zo
belangrijk.
‘Argusvlinder’ is het ontwerp.
Dat ontwerp neem je over op een vloeipapier (zijdepapier). Dit is het papier waar je zo dadelijk met de warme foliepen overheen gaat. Onder het zijdepapier ligt dan de folie en daaronder het boekbindlinnen. In mijn geval is dat linnen op grijsbord geplakt. Bij een boek zou dit de boekkaft zijn.
Het vloeipapier met ontwerp zit vastgeplakt aan het grijsbord. Zo kan ik het optillen en zien wat het resultaat is. Dit vloeipapier heeft als nadeel dat er heel wat rek in zit. Daarmee ‘verschuift je ontwerp’. Hier zie je dat ik met een zilverkleurige folie ben begonnen om de vlinder te tekenen.
Met een blauwe folie heb ik daarna het woord ‘argus’ aangebracht. Er zijn verschillende soorten folie die bedoeld zijn voor verschillende ondergronden. Folie voor een grover leer is een andere folie dan folie voor papier of linnen.
Vervolgens heb ik de letter A ingevuld. Misschien had ik daar beter een ander uiteinde kunnen gebruiken. De puntige stiftvorm die ik gebruik brengt lijnen aan. Misschien dat een klein plat rond uiteinde beter was geweest. Maar ik ben niet ontevreden. De kleur van dit folie is een andere kleur blauw. Meer metallic en lichter blauw.
Hier heb ik ook op de vlinder meer kleur aangebracht. De foto’s zijn nogal vlekkerig dus heb ik thuis het zwarte linnen nog even ‘afgestoft’ en het nog eens op de foto gezet.
Volgende week echt letters proberen.
Herfstbladeren onder bezwaar
Een van mijn volgende projecten wordt een boek
waarvan de bladen bestaan uit gedroogde
herfstbladeren met tekst.
Misschien dat zelfs de kaft (deels) uit een
blad gemaakt wordt.
Het begint ermee de bladeren te zoeken,
keuren, verzamelen en onder bezwaar te leggen.
Tussen kranten om te drogen.
Dit blad is wel twee keer zo groot als de andere bladeren die ik tot nu toe vond. Misschien iets voor de kaft. Bladeren zoeken is nog niet zo eenvoudig in de stad. De meeste bladeren verkrullen en verdrogen helemaal aan de bomen voor ze vallen. Het lijkt er wel op dat al die bomen ziek zijn.
Een deel van de tweede serie die ik verzameld heb. Het grote blad van de bovenste foto heb ik op de Grote Markt (Zuid) van Breda gevonden. De andere bladen komen uit het Park Valkenberg.
Bijzonder boek: Rumtek (Sikkim, India) 2004
In 2004 kochten we in Rumtek (plaats in Sikkim,
in India) een boek in het grote klooster.
Het klooster is ook een belangrijke Boeddistische school.
Boeken zoals het exemplaar dat wij hebben,
werden daar nog veel gebruikt.
Eerder schreef ik daar al eens een blog over: hier klikken.
Zelfde foto maar dan gekanteld. Dan kun je hem in meer detail zien.
Genaaide boekjes (xian zhuang)
Uitgangspunt zijn ook nu weer de twee teksten
van Arnon Grunberg uit 2016.
Daar ga ik een tekst uit Dunhuang aan toevoegen,
een Nederlandse vertaling.
Maar vandaag heb ik eerst de 10 pagina’s met
allemaal dezelfde set van twee teksten voorzien
van de afdrukken van de linosnedes.
Hier zie je 8 van de pagina’s. Ze gaan straks in twee gevouwen worden. In de lengte. Dan staat op 1 pagina 1 afbeelding en 1 stuk tekst. Bij sommige pagina’s is een heel klein stuk met een kleur met de hand beschilderd.
Hier zie je 2 bladen. De combinatie van de verschillende soorten papier, de vormen en kleuren doen het goed (vind ik). Alle 10 de pagina’s liggen nu onder bezwaar te drogen. Vanaf morgen begin ik met het met de hand zetten van de Dunhuang-tekst. Dat zal wel even gaan duren voor die gereed is. Hoeveel ruimte die tekst zal gaan vragen moet nog blijken. Uit de informatie van de ‘Stringing together’ kan ik niet opmaken of bij de originele pagina’s in de collectie van de British Library, het papier aan beide zijdes bedrukt of beschreven zijn. Voorlopig kies ik er voor om de bladen aan een (1) kant te bedrukken.
Dit is een voorbeeld van 1 blad. Met een beetje geluk is de afdbeelding groot genoeg om ook de tekst te kunnen lezen hier op mijn blog. De pagina’s gaan nog korter gesneden worden maar dat doe ik pas als de Dunhuang-tekst gezet en gedrukt is.
Vensterboek: Picasso in Malaga
Op de donateursdag van de Stichting Handboekbinden zat
in de goodie bag een folder over een Vensterboek.
De tekst was geschreven door Karin Cox, die vaker leuke,
kleine boeken en bijbehorende werkinstructies verzorgd.
Het basisidee van het boek is van Tine Noreille.
Mijn boek zoals ik het maak, is ongeveer twee keer zo groot
als de werkinstructie aangaf.
Dat geeft me meer ruimte om afbeeldingen in het boek te verwerken.
Want een blanco boek is voor mij geen boek.
Een paar jaar geleden was ik in Malaga en bezocht daar
het prachtige Picasso Museum. Als een museum geen
catalogus of collectieboek verkoopt dan koop ik meestal wat
ansightkaarten. Zo ook in Malaga.
Daar heb ik eerder hier al eens over geschreven.
Laat ik nou precies 12 kaarten meegebracht hebben.
Picasso in Malaga, een vensterboek, is geboren.
Het boek is nog niet af maar ik ben al een eind onderweg.
Het wordt een boek dat een sierraad is om weg te zetten maar
wat je ook als boek helemaal kunt openslaan en lezen.
Het boek bestaat met een soort dubbele kaft waarbij in een van de twee lagen van de kaft een venster is uitgespaard. Daar steken de pagina’s door die zich openen naar mate het boek verder wordt opengevouwen.
Picasso in Malaga. Het venster heb ik veel breder gemaakt dan de instructie aangeeft. Daar moet je wat mee experimenteren. De sterkte van het papier speelt daarbij een grote rol. Een breder venster toont eerder, meer van de pagina’s.
Dit zijn de briefkaarten die de komende dagen nog hun weg in het boek gaan vinden.
Helemaal opengevouwen ziet het er als volgt uit. Eenvoudig te maken. Ik ben er zeker van dat de Stichting Handboekbinden geinteresseerden graag verder wil helpen.
Laatste (?) Boek Behoud Bericht
Waarschijnlijk is dit het laatste bericht
over het inbinden van de jaargangen 2004 (1 publicatie)/2005,
2006 en 2007. Het is gereed!
Afgelopen woensdag is daarvoor het laatste werk verricht.
Vandaag heb ik alleen deel drie nog uit de boekenpers gehaald.
Maar woensdag begon met twee gedroogde banden in de boekenpers.
Twee boeken in de boekenpers. Het kunstleer is op de platten geplakt. Die platten en de rug moeten nu nog afgewerkt worden. Omdat ik niet veel kracht op de pers moet zetten kan dit prima.
Hier zie je dat bij het linker boek het leer nog teruggeslagen moet worden in het boek. Eerlijk gezegd is dat een activiteit die eenvoudig lijkt maar waar ik nog wel wat kan verbeteren. Zeker als ik net als nu geen schutblad meer aan de binnenkant van de band ga plaatsen.
Band twee is gereed, nu band drie nog. Na het naar binnenslaan van het kunstleer breng ik een bescherming aan in het boek en stop dan het boek in de boekenpers. De omslagen moeten goed plakken en blijven zitten maar niet voor eeuwig aan de pagina’s van het boek.
Ondanks dat ik de boeken niet echt in serie maak maar een voor een, zien de boeken die gereed zijn er best redelijk uit. De grootte van de boeken zit heel dicht bij elkaar. Dat kan nog beter maar voor nu is dit okay.
Vandaag heb ik dan het derde boek ook uit de boekenpers gehaald. De omslagen waren gisteravond omgeslagen en geplakt.
Met dank aan Johan Potgieter en zijn artikel in Boek Behoud Bericht. De methode Potgieter heb ik gevolgd en ik ben blij met het resultaat: drie boeken die helemaal plat open kunnen zodat artikelen eenvoudig gecopieerd kunnen worden.
In het artikel stond eenvoudigweg: haal alle losse folders uit de tijdschriften en gooi die weg. Dat wilde ik niet. Daar heb ik iets op bedacht dat ik de volgende keer anders zou doen. Want dat extra katern dat geen pagina’s van de tijdschriften bevat, gaf de meeste moeilijkheden.
Boek Behoud Bericht inbinden
Naast de tijdschriften maak ik een extra katern
waarin de losse inlegvellen van de tijdschriften bewaard gaan worden.
Om compleet te blijven, om mezelf extra mogelijkheden te geven te oefenen
in boekbinden en het maken van illustraties (zonder tekenvaardigheden).
Het extra katern krijgt een soort omslag die ik voorzie van
een gelli plate illustratie. Daarvoor had ik een sjabloon gemaakt.
Na het afdrukken van de Gelli plate ziet de omslag er als volgt uit.
Dan met de hand de tekst bijlage ingevoerd en het katern is gereed om in te binden.
Ik heb al een tijdje een Ideal snijmachine maar nog geen situatie aan de hand gehad waarbij ik hem ook echt kon gebruiken. Nu het boekblok gaat bestaan uit 5 tijdschriften, een extra katern en 2 extra bladen, doet zich de eerste kans voor het boekje eens op maat te snijden. Hier ligt het boek in de snijmachine.
Dit is het snij-afval. Ik ben tevreden. Dat ging erg goed. Het pas geslepen mes doet goed zijn werk.
Alle instructies ga ik niet opvolgen van Johan Potgieter. Ik snap dat als je de nietjes er in laat zitten, dat het inbinden dan makkelijker is, maar dat weegt wat mij betreft niet op tegen het risico van roestende nietjes op termijn. Ik haal de nietjes er dus uit.
Fladderboek gereed
Het Fladderboek was al af maar had nog geen inhoud.
Het laatste wat ik nog moest doen was een korte tekst scvhrijven,
die printen, uitsnijden en inplakken.
Hier ligt het fladderboek. De vier pagina’s tekst (4,5 bij 4,5 centimeter) liggen erbij net als de mal die ik ga gebruiken om alle tekst en illustraties op een juiste manier in te plakken.
Hier gaat de eerste pagina: Bajesplanten, het fladderboek in.
Het boek is gevuld met tekst en illustraties.
Nu maar fladderen.


































































