Over Argusvlinder

Living in Breda, in the Netherlands, likes to blog about all the things that keep me busy.

Toekomstige plantkunde verbeeldt in Breda

Het was een leuk idee om op de feestdag van St. Franciscus
een tentoonstelling over plantkunde te openen.
Dat vond ik tenminste, maar waarschijnlijk was 4 oktober
bij toeval gekozen: het was een zaterdag.

Zaterdag begon een tentoonstelling in de binnentuin
van de Nieuwe Veste in Breda.
Werk van drie jonge kunstenaars is door Stichting KOP
bij elkaar gebracht rond het thema Futura Botanica.
Dat doen ze in het kader van ‘de Bredase maand
van de geschiedenis’.

Ik ging kijken en maakte foto’s.

IMG_7814FuturaBotanicaSienCusters

Sien Custers.


IMG_7815FuturaBotanicaMerlijnTobyIMG_7817FuturaBotanicaMerlijnToby

Merlijn Toby.


IMG_7818FuturaBotanicaSilkeRiisIMG_7819FuturaBotanicaSilkeRiis

Silke Riis, The Red Fruit, 2024, steel, recycled glass bulbs, waterproofed plaster, natural latex, acrylic paint, textile, ink, wire. Silke Riis geeft op 9 oktober een workshop Werken met natuurlatex. Lijkt me erg leuk. Binnenkort zal ik zeker nog een keer in de binnentuin gaan kijken naar de resultaten van de workshop.


IMG_7820FuturaBotanicaSienCusters

Sien Custers.


IMG_7821FuturaBotanicaMerlijnTobyIMG_7822FuturaBotanicaMerlijnToby

Merlijn Toby.


IMG_7823FuturaBotanicaSienCustersSilkeRiisMerlijnToby


Een balk in het oog, een gat in de muur

Kortgeleden zag ik plots grote H-balken uit de muur van
het voormalige PTT-gebouw in het centrum van Breda steken.
Toen maakte ik een eerste foto.
Het was bij de oude ingang van het postkantoor.
Later is het nog de ingang van een meubelwinkel geweest.
Geen idee wat de plannen met deze ingang zijn maar
het leek mij wel wat laat om deze balken in de
constructie aan te brengen?
Het gebouw lijkt aan de buitenkant verder helemaal gereed.

IMG_7588BredaHoutmarktVoormaligPTTGebouw

Een tijdje later kreeg ik nog een betere kans om de
toegang te fotograferen maar toen ik later de foto zag
was het de kleur van de foto die me verwonderde.
Bij het maken van de foto was me dat helemaal niet
opgevallen maar het is daardoor wel wat meer geworden
dan een foto van een gat in de muur.

IMG_7799BredaHoutmarktVoormaligPTTGebouw


India 24/25: Delhi, dag 4 – het Rode Fort: macht, leegte en herinnering

Mijn tweede bezoek aan het Red Fort, dertig jaar na mijn eerste.
Ik was beter voorbereid.
Maar voorbereiding doet weinig af aan de impact van wat je daar aantreft.
Achter de imposante muren van rood zandsteen ontvouwt zich
een architectonisch palet dat ooit het hart vormde
van Shah Jahan’s hoofdstad Shahjahanabad.
Een samenspel van islamitische, Perzische, Timuridische en
hindoeïstische stijlen,
verbonden door waterkanalen en marmeren paviljoens.

Maar het fort draagt ook littekens.
Na de opstand van 1857 (de Sepoy Mutiny) werd het complex
door de Britse koloniale overheid omgevormd tot een
militaire garnizoensplaats.
Grote delen van de haremhoven en tuinen werden gesloopt
om plaats te maken voor barakken en opslagplaatsen.
Sommige van deze gebouwen zijn opgetrokken uit hergebruikt
steenmateriaal.
De barakken ogen massief, sober, hoekig, en gebouwd met
gele en rode baksteen, soms met decoratieve accenten die
nauwelijks opwegen tegen wat ervoor is verdwenen.

Hun aanwezigheid is niet alleen visueel storend,
maar ook historisch beladen.
Zoals de architectuurhistoricus James Fergusson het verwoordde:
“De hele haremhoven van het paleis werden van de aardbodem geveegd
om plaats te maken voor een afschuwelijke Britse barak,
zonder dat men het nodig vond een plan te maken van wat men vernietigde.”
Zelfs de overgebleven paviljoens verloren hun betekenis
toen de verbindende tuinen en gangen verdwenen.

Wat me dit keer het meest trof was de leegte.
Tussen de paleizen en de barakken ligt geen levendig hofleven meer,
geen stromend water, geen ceremoniële rituelen.
Alleen stilte, afgewisseld met het geluid van voetstappen op steen.
De UNESCO-erkenning in 2007 bevestigt de waarde van het Red Fort
als werelderfgoed, maar het is vooral die leegte die het fort
tot een plek van herinnering maakt—een ruimte waarin macht, verval
en herinterpretatie samenkomen.

Toch is het Red Fort meer dan een plek van verlies.
Wie bereid is om ‘geschiedkundig te kijken’—met oog voor structuren,
verhoudingen en overgebleven ornamenten,
ontdekt een complex dat nog steeds ademt.
De marmeren paviljoens, de geometrie van de tuinen, de subtiele
waterkanalen die ooit het paradijs moesten verbeelden:
ze zijn er nog, als fragmenten van een groter geheel.
Zelfs de barakken, hoe wrang hun oorsprong ook is,
maken deel uit van het verhaal dat dit fort vertelt.

Met een beetje verbeelding, en met kennis van wat er ooit was,
kun je de parels nog zien.
Het Red Fort vraagt om een andere manier van kijken,
een waarin leegte niet alleen gemis is, maar ook ruimte
voor verbeeldingskracht.

Later op deze reis zal ik nog andere forten bezoeken,
waaronder Agra. Elk van deze plekken draagt zijn eigen verhaal,
zijn eigen ritme van verval en glans.
Maar het Red Fort, met zijn littekens en zijn stille grandeur,
heeft me alvast geleerd hoe je moet kijken:
met kennis, met geduld, en met een open verbeelding.

DSC01090IndiaNewDelhiRedFortComplexLahoreGateNiet1Poort

India, Delhi, The Red Fort Complex. De Lahore Gate van het Rode fort is niet een simpele poort. Het is een complex met torens en poorten die ook vandaag nog bewaakt worden.

DSC01091IndiaNewDelhiRedFortComplexGracht

Zicht op de gracht rond de muren van het fort.


DSC01092IndiaNewDelhiRedFortComplexLahoreGateDSC01093IndiaNewDelhiRedFortComplexUNESCOWorldHeritageSiteTxtDSC01094IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowk

Chhatta Chowk, de ‘winkelstraat’ die de Lahore Gate verbindt met de paleizen in het fort.

DSC01095IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowkDSC01096IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowkDSC01097IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowkTxtDSC01098IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowkDSC01099IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowkDSC01100IndiaNewDelhiRedFortComplexChhattaChowk

Voor veel mensen zal dit een van de eerste grote monumenten in India zijn die men ziet. Gelukkig wordt het beeld later alleen maar beter.


DSC01101IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAm

Diwan-I-Am. De publieke audientiezaal.

DSC01102IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAmDSC01103IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAmDSC01104IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAmTxtDSC01105IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAmDSC01106IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAmDSC01108IndiaNewDelhiRedFortComplexDiwanIAm


DSC01110IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahal

Rang Mahal, groot koninklijk appartement. In 1995 mocht je er nog in rondlopen. Nu zijn de paleizen alleen nog maar te zien van de buitenkant.

DSC01109IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01111IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01112IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01113IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01114IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01115IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01116IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01118IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahalDSC01119IndiaNewDelhiRedFortComplexRangMahal


Het was mijn tweede bezoek.
Ik was in het Red Fort in 1995.
Dat was toen het eerste bezoek aan India, met een 35-daagse groepsreis.
Nu was ik alleen.
Toen was het in de periode maart, nu in november.
Toen warm en druk. Nu koeler (niet koud) en rustiger.
Toen slechts oppervlakkig bekend met India.
Nu veel beter voorbereid mede dankzij The City of Djinns.
Als ik de foto’s nu zie, al weer bijna een jaar nadat
ze gemaakt zijn, schrik ik van de luchtvervuiling
en de staat van het fort.

Heb ik nou een halve Siebold gelezen?

Over boeken, gezinnen en de onvoltooide echo van een verzamelaar.

Een beetje ongelukkig verschenen in Nederland tegelijk
twee boeken over het leven, de carrière en de gezinnen van
Philipp Franz von Siebold.

Ik wist dat er een boek over Siebold was verschenen.
In een boekenwinkel zag ik er een liggen en kocht het,
niet wetende dat er op dat moment twee tegelijk waren uitgekomen.

De naam Siebold kende ik, ik ben een aantal keren in het
Japanmuseum Sieboldhuis in Leiden geweest.
Maar verder dan ‘iets met Japan’ reikte mijn kennis niet.

Intussen weet ik meer:
over het milieu van de Duitse familie Von Siebold,
zijn ambitie en opdracht als scheepsarts en
verzamelaar van kennis op Deshima.
Over zijn contacten met Japanse wetenschappers,
zijn Japanse gezin en de verbanning uit Japan.
Over zijn voortdurende geldnood,
zijn Europese gezin en zijn tweede bezoek aan Japan.

Hij doet denken aan Indiana Jones: altijd nieuwe plannen,
en steeds weer is Japan belangrijker dan alles,
zelfs belangrijker dan zijn families.

Het boek heb ik met veel plezier gelezen.

IMG_7826ArletteKouwenhovenBrandendeIJverSieboldDeBiografie

Arlette Kouwenhoven, Brandende IJver – Siebold de biografie.


Smeltende stoelen en andere gedachtenkronkels

Op het station in Breda zijn twee grote kunstvitrines.
Echt imposant van formaat. Ze waren eerder op mijn blog te zien.

Deze week liep ik er weer langs en zag twee totaal
verschillende invullingen.
In de ene vitrine: een ingepakte berg, met plastic en touwen
strak eromheen.
In de andere: een verzameling verwrongen interieurstukken:
een gieter, stoelen, en meer.

Vooral de stoelen trokken mijn aandacht.
Ze deden me denken aan de smeltende uurwerken van Salvador Dalí.
Ik fotografeerde er twee.

Tegen de muur hangt een bord met namen van kunstenaars en
een korte uitleg.
Maar de tekst leek niet goed aan te sluiten bij
wat ik zag in de vitrines.
Daarom vroeg ik Copilot wat die smeltende horloges
eigenlijk betekenen, met Salvador Dalí in gedachten.
Ik kreeg de volgende toelichting:

1. Tijd als vloeibaar en subjectief
Dalí zag tijd niet als iets vasts of lineairs. In zijn surrealistische droomwereld kon tijd vervormen, vertragen of zelfs verdwijnen. De smeltende klokken symboliseren deze vloeibaarheid: tijd is geen harde constante, maar een persoonlijke en veranderlijke ervaring.

2. Verzet tegen rationaliteit en orde
Door de klokken te laten smelten, daagt Dalí de rigide structuur van de maatschappij uit. Hij ondermijnt het idee van een universele tijdsorde en nodigt uit tot een alternatieve manier van kijken—een waarin logica plaatsmaakt voor intuïtie en droom.

3. Invloed van Einstein’s relativiteitstheorie
Sommige kunsthistorici zien een verwijzing naar Einstein: de klokken zouden de relativiteit van tijd verbeelden, zoals beschreven in de natuurkunde. Dalí was gefascineerd door wetenschappelijke ideeën en verwerkte ze op zijn eigen, poëtische manier.

4. De droomwereld als echte werkelijkheid
Dalí geloofde dat de ware realiteit te vinden was in dromen. De smeltende klokken zijn een overgangssymbool: ze markeren de grens tussen de rationele wereld en de onvoorspelbare, vrije droomwereld waarin tijd geen macht heeft.

5. De “Camembert van de tijd”
Volgens Dalí zelf ontstond het idee voor de smeltende klokken toen hij keek naar een stuk zachte kaas dat smolt in de zon. Hij noemde het “de camembert van de tijd”—een speelse, maar treffende metafoor voor hoe tijd kan vervormen en vergaan.

Mooie en verrassende redeneringen.
De meeste zijn goed te volgen.
Nummer 5 lijkt misschien wat vergezocht, maar is wel gebaseerd
op wat Dalí er zelf over zei.

Maar hoe zagen die stoelen er dan uit, daar in de stationshal?
Ik maakte twee foto’s die het vervreemdende effect goed laten zien.

IMG_7804BredaStationSmeltendeStoelenIMG_7805BredaStationSmeltendeStoelen

Als we die twee stoelen bekijken door de bril van
Dalí’s smeltende horloges,
wat zouden we dan kunnen zien?

1. Zitten als vloeibaar en subjectief
De stoel, die normaal een vaste vorm van rust is, verandert hier in iets vormeloos — een object dat zijn herkenbaarheid en functie verliest. Hij lijkt niet meer bedoeld om op te zitten, maar om te laten zien dat rust niet altijd duidelijk of stevig is. Soms is rust troostend, soms ongemakkelijk, soms moeilijk te begrijpen.

2. Verzet tegen rationaliteit en orde
De smeltende stoel laat zich niet gebruiken zoals je zou verwachten. Hij weigert dienst te doen als zitplek en laat zien dat niet alles logisch of netjes hoeft te zijn. Het is alsof hij protesteert tegen regels en vaste vormen—een stoel die zich niet laat temmen.

3. Invloed van Einstein’s relativiteitstheorie
Als tijd niet altijd hetzelfde is, dan geldt dat ook voor rust. De stoel lijkt te smelten onder de druk van tijd en zwaartekracht. Hij laat zien dat rust niet vaststaat—het verandert, afhankelijk van waar je bent, hoe je je voelt, en hoe je kijkt.

4. De droomwereld als echte werkelijkheid
In dromen zijn stoelen zelden gewoon stoelen. Ze zweven, vervormen, verdwijnen. Deze smeltende stoel lijkt uit een droom te komen, waarin rust iets is dat je voelt maar niet vast kunt pakken. Hij nodigt uit tot fantasie en loslaten van het normale.

5. De “Camembert van de rusten”
De stoel lijkt zacht en smeltend, alsof hij een stuk kaas is dat te lang in de zon heeft gelegen. Het is een speels beeld: rust als iets dat rijpt, smelt, vervormd en geur verspreidt. Misschien is de stoel niet om op te zitten, maar om te ruiken, te herinneren, te voelen.

Ik ben benieuwd wat de makers zelf van deze gedachtenkronkels
zouden vinden.
Misschien wil je zelf eens gaan kijken en je eigen interpretatie vormen?

PS:
De tweede stoel deed me niet alleen denken aan smelten,
maar ook aan Dalí’s hoogpotige olifanten:
verheven, fragiel, en vervreemd.
Misschien is rust hier niet iets om op te zitten,
maar iets om naar te reiken?

IMG_7825BredaStation


Soep van de week: mosterdsoep

Voor het gevoel een echte herfstsoep maar dat zeg ik
puur op gevoel. Misschien zijn er mensen die, met veel betere
redenen, vinden dat het een winter- of lentesoep is?
Misschien zelfs wel een zomersoep?
Voor mij is het een herfstsoep.

IMG_7808Mosterdsoep

Vooral de opvallende vorm van de aardappel wil ik nog even benadrukken. Daarnaast zit in mijn versie geen slagroom maar biologische kokosmelk.

IMG_7811Mosterdsoep

Met de regen buiten en de warme soep binnen is het een heerlijke herfst.


Liever een bed dan een begrafenis

In Nederland is er een ernstig tekort aan opvangplekken in de vrouwenopvang. Volgens het Verdrag van Istanbul moet Nederland 1.800 opvangplekken hebben voor slachtoffers van huiselijk geweld. In werkelijkheid zijn dat er 1.024. Hierdoor zijn vrouwenopvanglocaties soms genoodzaakt uit te wijken naar hotels, waar de veiligheid van vrouwen niet gegarandeerd kan worden.

Dit tekort plaatst slachtoffers op wachtlijsten en ontneemt hen de bescherming die ze nú nodig hebben.

Veiligheid is geen luxe of uitstelbaar recht – het is een kwestie van leven of dood.
Daarom ook de leus: ‘Liever een bed dan een begrafenis’.

IMG_7806BredaKasteelpleinFemicide

Vandaag is er een demonstratie op het Kasteelplein in Breda.

IMG_7807BredaKasteelpleinFemicideIMG_7809BredaKasteelpleinFemicide

Zo’n kwartier geleden was de demonstratie nog aan de gang.


Zwemmen of Baden: Over de Fijnheid van Herhaling

In Archiefstuk 001 van mijn Bouillonistisch Archief
werd het boek Charms, 50 verhalen al genoemd.
Het allereerste verhaal, en meteen de allereerste zin, staat
op een absurdistische wijze stil bij soep.
Nu ik de 50 verhalen gelezen heb blijkt dat dit
eerste verhaal meteen een van de meest aansprekende is.

IMG_7800DaniilCharms50verhalenStatenhofpers

Daniil Charms, 50 verhalen, Statenhofpers. In de vertaling vanuit het Russisch door Jan Paul Hinrichs die ook het nawoord verzorgd.

Er is veel te genieten aan deze kleine parels van verhalen.
Steeds slaagt Charms erin je op het verkeerde been te zetten.
Een verhaal springt er wat mij betreft echt uit, een kort verhaal
van vier zinnen waarin Charms vrijwel dezelfde geschiedenis
twee keer verteld.
Het is heel ontregelend voor de lezer. Het is een techniek die
Charms op meer plaatsen inzet.
Toegegeven: als je deze techniek een paar keer voorbij ziet
komen verliest hij aan kracht.
Maar de 4 zinnen zijn top:

Op een keer ging Semjonov wandelen. Het was een heel warme dag en daarom besloot Semjonov te gaan zwemmen in de rivier.
Semjonov wandelde heel lang, werd uiteindelijk moe en ging uitrusten op het gras langs de rivier.
Het was een warme dag en Semjonov besloot te baden in de rivier.

Het subtiele verschil: eerst ‘zwemmen’, later ‘baden’.
Een verschuiving die nauwelijks betekenis draagt,
maar des te meer bijdraagt aan de ontregeling.

Op andere plaatsen waar je deze techniek ziet is er soms een
meer algemeen deel en een meer specifiek deel.
Zoals het heel specifiek gedateerde verhaal van 8 maart 1938.
Deel 1 begin bijvoorbeeld met ‘Wanneer iemand de slaap niet kan vatten’,
terwijl deel 2 begint met ‘Iemand die Oknov heet lag op bed, de benen
dom uitgestrekt en probeerde in te slapen.’

In de verhalen ligt de nadruk op het ontregelen. Het zijn
absurdistische, korte verhalen. Wat ik lastig vond,
was dat ik gaandeweg steeds meer weerzin voelde opkomen
tegen het mensbeeld dat Charms hanteert.
De meeste mensen in zijn verhalen zijn niet slim, ze laten
het onheil dat hen overkomt, gelaten over zich heen komen.
Natuurlijk, dergelijke typetjes zijn gewillige slachtoffers
in komische situaties.
Zou Charms dit soort verhalen ook hebben kunnen schrijven
over intelligente en actieve mensen?

IMG_7778JanHanloBesteAdvisandaStatenhofpers

Jan Hanlo, Beste advisanda, Brieven aan Hajo Wong (en Willem K. Coumans), Statenhofpers. Voorzien van toelichtingen door Wiel Kusters.

Het tweede boek: Hanlo, Beste advisanda, Brieven aan Hajo Wong
(en Willem K. Coumans) heb ik ook met veel plezier gelezen.
Gelukkig lost Hanlo zelf de vraag op die mij vanaf het begin
bezighield: wat wordt bedoeld met ‘advisanda’?

Het komt nog al eens voor dat een verzameling brieven van
een schrijver vooral gaat over ditjes en datjes.
Bij Hanlo is dat niet. Zelfs de teksten van de briefkaarten
gaan over literatuur. Daardoor vond ik ze veel leuker om te lezen.

Soms in het wel Taalkunde met hoofdletter ‘T’,
maar het blijft steeds inhoudelijk relevant.
Zoals bijvoorbeeld in de brief van 20 januari 1960 waarin Hanlo
al schrijvend over spelfouten een definitie van een
dichter of schrijver geeft:

Niemand kan een dichteres of dichter of schrijver tenslotte de les lezen: als zij geen komma’s willen schrijven, doen ze ’t niet, zij maken de nieuwe spel-gewoonten (zij niet alleen , ook het volk, maar niet de boekjes).

IMG_7777JanHanloBesteAdvisandaStatenhofpers

Zoals steeds verzorgt Chang Chi Lan-Ying het zetwerk, leent met van Helmut Salden de letters voor de boekband en drukt Jan de Jong de tekst. De fijnste letter vond ik die van Charms, 50 verhalen (het lettertype wordt in de reeks, per boek aangepast naar de inhoud).


Explosieve kracht van kleur – de Merzbacherverzameling in Zürich

De tijd dringt.
Ik wil iedere dag een blogbericht schrijven,
al neem ik daar soms meerdere dagen, of nog langer, de tijd voor.
Maar soms kom je op een punt dat je onvoldoende informatie
kunt vinden om tot een afgerond verhaal te komen.

Het Kunsthaus Zürich toont meerdere verzamelingen.
De verzameling Amerikaans-Europese kunst van na
de Tweede Wereldoorlog, van Foundation Hubert Looser,
kwam al uitgebreid voorbij.

De volgende verzameling die ik zag was de
Sammlung Gabriele und Werner Merzbacher.
Een verzameling van twee Joodse verzamelaars die, met persoonlijk
verlies, op de vlucht moesten voor rechts-extremisme
en racisme in eigen land.

In hun familiegeschiedenis staan woorden centraal als:
antisemitisne,
Kristallnacht,
deportatie,
slachtoffer van moord in concentratiekamp
psychische ziekte met fatale afloop.

Via de Verenigde Staten vestigden ze zich uiteindelijk in
Zwitserland, waar ze niet bepaald met open armen werden ontvangen.
Daar zetten ze hun verzamelactiviteiten voort,
en uiteindelijk schonken ze een groot deel van hun collectie
aan Zwitserland, zichtbaar in een eigen zaal in het Kunsthaus Zürich.

Nu het extremistisch geweld opnieuw oplaait, ook in Nederland,
zoals Werner Merzbacher al benoemde in een interview uit 2018,
bezoek ik hun verzameling.

Dan stel ik me de vraag:

= waarom ga je als vluchteling in een nog steeds onveilige
situatie toch een verzameling aanleggen die grote
financiële offers vraagt;

= waarom heb je dan de behoefte om die verzameling te
delen met mensen;

= en waarom wil je dat doen in een land dat niet altijd
heel vriendelijk voor je is geweest terwijl er
alternatieven voorhanden zijn.

De antwoorden kon ik niet vinden.
Wat blijft is een verzameling die je overvalt met kleur:
intens en indrukwekkend..
Ik vond het geweldig.

DSC05268KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherSoniaDelaunayLeBalBullier1913ÖlAufLeinwand

Kunsthaus Zürich, Sammlung Gabriele und Werner Merzbacher, Sonia Delaunay, Le Bal Bullier, 1913. öl auf leinwand.


DSC05270KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherJoanMiróL'EspoirTheHope1946ÖlAufLeinwand

Joan Miró, L’Espoir (The Hope), 1946, öl auf leinwand.

DSC05272KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherJoanMiróL'EspoirTheHope1946ÖlAufLeinwandDetail


DSC05281KunsthausZürichTheMerzbacherCollectionTxtDSC05273KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherMarcChagallLeBouquetDesAmoureuxSurFondBleu1965ÖlAufKarton

Marc Chagall, Le Bouquet des Amoureux sur fond bleu, 1965, öl auf karton.


DSC05275KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherFernandLégerLesDeuxDisquesDansLaVille1919ÖlAufLeinwand

Fernand Léger, Les deux disques dans la ville, 1919, öl auf leinwand.


DSC05277KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherFernandLégerLaMereEtL'Enfant(ChienSousLaTable)1920ÖlAufLeinwand

Fernand Léger, La Mere et l’e’nfant (chien sous la table), 1920, öl auf leinwand.


DSC05279KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherJoanMiróL'OiseauBoum-BoumFaitSaPriereALaTetePelureD'Oignon1952ölAufLeinwand

Joan Miró, L’oiseau Boum-Boum fait sa priere a la tete pelure d’oignon, 1952, öl auf leinwand.


DSC05282KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherAndréDerainBâteauDansLePortDeCollioure1905ölAufLeinwand

André Derain, Bâteau dans le port de Collioure, 1905, öl auf leinwand.


DSC05284KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherHenriDeToulouse-LautrecSousLaVerdure(FemmeAssiseDansLeJardin)1890-1891ÖlAufVerstärkterTafel

Henri de Toulouse-Lautrec sous la verdure (femme assise dans le jardin), 1890 – 1891, öl auf verstärkter tafel.


DSC05286KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherClaudeMonetValDeFalaiseEnHiver1885ölAufLeinwand

Claude Monet, Val de Falaise en hiver, 1885, öl auf leinwand.


DSC05288KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherMauriceDeVlaminckLesRamasseursDePommesDeTerre1905-1907

Maurice de Vlaminck, Les ramasseurs de pommes de terre, 1905 – 1907, öl auf leinwand.


DSC05290KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherPabloPicassoLeCouple(LesMisérables)1904ÖlAufLeinwand

Pablo Picasso, Le couple (Les Misérables), 1904, öl auf leinwand.


DSC05292KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherMaxBeckmannFrauMitSchlange(Slangenbeschwörerin)1940ölAufLeinwand

Max Beckmann, Frau mit schlange (Slangenbeschwörerin), 1940, öl auf leinwand.


DSC05293KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherMaxBeckmannFrauMitRotemHahn1941ÖlAufLeinwand

Max Beckmann, Frau mit rotem hahn, 1941, öl auf leinwand.


DSC05296KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherFranzMarcLandschaftMitHausHundUndRind1914ÖlAufLeinwand

Franz Marc, Landschaft mit haus hund und rind, 1914, öl auf leinwand.


DSC05298KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherAlexanderCalderRedYellowBlackAndWhite1967MetallgefasstUnDraht

Alexander Calder, Red yellow black and white, 1967, metall gefasst un draht.


DSC05299KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherEmileNoldeBlumengartenFrauMitRot-violettenKleid1908ÖlAufLeinwand

Emile Nolde, Blumengarten frau mit rot-violetten kleid, 1908, öl auf leinwand.

DSC05301KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherEmileNoldeBlumengartenFrauMitRot-violettenKleid1908ÖlAufLeinwandDetail


DSC05303KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherMarcChagallLeJuifALaThoraBegonnenInDen1940er-JahrenBeendetUm1958-1959ÖlAufPappeAufTafel

Marc Chagall, Le Juif a la Thora, begonnen in den 1940er-jahren – beendet um 1958 – 1959, öl auf pappe auf tafel.

DSC05302KunsthausZürichGabrieleUndWernerMerzbacherMarcChagallLeJuifALaThoraBegonnenInDen1940er-JahrenBeendetUm1958-1959ÖlAufPappeAufTafel


De straat als redder van boeken

Afgelopen zondag was het prachtig weer en ik maakte van de
gelegenheid gebruik om een wandeling te maken.
Zonder opzet werd het opnieuw een avontuur—een boekenavontuur.

Onderweg zag ik namelijk een doos staan, op de stoep.
Tegen het hek van een voortuin stond een doos vol boeken.
De titel ‘Eating Anthropocene’ viel me meteen op en terwijl ik
op de automatische piloot doorliep, dacht ik: wacht eens,
waarom maak ik geen foto?

Natuurlijk heb ik toen een foto gemaakt en nu kan ik
eens kijken welke andere titels er nog meer in de doos zaten.
k maak hieronder een lijst van de titels die ik kon ontwaren:

Eating Anthropocene
Grégoire Delacourt….VIES
Toynbee A study of history
Nester’s Microbiology – A human perspective
Podany Weavers, scribes and kings
Lyndal Roper Martin Luther
Andrew Pettegree Brand Luther
Onbekend
Petersons Vogelgids

Als ik deze informatie aan Copilot geef dan komt hij met een
lijst die veel completer is dan ik zelf had kunnen maken.
Meteen heb ik spijt dat ik de doos niet meegenomen heb.

1. Eating Anthropocene: Curd Rice, Bienenstich and a Pinch of Phosphorus – visuele science comic over voedsel en het antropoceen

Een stripverhaal vanuit de wetenschap over voedsel, ecologie en het antropoceen tijdperk (= de tijd na 1950). Verweeft culinaire tradities met milieukritiek en filosofische reflectie. Toont hoe alledaagse gerechten verbonden zijn met mondiale systemen.

2. Grégoire Delacourt – La liste de mes envies (vermoedelijk deze titel)

Jocelyne, een bescheiden naaister, wint de loterij maar verzwijgt haar fortuin. Ze maakt een lijst van verlangens, twijfelt over geluk en verliest uiteindelijk alles. Een roman over verlangen, verlies en de ironie van materiële rijkdom. Een roman.

3. Arnold J. Toynbee – A Study of History (Thames and Hudson, 1972-editie, grootformaat)

Een monumentale analyse van beschavingen en hun cyclische opkomst en verval. Toynbee onderzoekt religie, creativiteit en morele kracht als drijvende factoren. Deze editie is visueel rijk en samengevat voor bredere toegankelijkheid.

4. Nester’s Microbiology: A Human Perspective – leerboek microbiologie

Leerboek over microbiologie met focus op menselijke gezondheid en ziekte. Behandelt cellulaire processen, immunologie en ziekteverwekkende micro-organismen. Veel gebruikt in medische en biomedische opleidingen.

IMG_7794Boekenvondst

5. Amanda H. Podany – Weavers, Scribes, and Kings: A New History of the Ancient Near East

Een toegankelijke geschiedenis van het oude Nabije Oosten, verteld via gewone mensen. Wevers, schrijvers en ambtenaren krijgen een centrale rol in plaats van koningen. Verbindt archeologie met sociale geschiedenis en narratieve flair.

6. Lyndal Roper – Martin Luther: Renegade and Prophet – biografie met psychologische diepgang

Psychologisch portret van Luther als mens, hervormer en cultureel fenomeen. Roper onderzoekt de angsten, woede en religieuze overtuiging van Luther met nuance. Een biografie die het innerlijke conflict centraal stelt.

7. Andrew Pettegree – Brand Luther: How an Unheralded Monk Turned His Town into a Center of Publishing

Het boek beschrijft Luther als uitgever en mediaman: hoe hij drukwerk gebruikte om ideeën te verspreiden. Pettegree toont hoe de Reformatie ook een revolutie in communicatie was. Een boek over religie, marketing en de kracht van het woord.

8. Onbekende titel – ringgebonden boek, mogelijk een reader, handleiding of cursusmateriaal

9. R.T. Peterson, G. Mountfort & P.A.D. Hollom – Petersons Vogelgids van alle Europese vogels – klassieker met 526 soorten en 170 dwaalgasten

Nederlandse bewerking van de klassieke veldgids, vertaald door J. Kist en uitgegeven door Kosmos. Behandelt 526 soorten en 170 dwaalgasten, inclusief alle vogels op de Nederlandse lijst. Een visueel rijk naslagwerk dat ornithologie toegankelijk maakt voor Nederlandstalige vogelaars.

In het onderzoek naar de titels kwam ik ook op een boekensite en
zag daar de prijs voor een van de boeken.
Dat was aanleiding om de prijs voor al deze boeken eens te bepalen
en op te tellen.
Dat levert dit overzicht op:

BoekenvondstInGeld

De totale nieuwprijs van de set boeken is ruim €350–€500!
Deze set boeken roept bij mij een aantal vragen op.

Vraag 1:
Zijn dit nou boeken voor een Alfa of een Beta?

Afgaande op de titels kun je de volgende verdeling maken:

Alfa-indicatoren
La liste de mes envies – introspectieve Franse roman over verlangen en verlies
Toynbee en Pettegree – historische en filosofische reflectie op beschaving en media
Roper – psychologische biografie met literaire diepgang
Podany – narratieve archeologie, toegankelijk geschreven

Bèta-indicatoren
Nester’s Microbiology – wetenschappelijk leerboek, sterk gericht op biomedische kennis
Eating Anthropocene – visuele benadering van ecologie en systeemdenken
Petersons Vogelgids – taxonomisch, visueel en veldgericht

Hybride elementen
Brand Luther – snijvlak van religie, media en uitgeefgeschiedenis
De ringband – mogelijk cursusmateriaal, dus contextueel afhankelijk

Vraag 2:
Wat zegt deze verzameling boeken over de eigenaar(s)?

De eigenaar(s) zijn meertalige (Engelstalige academische werken, Franse literatuur en
Nederlandstalige veldgids), cultureel onderlegd, niet onbemiddeld,
hebben gestudeerd én nog steeds studerend, in de breedste zin van het woord.

De doos verraadt niet alleen intellectuele breedte,
maar ook materiële ruimte.
Dit zijn geen afgedankte pockets, maar zorgvuldig gekozen boeken
(hardcovers, studie-uitgaven, visuele gidsen).
Niet onbemiddeld, maar ook niet opzichtig.
Eerder het archief van mensen die hun nieuwsgierigheid serieus nemen.

Vraag 3:
De sleutelvraag van de detective is dan: Waarom zet je deze set boeken aan de straat?
Is het ruimtegebrek? Of zit er meer achter…..

1. Rituele zuivering
Een bewuste handeling om ruimte te maken—niet uit achteloosheid, maar als overgang. De boeken zijn gelezen, verwerkt, en nu losgelaten. Een soort bibliografische afstoting, als voorbereiding op een nieuwe levensfase.

2. Verhuizing of overlijden
De doos is een restant van een huis dat leeg raakt. Misschien zijn de eigenaars verhuisd, gescheiden, of overleden. De boeken blijven achter als stille getuigen van een gedeeld leven.

3. Curriculumwisseling
Een student of academicus verandert van richting. Microbiologie maakt plaats voor kunstgeschiedenis, of andersom. De doos is een echo van een vorige studie, nu aan de straat gezet als een soort voetnoot.

4. Digitale transitie
De lezer is overgestapt op e-books, databases, of online bronnen. De fysieke boeken zijn niet langer nodig—de doos is een offer aan de cloud.

5. Gedeeld lezen, gedeeld loslaten
Als het om een stel gaat, kan het ook een gezamenlijke beslissing zijn: de boeken zijn gelezen, besproken, en nu ritueel afgestoten. De doos is een archief dat zichzelf heeft voltooid.

6. Economische ironie
Niet onbemiddeld, maar juist daarom in staat om los te laten. De waarde van de boeken is bekend, maar de eigenaar kiest ervoor ze te delen met de straat—een gebaar van overvloed of nonchalance.

7. Vergeten of achteloosheid
En natuurlijk: het kan ook gewoon achteloos zijn. Een doos die per ongeluk is meegegeven met de opruiming. Maar zelfs dan blijft de inhoud spreken.

En terwijl ik de titels randschik voor dit bericht, auteurs opzoek
en hypotheses formuleer, blijft één gedachte hangen:
misschien was het goed dat ik de doos heb laten staan.
Misschien was hij niet bedoeld om meegenomen te worden,
maar simpelweg vergeten bij een verhuizing en
wacht hij nog om naar binnen te mogen

Mijn schuldgevoel over het niet meenemen verandert langzaam
in iets anders: een soort voldoening.
Ik heb de doos niet verstoord maar gedocumenteerd.
Misschien keert iemand terug, loopt door de tuin, opent het hek,
en tilt de doos op, om hem naar binnen te dragen.
Misschien is de doos nog daar.
En als dat zo is, dan is dit bericht niet alleen een verslag,
maar ook een reddingsboei gebleken.

Foundation Hubert Looser: verf, materie en dan nu gebaar

Inleiding

Na een reeks werken van onder anderen Chamberlain, Fontana,
De Kooning, Scully, Rothko, Pollock, Newman, Warhol, Richter,
Penone en Kiefer — elk met hun eigen oplossingen,
opent zich een andere ruimte:
minder massief, maar niet minder geladen.

Hier hangt onder andere eerst
Sunset Series Part II Bay of Naples (Rome), 1960
van Cy Twombly, gevolgd door
Revised Undiscovered Genius of the Mississippi Delta, 1983
van Jean-Michel Basquiat.
Ze hangen hier in Kunsthaus Zürich niet naast elkaar, maar wel in elkaars nabijheid.

Twombly is afkomstig uit de collectie van de Foundation Hubert Looser;
Basquiat uit particulier bezit.
Toch is hun plaatsing geen toeval.
Eerder werden ook niet-Looser werken tussen Looser-stukken gepresenteerd.
Een keuze van de tentoonstellingsmaker die aanzet tot dialoog.

Twombly en Basquiat zijn visueel en temperamentvol
elkaars tegenpolen:
de één stil, ritmisch, verankerd in mediterrane lichtval en
antieke echo’s;
de ander luid, fragmentarisch, geworteld in straatcultuur.

Maar beide werken spreken in gebaren, in sporen, in ritmes
die zich niet laten vangen in één verhaal.

Maar pas op.
Wie kijkt, wordt niet geleid maar uitgedaagd.
Er is geen vaste ingang, geen veilige interpretatie.
De leegte bij Twombly is geen stilte, maar een echo.
De doorhaling bij Basquiat is geen correctie, maar een nadruk.
Beide kunstenaars laten iets achter: een spoor, een gebaar, een ritme,
dat zich niet laat bezitten.

Cy Twombly: kijken zonder verhaal

Twombly maakt geen kunst die meteen een verhaal vertelt
of indruk wil maken.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld middeleeuwse kunst,
waar herkenbare beelden vaak een religieus of moreel punt maken,
laat Twombly veel weg.
Geen scènes, geen uitleg, geen duidelijke boodschap.
Zijn werk vraagt niet om geloof of begrip, maar om aandacht.

In 1960 woonde Twombly in Rome, omringd door antieke inscripties,
mediterrane lichtval en klassieke architectuur.
Die wereld beïnvloedde zijn denken, maar in
Sunset Series Part II Bay of Naples (Rome), 1960 zie je daar weinig
direct van terug.
Geen mythologische figuren, geen poëtische citaten.
Wel lijnen, kleurvlakken en cijfers. “A queen for a day
Twombly werkt hier niet met herkenbare verwijzingen,
maar met een visuele taal die zich eerder stil houdt dan spreekt.
Misschien is dat precies zijn punt:
niet alles hoeft zichtbaar te zijn om aanwezig te zijn.

DSC05261KunsthausZürichCyTwomblySunsetSeriesPartIIBayOfNaples(Rome)1960BleistiftWachsstiftUndÖlfarbeAufLeinwand

Kunsthaus Zürich, Cy Twombly, Sunset series part II Bay of Naples (Rome), 1960, Bleistift, Wachsstift und ölfarbe auf Leinwand.

Je ziet geen zonsondergang in de klassieke zin.
Wel zie je kleurvlakken in blauw en groen die doen denken aan lucht,
water of vegetatie.
Maar zonder dat ze iets voorstellen.
Je ziet lijnen die lijken te trillen, cijfers die bijvoorbeeld oplopen
van 11 tot 15, en vormen die lijken op vliegtuigen of vogels,
maar het niet precies zijn.
Twombly wrijft verf uit, haalt dingen weg, laat sporen achter.
Zijn werk is geen plaatje, maar een moment dat zich uitstrekt.

DSC05261KunsthausZürichCyTwomblySunsetSeriesPartIIBayOfNaples(Rome)1960BleistiftWachsstiftUndÖlfarbeAufLeinwand01QueenForADay

Detail ‘Queen for a day’.

Twombly werkte met verf en doek omdat hij daarmee kon denken in beweging.
Zijn lijnen zijn geen illustraties, maar gebaren.
Hij wilde tijd zichtbaar maken, herinnering oproepen,
ruimte laten voor interpretatie.
Geen uitleg, geen spektakel, wel ritme, herhaling, uitwissing.

DSC05261KunsthausZürichCyTwomblySunsetSeriesPartIIBayOfNaples(Rome)1960BleistiftWachsstiftUndÖlfarbeAufLeinwand02UFO

Detail ‘vliegtuig of vogel’

Dat maakt hem voor veel mensen moeilijk te “zien”.
Zoals curator Kirk Varnedoe voormalig hoofdcurator van schilderkunst
en beeldhouwkunst bij MoMA het ooit zei tijdens zijn lezing
Pictures of Nothing (2003):

“Influential among artists, discomfiting to many critics and truculently difficult not just for a broad public, but for sophisticated initiates of postwar art as well.”
“Invloedrijk onder kunstenaars, ongemakkelijk voor veel critici, en koppig moeilijk—niet alleen voor een breed publiek, maar zelfs voor doorgewinterde kenners van naoorlogse kunst.”

DSC05261KunsthausZürichCyTwomblySunsetSeriesPartIIBayOfNaples(Rome)1960BleistiftWachsstiftUndÖlfarbeAufLeinwand03Kleur

Detail ‘trillende lijnen, cijfers en kleuren’

Twombly is geen publiekslieveling.
Zijn naam komt zelden voor in populaire lijsten, maar zijn invloed is diep.
Zijn werk hangt in MoMA, Tate, het Louvre en het Kunsthaus Zürich.
Hij bestaat buiten het zicht, als een soort onderstroom.
Voor wie bereid is te kijken,
opent zich een wereld die niet communiceert, maar broeit.

Zoals Twombly zelf zei:

“It’s more like I’m having a conversation with the painting.”
“Het is meer alsof ik een gesprek voer met het schilderij.”

En wie kijkt, wordt deel van die conversatie.

Jean-Michel Basquiat: tweeluik met graffiti-energie

Dit werk bestaat uit twee doeken die met scharnieren aan elkaar zitten.
Samen vormen ze het tweeluik
Revised Undiscovered Genius of the Mississippi Delta (1983).
Een titel die tussen de vele ‘Untitled’ klinkt als
een manifest, een correctie, een aanklacht.
Wie is de “undiscovered genius” (onontdekt genie)?
Waarom moet hij worden “revised” (aangepast)?
En wat heeft de Mississippi Delta ermee te maken?

Op het linkerdoek hangt een grote haak aan een horizontale stang.
Daaronder, rechtsonder in het doek, verschijnt een expressief gezicht:
opgebouwd uit rode, blauwe en zwarte lijnen,
met open mond en zichtbare tanden.
Het kijkt niet weg, maar ook niet recht aan.
Eerder alsof het ergens tussenin hangt.
Een klein deel van dit gezicht loopt door op het rechterdoek,
waardoor de twee panelen visueel met elkaar verbonden zijn.
De achtergrond is wit, met vegen en vage tekens.
Is dat links een Dollarteken?
Het voelt als een scène waarin iets wacht,
iets hangt, iets wordt bekeken.

DSC05263KunsthausZüricJMBasquiatRevisedUndiscoveredGeniusOfTheMississippiDelta1983PinselInAcrylÖlstiftUndPapiercollageAufZweiMitScharnierenBefestigtenLeinwänden

Jean-Michel Basquiat, Revised undiscovered genius of the Mississippi Delta, 1983, pinsel in acryl, ölstift und papiercollage auf zwei mit scharnieren befestigten leinwänden.

Op het rechterdoek verschijnen figuren die balanceren
tussen herkenning en vervorming:
een vis met cartoonachtige trekken,
het industrieel achterlijf van het sfinx-achtige hoofd
architectuur vormen die aan flats doen denken, en
het woord “CATFISH” (meerval), geschreven in blauw en doorgestreept met rood.
Die doorhaling is geen correctie, maar een accent—zoals Basquiat zelf zei:

“I cross out words so you will see them more.”
“Ik streep woorden door zodat je ze beter ziet.”

Catfish is geen neutraal woord.
Het verwijst naar een dier dat zich ophoudt in modderige wateren,
vaak onzichtbaar tot het beweegt.
In de Amerikaanse zuidelijke context—waar de Mississippi Delta zich bevindt,
is het ook een cultureel symbool: van overleving, camouflage,
identiteit die zich niet zomaar laat vangen.
In hedendaagse digitale cultuur is het zelfs een term voor misleiding,
een valse identiteit.
Door het woord te schrijven én door te halen,
maakt Basquiat het zichtbaar én ongrijpbaar.

DSC05264KunsthausZürichJMBasquiatRevisedUndiscoveredGeniusOfTheMississippiDelta1983PinselInAcrylÖlstiftUndPapiercollageAufZweiMitScharnierenBefestigtenLeinwändenDtl

Detail ‘hoofd van industriële sfinx’

Wat opvalt in dit werk, en wat in het detail van foto 2 extra zichtbaar wordt,
is de visuele energie die doet denken aan graffiti.
De ruwe lijnen, het ontbreken van afwerking, de directe blik:
het voelt als een spontane uitroep, een visuele tag.
Dat is geen toeval.
Basquiat begon op straat, onder het pseudoniem SAMO© (Same Old Shit),
en bracht die esthetiek mee naar het doek.
Wat ooit als marginaal werd gezien, is inmiddels een erkende beeldtaal,
en een reden waarom veel mensen zich aangetrokken voelen tot zijn werk.

Die herkenbaarheid heeft ook invloed op de kunstmarkt.
De afgelopen jaren is graffiti als beeldtaal breder geaccepteerd,
en Basquiat’s werk is daarin meegegroeid.
Zijn doeken worden verkocht voor tientallen miljoenen dollars.
Maar de kracht zit niet in de prijs, maar in de urgentie:
hij schildert alsof hij móét spreken.

Basquiat werkt niet met één beeld of verhaal, maar met botsende elementen.
De haak hangt, het gezicht kijkt, het woord “CATFISH” roept iets op
van jagen, verbergen, benoemen.
Maar niets wordt uitgelegd.
De vormen zijn herkenbaar, maar niet eenduidig.
De lijnen zijn expressief, maar niet illustratief.
Het werk spreekt in fragmenten.

En wie kijkt, ziet geen uitleg,
maar een veld van betekenissen: verspreid, overlappend, onaf.

Afsluiting

Wat deze twee werken verbindt, is niet stijl of herkomst,
maar een gedeeld vertrouwen in het onvolledige.
Twombly laat leegtes en uitwissing spreken;
Basquiat streept woorden door zodat je ze beter ziet.

Waar eerdere werken in de tentoonstelling hun accenten leggen
via verf, materie of monumentaliteit, kiezen Twombly en Basquiat
voor schrift, ritme en fragmentatie.
Het zijn andere middelen, dezelfde openheid.

Al die oplossingen bestaan naast elkaar.
De oplossingen van Twombly en Basquiat als grafische aanvulling
op de schilderkunstige en materiële werken die eraan voorafgingen.
Niet als contrast, maar als uitbreiding.

Van het verhaal naar het gebaar.

Nagekomen informatie over eerste stuk in het Amuseregister: het andere been

Wel schrijven over een boek maar het zelf niet kopen dat
kan voor mij niet. Dus heb ik gisteren Het aanwezige been
gekocht.
De winkelier wees me nog met trots op het
mannequinbeen in de etalage met handtekening.
Toen ik hem vroeg of het aanwezige been een stunt
van de uitgever was, bevestigde hij dit.
Er was in Breda ten minste nog één boekhandel
die een been heeft gekregen.

IMG_7776ArnonGrunbergHetAanwezigeBeenIMG_7795HetAanwezigeBeen

Toevallig liep ik vanmiddag langs die andere boekhandel en maakte er bovenstaande foto’s.


Over Klimaat en Toeval

Tijdens een ochtendwandeling door het centrum van Breda
viel mijn oog op het dak van De Kleine Wereld.
Het dak, normaal rood en robuust, was bedekt met een dunne laag wit.
Een onverwachte transformatie van het stedelijk landschap.
Zou dat nou stuifsneeuw zijn? Het is nog geen oktober…

IMG_7769DeKleineWereldInWinterStemming

Breda, Grote Markt, het dak van De Kleine Wereld tijdens mijn ochtendwandeling.


Wat betekent zo’n beeld?
Is het toeval, een lokale verstoring, een atmosferisch incident?
Of is het een echo van iets groters:
een wereld waarin de grenzen tussen natuur
en menselijk handelen vervagen?

De gedachte aan klimaatverandering dringt zich op,
niet als stelling, maar als iets dat zich aandient.
We leven in een tijd waarin het weer niet meer vanzelfsprekend is,
waarin seizoenen verschuiven en patronen vervagen.
De aarde warmt op, zeggen de cijfers.
Maar wat betekent dat voor een dak in Breda,
voor een ochtendwandeling, voor een dunne laag wit dat zich
gedraagt als sneeuw?

Misschien is dit geen bewijs.
Misschien is het een suggestie.
Een moment waarin de wereld zich anders toont,
waarin het vertrouwde een ander gezicht krijgt.
De naam De Kleine Wereld versterkt dat gevoel: alsof hier,
op deze plek, een miniatuurklimaat ontstaat.
Een ritueel van toevalligheid en verandering.

Dit beeld van onze kleine wereld, die besneeuwd is geraakt in september…
Is het een waarschuwing? Een aanwijzing?
Een vergissing van de elementen?
Misschien is het niets. Misschien is het alles.

Grunberg in de etalage

Hoe een toevallige ontmoeting de jury voor het blok zette

Inleiding – Een been in de etalage

Als ik door de winkelstraten bij mij om de hoek loop,
kijk ik eigenlijk altijd even wat langer naar binnen bij de vaste winkels.
Natuurlijk ben ik ook benieuwd naar nieuwe zaken,
maar dat zijn tegenwoordig toch vaak daghoreca of modewinkels en
die trekken niet zo mijn aandacht.
Ik stop liever bij de groentenwinkel, de patissiers, de kookwinkel
en de betere boekhandel.

Zo liep ik deze week langs de boekhandel en zag daar een been
in de etalage liggen. Dat trekt om meerdere redenen de aandacht.
Wie kijkt er niet graag naar een elegant been met een lichtblauwe jarretel?
Bij beter kijken zag ik op de achtergrond het nieuwe boek
van Arnon Grunberg liggen, met de titel Het aanwezige been.
Het drong nog niet meteen tot me door dat ik voor de zomer
de bibliofiele uitgave van het titelverhaal gekocht had,
een uitgave van de Statenhofpers,
prachtig vormgegeven en typografisch dampend.

Nu komen deze twee zaken samen:
het been in de etalage en het been in de typografie.
Maar is het soep? Nee. Toch beroert het de lepel.

Overgang – Van soep naar amuse

Gisteren bedacht ik net het Bouillonistisch Archief,
een plek voor ritueel gebonden literatuur —
dampend, vloeibaar, en canoniek.
Maar wat doe je met zeer aansprekende titels of
bijzondere vondsten die niet helemaal voldoen aan
het Manifesto voor de Bouillonistische Literatuur?
Ik kan de regels van het Manifesto niet al bij
een tweede voorbeeld overtreden. Dat zou de lepel ontregelen.

Alle reden dus om daar een aparte lijst voor in het leven te roepen:
een zusterlijst, een voorgerechtenwand, een plek voor werken
die dampen maar niet drijven.
Zo ontstaat Het Amuseregister — een ritueel register voor amuse-werken,
licht verteerbaar en typografisch geladen, maar niet gebonden met bouillon.
Daarvoor ga ik vandaag de eerste inschrijving vastleggen.


Ceremonieel Openingsdocument

Het Amuseregister – Voorgerechten van de Archiefwand

Doel:
Het Amuseregister documenteert literaire, visuele en typografische werken
die ritueel relevant zijn, maar niet voldoen aan alle
bouillonistische criteria voor opname in het hoofdarchief.
Ze zijn geen soep — maar ze dampen.
Ze beroeren de lepel, zonder hem te vullen.

Kenmerken van een amuse-werk:
Licht verteerbaar, esthetisch geserveerd
Ritueel geladen, maar niet gebonden met bouillon
Visueel, typografisch, of absurdistisch van aard
Kan een zusterstuk zijn van een archiefstuk
Wordt besproken, maar niet opgenomen


Eerste opname in Het Amuseregister

Titel:
Het Aanwezige Been

Auteur:
Arnon Grunberg

Uitgave & visuele motief:

Bibliofiele editie door de Statenhofpers, deel 21
Typografie: Monotype Goudy Old Style
Papier: Geschept Madrid Litho
Bindwijze: Halflinnen met handgeschept Nepalees Khadi
Bijdrage: Piëzografie van fictieve kunstenaar Gregory Cole
(Nuffield 65 frontloader)
Signatuur: Arnon Grunberg én Gregory Cole

Etalage van De Vrije Boekhandel, Breda
Gesigneerd mannequinbeen, horizontaal gepositioneerd
Visuele echo van het verhaal, ritueel verlengstuk van de uitgave

IMG_7171StatenhofpersArnonGrunbergHetAanwezigeBeen

Typografisch reliek in halflinnen

IMG_7173StatenhofpersArnonGrunbergHetAanwezigeBeenIMG_7174StatenhofpersArnonGrunbergHetAanwezigeBeenGabriëlKousbroekTraktorschilderij

De tractor als pigmentmotief

IMG_7175StatenhofpersArnonGrunbergHetAanwezigeBeen

De typografische keten, met handtekening als rituele sluiting

IMG_7768HetBeenIsBehoorlijkAanwezig

Het been, gesigneerd en horizontaal — ritueel aanwezig, maar niet gebonden

Status:
Niet opgenomen in het Bouillonistisch Archief, wel eervol vermeld
in Het Amuseregister

Juryoverweging:
Het werk dampte, beroerde de lepel, en zinderde van ritueel.
Maar het voldeed niet aan alle bouillonistische criteria.
Het werd met liefde geweigerd, en met typografische ernst opgenomen
in Het Amuseregister.

Samenstelling van de jury:
De curator (met beenwarmer)
De zilveren lepel
Gregory Cole (fictief, maar aanwezig)
Een worm met beenambities
Het been
De etalageruit (als archiefwand)


Slotparagraaf – Het toeval en de volgende kandidaat

Het toeval van een bibliofiele uitgave en een been in de etalage
bleek een terechte kandidaat voor het Amuseregister.
Het werk dampte, beroerde de lepel, en zinderde van ritueel —
maar bleef net te droog voor opname in het Bouillonistisch Archief.
Daarom kreeg het een plek in de marge,
met typografische ernst en visuele bevestiging.

Natuurlijk staat het iedereen vrij om de jury voorstellen te doen,
voor het Bouillonistisch Archief of voor het Amuseregister.
Suggesties, zusterstukken, visuele echo’s, typografische vondsten:
ze zijn welkom. De lepel blijft alert.

Ik ga in ieder geval op zoek naar de volgende kandidaten.
Eerlijk gezegd zat er in Archiefstuk nr. 001 al een
verborgen kandidaat — maar daarover later meer.

Manifesto voor de Bouillonistische Literatuur

Hoe heet de soep gegeten wordt, of hoe men soep tot genre verheft

Iedere week maak ik soep.
Ik fotografeer haar ingrediënten en het resultaat van het kookavontuur.
Ik serveer haar, en publiceer haar onder het motto ‘Soep van de week’.
Maar vandaag kwam er iets bijzonders bij de post:
een klein boekje van Daniil Charms, deel 21 in een reeks
van de Statenhofpers.
En ineens smaakte de soep anders — alsof ze niet alleen gegeten,
maar ook gelezen kan worden.

Ik stelde me de vraag:
Is het verzamelen van verhalen over/met soep wel een hobby?

Het antwoord is JA.

Een hobby is in wezen een activiteit die iemand met plezier en regelmaat doet
in zijn of haar vrije tijd, vaak zonder direct praktisch doel.

Dus ik ga actief op zoek naar verhalen waarin soep een rol speelt.
Ik verzamel ze, categoriseer of analyseer ze.
Misschien ga ik zelf verhalen schrijven of illustraties maken.
Natuurlijk deel ik het Bouillonistisch Archief op mijn blog.

Je zou het zelfs kunnen omschrijven als een vorm van verhalencuratie.
Daarbij is Soep dan het verbindende motief — een soort glibberige rode draad.

En zoals elke hobby vraagt om een kader, een canon, een menukaart
voor een eenvoudig en voedzaam voorgerecht,
ontstond het volgende Manifesto voor de Bouillonistische Literatuur

Hoe heet de soep gegeten wordt, of hoe men soep tot genre verheft

1. De soep is het begin.
Niet als gerecht, maar als gedachte. Een vloeibare logica waarin alles kan drijven: vermicelli uit de 14e eeuw, een vergeten wortel, een lepel die zijn eigen schaduw roert. De soep is een ritueel — gemaakt in het weekend, gefotografeerd in twee fasen: ingrediënten en kom. Soms met brood. Soms met kaas. Soms met niets. Ze is het begin van een hobby, een verzameling, een genre-in-wording.

2. Bouillonisme is geen stijl, maar een toestand.
Wie bouillonistisch leest of schrijft, begeeft zich in een mentale soep — troebel, troostend, soms helder als consommé. Het is een manier van kijken: soep als lens, als ritueel, als genre. Soms absurd, soms lyrisch, soms documentair.

3. De soep mag spreken.
Of zwijgen. Of verdwijnen. Haar rol is niet vastgelegd. Ze kan decor zijn, metafoor, personage, of afwezigheid.

4. Korte verhalen zijn volwaardige bouillonistische universa.
Een zin kan een wereld zijn. Een dialoog een revolutie. Elk bouillonistisch verhaal is een kom op zichzelf — dampend, afgerond, en klaar om gelezen te worden.

5. De lezer is een lepel.
Niet om te consumeren, maar om te roeren. Bouillonistische literatuur vraagt om actieve verwarring, om interpretatie zonder houvast. De lepel is geen instrument, maar een houding.

6. Bouillonisme leeft vaak in de marge.
In kleine boekjes, obscure reeksen, typografische knipogen. Maar ook in het andere uiterste: de 24-delige encyclopedie van Larousse, waar soep verschijnt als lemma, als cultuurgoed, als classificatie. Of in een Sovjet-handleiding voor veldrantsoenen, waarin bouillon wordt beschreven als tactisch element, als draagbare troost. Bouillonistische literatuur nestelt zich overal waar taal begint te dampen — in de voetnoten, in de index, in de typografie van een vergeten reeks.

7. De canon is vloeibaar.
Ze groeit met elk archiefstuk: recepten, etiketten, handleidingen, brieven, typografische gebaren. Alles kan bouillonistisch zijn — mits met de juiste blik en een lichte roering.

8. Humor is ernst in soepvorm.
Lachen is toegestaan. Verwarring is gewenst. Ontregeling is een vorm van inzicht. De bouillonist glimlacht met een lepel in de hand.

9. De bouillonist verzamelt, schrijft, leest, zingt.
Een hobby, ja. Maar ook een levenshouding. Een manier om de wereld te benaderen via de damp van het absurde. De soep is een archief — van verhalen, van rituelen, van smaak.

10. Tot slot: soep is nooit zomaar soep.
Ze is een genre, een motief, een glibberige rode draad. Wie haar serieus neemt, heeft het begrepen. Wie haar niet begrijpt, mag gerust nog een lepel nemen.

Nu het Manifesto dampend op tafel ligt, is het tijd voor de eerste lepel.
De soep is verklaard tot genre, de lepel tot houding,
de canon tot vloeibaar beginsel.

En zoals het een goed ritueel betaamt, dient zich meteen een kans aan:
Vanochtend las ik het eerste verhaal in Deel 21 van de Salden-reeks,
Verhalen geschreven door Daniil Charms, uit het Russisch vertaald en
van een nawoord voorzien door Jan Paul Hinrichs

Het verhaal begon met een vraag over soep.
En eindigde met een meisje, een worm, en een fiets.
Het was kort, absurd, dampend.
Het was klaar om opgenomen te worden in het Bouillonistisch Archief.

IMG_7770HanloBesteAdvisandaCharms50VerhalenStatenhofpersDenHaag2025

Maar ik ontving niet één, maar twee boekjes.
Naast Charms verscheen ook Hanlo, als Deel 20,
een jubileumuitgave, niet in de handel verkrijgbaar.

Dat riep vragen op.
Waarom Hanlo en Charms, samen?
Waarom juist nu?
Is er een typografisch verband, een rituele reden, een canonieke knipoog?

Ik ging op zoek en las voor het eerst iets van Hanlo.
Het gedicht ‘Waarover zal ik zingen’ trof me direct.
Ritmisch, herhalend, zoekend.
Een opsomming van motieven, een inventaris van mogelijkheden,
als een lepelbeweging door de taal.

Waarover zal ik zingen

Waarover zal ik zingen
over regenjassen over het lover van geboomte
of zal ik van de liefde zingen

Waarover zal ik zingen over vliegmachines
blinkend aluminium in de zon en blauwe lucht
of zal ik zingen over de liefde

Over auto’s over steden en historie
of zal ik zingen over de liefde

Over vele vreemde dingen
over de gewone
of zal ik zingen over de liefde

Over bloemen over water
over mooie dingen of wat droevig is
of zal ik zingen over de liefde

Over tabak en vriendschap
over geur en wijn
over schepen zeilen meeuwen over ellende
over de ouderdom over de jeugd
of zal ik over de liefde zingen

Jan Hanlo
uit: Verzamelde gedichten
Amsterdam, Van Oorschot 2006

Hoewel Hanlo nog niet is opgenomen in het Bouillonistisch Archief,
roept dit gedicht een verwantschap op.
De herhaling, de opsomming, de twijfel — het is als een ritueel van roeren.
Maar het is geen soep, het had misschien de bereiding van soep kunnen zijn.

Hanlo’s gedicht is een menukaart van motieven,
een ritueel van afweging.
Maar het draait steeds om één zin:

of zal ik zingen over de liefde.

En hoewel die zin ritmisch verwant is aan het bouillonistisch roeren,
is de liefde hier geen soep.

Daarom blijft Hanlo voorlopig buiten het archief — als motiefverwant,
als een tekst die misschien later alsnog mag dampen.

En terwijl Hanlo nog in de marge blijft sudderen,
dient zich een verhaal aan dat klaar is om opgediend te worden.
Het is kort, absurd, en opent met een vraag over soep.
Het verscheen in Deel 21 van de Salden-reeks.

IMG_7771Charms50VerhalenUitHetRussischVertaaldEnVanEenNawoordVoorzienDoorJanPaulHinrichsStatenhofpersDenHaad2025Colofon

Het is tijd voor de eerste officiële opname in het Bouillonistisch Archief.


Officiële Opname in het Bouillonistisch Archief

Stuk nr. 001:
Daniil Charms
Titel:
Bobrov liep op straat en vroeg zich af waarom soep niet meer goed smaakt als men er zand in strooit.

Auteur:
Daniil Charms Vertaling: Jan Paul Hinrichs Uitgave: Statenhofpers, deel 21 Datum van opname: 25 september 2025 Locatie: Breda, Nederland

Reden van opname:
Dit verhaal opent met een bouillonistische kernvraag. Het is kort, ontregelend, dampend. De soep is geen decor, maar een katalysator voor verwarring. De typografie is marginaal en precies. De lepel trilt. De kom knikt. De worm applaudisseert.

Ceremonieel besluit:
Met dit document wordt het verhaal van Charms officieel opgenomen als Archiefstuk nr. 001 in het Bouillonistisch Archief. Het dient als begin, als bewijs, als bouillonistisch ijkpunt. Het mag herlezen worden bij elke zanderige lepel. Het mag geciteerd worden in toekomstige inducties. Het mag dampen in de marge.

Ondertekend door:
– De curator (in weekendkledij)
– De zilveren lepel
– De typografische ornamenten van Salden
– De worm met literaire ambities
– De soepkom, halfvol

Dan volgt hier het verhaal:

Bobrov liep op straat en vroeg zich af waarom soep niet meer goed smaakt als men er zand in strooit.
Intussen zag hij een heel klein meisje op straat zitten dat een worm in de hand had en luid huilde.
‘Waarom huil je’ vroeg Bobrov het kleine meisje.
‘Ik huil niet, ik zing,’ zei het kleine meisje.
‘Waarom zing je dan zo?’ vroeg Bobrov.
‘Om de worm wat op te vrolijken,’ zei het meisje, ‘en ik heet Natasja.’
‘Ach, dat zit zo?’ zei Bobrov verwonderd.
‘Ja, dat zit zo,’ zei het meisje, ‘tot ziens.’ Het meisje sprong op, stapte op haar fiets en reed weg.
Zo klein en al op een fiets rijden, dacht Bobrov.

Daniil Charms (pseudoniem van Daniil Ivanovitsj Joevatsjov), 1930, vertaald door Jan Paul Hinrichs.

IMG_7772HanloBesteAdvisandaCharms50VerhalenStatenhofpersDenHaag2025


India 24/25: Delhi, dag 3 – de voorraadkast ruikt naar vis en rook

Na een dag tussen stenen die veel aandacht van me eisten,
dwaal ik door een andere soort monument:
de voorraadkast van Delhi.

In Paharganj geen marmer, geen inscripties, maar vis op ijs,
koriander in bossen, bloemen in manden.
De rook van gefrituurde snacks hangt tussen de kraampjes,
een Nataraj danst tussen de chaos.

Hier is de stad niet stil,
maar zintuiglijk.
Niet historisch,
maar levend.

IMG_3389IndiaNewDelhiPaharganjVisIMG_3390IndiaNewDelhiPaharganjVisIMG_3391IndiaNewDelhiPaharganjVis

Zilver op plastic, glinsterend als de zon die zakt.


IMG_3392IndiaNewDelhiPaharganjShvaNatarajInDeEtalage

Tussen de kruiden danst het universum.


IMG_3393IndiaNewDelhiPaharganjSnacks

Krokant krakent verlangen op een schaal.


IMG_3394IndiaNewDelhiPaharganjGroentenmarkt

Geurend, kleurend, kloppend.


IMG_3395IndiaNewDelhiPaharganjMarigold

Marigolds als offer, als versiering, als onderdeel van het dagelijks ritme voor velen.


IMG_3396IndiaNewDelhiPaharganjDrogist

De voorraadkast van Delhi.


De volgende zaal: Adem van de aarde, echo van de mystiek

In deze zaal ontmoeten natuur en mystiek elkaar in hun meest tastbare vorm. Giuseppe Penone laat de natuur ademen en groeien, terwijl Anselm Kiefer haar verhalen en symbolen laat spreken. Beide kunstenaars gebruiken materie—laurier, aarde, goud, textiel—om het onzichtbare voelbaar te maken.

DSC05249KunsthausZürichPrimevalAndMysticalNatureTxt

Wat hierna volgt is een vertaling van de zaaltekst,
gevolgd door mijn eigen observaties en beelden.
De volgorde is die van mijn wandeling door de ruimte:
een persoonlijke route langs adem, aanraking en herinnering.

De vertaling is zo letterlijk mogelijk.
De informatiedichtheid is hoog: elke zin, elke bijzin,
elk bijvoeglijk naamwoord staat er met een reden.
Sommige passages zijn wat wollig en ingewikkeld geformuleerd,
maar juist daarom verdienen ze aandacht. Eerst de tekst.

Oer- en mystieke natuur

In deze zaal staat de oerkracht en mystiek van de natuur centraal. Giuseppe Penone’s werk Respirare l’ombra (2005) is een wandvullende constructie van laurierbladeren die de ruimte omvormt tot een poëtische, geurige zone. Zijn benadering binnen de Arte Povera is gericht op ruimte en proces, waarbij het natuurlijke en het oorspronkelijke op elementair niveau worden benadrukt.

Ook in Ombra di terra (2003) transformeert Penone de natuur tot kunst. Takken ondersteunen een zich uitbreidende kegel van laurierbladeren, die uitmondt in een vingerafdruk aan de top. De kunstenaar ervaart en begrijpt de wereld door het zintuig van aanraking.

Anselm Kiefer, een historieschilder van onze tijd, verwijst in zijn werk Das goldene Vlies naar de Griekse mythe van het Gulden Vlies—het eigendom van Chrysomeles, een gouden ram, dat door Jason en de Argonauten werd gestolen uit de heilige grot van de god Ares. Een wit hemd, afgezet met bladgoud, ligt op de aardse bodem van het schilderij en wordt weggetrokken door een klein vliegtuigje. Kiefer gebruikt oude mythen om onze hedendaagse perceptie te beïnvloeden.

Soms is de tekst onnodig wollig of complex.
Ik probeer die even op mijn manier af te pellen:

Wat is Arte Povera?

Arte Povera is een kunststroming die ontstond in Italië in de jaren ’60. De naam betekent letterlijk “arme kunst” en verwijst naar het gebruik van eenvoudige, vaak natuurlijke materialen zoals hout, aarde, textiel en planten.

Waarom gebruikten kunstenaars zulke eenvoudige materialen?

Kunstenaars binnen Arte Povera keerden zich af van de commerciële kunstwereld en van de technologische vooruitgang die ze als vervreemdend ervoeren. Door te werken met natuurlijke materialen wilden ze terug naar de belangrijke zaken — dingen die je kunt aanraken, ruiken, voelen. Niet als versiering, maar als drager van betekenis.

Wat is voor Penone dan “ruimte”?

De ruimte in dit werk is niet alleen de zaal waarin het hangt, maar ook de geur die zich verspreidt, de bladeren die langzaam veranderen, en de stilte die het oproept. Het is een ruimte die je niet alleen ziet, maar ook ruikt en voelt.

In Respirare l’ombra is die ruimte zintuiglijk en levend: ze verspreidt zich langzaam, vult de zaal, nodigt uit tot ademhalen en herinneren.

Wat bedoelt Penone met “proces”?

Bij Penone gaat het niet om het maken van een kunstwerk als eindproduct, maar om wat er gebeurt met het materiaal in de tijd. Hij wil meer dan alleen natuur tonen—hij zoekt naar wat die materialen oorspronkelijk betekenen: geur, aanraking, groei. In Respirare l’ombra zie je dat aan de laurierbladeren: ze drogen, geuren, vergaan. Dat is geen versiering, maar een proces dat doorgaat terwijl jij kijkt. Het werk leeft, verandert, ademt. Penone wil dat je dat niet alleen ziet, maar ook ervaart. En dat is moeilijk in een museum, waar je kunst niet mag aanraken of proeven. Wij moeten als toeschouwer dus meewerken—door aandachtig te kijken, te ruiken, te herinneren.

Wat betekent “historieschilder van onze tijd”?

Traditioneel verwijst een historieschilder naar kunstenaars die grote, vaak heldhaftige of religieuze gebeurtenissen uit het verleden schilderen—denk aan Rubens of Rembrandt. Kiefer hoort in dat rijtje van grote namen. Maar waar klassieke historieschilders heldendaden en mythen verbeeldden, toont Kiefer de schaduwzijde van de geschiedenis: verval, verwoesting, herinnering. Zijn werk confronteert, niet met glorie, maar met as. Daarbij gaat hij als Duitser de rol van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog niet uit de weg—de Holocaust, het naziverleden.

Kiefer gebruikt geen klassieke olieverf, maar materialen als stro, lood, as, aarde en vuur. Zijn werken zijn vaak monumentaal van formaat, alsof ze de zwaarte van het verleden letterlijk willen dragen. Hij verweeft historische verwijzingen met poëzie en mystiek, en maakt zo van zijn werk een plek waar herinnering tastbaar wordt.

Hoe gaat de Griekse mythe van het Gulden Vlies?

Ik ken zelf die mythe niet van de hoed en de rand en daarom vroeg ik
Copilot een tekst voor een kinderliedje te maken dat mij op
de hoogte brengt van wat nu belangrijk is.

Een speels liedje, op een bekende melodie,
dat het verhaal in vogelvlucht vertelt:

Jason en het Gulden Vlies
(op de melodie van “Altijd is Kortjakje ziek”)

Jason voer met groot gemak,
op een schip met houten dak.
Argonauten, stoer en snel,
zochten naar een gouden vel.

In een grot, heel diep en oud,
lag het Vlies, zo glanzend goud.
Ram van Ares hield het vast,
maar Jason was hem al te kras.

Hij stal het Vlies, o wat een held,
door de zee en door het veld.
Medea hielp hem met haar kracht,
zo werd het Vlies mee thuisgebracht.

Als je het lied te kinderachtig of oppervlakkig vindt
dan kun je de mythe ook op de video
Jason en de Argonauten, Het Gulden Vlies en Medea zien.

Wat is de relatie tussen Jason en het vliegtuigje van Kiefer?

Kiefer noemt Jason, maar toont geen held.
Hij toont een vliegtuig. Wat het vliegtuig steelt, en van wie,
mag de toeschouwer zelf ontdekken.
Een optimistisch avontuur ?
Nauwelijks. In de mythe gaat uiteindelijk iedereen dood.

DSC05250KunsthausZürichGiuseppPenoneOmbraDiTerra2003SchaduwVanAardePuntMetVingerafdruk

Kunsthaus Zürich, Giuseppe Penone, Ombra di terra (Schaduw van Aarde), 2003, de puntbevat de vingerafdruk van de kunstenaar.

DSC05251KunsthausZürichGiuseppPenoneOmbraDiTerra2003SchaduwVanAarde

In het midden van de zaal staat Ombra di terra,
een sculptuur die zich niet laat vangen in één blik.
Takken dragen een uitdijende kegel
van natuurlijk gevormde en op elkaar gestapelde aardenwerk tegels
die samenkomen in een vingerafdruk.
Een spoor van een aanraking, een zintuigelijke aanraking
die hij bij de toeschouwer ook wil oproepen.
Penone’s werk is geen object, maar een ervaring –
voor kunstenaar en bezoeker.

DSC05252KunsthausZürichGiuseppPenoneOmbraDiTerra2003SchaduwVanAardeAchtereindDSC05253KunsthausZürichGiuseppPenoneOmbraDiTerra2003SchaduwVanAarde


DSC05254KunsthausZürichAnselmKieerDaGoldeneVlies1997ÖlSchellakAcrylEmulsionUndBlattgoldAufLeinwand

Anselm Kiefer, De goldene Vlies, 1997, öl, schellak, acryl emulsion und blattgold auf leinwand. Op de grond bevinden zich twee sculpturale vormen die visueel en thematisch aansluiten bij het werk, maar niet expliciet als onderdeel ervan worden vermeld.


DSC05256KunsthausZürichGiuseppPenoneRespirareL'Ombra2005DeSchaduwAdemenBronzeLorbeer

Giuseppe Penone, Respirare l’ombra (De schaduw ademen), 2005, bronze, lorbeer (laurel).

DSC05258KunsthausZürichGiuseppPenoneRespirareL'Ombra2005DeSchaduwAdemenBronzeLorbeerDetail


DSC05259KunsthausZürichGiuseppPenoneGrandGesteVégétalNo1-1983Bronze

Giuseppe Penone, Grand geste végétal No 1, 1983, bronze,

DSC05260KunsthausZürichGiuseppPenoneGrandGesteVégétalNo1-1983BronzeLetOokOpDeSchaduwOpDeGrond

Let misschien ook op de schaduw van het beeld op de grond…


India 24/25: Delhi, dag 3 – onder de boog van tijd

Tijd is een boog waaronder alles door moet.
Vandaag wandel ik tussen zuilen en inscripties,
waar religie, wetenschap en macht elkaar raken.

Hier staat de ijzeren pilaar die niet roest,
de moskee die gebouwd werd uit tempels,
en de poort die de toekomst aankondigde.

Locaties:

Quwwat-ul-Islam, Iron Pillar, Qutub Minar, Alai Darwaza

Thematiek:

Tijdlagen, culturele fusie, architectonische mijlpalen

DSC01042IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315

India, New Delhi, Mehrauli Archaeological Park, Madrasa (school) and tomb ff Alauddin Khalji, 1315.

DSC01043IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315DSC01044IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315DSC01045IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315Detail

Dit symbool, deze vorm, zag ik op verschillende plaatsen en die verwonderde mij.

DSC01046IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkVanafMadrasaAndTombOfAlauddinKhaljiZichtOpQutubMinarDSC01047IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315DSC01048IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkMadrasaAndTombOfAlauddinKhalji1315


DSC01049IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196

Quwwat-ut-Islam, completed in 1196. Bij gebouwen (of de restanten er van) is de datering geen absolute wetenschap. Deze pilaren zijn van de eerste moskee in Delhi. De moskee werd gebouwd met materiaal van eerdere (Hindoe en Jain) tempels.

DSC01050IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01051IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196MetLatereAanbouw

De moskee is in latere jaren herhaaldelijk aangebouwd. Deze bogen met schitterend beeldhouwwerk met florale en geometrische motieven en tekst zijn uit latere tijd. Enorm groot.

DSC01052IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196MetLatereAanbouwDSC01053IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinar

Dit is de Qutub Minar (Qutb Minar), de overwinningstoren. Het is een UNESCO Worl Heritage Site. De toren is gebouwd tussen 1199 en 1220. In de jaren erna zijn er steeds verdiepingen toegevoegd. De toren staat op de plaats van de eerste stad Delhi: Lal Kot (of Qila Rai Pithora).

De riksjachauffeur was mee naar binnen gegaan.
Hij had meer haast dan ik.
Het complex, na deel 1 van Mehrauli Archaeological Park,
was heel overweldigend.
De geschiedenis wordt gewoon bedwelmend.

Verschillende gebouwen, verschillende periodes en
verschillende godsdiensten.
Bij elkaar, door elkaar, over elkaar.

Ik besloot toen al dat ik aan het einde van mijn reis,
als ik toch weer in Delhi zou zijn,
deze plaats nog een keer te bezoeken.

DSC01056IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkIronPilar
DSC01055IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkIronPilarTxt

Iron Pilar, dit metalen voorwerp met grote historische betekenis zou in de 4e eeuw gemaakt zijn. De pilaar heeft een inscriptie die meer verteld over de geschiedenis van India en de pilaar zelf.

Een paar belangrijke regels uit de tekst neem ik hieronder over:

In the courtyard of the Quwwat-ul-Islam mosque this famous Iron Pilar is situated which bears a Sanskrit inscription in Gupta period Brahmi script, palaeographically assignable to the fourth century (…) The inscription records that the pilar was set up as a standard of god Vishnu (…) in memory of mighty king named Chandra, who is now regarded as identical with Chandragupta (375 – 413)

DSC01057IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196MetLatereAanbouwDSC01058IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkTranslationInscriptieInIronPilarIronPilar

De vertaalde en geinterpreteerde inscriptie.

DSC01059IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkDetailVanInscriptieInIronPilarIronPilar

Om deze inscriptie gaat het.

DSC01060IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinarMetIronPilarDSC01063IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01064IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196

De pilaren hebben mooie en heel verschillende bovenkanten, de kapitelen.

DSC01065IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01066IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01067IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01068IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01069IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01070IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01071IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196DSC01072IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196InterieurKoepel

De binnenkant van een koepel.

DSC01073IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamCompleted1196TxtDSC01074IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamOpToegangspoortNaarDSC01075IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQuwwatUIslamAndIronPilar


DSC01076IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinar

De Qutub Minar heeft een trap. Die zit aan de binnenkant en dit is de deur die daar naar toegang toe geeft. Deze is niet voor toeristen vrij toegankelijk.

DSC01077IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinarDetail

De decoraties van de overwinningstoren zijn schitterend.

DSC01078IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinarDetailDSC01079IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinarDSC01080IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkQutubMinar


Er staat nog een groot poortgebouw van de moskee.
De toegang vanuit het zuiden.

DSC01082IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkAlaiDarwaza1311Interieur

Het poortgebouw heeft meerdere toegangen. Hier kijk je door een van die toegangen.

DSC01084IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkAlaiDarwaza1311

Het linkse deel van de bebouwing is de Alai Darwaza, 1311.

DSC01085IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkAlaiDarwaza1311

Het plateau waarop de moskee gebouwd was ligt een stuk hoger dan de natuurlijke omgeving.


DSC01086IndiaNewDelhiMehrauliArchaeologicalParkAlaiDarwaza1311