Aardappel, ui, bloemkool, boon, wortel, prei, lente-ui. Kortom groentensoep.
Gast bij de brievenbus
Niet in delen, maar in spanningen
Een volgend object uit de Indiase kunst van Museum Rietberg
Naar mijn overtuiging zijn verschillen tussen mensen
in verschillende culturen veel kleiner dan vaak gedacht.
Dat zie ik steeds opnieuw, voorbij tijd en plaats.
Misschien is dat waarom ik steeds opnieuw probeer
een beter beeld te krijgen van andere culturen.
Ook in dit bericht zie je een beeld dat op het eerste gezicht
misschien vreemd en onverklaarbaar overkomt.
De zaaltekst en het beeld
Dit is de zaaltekst bij het beld van Durga.
Origineel (Duits):
Die Skulptur zeigt die Furcht erregende Göttin beim Töten eines Dämons. Sie hält in ihren Händen die Attributen Dreizack, Schädeltrommel, Opfermesser, Schlinge, Schild, Glocke und Blutschale.Vertaling (Nederlands):
De sculptuur toont de angstaanjagende godin terwijl zij een demon doodt. In haar handen houdt zij de attributen: drietand, schedeltrommel, offermes, strik, schild, bel en bloedkom.
Die opsomming van attributen lijkt misschien technisch,
maar elk detail draagt een symbolische lading die het verhaal van Durga verdiept.
Wat vertellen deze attributen ons?
De attributen van Durga
Deze attributen zijn symbolisch en
komen uit de beeldtaal van Durga,
de krijgersgodin in het hindoeïsme.
Ze belichamen haar rol als vernietiger van het kwaad en
beschermer van de kosmische orde.
Dreizack (drietand / trishula)
Symbool van Shiva, staat voor vernietiging van onwetendheid en
het doorbreken van illusies.
Schädeltrommel (schedeltrommel / damaru)
Een kleine trommel, vaak geassocieerd met Shiva.
Het ritme symboliseert de schepping en vernietiging van het universum.
Opfermesser (offermes / khadga of kris)
Het zwaard of mes waarmee Durga demonen verslaat.
Staat voor het doorsnijden van ego en illusie.
Schlinge (strik / pasha)
Een lasso of strik waarmee ze vijanden kan binden.
Symboliseert beheersing over destructieve krachten.
Schild (khetaka)
Bescherming en verdediging,
benadrukt haar rol als beschermer van de gelovigen.
Glocke (bel, ghanta)
De bel verdrijft negatieve energie en
roept goddelijke aanwezigheid op.
Blutschale (bloedkom / kapala)
Een schedelkom, vaak geassocieerd met tantrische rituelen.
Staat voor de transformatie of het omzetten
van dood en vernietiging
in levenskracht,
een bron van voortdurende vernieuwing.
Kosmische strijd en parallellen
Durga wordt vaak afgebeeld in het gevecht tegen Mahishasura, de buffeldemon.
Dit verhaal is een kernmythe in het hindoeïsme:
het kwaad dat zich steeds opnieuw manifesteert
wordt uiteindelijk door de godin verslagen.
De attributen die ze draagt zijn niet willekeurig,
maar representeren de krachten van verschillende goden
die haar hun wapens schonken,
zodat zij als ultieme vrouwelijke kracht het kwaad kon vernietigen.
Het doet denken aan het eeuwige gevecht tussen goed en kwaad
zoals de engelen en duivels in de Christelijke leer.
Daarbij zijn er een aantal parallellen:
Kosmische strijd
In het hindoeïsme: Durga wordt door de goden gezonden
om Mahishasura, de buffeldemon, te verslaan.
Hij staat voor destructieve krachten die de wereld bedreigen.
In het christendom: engelen strijden tegen duivels,
bijvoorbeeld in het verhaal van Michaël
die de draak (Satan) uit de hemel verdrijft (Openbaring 12).
Symbolische wapens
Durga draagt attributen van verschillende goden:
drietand, zwaard, bel, trommel.
Elk wapen staat voor een kracht die het kwaad overwint.
Michaël en de engelen worden vaak afgebeeld met zwaarden en schilden,
symbolen van goddelijke bescherming en gerechtigheid.
Mythische functie
Beide tradities tonen dat kwaad niet zomaar verdwijnt,
maar telkens opnieuw bestreden moet worden.
Het kwaad is cyclisch en hernieuwt zich en
de goddelijke orde moet steeds opnieuw bevestigd worden.
Het gevecht is dus niet alleen historisch of mythisch,
maar ook existentieel:
het speelt zich af in de kosmos én in de mens zelf.
Er zijn ook verschillen in toon:
In de hindoeïstische traditie is Durga een vrouwelijke kracht,
een godin die de energie van alle goden bundelt.
Het kwaad wordt overwonnen door een collectieve,
maar ook vrouwelijke energie.
In de christelijke traditie is de strijd vaak mannelijk gecodeerd
(Michaël, Christus, engelen), en
het kwaad wordt voorgesteld als een gevallen engel of demon.
Wat beide tradities delen, is dat ze het kwaad niet wegpoetsen
maar erkennen als een reële kracht.
Voor het beeld zelf
Zürich, Museum Rietberg, Goddes Durga killing the buffalo demon Mahisha, India, Tamil Nadu, Chola dynasty, 11th – 12th century, granit.
Maar zodra ik voor het beeld sta, verschuift de aandacht
van de mythe naar de materie zelf:
het verweerde graniet, de herkenbare en onherkenbare attributen.
De drietand is eenvoudig te herkennen.
Maar in de overige handen links herken ik alleen het offermes, bovenaan.
In de handen rechts herken ik de attributen eigenlijk niet.
Alleen de naar voor uitgestoken hand heeft een voor mij herkenbaar
attribuut vast: een schaaltje.
Uitgeteld ligt de demon op de vloer.
Achter het hoofd van Durga een vlammend aureool.
Op haar hoofd een klassieke Chola-makuta,
een soort van kroon.
Opzij van het hoofd cirkelvormige versiering
met bloemen.
In dit ene beeld verenigen zich
vernietiging en scheppende kracht.
Dat aspect van de levenskracht wordt nog versterkt
door een guirlande met bloemen langs haar armen.
Reflectie en afsluiting
Eerder zag ik Shiva als Ardhanarishvara, een beeld waarin
de mannelijke Shiva en vrouwelijke Parvati samensmelten tot één figuur.
Durga verschijnt hier als vernietiger én als bron van levenskracht.
Het roept de bredere vraag op:
is dit samengaan van tegenstellingen: vernietiging en levenskracht,
een terugkerend patroon in de hindoeïstische belevingswereld?
In Ardhanarishvara — de helft vrouw, de helft man —
en in Durga — vernietiger met bloemen in haar haar —
spreekt dezelfde waarheid:
dat het leven niet in delen valt,
maar in spanningen leeft.
Dat vernietiging bloei draagt,
en bloei vernietiging kent.
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum V
Groter dan het huidige India, lange geschiedenis over vele rijken
Het blogbericht wat je nu leest, vervolgt de wandeling door het
National Museum in New Delhi.
Er is zoveel te zien, de voorwerpen bestrijken een enorme geschiedenis,
in tijd, in geografie, in religie en bestuursvormen.
Één ding hebben veel voorwerpen gemeen:
ze kunnen heel mooi zijn.
Geniet met mij mee.
India, New Delhi, National Museum, Moustached male head, evident(ly) Mauryan polish and absence of jewellery, Sarnath, chunar sandstone, 3rd – 2nd century BC.
Rider on an elephant, Mathura, Uttar Pradesh, terracotta.
Het oog van de olifant is zo leuk.
Elephants carrying Buddha’s relics, coping stone from Bharhut stupa railing, Shunga, 2nd century BCE, Madhya Pradesh, carved sandstone.
Amaravathi stupa’s illustration, casing slab, Satavahana, 1st – 2nd century CE, Andhra Pradesh, carved limestone.
De gelaagde structuur is heel mooi. Daarom hierboven een detail van het centrale deel van de voorstelling, in de hoop dat zo de opbouw beter te zien is.
Yaksha, Shunga, 2nd century BC, Amin, Haryana, stone.
Amorous couple, Shunga, 2nd century BC, Amin, Haryana, stone. Om een idee te geven dit voorwerp is 121 cm hoog, 43 cm breed en 33,5 diep.
Buddha head, Gandhara, 2nd – 3rd century AD.
Head of a youth, Gandhara, 2nd – 3rd century AD.
Buddha with Naga-Kalia, Gandhare, 2nd century AD, stone.
Voorstellingen als deze vind ik persoonlijk erg mooi maar
zijn ook druk. Er gebeurt veel, al is de voorstelling
niet naturalistisch. Het is geen foto.
Het is een gecomponeerd beeld.
Een beetje zoals de middeleeuwse schilderijen dat kunnen zijn.
Maar dan vanuit een andere tijd en cultuur.
In het midden, de grootste figuur, dat is natuurlijk Boeddha.
Naast zijn plaats in de voorstelling en zijn grootte maakt
de aureool meteen duidelijk dat dit
de belangrijkste persoon is.
Er is nog een kleinere persoon met een aureool.
Die staat helemaal links, het hoofd ontbreekt helaas.
Het kleed van Boeddha is ook anders dan bij de andere personen
in het tafereel. Die hebben korte mouwen en wanneer hun kleding
het hele lichaam bedekt,
lijkt er een koord om hun middel te zijn aangebracht.
Boeddha kijkt naar rechts.
Zijn houding suggereert dat hij spreekt en
dat de mensen rechts van hem naar hem luisteren.
Tegelijkertijd lijkt hij iets te schenken:
in zijn linkerhand houdt hij een ovaal voorwerp.
Rechts, onder een boom, zijn drie personen te zien.
Mogelijk is dit de bodhi-boom,
symbool van verlichting in het boeddhisme.
De drie karakters kijken op naar Boeddha en lijken hun
handen gevouwen te hebben.
De drie personen lijken achter een railing te staan die hun wereld
apart zet van de wereld waar Boeddha zich in beweegt.
Het zijn de kleinste personen in de voorstelling. Dan heb ik
het niet per se over hun fysieke grootte
maar ze zijn de minst belangrijke personen in de voorstelling.
Rechts van de personen zien we een slang, die, als we de
richting van zijn kop volgen, naar de boom lijkt te kijken
of er misschien naar toe gaat.
Volgens de zaaltekst gaat het hier om Naga-Kalia.
Hier wordt niet het dier ‘slang’ bedoeld maar
een bovennatuurlijk wezen dat vaak de Boeddha erkent en beschermt.
De personen achter Boeddha, dus links van hem, zijn
waarschijnlijk volgelingen of koninklijke figuren.
Één van hen draagt iets in zijn hand die hij schuin naast
zijn hoofd houdt.
Is dat een manier van dragen of dreigt hij te gooien?
Al deze figuren staan onder een dak en naast een pilaar
die je aan de rechterkant ziet.
Het lijkt wel een Grieks-Romeinse tempel en dat sluit
aan bij de invloed van Alexander de Grote die met zijn
soldaten die cultuur bracht in het gebied dat ligt
in wat we vandaag Pakistan/Afghanistan noemen: Gandhara.
De kunst van Gandhara was in de tweede eeuw na Christus
op zijn hoogtepunt.
Deze stele uit Gandhāra laat zien hoe kunst
niet alleen een spiegel van de werkelijkheid is,
maar vooral een drager van
geloof, symboliek en culturele vermenging.
Jain votive plaque (Ayagapatta), Kushana, 2nd centiry AD, Kankali Tila, Mathura, Uttar Pradesh, mottled red sandstone.
Bij een groot aantal van de voorwerpen is een heel verhaal
te vertellen. Bij een voorwerp heb ik dat geprobeerd.
Geniet!
Is het een pauw?
Over een laatste voorwerp van de Harappan civilization in het National Museum in New Delhi
India, New Delhi, National Museum, Late Harappa ceramics, Harappa Cemetry-H.
Toegegeven, op internet/Facebook vond ik een foto
van een betere kwaliteit.
Maar wat mij in het museum al niet los kon laten,
en nu, bijna één jaar later, nog steeds niet,
is dat ik meteen aan Roadrunner moest denken.
Miep, miep.
Roadrunner is een bekend karakter van Looney Tunes.
‘Cemetry-H’ verwijst naar een cultuur met die naam:
Cemetery H Culture: This was a late phase of the Harappan civilization, which emerged around 1900 BCE in the Punjab region and is associated with sites like Harappa and Bhagwanpura.
De grote kruiken werden waarschijnlijk gebruikt
om overledenen in te begraven.
Dus ik snap dat mijn vergelijking minder kies is
maar het liet me niet los.
De vogel wordt op internet ook geïdentificeerd als een pauw.
Ondanks alles volgen hier toch de foto’s die ik er van maakte:
Ik heb een rekening van Roadrunner opgezocht en
die is hieroder te zien.
Dan kun je zelf beoordelen of er een gelijkenis is.
Beelden die blijven onthullen als je blijft kijken
Een visuele analyse van Bhairava en Ardhanarishvara in Museum Rietberg
Ik was niet van plan om van elk beeld in Museum Rietberg een blogbericht te maken.
Maar het lijkt toch die kant op te gaan.
Eerder liet ik Shiva zien als Ardhanarishvara, een beeld waarin
de mannelijke Shiva en vrouwelijke Parvati samensmelten tot één figuur.
In dit bericht zie je de Shiva Bhairava.
Een heel mannelijk beeld.
In deze voorstelling is Shiva in zijn manifestatie als Bhairava,
een een woeste en ontzagwekkende god.
Symbool voor vernietiging, bescherming en spirituele zuivering.
Zürich, Museum Rietberg, Shiva Bhairava, India, Tamil Nadu, Chola dynasty, 13th century, granite.
Er zijn een aantal kenmerken waaraan je dat kunt zien:
Bhairava wordt vaak afgebeeld met kleine, naar buiten stekende slagtanden.
Dat zie je op beide foto’s van het beeld, vooral op de close-up van het hoofd.
Daar zie je duidelijk aan de linkerkant (voor de kijker)
een tand die naar beneden wijst en tussen de lippen zichtbaar is.
Achter het hoofd zie je een ‘puntige krans’.
Samengesteld uit vlammende stralen.
Het is een klassiek element in Bhairava-iconografie.
Het stelt een jvala-mala voor,
een vurige aureool die zijn transcendente energie en
vernietigende kracht uitbeeldt.
Hoewel Bhairava vaak woest wordt afgebeeld,
bestaan er ook beelden met een meer beheerste of serene uitdrukking.
De interpretatie van de blik van een dergelijk beeld vind ik moeilijk.
Daarom interpreteer ik de blik als sereen (hoewel, met die tanden…)
Bhairava wordt traditioneel vergezeld door een hond, niet door een rund.
De hond symboliseert zijn rol als bewaker van de grenzen
tussen leven en dood, en als beschermer tegen negatieve krachten.
Ik zie duidelijk een gekrulde, opstaande staart.
Typisch voor bepaalde hondenrassen en wordt in religieuze kunst vaak
gestileerd weergegeven om alertheid, kracht en waakzaamheid uit te drukken.
In de iconografie van Bhairava is de hond soms fors en gespierd,
wat kan verklaren waarom het dier op de foto qua formaat bijna op een rund lijkt.
Maar de houding van de staart is hier een doorslaggevend detail:
runderen hebben doorgaans een hangende of losse staart,
terwijl een gekrulde staart vrijwel exclusief bij honden voorkomt.
Trommeltje, links en rechts de scepter.
In zijn rechterhanden heeft hij het trommeltje en een scepter.
Dat trommeltje (damaru) is een klassiek attribuut van Shiva.
Het staat symbool voor het ritme van schepping en vernietiging, de kosmische puls.
In de derde hand lijkt een schoteltje te liggen voor de vlam (?).
De vierde hand houdt misschien een lotus vast maar op dat punt
lijkt het beeld niet compleet.
Er vallen me twee zaken speciaal op:
1. als we de twee beelden ‘Shiva as Ardhanarishvara’ vergelijken met
Shiva Bhairava, dan valt hun lichaamshouding meteen op.
Ardhanarishvara staat in een gebogen, vloeiende houding terwijl
Bhairava rechtop staat, zeg maar kaarsrecht.
De vloeiende houding duidt op:
⦁ harmonie tussen mannelijke en vrouwelijke energie
⦁ gratie, zachtheid en kosmisch evenwicht
⦁ een dans, verwijzend naar Shiva als Nataraja
De rechtopstaande, krachtige houding verwijst naar:
⦁ onwrikbare kracht en waakzaamheid
⦁ autoriteit en controle over de onderwereld
⦁ een geconcentreerde, frontale aanwezigheid,
eerder als bewaker dan als danser
Vergelijking van de twee beelden. De Dans en de Wachter: de groene lijnen tonen de innerlijke lijn van beweging en kracht van beide beelden: Ardhanarishvara beweegt in een dans, Bhairava staat in geconcentreerde waakzaamheid.
2. Verering van Bhaivara vind zowel in het hindoeïsme
als in het boeddhisme plaats.
De wederzijdse beïnvloeding van geloofsovertuigingen
is helemaal niet zo zeldzaam als sommigen ons willen doen geloven en
Bhairava is daar een treffend voorbeeld van.
Toeval wil dat ik ook foto’s heb gemaakt van een tweede Bhairave
in de verzameling van Museum Rietberg.
Dat toeval zegt iets over mijn manier van kijken:
intuïtief, met beperkte voorkennis maar met vooral
interesse voor opvallende zaken.
Wat me toen trok?
Dat weet ik echt niet meer. Misschien de veel abstractere vorm?
De kop van de hond viel me zeker op.
Shiva Bhairava, South India, 15th century, detail.
Pizza van de week
‘Zet hem erop’-fetisj
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum III
Het vervolg van mijn route door dit uitgebreide museum over India
India, New Delhi, National Museum, Early Harapan ceramics (bichrome and polychrome), circa 3000 – 2800 BCE, Sothi, Nal and Dhalawan.
Op het eerste gezicht zien deze schalen er maar simpel uit.
Er zit nauwelijks kleur is.
Alleen ze zijn bijna vijfduizend jaar oud!
Kijk eens naar de eenvoudige maar heel effectieve versiering.
In de herhaling van een eenvoudige vorm zit een enorme kracht.
Als ik bij een volgende boek geen idee heb voor de boekband
dan weet ik dat ik deze ontwerpen prima kan gebruiken.
Human figurines, circa 2500 – 2000 BCE, Harappan Civilization. De grote ogen maken het zulke aandoenelijke beelden.
Animal figurines, Bull, terracotta, circa 2500 – 2000 BCE, Harappa, Mohenjo-Daro, Lothal.
Animal figurines, Climbing monkee, terracotta, circa 2500 – 2000 BCE, Harappa, Mohenjo-Daro, Lothal.
Ik hou de schrijfwijze Mohenjo-Daro aan. Die gebruikt het museum ook.
Natuurlijk zie ik op andere plaatsen ook wel ‘Mohenjodaro’.
Transport system, Harapan peiod, circa 2700 – 2000 BCE, terracotta and bronze.
Een ingewikkelde hoofdtooi.
Vrouwen die een maand dragen op hun hoofd,
zie je ook vandaag nog in India.
Maar deze mand of manden zijn ingewikkeld.
Rond de mand zit een soort van riem met een sluiting.
Is het pure decoratie of is het functioneel?
Het hoofd verdwijnt bijna onder de mand.
Toch zijn ogen, neus en mond op de foto te herkennen.
De vrouw draagt een soort dubbele sjaal om haar hals of
kan ik daar meer een halssieraad in zien?
Ze draagt ook zeker een halssieraad.
Dat maakt dat ik nog meer twijfel over de dubbele sjaal/halssieraad.
Fascinerend.
Standing figure of a mother goddess, circa 2700 – 2000 BCE, mature Harappan. Detail.
Storage jar, circa 2700 – 2000 BCE, mature Harappan period, Chanhudara.
Dat is het betere puzzelwerk geweest om deze voorraadkruik weer in elkaar te zetten.
Bronze images, toy bull, circa 2000 BCE, Daimabad, Maharashtra.
Wat ik zo leuk vind aan die laatste voorwerp,
is dat er op de dissel, de in West-Europa
meestal houten balk tussen de paarden voor een wagen,
een dierfiguur staat.
Hier staan geen paarden maar runderen voor de wagen
maar de functie van de dissel is niet anders.
Zou het een versiering zijn of is dat het huisdier?
Een god in balans
Over het zien zonder begrijpen in Museum Rietberg
De mythische wereld van het Hindoeïsme is buitengewoon rijk.
Langzaam begin ik elementen in de afbeeldingen te herkennen,
al kan ik ze niet echt ‘lezen’.
Toch probeer ik telkens vast te stellen wat ik zie.
Steeds opnieuw ga ik op zoek naar nieuwe informatie.
Wat blijft, is mijn artistieke bewondering.
Zürich, Museum Rietberg, God Shiva as Ardhanarishvara, a man who is half woman, India, Tamil Nadu, Chola Dynasty, 12th – 13th century.
De stier (Nandi) is er onmiskenbaar aanwezig.
Nandi is het rijdier van Shiva en symboliseert kracht en toewijding.
Hij kijkt omhoog naar de godheid.
De persoon lijkt aan de rechterkant een vrouw,
oorsieraad, borst en sari.
Dat is de kant van Parvati.
Links is het een man.
naakt oor, platte borst, korte lendendoek.
Shiva.
Dat is ook wat de naam Ardhanarishvara zegt:
– “Ardha” = half
– “Nari” = vrouw
– “Ishwara” = heer
Gecombineerd betekent dat dan de god die half vrouw is.
Een symbool van eenheid en complementariteit.
Verder is het beeld vooral sierlijk.
Sieraden aan hals, armen en gordel.
Vier armen.
De lotus voor de kijker rechts.
Links herken ik niet de drietand of trommel,
die zo typisch zijn voor Shiva.
Zijn de ogen gesloten?
Glimlacht het beeld?
Hoe het gezicht spreekt is belangrijk bij dit soort beelden
maar voor mij moeilijk te interpreteren.
Zeker omdat het gezicht beschadigd is.
Het is een moeilijk beeld.
Ik heb niet vaak deze uitvoering van een beeld
van Shiva en Parvati gezien.
Over de schenker van het beeld kon ik geen informatie vinden.
Nog een extra mysterie.
Een goddelijke versmelting
Het beeld van Ardhanarishvara stamt uit de Chola-dynastie (9e–13e eeuw), een periode waarin Zuid-India een ongekende bloei kende op het gebied van kunst, religie en filosofie. De Chola’s waren toegewijd aan Shiva en maakten deel uit van een religieuze stroming die het Shaivisme wordt genoemd — de verering van Shiva als hoogste god. Aanhangers van deze stroming worden Shaivieten genoemd.
Binnen hun artistieke traditie kreeg Ardhanarishvara een bijzondere plaats: een god die zichzelf toont als man én vrouw, Shiva én Parvati in één lichaam. Deze voorstelling is niet zomaar een visuele curiositeit. Ze verbeeldt een diep filosofisch idee: dat het goddelijke de dualiteit overstijgt. In het hindoeïsme zijn Purusha (bewustzijn, mannelijk) en Prakriti (energie, vrouwelijk) samen verantwoordelijk voor de schepping. Ardhanarishvara is hun versmelting — een symbool van kosmische balans.
Wat in de 12e eeuw een spirituele en metafysische boodschap was, krijgt vandaag een nieuwe lading. In een tijd waarin vragen over genderidentiteit, non-binariteit en inclusiviteit centraal staan, biedt Ardhanarishvara een eeuwenoud alternatief voor rigide hokjesdenken. Het beeld stelt dat mannelijk en vrouwelijk niet tegenover elkaar staan, maar elkaar aanvullen. Het goddelijke is niet óf het een óf het ander — het is beide.
Soep van de week
Tijdens de wandeling
India 24/25: Delhi, dag 5 – Van Grachten tot Ganges, een bliksemschicht zonder naam
Over hoe een raadselachtig koperen figuur me volgde van Amsterdam naar Delhi
Als je al een tijd geïnteresseerd bent in kunst
dan word je steeds weer opnieuw verrast.
Maar de verrassing komt wel in verschillende smaken.
Soms krijg je eindelijk de kans goed te zien
hoe Van Gogh met ogenschijnlijk eenvoudige streepjes verf
een landschap kan wegzetten dat ademt en leeft.
Soms zie je een tekening gemaakt door Michelangelo, zo accuraat
dat je verwacht dat de persoon op de tekening zo op je toe komt stappen.
Af en toe zie je een voorwerp dat je niet kunt plaatsen
en dat je blik vasthoudt.
Wat is dat waar ik naar kijk?
Je ziet een beeldtaal die je volkomen onbekend is.
Okay, het is van koper, dat staat op het kaartje.
Maar een mens is het niet.
Het lijkt er wel op: twee uitlopers die lijken op benen,
de ‘armen’ rollen zich naar beneden alsof ze skeletloos zijn.
Schouders en hals ontbreken, de romp lijkt meteen
over te gaan in een vorm die op een hoofd lijkt.
Aan de bovenkant van, laat ik het even een hoofd noemen,
steekt een randje uit naar voren.
Die rand is het enige dat het voorwerp driedimensionaal maakt.
De rest is volkomen vlak.
Amsterdam, Rijksmuseum, Aziatisch brons, Antropomorfe figuur, Gangesvlakte, India, circa 1600-1800 voor Christus, koper. Nice, Musee Departemental des arts Asiatiques.
Waarom is dat belangrijk?
Het voorwerp dat ik in Amsterdam zag in de tentoonstelling
Asian Bronze, dateert van circa 1600 – 1800 voor Christus.
Het is gemaakt van koper. Brons is een mengsel van koper met tin.
Het komt uit India.
Nauwkeuriger dan Gangesvallei is de aanduiding voor de vindplaats niet.
Grootte: 45 x 38 x 2 cm.
De mensachtige figuur sierde zelfs de omslag van decatalogus. Best een gewaagde keuze.
Ook al lijkt het heel eenvoudig ten opzichte van de zeer
complexe bronzen beelden verderop in de tentoonstelling.
Als je nog nooit een koperen voorwerp gemaakt hebt, dan moet
je nog wel wat obstakels overwinnen.
De oudste bekende techniek om koper te bewerken (9000 – 8000 voor Christus)
bestond uit het kloppen van het gevonden mineraal
tot bijvoorbeeld een kraal of een speld.
Later gebruikte men koper vanwege de kleur als pigment.
Voor make-up en schilderingen (Egypte).
Wij kennen vooral de groene oxidatie aan koperen leidingen
of aan koperen gebruiksvoorwerpen.
Het smelten van koperhoudende mineralen en vervolgens
gieten in een mal ontstaat rond 5000 voor Christus.
In Iran.
Maar koper bleek niet zo sterk. Pas toen ontdekt werd dat
koper samen met tin een sterker materiaal, brons, opleverde,
ging men bronzen voorwerpen maken.
In Azië gebeurde dat rond het einde van het derde millennium.
Alleen was tin niet zo rijkelijk voorhanden als koper.
Daardoor blijft men in het stroomgebied van de Ganges
nog lang vooral koper gebruiken om voorwerpen te maken.
De eerste giettechniek was de open mal.
Je maakt een vorm in bijvoorbeeld klei waarbij de bovenste helft open blijft.
Giet daar vervolgens de gesmolten koper in en laat het afkoelen.
De volgende stap was het combineren en samenvoegen van los gegoten delen.
Later (2500 – 1750 voor Christus) ontstaat de verlorenwasmethode.
Die maakt het mogelijk een complexere vorm in één keer te gieten.
De informatie in de catalogus spreekt zich niet uit
over hoe het antropomorfe figuur gemaakt is.
Afbeelding uit de catalogus van het Rijksmuseum.
Van alle voorwerpen op de tentoonstelling bleef deze figuur me het meest bij.
Die raadselachtige vorm en onbekende oorsprong en functie.
Zo anders, niet eerder gezien. Niet in een museum, niet in een boek
en ook niet op internet.
Dat wringt.
Dan bezoek je nietsvermoedend het National Museum in New Delhi.
Daar spreekt men plots van Koperschatten en zie je niet één
maar meerdere van deze antropomorfe figuren.
Ook één waarbij de ‘arm’ naar boven oprolt in plaats
van naar beneden.
India, New Delhi, National Museum, Antropomorph figures. Soms valt het niet mee de foto te maken die ik wil. Van de drie foto’s maakte ik 6 afbeeldingen voor bij dit bericht. Op de foto hierboven zie je de setting in het museum.
Dit lijkt een incompleet exemplaar.
Twee kleinere exemplaren waarbij van één de arm omhoog wijst. Deze zijn ook met een patroon bewerkt.
De meeste achtergrondinformatie in dit bericht is gebaseerd
op de tekst in de catalogus door William Southworth (Conservator
Zuidoost-Aziatische Kunst bij Rijksmuseum Amsterdam).
Achteraf vind ik de volgende tekst interessant in de Amsterdamse catalogus:
Toen deze menselijke figuren in de 19e eeuw voor het eerst werden gevonden,
beschreef men ze vaak als een vajra, de bliksemschicht die de oude vedische god Indra als wapen hanteerde.
Omdat slechts heel weinig voorwerpen uit deze koperdepots slijtsporen vertonen en ze bovendien nogal zwaar zijn – tot wel 5 kilo per stuk – is het niet waarschijnlijk dat ze als wapens zijn gebruikt.
Maar dat Indra de bliksemschicht als wapen gebruikte,
is dat niet juist wat ze tot religieuze voorwerpen maakt?
India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum I
Te beginnen met mij dagboekaantekeningen
Mijn dagboek heb ik met veel plezier gemaakt en ik heb hem ook goed gebruikt. Nu is het een schatkist met vooral al de bonnetjes en kaartjes.
Voor de kaartjes had ik speciale bladzijdes voorzien met extra ruimte in de rug. Het bleek nog te weinig maar was al beter als een notebook uit de winkel vol stoppen met al de kaartjes. Op deze manier bleef de vorm van het boek beter behouden.
21/11/2024
Vandaag een eenvoudige dag.
Één museum: National Museum.
Ze hebben een bijzondere collectie stenen beelden en reliefs,
maar ook een collectie bronzen beelden. Super!
Ik was de eerste klant van de dag.
Mijn kaartje is aangemaakt om 10:03:xx.
Dat had nog eerder gekund als de muis van de pc van de kaartverkoop gewerkt had.Ook heel speciaal is de collectie uit Dunhuang.
Aurel Stein ging op expeditie vanuit India (met financiële steun van India en de Britten).
Zijn ‘vondsten’ zijn dan ook tussen National Museum en het British Museum gedeeld.Waar ik in Londen onlangs vooral teksten zag en enkele schilderingen op zijde en papier,
zag ik in Delhi vooral veel schilderingen.
Niets op papier.
Er hingen misschien wel 50 voorwerpen.
Prachtig.Ook vandaag kwam er niets van een lunch.
Maar het eten smaakt toch te goed.
Dus dat komt wel goed.
This magnificent five-tier wooden temple chariot, dedicated to Pandanallur Sri Adikesavaperumal (Lord Vishnu), comes from Tamil Nadu in South India.
It was crafted in the mid 19th century by ‘Shri Pasupati Achari’ and his son under the guidance of four devotees named ‘Manikkam Pillai’, ‘Subbu Pillai’, ‘Cattaya Pillai’ and ‘Jambu Nath Pillai’. It was prepared using locally available wood viz. (=bijvoorbeeld) teak, sandal and acacia.Such chariots were primarily used in most temples in South India during festivals (rathathsavas) carrying gracefully decorated gods and goddesses, and were drawn through streets of towns and villages by hundreds of devotees.
Ample reference to such festivities can be found in the Atharva Veda and other texts.
These festivities were usually conducted to commemorate foundation of temples, pray for the wellbeing of kings, celebrate birthdays of chieftains, birth or marriages of princes, planetary conjunctions and events associated with astrological significance.
Innumerable devotees would come out of their homes singing and dancing to pay homage to the deities being carried.
Voor dit bijzondere voorwerp is in de tuin van het museum een grote stolp gebouwd. Ik had nog nooit eerder een temple chariot gezien. Het is indrukwekkend.
India, New Delhi, National Museum, Nataraja, Shiva as Lord-of-dance, 19th century AD, South India, stone.
Shiva met de lange haren die de dynamiek van het beeld zo goed ondersteunen.
Ook in deze uitvoering wordt de demon Apasmara, die staat voor onwetendheid, verpletterd tijdens de dans.
Priest head, lime stone, Mohenjo-Daro, circa 2700 – 2000 BC.
Seal depicting a man between two tigers, Mohenjo-Daro, circa 2700 – 2000 BCE.
Dancing girl, bronze, circa 2700 – 2000 BC, Mohenjo-Daro.
Het museum noemt dit een Ethno-archeological interpretation waarbij het vooral gaat om te zien dat de sierraden van grofweg 2000 jaar voor Christus nog steeds in West India gedragen worden.
Lessons of love
“I’m not proud, I was wrong — and the truth is hard to take”
Lessons of love verwijst naar het gelijknamige essay van Arends,
waarin liefde wordt benaderd als een leerproces:
een manier van kijken, luisteren en leven.
De titel echoot ook de popsong Lessons in Love van Level 42,
waarin verlies, reflectie en herwaardering centraal staan.
Het verschil tussen of en in is geen toeval:
waar de song spreekt over lessen binnen de liefde,
gaat het hier om lessen vanuit de liefde
Lessen die zich uitstrekken tot onze omgang met natuur,
zorg en verbondenheid.
En dan is er nog de heart-shaped rhododendron die Wang Preston
vaak fotografeerde:
een tastbare vorm van liefde in het landschap.
Zo krijgt de titel een driedubbele betekenis:
geleerd door liefde,
geleerd over liefde, en
liefde als vorm in de wereld.
In het boek With love, from an invader staan foto’s
en teksten van Yan Wang Preston en verwante schrijvers.
Zo is er een tekst opgenomen van Dr Bergit Arends,
curator moderne kunst, kunsthistoricus met een speciale
interesse voor ecologie.
Terwijl ik het essay ‘Lessons of love’ van Arends las,
kwamen er Engelse begrippen langs
waarvan ik vermoedde dat er meer achter zat
dan ik door de vertaling van de woorden kon achterhalen.
Het waren vooral de volgende begrippen:
= spontaneous human-plant communications, en
= multi-species assembles of plants within their habitat.
Nadat ik via Copilot ontdekte wat met de begrippen
bedoeld wordt, werd duidelijk dat achter deze begrippen,
een hele denkwereld zit.
Een denkwereld die nog niet breed gedeeld is met iedereen.
Vandaar uit ontstond het idee een soort van overzicht
te maken met de centrale begrippen en hun samenhang,
van wat je Ecologisch posthumanisme kunt noemen.
In het westerse denken over mens en natuur is lange tijd uitgegaan
van het model van rentmeesterschap:
het idee dat de natuur door God aan de mens is toevertrouwd om te beheren.
De mens als beheerder, verantwoordelijk maar ook boven de natuur geplaatst.
Maar met het verdwijnen van soorten, het afnemen van biodiversiteit en
het versneld veranderen van ecosystemen,
wordt steeds duidelijker dat dit model tekortschiet.
Het heeft geleid tot uitputting in plaats van zorg.
Als gevolg van het inzicht dat het Rentmeesterschap model
tot uitputting leidt, ontstaat er onder kunstenaars, ecologen en filosofen
een ander beeld:
een visie waarin de scheiding tussen mens en natuur vervaagt.
Niet langer een duidelijke afbakening van rollen,
maar een groeiend besef van onderlinge verwevenheid
— van relaties in plaats van hiërarchie.
Begrippen als inheems en invasief, natuurlijk en kunstmatig,
cultuur en natuur lijken houvast te bieden,
maar verhullen vaak een complexere werkelijkheid.
Een boom leeft niet alleen: hij deelt zijn wortels met schimmels,
zijn stam met insecten, zijn kruin met vogels.
Een rhododendron houdt water vast, beschermt stenen, vormt een berg.
Ook mensen en hun technologieën maken deel uit van zulke ecologische verbanden
— al is hun rol vaak dubbel en moeilijk te duiden.
Deze verwevenheid wordt in kunst en ecologie aangeduid als
een multi-species assemblage:
een levend netwerk van relaties, zorg en spanning.
In deze verwevenheid zijn planten, dieren, landschappen en zelfs technologieën
niet alleen decor of hulpmiddel, maar medereizigers.
Kunstenaars als Yan Wang Preston spreken van
spontaneous human-plant communications
— een manier van omgaan met andere levensvormen die niet draait om controle,
maar om nabijheid, ritme en wederkerigheid.
Nabijheid betekent hier:
aanwezig zijn zonder te overheersen.
Ritme
verwijst naar het tempo en bijvoorbeeld de seizoenen van andere levensvormen
— niet alles beweegt zoals wij.
Wederkerigheid
vraagt om een houding van geven én ontvangen:
niet alleen nemen van de omgeving, maar ook zorg teruggeven.
Deze manier van omgaan geldt niet alleen voor planten,
maar voor alles waarmee we samenleven:
vogels, stenen, water, schimmels, wind, machines.
Het is een uitnodiging om relaties te zien waar eerst grenzen waren.
Het is een vorm van luisteren die voorbij woorden gaat:
via aanraking, herhaling, aanwezigheid.
De scheiding tussen natuur en cultuur, ooit zo vanzelfsprekend,
begint volgens sommigen te vervagen.
Niet langer staat de natuur als iets wilds en buiten ons
tegenover cultuur als iets door mensen gevormd.
In werkelijkheid dragen landschappen sporen van menselijke handelingen,
terwijl onze levens worden gestuurd door seizoenen, bodem, water en wind.
Mens en omgeving blijken met elkaar verweven
— een gedachte die in kunst en ecologie steeds vaker wordt verwoord als
natureculture entanglement.
Niet ‘de natuur’ als iets buiten ons, maar als iets waarin we meebewegen
en mee-verantwoordelijk zijn.
Tegelijkertijd groeit het besef dat veel van onze ideeën over natuur
voortkomen uit manieren van denken die gericht zijn op
ordening, toe-eigening en beheersing.
Denk aan classificaties die planten en dieren indelen volgens menselijke maatstaven,
vaak ten dienste van nut en controle.
Zulke structuren hebben niet alleen landschappen veranderd,
maar ook de manier waarop we natuur begrijpen.
Dit streven om de wereld onder controle te krijgen, noemen we koloniseren.
Kunstenaars en denkers proberen deze denkwijzen zichtbaar te maken en te doorbreken.
Ze brengen vergeten ecologische geschiedenissen aan het licht,
en pleiten voor zorgzame, wederkerige relaties met de omgeving
— gebaseerd op luisteren, herinneren en herstellen.
Deze beweging wordt vaak aangeduid als decolonizing nature.
En dan is er het besef dat we leven in een tijd
waarin menselijke activiteit een dominante invloed heeft
op het klimaat, de biodiversiteit en zelfs de geologische processen van de aarde.
Dit tijdperk wordt aangeduid als het Anthropoceen.
Kunst biedt hier geen antwoorden, het geeft toeschouwers de kans
bij hun wereld vragen te stellen — via aanraking, ritme, stilte en verbeelding.
Samengevat:
Terug naar Egypte: een beeld, het verdrag, een vraag
|
Over de kloof tussen internationale richtlijnen en praktische restitutie |
Het eerste bericht dat ik las over de teruggave: Teletekst.
Afgelopen week kondigde de Nederlandse regering aan dat
er een beeld van een ambtenaar van Thoetmosis III
terug aan Egypte wordt gegeven.
Het was geen toeval dat de aankondiging juist nu plaatsvond.
In Egypte werd vorige week de opening gevierd van het nieuwe
Grand Egyptian Museum in Cairo.
Het oude museum in het centrum van de stad was niet groot genoeg
en de bezoekersdruk op het gebouw was enorm.
Het past mooi in de serie Dossier Restitutie.
Het is immers weer een voorbeeld van restitutie.
De opmerking die me het meest opviel in de nieuwsberichten
was de volgende:
‘Nederland zegt zich te houden aan het Unesco-verdrag uit 1970.
Dat betekent dat Nederland zich inzet om onrechtmatig uitgevoerd erfgoed
terug te geven.’
Over dezelfde teruggave schreef Nu.nl bovenstaand artikel.
Dit was het artikel van het NRC.
Nu ben ik al een tijd bezig met restitutie en ik heb behoefte
aan een overzicht van de verdragen, afspraken en richtlijnen:
Washington Principles (1998)
Volledige naam:
Washington Conference Principles on Nazi-Confiscated Art
Doel:
Richtlijnen voor restitutie van door de nazi’s geroofde kunst
Kernpunten:
Kunst die door de nazi’s is geroofd en niet is teruggegeven moet worden geïdentificeerd
Archieven moeten toegankelijk zijn voor onderzoek
Provenance-onderzoek moet rekening houden met hiaten door oorlogsomstandigheden
Er moet gestreefd worden naar een “just and fair solution” voor de oorspronkelijke eigenaren of hun erfgenamen
Het is niet juridisch bindend, maar ethisch richtinggevend
ICOM Code of Ethics
Volledige naam:
International Council of Museums Code of Ethics
Doel:
Richtlijnen voor musea wereldwijd over ethisch handelen aanreiken
Kernpunten:
Minimumnormen voor verwerving, restitutie, veiligheid en omgang met cultureel erfgoed
Musea moeten geen objecten verwerven waarvan de herkomst verdacht is
Transparantie en respect voor nationale en internationale wetgeving
In Nederland onderschreven door alle geregistreerde musea
UNIDROIT-verdrag (1995):
Juridisch instrument dat de civielrechtelijke kant van restitutie regelt, aanvullend op het UNESCO-verdrag.
ICOM Red Lists:
Lijsten van kwetsbare erfgoedcategorieën per regio, bedoeld om illegale handel te helpen voorkomen.
EU-regelgeving:
Zoals de Verordening 2019/880 over de invoer van cultuurgoederen in de EU.
Maar eerlijk gezegd: ik krijg er geen warm gevoel bij.
De doelen klinken goed maar de uitwerking blijft vaag.
Niemand kan het oneens zijn met
‘museums operate in a professional manner’
in de Code of ethics).
Op de website van ICOM SECURITY zie je nieuwsberichten
over conferenties maar niets over bijvoorbeeld de roof van
het Roemeense goud in Assen of de juwelenroof in Parijs.
Dat roept bij mij vragen op over prioriteiten en relevantie
van de organisatie.
Samenvattend zie ik veel goede bedoelingen, netwerken en
internationale netwerkmogelijkheden en veel ambtenarij.
De vraag die dan natuurlijk volgt is: ‘maar hoe dan wel?’.
Wat werkt wél in de praktijk?
Waarschijnlijk is er niet 1 oplossing.
Er is een noodzaak aan praktische oplossingen.
Niet nog meer ICOM commitee’s.
Ik zal proberen in komende berichten daar een
steentje aan bij te dragen.
Als je mee wilt denken, hoor ik het graag.
Foundable
Wanneer het idee zich niet laat maken, maar zich aandient
Toeval speelt een centrale rol in het denken van de DADA-kunstenaars.
Daarnaast ontwikkelden zij, vooral Marcel Duchamp, een werkwijze
die ze een ReadyMade noemden.
Duchamp wilde hiermee de nadruk verschuiven naar het idee
achter het kunstwerk,
niet op het ambacht of de schoonheid.
Zijn bekendste ReadyMade, Fountain, dateert uit 1917.
Daarvoor nam hij een urinoir, voorzag het van een pseudoniem
en presenteerde dat als een kunstwerk.
Het veroorzaakte opschudding in de kunstwereld.
Dat wil zeggen dat andere elementen zoals
kleur, vorm of materiaalgebruik,
nog best een rol kunnen spelen.
Maar het gaat de kunstenaar toch vooral om
het idee.
Dat idee
was er natuurlijk altijd al.
Bram de Klerck in de NRC van 16/10/2025.
Afgelopen zaterdag las ik nog een artikel in de NRC
(donderdag 16 oktober, Bram de Klerck, C14-15)
waar een poging werd gedaan om de beeldmotieven
in één specifiek werk van Fra Angelico te duiden.
Daarbij werd ook ingegaan op de ideeën achter die motieven
Wat is de betekenis van de ommuurde tuin achter de gordijnen en achter Maria?
Antwoord: de ommuurde tuin is een middeleeuws symbool van de maagdelijkheid van Maria.Waarom zien we het hoofd van de knielende heilige Cosmas zo nadrukkelijk?
Antwoord: als gezicht zien we een portret van Cosimo de Medici, de opdrachtgever.
Dus het idee was er altijd al in de kunst.
Niet iedereen zal iedere boodschap direct begrepen hebben.
Door het verloren gaan van symbolen in de tijd tussen de 15e eeuw
en nu, hebben we nu hulp nodig om de boodschap te begrijpen.
Maar ook bij hedendaagse kunst is vaak niet meteen
duidelijk wat het idee achter een werk is.
Ik zie dat als een groot probleem in de communicatie tussen
kunstenaar, zijn werk en de toeschouwer.
Vaak wordt betoogd dat de toeschouwer een actievere rol
zou moeten vervullen, in het (voor zichzelf) bepalen wat
die ervaart bij een werk.
Maar als we willen dat mensen waardering gaan ontwikkelen voor
bijvoorbeeld Cy Twombly, dan helpt het niet als kunstenaars
en curatoren zwijgen of onbegrijpelijke teksten voortbrengen.
Laat ik terugkeren naar mijn Foundable.
Bij de ReadyMade maakte Duchamp nog een keuze voor een urinoir.
Bij een Foundable ontbreekt die keuze volledig.
Het diende zich vanmorgen onverwacht aan.
Ik liep door de Molenstraat en zag het ineens.
Gelijk maakte ik een foto, en het idee om er een bericht
over te schrijven ontspon zich spontaan.
Mijn foto van een Foundable in de Molrstraat in Breda.
De vormen blijken van betekenis.
Kijk eens naar het stramien dat door de stenen en de put worden gevormd.
Van de put zien we een paar letters en cijfers, rechtsboven.
De platgelopen kauwgom, een soort van cirkel,
de witte vlek in het midden in de bovenste helft.
Dan die figuur die uit één lijn lijkt te bestaan:
een soort van letter ‘C’ in spiegelbeeld.
Het materiaal lijkt op papierwol.
Bij een Foundable is er helemaal geen vooropgezet idee.
De maker is onbekend, een collage van toevalligheden met
de gemeente die verantwoordelijk is voor de bestrating,
een toevallige kauwgom etende passant,
een persoon die verpakkingsmateriaal heeft verloren
en de wind die de papierwol er, tijdelijk, heeft weggelegd.
Vervolgens maakte ik de foto die waarschijnlijk
nu niet meer te herhalen valt.
Een Foundable.
Als er al een idee of bedoeling is, dan is dat
ik het een mooie vorm en een mooie compositie vond.
Maar verder niet.
Artisjok
Een paar weken geleden liep ik over de weekmarkt.
Bij een bloemenkraam zag ik dat er artisjokken werden verkocht.
Niet de groente maar de stengels met de karakteristieke knop,
De verkoper beloofde dat alle knoppen open zouden komen.
Daarna kon je de bloemen mooi laten drogen.
Ik kocht een tak met drie knoppen.
Inderdaad kwamen week voor week, de drie knoppen open
en was hun paarse gloed goed te zien.
De bloemen laten drogen, leek me een goed idee.
De vorm van de bloem is prachtig en het drogen
bleek nog verschillende kleurnuances op te leveren.
Gisteren heb ik de bloemen losgezaagd van de tak.
Er zat nog wel water in de vaas maar ik vermoed
dat de tak al enige tijd geen water meer doorgaf aan de bloem.
De binnenkant van de takken waren droog.
Ze verloren alleen wat stuifmeel (?)
Nu liggen er drie prachtige vormen rustig verder te drogen.
Steeds met hun bleekbruine buitenbladeren,
dan zilver/witte bloembladeren met een vleugje paars
en een diep paars hart.
Holland stinkt naar PVV
Ieder land heeft eigen geuren
En het onze had dat ook:
Bloemenweide, hooi en heiden
Die je al van verre rook
Nu mogen onze neuzen zich verblijden
Aan de stank van stal en strony-
Vee gefokt voor slachterijen.
Op een kluitje
Snuit aan snuitje.
Kook ze levend, pluk ze bloot!
In barakken boert de dood.
Urine om de wei te gieren
Ach, wij houden zo van dieren.
Tractoren galmen.
Fakkels walmen
Met stikstof is er niks verkeerd
Vlaggen wapp’ren omgekeerd
O Caroline. O BBB.
Holland stiinkt naar PVV.Laat ons toch om landbouw eren
En het geloof in onze Heere
Want Gristen zijn wij onverdroten
Wij komen op voor volksgenoten
Die vreemden zijn in eigen land
Ons geleidt een sterke hand
Met bivakmuts en Hitlergroet
Strijden wij voor zuiver bloed
Vier VOC en Gouden Eeuw
In elke vlag vliegt straks een meeuw
Blonfeer uw haar, bleek uw huid
Loop in de maat, niet eruit
Vervloek migranten, illegalen
Lui met geestelijke kwalen
Die zich aan uw kind vergrijpen
Geniepig in de billen knijpen
Sluit de grenzen van de geest
Leven onder Wilders is een feest
Het fatsoen staat in zijn hemd
Maar een derde heeft nu luid gestemd:
Weg met NPO en AZC
Holland stinkt naar PVVAch, ik kan wel blijven rijmen
Over het flirten en het rijmen
Het formeren
En fileren
Waar je op moet letten
Bij Rob Jetten
TikTok
Jok jok
En hoe rolt de Bontenbal?
Het midden is te smal
Voor links en groen en God.
Wij zijn versnipperd tot het bot
En dan is er De Vos die passie preekt
Remigratie, deportatie
Extreemrechts blijft in de gratie
Wie gaat in Zee?
Met FVD, BBB, SGP,
Braakmiddel J
Eerdmans
Ruikt ook een kansEn Dilan zit te lonken
“Ik ben er voor je
Hoor je, hoor je”
Twee zetels kwijt maar dansend dronken
Van de macht hoor je haar niet klagen:
Ze wil het nog eens waden.
Nee, de uitslag valt niet mee:
Holland stinkt naar PVV
Adriaan van Dis, vrij naar
‘Holland stinkt naar NSB’
van Adriaan Roland Holst.
Heel Breda leest, ik lees Slauerhoff
Terwijl de stad in de Nieuwe Veste zich onderdompelt in verhalen,
duik ik onder in de zinnen van een dichter die liever zeeman was.
Vandaag heb ik niet zoveel gedaan.
Voornamelijk gelezen.
De natuur heeft het water nodig,
maar ik heb een hekel aan de herfstregen.
Geen korte plensbui maar een hele dag door
miezer.
Daarom ben ik gaan lezen.
Heerlijk weer een aantal bladzijden gelezen
in Het Verboden Rijk.
Ik kan maar niet begrijpen waarom mensen op
de middelbare school wel vol passie
konden spreken over Jan Wolkers
maar zwegen over Slauerhoff.
De eerste pagina’s zijn beter dan de platte
verhaallijnen van de Jack Sparrow-films.
Bij Slauerhoff heb je een boek in handen dat
je op het eerste gezicht kunt lezen
als een avonturenverhaal.
Maar Het Verboden Rijk kun je ook lezen, als
een Portugese koloniale roman, als
een verhaal over botsende culturen, als
ridderverhaal over een falende ridder die
in bomen klimt om bij zijn geliefde te komen
maar over bloemenvazen struikelt, als
… ik ga het aanvullen als ik verder met lezen ben.
Ik ben pas op bladzijde 50.
Ik verwacht dat er nog heel veel lagen gaan volgen.
Natuurlijk, het leest niet zo eenvoudig als
de Jack Sparrow-films.
Je moet als lezer meer je best doen.
Toegegeven,
ik lees het boek met op de ene stoelleuning
mijn telefoon waarop ik Copilot open heb, en
op de andere leuning het boek.
De zinsconstructies vind ik fantastisch.
Soms moet ik ze even teruglezen.
De zinnen zijn lang.
Het later in de zin gebruiken van persoonlijke voornaamwoorden
als ‘hij’ en ‘zij’ in plaats van ‘Velho’ of ‘Pilar’,
of het gebruik van oud-Nederlandse woorden
als edik (azijn),
maken het bij een eerste lezing soms verwarrend.
Maar als je er even tijd aan besteed, wordt
de poëtische taal van Slauerhoff een lust
voor het oog en je geest.
Want nooit saai, naast de poging tot schaken,
lees je een pagina verder over de fricties
tussen koloniale, Portugese ambtenaren of
de waardering van een koopman voor de
verfijnde Chinese cultuur of een
voorspellende droom over schipbreuk.
Door onze afstand tot het taalgebruik van Slauerhoff
vertraagt de taal ons bij het lezen,
maar de gebeurtenissen en het drama
versnellen het verhaal juist.
De dynamiek is weergaloos.
Je kunt er zo ontelbare avondvullende films mee maken.
Vandaag las ik onder andere het volgende fragment:
Na een paar uren sloop ze naar de deur,
maar deze werd terstond weer toegedrukt.
Tegen het donkere hout zag zij nogmaals,
en nu helderder,
het gezicht van deze nacht:
in een stuk van de zee,
door een wolkendek afgesloten,
op monsterlijke golven
door strakke regen gestriemd
als het treffen een dwergen- met een reuzenleger,
waggelde een groot schip, dat zonk,
de hoge achtersteven het laatst.
Toen sprong de man af en zwom door de woedende wateren,
steeds de hand in de hoogte gestoken,
naar de zwarte, steile kust.
en nu zag zij verder: een geel glooiend strand,
daarvoor, scheen plotseling onder de zwemmende geschoven
die roerloos liggen bleef;
toen bedekten de wolken alles,
de deur ging plotseling open
en trof haar aan het voorhoofd.
Zij sprong achteruit en liep weer op het raam toe,
terwijl een bediende een schotel binnenbracht.
Zok zag niet om,
en de bediende, voelende dat hij onbespied bleef,
raapte rustig een zilveren gesp op
die bij een tafelpoot lag.
Het Chinese Rijk, pagina 43.
Zie je hoe de spanning wordt opgebouwd?
Las je de ‘monsterlijke golven’ en de ‘woedende wateren’?
Dat detail, die opgestoken hand.
Er gebeurt in een paar regels heel veel,
en de vraag die bij mij blijft rondspoken is:
‘van wie is die hand’?
Ik ga weer gauw verder lezen,
misschien lees je Slauerhoff met me mee?
Vanmiddag was ik nog even bij het Heel Breda Leest Feest in de Nieuwe Veste. Ik zag dat in de actuele Boekenpost een artikel staat over Slauerhoff en Het Verboden Rijk. Het artikel gaat niet specifiek in op die roman.
In dit artikel maak ik een opmerking over Jan Wolkers. Vat dit niet verkeerd op. Voor mij horen Slauerhoff en Wolkers net zo broederlijke bij elkaar als dat ik ze in de winkel zag.


























































































































