Bijzonder boek: Rumtek (Sikkim, India) 2004

In 2004 kochten we in Rumtek (plaats in Sikkim,
in India) een boek in het grote klooster.
Het klooster is ook een belangrijke Boeddistische school.
Boeken zoals het exemplaar dat wij hebben,
werden daar nog veel gebruikt.

Eerder schreef ik daar al eens een blog over: hier klikken.

DSC_2455BoekGekochtInSikkim

DSC_2455BoekGekochtInSikkimRumtek2004

Zelfde foto maar dan gekanteld. Dan kun je hem in meer detail zien.


Reisverslag India 2004 (37): Puri

25/11/2004

Vandaag naar de grote Jagannath tempel geweest.

We lopen te voet naar de grote tempel.
Het wordt steeds drukker, zeker als we op de grote weg naar de tempel komen.
Die weg wordt op het hoofdfeest gebruikt om de beelden
die normaal in het tempelcomplex staan
in processie naar een andere tempel te brengen.
Met dat feest zijn er honderduizend mensen op de been.
Nu was er ook een feest en er waren zo’n 40.000 bedevaartgangers in Puri.

Ik probeer van een kleine afstand de bedelaars in beeld te brengen.
Je ziet er mensen met zakken rijst lopen die ze uitstooien
in de emmers, pannen, schalen of gewoon op een krant,
die de bedevaartsgangers voor zich hebben liggen.

Deze constructie bestaat uit fluiten die hier aan de man worden gebracht.

Deze foto is niet zo duidelijk.
Er stond voor de tempelingang een tent waar groepen bedevaartgangers
muziek maakten en zongen.
Foto’s maken is daar niet eenvoudig door de enorme drukte.

The name Jagannath literally means Lord of the Universe.
The Built of the present temple was begun by King Chora Ganga Deva
and finished by his descendant, Anangabhima in the 12th Century.
The Main temple structure is 65m (214 feet) high
and is built on elevated ground, which makes it look even larger
and adds to the imposing impressions you get
as you first come within sight of the temple.
The temple complex comprises an area of 10.7 acres
and is enclosed by two rectangular walls.
The outer enclosure is called Meghanada Prachira (665 x 640 feet).
The walls are 6 meters high.
The inner wall is called Kurmabedha (420 x 315 feet).
The walls were built during the 15th or 16th century.

This temple is said to have the largest kitchen in the world
and feeds thousands of devotees every day.
The kitchen can prepare food for 100000 people on a festival day
and 25000 is not unusual for a normal day.
There are 36 traditional communities
who render a specific hereditary service to the Deities.
The temple has as many as 6000 priests.

There is a wheel on top of the Jagannatha Temple
made of an alloy of eight different metals known as asta-dhatu.
It is known as the Nila Chakra.
On every Ekadasi day a lamp is lit on top of the temple near the wheel.

The main temple is surrounded by 30 different smaller temples.
The Narasimha temple adjacent to the western side
of the Mukti-mandapa is said to have been constructed
before the present temple.

In front of the main gate is an 11m pillar, called Aruna stambha,
which used to be in front of the Sun Temple in Konark.
It was brought to Puri during the 18th century.
The figure on top of the pillar is Aruna, the charioteer of the sun god.
In the passage room of this gate is a Deity of Lord Jagannatha
called Patita Pavana (Savior of the most fallen).

There are four gates the Eastern Singhadwara (Lion Gate),
the southern Ashwadwara (horse gate),
the western Vyagharadwara (tigers gate)
& the northern Hastidwara (elephants gate).
There is a carving of each form by the entrance of each gate,
is located on Grand Road.

Je mag als niet-Hindoe niet in de tempel maar het spektakel erom heen alleen al
is de moeite meer dan waard.
Honderden, duizenden mensen gaan op weg in gezang, biddend,
met religieuze muziek, gezang en toespraken op de achter- en de voorgrond.
Bedelaars, bedelaars en bedelaars; keurig in een rij opgesteld.
Aan beide kanten van de straat.
Overal kraampjes, met souveniers, offergaven, eten, groente,
huishoudelijke artikelen enz.
Natuurlijk overal koeien.
Een waar pandemonium.

De centrale toegangspoort van het tempelcomplex.
Verder mogen wij als niet Hindoes, niet komen.

De vele bedevaartgangers moeten natuurlijk ook iets eten.
Hier verkoopt men etenswaar dat erg populair is.

En dat eten wordt erg kunstzinnig uitgestald.

Vanuit de keuken wordt het afval via een schuif in de tempelmuur
naar buiten geschoven.
De koeien weten daar wel raad mee.
Dit zien we bij ons ook in kasteelmuren (zonder koeien dan)
of op de mestvaalt bij de boeren of in de tuin.

Het complex heeft meerdere toegangspoorten. Dit is er een van.

Het gewone leven gaat ongestoord door.

Rondom de tempelmuren zie je allerlei handel:
groente, fluiten, souveniers (voor de bedevaartsgangers),
rijst, kokosnoten, eten, snoep, enz, enz.

Dit straatbeeld geeft een idee van hoeveel mensen daar nu rondlopen.
De tempelmuren vormen een carrxc3xa9.
Alle winkels en kramen zijn langs de wegen te vinden langs de muren.
Een hele mooie wandeling.

Een van de leukste foto’s.
Op de foto staat een tempeltje, een stand van een aardewerk-verkoper
en iemand die eten verkoopt.
En dat allemaal op 3 vierkante meter.

Aan de hoofdweg naar de tempel zit een winkelcentrum met
daarin een restaurant. Daar komen de rijkere Indiase mensen.
Ook als Westers toerist kun je er eten en iets te drinken nemen.
Alles heet in Puri ‘Grand’: de grote weg, de grote tempel enz.
Dus ook dit restaurant.
Vanaf hun terras op de eerste verdieping kun je mooie foto’s maken.
Een ervan die ik gemaakt heb zie je hier.
Mij ging het in eerste instantie om de man met die grote vracht
achter op zijn fiets.
Thuis bleek dat de man midden in een circel van andere mensen staat.
De mensen lopen bijna allemaal van hem weg.
Dat levert een mooi plaatje op.

Producten en hun beursprijzen: suiker, erwten, rijst, olie enz.

Terwijl we rondlopen bij het tempelcomplex,
zijn we natuurlijk al opgevallen bij die mensen die begrijpen
dat aan toeristen uit het Westen goed geld te verdienen is.
Hun verhaal begint met het aanbieden van hulp of
men wil graag Engels met je spreken of iets dergelijks.
Niet zelden hebben ze andere bedoelingen.
Dat is niet erg want het kan goed van pas komen.
Ze weten de weg.
Er zijn dan ook mogelijkheden om het tempelcomplex van het dak
van een bibliotheek of een hotel te bekijken.
Deze twee foto’s zijn gemaakt vanaf zo’n uitkijkspunt.
Betaal niet te veel !

Handwerksman, bezig met een houten souvenier.
We zijn inmiddels al weer op weg terug naar het restaurant.

Grote reclameborden worden in India nog met de hand geschilderd.
In de middag naar het strand.

Lunch: Pizza and German Bakery
1 Danish, choco/banana croissant
1 lemon cake

De croissant had weinig met het Franse broodje te maken.
Het smaakt allemaal goed.
De filterkoffie was redelijk.

Diner: Xanado

Bierfietsen.
Men verkoopt wel een groot aantal items volgens het menu.
Maar dat wil nog niet zeggen dat het ook op voorraad is.
Geen paniek, de ober ging regelmatig op de fiets het bier halen bij een zaak in de buurt.
Muziek niet geweldig, grote zaak, mooie tuin.
Weinig klanten. Lekker gegeten.
Vooral de Gadu Gadu van L was bijzonder.
Een soort grote corn flakes die de ons bekende kroepoek vervangen (vergelijkbare smaak).
Met verse komkommer en rijst aangemaakt
zodat de smaak erg overeenkomt met de Gado Gado die wij in Nederland kennen.
’s Avonds nogmaals naar de grote tempel geweest
maar door omstandigheden hebben we het festival niet gehaald.

Reisverslag India 2004 (16): Boek in foedraal

In deze web log een paar foto’s waarmee ik probeer
duidelijk te maken hoe zo’n Boeddhistisch ‘boek’ er uit ziet.

Dit is de foedraal in gesloten toestand.
Met een lint worden de twee plankjes bij elkaar gehouden.
De plankjes zijn bekleed met een stuk stof.

Als je het foedraal opent zit het boek tussen de plankjes.
De bladen zijn als het ware bestempelde vellen papier.
Ieder vel is 38,5 cm lang en bijna 10 cm breed.

Hoewel, lang en breed.

Ik kan de tekst niet lezen.
Ik weet niet in welke richting er geschreven is
en dus niet wat boven, onder, links of rechts is.

De vellen liggen los in de foedraal
en kunnen er dus makkelijk uit gehaald worden.

Reisverslag India 2004 (15)

08/11/2004: Tashiding

Reisdag van Pelling naar Rumtek.
Onderweg een stop bij het klooster van Tashiding.

De ochtend begint vroeg.
Op het dak van ons hotel wil ik nog wat foto’s maken van de zonsopgang
met de bergen:

Tashiding

Het klooster kun je bereiken na een behoorlijke wandeling, bergop.
Maar ook nu is het weer de moeite waard.

Deze foto is eerder ontsnapt aan de herbarium-serie. Daar hoort hij zeker bij !

Gebedsvlaggen, een prachtig gezicht.

Bij de kloostergebouwen staat de huizen waar de monniken in wonen.

Een grote groep stupa’s. Rondom het verhoog waar de stupa’s op staan,
uitgehakte en beschilderde stenen.

In deze werkplaats worden die stenen bewerkt.

Dit is een detail van de volgende foto.
Terwijl we naar beneden lopen zien we de spinnen in een enorm web.

Een bamboe-struik.

Geit, in tranche voor de restanten van een stupa.

Er is een web site waar je informatie kunt terugvinden
over zowat alle tempels in India.

Overnachting in een guest house.
Aan het begin van de avond bezoeken we een school
die verbonden is aan het klooster in Rumtek.
Aan het begin van een puja (godsdienstige bijeenkomst)
is er een gebedsbijeenkomst.
Wij mogen daar bij zitten.
Het begint met individueel gebed vanuit een boekje.
De monniken zitten in kleermakerszit en
lezen op eigen tempo door het boekje.
(Deze boeken worden gevormd door twee houten planken
die met linten bij elkaar gehouden worden.
Tussen de planken liggen los de bladzijdes met tekst.
Aan twee kanten bedrukt.
(Er ligt nog altijd zo’n boek in onze huiskamer.)

De monniken zijn allemaal erg jong.
De jongste zijn van lagere schoolleeftijd.
Hun aandacht bij de bijeenkomst is wisselend.
Als bijna iedereen klaar is begint de voorganger met een gebed
en beantwoort iedereen in het zelfde tempo.
De afsluiting wordt gevormd door een toespraak van de voorganger.
Rashmi’s mobiele telefoon gaat.
Bijna tijd om op te stappen.
De school in Rumtek is belangrijk voor de Tibetaanse Boeddhisten.
Ze zijn volgelingen van de Dalai Lama.
Deze school is een opleiding in de Boeddhistische filosofie
en het Sanskriet.
Het avondeten in het guest house is lekker maar eenvoudig.
Het Tibetaans eten lijkt op Chinees: mie met vegetable momo.
We hebben een kleine maar schone kamer, een gezamenlijk toilet en douche.
Maar we slaan de douche een keer over:
de shampoofles (afsluiting) is kapot en konden we niet meer meenemen
en de zeep zijn we vergeten.
Kopen we weer in Gangtok.