Vanochtend startte mijn auto plots niet meer.
Ik zit nou bij de garage.
Te wachten op vervangend vervoer.
Blij dat dit niet in Leeuwarden is gebeurd.
Auteursarchief: Argusvlinder
Hemelstrepen En Schaapvachten


Enhanced.


Enhanced.


Enhanced.
Ming porselein in Leeuwarden
Gisteren ben ik in het Princessehof in Leeuwarden geweest.
Daar heb ik de tentoonstelling ‘Ming’ bezocht.
Waarmee je een goed inkijkje krijgt in de bijzondere collectie
die dit keramiekmuseum heeft.

’t Gulden Paerdt.
Maar voordat ik aan de tentoonstelling toekwam heb ik
eerst een korte wandeling door de oude binnenstad gemaakt.
Gevelstenen, bovenlichten, grote panden, koningsbomen en een begijnhofje.

Nauta Buma Huijs



Ter Herinnering aan de troonbestijging
van H. M. Koningin Wilhelmina
Der Gemeente aangeboden door de Vereeniging
voor Vaderland en Oranje
31 augustus 1898

Stadhuis, vreemd weggeduwt tussen de andere gevels.


Eewal 55. Drukkerij ‘De Eendracht’
Op de oudste gedetailleerde plattegrond van de stad Leeuwarden uit 1603 van Johannes Sems ziet men op de plaats van de huidige drukkerij ‘De Eendracht’ een pand met een trapgevel en ten oosten hiervan een tuinmuur behorend bij het aangrenzende Huygenshuis. Later werd de muur vervangen door een nieuw woonhuis dat in de achttiende eeuw telkens in de belastingkohieren genoemd wordt.In 1716 was dominee Meinsma eigenaar van beide genoemde panden. Zijn dochter droeg omstreeks 1760 de twee woonhuizen aan dominee A. Passamier over. Hij en z’n kinderen bezaten de panden tot 1783. In dat jaar kocht de joodse koopman Nathan Salomons beide huizen. Diens twee zonen, Salomon en Jacob, deden in 1828 het bezit van de hand voor f 2.637,- aan de koopman Izaak Simons de Vries. Hij bezat een winkel in manufacturen aan de Nieuwestad 114. In de koopakte wordt de indeling van de beide huizen beschreven. Het westelijke pand was twee traveeën breed en bevatte op de begane grond een voor- en een achterkamer met schoorsteen en kast en een gang. Via een wenteltrap was de verdieping te bereiken waar eveneens een voor- en een achterkamer met bedstee, met daarboven een zolder, gesitueerd waren. Onder het huis bevond zich een ruime kelder met bedstee, schoorsteen en kast. De kelder liep onder de straat door en kwam aan de Ee uit, zoals bij de meeste panden aan de Eewal het geval was. Het pand aan de oostzijde was van vrijwel gelijke breedte en bevatte ongeveer dezelfde indeling. Na het overlijden van Izaak de Vries in 1875 erfde zoon Izaak het oostelijke en zoon Samuel het westelijke pand. Het eerste pand was in 1897 eigendom van M.L. Eldermans terwijl het andere toen nog bezit was van de weduwe van S. de Vries, Rachel Polak. In 1900 werd hier het telefoonkantoor gevestigd. Voorheen was dit op de zolder van de Hoofdwacht aan het Hofplein ondergebracht. In 1911 werden de bovengenoemde twee panden vrijwel afgebroken en verrees er met behoud van de oude westmuur een nieuw gebouw met een monumentale gevel. Architect Hero Feddema ontwierp het fraaie pand in de stijl van de Jugendstil of nieuwe stijl, die omstreeks de eeuwwisseling in zwang was. Tot op heden is een ontwerptekening van zijn hand bezwaard gebleven. Het is opgetrokken van oranje verblendsteen die afgewisseld wordt door groen verglaasde bakstenen gevelbanden en gebogen hanekammen boven de vensters. Op de begane grond bevinden zich boven de hardstenen plint drie grote segmentvormig afgesloten ramen en op de verdieping vijf recht. De drie middelste vensters zijn door middel van een doorlopende latei met elkaar verbonden. Boven deze ramen is een opvallende middenpartij opgemetseld die van een tentdak is voorzien, architectonisch gezien een opmerkelijke oplossing. De rest van de gevel wordt door een gepleisterd rondboogfries afgesloten. Behalve de nieuwe deur uit de jaren-zeventig is de gevel gaaf bewaard gebleven. Thans is hier drukkerij ‘De eendracht’ gevestigd. Wat het interieur betreft zijn de ijzeren kolommen in de drukkerijzaal, het houten plafond in de gang en de deur met geëtst glas, waarin de woorden ‘verboden toegang’ te lezen staan, het opmerken waard. De ruiten van het oude telefoonkantoor, zoals seinzaal, spreekcellen, ruimten voor de opslag van cokes en kabels etc. zijn slechts op de oude plattegrond van architect Feddema nog te zien.
Tekst: http://www.historischcentrumleeuwarden.nl/text/nl/1104/OMD-boekje_1991
Open Monumenten Dag 1991

Eewal 59. ‘De Leeuwarder Onderlinge’
Schildjes met de verstrengelde letters A en F hoog in de gevel van het monumentale pand Eewal 59 verraden de oorspronkelijke bestemming. Het zijn sporen van de opdrachtgever die het neorenaissance gebouw in 1895 heeft laten bouwen: de Algemeene Friesche Levensverzekering Maatschappij, een van de basismaatschappijen van de huidige Aegon. De Algemeene Friesche bouwde het allereerste echte kantoorgebouw van Leeuwarden. Vele kantoren, juist die voor bank- en verzekeringssector, zouden nog volgen tot en met de poen-paleizen van Avéro en Aegon in onze tijd toe. Toen de Algemeene Friesche in 1915 naar het Burmaniahuis aan de Nieuwestad verhuisde, trok in het prachtige neorenaissancistische pand aan de Eewal de in 1850 opgerichte Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij. Deze ‘Leeuwarder Onderlinge’ liet bij de verbouwing dan ook het grote tegelfries tussen de verdiepingen vervangen. de symboliek van de levensverzekering bleef: Johan de Witt, Christiaan Huygens, J.H. van Swinden en R. Lobatto gevat in kransen van laurier en eik doen nu wat mal aan in en gebouw van een brandverzekeraar. Merkwaardig zijn ook de pelikanen van zandsteen die de trapgevels bekronen. De pelikaan zichzelf bloed uit de borst pikkend om zijn jongen te voeden is een oud Christus-symbool dat de levensverzekeraars hebben ingepikt. De Algemeene Friesche, een van de vroege maatschappijen van het land, is in 1844 opgericht. Er is aanvankelijk kantoor gehouden aan huis van de directeur, maar het ging het bedrijf in de eerste halve eeuw zo goed dat er in 1895 op de fundamenten en overwelfde kelders van het vm. Huygenshuis een nieuw kantoor van allure kon worden gebouwd. Architect was Hendrik Kramer die toentertijd in de kenmerkende overdadige neorenaissance-stijl bouwde. Het ging hoog uitrijzen boven de omringende bebouwing en werd zo heel bewust het pièce-de-milieu van de Eewal.De overdaad van de neorenaissance begint meteen beneden. Achter een prachtig smeedijzeren hek (uitgevoerd door de befaamde Leeuwarder kunstsmid Jan Kroes, die ook het hekwerk voor het bovenlicht van de deurpartij maakte) en de hardstenen stoep, is voor het souterrain een plint van blokken hardsteen aangebracht. De onderste blokken hiervan zijn ruw behakt, zg. rustiek werk. Een fraaie trapstoep leidt naar de belétage met deurportiek. Boven het basement is het metselwerk bijzonder zorgvuldig uitgevoerd en voorzien van velerlei versieringen Van diverse soorten natuursteen zijn dorpelbanden, speklagen, negblokken naast en boven de ramen en boogtrommels in gevarieerde vorm uitgevoerd. De boogtrommels boven de verdiepingsvensters zijn het rijkst bedeeld met fraai rolwerk en mascarons en ook de geveltoppen zijn overdadig versierd. AL het beeldhouwwerk (inclusief de leeuwen, pelikanen en portretmedaillons) komt niet uit een gewoon nijverheidsatelier, maar uit de gespecialiseerde beeldhouwfabriek van Van den Bossche & Crevels te Amsterdam, het bedrijf dat onder andere ook het beeldhouwwerk leverde voor de Sint-Nicolaaskerk tegenover het Centraal Station in de hoofdstad. Het oorspronkelijke tegelfries tussen de hoofdbouwlagen was geleverd door de fabriek van Jan van Hulst uit Harlingen, maar het werd in 1915 door de Onderlinge vervangen door een nieuw tableau. De fabriek van Van Hulst bestond niet meer en het nieuwe is in 1916 vervaardigd door de Delftse fabriek van Joost ’t Hooft & Labouchère, beter bekend als de Porceleyne Fles. Deze fabriek kreeg ook bijzonder werk te verrichten in het Burmaniahuis van de Algemene Friesche. In 1987 onderging het monumentale kantoorpand een zorgvuldige uitwendige restauratie.
Johan de Witt 1625 – 1672),
was in de Gouden Eeuw tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk
negentien jaar lang raadpensionaris van het graafschap Holland
en daarmee de belangrijkste politicus
van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Hij was tevens een begenadigd wiskundige die beschouwd wordt
als een van de grondleggers van de verzekeringswiskunde.
Johan werd met zijn broer Cornelis door Orangisten vermoord
en op gruwelijke wijze verminkt.
De moord behoort tot de meest gedenkwaardige in de vaderlandse geschiedenis.
(Wikipedia)
Christiaan Huygens 1629 – 1695
was een vooraanstaande Nederlandse wis-, natuur- en sterrenkundige,
uitvinder en schrijver van vroege sciencefiction.
Hij was een van de leidende figuren van de zeventiende-eeuwse wetenschap.
In de wiskunde was hij een pionier van de kansrekening
en een wegbereider van de differentiaal- en integraalrekening,
hoewel zijn methoden strikt meetkundig bleven.
Aan de natuurkunde droeg hij op vele gebieden bij:
hij formuleerde als eerste correcte wetten voor de elastische botsing,
en uitdrukkingen voor de periode van de mathematische slinger
en de middelpuntvliedende kracht in de mechanica.
Tevens verklaarde hij in zijn Traité de la lumiere (1690)
als eerste licht als een golfverschijnsel
met het Principe van Huygens-Fresnel,
dat vanaf de negentiende eeuw
de algemeen aanvaarde optische theorie werd
en nu deel uitmaakt van het begrip van de dualiteit van golven en deeltjes.
Onderzoek naar de dubbele breking van licht in IJslands kristal
bracht Huygens tot het opstellen van een theorie
voor gepolariseerd licht.
Verder verklaarde hij geluidsverschijnselen met interferentie.
Omdat Huygens als eerste wiskundige formules gebruikte in de natuurkunde,
wordt hij gezien als de eerste theoretische natuurkundige.
In de sterrenkunde droeg Huygens bij door de telescoop
verder te ontwikkelen en het tot dan toe onbegrepen uiterlijk
van Saturnus te verklaren als een planeet met ringen.
Hij ontdekte de maan Titan bij deze planeet.
Als uitvinder heeft Huygens onder meer het slingeruurwerk,
het principe van de stoommachine en een buskruitmotor
op zijn naam staan.
Vanwege zijn speculaties over buitenaards leven
wordt Huygens wel gezien als vroege sciencefiction-auteur.
(Wikipedia)
Jean Henri van Swinden 1746 – 1823
was een Nederlandse wis- en natuurkundige
(Wikipedia)
Rehuel Lobatto 1797 – 1866
was een Nederlandse wiskundige.
(Wikipedia)

Tekst: http://www.historischcentrumleeuwarden.nl/text/nl/1104/OMD-boekje_1991
Open Monumenten Dag 1991

De jonge Sint Jacob (zie de schelp).


Beetje vreemde gevelsteen.

Eerste steen Sint Anthony Gasthuis.

Stads Weeshuis.

Deur Stads Weeshuis.

Koningsboom Juliana (?)



De horeca was allemaal nog gesloten in Leeuwarden,
dus een kp koffie zat er niet in.
Dan maar direct naar het museum.
Helaas heeft deze tentoonstelling geen catalogus.
Vandaar dat ik dus ook maar weinig afbeeldingen heb.

Grote kalebas-vaas.
De collectie is prachtig.
Grote en kleine stukken.
Aardewerk en porselein van over de hele wereld.
Ook de verzameling Islamitisch keramiek is bijzonder.
Een leuke opstelling waar de keramiek in lades ligt opgeslagen
die je als bezoeker zelf kunt openen.

Ode op de kom
Op de buitenkant van deze kom staat een verkorte versie
van het beroemde Chinese gedicht ‘Ode aan de Rode Klif’.
Su Shi (1037 – 1101) een van de grootste Chinese dichters,
schreef dit gedicht. Hij wordt ook Dong Po genoemd.
Het gaat over het boottochtje dat Su en zijn vrienden
in 1082 maakten naar de beroemde plek Rode Klif.
Kom, Jingdezhen
Late 16e eeuw

Tegendraads Kraakporselein
Kraakporselein heeft per definitie blauwe decoraties
onder glazuur op wit porselein.
Deze schotel is het enige gedocumenteerde niet blauwwitte kraak stuk ter wereld.
De decoratieve patronen zijn hetzelfde als bij het blauwwitte kraak.
Maar in dit geval zijn de decoraties met groene en rode kleuren geschilderd.
Schotel
Jingdezhen, Wanli periode 1573 – 1620.

De centrale afbeelding op de schaal.

Deel van de rand, in een kader.

Deel van de rand, in een kader. Granaatappels ?

Een speciaal soort keramiek heet Swatow.
Chinees export porselein bedoeld voor de Aziatische markt.
Daarnaast stond er een groep bijzondere , grote vazen:

Een martavaan.
Martavanen, magische potten
Martavanen zijn ontzagwekkend grote potten.
Wanneer men per schip op reis ging bewaarde men er water,
fruit of specerijen in.
Daarnaast hadden martavanen in Zuidoost-Azië een rituele functie.
Zo waren ze in gebruik bij geboortes, huwelijksceremonies en begrafenissen.
Volgens eeuwenoude volksverhalen waren het magische objecten
die bijvoorbeeld konden praten.
Nog steeds gebruikt men martavanen in Zuidoost-Azië.
Martavanen zijn vernoemd naar de havenstad Martaban
aan de westkust van het huidige Myanmar.
Deze stad was een belangrijk kruispunt in de porseleinhandel
tussen China en India.
Grote potten uit landen als Vietnam en Thailand
werden ook via Martaban verhandeld.
Het Princessehof heeft de belangrijkste verzameling
martavanen in de westerse wereld.
Er is in het museum ook modern keramiek.
Een kleine selectie:

Karel Appel, Tete, 1978.

Armando, Zonder titel, 2010.
Buiten staat er ook nog keramiek.
Het weer was niet geweldig maar toch een paar foto’s gemaakt.

Volgens mij zijn dit sterrenbeelden.

Hans van Bentem, E.V.E. (Erotic Venus Evil) 2003.

Hans van Bentem, detail met de slang.
Princessehof
Afbeelding

Korea
De sfeer is daar om te snijden.
De krachten die daar aan het werk zijn onttrekken zich aan ons oog.
Er gebeurt daar van alles, achterkamertjes zijn er populair.
Een collega van mij was op vakantie in Rusland
en vond daar een bankbiljet van 1000 won.
Zuid Koreaanse won om precies te zijn.
Ik kreeg het biljet en daarom staat het vandaag hier op mijn blog:


Detail van het bankbiljet. Dit is een schilderij van de plaats met de naam Dosan Seowon. Dit is de plaats waar de op de andere zijde afgebeelde geleerde heeft geleefd. Het schilderij is gemaakt door Jeong Seon 1676 – 1759. Hij is een bekende Koreaanse landschapschilder.


Dit is Yi Hwang (1501–1570). Hij is een van de twee meest prominente Koreaanse Confucianistische geleerden van de Joseon dynastie. Je zou zeggen dat een dergelijke man men in Korea precies nodig heeft op dit moment.
Overigens is 1000 won ongeveer 60 eurocent waard.
Cafe De Beyerd: 175 jaar familiebedrijf

Een toelichting lijkt me overbodig!
Heerlijk: regen
Je zult het niet snel van mij horen
maar gisterochtend rook het heerlijk
omdat het net geregend had.
Heerlijk.

KMA aan het Kasteelplein, in de vroege ochtend na een kleine regenbui.
De eerste sinds een lange koude tijd zonder regen (wel sneeuw).
Dit logje heb ik proberen te maken van mijn telefoon.
Lukte niet helemaal.
De tekst is niet zo’n probleem maar
de afbeelding heb ik meerdere keren proberen te uploaden.
Maar dat lukte niet.
Maar nu heb ik die, en deze verklaring,
er alsnog bijgevoegd.
India 2012 – 2013: deel 7


Maandag 10 december
We gaan naar de oude stad.
Een dagje rondlopen en genieten van de winkeltjes en de mensen.
Rond 10 uur de auto gevraagd.
Gisteravond nog zitten nakletsen over de kleding van de vrouwen.
Je ziet hier veel vrouwen in zwarte, volledig bedekkende kleding.
Inclusief gezicht.
Daarnaast vrouwen in de typisch Indiase stijl (al dan niet gemoderniseerd):
veelkleurig, rijk versierd, vrolijk aandoend.
Ik kan me echt niet voorstellen dat die zwarte kledij plezierig is.

Brug over de Musi-rivier.

We gaan met de auto naar het busstation noordelijk van de Musi-rivier.
Vandaar over de brug, via de High Court van Andra Pradesh gelopen.
Het is een gebouw, gebouwd door de Engelsen in Indiase stijl.
Achter het gebouw (dus niet aan de kant van de rivier) stonden bij
een paar restaurants de juristen in toga een koffie of thee te drinken.
Allemaal in een zwart pak met daarover hub zwarte toga.

Het is nog vroeg op de markt.

Gelukkig zijn dit niet alleen electriciteitsdraden.
Vervolgens naar het Chowmahalla paleis gelopen en daar de collectie bekeken.
De lokale koninklijke familie is tot in de vorige eeuw aan de macht geweest.
Deze superrijke maharadja’s leefde in enorme weelde.
Dat is vandaag de dag nogf te zien.
De familie leeft nu in London.

De stoffenverkoper en een klant (boven) en een verkoper van kop en schotels (beneden).

Het paleizencomplex heeft nog van alles:
een zaal met servies, tuinen, een zaal met schilderijen, met auto’s,
met motoren, koetsen, een toren met een uurwerk.
Een hele mooie presentatie van kleding.
Het is een hele stadswijk.
De grote moskee verbleekt qua oppervlakte.

Boven de gebouwen en onder het eerste binnenhof.


Nu volgt een serie foto’s gemaakt en en rond het Chowmahalla paleis.

Kaart die de oude wegen toont in Medina en Mekka. Handgeschilderd eind 18e eeuw.
The Chowmahalla Palace Collection.

Vermoedelijk de Ka’aba in Mekka.

Detail van de kaart van Medina.

De troonzaal.


Het plafond.

Een kroonluchter.

De troon, van een beetje dichterbij (boven) en een detail van een staande lamp (beneden).


Niet alles is er mooi. Maar wel erg bijzonder.

De marmeren troon van bovenaf gezien.


Nog een Nederlands tintje: Societe Ceramique Maestricht.

Schaal met weerspiegeling van het plafond van de troonzaal.


Speelgoed en kinderkleding.

Doos met doosjes.

Heel luxe olifantenzadel of howdah.

Decoratie aan de buitenkant van de gebouwen.

Poort van het ene hof naar het andere.

Afdeling kleding:


De opstelling was fantastisch!


Een van de vele auto’s in de collectie.

Volgens mij doen de Oranjes toch iets verkeerd.

Ik weet niet of dit een werkpaleis of een woonpaleis was. Maar hier een inkijkje in een deel dat meer prive oogt.

We gaan het paleis verlaten. Nog even in de paleistuin liggen, wat eten……

Het lettertype in de titel van Hyderabad 10 december 2012 is van Marcus Sterz en heet Darjeeling Regnaments Web.
Stoel van Thutmosis in het Met
Afbeelding van de dag van het Metropolitan Museum
was de armleuning van de stoel
van de Egyptische farao Thutmosis.

Aan de andere kant toont het paneel Thutmosis terwijl hij
op zijn troon zit. Hij wordt omschreven als de jonge god, Menkheperure.
Hij draagt de rode kroon van Beneden Egypte.
Voor hem is de godin met het leeuwenhoofd te zien, Weret, wiens naam
geschreven staat boven haar hoofd.
Achter de koning is de god Thot te zien (met Ibis-hoofd).
“Heer van Hermopolis, geeft leven en een plaats om te leven aan iedereen”,
zegt Thot, “Ik heb je miljoenen jaren van leven en plaats om te leven gegeven,
verenigd met de eeuwigheid.”
Achter de troon staat te lezen:”Al het leven en rond hem zoals bij Re.”

On the other side, the panel depicts the enthroned Thutmose, described as “the young god, Menkheperure,” wearing the red crown of Lower Egypt. In front of him is the lion-headed goddess Weret, whose name is written above her head. Behind the king is the ibis-headed god Thoth “Lord of Hermopolis, giving all life and dominion.” Thoth says, “I have brought you millions of years of life and dominion united with eternity.” Behind the throne is the phrase “All life and dominion around him [like] Re.”

Kwartetten met Beethoven
Het draait allemaal om Beethovens strijkkwartet opus 131.
Wikipedia:
Het Strijkkwartet Nr. 14 in cis klein op. 131
is een zevendelige compositie voor strijkkwartet
van Ludwig van Beethoven. Het werd geschreven in 1826.
Nou ja, dat is niet helemaal waar.
Het is wel het stuk dat het kwartet op hun volgende toernee gaat spelen.
De film gaat over de liefde.
Zoals zo veel films.
Hier heel mooi geweven in een verhaal met
vier hoofdrolspelers met daarom heen vier vrouwen:
de overleden echtgenoot, de dochter, de flaminco danseres en de opvolgster.
De relaties zijn niet ingewikkeld maar worden als een borduurwerk gepresenteerd.
Soms gaan wendingen in het verhaal wel erg snel. Maar het is een film.
Ik heb er van genoten.

A Late Quartet van regisseur Yaron Zilberman, en met als hoofdpersonen onder andere Philip Seymour Hoffman (Overtuigend), Christopher Walken (Prachtig), Catherine Keener, Mark Ivanir en Wallace Shawn.
Nieuwe winkel
Nog meer foto’s van mijn telefoon.
Deze keer van een grote supermarkt in Breda.
De indeling van de belangrijkste winkel in dit nieuwe centrum:
een supermarkt van een bekend landelijk merk,
is natuurlijk even wennen.
Er wordt veel de suggestie gewekt dat het om verse,
vers bereide producten gaat.
De werkelijkheid valt dan tegen.
Het eten dat je er kunt proeven komt uit de gaarkeuken.
Het versdeel van de winkel is ruim opgezet.
Dat in tegenstelling tot alle verpakte producten.
Daar is maar weinig ruimte in de smalle gangen.
Je hebt de mogelijkheid om zelf je producten te scannen
terwijl je in de winkel loopt en je karretje vult.
Interessant concept.
Hoe het precies werkt is mij nog niet duidelijk.
Ik was gisteren niet van plan de winkel te verlaten
met een volle kar boodschappen.
Het gebouw is een fantasieloos monster waar de nadruk
gelegen heeft bij de absoluut laagst mogelijke kostprijs.
Er is geen euro besteed aan versiering.
Gezellig is het er dan ook niet maar dat stopt
de bezoekers niet om in een supermarkt,
op de zowat eerste dag met zon in 2013,
overdekt koffie te gaan drinken. In een grijze doos.
‘Stade stores’, zal wel goed zijn voor de marketing.
Maar wat is ‘Food markt’? Engels en Nederlands in 1 begrip.

Stade stores.

Reclame op en om het NAC-stadion in Breda.

Oerlelijk. We hebben al zoveel crisesbouw uit de jaren ’80 in Breda.

Gezellige ruimte? Niet echt.

Geef je er veel geld uit dan kreeg je een doos appels mee naar huis.
Dadels
Afgelopen zaterdag kocht ik een doosje dadels.
UIT IRAN!
Ik wist niet dat we fruit uit Iran importeerden.
Ze smaken overigens uitstekend.
Dus als je ze ook lekker vind
dan kun je zo’n doos best kopen.
Verder geen reclame en ik heb geen aandelen.


De spiegeling van de zon op de eerste foto is er niet in ge-photoshop-t,
dat is de weerspiegeling van de zon van gistermiddag!
Kunstvaria
In New York was het onlangs ‘Asia week’.
Een combinatie van galleries en museums, samen met veilinghuizen,
concentreren zich dan op kunst, oud en mordern, afkostig uit Azie.
Vandaar vandaag veel werken uit Azie.

Daniel Bombardier, Canada, spray paint through cut stencil, acrylic and urethane on fir wood pane, 2013.

Fritz Bultman, Rosa Park, 1958, oil on canvas.

Gerhard Richter, Domplatz, Mailand, 1968, oil on canvas.

Gold wreath with oak leaves and flowers from the Greek settlements in Bactria, circa 2nd century BC.
Gouden lauwerkrans met eikeblad en bloemen, gevonden bij de Griekse nederzettingen in Bactria, uit ongeveer de 2e eeuw voor Christus.

Detail.

Ito Shinsui, Eyebrow pencil, 1928, woodblock print.

Kamoda Shoji, Large stoneware vessel with blue enamel glazed banding, 1976.

Koichiro Kurita, Boundary water, Minnesota, 2001, platinum palladium photograph.

Kokosori mask, Hopi, Arizona, circa 1920 – 1940, felt, wool, feathers and leather.
Masker van Hopi indianen.

Krishna watches Radha perform Linga Puja, Rajasthan, Kishangarh, India, circa 1760, ink, opaque watercolor and gold on paper.
Krishna kijkt toe vanuit een boom terwijl Radna een offer brengt.
Dit beeld van de offerande kun je nog dagelijks overal in India zien.

Detail.

Lucio Fontana, Concetto Spaziale, 1965 – 1966.

Tai Xiangzhou, Magnificence within seal, 1968, ink on silk.

Detail van het prachtige landschap.

Detail met links tekst.

Man Ray, Calla Lillies, 1931, photograph.

M.C. Escher, Eye, mezzotint, 1946, on Van Gelder Zonen laid paper

Persian quatrain signed by Mir Ali al-Harawi with royal mughal illumination, India, Mughal, 16th century.
Persisch gedicht, ondertekend door Mir Ali al-Harawi

Detail met bloemen.

Detail met de rechter onderhoek.
Sotheby’s maakt het erg moeilijk afbeeldingen te krijgen
van voorwerpen die ze veilen.
Daarom vallen de afbeeldingen niet helemaal uit zoals ik ze zou willen hebben.

Rene Boyvin, Enlightenment of Francois I, 1550 – 1555, engraving.

Suhas Bhujbal, A quiet town 124, 2012, oil on canvas.

Tina Modotti, Untitled (Texture and shadow), 1924 – 1926.
Thee
Toen ik deze week bij mijn Chinese collega ’s avonds
wegging kreeg ik van hem thee. Ze weten dat ik graag thee drink.
Ik kreeg twee soorten: een Chinese thee en een Japanse thee.
De Chinese thee heb ik die avond bij het heerlijke eten gedronken.
Daar ken ik dus de smaak al van.
Helaas lees ik geen Chinees of Japans.
Dat veroorzaakt wel een probleempje.

Dit is de Chinese thee. Met een handige clip om de zak luchtdicht te houden.

Dit is de Japanse thee. Ik kan met niet voorstellen dat de thee in deze verpakking zo lichtgroen is als de afbeelding. Maar ik ben zeer benieuwd naar de smaak. De vrouw van mijn collega vertelt me dat deze thee veel minder bitter is dan de Chinese thee.

De Chinese thee bestaat uit, heel klein opgerolde, theebladeren.

Het warme water doet hier wonderen. Langzaam zuigen ze het water op. Zweven door het glas en dalen naar de bodem. Rollen zich uit en geven hun smaak en de kleur af aan het water.

Japans lees ik ook niet dus dat is ook een kleine uitdaging. Dat wordt gewoon openmaken en uitproberen.

Kijk eens naar dit prachtige resultaat. De thee is heerlijk!
Snoeren voor smanneke
We hebben een lamp gekocht (hij heet ‘smanneke’)
de gemaakt wordt door een lokale designer/kunstenaar: Tom l’Istelle.
Aan de lamp moet een snoer komen en omdat die een belangrijk
onderdeel van het design is, kiezen we zorgvuldig een snoer.
Dit zijn voorbeelden van verschillende snoeren:

De foto is bewogen. Valt niet mee met een telefoon.

Over bovenstaande twee werden we het eens.
Uiteindelijk hebben we de rechtse, paarse snoer gekozen.
Wordt vervolgd….
Vandaag even niet
Voor vandaag even geen uitgebreid blog bericht.
Ik was te laat thuis en morgen gaat het er ook niet van komen.
Morgenavond ga ik eten bij Chinese kennissen.
Met mijn collega ben ik ooit naar zijn bruiloft in China geweest.
Nu zijn de ouders van mijn collega op bezoek in Nederland.
Mijn collega gaat zelf, met vrouw en kind,
binnenkort terug naar China.
Dat is voor mij een extra reden om nog eens even langs te gaan.
Het zal er in de toekomst niet zo eenvoudig van komen.
De foto’s komen vrijdag dan wel.
Peter Korver: Leaves of Grass
De Amsterdamse ambachtelijk schilder en kunstenaar
Peter Korver heeft weer een nieuw project opgeleverd.
Zijn werk wordt in heel bijzondere mate geinspireerd door de natuur
en zijn werken passen het best in klassieke interieurs
zoals de grachtenpanden van Amsterdam.
Hieronder voorbeelden van ‘Leaves of Grass’ of
Grassprieten in het Nederlands.
De ondertitel is: ‘Six paneled painted ceiling to be inserted
between the beams of a private residence’.
Een zesdelig, geschilderd plafond, dat aangebracht kan worden
tussen de balken in een particuliere woning.
Het plafond is 3.60 x 5.80 meter.
De fotos zijn van; Eddy Wenting.
Meer info: http://peterkorveramsterdam.blogspot.nl/search/label/Leaves%20of%20Grass

Peter Korver, Leaves of Grass.

Peter Korver, Leaves of Grass (in de studio).

Peter Korver, een Amata phegea – Phegeavlinder – Nine-spotted moth.
A day flying moth – Een dag-vliegende nachtvlinder

Peter Korver, Groene Sabelsprinkhaan – Tettigonia viridissima – Green Bushcricket.
India 2012 – 2013: deel 6


Op 9 december waren we in Hyderabad.
Hyderabad is een grote stad in centraal India.
De stad heeft een rijke geschiedenis en daarvan
bezochten we drie plaatsen:
de oude binnenstad, het Golconda fort en
de koninklijke graven.
Het is deze necropolis die het onderwerp is van deze blog.
Het was eigenlijk al te laat.
De zon ging al onder.
De grafmonumenten liggen verspreid in een soort park.
Heel af en toe staan er borden die vertellen wie er begraven ligt.
Maar meestal staat er niets bij.


Het graf van Fatima Sultana. Op de voorgrond, rechts van de traptreden is een tekst te zien. Die kan men ook hieronder lezen.
Tomb of Fatima Sultana
The tomb on the left side of the gateway is popularly known as Tomb of Fatima Sultana, daughter of prince Mohammed Amin and sister of Mohammed Qutb shah (1612 – 1626).
It contains two graves.
One grave contains an inscribed sarcophagus which gives the name of Fatima Sultana besides verses from Holy Quran. The other grave devoid of any name.
It is a small tomb square on plan built over a platform. A shapely dome is built over a square hall.
Two entrance ways are provided for entry into the hall from southern and eastern sides.
Exterior walls of the tomb are decorated with three recessed arches on each side and decorated with creepers and medallions.
Parapet is built over the roof having minarets at the corners.



Qutb Shahi Tombs / de graven van de Qutb Shahi dynastie
Hieronder de tekst over deze graven zoals die
op de Engelstalige Wikipedia site te vinden is.
Gevolgd door een korte Nederlandse vertaling/samenvatting.
The tombs of the Qutb Shahi sultans lie about one kilometer north of Golkonda’s outer wall. These structures are made of beautifully carved stonework, and surrounded by landscaped gardens. All except the last of the Qutb Shahi sultans lie buried here. The galleries of the smaller tombs are of a single storey while the larger ones are two storied. In the centre of each tomb is a sarcophagus which overlies the actual burial vault in a crypt below. The domes were originally overlaid with blue and green tiles, of which only a few pieces now remain. The tombs form a large cluster and stand on a raised platform. The tombs are domed structures built on a square base surrounded by pointed arches, a distinctive style that blends Persian, Pashtun and Hindu forms. The tombs are structures with intricately carved stonework and are surrounded by landscaped gardens.
The tombs were once furnished with carpets, chandeliers and velvet canopies on silver poles. Copies of the Quran were kept on pedestals and readers recited verses from the holy book at regular intervals. Golden spires were fitted over the tombs of the sultans to distinguish their tombs from those of other members of the royal family. Sultan Quli Qutub ul Mulk’s tomb, the style of which sets the example for the tombs of his descendants, is on an elevated terrace measuring 30 meters in each direction. The tomb chamber proper is octagonal, with each side measuring around 10 meters. The entire structure is crowned by a circular dome. There are three graves in this tomb chamber and twenty-one laid out on the surrounding terrace, all of which lack inscription except for the main tomb. The inscription on Sultan Quli’s tomb is in three bands, in the Naskh and Tauq scripts. The inscription refers to Sultan Quli as Bade Malik (Great Master) — the endearing term by which all people of the Deccan used for him. The tomb was built in 1543 A.D. by the Sultan, during his lifetime, as was the custom.
Near the tomb of Sultan Quli is that of his son, Jamsheed, the second in the line of Qutub Shahi sultans. Built in 1550 A.D., this is the only Qutub Shahi tomb which has not been fashioned from shining black basalt. Its appearance, too, is quite unlike the other tombs in the garden — it rises gracefully in two stories, unlike the squat tombs of the other kings. Jamsheed and his son, Subhan’s tomb also does not have any inscriptions. Subhan Quli Qutub Shah ruled for a short time. Subhan’s tomb stands mid-way between the tombs of his father and grandfather. Sultan Ibrahim Quli Qutub Shah’s tomb, built in 1580, after his death, is slightly larger than Sultan Quli’s tomb. Traces of the enameled tiles, which once adorned this mausoleum, can still be seen on the southern wall. The tomb has two graves in the main chamber and 16 on the terrace; some of them probably are those of his six sons and three daughters. There are inscriptions in the Thulth script on all faces of the sarcophagus. The three famous calligraphists — Isphalan, Ismail and Taqiuddin Muhammad Salih — who left a store of Naskh, Tulth and Nastaliq inscriptions on the many Qutub Shahi edifices in the city, were contemporaries of Ibrahim Shah.
Sultan Muhammed Quli Qutub Shah’s mausoleum is considered the grandest of the Qutub Shahi tombs. Built in 1602 A.D., the tomb is on a terrace of 65m square and 4m high. A flight of steps leads to the mausoleum proper, which is 22 m square on the outside and 11 m square on the inside. There are entrances on the southern and eastern sides. The tomb is in a vault below the terrace. Inscriptions in Persian and the Naskh scripts decorate it.
Another grand mausoleum is that of the sixth sultan, Muhammed Qutub Shah. The facade of this tomb was once decorated with enameled tiles; only traces are now evident. There are six graves with inscriptions in Tulth and Naskh. The mausoleum was built in 1626. Sultan Abdullah Qutub Shah’s tomb is the last of the royal tombs, as Abul Hasan Qutub Shah (Tana Shah), the last Qutub Shahi Sultan, was a prisoner in the fortress of Daulatabad, near Aurangabad, where he died.
While the tombs of those who ruled dominate the area, interspersed are many other monuments, most of them tombs of other members of the royal family. The tomb of Fatima Sultan, with its bulbous dome, is near the entrance to the tomb-garden. Fatima was the sister of Muhammed Qutub Shah. Her tomb houses several graves, two with inscriptions. The mausoleum which Abdul Hasan, the last Qutub Shahi Sultan, began building for himself, actually houses the grave of Mir Ahmed, the son of Sultan Abdullah’s son-in-law and the sister of Abbas II Safair, the Shah of Persia. The tomb of Fadma Khanum, one of Sultan Abdullah’s daughters, stands near the mausoleum of her husband, Mir Ahmed. Hers is the only Qutub Shahi tomb not surmounted by a dome.
To the west of the tombs lies the dargah of Hazrat Hussain Shah Wali, the revered Sufi saint. He is most affectionately remembered by people as the builder of Hussain Sagar in 1562. Among other monuments in the garden that are not tombs, the most important are the mortuary bath and the Masjid of Hayat Bakshi Begum.
The mortuary bath, which stands opposite the tomb of Muhammad Quli, was built by Sultan Quli to facilitate the ritual washing of the bodies of the dead kings and others of the royal family before they were carried to their final resting place. The bath is one of the finest existing specimens of ancient Persian or Turkish baths. The Qutub Shahis built a number of masjids all over Golkonda and Hyderabad, and almost every tomb has a masjid adjacent. The biggest and the grandest such masjid is by the mausoleum of Hayat Bakshi Begum. Popularly known as the great masjid of the Golkonda tombs, it was built in 1666 A.D. Fifteen cupolas decorate the roof and the prayer-hall is flanked by two lofty minarets. The impression, as a whole, is one of majesty and splendour. The inscriptions in the masjid are in calligraphic art. The tomb-garden of the sultans of Golkonda was known as Lagar-e-Faiz Athar (a place for bountiful entertainment) in the days of the Qutub Shahi rulers.
Nederlandse samenvatting:
De grafmonumenten van de Qutb Shahi sultans liggen op ongeveer een kilometer van de noordelijke buitenmuur van het Golkonda fort. De Qutb Shahi sultans regeerde een gebied in centraal India van 1518 – 1689. Hun thuisbasis was Golkonda en Hyderabad.
De zeven sultans waren:
Sultan Quli Qutb-ul-Mulk (1518–1543)
Jamsheed Quli Qutb Shah (1543–1550)
Subhan Quli Qutb Shah (1550)
Ibrahim Quli Qutb Shah (1550–1580)
Muhammad Quli Qutb Shah (1580–1612)
Sultan Muhammad Qutb Shah (1612–1626)
Abdullah Qutb Shah (1626–1672)
Abul Hasan Qutb Shah (1672–1689)
Alle sultans liggen hier begraven behalve de laatste. Die stierf in gevangenschap in het Daulatabad fort.
Kleine grafmonumenten bestaan uit een enkele verdieping terwijl de grote grafmonumenten uit twee verdiepingen bestaan met daarboven een grote koepel. De monumenten staan op een platform. De gebouwen zijn soms rijk versierd en bevatten puntige boogconstructies waarin Perzische, Pashtun en Hindoe-invloeden te herkennen zijn. In het midden van het monument staat een sarcofaag die boven de werkelijke begraafplaats staat. De werkelijke begraafplaats is in de crypte onder het gebouw.
De koepels waren origineel bedekt met groen en blauw geglazuurde tegels.
In de tijd dat de monumenten werden aangelegd waren de monumenten voorzien van tapijten, kroonluchters en fluwelen luifels op zilveren tentstokken. Kopieën van de Koran werden er bewaard op sokkels en lezers lazen er verzen uit voor op gezette tijden. Gouden torens werden aangebracht op de graven van de sultans om hun graven te onderscheiden van die van andere leden van de koninklijke familie.
Het monument voor Sultan Quli Qutub ul Mulk is het voorbeeld voor de monumenten die daarna gebouwd worden. De inscriptie op het graf van Sultan Quli is in drie delen, in de Naskh en Tauq taal/schrift. De inscriptie verwijst naar Sultan Quli als Bade Malik (Grote Meester) – de vertederende aanspreektitel voor alle inwoners van de Deccan. Het graf werd gebouwd in 1543 AD door de sultan, tijdens zijn leven, zoals de gewoonte was.
Sultan Muhammed Quli Qutub Sjah’s mausoleum wordt beschouwd als de grootste van de Qutub Shahi grafmonumenten. Het is gebouwd in 1602 na Christus. Het grafmonument is gebouwd op een terras van 65m vierkante meter dat 4 meter hoog is. Een trap leidt naar het mausoleum. Het feitelijke graf is in een kluis onder het terras.
Het mortuarium bad, dat staat tegenover het graf van Mohammed Quli, werd gebouwd door Sultan Quli om het ritueel wassen van de lichamen van de doden koningen en anderen van de koninklijke familie te vergemakkelijken voordat ze werden meegenomen naar hun laatste rustplaats. Het bad is een van de mooiste, nog bestaande exemplaren van oude Perzische en Turkse baden.

Big Well (Badi Bowti)
This well is altogether remarkable structure amnd has the usual slpings platform for the traffic of bull oks when drawing water on which there are number of stone pillars over which grapevines were trained making a cover to the platform.
The well is built in square shape with steps leading down to a corridor extending all around the well about 30 feet from the top of the wall. Below this again, there is a another flight of steps leading down to a bathing stage.
The depth of water in the well is about 100 feet.
During Qutb Shahi and Asaf Jahi period water was supplied to the adjacent garden through open channels and cisterns located in the corner of the chaman and lawns. There are 5 wells in total are existing in the premises:
1. Nawab Bowli
2. Doodh Bowli
3. Idgah Bowli
4. Kunwan Bowli
5. Badi Bowli (Bigg well)
The source of permanent water supply to this historical garden, located in Jubilee Hills known as “Durg Tank” through open channel 7 km in length. The water was supplied to these wells and distributed through small channels in the garden by gravity.

Vrij vertaald: Verboden te zwemmen in de bron. Het is er erg gevaarlijk en diep.












The Great Mosque
This splendid mosque was built by Hayat Baksh Begum in 1077 A.H. (1666 AD) during the reign of Abdoullah Qutb Shah.
The prayer hall (76 Ft x 51 Ft.) is three bays deep and has a five arched façade flanked by two tall minars the shapely pointed arches with the ogle point placed on substantial columns, the shapely minarets and restrained stucco decoration are chief architectural features.
The inscription in the prayer niche is carved in the best thulth (? Wikipedia: Thuluth is a script variety of Islamic calligraphy invented by the Persian Ibn Muqlah Shirazi, which made its first appearance in the 11th century CE) and tauqi style.
Translation of two inscription on facade hasten to say our prayers:Lest ye miss them and hasten to repent
Lest ye perishDept. of Archaeology and museums, Govt of A.P.

Fragment, hetzelfde als beschreven in bovenstaande Engelse tekst,
uit een boek van Syed Ali Asgar Bilgrami:
Landmarks of the Deccan, a comprehensive guide to the archaeological remains
of the city and suburbs of Hyderabad.

De gebouwen zijn prachtig.
Zeker met het zacht zonlicht met rood/oranje tonen.
We zullen in deze vakantie nog meer grafmonumenten zien.
Mij is de ontwikkeling in die gebouwen nog niet helemaal duidelijk.
Wel is het zo dat de leden van de koniklijke familie
al tijdens hun leven begonnen aan de bouw en aanleg van de graven
en de moskee die daarbij hoorde.
Bijzonder was hier voor mij een gebouw dat bedoeld was als wasruimte.
Wasruimte voor het dode lichaam.
Water is iets dat veel moeite kost om aan te komen, vandaar
het systeem van kanalen om water vanuit de bergen naar
de bronnen hier bij het fort en de begraafplaats te brengen.



Bookcrossing: eindproduct
Hier de resultaten van mijn gehobby van gisteren:

Mapleleaf Road op pagina 141.

Mapleleaf Road bladwijzer op pagina 6.

Mapleleaf Road reconstructie.
Koude rillingen
Hoe vaak krijg je dat,
koude rillingen van muziek?
Luister eens naar ‘Where are we now?’ van David Bowie.
Van zijn laatste CD ‘The Next Day’.
As long as there’s sun.
As long as there’s sun.
As long as there’s rain.
As long as there’s rain.
As long as there’s fire.
As long as there’s fire.
As long as there’s me.
As long as there’s you.