Gelezen: Valeria Luiselli, Vertel me het einde.

WP_20170926_18_31_46_ProValeriaLuiselliVertelMeHetEinde

Valeria Luiselli, Vertel me het einde. Een essay in veertig vragen.


Alweer een blog over vluchtelingen.
Moet dat nou? Ja, dat moet.

Het vluchtelingen vraagstuk is een van de grote
vraagstukken van onze tijd en veel van de reacties
in de debatten zijn simpelweg te eenvoudig.
Daarnaast zijn er veel overeenkomsten tussen de
gebeurtenissen in Amerika en die we hier in
Europa en op de grens van Europa en Azie zien.

‘Vertel me het einde’ is misschien niet het meest
brilliante boek ooit geschreven maar lees even mee:

De schrijfster is zelf van Mexicaanse afkomst.
Terwijl ze in de Verenigde Staten verblijft maar nog geen
‘green card’ (verblijfsvergunning) heeft, gaat ze aan
het werk als tolk bij een organisatie die Spaanstalige kinderen
helpt, die vanuit Midden-Amerika proberen veilig naar de
VS te komen. Haar man en kinderen
hebben ook nog geen verblijfsvergunnig.

Tijdens de regering Obama neemt het aantal kindvluchtelingen
ineens toe. ‘……tussen april 2014 en augustus 2015 meer dan
102.000 minderjarigen aan de grens waren opgepakt….’

Deze kinderen hebben in hun thuisland te maken met
gebroken gezinnen, drugs, mishandeling, bendegeweld enz.
Daarom gaan ze op de vlucht naar de VS.
Soms naar hun familie die daar al woont.
Tijdens hun reis door Mexico
en over de Amerikaanse grens zijn ze vaak slachtoffer
van bendes, mensenhandelaren, ‘rechtgeaarde’ blanke
Amerikaanse burgers en de politie (aan beide zijdes
van de grens).

Eenmaal veilig in Amerika moet hun zaak voorkomen bij een
rechter. Om de verdediging mogelijk te maken worden
veertig vragen gesteld. De schrijfster stelt dus die
vragen en gebruikt de vragen in haar essay als structuur
voor het boek.
Aan de hand van de vragen vertelt ze het verhaal van zichzelf,
haar gezin en de vluchtelingen.

Een citaat:

De media-aandacht voor de migratiecrisis bood een algemeen beeld en concrete informatie over omvang, maar liet niet zien wat de diepere oorzaken en de gevolgen ervan waren.
De waarom-vraag bleef onbeantwoord.
Het begrip ‘immigratiecrisis’ sloeg alleen maar op de plotselinge toename in de hoeveelheid kinderen die vanuit Centraal-Amerika de Verenigde Staten binnenkwamen.
Vanaf het allereerste moment werd de crisis enkel en alleen gezien als een institutionele hindernis, een probleem waar Homeland Security onder te lijden had en dat het Congres en de immigratierechters moesten oplossen.
In weinig artikelen werd moeite gedaan om het verhaal om te draaien en de crisis te tonen vanuit het perspectief van de kinderen.
Het politieke antwoord op de crisis draaide daarom altijd maar om één vraag: wat moeten we nu met al deze kinderen?
Of botweg: hoe komen we van ze af, of hoe krijgen we ze zover dat ze niet meer komen?

 

De vragen negen, tien en elf op het intakeformulier zijn ‘Vind je het leuk waar je nu woont?’, ‘Ben je hier gelukkig?’ en ‘Voel je je veilig?’
Het is moeilijk voor te stellen dat deze kinderen, die door de overheid als hinderlijk worden gezien en door een groot deel van de gemeenschap waarin ze net zijn terechtgekomen als ongewenste indringers, en die zich weldra voor een rechter zullen moeten verdedigen tegen een uitzettingsbevel, het inderdaad ‘leuk vinden waar ze nu wonen’.
In de media en in een groot deel van het politieke discours heeft het woord ‘illegaal’ de voorkeur boven ‘ongeregistreerd’ en het woord ‘immigrant’ boven ‘vluchteling’.
Hoe moet iemand die gestigmatiseerd wordt als ‘illegale immigrant’ zich hier ‘veilig’ of ‘gelukkig’ voelen?
Maar de kinderen beantwoorden deze drie vragen meestal met ja.

Valeria Luiselli, Vertel me het einde, pagina 48-49.

Dan, meer filosofisch:

Er zijn dingen die je alleen maar kunt begrijpen als je ze in retrospectief bekijkt, wanneer er jaren overheen zijn gegaan en het verhaal al is afgesproken.
Voordat dat het geval is, en zolang het verhaal nog verder gaat, is het enige wat je kunt doen het steeds opnieuw vertellen terwijl het zich ontwikkelt, zich opsplitst, met zichzelf in de knoop raakt.
Want voor iets begrepen kan worden moet het vele keren verteld worden, in veel verschillende woorden en vanuit alle verschillende hoeken en door heel verschillende geesten.

Valeria Luiselli, Vertel me het einde, pagina 105.

Of ik het met dit laatste citaat eens ben weet ik nog niet.
De tekst klinkt mij wat afwachtend. Maar dat is Luiselli
in het boek en in haar acties (als ik het essay mag geloven)
helemaal niet.

Schrijnend, haast cynisch wordt het wanneer Luiselli
het taalgebruik op de korrel neemt van de mensen die zich met
migratie bezig houden.

De omslag van het boek is eenvoudig maar geeft heel goed
aan in wat voor een positie kindvluchtelingen zitten.
Sommige pijltjes houden, ineens, zomaar op!

Het boek is een uitgave van Das Mag.

Wat mij bezig hield zijn de overeenkomsten tussen
Amerika en Europa die zo duidelijk worden in het boek:
= de historische rol van Amerika en Europa in de landen van herkomst;
= de institutionele oplossingen die we toepassen;
= de harde reactie op de mensen.

Lees dit boek!